Skip to main content

9789401486576

Page 1

Carex oshimensis ‘Everest’


FOTO'S ARTIFIX

DE MOOISTE GRASSEN VOOR DE TUIN

Tinneke Provoost Laurence Machiels


VOORWOORD GRASSEN ZIJN VOOR MIJ EEN PASSIE. Als kind al zat ik vol bewondering te kijken naar de reuzenbamboes in La Bambouseraie in Anduze (F), waar we tijdens de vakantie langskwamen. Het feit dat er een kans bestond dat ik een bamboe zou kunnen zien groeien, was voor mij voldoende reden om geen voet meer te verzetten, tot grote frustratie van mijn ouders, die vooruit wilden. Mijn ouders waren tuinaanleggers; ik ben opgegroeid tussen de planten, en ook siergrassen passeerden nu en dan de revue. In het begin waren dat vooral reuzengrassen, zoals het pampasgras, hét voortuingras uit de jaren 80, of Miscanthus giganteus, een gigant die al decennialang meegaat. De grote ommekeer kwam er eind jaren 90, toen grassen van over de hele wereld onze tuinen bereikten. Het idee om een eigen kwekerij te starten kwam er na een ontmoeting met Neil Lucas van Knoll Gardens, een van de bekendste Engelse grassenkwekers. Toen ik zijn stand op de Chelsea Flower Show in Londen zag, was ik er helemaal ondersteboven van. Wat een aanbod van bloeiende grassen! En dat in mei! Toen besefte ik dat er zoveel meer siergrassen waren dan wat ik kende, of wat de meeste kwekerijen bij ons op dat moment aanboden. Het was het begin van mijn verzameling. Mijn collectie groeide met de jaren, tot ik uiteindelijk de stap durfde te zetten naar een kleine grassenkwekerij: De Grashalm, specifiek gericht op tuinliefhebbers. In het begin kwam er maar heel af en toe iemand langs, maar gaandeweg werd mijn kwekerij meer en meer bekend. Vandaag de dag vinden tal van liefhebbers uit heel België, Nederland en Frankrijk de weg hiernaartoe. Je kunt bij mij alleen maar grassen kopen, iets anders kweek ik niet. Daarom ken ik mijn planten ook zo goed, al leer ik nog altijd bij.

_4

‘Ken je geen goed boek over siergrassen?’ is een vraag die me de voorbije jaren regelmatig werd gesteld. Voor veel tuinliefhebbers is grassen kiezen immers moeilijk. Grassen lijken op elkaar, en voor een leek is het onderscheid niet altijd gemakkelijk vast te stellen. En wie online informatie zoekt, raakt meestal de weg kwijt in de massa van juiste en onjuiste informatie. Er bestaan een aantal goede boeken over siergrassen, maar die zijn bijna allemaal in het Engels, of het zijn vertalingen van oude uitgaven, die al lang niet meer up-to-date zijn. Vaak staan er cultivars in die bij ons niet eens te krijgen zijn, of niet stroken met ons klimaat, of met de rijke Belgische en Nederlandse bodem. Over hoe grassen zich op ‘onze’ klei gedragen, vind je bijvoorbeeld maar heel weinig informatie, terwijl het wel cruciaal is. Het is al een tijdje dat het idee van een eigen boek door mijn hoofd speelt. Via de voordrachten die ik geef voor de Vlaamse Vasteplantenvereniging, Tuinhier en andere tuinverenigingen, heb ik een heel goed idee gekregen van de grassenvragen waar tuiniers mee zitten. Ervaring met boeken schrijven, had ik niet, maar ik vond de perfecte schrijfpartner in Laurence, die wel die ervaring had, de liefde voor planten en de juiste gedrevenheid. Met haar durfde ik dit avontuur aan. Vijf jaar geleden kwam dit boek voor het eerst uit. Het was een succes en het is, zoals we hadden gehoopt, een handboek geworden voor iedereen met een liefde voor siergras. Het helpt je om het ideale gras voor jouw tuin te vinden, maar ook om dat op de juiste manier te verzorgen. Het boek toont het boeiende aanbod van siergrassen en inspireert dankzij de mooie foto’s van Veronique om ze creatief en op verschillende manieren in de tuin te gebruiken. Wie weet betekent het voor sommigen het begin van een mooie verzameling!


