D/2022/45/331 – ISBN 978 94 014 8745 0 – NUR 840, 847 Vormgeving omslag: Gert Degrande | De Witlofcompagnie Vormgeving binnenwerk: Crius Group © De auteurs, CEGO & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 3000 Leuven België www.lannoocampus.be
Postbus 23202 1100 DS Amsterdam Nederland www.lannoocampus.nl
CEGO Schapenstraat 34 bus 3776 3000 Leuven www.cego.be
5
INHOUD 1.
VISIE OP ZORG
9
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Moet er nog zorg zijn? Zorgvisie onder de loep Geef zorg terug aan de klasleraar Zorg is meer dan remediëren De relatie leraar-leerling als kern van zorg Zorg voor visie
9 10 11 13 15 18
2.
ZORG VOOR KINDEREN
25
2.1 2.2 2.3
Geloven in kinderen Gesprekken met kinderen Tien ingrediënten voor een goede klaspraktijk
25 33 42
3.
ZORG VOOR JEZELF
53
3.1 3.2 3.3 3.4
Zorgen voor jezelf is zorgen voor je leerlingen Van gelukkige leerkrachten leer je het meest Blijf niet bij de pakken zitten. Durf bestaan! Zoek een goede werkomgeving
53 63 65 67
4.
ZORG VOOR COLLEGA’S
75
4.1 4.2 4.3 4.4
Een warm pedagogisch klimaat Excellent onderwijs maak je samen De leerkracht doet ertoe Gesprekken met collega’s
75 78 91 97
6
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
5.
ZORG VOOR OUDERS
107
5.1 5.2 5.3 5.4
Van ouderbetrokkenheid naar partnerschap Omgaan met ouders gaat altijd om maatwerk Gesprekken met ouders Het zorgcontinuüm in acht nemen
107 113 114 121
6.
ZORG VOOR EXTERNEN
125
6.1 6.2 6.3
Ondersteunende partners Brede School-initiatieven Bevriende scholen
125 132 135
TOT SLOT
139
WOORD VAN DANK
141
NOTEN 143
1. VISIE OP ZORG
2. ZORG VOOR KINDEREN
3. ZORG VOOR JEZELF
4. ZORG VOOR COLLEGA’S
5. ZORG VOOR OUDERS
6. ZORG VOOR EXTERNEN
TOT SLOT
9
1. VISIE OP ZORG 1.1
Moet er nog zorg zijn?
Zorgvragen zijn diverser en meer aanwezig dan ooit in ons onderwijssysteem. Een zorgzame school bestaat maar bij de gratie van leerkrachten die tijd en aandacht kunnen geven aan hun kinderen. Zorg op school is geen eenrichtingsverkeer, het is een proces van onderlinge afstemming. Daar komen heel wat partijen aan te pas: ouders, leerkrachten, externen en natuurlijk: het kind. We belichten in de volgende hoofdstukken van ons boek deze partijen afzonderlijk maar ook hoe je tot een gedeelde zorgvisie kunt komen. Bij een sterk zorgbeleid ligt de klemtoon namelijk op de whole-school approach. Iedereen is mee verantwoordelijk. Het kind dat in het zesde leerjaar afscheid neemt en de schoolpoort verlaat, is dankzij ieder teamlid gegroeid tot de persoon die het dan is, van de kleuterjuf die al wist hoe welbespraakt een kind was tot de juf van het derde leerjaar die zich nog een grappig toneeltje herinnert of de turnleerkracht die oogjes zag blinken toen het turnles was en ieder zijn talent mocht laten zien. Het zijn allemaal momenten die van belang waren. Elke leraar doet ertoe vanuit de eigen zorg die hij kan geven. Ieders zorg droeg bij tot de ontwikkeling van dit kind. We duiden in ons boek graag de klasleerkracht aan als belangrijkste aanspreekpunt voor het kind omdat deze in relatie het dichtst bij het kind staat. Zonder relatie geen prestatie.1 Laat zorg inzetten op een warme relatie tussen leerling en leraar en zorg dat de klasleerkracht de eerstelijnsrol krijgt. Leerkrachten moeten geen uitvoerders worden van door anderen bedachte plannen maar zelf het plan in handen kunnen nemen. Leraren verdienen het om gezien te worden, om sterktes in te zetten maar ook om zwaktes onder collega’s te verdelen. Dat vraagt erom na te denken over hoe zorg op school nu aangepakt wordt. In essentie is zorg: tijd nemen, aandacht geven en vertrouwen hebben in groei. Ieder kind, hoe afwijzend ook, wil slechts één ding: geef mij niet op, zie mij. De klasleerkracht is de spilfiguur in de zorg en de zorgcoördinator ondersteunt hem om die rol waar te maken. Het start dus in de eigen klas, met voldoende ondersteuning voor de leraar. Zorg coördinatoren staan momenteel in het brandpunt van de zorg. Zij blijven in hun opdracht zoeken naar een evenwicht tussen het verlichten van de draaglast van leerkrachten en het verhogen van hun eigen draagkracht. Laat het team meer zorgen voor elkaar want ieder kind heeft recht op zorg en we willen dat zorg haalbaar is voor zowel leerkracht als kind.
