Skip to main content

9789401487443_3ff57298ba2cbf

Page 1

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 3

3/02/2023 12:28


D/2022/45/330 – ISBN 978 94 014 8744 3 – NUR 840, 847 Vormgeving omslag: Adept vormgeving Vormgeving binnenwerk: Wendy De Haes © Jan Royackers & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 3000 Leuven België www.lannoocampus.com

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 4

Postbus 23202 1100 DS Amsterdam Nederland

3/02/2023 12:28


5

INHOUD Magische Meesters 1 Zelfbewust meesterschap

6 11

Starten bij jezelf

13

Wie ben jij?

16

Wie ben jij als leerkracht?

22

Toegroeien naar meesterschap als leerkracht

45

2 Pedagogisch meesterschap

55

Leerlingen en hun ijsberg

57

Factoren die ontwikkeling beïnvloeden

58

Een blik op de controlekamer: de hersenen

60

Cruciale executieve functies

65

Wanneer het leren en de ontwikkeling stokken…

67

Motivatie als motor tot leren

70

Wat betekent dit voor jou als leerkracht?

74

Even samenvatten

80

3 Didactisch meesterschap

83

Zo wordt informatie kennis

85

Fases in het leerproces

88

Rekening houden met verschil: binnenklasdifferentiatie

89

De didactische cyclus

92

De kracht van vragen en interactie

165

Even samenvatten

173

Nabeschouwing

175

Dankwoord

177

Bronnen

179

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 5

3/02/2023 12:28


6

MEESTER IN LESGEVEN

MAGISCHE MEESTERS Ik zat nieuwsgierig als Erasmusstudent in een Granadese aula voor mijn eerste les Spaanse poëzie. Dat moet in het jaar 2004 geweest zijn. Met vrolijke tred trad professor Luis García Montero de aula binnen. Hij sprong op zijn desk en haalde uit zijn binnenzak een notitieboekje. Vol enthousiasme declameerde hij een gedicht. ‘Zo,’ beëindigde hij, ‘hoe vonden jullie dat? Vannacht geschreven om 2 u. Mijn vrouw lag te snurken.’ Het publiek gniffelde. In het imposante lijstje van positieve proffenkenmerken dat de studenten toedichtten aan Luis García Montero kon dat vleugje humor alvast worden aangevinkt. Mijn verwachting voor die eerste les poëzie was simpel. Vraag: ‘Wat is poëzie?’ Antwoord: eerst een beetje ‘die-vindt-dit’ en dan wat ‘die-vindt-dat’, en dan een vage definitie. De vraag werd wel degelijk gesteld in de broeierige aula. Of nee, de vraag was: ‘Was dit poëzie?’ Er ontspon zich een interessant debat tussen studenten en prof over zijn nachtelijke schrijfsel. En over veel meer. Het antwoord was net iets minder eenduidig dan ik had verwacht. We spraken over mogelijkheden, interpretaties en nuances, niet over juiste en foute antwoorden. Dat laatste was ik nochtans gewend. Zelfs wanneer het over poëzie ging. De student die een relevant verslag wilde schrijven van die les en na nalezing door de prof liet kopiëren voor alle medestudenten, mocht een examenvraag laten vallen wanneer het voldeed aan drie criteria: volledigheid, beknoptheid, overzichtelijkheid. Voor het eerst had ik het na de les met mijn medestudenten vrijwillig over poëzie en de (on)zin daarvan. Maar daar bleef het niet bij.

