Koert Debeuf
WAAROM DIT NIET DE LAATSTE OORLOG IS Over de psychologie van internationale conflicten
5
Inleiding 7 1
Waarom Rusland Oekraïne binnenviel
17
2
De psychologie van de geopolitiek
29
3
Waarom iemand een foreign fighter wordt
43
4
Waarom vlaggen opnieuw opgang maken
56
5
Het einde van de globalisering
69
6
Het einde van het optimisme
7
Het einde van het einde van de geschiedenis
107
8
It’s not the economy, stupid
120
9
Hoe trauma de wereld regeert
89
133
10 Waarom mijn overgrootvader een nazi werd
149
11
163
De terugkeer van de jaren 1930
12 Waarom 9/11 de wedergeboorte van tribalisering inluidde
182
13 De wedergeboorte van ressentiment
198
14 Waar we de volgende oorlog kunnen verwachten
216
Conclusie: Kunnen we oorlog vermijden?
226
6
Things fall apart; the centre cannot hold; Mere anarchy is loosed upon the world, The blood-dimmed tide is loosed, and everywhere The ceremony of innocence is drowned; The best lack all conviction, while the worst Are full of passionate intensity. William Butler Yeats ‘The Second Coming’ November 1920
7
INLEIDING Dzvinka stopt met antwoorden. Vreemd. We waren immers een druk gesprek aan het voeren op Messenger. Plots antwoordt ze opnieuw. Ze verontschuldigt zich en zegt dat ze even naar de schuilkelder moest omdat de sirenes van het bomalarm afgingen. Enkele dagen geleden is ze van Kiev terug naar Lviv verhuisd om het Russische oorlogsgeweld te ontvluchten. In al haar berichten lees ik woede, angst en wanhoop. Waar haalt Rusland het recht vandaan om haar land, Oekraïne, binnen te vallen? Waarom is Europa niet méér verontwaardigd over de internationaal verboden clusterbommen die de Russen gebruiken? Wie kan er helpen om duizenden mindervalide weeskinderen op te vangen? Waarom doet het Rode Kruis niet meer? Dzvinka was midden jaren negentig de vriendin van een goede vriend van me. Ze studeerde ook een jaar in Leuven, waar we samen regelmatig iets gingen drinken. Samen met mijn vriend ging ik met Dzvinka en haar broers op reis naar de Krim, na een tussenstop in Kiev. We verbleven er in Jalta, bij mensen thuis. We hadden geen visum voor de stad, want wie een visum aanvroeg, moest verplicht slapen in een van de twee Intourist Hotels van de stad, een politiek restant uit de tijd van de Sovjet- Unie. Dat ging ons studentenbudget te boven. De mensen bij wie we sliepen, spraken Russisch. Hun woonkamer was een schrijn voor hun enige zoon, die als soldaat was omgekomen in de Russische oorlog in Afghanistan. Het was een bevreemdende ervaring voor ons, jongeren geboren in Europa, zo’n veertig jaar na het einde van de laatste wereldoorlog. Oorlog was voor ons iets van onze grootouders. Bovendien leek oorlog, na de val van de Berlijnse Muur, iets dat definitief tot het verleden behoorde.