10
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
Moet er nog zorg zijn? Jawel, er moet nog zorg zijn, maar een zorg die niet krampachtig naar de norm streeft, een zorg die inzet op een warme relatie tussen leerling en leraar en een zorg die de klasleerkracht de eersterangsrol geeft. Elke leraar zorgleraar wil je laten nadenken over hoe jouw basisschool een zorgzame school kan zijn. Met zorg die frisse accenten krijgt en die goed is voor alle betrokkenen. Wij geloven dat elke leerkracht dit kan, vanuit een open geest, een open hart en een open wil.2 Elke leraar is zorgleraar en kan dit.
1.2
Zorgvisie onder de loep
Bedenk vooraf voor jezelf hoe het staat met de zorgvisie van jouw school en laat je inspireren door de verschillende hoofdstukken. Misschien heb je al een mooie zorgvisie maar bedenk dan even: wordt de zorgvisie nog wel eens ter hand genomen op momenten dat er keuzes moeten worden gemaakt? Is ze verbonden aan je schoolvisie? Het grote voordeel van een heldere visie is dat je er altijd op terug kunt vallen. Durf dus kritisch naar de eigen zorgwerking te blijven kijken. Bij een dilemma of moeilijke kwestie op school vraag je dan hardop af: ‘Waarom zouden we dit doen?’ Probeer het antwoord te koppelen aan de zorgvisie. Kun je geen onderbouwd antwoord geven, laat het dan los of ga bewust op zoek naar het ‘waarom’ van de vraag. Daar ligt de basis van warme zorg. Innovatieve bedrijven, met een sterke visie, denken vanuit het ‘waarom’. Vanuit onderstaand model ‘The golden circle’ verklaart Simon Sinek3 hoe je het verschil kunt maken met jouw organisatie. Werk vanuit de ‘waarom-vraag’ naar de ‘hoe-vraag’ en dan naar het ‘wat’. Ook een goede zorgvisie werkt zo. Deze kapstok zul je regelmatig terugvinden in het boek. Als je als team een overtuigend ‘waarom’ hebt, schept dat vertrouwen en loyaliteit bij alle partijen verbonden aan de school.
waarom
wat
Visie op zorg
11
Dopper is heel populair. Op hun website vind je dit: ‘Als iemand vraagt wat Dopper is, zeg dan alsjeblieft, ALSJEBLIEFT, niet dat het een bedrijf voor waterflessen is.’ En toch, we hebben de waterflessen thuis. Waar staat het bedrijf dan wél voor? Waar ligt hun ‘waarom’? De oprichter, Merijn Everaarts, doet dit vanuit een ecologische missie. Waarom moeten we deze flessen kopen en geen andere? Hij wil met zijn bedrijf de plastic soep in de oceanen verminderen. Vanuit deze missie is Dopper ontstaan. Het is toch beter water uit de kraan te nemen en in een Dopperfles te doen dan een pak flessenwater aan te kopen? Met de aankoop van een fles Dopper verspreid je dus mee de ecologische boodschap. Dit bedrijf heeft duidelijk visie.
1.3
Geef zorg terug aan de klasleraar
Gezocht: leerkrachten Als je er eentje bent, als je er eentje kent, als je er een gehad hebt, lang geleden of recent, dan weet je het gewis: sinds mensenheugenis, hoe onbetaalbaar wezenlijk een goede leraar is.4
Elke leerkracht is per definitie een zorgleerkracht omdat zorg en leren samen horen. Het gaat niet om aparte zaken. Dit betekent dat alle leerkrachten op hun eigen manier met zorg bezig zijn en dat het niet iets exclusiefs voor de zorgleerkracht of zorgcoördinator is. Bovendien is het zo dat de klasleerkracht de best geplaatste persoon is om zorg te verlenen aan de kinderen van zijn klas. Hij staat er het dichtst bij en kent hen het beste.
