Skip to main content

9789401487115

Page 1

HO OF D S T U K 1

NIEUWE BUREN Obi had nieuwe buren. Misschien vind jij dat niet zo bijzonder. Misschien woon jij in een straat waar vaak mensen verhuizen. Maar voor Obi was het groot nieuws. Hij woonde op Het Einde en dat was een straat waar niemand ooit verhuisde en waar je dus nooit nieuwe buren kreeg. Zijn moeder vertelde het grote nieuws bij het middageten. ‘Er stonden vanmorgen drie grote houten kisten voor de deur van de villa’, zei ze. ‘Ik denk dat we nieuwe buren krijgen.’

9


Met de villa bedoelde ze Villa Pavlova, het laatste huis van Het Einde. De gravin die er haar hele leven gewoond had, was een tijdje geleden gestorven. Dat was erg maar niet zo heel erg. De gravin was namelijk al honderdtwintig jaar oud toen ze haar laatste adem uitblies. Obi’s vader legde zijn vork en mes naast zijn bord. Hij depte langzaam zijn mond schoon met het servet dat om zijn nek geknoopt zat. Toen sloot hij een paar seconden zijn ogen en hield zijn handen als een tentje onder zijn kin. (Dat deed Obi’s vader altijd als hij dingen hoorde waar hij niet blij mee was. Als Obi het tentje zag, wist hij dat er problemen waren.) ‘Ik hoop dat het nette mensen zijn’, zei Obi’s vader. ‘Het Einde is een nette, rustige straat. We kunnen hier geen rare snuiters gebruiken.’ Op zijn voorhoofd verschenen kleine zweetdruppels, die hij wegveegde met het servet.

10


Obi’s vader kon er niet goed tegen als er iets bijzonders gebeurde. Nieuwe buren waren voor hem bijzonder bijzonder. ‘Het komt wel goed, liefje’, suste Obi’s moeder. ‘Ik weet zeker dat gravin Balloria haar villa niet aan de eerste de beste heeft nagelaten.’

‘Daar ben ik niet zo zeker van’, antwoordde Obi’s vader. ‘De gravin was zelf een beetje vreemd. Stel je voor dat ze huisdieren hebben, KaDootje. Of kinderen! Dat zou een ramp zijn voor mijn rozenstruiken.’

11


MARKS ROZEN Obi’s vader heette Mark en hij kweekte rozen. Geen gewone rozen, maar heel speciale exemplaren waarmee hij elk jaar minstens één – en meestal meer – trofeeën won op het Wereldkampioenschap van de Mooiste Roos. Op de schoorsteenmantel bij Obi thuis stonden wel dertig bekers, die elke week keurig opgepoetst werden. Om de rozenstruiken extra mooi te laten uitkomen, maaide hij elke dag het gras. Daarvoor gebruikte hij een lat, een kammetje en een vlijmscherp mes. Elk sprietje sneed hij exact even lang, waardoor de tuin er zo glad als een biljartlaken bijlag. Met een gouden schaartje knipte hij dode takjes en blaadjes van de rozenstruiken. Het water om de struiken te begieten werd met een tankwagen uit de Zwitserse bergen gebracht. Obi’s vader deed er een zelfbedacht en geheim groeimiddel bij, dat gemaakt was van gedroogde mest van cavia’s uit de Russische steppe, lama’s uit Peru en vleermuizen uit Luxemburg. De rozen waren de reden dat Obi geen huisdier, broertjes of zusjes had. Zijn vader was doodsbenauwd dat een hond tegen zijn rozenstruiken zou plassen, een kat er een drolletje zou draaien of een kind er een voetbal tegenaan zou schoppen.

12


(Obi’s moeder heette echt KaDootje met een grote K en een grote D. Het was de afkorting van KapiteinsDochter.)

Obi’s vader deed het servet af en legde het naast zijn bord. Zonder nog iets te zeggen liep hij de kamer uit. Obi en zijn moeder wisten dat hij naar zijn rozen ging. Dat deed hij altijd als hij overstuur was. ‘Denk je dat de nieuwe buren kinderen hebben, mama?’ vroeg Obi. Zijn moeder begon de tafel af te ruimen. ‘Ik weet het niet, Obi’, zei ze. ‘Ik heb ze nog niet ontmoet. Het zou leuk zijn voor jou als ze kinderen hadden, maar ik weet niet hoe papa zich daarbij zou voelen. Hij zou waarschijnlijk de hele tijd bang zijn dat ze in zijn rozenperken zaten.’ Obi glimlachte. Hij wist maar al te goed hoe belangrijk de rozen voor zijn vader waren. Papa had een moeilijke en drukke baan waarbij hij de hele tijd moest 13


nadenken. De rozen zorgden ervoor dat het wat rustiger werd in zijn hoofd. ‘Mag ik naar buiten?’ vroeg hij. Zijn moeder gaf hem een zoen op zijn hoofd. ‘Natuurlijk’, zei ze. ‘Maar blijf uit de buurt van papa.’ Obi liet zich van zijn stoel glijden en rende de tuin in. In de tuin zat zijn vader op een krukje naast een struik met gele rozen die zo groot waren als bloemkolen. Hij praatte zachtjes met de bloemen en schudde daarbij af en toe zijn hoofd. Toen hij Obi zag, glimlachte hij en stak zijn hand op. ‘Niet te dicht bij het water!’ riep hij. Obi stak zijn duim op en liep snel door naar de tuin van Kasteel Kaneel. 14