8
Dat was niet het geval voor de Oekraïners. Op een van onze uitstappen naar de havenstad Sebastopol sprak de (verplichte) gids op de bus bijna zonder adempauzes. Een van de enige woorden die we begrepen, was ‘partizanen’ – verzetsstrijders tegen de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog – en kwam in elke zin voor. Nog groter was onze verbazing toen we in Sebastopol aankwamen. Voor onze ogen lag de Russische militaire vloot: tientallen fregatten, onderzeeërs en andere oorlogsschepen. Toen ik foto’s begon te maken van die indrukwekkende vloot, kwam aan de andere kant van de draad een Russische soldaat kordaat op ons af. ‘Geen foto’s’, was zijn korte maar duidelijke boodschap. Wij haalden onze schouders op. Wat kon hij doen? De soldaat stond er in opperste verwarring bij. Enkele jaren terug, tijdens de Sovjettijd, moet deze soldaat diepe angst hebben ingeboezemd, maar nu maakte hij geen indruk meer, zeker niet op relatief naïeve twintigers uit het comfortabele Westen. We lieten de man gefrustreerd achter en namen de bus terug naar Jalta, de plaats waar de laatste Russische tsaar, Nicolaas II, en zijn familie hun winterpaleis hadden. Het paleis lag er nog min of meer bij zoals de familie Romanov het in 1917 heeft achtergelaten, inclusief een bibliotheek vol Franse boeken. Het was in dit paleis dat in februari 1945 de Conferentie van Jalta plaatsvond. De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, de Britse premier Winston Churchill en Joseph Stalin, de secretaris-generaal van de Sovjet-Unie, maakten er afspraken over hoe de wereld er na de Tweede Wereldoorlog moest uitzien. Ze kwamen overeen dat de wereld zou worden onderverdeeld in twee invloedszones: een Europees-westerse en een Sovjet-invloedszone. Duitsland zouden ze demilitariseren en denazificeren. Het land zou bovendien worden verdeeld onder vier bezettingsmachten, net als de hoofdstad Berlijn. Het was deze conferentie die uiteindelijk leidde tot het IJzeren Gordijn tussen Oost en West, tot de
Inleiding
Koude Oorlog en tot de machtigste positie die Rusland en de Verenigde Staten ooit hebben bekleed in de wereldpolitiek. Ongeveer zeventig jaar na de Conferentie van Jalta nam elk van de grootmachten die destijds hadden deelgenomen aan de onderhandelingen een wereldschokkende beslissing. In 2014 viel Rusland Oekraïne binnen en bezette het de oostelijke provincies Donbas en Loegansk en ook de Krim. In 2016 besliste het Verenigd Koninkrijk in het brexitreferendum om de Europese Unie te verlaten. In datzelfde jaar werd Donald Trump verkozen tot president. Elk op hun eigen manier volgden ze de slogan van Trump: ‘Make (America) our country great again.’ Het lijkt geen toeval te zijn dat het net deze drie landen zijn die de twintigste eeuw domineerden: het Britse Rijk, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een tijd die verpersoonlijkt werd door het machtige trio van Jalta: Roosevelt, Churchill en Stalin. In elk van deze drie landen bestaat bovendien een grote groep van mensen die warm worden van het idee dat het glorieuze verleden op de een of andere manier opnieuw tot leven kan worden gewekt. De tijd toen Brittannia ruled the waves, toen Londen de hoofdstad van de wereld was en steden als Birmingham, Liverpool en Manchester de leiding namen in de industriële revolutie. Wie vandaag in Londen rondloopt, ruikt op bijna elke hoek die nostalgie naar het grote militaire en koloniale verleden. Geen andere stad telt zo veel standbeelden van generaals en maarschalken. Het opvallendste standbeeld staat op Parliament Square: de oude Sir Winston Churchill staat er met licht gekromde rug en wandelstok in de verte te turen, alsof hij waakzaam blijft en kijkt of vijandige troepen toch niet opnieuw proberen om de Britse hoofdstad te bereiken. Hoewel Churchill altijd tot de verbeelding heeft gesproken, is er sinds een goed decennium een soort revival van nostalgie naar Churchill en zijn tijd. Churchill, in 1874 geboren in
9
10