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 6

3/02/2023 12:28


Magische Meesters

7

De lessenreeks was opgebouwd rond de figuur van Federico García Lorca, een Spaanse dichter die vermoord werd aan de vooravond van de Spaanse Burgeroorlog in 1936. De prof was nog bevriend geweest met andere Spaanse dichters uit hetzelfde dichterscollectief. Ondertussen is Luis García Montero een gerenommeerd Spaans dichter met een behoorlijk indrukwekkend palmares. Mijn masterthesis die ik twee jaar later indiende, ging uiteindelijk over… Federico García Lorca. Ik heb me nog vaak afgevraagd vanwaar die diepe impact kwam die García Montero op mijn denken en doen had. Die impact voelde magisch. Magisch Meesterschap. Ik stelde me de vraag als student, maar later ook als leerkracht Frans in Schaarbeek en Leuven, en als Leerkracht zonder Grenzen in Rwanda. Was het toeval dat ik mijn leerlingen op hun bank liet staan terwijl ze politieke pleidooien hielden in het zesde middelbaar? Dat ik razend enthousiast werd toen ik merkte dat mijn ervaren collega’s al werkten met keuzeopdrachten? Dat ik naar de les trok met een waslijst aan vragen over en rond teksten, maar zonder vaststaande antwoorden? Ik ben zeker van niet. Mijn wandelingen naar de campus, zowel in Leuven als in Granada, mijn ervaring als instructor in het jeugdwerk, de jaren erna voor de klas, als onderzoeker en als onderwijsbegeleider verscherpten mijn beeld op wat meesterschap in de klas nu juist is. Voor mij valt het uiteen in vier grote componenten. De eerste component is passionele kennis van je vak, of vakinhoudelijk meesterschap. De liefde voor een vak overbrengen is cruciaal. Echte vakkennis is ook nooit eindig. Eens je jezelf vragen begint te stellen, stop je niet meer. En net die constante zoektocht naar Waarheid en Mogelijkheid toont aan je leerlingen wat leren is: zoeken, observeren, vragen, beantwoorden, twijfelen, slagen en falen, denken, doen, analyseren, synthetiseren… Het stopt nooit. En net dat idee dat je samen met hen een tocht aanvat die ook voor jezelf oneindig leerrijk is, is magisch. De tweede component is bevlogen kennis van lesgeven, of didactisch meesterschap. De juiste verpakking zoeken voor je boodschap is minstens even cruciaal als de boodschap zelf. Didactiek is een groeiende uitdaging. Ze vraagt niet alleen een grote kennis van je vak, maar ook van je publiek en de ondersteuningsbehoeften die het heeft om tot goed leren te komen. Dat brengt me naadloos bij de derde component.

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 7

3/02/2023 12:28


8

MEESTER IN LESGEVEN

De derde component is professionele kennis van leerlingen. Noem het pedagogisch meesterschap. Ken je publiek, ken je leerlingen, zoek een manier om hen mee te nemen op een boeiende tocht. De ‘jeugd van tegenwoordig’ verschilt helemaal niet zoveel van ons, toen we hun leeftijd hadden. Ze zitten met fierheid en angst, twijfel en trots, camoufleren onzekerheid met uitbundigheid en zoeken naar een manier om zichzelf en de wereld graag te zien. Wel enorm verschillend zijn de wereld waarin ze opgroeien en de invloeden die op hen inwerken. En dus liggen de uitdagingen waarmee ze worstelen ook anders. De huidige maatschappij is er een in constante verandering. Door technologische evoluties, migratiestromen, buitenlandse conflicten die binnenlands doorschemeren, sneuvelende waarden, nieuwe zekerheden en voorbijfladderende hypes… De vierde component is de basis van waaruit alles vertrekt. Zelfbewust meesterschap. Diepgaande kennis van jezelf als leerkracht, van wie je bent, waar je voor staat en gaat in onderwijs en daar consequent naar handelen. In wezen komt het erop neer dat je bewust bezig bent met de keuzes die jij kunt maken om je taak als leerkracht zo doeltreffend mogelijk waar te maken en daarbij ook het gevoel te hebben dat je kunt doen wat je te doen staat in het leven. Ik had een boek kunnen schrijven waarin ik een hele reeks tips en tricks neerschreef om je lessen nog beter te maken. Verderop in dit boek zul je ook delen tegenkomen die dat opzet benaderen. En toch zou het niet kloppen mocht ik me daartoe beperken. Het houdt een totale miskenning in van alle wijsheid die al in je schuilt, van je al opgedane ervaringen, je inzichten, je identiteit. Want wie of wat jou ook probeert te zeggen wat goed lesgeven is, uiteindelijk zullen het niet de tips zijn die je slaafs volgt waardoor je het gevoel zult hebben dat je meesterschap een hoogtepunt bereikt. Alles staat of valt bij de keuzes die je zelf maakt op het vlak van vakinhoud, pedagogie en didactiek. Het maken van die weloverwogen keuzes, die passen bij wie je bent en die goed afgestemd zijn op de context waarin je lesgeeft, vraagt een grote mate van zelfbewustzijn. Aan de basis daarvan ligt een onderzoekende houding: een houding die oude zekerheden durft loslaten om plaats te maken voor nieuwe inzichten of hernieuwde overtuiging. Een vragende basisopstelling waarbij je alle onderdelen van je lespraktijk, en niet in het minst je eigen denken en handelen, positief-kritisch tegen het licht houdt. De impact van dit