Daar woonde de Kapitein, Obi’s opa. Die moest altijd lachen als hij Obi’s vader bezig zag in de tuin. Hij noemde hem vaak Hark in plaats van Mark, soms zelfs ‘Stijve Hark’. Obi’s vader en de Kapitein konden het niet altijd goed met elkaar vinden en maakten soms ruzie over de tuin. Volgens Obi’s vader waaiden er voortdurend zaadjes vanuit de tuin van de Kapitein in zijn tuin, waar ze een gevaar vormden voor de rozenstruiken.

15


Vandaag had Obi geen tijd voor de Kapitein. Hij rende door de tuin van Kasteel Kaneel en sprong over de smalle beek om bij Villa Pavlova te komen. Het huis van de gravin had die naam gekregen omdat het op een reusachtig gebakje leek. De muren waren zachtroze alsof ze van marsepein waren gemaakt en het dak zag eruit als een grote toef slagroom. Aan de rand van de tuin bleef Obi staan.

16


Wat als de nieuwe buren een gevaarlijke hond hadden die graag kleine kinderen beet? Wat als ze helemaal niet van kinderen hielden? Wat als ze een geweer hadden waarmee ze op indringers schoten? Hij zakte wat door zijn knieën en boog voorover om zich kleiner te maken. Toen rende hij met snelle passen naar een grote struik die in het midden van de tuin stond. Het was een trucje dat zijn opa ooit van een spion geleerd had. Hij had het Obi laten zien en ze hadden samen geoefend in de tuin. De Kapitein was zo goed in dit soort rennen dat je hem zelfs niet zag als hij het grasveld overstak.

Verborgen achter de struik probeerde Obi naar binnen te kijken, maar hij zag niets door de donkere ramen. Ik had mijn verrekijker moeten meebrengen, dacht hij. Hij boog nog wat dieper voorover en rende zo onzichtbaar mogelijk tot vlak bij de villa. Daar bleef hij geknield onder een vensterbank zitten en luisterde gespannen naar de geluiden in het huis. Het was er stil. 17


Met beide handen greep hij de vensterbank beet en gluurde over de rand. Het was donker in de woonkamer, maar toch zag hij helemaal achterin iets bewegen. Vlug liet Obi zich weer zakken. ‘Een hond!’ fluisterde hij opgewonden. ‘Ze hebben een hond!’ Hij kwam weer een beetje overeind en keek door het raam. De hond was verdwenen. In de hoek stonden de houten kratten waarover zijn moeder verteld had. Ze waren alle drie opengebroken. Tot Obi’s verbazing lag er een heleboel stro in. Waarschijnlijk hebben ze veel breekbare borden, dacht hij. Hij wierp een blik op de voordeur. Zou hij durven aanbellen? Dit waren tenslotte de nieuwe buren en het was alleen maar netjes om jezelf voor te stellen. Obi trok zijn T-shirt recht, kamde zijn haren met zijn vingers en liep naar de voordeur. Hij ademde diep in en drukte op de belknop. Binnen hoorde hij de bel overgaan. Er klonk een langgerekte

18


En een schril gefluit.

Geschrokken zette Obi een paar stappen achteruit. Hij had voetstappen en het blaffen van een hond verwacht, maar geen getoeter en gefluit. Twijfelend bleef hij een paar seconden staan. Vanuit het huis klonken opnieuw geluiden die hij nooit eerder had gehoord. Hij besloot dat het slimmer was om eerst aan de Kapitein te vragen wie de nieuwe buren waren.

19


HO OF D S T U K 2

KASTEEL KANEEL Kasteel Kaneel was waarschijnlijk het vreemdste kasteel dat ooit was gebouwd. Aan de voorkant had het een ophaalbrug en kantelen en spitse torens waarop felgekleurde vaantjes wapperden. Maar als je om het kasteel heen liep, veranderde het aan de achterkant in een enorm, houten schip met het boegbeeld van een zeemeermin. De Kapitein had Kasteel Kaneel met zijn eigen handen gebouwd en hij was er ontzettend trots op. ‘Kapitein!’ riep Obi toen hij de hal van het kasteel binnenkwam. De Kapitein antwoordde niet. Obi riep nog een keer. ‘Kapitein? Opa? Ben je thuis?’ Een grote kraai die vlak bij de trap zat te dutten, opende lui één oog en liet een laag gekras horen.

20


Obi liep naar de vogel toe en krabde even op haar kop. Door Samantha wist hij dat de Kapitein thuis was. Zijn opa en de kraai waren namelijk onafscheidelijk. 21


www.lannoo.com www.de-leukste-kinderboeken.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023 Tekst: Mathilda Masters illustraties: Georgien Overwater Vormgeving: Studio Lannoo (Mieke Verloigne) ISBN 978 94 014 8711 5 D/2023/45/8 NUR 282, 283 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401487115 by Uitgeverij Lannoo - Issuu