het kasteel van zijn familie, Blenheim Palace (in Woodstock), en gestorven in 1965, is bijna de verpersoonlijking van de glorietijd én de ondergang van het Britse Rijk. Het is geen toeval dat de filmindustrie deze nostalgie goed heeft aangevoeld en dat series zoals Downton Abbey en The Crown enorm populair zijn geworden. Ook films over Churchill en zijn tijd, zoals The Darkest Hour, The King’s Speech of Dunkirk, waren succesvol. Het beeld dat elk van deze films domineert, is er een van onverzettelijke onafhankelijkheid, vechten tegen het kwade – ook als dat offers vraagt – en natuurlijk Groot-Brittannië als baken van vrijheid en democratie. Het is de revival van deze beelden en gevoelens die de Brexit mogelijk heeft gemaakt, als een manier om de vrijheid en onafhankelijkheid terug te winnen die de Europese bureaucratie had afgenomen, zelfs als daarvoor wat welvaart moet worden opgeofferd. Wie er de memoires van Churchill op naleest, weet dat hij als premier van Groot-Brittannië zeer goed besefte dat de keuze om geen akkoord te sluiten met Hitler maar te blijven vechten het einde zou betekenen van het Britse koloniale rijk. Er waren immers zo veel geld, energie en inspanningen nodig om stand te houden tegen nazi-Duitsland dat het onmogelijk zou zijn om de controle te behouden over landen die steeds meer onafhankelijkheid eisten. Churchills Groot-Brittannië was tegen het einde van de oorlog dermate verzwakt dat het onmogelijk was om de eisen van Stalin in Jalta van tafel te vegen. De bezetting van een deel van Europa door Berlijn zou vervangen worden door een bezetting door Moskou. Churchill besefte zeer goed dat samenwerking de enige weg vooruit zou zijn voor het postkoloniale Verenigd Koninkrijk en voor de rest van het niet-bezette Europa, of zoals hij het in 1946 formuleerde: ‘a kind of United States of Europe’. Dit soort rationele, strategische argumenten was geen spek naar de bek van de brexiteers. Naast de leugens die werden
Inleiding
verkondigd, bijvoorbeeld dat het Verenigd Koninkrijk rijker zou zijn als het uit de Europese Unie zou stappen, waren het vooral de emoties die het referendum naar een ‘yes’ hebben doen overslaan. Mensen hoopten dat een groots verleden zou terugkeren. Het idee leefde dat het net de Europese Unie was die de Britse droom de grond in had geboord en de Britten de weg naar het heldendom versperde. De Brexit zou een perfect hoofdstuk zijn geweest in het boek The March of Folly (De mars der dwaasheid), dat de Amerikaanse historica Barbara Tuchman schreef in 1984. In elk hoofdstuk vertelt Tuchman het verhaal van hoe landen willens nillens dwaze beslissingen nemen die leiden tot dramatische gevolgen. Een hoofdstuk gaat over hoe koppige Britse politici in 1773 de revolterende Amerikaanse kolonies wilden straffen door met harde hand extra belastingen op thee af te dwingen en hoe ze op die manier de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog in gang zetten. Het is een typisch voorbeeld van hoe een gebrek aan empathie, aan wil om de andere kant te begrijpen, kan leiden tot oorlog.
TRIBALISERING DOOR OPGEKROPT TRAUMA Vandaag wandelt de wereld opnieuw een march of folly. Net als in de jaren 1920 en 1930 is de wereld aan het polariseren en zijn de polen aan het radicaliseren. In 2015 had ik hetzelfde gevoel als Yeats in 1920: ‘Things fall apart; the centre cannot hold.’ Alsof een middelpuntvliedende kracht zich in de kolkstroom van de wereldgeschiedenis nestelde en regio’s, landen en mensen uit elkaar begon te drijven. Op 11 september 2015 publiceerde ik een essay met als titel ‘Tribalization. Or the End of Globalization’. Dat was nog voor de Brexit en voor de verkiezing van Trump. Vier jaar eerder was ik met mijn gezin naar Caïro verhuisd, waar ik namens de liberale fractie van het Europees Parlement de Arabische Revolutie volgde, beter bekend als de Arabische Lente. Ik was zeer opgetogen met deze missie omdat
11
12
ze me in het midden van een stroomversnelling van de geschiedenis plaatste. De intensiteit van dergelijke historische gewrichten zorgt ervoor dat je de blik meer richt op wat er in de wereld gebeurt. De richting van de wereldpolitiek, dat is ook waar in Caïro de gesprekken over gingen op café, op tv en op sociale media. Enkele jaren daarvoor had ik het geluk adviseur te zijn van eerste minister Guy Verhofstadt. Er zijn weinig plaatsen waar je zoveel leert over de werking van de nationale en internationale politiek als op het kabinet van de premier. Het was de tijd van de Europese Grondwet, die het Verdrag van Lissabon werd nadat Frankrijk en Nederland de proeve van grondwet hadden verworpen in een referendum. Deze praktische ervaringen kregen een theoretisch staartje toen ik in 2014 door John Lord Alderdice werd gevraagd om deel uit te maken van het Centre for the Resolution of Intractable Conflict (Centrum voor het oplossen van hardnekkige conflicten) aan het Harris Manchester College van