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 8

3/02/2023 12:28


Magische Meesters

9

boek wordt mee bepaald door de mate waarin je de tijd neemt om de inhoud te laten doordringen en aan de slag te gaan met de reflectievragen. In dit boek belicht ik drie componenten uitvoerig. Op de eerste plaats staan we stil bij jouw zelfbewust meesterschap. We gaan op onderzoek naar wat jou drijft in onderwijs. In het tweede deel staan we stil bij je pedagogisch meesterschap. Als laatste maken we de concrete vertaling naar je lespraktijk en staan we stil bij je didactisch meesterschap. Bij vakinhoudelijk meesterschap blijf ik niet stilstaan, dit is geen inhoudelijke cursus over je leerstof. Ze waren bijzonder impactvol, die momenten waarop ik beïnvloed werd door Magisch Meesterschap. Bovendien ben ik me er uitermate van bewust dat wie magisch is voor de ene, tragisch kan zijn voor de andere. Of één van de vele gradaties daartussen. En toch boeit me de vraag: hoe zorgen we ervoor, met alle leerkrachten, docenten, proffen en begeleiders samen, dat leerlingen en studenten tijdens hun schoolcarrière mogen proeven van magie?

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 9

3/02/2023 12:28


MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 10

3/02/2023 12:28


1

ZELFBEWUST MEESTERSCHAP

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 11

3/02/2023 12:28


Wie ben jij? Wie ben jij als leerkracht? Een groot zelfbewustzijn rond je eigen zichtbare en onzichtbare identiteit kan je effectiviteit als leerkracht verhogen. Wie zichzelf goed kent, staat sterker. In dit hoofdstuk staan we stil bij belangrijke aspecten die je gedrag als leerkracht kunnen bepalen: je visie op leerkracht zijn, je visie op onderwijs, de bril waarmee je naar leerlingen kijkt, je eigen teacher leadership. We belichten ook belangrijke invloeden die daarop inspelen: persoonlijke ervaringen, je schoolcontext, maatschappelijke invloeden en perspectieven over leren. Ten slotte krijg je een overzicht van verschillende fases die je kan doorlopen in je groei naar meer meesterschap en handvatten om door te groeien naar een volgende fase.

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 12

3/02/2023 12:28


Zelfbewust meesterschap

13

Starten bij jezelf JOANA PÉREZ ORTEGA, LA MAGISTRAL

Ik neem je graag mee in het verhaal van Joana Pérez Ortega. Joana was de dochter van een kapitein uit Cadiz en woonde in een vuurtoren bij de haven tijdens de 18de eeuw. Ze droeg haar taak als bewoonster van de vuurtoren met veel waardigheid: iedere avond ontstak ze tijdig de vuurtoren, gaf richting aan, wees schippers op gevaar en zorgde voor standvastigheid bij woelige zee. De vele positieve signalen die ze in de haven en op de markt opving over haar werk, moedigden haar aan om niet alleen bij mistig weer en ‘s nachts de vuurtoren te ontsteken, maar ook overdag. Bovendien liet ze een extra spiegel installeren in haar vuurtoren, zodat die naar verschillende kanten tegelijk kon schijnen. Joana werkte dag en nacht, fier op haar werk. In 1764 werd Cadiz getroffen door een hevige storm. Gedurende drie dagen beukten de hoge golven in op de Andalusische kust. Na twee dagen brak Joana. Ze stuikte in elkaar van vermoeidheid en lag boven op het dek van de vuurtoren in de kletterende regen. De ene boot na de andere voer tegen de kliffen. Haar buurman trof haar aan toen de zon opnieuw stralend scheen. Hij bracht haar naar beneden langs de smalle wenteltrap en donkere gang centraal in de vuurtoren. Tijdens die tocht naar beneden begon Joana zich vragen te stellen: ‘Wat is er nu juist gebeurd? Waarom verspilde ik mijn energie, terwijl ik eigenlijk gewoon ‘s nachts en bij storm gericht moest schijnen? Wat zegt dat over mij, waar sta ik voor? Waarom wil ik altijd goed doen voor anderen, en ga ik daarbij over mijn eigen grens?’ Sinds die dag ontwikkelde Joana zich van een goede vuurwachter naar een meesterlijke vuurwachter. Ze deed niet langer de dingen goed, zoals ze dat geleerd had, maar vroeg zich ook telkens af: ‘Doe ik wel de goede dingen? Doe ik wel de dingen om de goede redenen?’ Ondanks het feit dat ze het in de storm van 1764 liet afweten, werd Joana Pérez Ortega op het eind van haar leven gehuldigd als La Magistral. De Meesterlijke. Ben je bereid om je meesterschap te ontwikkelen? Ambieer dan om voor je leerlingen de helderste vuurtoren te bewonen die ze zich maar kunnen voorstellen. Maar realiseer jezelf daarbij één ding: de tocht naar binnen langs die wenteltrap is cruciaal. Je kunt niet schijnen zonder soms ook het licht te doven en je terug te trekken in jezelf of buiten het onderwijs. De waarheid over meesterschap ligt niet alleen in je klas, maar ook in de afstand die je ervan neemt.