MEESTER WOUTER VERTELT Ik vond het altijd belangrijk om elk kind in mijn klas een compliment gegeven te hebben tegen het einde van de dag. Het werd soms zelfs een dagdoel voor mezelf. Op oudercontacten wou ik kunnen vertellen wie dat kind was dat bij mij in de klas zat. Ik moest ze dus kennen. Toen ik een schooljaar 28 kinderen in de klas had, leek me dat precies niet meer zo goed te lukken. Soms vroeg ik me ‘s avonds thuis af of ik iedereen wel gezien had, of ik iedereen wel een schouderklopje gegeven had. Vanaf dan ben ik gestart met elke ochtend aan mijn klasdeur te staan. Bij aanvang van de dag keek ik elk kind in de ogen, nam tijd om goedemorgen te zeggen en probeerde ik kort contact te maken. Het voelde eerst wat onwennig maar na een tijdje merkte ik dat de kinderen dit heel fijn vonden en sneller contact met me zochten.
12
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
We hoeven tijdens het schooljaar niet alles als zorg te bestempelen en te melden aan het zorgteam. De beste leerhulp die je kinderen kunt geven, is goed onderwijs geven. Een zorgzame leraar zal in de klas veelvuldig observeren en monitoren welke groeiweg een kind aflegt. Via gerichte ondersteuning, zoals bijvoorbeeld het meespelen, kindgesprekken, effectieve feedback, kan een zorgzame leerkracht het verschil maken. Zet kinderen aan het denken en ga met hen in een diepgaander gesprek op zoek naar het waarom van hun acties. Blijf niet hangen bij de uitkomst of bij het wat. Laat ze zelf nadenken over hun leerproces en een volgende stap bedenken. Voel je als leraar aan dat er iets wringt bij een kind, ga dan op regelmatige basis in dialoog en laat eventueel iemand van het zorgteam de klas overnemen. Om elke leerkracht zorgleerkracht te laten zijn of worden, zijn er ook wel structurele ingrepen nodig. Om te beginnen kan erover nagedacht worden of je met specifieke zorgleerkrachten wilt werken en of je ze ook zo wilt blijven noemen. Elke leerkracht begeleidt namelijk kinderen op hun groeiweg. De term ‘kindbegeleider’ dekt dan meer de lading. In elk geval is het nodig om op zoek te gaan naar meer handen in de klas, op meer tijdstippen in de week. Het vraagt moed om na te denken over andere systemen om leerlingen te groeperen of om leerkrachten anders of breder in te zetten in de school.
Je kunt evolueren naar een wisselend zorgteam waarbij alle leerkrachten die in dezelfde graad werken flexibeler ingezet worden. Zo heb je een ‘helikopter-leerkracht’ per klas die het overzicht behoudt, maar verder kunnen de taken, al naargelang de talenten van de leerkrachten, verdeeld worden. Als er een zorgoverleg omtrent de aanpak van de hoogbegaafdenwerking plaatsheeft, dan kan dit vooral bedoeld zijn voor de leerkracht die daar het meest feeling voor heeft en er ook zin in heeft. Als de rekenmethode aan een kritische blik wordt onderworpen, is dat voor de wiskunde- expert. Zo wordt er gewerkt met wisselende teams van begeleiders en wordt zorg een meer gespreid en gedragen verhaal.
Ieder kind heeft recht op een goede, warme basiszorg. Een klasleerkracht dient hierin het meest te investeren. Kinderen evolueren sprongsgewijs en leerkrachten zijn best in staat om deze sprongen in te schatten. Een leerling van het eerste leerjaar die in december nog niet vlot kan splitsen tot 5, daarover maken we ons nog geen zorgen. We kijken hoe de evolutie is. Een vierjarige die nog geen koprol kan, hoeft geen probleem te zijn. We volgen het kind op door gericht te observeren en stimuleren het. Door actief op zoek te gaan naar betrokkenheidsverhogende factoren zorgen we voor nog meer leerwinst en vooruitgang.5 Een zorgzame school heeft aandacht voor het proces dat kinderen doorlopen en zet het ervaringsgerichte centraal, met aandacht voor hun welbevinden en hun betrokkenheid.