de universiteit van Oxford. Dat is een multidisciplinair centrum waarin psychiaters, psychologen, antropologen, politieke wetenschappers, filosofen en historici elk jaar in september in Oxford de laatste stand van hun onderzoek delen. Het was daar dat ik voor het eerst hoorde over collectieve trauma’s en de invloed ervan op de samenleving. Iedereen ziet dat nationalisme en fundamentalisme de voorbije twintig jaar wereldwijd een comeback hebben gemaakt. Over dat fenomeen zijn de voorbije jaren al veel boeken geschreven. Ik bleef echter vaak op mijn honger zitten over de oorzaken van deze comeback. In het idee van een collectief trauma denk ik nu een antwoord te hebben gevonden. De stelling van dit boek is dan ook dat de aanslagen van 11 september 2001 (9/11) op de Twin Towers in New York en het Pentagon bij Washington, en de aanslagen die Al Qaeda in de daaropvolgende jaren overal in de
Inleiding
wereld pleegde, wereldwijde, collectieve dieptraumatische ervaringen waren. In een eerste reactie op 9/11 waren mensen solidair met elkaar en volgde een gevoel van meer samenhorigheid. Daarna is de wereld verzonken in een soort collectieve identiteitscrisis en plooiden mensen en samenlevingen zich terug op zichzelf. In dit boek vergelijk ik het met een begrafenis waarbij mensen elkaar gedurende enkele weken troosten. Pas daarna laait het conflict op over de erfenis, waarbij heel wat jarenlang opgekropte emoties plots aan de oppervlakte komen. Dat is precies wat met de wereld is gebeurd vanaf 2004–2005. Vanaf dan begon de globalisering te stokken en sloeg de tribalisering toe. Ik zie globalisering niet, zoals velen, als een fenomeen dat na de Tweede Wereldoorlog startte. Volgens mij is het een trend die begon met het samenbrengen van steden in het Soemerische Rijk, zo’n 6500 jaar geleden. De globalisering is een zich steeds uitbreidend netwerk tussen mensen, steden, rijken en beschavingen, waarbij goederen, uitvindingen, ideeën en religies uitgewisseld worden. De zijderoute tussen de Middellandse Zee en China is wellicht het bekendste symbool van die eeuwenoude globalisering. Soms echter stopt die trend en worden de contacten verbroken. Handelsroutes worden geblokkeerd en muren worden opgetrokken. Dat zijn momenten van tribalisering. Het zijn periodes van een groeiend wij-zij-denken, van militarisering en van een roep tot sterk leiderschap. Het zijn periodes die meestal leiden tot oorlog. Wanneer we de jaren 1920 en 1930 bestuderen, dan zien we dat dit precies het proces is dat zich voltrok. De Eerste Wereldoorlog was een collectief trauma dat een proces van tribalisering op gang trok. We zagen de geboorte van het fascisme, het nazisme en het communisme in grote delen van de wereld. We zagen een globale polarisatie en radicalisering en een neergang van de democratie en de vrijheden. Het proces van tribalisering
13
14
leidde toen tot de meest verwoestende oorlog in de geschiedenis van de mensheid.
SLAPEND RESSENTIMENT Toen ik deze ideeën voor het eerst in een boek neerschreef en in 2018 bij ASP publiceerde onder de titel Tribalization, gebruikte ik als ondertitel Why war is coming. Het leek een logisch resultaat van de theorie van tribalisering. Toch vonden velen dat een wel erg verregaande voorspelling. Vier jaar later viel Rusland tot ieders ongeloof Oekraïne binnen. De verbijstering was vooral groot omdat de inval rationeel niet of nauwelijks te verklaren was. Ik zie het eerder als een voorbeeld van mijn stelling dat we de beweegredenen voor revoluties en oorlogen niet in de economie maar in de psychologie moeten zoeken. En zolang we de psychologie van mensen, landen en zelfs hele continenten niet begrijpen, zullen we telkens weer verbaasd zijn als er een conflict uitbreekt. Daarom is een van de kernwoorden van dit boek ‘ressentiment’. Ik denk dat ressentiment, of een soort diepe rancune, aan de basis ligt van nationalistische en fundamentalistische bewegingen. Dit ressentiment is slapend aanwezig bij veel mensen en groepen, maar wordt als het ware wakker gemaakt door traumatische ervaringen. Het is bovendien wijdverspreid in de wereld. Ik ben er dus van overtuigd dat we in een tijdperk leven waarin nog oorlogen zullen uitbreken, oorlogen die allemaal een grote impact zullen hebben op ons leven. Ik verwijs in dit boek naar een mogelijk conflict met China, in de Balkan en in de Sahel. Het meest verontrustende vooruitzicht is evenwel een mogelijke burgeroorlog in de Verenigde Staten. Uit de hoorzittingen in het House of Representatives over de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 bleek dat dit wel degelijk een couppoging was van uittredend president Donald Trump. Het
