conflict en samenwerking
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 1
26/09/2022 17:01
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 2
26/09/2022 17:01
Goedele De Keersmaeker en Dries Lesage
Conflict en samenwerking Internationale politiek van 1815 tot heden
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 3
26/09/2022 17:01
Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. isbn 978 94 014 8790 0 d/2022/45/351 nur 697 Goedele De Keersmaeker en Dries Lesage Conflict en samenwerking. Internationale politiek van 1815 tot heden Gent, Academia Press, 2022, 500 p. Vormgeving cover: Studio Lannoo Omslagafbeelding: Conferentie van Parijs (Edouard Louis Dubufe), Wikimedia Opmaak: www.intertext.be © Goedele De Keersmaeker, Dries Lesage & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 4
26/09/2022 17:01
Inhoud Kaarten 7 Historische namen en plaatsen 8 Inleiding 9
DEEL 1 |
De Weense orde 11
Samenwerking, geopolitieke stabiliteit en antirevolutionaire restauratie Het jaar 1815 en de vestiging van de Weense orde 13 Het Europese Concert in actie 29 De oosterse kwestie 49 Europa rond 1848, revolutie en restauratie 65 Van de Krimoorlog tot de Duitse eenmaking 79
DEEL 2 |
De Berlijnse orde 101
Het nieuwe Duitsland, Europa en het imperialisme Europa en de politiek van Bismarck 103 Het nieuwe imperialisme 121 De langzame vorming van twee blokken 149 De Eerste Wereldoorlog 167
DEEL 3 |
De orde van Versailles 201
Van mislukte vredesregeling naar een nieuwe wereldoorlog De Vrede van Versailles en de jaren 1920 203 De ondergang van Versailles en de Tweede Wereldoorlog 233
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 5
26/09/2022 17:01
DEEL 4 |
De orde van Jalta 263
Koude Oorlog en dekolonisatie onder nucleaire dreiging Het begin en de institutionalisering van de Koude Oorlog 265 De Koude Oorlog in het Verre Oosten 287 De communistische wereld na Stalin 301 Dekolonisatie en Koude Oorlog 317 De wapenwedloop en de Cubaanse rakettencrisis 345 De oorlog in Vietnam 363 Detente 379 De Tweede Koude Oorlog 399 Het einde van de Koude Oorlog 417
DEEL 5 |
De wereld na de Koude Oorlog 435
Van Pax Americana naar een multipolaire wereld Een nieuwe wereldorde? 437 Naar een postwesterse wereldorde 473 Epiloog. Conflict en samenwerking (1815-2022) 493 Referenties 501 Eindnoten 535 Index 551
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 6
26/09/2022 17:01
Kaarten 1
Europa na het Congres van Wenen (1815) 12
2
Europa na de Italiaanse en Duitse eenwording (1871) 102
3
Europa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog (1914) 168
4
Europa na het Verdrag van Versailles (1919-1923) 202
5
De Oost-Westdeling van Europa in de periode 1945-1947 264
6
De twee blokken in de wereld tijdens de Koude Oorlog (1959) 286
7a
De dekolonisatie na 1945: de koloniale rijken in 1945 316
7b
De dekolonisatie na 1945: de dekolonisatie (1990-1993) 316
8
Europa na de Koude Oorlog 436
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 7
26/09/2022 17:01
8
Historische namen en plaatsen
We schrijven eigennamen in de oorspronkelijke taal: dus Wilhelm II (niet Willem II) en Vittorio Emanuele (niet Victor Emmanuel). Voor namen van steden en landen is de leidraad herkenbaarheid voor de lezer. We hebben het dus over Montenegro (niet Crna Gora) en Istanbul (niet Constantinopel). Dit geldt ook voor oude koloniale gebieden, dus: Indonesië (niet Neder lands-Indië); Ethiopië (niet Abessinië). De term India gebruiken we wel enkel voor de moderne onafhankelijke staat. Brits-Indië verwijst naar het veel grotere Britse koloniale rijk in Zuid-Azië, de ‘route naar Indië’ naar de handelsroute tussen Europa en Zuid(oost)-Azië. Waar conferenties, veldslagen of andere gebeurtenissen bekend staan onder een oude naam gebruiken we die, maar we vermelden de huidige naam ter oriëntatie: ‘de conferentie van Troppau (Opava in Tsjechië)’. Het Turkse en Ottomaanse Rijk gebruiken we als synoniemen. Dat geldt ook voor Oostenrijk, het Habsburgse Rijk en, na 1867, Oostenrijk-Hongarije en de Dubbelmonarchie. Piëmont-Sardinië korten we vaak gemakshalve af tot Piëmont, en Bosnië en Herzegovina tot Bosnië.