Visie op zorg
13
Sommige leerlingen hebben maar even zorg nodig, bij anderen gaat de zorg veel verder. Je kunt zorg in de klas uitbreiden en dan kinderen verhoogde zorg bieden. Dit zie je hieronder visueel op de figuur van het zorgcontinuüm. In fase 0 en 1 blijft de klasleraar de spil van de zorg. Houd jezelf onder controle en noteer niet elke stap in het kindvolgsysteem. Houd je aan de essentie. Zie het zorgcontinuüm als een flexibel systeem waar kinderen starten in fase 0, dan even naar fase 1 gaan, om terug te kunnen keren naar fase 0. De noden van kinderen zijn namelijk niet strikt af te lijnen in vakjes. Waar uitbreiding van zorg nodig is (fase 2), bespreek je dit tijdig met het CLB.
e
vis rg Zo
Fase 2 Uitbreiding van zorg
isi rgv Zo
ie
Fase 3 IAC
Fase 1 Verhoogde zorg Fase 0 Brede basiszorg
Zorgvisie
1.4
Zorg is meer dan remediëren
Elk kind verdient aandacht. Je goed voelen op school, jezelf kunnen zijn, genieten van het schoolse gebeuren, is dat geen wens voor elk kind? Helaas is zorg op school vaak niet procesgericht maar eerder gericht op prestatie. Zo is zorg gaandeweg iets geworden van herstellen en bijspijkeren. Met die visie is het voor sommige leerkrachten onhaalbaar geworden om alles bij te houden, iedereen bij te werken. Durven we dus buiten onze klassieke zorgvragen denken als we inzetten op zorg? Er gaan nu heel wat middelen en ondersteuning naar zorgleerlingen en toch minderen de zorgvragen niet. Zorg zou beter uit dat smalle segment van remediëren weggehaald worden. Inzetten op warme, brede basiszorg voorkomt nadien heel wat remediëring. Net zoals er voor kinderen een plan rond taalontwikkeling, motoriek of rekenvaardigheid wordt opgestart, kunnen zij ook nood hebben aan ondersteuning op vlak van het socio-emotionele. Eigenlijk is al het werk van leerkrachten terug te brengen tot deze
14
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
essentiële opdracht: bevorderen van positieve ingesteldheid en angsten wegnemen. Kinderen zitten vaak ook nog gevangen in hun eigen verlangens. Het trage werk van de leraar bestaat erin kinderen te helpen inzicht te krijgen in hun verlangens en op die manier te ontdekken welke verlangens zullen helpen om het eigen leven goed te leven, en welke verlangens daarbij in de weg staan. Die zorg kan elke leraar geven. Als we weten dat de kalenderleeftijd van een kind niet altijd gelijk loopt met de mentale leeftijd, moeten we als leraar ook zorgzaam reageren op het gedrag van elk kind. Eenzelfde aanpak werkt niet voor ieder kind. Door begrip te tonen, erover te praten, kan spanning bij kinderen in de klas verminderen en kan vroegtijdige schoolmoeheid beperkt worden. Klasleerkrachten zorgen dus best voor een warm klasklimaat en zetten zo preventief in op zorg. Met ‘zorgenkinderen’ gaan we schooltje spelen en juist zij hebben misschien wel een andere aanpak nodig.
Voorzie boeken op school die aansluiten bij gevoelige thema’s. Een prentenboek kun je vaak bij meerdere leeftijden gebruiken. Laat je adviseren door iemand met kennis van kinderboeken of bekijk via Iedereen Leest, Pluizer of Pluizuit recensies van boeken die ertoe doen. Vaak komt een boek te laat en heb je het nodig als de situatie zich al voordoet. Stel eventueel koffers samen rond een thema. Denk aan koffers rond rouwen, scheiden, pesten, anders zijn… Investeer ook in kindvriendelijke boeken rond leerproblemen zoals bij moeilijke lezers, hoogbegaafdheid, beweeglijke kinderen… Dit kan voor kinderen, maar ook voor ouders, verhelderend werken.
Zorg is ook nodig buiten de klasmuren want leren gebeurt niet enkel tussen de vier muren van de klas. Als je het aantal uren per week telt dat kinderen op school doorbrengen, zijn dat er best veel. Sommige kinderen zitten als eerste en tot de laatste in de opvang. Hoelang telt een gemiddelde werkweek bij volwassenen? Maak een snelle rekensom en je weet dat sommige kinderen meer uren per dag bij jou op school aanwezig zijn dan een gemiddelde volwassene op het werk. Kunnen we ook op andere plaatsen dan in het klaslokaal, en op schoolniveau, inzetten op warme zorg? Ouders melden vaak dat kinderen op school het toiletgebruik uitstellen tot ze terug thuis zijn wegens niet of onvoldoende hygiënisch. Kinderen houden wel eens slechte herinneringen over aan hun lagereschoolperiode omdat het blijven eten geen aangename ervaring was.