Inleiding
gevaar dat Trump en zijn aanhangers betekenen voor de Amerikaanse democratie is nog te weinig doorgedrongen in de Verenigde Staten en daarbuiten. Het feit dat Trump nog steeds zijn nederlaag niet aanvaardt, en dat hij daarin gesteund wordt door een groot deel van de Republikeinse Partij, is de voedingsbodem voor toekomstig geweld. Hoe klein- of grootschalig dit geweld zal zijn, is moeilijk in te schatten, maar het Amerikaanse leger is in elk geval erg bezorgd over de nabije toekomst. De impact die een conflict in de Verenigde Staten zou hebben op de wereldpolitiek is bijna niet te overzien. De Verenigde Staten garanderen de veiligheid van Europa en van de volledige wereldhandel. Ze vormen bovendien de ruggengraat van internationale instellingen zoals de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Het zou ook het einde betekenen van de American Dream en alles wat ermee samenhangt. Hoe kunnen we in dat geval nog volhouden dat de combinatie van democratie, vrijheid en de rechtsstaat het beste model vormt? We kunnen deze dramatische scenario’s enkel vermijden door collectief te deradicaliseren, te depolariseren en dus te detribaliseren. We moeten met de wereld opnieuw op het spoor van de globalisering raken. Europa kan hierin een sleutelrol spelen door het Europese model te versterken. Maar Europa moet af van zijn arrogante eurocentrisme. We moeten dringend werk maken van een globale visie, waarbij andere culturen en regio’s de erkenning krijgen die ze verdienen. Meer dan ooit moeten we tijd en energie investeren in het begrijpen van de psychologie van andere culturen. Daar hoop ik met dit boek een kleine bijdrage aan te kunnen leveren. De lijst van mensen die me hebben geholpen bij dit boek is lang. Ik heb veel geleerd van Guy Verhofstadt, Caroline Pauwels, de collega’s uit Oxford, John Lord Alderdice, Eugen Koch, Richard Davis, Scott Atran, Charles
15
16
Strozier, Deniz Ulke Aribogan, Hasan Davulcu. Veel ideeën heb ik in lange gesprekken getoetst bij Stephan Neetens, Bram Delen en Jorn De Cock. Het team van uitgeverij Lannoo heeft bovendien belangrijk werk geleverd. Veel dank aan allen hiervoor. Dank ook aan Paul Hermans om me te overtuigen dit boek in het Nederlands te schrijven. Een ultiem woord van dank gaat naar mijn echtgenote Renilde Knevels en dochters Charlotte en Louise. Koert Debeuf, 29 september 2022
17
HOOFDSTUK 1
WAAROM RUSLAND OEKRAÏNE BINNENVIEL Terug naar Jalta. De conferentie symboliseerde niet enkel de doodsstrijd van het Britse Rijk, maar ook de geboorte van twee nieuwe rijken: dat van de Verenigde Staten en dat van de Sovjet- Unie. Dit zou bovendien snel leiden tot de Koude Oorlog en tot het IJzeren Gordijn (de term werd bedacht door Churchill), dat dwars door Europa zou lopen. De Koude Oorlog was bovenal een ideologische oorlog tussen kapitalisme en communisme, tussen democratie en dictatuur (van het volk). Op de rand van de invloedssferen van beide rijken werden een aantal echte oorlogen gevoerd, meer bepaald in Korea (1950–1953), Vietnam (1955–1975) en Afghanistan (1979–1989). Waar de Verenigde Staten in Korea en Vietnam oorlog voerden tegen lokale, door de Sovjet-Unie gesteunde groepen, voerde de Sovjet-Unie in Afghanistan oorlog tegen lokale, door de Verenigde Staten gesteunde groepen. De nederlaag van de Sovjet-Unie in Afghanistan, en het terugtrekken van de troepen op 15 februari 1989, was een blaam voor het Rode Leger, een element dat zeker heeft bijgedragen tot de val van de Berlijnse Muur op 9 november van datzelfde jaar, en uiteindelijk tot de implosie van de Sovjet-Unie twee jaar later. Als we willen begrijpen waarom Rusland op 24 februari 2022 Oekraïne binnenviel, dan is het noodzakelijk om de geschiedenis in te duiken en die geschiedenis te bekijken vanuit Russisch perspectief. In het jaar 2000 kwam Michail Gorbatsjov
18
Hoofdstuk 1