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 13

3/02/2023 12:28


14

MEESTER IN LESGEVEN

Die afstand en de reflecties die dan komen, vergroten je zelfbewustzijn. Je zelfbewustzijn helpt je niet alleen om de dingen goed te doen, maar ook om de goede dingen te doen, en om de dingen te doen om de goede redenen. DRIESLAGSLEREN

Bij de ontwikkeling van je meesterschap zijn drie vragen cruciaal. Je kwam ze hierboven al een paar keer tegen: ■ Doe ik de dingen goed? ■ Doe ik de goede dingen? ■ Doe ik de dingen om de goede redenen? Deze drie vragen heb ik ontleend aan Chris Argyris (1993). Zowel op individueel vlak als op het niveau van het schoolteam kunnen ze de sleutel vormen tot een maximale gelijkgerichtheid op het vlak van visie en uitvoering daarvan. Vaak vormen ze het fundament voor je ontwikkeling als leerkracht. Het antwoord erop verandert doorheen de tijd. Je zult tijdens het lezen van dit boek uitgenodigd worden om regelmatig te reflecteren. De vragen in dit boek zijn allemaal gebaseerd op deze drie kernvragen. Neem de tijd en een notitieboekje bij de hand en reflecteer actief over de vragen die je tegenkomt. Ze kunnen je ondersteunen om sterker te staan als leerkracht.

MISSIE, VISIE

ACTIVITEITEN, GEDRAG

STRATEGIE

SI

N

GL

Do

en

DO

R

ic

ht

RESULTAAT

Doen we het op de juiste manier?

EL OOP

we de ju i s t e d i n g e n ? UB LE LO O P

en we TR o ns IPL en ? op de j u is t e d i n g EL OO P

Afbeelding ontleend aan het boek Iedereen Schoolmaker (Smits & Larock, 2020)

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 14

3/02/2023 12:28


Zelfbewust meesterschap

15

NOUR EN BRENT

Nour is een rustige leerkracht Nederlands en geschiedenis in Brussel. Ze is zeer gedreven in haar lessen en spijkert na de schooluren leerlingen bij die het moeilijker hebben. Leerlingen hebben daardoor een groot respect voor haar. Als kind had ze het gevoel dat ze tussen twee culturen viel: de Marokkaanse en de Belgische. Dat overtuigde haar om een rolmodel te worden voor de vele leerlingen die met hetzelfde identiteitsvraagstuk worstelen. Verbeten smeet ze zich op haar studies en werd ze de eerste vrouw in de familie met een diploma hoger onderwijs. In al die verbetenheid liep ze zichzelf al een keer stevig voorbij. In haar 21-jarige carrière als leerkracht was ze twee keer een halfjaar thuis. Opgebrand. Stap voor stap leert ze hierin doseren. Naast lesgeven doet ze ook vrijwilligerswerk in een buurtcomité voor moeders. Hier laat ze soms die andere Nour zien: de Nour die vastberaden het woord kan nemen en haar vriendinnen kan overtuigen van het feit dat vrouwen meer invloed moeten nemen in de maatschappij. Brent was vroeger leerkracht lager onderwijs en geeft nu techniek. Hij is net 45 en kreeg de liefde voor het werken met jongeren mee toen hij Chiroleider was. Brent is zeer extravert tegenover de leerlingen en straalt warmte uit. In zijn lessen voelen leerlingen zich op hun gemak. Behalve die enkele keer, toen hij op het matje werd geroepen door de directie na het maken van een grap. Ongewild was die bijzonder hard binnengekomen bij een leerling. Brent lag er nachten van wakker en schreef uiteindelijk een brief naar de leerling en zijn ouders om zich te verontschuldigen. Het volgende trimester veranderde de leerling van school, en Brent heeft het altijd aangevoeld als ‘zijn schuld’. Het maakte hem onzeker. ‘Wat mag ik nu nog zeggen?’ In zijn vrije tijd vind je hem in de harmonie en het bestuur van de voetbalclub waar zijn twee zonen sporten. Brent en Nour bestaan echt. Ze zijn mensen van vlees en bloed die dag na dag het beste van zichzelf geven als mens. Boeken zij resultaat als leerkracht? Zeer zeker. Zijn ze totaal verschillende mensen? Dat ook. Doorheen hun loopbaan als leerkracht leren ze stapsgewijs zichzelf beter kennen. Nour liep tegen de grenzen van haar draagkracht, Brent tegen de grenzen van zijn extraversie. Hun tocht als leerkracht was in eerste instantie gericht naar buiten: het goede doen voor hun leerlingen, elk op hun manier. Maar alleen daarmee geraken we er niet. Een job waarbij interpersoonlijk contact centraal staat, vraagt ook een tocht naar binnen: wie ben