JUF EVELINE VERTELT De refter is de plek waar je als leerkracht liever geen toezicht wilt houden, tenzij je graag met de vinger wijst, politieagent speelt, maar dan nog. Met het ‘Eten à la carte’ willen
Visie op zorg
15
wij de leerlingen (vanaf het derde leerjaar) laten kiezen wanneer ze hun boterhammen gaan opeten in de refter. De leerlingen nemen tussen 12u20 en 12u50 zelf de tijd om te gaan eten in de refter. Op deze manier willen wij ze wat meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid geven. Dit systeem zorgt er ook voor dat er geen al te grote groepen in één keer naar binnen gaan, het lawaai is dan ook heel wat minder. Ze mogen kiezen wanneer ze gaan eten. Willen ze liever eerst spelen, dan doen ze dat. Gaan de kinderen eerst eten zodat ze daarna gerust kunnen verder spelen? Even goed! Je geeft de kinderen verantwoordelijkheid en zo zorg je mee voor een gemoedelijke sfeer in de refter.
1.5
De relatie leraar-leerling als kern van zorg
Bij een goede zorgvisie stellen we dat elke leerkracht ertoe doet en het verschil maakt. Dat kunnen we ook staven uit onderzoek. Een van de boeiendste onderzoeken die Hattie omschreef is deze waarbij de relatie van de leerkracht en het kind centraal staat.6 Uiteindelijk moet je als leerkracht maar één ding aan je kinderen laten blijken: ik hoor je en ik zie je.
Ga ’s morgens tien minuten vroeger naar de klas en laat de kinderen rustig binnendruppelen. Ze kunnen het materiaal van thuis al uithalen (leestas, huiswerk, heen-en-weerboekje, knabbels…) en sorteren in de juiste bakken. Wie wil kan al even een boekje lezen of in een rustige hoek spelen. Jij bent aanwezig om een warm gesprekje te voeren en de grootste ochtendzorgen weg te nemen. Laat de rustige start nog even doorgaan na het belsignaal of werk zonder rijen en een belsignaal. Je wint ’s morgens heel wat tijd en bent direct aanspreekbaar als leerkracht. Betrek je ook de ouders? Ze kunnen de kinderen in de klas afzetten en je wint aan ouderbetrokkenheid.
Elke maandagochtend is er gedurende tien minuten een praatcafé. Er zijn (vrije) hoekjes in de klas waar kinderen gedachten kunnen uitwisselen met elkaar en met jou. Jij bent altijd beschikbaar en kunt naar de kinderen luisteren. Leg eventueel praatkaartjes of prenten klaar om het gesprek op gang te krijgen. Doe je het ook eens met echte drankjes? Varieer in je opdrachten: •
een tekening maken over het weekend;
•
een tijdlijn maken over het weekend;
•
stellingen over het weekend bespreken;
•
een prent, smiley, lied zoeken passend bij het weekend.
16
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
Zorg gaat dus niet alleen over de kinderen, maar ook over de relatie. De oplossing zit vaak in de aandacht voor de relatie. Neem het perspectief van het kind, vanuit een nieuwsgierige rol, en vermijd te oordelen. Denk zonder oordeel over kinderen, over ouders, over collega’s. Ga authentiek in dialoog. Ontwikkel samen een gevoel van partnerschap.
In het onderwijs leren leerlingen nooit alleen van datgene wat we hen voorschotelen of van hen vragen. Ze leren niet alleen van de onderwijsinhoud, maar ze leren ook, en misschien vooral, van hoe we met hen omgaan. Leerlingen zijn heel goed in het waarnemen van tegenstrijdigheden tussen wat leraren zeggen en wat ze doen. In onderwijs is het ‘hoe’ daarom net zo belangrijk als het ‘wat’.7
Probeer eens een dag niet te oordelen over iemand of over een situatie. Lukt je dat? Vul nadien eens een dag vol oordelen. Het start al bij de rit naar school. Wat gaf je de meest positieve energie? Wat vond je moeilijk?