spreken in de Belgische Senaat. Hij werd er ontvangen als een held. Ik had het geluk erbij te mogen zijn. Gorbatsjov was de eerste secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie die wereldwijd hoop uitstraalde. Hij introduceerde glasnost (openheid) en perestrojka (hervormingen), maakte een einde aan de Koude Oorlog door een akkoord te ondertekenen met de Verenigde Staten om de nucleaire wapenwedloop te beëindigen en pleitte voor een pan-Europese samenwerking van de Atlantische Oceaan tot de Oeral. Het was ook Gorbatsjov die besloot om niet militair in te grijpen bij de val van de Berlijnse Muur. Bovendien gaf hij zijn toestemming om Duitsland opnieuw te verenigen, vijftig jaar na de officiële splitsing tussen West- en Oost-Duitsland. In zijn toespraak in de Senaat zei hij dat hij ‘wellicht nog steeds de secretaris-generaal van de Sovjet- Unie was geweest’ als hij wel had ingegrepen. Waar het Westen nog steeds met bewondering en sympathie spreekt over Gorbatsjov, wordt hij in Rusland uitgespuwd. De anticommunisten zien hem als de laatste dinosaurus van de Sovjet-Unie, terwijl de communisten hem zien als de man die de Sovjet-Unie heeft kapotgemaakt. Bovendien is het goed eraan te herinneren hoe pijnlijk de overgang van communisme naar kapitalisme voor de meeste Russen is geweest. De jaren onder Gorbatsjovs opvolger en eerste president van Rusland, Boris Jeltsin, waren bijzonder chaotisch, vooral dan op economisch vlak. Bij de privatisering van de overheidsbedrijven kregen alle Russen een zo goed als waardeloos aandeel, dat ze met plezier verkochten aan enkele personen, die hierdoor een groot deel van de Russische economie in handen kregen. De door Amerikaanse economen voorgestelde shock therapy vormde Rusland in snel tempo om tot een soort maffiastaat van steenrijke oligarchen. Politiek gezien versplinterde de Sovjet-Unie, en de ene na de andere deelrepubliek riep de onafhankelijkheid uit. Op 11 maart
Waarom Rusland Oekraïne binnenviel
1990 deed Litouwen dat als eerste, gevolgd door Estland en Letland. Daarna volgden de Kaukasische republieken Georgië, Azerbeidzjan en Armenië, de Europese republieken Moldavië, Oekraïne en Wit-Rusland, en de republieken in Centraal-Azië: Kazachstan, Oezbekistan, Turkmenistan, Kirgizië en Tadzjikistan. Op anderhalf jaar tijd verloor Moskou als hoofdstad meer dan een kwart van ‘zijn’ grondgebied. Waar Moskou gedurende meer dan vijf decennia de hoofdstad was van een economische, culturele en politieke wereldmacht, werd het na 1991 plots de hoofdstad van een ontwikkelingsland dat op alle vlakken van zijn sokkel was gevallen. Velen waren geschokt toen de opvolger van Jeltsin, president Vladimir Poetin, in 2005 zei dat het einde van de Sovjet-Unie ‘de grootste geopolitieke ramp van de eeuw was’. Bovendien, zo vervolgde hij, was het ‘een echte tragedie voor het Russische volk’ omdat sindsdien ‘tientallen miljoenen medeburgers zich plots buiten de grenzen van het Russische territorium bevonden’. Vele burgers van die nieuwe republieken waren niet geschokt door deze uitspraken. Meer nog, ze waren het ermee eens. Uit een opiniepeiling van het onderzoeksbureau Gallup in 2013 bleek dat 51 procent van de ondervraagden in voormalige Sovjetrepublieken (de Baltische staten werden niet opgenomen in de peiling) vond dat de val van de Sovjet-Unie meer slechts dan goeds had teweeggebracht. Interessant is dat de cijfers van Rusland en Oekraïne erg dicht bij elkaar lagen: 56 procent van de Oe kraïners en 55 procent van de Russen betreurden het einde van de Sovjet-Unie, terwijl respectievelijk 23 procent en 19 procent het een goede zaak vonden. Van al deze landen vond enkel een meerderheid van de Turkmenen dat ze na de onafhankelijkheid beter af waren. Het is wel goed aan te stippen dat de bevraging gebeurde voor de eerste Russische invasie in Oekraïne, en dat de percentages er nadien wellicht anders hadden uitgezien. Toch
19
20
Hoofdstuk 1
valt niet te ontkennen dat een deel van de voormalige inwoners met nostalgie terugdenkt aan de Sovjet-Unie. Zo’n 25 miljoen Russen werden na 1991 een minderheid in de nieuwe republieken. Meer dan 25 procent van de inwoners in Letland en meer dan 24 procent in Estland zijn Russen. In Kazachstan is dat meer dan 20 procent, terwijl het in Oekraïne meer dan 17 procent is, of niet minder dan acht miljoen burgers. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn – veel landen tellen minderheden, om welke historische redenen dan ook. Zo heeft België een Duitse minderheid, een erfenis van de Eerste Wereldoorlog. Het wordt pas problematisch als minderheden deel worden van een ideologie die samengevat kan worden als ‘één volk, één natie’. Het is deze ideologie die leidde tot de Tweede Wereldoorlog. Het is ook deze ideologie die mee aan de basis ligt van de Russische inval in Oekraïne.