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 15

3/02/2023 12:28


16

MEESTER IN LESGEVEN

ik? Wie wil ik zijn? Hoe kom ik over? Wil ik dat zo? Wat staat me te doen? Wat overtuigt me daarvan? Hoe bewuster je je daarvan bent, hoe steviger je staat, hoe authentieker je overkomt. Wie authentiek overkomt, maakt ook meer indruk op anderen. Die zullen het je uiteindelijk ook toelaten om invloed op hen uit te oefenen. En dat is wat meesterschap is: weten waar je voor gaat en staat, stilstaan bij het waarom en waartoe, jezelf daarin bekwamen en anderen van daaruit kunnen inspireren, begeleiden, ondersteunen. Niet enkel je leerlingen, maar ook je collega’s kunnen voluit genieten van je meesterschap.

Wie ben jij? Op een dag heb je beslist om in het onderwijs te gaan. Ik ben er zeker van dat sinds die dag je identiteit als leerkracht vaak prominent aanwezig was in je leven. Terecht ook, je draagt een eervolle rol in onze samenleving en leerkrachten besteden lange dagen, uren en jaren om hun job (of zeg ik beter ‘roeping’?) zo goed mogelijk te volbrengen. Het zou echter jammer zijn om ons in dit deel rond zelfbewustzijn meteen te verengen tot je identiteit als leerkracht. Je bent namelijk veel meer dan alleen dat. Je wilt waarschijnlijk in je leven breder gekend staan dan als ‘die van wiskunde’. In dit onderdeel blijven we eerst even stilstaan bij je identiteit en je persoonlijk referentiekader. Verderop passen we die zaken toe op jouw specifieke identiteit als leerkracht. IDENTITEIT

Je identiteit kun je omschrijven als de definitie die jij geeft voor jezelf, de manier waarop jij je persoonlijkheid omschrijft. Die bestaat altijd uit een persoonlijke component (‘Ik ben vrouw’, of ‘Ik voel me vrouwelijk’, ‘Ik ben 38 jaar’…) en een sociale component (‘Wie ben ik in relatie tot anderen?’). Ze wordt gevormd door een samenspel van aangeboren en aangeleerde of toegeëigende kenmerken. Onze identiteit is geen statisch gegeven. Ze verandert in de loop van de jaren. En toch hebben wij door al die jaren heen altijd het gevoel ‘onszelf’ te zijn. Bovendien hebben we niet één identiteit. Iedereen is meervoudig identitair en heeft verschillende subidentiteiten. Jij draagt niet alleen je identiteit als

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 16

3/02/2023 12:28


17

Zelfbewust meesterschap

leerkracht, maar ook die van dochter/zoon van je ouders, van kleinkind, van buur, van partner of single, van vriend(in), van (a)religieus persoon, van deel van een gemeenschap, van aanhanger van een politieke partij… Afhankelijk van de context zullen bepaalde delen van die identiteit zich sterker of minder sterk laten gelden. Komen we terecht in een context waar we ten volle het gevoel hebben dat we onszelf kunnen zijn op de manier waarop we dat willen, dan floreren we. Vaak hebben we dan het gevoel dat er een raakvlak is tussen minstens één van onze subidentiteiten en die van de mensen rondom ons: we voelen gedeelde waarden en overtuigingen. Je hebt ongetwijfeld collega’s met wie je graag even doorboomt over de lessen zelf, met wie je je leerkrachtenidentiteit kan delen. Maar evengoed doet het soms deugd om het te kunnen hebben over je strubbelingen als jonge ouder of over de optredens die je afschuimt als liefhebber van heavy metal. Misschien ben je zelf eerder een gesloten boek en vind je het niet nodig om het te hebben over andere identiteiten dan je leerkracht-zijn. Zolang dat goed aanvoelt voor jou, is dat helemaal oké.