Wanneer je aandacht hebt voor jouw leerlingen en betrokkenheid toont in wat er leeft bij hen, dan ben jij hun beste zorgleraar. Investeer dus bewust in de relatie met je leerlingen, zowel individueel als met de groep. Dat start al in september tijdens ‘de gouden weken’, de eerste schoolweken, waar je tijd en ruimte voorziet om aan groepsbinding te doen maar ook om een band aan te gaan met jouw leerlingen. Door dit bij aanvang van het schooljaar te doen, zet je direct in op verbinding en laat je ook zien dat je hieraan waarde hecht. Waar er in het begin vaak vanuit tucht wordt gedacht, brengt werken aan verbinding rust in de klas. Duidelijke klasafspraken worden hier gevormd en deze neem je mee voor de rest van het schooljaar.
Activiteiten tijdens de GOUDEN WEKEN •
• •
Maak een doosje met samenwerkingsopdrachten die je tijdens de gouden weken kunt uitvoeren. Tussen de lessen door trek je een briefje en laat je een opdracht uitvoeren. Deze opdrachten kun je tijdens het schooljaar laten terugkomen. Laat ook leerlingen opdrachten bedenken om in het doosje te steken. Een kennismakingsbingo waarbij kinderen gelijkenissen bij elkaar kunnen ontdekken. Werk met foto’s, beelden, picto’s en niet enkel met woorden. In groepjes positieve slogans ontwerpen rond warm klasklimaat. Nadien stemmen met de klas welke poster een heel schooljaar aan de deur mag hangen.
Visie op zorg
•
•
•
17
Een kort spelletje tussenin: De juf/meester zegt… Laat kinderen muisstil op hun plekje staan. Als de leerkracht zegt ‘de juf/meester zegt…’ moeten ze deze opdracht per twee uitvoeren. Als de leerkracht enkel de opdracht zegt (dus zonder ‘de juf/meester zegt…’) moeten ze deze opdracht niet uitvoeren maar doen ze dit wel, dan liggen ze uit het spel. Die kindjes mogen nu mee in de jury bij de leerkracht. Een afsluitend spel van de dag: Ga zo snel mogelijk en zonder te praten op een rij staan van … naar …. Dat kan alfabetisch, op schoenmaat, op geboortemaand, op huisnummer… Plan de teambuilding, openluchtklassen bij aanvang van het schooljaar en leer je kinderen op een andere manier kennen.
Door het jaarklassensysteem is de opvolging van kinderen niet evident. Elk jaar opnieuw moet een kind investeren in een relatie met de klasleerkracht. Elk jaar opnieuw moet een klasleerkracht investeren in nieuwe relaties met ouders en kinderen. Er gaat veel informatie verloren door telkens opnieuw deze stop in juni en heropstart in september. Er gaat vaak zorginfo verloren en zorg wordt soms zelfs verwarrend want het zorgoverzicht bewaken is een hele kunst. Daarom is het systeem van ‘looping’, een leerkracht die twee jaar bij dezelfde klas blijft, te overwegen. De leraar volgt eigenlijk dezelfde klasgroep nog een jaartje langer op. De zorgcoördinator blijft wel degene die het algemene overzicht blijft behouden maar hier kan ook gekozen worden voor een graads- of leergroepcoördinator die dit van nabij opvolgt. Looping heeft vele zorgvoordelen: • de kindkennis blijft goed geborgen; • er moet minder energie gestoken worden in het kindvolgsysteem; • de band met de ouders, de leraar en het kind kan verdiepen; • de leerkracht kan de leerstof beter afstemmen op de individuele noden van elke leerling.
JUF JESSIE VERTELT Ik zie mezelf als een rustige, empathische zorgcoördinator maar ik herinner me toch een moment in mijn carrière waarop ik ziedend een overleg verliet. Het ging over een van mijn zorgleerlingen: Bruce. Bruce werd voor het eerst aangemeld in het eerste leerjaar. De juf maakte zich wat zorgen omdat Bruce trager leerde dan zijn klasgenootjes. Maar eigenlijk lukte het hem wel. Tijd was wat hij nodig had. De juf van het eerste leerjaar had een goede band met Bruce. Bruce kon en mocht zichzelf zijn in de klas. Toen hij naar het tweede leerjaar ging was deze juf minder begripvol. Hij werd regelmatig aangemeld bij de zorg en zat vaak apart in het zorgklasje. Zijn motivatie ging achteruit, zijn resultaten ook.