TSARISTISCH RUSLAND ALS OPVOLGER VAN CONSTANTINOPEL Het trauma van de val van de Sovjet-Unie en het statusverlies van Rusland op wereldvlak hebben een aantal Russische intellectuelen doen aanknopen bij een oudere ideologie, die van de geboorte van tsaristisch Rusland. Het mythische verhaal start in Kiev, de hoofdstad van het Kievse Rijk, beter bekend als Kiev Rus. Dat was in de negende eeuw een rijk van Slavische, Finse en andere volkeren. De vierde vorst van Kiev Rus, Vladimir de Grote, schoot in 987 de Byzantijnse keizer Basilius II te hulp in zijn strijd tegen de Bulgaren. Als tegenprestatie gaf Basilius zijn zus, Anna Porphyrogenita, ten huwelijk aan Vladimir, die zichzelf en de meeste van zijn onderdanen bekeerde tot het christendom. Kiev werd de stad van de eerste ‘Russische’ metropoliet of aartsbisschop, en de stad waar het Cyrillisch schrift werd ingevoerd.
Waarom Rusland Oekraïne binnenviel
Het rijk van Kiev Rus werd in 1240 vernietigd door de Mongolen van Dzjengis Khan. Het kanaat van de Gouden Horde of het Tataarse Juk, zoals de Russen het noemen, zou duren tot 1480. In dat jaar slaagde het Grootvorstendom Moskou, onder leiding van Ivan III de Grote, erin om zich los te scheuren van het Mongoolse Rijk. Net als Vladimir de Grote van Kiev Rus, huwde Ivan III de Grote met een Byzantijnse prinses, Sophia Palaiologina, de nicht van Constantijn XI Palaiologos, de laatste keizer van het Byzantijnse Rijk. Dit is een belangrijk detail. Ivan III de Grote noemde zich als eerste tsaar (keizer), koos de Byzantijnse dubbelkoppige adelaar als het wapenschild van Rusland en creëerde het idee dat Moskou de opvolger was van Constantinopel. Met andere woorden, Ivan zag Moskou als het derde Rome, de nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk, nadat het eerste Rome in 476 was gevallen en nadat Constantinopel, het tweede Rome, in 1453 door de Ottomanen was ingenomen. Het doel van Ivan III de Grote en zijn opvolgers was om alle Slavische volkeren te verenigen onder de vlag van het nieuwe Rome. De Byzantijnse dubbelkoppige adelaar bleef het wapenschild van tsaristisch Rusland, tot hij in 1918 werd vervangen door de communistische hamer en sikkel. In 1993 werd de dubbelkoppige adelaar opnieuw gepromoveerd tot Ruslands wapenschild, zij het onofficieel. Een van de eerste beslissingen die Poetin nam toen hij in 2000 president werd van Rusland, was het opnemen van dit wapenschild als officieel wapenschild, net als de driekleurige Russische vlag en de oude Sovjethymne (met een nieuwe tekst) als officieel volkslied. Volgens Poetin moesten de Russen opnieuw trots zijn op hun symbolen. Het is deze mix van symbolen die aantoont dat Poetin en de zijnen geen nostalgie hebben naar de Sovjet-Unie met haar communistische ideologie op zich, maar wel naar de macht en de status die Moskou toen hadden.
21
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Auteur: Koert Debeuf Vormgeving: Armée de Verre Bookdesign Omslagfoto: Evgeniy Maloletka/AP Auteursfoto: Bart Dewaele/ID © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022 en Koert Debeuf D/2022/45/497 ISBN 978 94 014 8742 9 NUR 689 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die menen nog zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de uitgever wenden.