IK ALS ZUS VAN

IK ALS ATLEET

IK ALS KLEINKIND

IK ALS KIND VAN IK ALS LEERKRACHT IK ALS EX-CHIROLEIDSTER

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 17

3/02/2023 12:28


18

?

MEESTER IN LESGEVEN

REFLECTIEVRAGEN

■ ■

■

■ ■

Hoe zou jij jezelf omschrijven in tien woorden? Beeld je even in dat je die vraag stelt aan een familielid, aan een goede vriend, of een leerling. (Je kunt dat uiteraard ook echt doen, dat maakt het nog krachtiger.) Wat zouden zij antwoorden? Maak een overzicht van alle identiteiten die je meedraagt. Welke identiteit krijgt het meeste aandacht? Zijn er ook identiteiten die liever wat meer aandacht zouden krijgen? Welke identiteiten zien je leerlingen het meest van jou? Welke het minst? Is dat een bewuste keuze? Is dat anders bij collega’s? In welke contexten voel jij je het meest als een vis in het water? Welke identiteiten kunnen daar het meest tot uiting komen? In welke contexten is dat het minst het geval? Hoe verklaar je dat?

PERSOONLIJK REFERENTIEKADER

Stel, je loopt door een drukke winkelstraat en je kruist een groepje jongeren van pakweg twaalf jaar. Net wanneer je hen voorbijloopt, lachen ze luidop en bewegen enthousiast. Daardoor valt het flesje frisdrank van een van die jongeren op de grond en loopt leeg. Ze gieren het uit en trekken de aandacht van alle andere voorbijgangers. Welk gedrag stel jij op dat moment? Wat Nour betreft: zij reageert alvast afkeurend op jongeren die op straat uitbundig gedrag vertonen. Ze vindt dat mensen elkaar op straat rust moeten gunnen en dat van elkaar ook moeten respecteren. Van datzelfde uitbundige gedrag gaat Brent breed glimlachen: hij ziet in dat gedrag net een teken dat die jongeren zich goed voelen. Nour en Brent vertonen ander gedrag aan de oppervlakte, dat bepaald wordt door andere opvattingen en een ander waardepatroon. Aan de basis van ons gedrag liggen waarden en opvattingen, zaken die we meegekregen hebben tijdens onze opvoeding, biologisch bepaalde kenmerken, gebeurtenissen die we hebben meegemaakt, lessen die we daaruit hebben geleerd en keuzes die we hebben gemaakt. Dat geheel van ‘onzichtbare bestuurders’ van ons gedrag kun je je persoonlijk referentiekader noemen. Die zaken vormen de bril waarmee jij naar jezelf en de realiteit kijkt. Ze bepalen wat jij goed of fout vindt, mooi of lelijk, wat je waardeert en waar je een hekel aan hebt. Dat referentiekader is voor iedereen uniek en soms zijn we ons daar weinig van bewust. Waarschijnlijk zullen Nour en Brent wel even in

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 18

3/02/2023 12:28


Zelfbewust meesterschap

19

hun haar krabben wanneer je hun vraagt waarom ze op een bepaalde manier reageren op uitbundig gedrag. En toch zegt een dergelijke kleine situatie vaak veel over wie we zijn, hoe we gevormd zijn en naar de realiteit kijken. Met mensen met wie we vaak optrekken, zullen we sneller een gedeeld referentiekader ontwikkelen. Bij conflict of vreemde situaties hebben we soms de neiging om de verschillen tussen referentiekaders te gaan benadrukken. Dan kan het weer helpen om je eigen referentiekader te verduidelijken en op zoek te gaan naar de gemeenschappelijkheid in referentiekader met de ander. Zo had een groep praktijkleerkrachten, collega’s van Nour, aan hun leerlingen gezegd dat ze op hun eerste stagedag ‘uiterst goed gekleed’ moesten toekomen op hun werkplek. Op de dag in kwestie kwamen heel wat jongens toe in trainingspak. De stageleerkrachten waren gechoqueerd. Maar wat bleek: in gesprek achteraf met de directie, was dat trainingspak voor die jongens echt de duurste en voor hen ook meest waardevolle kledij waar ze zelf voor hadden gespaard. We kunnen er niet zomaar van uitgaan dat iedereen ons persoonlijk referentiekader kan lezen en weet welke invulling we geven aan bepaalde begrippen en verwachtingen. Laat staan dat we dat zelf kunnen bij anderen. Dat vraagt gesprek en duidelijke explicitering van die verwachtingen en referentiekaders. Maar daarvoor dien je je natuurlijk zelf zo goed mogelijk bewust te zijn van de bril waarmee jij naar de werkelijkheid kijkt.