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 8
26/09/2022 17:01
9
Inleiding
Dit boek is gegroeid uit de lessen Geschiedenis van de Internationale Poli tiek die we samen sinds een aantal jaren aan de faculteit politieke en socia le wetenschappen van de UGent doceren. Het vertelt het verhaal van de internationale politiek vanaf het einde van de napoleontische oorlogen tot het begin van de oorlog in Oekraïne: tweehonderd jaar van oorlog en vrede, van conflict maar ook van samenwerking. We zien hoe de grote spelers op het wereldtoneel, die we gewoonlijk grote mogendheden of grootmachten noemen, er soms in slaagden oorlog onder elkaar te vermijden en op andere momenten weer niet. Soms is de reden hiervoor evident: er valt weinig af te dingen op de agressieve bedoelingen van Hitler. Maar zelfs dan zullen historici ook onmiddellijk wijzen op de grote frustraties die het Verdrag van Versailles, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, in Duitsland veroorzaakte, ondanks alle idealistische plannen voor een nieuwe, vreedzame wereldorde. Wat was er dan mis met de afspraken in Versailles? De Eerste Wereldoorlog zelf is dan weer een voorbeeld van hoe grootmachten er niet in slaagden om een lokaal incident – de aanslag in Sarajevo – onder controle te houden. Uiteraard speelde hier de groeiende invloed van de publieke opinie en van ideologieën zoals natio nalisme, xenofobie, liberalisme en (anti)communisme die realpolitieke benaderingen door politici doorkruisten. Kortom, voor wie kijkt naar de opkomende multipolaire wereld in de jaren 2020 met de complexe patronen van samenwerking en tegenstellingen, is het verhaal van de verhoudingen tussen de grootmachten in de negentiende en twintigste eeuw gewoon belangrijk. Het leert ons ook dat de zoektocht naar wat we met een groot woord ‘een veiligheidsarchitectuur’ kunnen noemen nog steeds niet voltooid is. Dit is ook het verhaal over hoe de Europese grootmachten de wereld beheersten, en een blijvende, zeker niet altijd positieve invloed hebben gehad op de landen van het Zuiden. Het is een verhaal van een machtsspel over kolonies en invloedssferen waarbij de Westerse machten weinig of geen oog hadden voor de belangen en cultuur van de gebieden en volkeren die zij veroverden. Geruisloos verlegt de focus van ons verhaal zich ook van
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 9
26/09/2022 17:01
10
Europa naar het globale toneel via de negentiende-eeuwse kolonisatie en via de opkomst van de Verenigde Staten en Japan eind negentiende eeuw. We hebben het ook over de dekolonisatie die op termijn een belangrijk machtsverlies voor de Europese grootmachten betekende, de desintegratie van het Russisch Rijk/Sovjetrijk en, in de laatste decennia, over de groeiende macht van spelers uit het globale Zuiden, met China als de grote uitdager van de Verenigde Staten in de eenentwintigste eeuw. We hebben deze tweehonderd jaar ingedeeld in vijf ordes, die telkens een minder of meer gelukte poging zijn om enige stabiliteit te brengen. Dat is in essentie een politiekwetenschappelijke benadering, en niet alle historici zullen het hier mee eens zijn. Maar het zijn vaak de politieke wetenschappers geweest die gewezen hebben op baanbrekende vernieuwingen in de negentiende-eeuwse diplomatie, bijvoorbeeld het ‘concert de l’Europe’, of op de materiële maar ook immateriële elementen, die de soms stormachtige evoluties verklaren. Vaak staan historici kritisch tegenover deze politiekwetenschappelijke analyses maar tegelijkertijd zien we dat er de laatste decennia een groeiende invloed is van die politiekwetenschappelijke kaders op de analyses van historici. Er is met andere woorden een groeiende dialoog tussen beide disciplines.1 Goedele De Keersmaeker en Dries Lesage mei 2022
