o
o
e
v
n
Dit b oe k is
r
g
e s c h r
e
v
aan
door de
zeemeeraap van
EE
AAN
ZE
E
O
W
Het geheim van Festergrim
Thomas Taylor met illustraties van de auteur
Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders
www.lannoo.com www.de-leukste-kinderboeken.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023 ISBN 978 94 014 8704 7 D/2023/45/80 NUR 282/283 Oorspronkelijke titel: Festergrimm Oorspronkelijk gepubliceerd door Walker Books Limited, London SE11 5HJ © Tekst en illustraties: Thomas Taylor, 2022 © Omslagillustratie: George Ermos, 2022 © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2023 Vertaling: Aleid van Eekelen-Benders Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor William, Aimee, Emily en Tobias. T.T.
Bij het maken van dit boek zijn geen meeuwen mishandeld.
W
s t e e gj e
al
ru
s
De
orm
theek
lf
ijn
-
B in
St
eese Leesapo
&
nenland
Ow
De
Wu
lk
pl
ei
n
Do
fé Ca
e
ba Bal
w ou
Aangesp
vr Me
eb
likron
IM
Ca
de
Ze
es
weg
He
t si’s va las Tha k r te tij Dok prak
UL
A
ch
ui
m
st
ee
er
lw
VA
e st
D N Viss
erss
c
r huu
Ki
ez
el
s
tje
s
a tr
nd
je
S
er
RD
Bo
el
m
gje
k
n
m eu us ee M Ow
BO
EV
T
y
d la van
a
GR
un
ER
R
al
GR A NA HOTEND UT L IL US
Fos
rr
ST
tje ge
reef
Wijting
ocht
Ka
d Dobber
tb
N O WEE
huis
sie l oeldewa s ren
rk
telooske os o
e
Tr
Bo
pg ee an
sti
ls
ba Se
Aa
FE
V
Sint
n
a
tj
ein
an
n
i
la
aa
V
n in
n ge
G
Station
A
Kr
ak
en
r uu
PLATTEGROND
m n
AAN
E
E
M
I
é
T
S r
de
Pie
s
er a an Ein het d va n
e
ng
eat
Me
i uw
DE
PI
MUILR O
Het W r
ak
va
ER
TS
E
AT
n
de
HAN
Th
Z
OWEE ZEE af
VAN
tc
ve
Ee
Ha
V LE
I
N
Owee aan Zee
Spooktrein Het was een koude, winderige dag aan het verkeerde eind van november toen de narigheid terugkwam naar Owee aan Zee. Natuurlijk had Violet dat het eerst in de gaten, maar was ik, Herbert Citroen – gevonden-voorwerper in het Grand Hotel Nautilus – degene die al vanaf het begin een onprettig gevoel had. Een onprettig gevoel dat opkwam toen we eropuit werden gestuurd om een onbekende hotel gast af te halen op het bouwvallige treinstation van het stadje. ‘Ik wist niet eens dat er in Owee aan Zee een station was’, zegt Violet als we langs de loketten in de tochtige stationshal naar het perron lopen. Het roestige oude spoor ernaast verdwijnt in de gapende mond van een tunnel die lang geleden in de Oweerots is uitgehouwen. ‘Het lijkt meer op de ingang naar een spooktrein.’