?

REFLECTIEVRAGEN

■ ■

■ ■ ■

Denk aan een context waarin jij je volledig welkom voelt en het gevoel hebt dat je er ten volle mag zijn. Welke factoren dragen daartoe bij? Bekijk dit lijstje van factoren en leg het naast je klaspraktijk. Zijn al die factoren daar aanwezig? Zijn leerlingen bij jou welkom ‘in hun volledigheid’? Wat waardeer jij het meest bij leerlingen? Aan welke zaken erger jij je het meest bij je leerlingen? Hoe verklaar je aan de hand van je eigen referentiekader je antwoorden op de twee bovenstaande vragen?

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 19

3/02/2023 12:28


20

MEESTER IN LESGEVEN

KORTOM, WE ZIJN ALLEMAAL IJSBERGEN

Wat anderen ons zien doen of horen zeggen is slechts het topje van een ijsberg. Dat beschreef David McClelland voor het eerst in 1973. Oorspronkelijk ontwikkelde hij zijn model om competenties van werknemers in kaart te brengen. Het leent zich goed tot reflectie. Onder de waterlijn stuurt het persoonlijk referentiekader je doen en laten aan. Zelfbewust in het leven, en dus ook voor de klas staan, betekent dat je een goed zicht hebt op je persoonlijk referentiekader.

WAT WE DOEN EN KUNNEN

KENNIS, COMPETENTIES, GEDRAG…

WAT WE DENKEN EN VOELEN

NORMEN, WAARDEN, OPVATTINGEN, OVERTUIGING, ZELFBEELD, EMOTIES…

WAT WE WILLEN

DRIJFVEREN, MOTIVATIE, AMBITIE, PERSOONLIJKHEID, EIGENSCHAPPEN…

Afbeelding gebaseerd op het ijsbergmodel van McClelland

Ongetwijfeld kwam je ooit al in situaties terecht die echt onder je vel gekropen zijn: een leerling die heel weerspannig was, een pestsituatie, een ouder met wie je onaangenaam in contact kwam, een conflict met een collega. Dat gevoel komt er niet zomaar. Het valt in zeer veel gevallen terug te brengen tot wat we vroeger geleerd hebben om te doen in stressvolle situaties. Ze vallen onder de noemer ‘traumareacties’ (o.a. Schauer & Elbert, 2010), waarvan ik hier die vier herneem die ik het vaakst zie terugkomen in onderwijs. Ze zijn vaak bij uitstek die ‘verborgen bestuurders’ die ons bepalen zonder dat we dat goed beseffen.

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 20

3/02/2023 12:28


Zelfbewust meesterschap

■

■

■

■

21

Fight: je gaat in discussie, verheft je stem, maakt je groot, je voelt concurrentie en wilt winnen. Voorbeeld: je roept op leerlingen wanneer je het gevoel hebt dat ze jouw gezag ondermijnen. Flight: je trekt je terug, verlaat de situatie, loopt weg. Voorbeeld: je loopt huilend het klaslokaal buiten wanneer een leerling iets kwetsend heeft gezegd. Freeze: je verstijft, zwijgt. Voorbeeld: tijdens een vergadering met collega’s zeg je niets meer zodra je het gevoel krijgt dat jouw mening niet gehoord wordt. Fawn: je gaat alles doen om de situatie te ontmijnen en gaat pleasend gedrag aannemen. Voorbeeld: tijdens een oudergesprek ga je helemaal mee in het verhaal en de eisen van de ouders om conflict te vermijden, zonder dat je die verwachtingen kunt waarmaken.