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 10
26/09/2022 17:01
D E EL I De Weense orde Samenwerking, geopolitieke stabiliteit en antirevolutionaire restauratie
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 11
26/09/2022 17:01
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 12
26/09/2022 17:01
13
hoofdstuk 1
Het jaar 1815 en de vestiging van de Weense orde Wenen, september 1814. Vanuit heel Europa zakten diplomaten en prinsen, waaronder de Russische tsaar Aleksandr i , de Pruisische koning Friedrich-Wilhelm iii en de Oostenrijkse keizer Franz i , af naar de Habsburgse hoofdstad voor de grootste diplomatieke confe rentie in de Europese geschiedenis. De stad werd overspoeld door zo’n honderdduizend kijklustigen. De Europese aristocratie vierde de vrede en de restauratie na drieëntwintig jaar oorlog tegen de Fran se revolutionairen met een aaneenrijging van bals en andere festivi teiten. Er waren immers niet minder dan tweehonderdzestien dele gaties, maar die kwamen na de openingszitting nooit meer voltallig samen; ze werden beziggehouden. ‘Le Congrès danse mais n’avance pas’, zei de Oostenrijkse maarschalk de Ligne. Alle belangrijke be slissingen werden genomen door een beperkte groep van vijf groot machten. Hun vernieuwende aanpak is wat ons hier interesseert.
De achttiende-eeuwse voorgeschiedenis De Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen (1792-1815) en het Congres dat die oorlogen beëindigde, moeten gezien worden tegen de achtergrond van het Europese internationaal systeem van de achttiende eeuw. Oorlog en vrede werden toen grotendeels bepaald door een welbepaalde visie op de internationale betrekkingen: deze van het machtsevenwicht. De hoofdsteden gingen ervan uit dat het machtsevenwicht in Europa moest worden bewaard voor de eigen veiligheid; geen enkele grootmacht mocht zo machtig worden dat ze de andere grootmachten kon bedreigen. Hierover werd op korte termijn gedacht. Tussen de grootmachten heerste constant een diep wantrouwen en dat impliceerde een haast onuitputtelijk conflictpotentieel. Oorlogen tussen snel wisselende allianties en vredesakkoorden volgden elkaar op. Territoria werden veroverd of geruild en voordelen tegenover elkaar afgewogen. Vaak was er sprake van een echte koehandel. De drie Poolse delingen (1772, 1793, 1795) waarbij Rusland, Oostenrijk en Prui
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 13
26/09/2022 17:01
14
de weense orde
sen telkens stukken van het onafhankelijk koninkrijk Polen onder elkaar verdeelden tot er niets van overbleef, zijn hier een voorbeeld van. De Europese mogendheden waren vooral met zichzelf bezig; ze waren niet echt bekommerd om de algemene stabiliteit in Europa. In de Vrede van Utrecht (1713) werd wel verwezen naar de noodzaak van machtsevenwicht en stabiliteit, maar aan de notie dat men hiervoor collectief verantwoordelijk was, werd vooral lippendienst bewezen. Het machtsevenwicht functioneerde op een veeleer mechanische manier, niet vanuit een collectieve en op waarden gestoelde visie.1 In reactie op deze harde realiteit zagen in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw ook een hele reeks Europese vredesplannen het licht. Voorbeelden zijn de plannen van de jurist en diplomaat Hugo de Groot (15831645), de pacifistische Quaker William Penn (1644-1718), de Franse diplomaat Abbé de Saint-Pierre (1658-1743), de verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) en de Engelse denker en sociaal hervormer Jeremy Bentham (1748-1832). Beroemdst