18
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
Toen Bruce in de tweede graad zat probeerden we een vertrouwensleerkracht aan hem te koppelen. Iemand die hem terug vertrouwen kon geven. Dat vonden we in de juf van het eerste leerjaar die toen net zorgleerkracht werd. Het werkte! De relatie zat goed en zij voelde waar Bruce nood aan had. Ook de turnleerkracht werd ingeschakeld omdat sport echt in zijn interesseveld lag. Hier werd me duidelijk: de relatie moest voorop. Bruce kreeg terug vertrouwen in zichzelf. Het voelde zo goed om het verschil te kunnen maken voor die jongen door deze kleine ingreep. Toen de juf van het vijfde leerjaar, het jaar nadien in januari, zei dat hij vast naar de B-stroom zou gaan, heb ik woedend gereageerd. Ik heb gestreden voor Bruce om samen te zoeken naar wat voor hem zou werken. Wat voelde het als een overwinning toen we hem in het zesde leerjaar toch dat getuigschrift konden geven! Samen met de ouders zochten we naar een middelbare school die voor hem kon werken. En weet je, hij heeft op het einde van het middelbaar toch mooi zijn diploma gehaald. Als zorgcoördinator vergeet je dergelijke leerlingen nooit.
1.6
Zorg voor visie
Het schrijven van een zorgvisie en erover communiceren kan verlopen in de onderstaande zes stappen. Die kunnen door elkaar lopen, maar zijn een indicatie voor de manier waarop een visie concreet kan uitgewerkt worden. Volgende stappen kunnen je op weg zetten.
Stap 1: Binnen de schoolvisie pas je ook je zorgvisie in Begin eraan. Schrijf een kladversie van je visie op zorg. Ga met een beperkt groepje aan de slag, meestal is dat de directeur met de zorgcoördinator. Vertrek vanuit je schoolvisie en de kenmerken van zorg. De zorgvisie is de vertaling hiervan. Staat er bijvoorbeeld in de schoolvisie: ‘Bij ons is elk kind uniek. We werken kindgericht’, dan kan het in de zorgvisie zo klinken: ‘Termen als achterstand, vooruit zijn, zwakbegaafd of hoogbegaafd gebruiken we niet meer.’ Bij die bouwstenen die relevant zijn voor zorg, leg je in het kort klemtonen voor een zorgzame school. Beschouw de tekst als een werkversie die in de volgende stappen nog heel andere kanten op kan gaan. Dit kan starten met kernwoorden, later volzinnen, tot een korte tekst. Beperk je tot een A4’tje. Als je aan leerkrachten hun visie vraagt en ze moeten eerst in de documenten duiken om het te kunnen zeggen, dan is het allicht niet helder genoeg of te uitgebreid. Des te korter, des te krachtiger.
Visie op zorg
19
Doe met je team de oefening op de elevator pitch. Dit is een betoog van ongeveer zestig seconden waarin je een idee verkoopt. De naam is gebaseerd op de korte tijd die je hebt om je verhaal te doen. Net zoals je instapt in de lift, samen met een toevallige aanwezige aan wie je dit wilt presenteren, in de tijd om van het gelijkvloers naar de dertigste verdieping te gaan. De kern van je visie of missie zou je in een elevator pitch moeten kunnen pakken.
Een school koos voor de volgende bouwstenen vertaald op kindniveau:
Samen leven
Op eigen benen
We respecteren elkaar
We kunnen het zelf
Sterke didactiek
Op maat van elk kind
Communicatie
We leren met plezier
We zijn trots op onszelf
We spreken klare taal
Bij de bouwsteen ‘op maat van elk kind’ werden volgende zaken specifiek voor zorg toegevoegd: •
kinderen krijgen kans om hun talenten te laten zien in onze school;
•
we respecteren het groeitempo van elk kind;
•
we wapenen kinderen om met druk van buitenaf om te gaan.
STap 2: BevrAAG de leerKrAchten Betrek de leerkrachten door hen concreet te bevragen. Geef hen bijvoorbeeld open vragen als: • Wat is voor jou wezenlijk voor goede zorg in je klas? • Geef drie kernwoorden die zeker bij onze zorgvisie moeten horen. • Als je aan onze zorgvisie denkt, aan welke uitdrukking, zegswijze, beeld of lied denk je dan? Laat leerkrachten hun inbreng samenleggen en vergelijk nu met je eerste kladversie. Je kunt hiervoor de techniek van de placemat gebruiken. Rond een groot blad zitten drie à vier collega’s die samen nadenken over bovengestelde vragen. Eerst noteert ieder op het eigen stuk het antwoord, om nadien in het middenvak een gedeeld antwoord te vinden. Deel tenslotte met de grote groep je bevindingen.
20
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
Je kunt ook een ‘zorgwandeling’ in kleine groepjes organiseren en op verschillende stopplaatsen een vraag over zorg via Whatsapp of Mentimeter laten beantwoorden. Bij terugkomst, en na het lezen van al die berichten van elkaar, kan er op grote flappen voluit geschreven worden wat elke leerkracht voor de zorg in de school belangrijk vindt.