_5


INHOUD Voorwoord

4

1. INLEIDING

8

2. IN DE TUIN

1. Stadstuin 2. Kleine tuin 3. Bordertuin 4. Landelijke tuin 5. Strakke tuin 6. Landschapstuin 7. Grassentuin 8. Watertuin 9. Groendak, daktuin en groengevel 10. Terrastuin

3. GRASSEN

Grassenfiches Grassen die de show stelen Het juiste gras op de juiste plek

4. PRAKTISCH

16 22 28 38 42 48 54 64 74 80 86

90 92 186 189

Kiezen Planten Voeding Snoeien Onkruid Problemen Grassen in pot

192 194 196 199 201 205 207 209

Nuttige adressen

214

Register

216

_6


_7


1

INLEIDING


Panicum


Of je nu een tuin hebt van 10, 100 of 1000 m², groene vingers bezit of een absolute tuindummy bent, siergrassen zijn gewoonweg niet meer weg te denken uit onze tuinen. Weinig planten ogen zo lang zo mooi als siergrassen en vergen tegelijkertijd zo weinig onderhoud. Je hebt helemaal geen groene vingers nodig om grassen in je tuin te houden. Het klinkt misschien een beetje cru, maar grassen worden zelfs vaak gekocht door mensen die niets van planten afweten. Daar is niets mis mee, integendeel; we willen toch voor alles onbezorgd genieten van onze tuin? Toch is de wereld van de grassen ingewikkelder dan hij lijkt. Zelfs heel gedreven en ervaren tuiniers zijn soms in de war, wanneer het op de herkenning van een gras aankomt. En dat is goed te begrijpen; ze lijken ook zo op elkaar! Bovendien veranderen grassenfamilies al eens van naam, of worden grassen ondergebracht in een andere groep. Lastig voor wie er zich echt in wil verdiepen, maar gelukkig niet belangrijk voor wie gewoon wil genieten van een mooi siergras in zijn tuin of op zijn terras.

Briza maxima


inleiding

Wat is gras? Gras is overal: in de natuur, in de weiden en graanvelden, als onkruid, als gazon, als voetbalveld... Waar er planten groeien, is er gras. Het is de meest verspreide plant op aarde. Bamboe is een gras, maar ook mais, tarwe, gerst, haver, rijst... Het grootste deel van de natuur rondom ons bestaat uit gras, inclusief onkruidgras, zoals het befaamde straatgrasje, dat je tussen de stoeptegels vindt, of het woekerende kweekgras dat maar niet uit je tuin wil. De Noord-Amerikaanse prairie, de Zuid-Amerikaanse pampa, de Afrikaanse savanne, de steppe… zijn tot de verbeelding sprekende natuurlijke graslandschappen. Het is precies die wilde, natuurlijke sfeer, dat gevoel van oneindigheid en vrijheid, dat we met siergrassen in onze tuinen proberen na te bootsen. Strikt genomen mogen alleen planten die tot de familie van de Poaceae behoren, zich een gras noemen. In dit boek nemen we ook andere grasachtigen en graslookalikes op zoals Acorus, Carex, Juncus, Luzula, Ophiopogon, Liriope. En hoewel bamboes ook Poaceae zijn, nemen we die niet op. Van gras naar siergras Ook al heb je het misschien nog nooit opgemerkt, een deel van de siergrassen in je tuin staat ook in het wild. Als je door de heide wandelt, staat het vol met Molinia caerulea, het bekende pijpenstrootje. Maar veel mensen zien het pas als een tuinplant, wanneer het in de kwekerij in een potje wordt aangeboden. Melica uniflora, het eenbloemig parelgras, is een erg mooi siergras voor een natuurlijke tuin, maar komt net zo goed bij ons (helaas alsmaar minder vaak) in de natuur voor. De meest imposante grassen komen uit de Noord-Amerikaanse prairie: de fameuze prairiegrassen. Ze brengen ontzettend veel volume, zwier en kleur in de tuinen, zeker in combinatie met andere hoge sterke vaste planten; zulke prairieachtige combinaties behoren tot de meest imposante tuinen, getuige daarvan de machtige Roularta-border (zie p. 58). De nieuwste grassen komen uit NieuwZeeland. Het zijn doorgaans grassen met veel kleur, maar ze hebben het niet altijd gemakkelijk in ons klimaat. Vaak leven ze kort, of zaaien ze zich te enthousiast uit. Carex testacea ‘Prairie Fire’ is bijvoor-