is wellicht Immanuel Kants (1724-1804) Zum Ewigen Frieden geschreven in volle revolutietijd (1798). Bij al deze auteurs komen een aantal thema’s terug: de noodzaak van een of andere vorm van ‘Europese federatie’ of multilaterale organisatie, de rol van het internationaal recht, de oprichting van organen die moesten oordelen over disputen om oorlog te voorkomen of te bemiddelen als hij toch uitbrak; het verwerpen van een rauw machtsevenwicht vanuit de christelijke moraal; het bewustzijn dat men niet alleen met de eigen belangen, maar ook met die van Europa als geheel rekening moest houden.2
De geboorte van de Weense orde In deze internationale omgeving begon het revolutionaire Frankrijk in 1792 aan zijn expansie. Vanaf 1799 ging die onder generaal Napoleon Bonaparte in een hogere versnelling. Verscheidene keren werden tegencoalities op de been gebracht, maar die leverden weinig op. Dankzij de levée en masse (dienstplicht) en zijn vernieuwende strategie won Frankrijk doorgaans zijn oorlogen en het slaagde er bovendien telkens in de andere grootmachten tegen elkaar uit te spelen. Vredesverdragen werden gesloten en snel weer verbroken. Tegen 1810 waren Napoleons rijk en invloedssfeer zo uitgestrekt dat het duidelijk te zwaar woog om in Europa nog van een machtsevenwicht te spreken. Alleen Rusland en Groot-Brittannië ontsnapten aan zijn controle. Pas na het debacle van Napoleon in Rusland van 1812 ontstond onder Britse impuls en met Brits geld in 1813 eindelijk een succesvolle tegen
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 14
26/09/2022 17:01
het jaar 1815 en de vestiging van de weense orde
15
alliantie. In oktober 1813 versloegen Pruisische, Oostenrijkse, Russische en Zweedse legers Napoleon in Leipzig. In maart 1814 trok tsaar Aleksandr als eerste met zijn troepen Parijs binnen, een illustratie van Ruslands militaire macht. In april gaf Napoleon zich over. De geallieerden hielpen Louis XVIII, broer van de geëxecuteerde Louis XVI, op de Franse troon. In mei werd een eerste Vrede van Parijs afgesloten en vanaf september had het grote Congres van Wenen plaats. Dat werd eind februari 1815 opgeschrikt door het bericht dat Napoleon uit zijn ballingsoord Elba was ontsnapt en oprukte naar Parijs. Dit avontuur duurde slechts ‘honderd dagen’ en stimuleerde de onderhandelaars in Wenen om sneller door te werken. De Slotakte van Wenen werd ondertekend op 9 juni 1815. Op 18 juni werd Napoleon in Waterloo definitief verslagen. Wat we vandaag de Weense regeling of het Weense veiligheidssysteem noemen, heeft zijn wortels in deze turbulente periode van de eerste geal lieerde opmars naar Parijs tot de nasleep van Waterloo. Hier ontstond een nieuwe vorm van samenwerking en een nieuwe sfeer onder de Europese grootmachten. De historicus Paul Schroeder spreekt in dit verband van een ‘transformatie van de Europese politiek’ die ervoor zorgde dat de cultuur van de internationale politiek in de periode 1815-1853 verschilde van die van de tweede helft van de achttiende eeuw. Ze was meer gekenmerkt door terughoudendheid, respect voor elkaars belangen, samenwerking en overleg. Andere auteurs betwijfelen of het verschil nu werkelijk zo groot was, maar in ieder geval is men het erover eens dat Wenen bijgedragen heeft tot de vrede tussen de grootmachten tot circa 1850 én blijvende invloed heeft gehad op de wijze waarop staten aan diplomatie doen en internationaal samenwerken.3 Nauwe samenwerking tussen de belangrijkste protagonisten Nochtans was de alliantie die Napoleon versloeg fragiel. Pruisen en Oosten rijk waren nog tijdens de Russische veldtocht bondgenoten van Frankrijk geweest