9
‘Pah!’ zegt meneer Mollusk met een nijdige blik naar de dode bladeren die over het perron waaien, en die ene flakkerende victoriaanse lamp die ze beschijnt. Het stationsbord met Welkom in Owee aan Zee kraakt als een v erbroken belofte – het gezichtje en de straaltjes zijn n auwelijks te zien door een beroet spinnenweb dat niemand meer zal wegvegen voor het weer lente is. De wind kreunt om de smeedijzeren pijlers die de stationsoverkapping omhooghouden en ergens vandaan komt een hardnekkig gedreun dat ik niet kan thuisbrengen. ‘Geen wonder dat we ’s winters zo weinig gasten krijgen’, voegt de hotelmanager er met een huivering aan toe. Als ik naar mijn twee metgezellen kijk, aarzelt mijn gezicht tussen een lachje en een frons. Het gebeurt niet elke dag dat ik op stap ben met mijn beste vriendin, Violet Purperwier, en de ellendige oude manager van het Grand Hotel Nautilus. Het is een vreemd gevoel om met hen allebei tegelijk om te gaan. ‘Er is geen echte dienstregeling meer’, leg ik Violet uit. ‘Het is tegenwoordig meer een toeristische attractie.’ De trein – met een antieke stoomlocomotief die Betusalem heet – rijdt in de zomermaanden hijgend en puffend heen en weer over het oude spoorlijntje boven op de klif en stopt onderweg bij een paar halfvergeten dorpjes. De emmers-en-schepjes-toeristen die erin rijden, zullen het wel schilderachtig vinden. Maar schilderachtig is zo’n woord dat zodra het weer omslaat en de donkere winter dichterbij 10
komt, makkelijk kan overgaan in o wee. En toch rijdt de trein nog steeds weleens buiten het seizoen – als klifinstortingen en gestoorde weersomstandigheden het toelaten. Maar je zou zelf wel behoorlijk gestoord moeten zijn om er dan gebruik van te maken, en dat is ook de reden dat ik diep weggedoken in een jas en een sjaal tegen de ijzige kou naast Violet sta en ‘Ik heb hier een onprettig gevoel bij’ mompel terwijl we wachten tot de oude Betusalem zijn geheimzinnige gast naar het stadje brengt. ‘En u heeft echt geen idee wie het is?’ vraagt Violet aan de hotelmanager. Ze negeert mijn onprettige gevoel en haalt een gekreukeld zakje met rumfudge van mevrouw Fossiel uit haar jaszak. ‘Die speciale gast?’ ‘Nee, zeker niet’, snauwt meneer Mollusk, en hij kijkt haar aan. Zijn snor staat nijdig overeind. ‘En waarom dat jou iets aangaat, weet ik ook niet. Ik ben hier als afgevaardigde van het Grand Hotel Nautilus, in opdracht van lady Kraken in eigen persoon. Herbert Citroen is hier om de bagage te dragen en te doen wat hem wordt gezegd. Vertel me nog een keer, meisje, wat jij hier doet.’ Violet haalt haar schouders op. ‘Misschien ben ik een treinspotter’, antwoordt ze met een lief onschuldig gezicht dat niet bepaald bij haar past. ‘En ben ik hier om... een trein te spotten.’ ‘Pfft!’ sputtert meneer Mollusk. ‘Echt niet! Jij bent hier om je aan onze vip te vergapen en dat Citroenjoch van zijn werk te houden, zoals gewoonlijk. Maar ik waarschuw je, 11
Violet Purperwier: hare ladyschap heeft opdracht gegeven tot een Grand Nautilus-welkom voor deze hoogst speciale persoon, en daarbij loop jij ons niet voor de voeten.’ En hij probeert er belangrijk uit te zien terwijl hij met een zakdoek de restanten van zijn pfft! uit zijn snor veegt. ‘Dus het kan echt iedereen zijn?’ vraagt Violet met grote ogen. ‘Misschien een filmster! Of een sportkampioen, of...’ en ze mikt opgewonden een stuk fudge in haar mond en houdt daarna mij het zakje voor, ‘... of een geheimzinnige persoon met een duister verleden, die met zijn komst een heel nieuw avontuur in gang zet!’ De hotelmanager fronst geërgerd zijn wenkbrauwen en slaat mijn hand weg van het zakje. ‘Geen snoep onder diensttijd! En geen duistere verledens of avonturen, dank je feestelijk. Als het aan mij lag – O, wat is dat geluid toch?’ Het dreunende geluid, dat we daarnet ook al hoorden, is luider geworden. ‘Het...’ begin ik, en mijn onprettige gevoel gaat over in een ontzettend onprettig gevoel. ‘Het klinkt als voetstappen. Op het dak!’ ‘Onzin!’ snuift meneer Mollusk. Hij kijkt naar de krakerige houten overkapping boven het perron. ‘Waarom zou daar iemand zijn? Boven ons? En naar dat... dat gat daar lopen? Dreunend en bonkend met de trage, onzekere, afschuwelijke schuifelgang van een... van een...’
12
Hij slikt. ‘Van een zombie?’ opper ik, waarop de Mollusk verstijft van angst. Langzaam kijken we alle drie naar het winderige gat in het perrondak terwijl de... wat het ook is... dichterbij komt. Bonk... bonk... Bonk! Vlak bij het gat houdt het geluid ineens op. En er gebeurt niets. ‘Misschien is het toch een spooktrein’, zegt Violet opgewekt voor ze een nieuw blok fudge in haar mond stopt. ‘Wat spannend!’ ‘Ach, kom!’ Meneer Mollusk vermant zich. ‘Ik weet zeker dat er een volkomen redelijke verklaring voor –’ En dat is het moment waarop, met angstaanjagend gekrijs van wanhoop, het spook verschijnt!
13