We hebben ons allemaal één of meerdere van deze reacties eigen gemaakt. Hanteer je ze als leerkracht, dan is de kans zeer groot dat ze ook in andere aspecten van je leven een rol spelen. Maar waarschijnlijk heb je zelf ook al ervaren dat ze niet altijd leiden tot de meest constructieve uitkomst: je gaat makkelijk over de grens van jezelf of van de ander. Dag in dag uit staan roepen voor de klas? Daar wordt niemand beter van. Betekent dit dat je je oerreacties niet kunt overstijgen? Zeker wel. De kracht zit hem in een vijfde F: face, je kijkt jezelf en de situatie in de ogen. Vanuit reflectie ga je na een voorval in kaart brengen wat de aanleiding was voor jouw reactie, hoe jouw reactie er juist uitzag, en wat je in de toekomst nodig hebt om op een professionele manier in je rol als leerkracht te kunnen blijven staan (zie daartoe ook het deel Pedagogisch Meesterschap): rustig blijven, kader aanbieden, de grenzen daarvan bewaken en enthousiast bekrachtigen wat wel binnen dat kader past. Vaak is het bewustzijn over je oerreactie al een eerste grote stap in het overstijgen ervan en om vanuit rust en beheersing verder te kunnen. Een eenvoudig voorbeeld van hoe zo’n traumareactie zich kan laten gelden: toen ik leerlingenbegeleider was, kwam een collega mijn lokaal binnengelopen. In haar klas was een stevige pestsituatie naar boven gekomen. Ik overliep met haar het stappenplan om de zaken bespreekbaar te maken met alle betrokken partijen, maar merkte ook dat ze blokkeerde. Helemaal freeze. Toen ik vroeg wat er gebeurde, zei ze me: ‘Jan, dit kan ik niet. De pester in mijn klas lijkt op de kerel die mij gepest heeft toen ik zelf vijftien was. Dat doet nog altijd te veel pijn.’ In al haar kwetsbaarheid was ze

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 21

3/02/2023 12:28


22

MEESTER IN LESGEVEN

op dat moment ijzersterk. Wat zij toen nodig had? Ze wilde als klastitularis absoluut bij het gesprek zijn, maar had ook graag een externe moderator deze keer. De volgende keer wilde ze het graag zelf proberen. Wat een ongelooflijk moedige stap was dat. Toen ik dit deel van het boek liet nalezen door enkele proeflezers, kwam van een van hen de reactie: ‘Komaan Jan, je doet net alsof een leerkracht eerst aan psychoanalyse moet doen vooraleer ie sterk kan staan.’ Dat wil ik niet beweren, maar ik ben er wel van overtuigd dat je sterker staat wanneer je zicht hebt op je traumareacties, als mens en als leerkracht. Je wordt zowel voor jezelf als voor anderen voorspelbaarder en rustiger.

?

REFLECTIEVRAGEN

■ ■ ■

■

Hierboven beantwoordde je al de vraag hoe collega’s, goede vrienden, leerlingen… jou zouden omschrijven in tien woorden. Welk gedrag stel jij waaruit ze dit afleiden? Wat maakt dat ze zo naar je kijken? Wat maakt dat jij het gedrag stelt waaruit ze dit afleiden: – Welke normen, waarden, opvattingen… liggen daarbij aan de basis? – Welke drijfveren, ambities en eigenschappen liggen daarbij aan de basis? Wie ben jij? Wie wil jij zijn? Definieer jezelf in een krachtige zin. – Een handige oefening om hierbij te maken: ‘Stel dat je negentig jaar bent, en heel tevreden op je leven kunt terugblikken, waarop kun je dan meer bepaald terugblikken?’

Wie ben jij als leerkracht? Hierboven stonden we stil bij het concept identiteit en je persoonlijk referentiekader, de bril waarmee jij naar jezelf en de realiteit kijkt en de zaken die jou aansturen. We maakten het onderscheid tussen wat anderen daarbij wel van je kunnen zien, en wat onzichtbaar blijft. Daartoe gebruikten we de metafoor van de ijsberg van McClelland. Lees je er graag meer over vanuit een andere benadering? Dan raad ik je het werk van professor Geert Kelchtermans aan. Ik ben hem dankbaar voor de nuttige gedachtewisseling die we over dit thema hadden.

MeesterInLesgeven_BW_DEF2.indd 22

3/02/2023 12:28


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401487443_3ff57298ba2cbf by Uitgeverij Lannoo - Issuu