tegen Rusland. Iedereen vreesde dat de ander een apart akkoord met Napoleon zou sluiten, zoals dat eerder al vaak was gebeurd. Dat de alliantie toch bij elkaar bleef, is te danken aan het intensieve overleg tussen de vertegenwoordigers van de vier grote geallieerden die hun legers vergezelden. Dat waren de Britse minister van Buitenlandse Zaken Lord Castlereagh, zijn Oostenrijkse collega Metternich, de Russische tsaar Aleksandr I en de Pruisische kanselier Hardenberg en zijn adviseur Wilhelm von Humboldt. In Parijs trad ook Talleyrand, de leider van de Franse post-napoleontische regering, tot op zekere hoogte tot die club toe. Dankzij hun bijna
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 15
26/09/2022 17:01
16
de weense orde
dagelijkse ontmoetingen begrepen ze elkaar steeds beter, ondanks het blijvende wantrouwen (onder meer van Metternich tegenover de tsaar). Er ontstond een zeker groepsgevoel, dat cruciaal zou blijken voor de toekomst. Conservatief legitimisme en achttiende-eeuwse verlichting Bovendien deelden deze hoofdrolspelers een conservatieve politieke visie en verafschuwden ze revolutionair geweld. In die zin was de Weense regeling zeker antirevolutionair. Dit antirevolutionair conservatisme werd onder meer vertolkt door Edmund Burke (1729-1797) in zijn Bespiegelingen over de Revolutie in Frankrijk uit 1790, een tekst die door Friedrich von Gentz – assistent van Metternich en secretaris van het Weense Congres – in het Duits werd vertaald. Burke verweet de revolutionairen, in naam van louter abstracte rechten, geen rekening te houden met de langzaam over generaties heen organisch gegroeide gewoontes en instellingen van een land. Hij bepleitte dan ook geleidelijke hervormingen. Ook zag hij religie als een cruciaal bindend element in de samenleving en verweet hij de Fransen hun kerkvervolgingen. Deze ideeën hadden grote invloed op de belangrijkste protagonisten in Wenen.4 Lord Castlereagh was bijvoorbeeld een gematigde Tory en voorstander van het parlementair systeem, maar had aan zijn reizen naar Frankrijk en de Oostenrijkse Nederlanden in de beginjaren van de revolutie een afkeer van radicale ideeën en politiek geweld overgehouden. Als Ierse protestant was hij voor gelijke rechten voor de katholieken, maar tegelijkertijd ook betrokken bij het neerslaan van een katholieke opstand. De Oostenrijkse kanselier Metternich had als student in Straatsburg het begin van de revolutie meegemaakt en zijn familie had door de Franse veroveringen haar bezittingen in het Rijnland verloren. Hij was ervan overtuigd dat Oostenrijk alleen gered kon worden als het monarchaal en aristocratisch principe hersteld werd.5 Talleyrand zat op dezelfde lijn. Deze politieke kameleon behoorde tot de oudste Franse adel, diende al aan het hof van Louis XVI, maakte deel uit van de revolutionaire Assemblée, moest daarna voor de terreur naar de Verenigde Staten vluchten, werd minister van Buitenlandse Zaken onder Napo leon en vervolgens onder de gerestaureerde Bourbon-koning. Talleyrand verwoordde als eerste het principe van de dynastieke legitimiteit, dat een van de leidraden zou worden in de Weense discussies. Voor hem betekende dit dat alleen de Bourbons, met hun lange voorgeschiedenis op de Franse troon, de interne orde konden herstellen. Ook elders moesten
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 16
26/09/2022 17:01
het jaar 1815 en de vestiging van de weense orde
17