Stap 3: Bevraag kinderen en ouders Het is belangrijk te weten hoe de kinderen en de ouders de zorg ervaren. Meestal worden ze schriftelijk bevraagd of via digitale weg, maar je kunt ook met een aantal focusgroepen werken. Met kindgesprekken kan wel heel wat waardevolle info ingewonnen worden. Toets deze bevindingen van beide betrokkenen af met je eerste kladversie. Op basis van antwoorden van leerkrachten, kinderen en ouders maak je een tweede versie van je zorgvisie.
DIRECTEUR ANN VERTELT Wij bevroegen alle leerlingen omtrent de zorg in de school, en kregen van een kind als antwoord: ‘Ik vind dat de school zich veel zorgen maakt om kleine dingen!’ Een duidelijk antwoord voor ons dat een teveel aan zorg het individu klein kan maken of de groep kan verlammen.
Visie op zorg
21
Stap 4: Verken onderzoeksgegevens Een laatste stap in het vervolledigen van het beeld rond je zorgvisie is het verkennen van onderzoeksgegevens binnen dit domein. Wat zegt onderzoek? Is wat je schrijft ook vanuit wetenschappelijk onderzoek onderbouwd? Klopt het wat leerkrachten (of kinderen of ouders) zeggen met wat wetenschappelijke studies aangeven? Maak op basis van deze wetenschappelijke insteek je definitieve eigen zorgvisie. Qua timing duurt het doorlopen van stap 1 tot 4 ongeveer drie tot vijf maanden.
Stap 5: Van visie naar actie Je hebt nu je definitieve zorgvisie geformuleerd. Het is op dit moment belangrijk om te zien waar je als school staat tegenover deze visie en om te verkennen welke stappen er gezet moeten worden om deze visie op korte termijn te kunnen realiseren. Om de visie voldoende concreet te maken, kunnen de bouwstenen of leidende principes vertaald worden naar grondstromen. Grondstromen geven richting aan het beleid en zijn de rode draad voor het team.
Een school heeft in zijn visie als bouwsteen ‘RELATIES’. Vertaald in de zorgvisie is dit: •
zorg is de gedeelde verantwoordelijkheid van klasleerkracht en zorgteam;
•
kinderen leren van elkaar;
•
ouders zijn volwaardige partners.
Als grondstroom is dit: •
kinderen leren van en met elkaar: samenwerkend of coöperatief leren;
•
praten met het kind, niet over het kind, op oudercontacten.
Deze grondstromen worden op hun beurt nog concreter en helderder gemaakt door ze te vertalen naar effecten die we willen zien/voelen in de klas bij kinderen en bij leerkrachten. We bewaken dat elke leerkracht uniek is en voor zichzelf mag invullen hoe hij deze grondstroom vormgeeft. Per leerjaar wordt wel gestreefd naar uniformiteit. Dit is een werk dat je opzet samen met het hele team. Nadat men deze grondstromen heeft vastgesteld, en na een eventuele experimenteerperiode, worden deze niet meer in vraag gesteld voor de eerstkomende periode.
22
ELKE LERAAR ZORGLERAAR
Voorbeeld GRONDSTROMEN
We willen toch ook nagaan in hoeverre deze effecten gerealiseerd worden en waar mogelijk bijsturing nodig is. Vandaar dat we ook best vastleggen hoe we die nagestreefde effecten zullen opvolgen. Per schooljaar zou je een drietal grondstromen kunnen kiezen die je in de focus zet. In een helder tijdspad kan aangegeven worden tegen wanneer we wat willen gerealiseerd zien. Er kan op basis van coaching nog differentiatie in de aanpak worden besproken.
Richtvragen voor het gesprek met de leerkracht: •
Gebeurt het? Zie je het (vaak) genoeg?
•
Hoe pak jij het aan?
•
Waar ben je trots op?
•
Waar zit jouw groeikans?
Stap 6: Communiceer je visie naar alle betrokkenen Het is belangrijk de visie bekend te maken aan alle betrokkenen. Zorg ervoor dat iedereen weet wat de zorgvisie is. Afficheer je visie op de deuren van de klassen. Denk eraan: beperk tot een A4. Geef aan dat iedereen altijd kritische vragen mag blijven stellen en dat suggesties welkom blijven omdat een visie mee evolueert met de ontwikkelingen die een school doormaakt.