gekroonde hoofden die door de revolutionairen waren verjaagd, kunnen terugkeren. Bovendien moesten in principe ook alle territoria teruggegeven worden die deze vorsten tijdens de revoluties hadden verloren. Dynastieke legitimiteit betekende ook dat soevereiniteit uitging van de koning, niet van het volk. Als er al een grondwet kwam, dan moest dat een gift van de koning aan zijn volk zijn en geen uiting van de wil van dat volk.6 Deze ideeën leefden ook in Oostenrijk, Pruisen en in Russische kringen. Zelfs Groot-Brittannië was antirepublikeins, maar het verkoos wel de constitutionele monarchie – waarin de rol van de koning werd ingeperkt door het parlement – boven de autoritaire variant. Tegelijk waren al deze politici ook beïnvloed door de achttiende-eeuwse verlichting. In Pruisen moderniseerde Hardenberg het overheidsapparaat en het leger en hij speelde een rol bij de afschaffing van de lijfeigenschap, de gelijkberechtiging van de joden en de schuchtere stappen in de richting van een meer democratische vertegenwoordiging. Zijn medewerker von Humboldt was een gekend onderwijsvernieuwer en stichter van de Berlijnse universiteit die vandaag zijn naam draagt. Tsaar Aleksandr had van zijn grootmoeder Catharina de Grote een opvoeding in de verlichtingstraditie gekregen. Hoewel hij later een conservatievere koers zou varen, stond hij in 1814 zeker open voor politieke modernisering.7 Machtsevenwicht en vredesplannen Ook het belang dat aan het machtsevenwicht werd gehecht, lag in de lijn van de achttiende-eeuwse traditie. Men wou vooral niet opnieuw geconfronteerd worden met een Franse revolutionaire expansie. Maar Castlereagh, Metternich en Aleksandr waren het erover eens dat het achttiende-eeuwse machtsevenwicht weinig repose (rust) garandeerde. Er was meer nodig dan het louter spel van opbouw van macht, tegenmacht en wisselende coalities om een nieuwe gooi naar hegemonie in Europa te vermijden. Het machts evenwicht moest niet alleen rusten op een territoriale regeling die Frankrijk indamde maar de grootmachten moesten er via samenwerking voor zorgen dat het ook na de vredesconferenties bewaard werd. Deze wil om oorlog te vermijden had natuurlijk ook alles te maken met de ongeziene materiële en menselijke tol van de Franse militaire campagnes. Anders dan bij de beperkte kabinetsoorlogen van de achttiende eeuw werd de bevolking massaal gemobiliseerd en getroffen. Tegelijk was er ook duidelijk invloed van de achttiende-eeuwse vredesdenkers. Tsaar Aleksandr kende bijvoorbeeld de tekst van Kant. Al in 1804 zond hij de Britse premier Pitt een voorstel geïnspireerd door zijn adviseur en jeugdvriend, de Poolse
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 17
26/09/2022 17:01
18
de weense orde
aristocraat Czartoryski. Het document pleitte vanuit een christelijke inspiratie voor een herordening van Europa op nationale, liberale en constitutionele basis om zo revolutie te voorkomen. Het onderstreepte het belang van het internationaal recht en een verbod op oorlog zolang de diplomatieke mogelijkheden niet uitgeput waren. Er moest een Europese confederatie komen die kon ingrijpen in de staten om de grondwetten te beschermen. De grootmachten zouden in een verdrag garant staan voor deze regeling. Van deze verregaande voorstellen kwam niets terecht. Pitt antwoordde met zijn State Paper uit 1805, dat veel minder vergaand was en meer geïnspireerd door het machtsevenwicht. Pitt aanvaardde dat de oude heersers in hun rechten moesten worden hersteld en dat men oog moest hebben voor het welzijn van de bevolking. Maar zulke doelstellingen waren ondergeschikt aan de noodzaak de staatkundige kaart van Europa op een stabiele manier vast te leggen. In plaats van een pan-Europese confederatie stelde hij een unie voor die beperkt zou zijn tot de echt grote spelers, die elkaars rechten en grondgebied zouden garanderen. Veel van de latere territoriale regelingen en het idee van een directorium van grootmachten zitten al in deze tekst. Castlereagh zou hem trouwens gebruiken om de Weense regeling in het Britse parlement te verdedigen.8 De doelstellingen van de grootmachten Naast deze gedeelde visie hadden de grote spelers natuurlijk ook hun eigen belangen en ideeën voor een vredesregeling. Londen had geen territoriale ambities in Europa. Het wilde vooral zijn buiten-Europese maritieme belangen veiligstellen en op het continent zelf rust creëren via het machtsevenwicht. Dit waren heel traditionele Britse doelstellingen, maar meer dan vroeger besefte men dat systematische samenwerking met de andere grootmachten hiervoor noodzakelijk was. Londen wilde zeker een dam tegen Frankrijk opwerpen, maar tegelijkertijd moest datzelfde Frankrijk op termijn opnieuw een pijler worden in het machts evenwicht. Londen was immers ook beducht voor de groeiende macht van Rusland. Het machtsevenwicht moest de twee in toom houden. Castlereagh vreesde ook dat Oostenrijks-Pruisische tegenstellingen in Duitsland de algemene stabiliteit in Europa konden bedreigen. In Wenen zocht hij dan ook actief naar compromissen tussen Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Tegelijk werd Castlereagh in eigen land ook geconfronteerd met een sterke isolationistische stroming die opriep zich niet langer met het continent te bemoeien.9 Rusland kwam uit de oorlogen als grootste militaire macht op het continent en was van oordeel – niet onterecht – dat zijn rol doorslaggevend was
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 18
26/09/2022 17:01
het jaar 1815 en de vestiging van de weense orde
19
geweest in de overwinning. Dit mocht voor Aleksandr vertaald worden in een leidende politieke rol in Europa en territoriale winst. Hij wilde het Groothertogdom Warschau, een napoleontische vazalstaat die het grootste deel van het huidige Polen omvatte, inpalmen en andere recent verworven gebieden behouden. Aleksandr droomde ook van een nieuwe Europese confederatie volgens zijn eigen ideeën. Pruisen maakte ook geen geheim van zijn territoriale ambities. Het aasde op Saksen en wilde zijn verspreide territoria, zowel in het oosten als het westen van Duitsland uitbouwen tot aaneengesloten blokken. Het voelde zich immers kwetsbaar voor zowel Frankrijk als Rusland. Het wilde daarom een sterke Duitse Bond, die niet alleen een buffer zou zijn tegen Frankrijk maar ook een middel was om de kleinere Duitse staten te controleren en zijn eigen hegemonie in Noord-Duitsland te vestigen. Van zijn kant besefte Metternich dat de centraal gelegen Oostenrijkse veelvolkenstaat zowel intern als extern uiterst kwetsbaar was en vooral rust nodig had. Hij wilde internationale samenwerking tegen nationalistische en liberale stromingen, maar ook behoud van het machtsevenwicht. Metternich vreesde niet alleen het expansionisme van Frankrijk, maar ook dat van Pruisen en Rusland. Als Pruisen het vorstendom Saksen en Rusland Polen zou opslorpen, zouden ze een permanente bedreiging voor Oostenrijk vormen. Bovendien kon Rusland theoretisch een opmars in het Ottomaanse Rijk beginnen en zo, na Napoleon, een nieuwe gooi naar Europese hegemonie doen, met Oostenrijk als volgende slachtoffer. Eind 1813 had Metter nich al verdragen gesloten met Beieren, Hesse-Kassel en Hannover om zijn invloed in Duitsland tegenover Pruisen te consolideren. Louis XVIII en Talleyrand dachten ook in termen van machtsevenwicht. Ze keken met veel argwaan naar de groeiende macht van Pruisen en wilden de Franse invloed in Italië herstellen, onder meer via de restauratie van de Bourbon-dynastie in Napels-Sicilië. Ze wilden ook de Franse status als grootmacht herstellen. Frankrijk moest opnieuw mee kunnen beslissen over de toekomst van Europa, zowel op de vredesconferentie als later.10
Het Congres van Wenen (1814-1815) Toen het Congres in Wenen van start ging, waren vele afspraken al gemaakt. Alle beslissingen werden bovendien genomen door een informele stuurgroep van de vier grote geallieerden, waarin Talleyrand zich na een tijd ook binnen werkte. Het onderscheid tussen deze vijf grootmachten enerzijds en de rest van de Europese staten anderzijds, werd hier voor het eerst zeer duide-
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 19
26/09/2022 17:01
20
de weense orde
lijk gemaakt en het is tot vandaag een vast gegeven in de internationale diplomatie. Deze manifeste ongelijkheid wekte frustraties bij de andere staten, die zich moesten beperken tot lobbywerk bij de grootmachten. Spanje weigerde zelfs aanvankelijk de Slotakte te ondertekenen omdat het zich onheus behandeld voelde. Naast deze stuurgroep van de vier/vijf grootmachten waren ook specifieke commissies actief, bijvoorbeeld over de regeling voor Duitsland of over het statuut van diplomaten. Naast de grote territoriale en dynastieke kwesties hield het Congres zich immers ook bezig met een aantal andere zaken. Het besprak op Brits initiatief maatregelen tegen de slavenhandel zonder echt resultaat. Op voorspraak van Hardenberg kwam de situatie van de Duitse joden aan bod. Die hadden tijdens de Franse tijd gelijke rechten als de christenen gekregen, maar na de bevrijding begonnen de discriminaties in steden als Hamburg en Frankfurt opnieuw. De Slotakte van Wenen zei dat dit moest stoppen maar het duurde een tijd voor dit, na druk van de grootmachten, ook gebeurde. De Slotakte regelde ook het statuut van diplomaten dat van kracht bleef tot 1961 toen er, opnieuw in Wenen, een nieuwe Conventie werd overeengekomen. Tot slot richtte het Congres van Wenen de eerste moderne technische internationale organisatie op: de Internationale Commissie voor de Navigatie op de Rijn, die tot vandaag de scheepvaart op de Rijn regelt. Alle oeverstaten waren lid.11 De grootste spanningen in Wenen ontstonden over de Pools-Saksische kwestie. De Britten, die de groeiende Russische macht vreesden, pleitten voor het herstel van een onafhankelijk koninkrijk Polen. Maar tsaar Aleksandr wist zeer goed dat de Russische publieke opinie gebiedsuitbreiding wilde als beloning voor de enorme Russische inspanningen tegen Napoleon. Zelf wou hij van Polen een constitutionele monarchie maken met hemzelf aan het hoofd en in een personele unie verbonden met Rusland. De Britten hadden geen vertrouwen in dat plan. Welke garantie was er immers dat de tsaren in de toekomst die liberale constitutie zouden blijven tolereren? Te meer omdat Aleksandr Pruisen wilde compenseren voor zijn verloren Poolse gebieden, door het Saksen te geven. De Saksische koning was Napoleon immers het langst trouw gebleven en moest daarvoor gestraft worden. Dit alarmeerde zowel Oostenrijk als Frankrijk. Talleyrand gebruikte het argument van de dynastieke legitimiteit om het voortbestaan van Saksen te bepleiten, wat tegelijkertijd ook goed uitkwam voor het machtsevenwicht. De kwestie dreigde de vredesconferentie te doen kap seizen. Onder impuls van Talleyrand sloten Groot-Brittannië, Oostenrijk en Frankrijk immers in januari 1815 een geheim verdrag tegen Rusland en Pruisen. Er werd gevreesd voor oorlog. Uiteindelijk aanvaardde de tsaar een compromis. Een deel van Polen werd uitgeroepen tot een koninkrijk Polen
CONFLICT EN SAMENWERKING-proef4.indd 20
26/09/2022 17:01