beeld prachtig maar wispelturig. Dan zijn Aziatische grassen, met onder meer de ijzersterke Japanse Hakonechloa, beter afgestemd op ons klimaat.

‘Siergrassen zijn zowat de gemakkelijkste planten voor de tuin.’

Plant zonder zorgen Grassen zijn niet veeleisend wat de bodem betreft en van nature ijzersterke, langlevende planten, op een aantal uitzonderingen na. Ze zijn daarom ideaal voor luie tuiniers. Je kunt ze jarenlang op dezelfde plek laten staan, anders dan heel wat vaste planten, die je na enkele jaren het best verplant of splitst. In maart knip je ze af of pluk je ze gewoon weg. En dat is dan ook zowat het enige werk dat je eraan hebt. Wat wel telt, is op welke plek je ze plant. Het succes van een gras in je tuin hangt nauw samen met de hoeveelheid zon en vocht. Sommige grassen verlangen een droge plek in volle zon, andere staan liever op een natte plek, of groeien het mooist in wat schaduw. Als je een gras voor je tuin kiest, is dat je eerste criterium. Daarna kies je het uiterlijk, de schoonheid. En welke rol dat gras in je tuin zal spelen: zoek je een gras als bodembedekker, wil je gras als begeleidingsplant in de border of verkies je een grote groep van één enkel gras? In het hoofdstuk ‘In de tuin’ (p. 18) vind je sprekende voorbeelden van hoe je grassen in je tuin kunt integreren. In het hoofdstuk ‘Grassen’ (p. 92) kun je kiezen uit meer dan negentig grassen, met alle details die je nodig hebt om ze te kiezen, te kopen en te verzorgen. Hoe je snoeit, bemest en je grassen verder verzorgt, vind je in het hoofdstuk ‘Praktisch’ (p. 194). _11


_ De 10 grootste misverstanden over grassen Hoewel ze allang hun waarde in onze tuinen hebben bewezen, bestaan er toch nog altijd vooroordelen over siergrassen. x

Siergrassen woekeren. Soms, en gelukkig maar! Als we geen helmgras of zandhaver in de duinen hadden, waren onze geliefde zandheuvels wellicht al lang geërodeerd. In een tuin horen geen woekerende siergrassen thuis, tenzij je dat per se wilt; een beetje zoals sommige soorten bamboe. Maar er zijn wel heel interessante bodembedekkende grassen, die niet woekeren maar zich wel stilletjes in de breedte uitbreiden, tot een gesloten groen tapijt waar geen onkruid meer door kan.

x Siergrassen leven niet lang. Het gros van de siergrassen leeft lang, minstens zo lang als een vaste plant, en sommige zelfs tientallen jaren lang, zoals veel van de ijzersterke prairiegrassen. Die overleefden in de prairie grote branden en kuddes voorbijtrekkende bizons. Dan zal het in jouw tuin toch zeker ook wel lukken!

x Siergrassen vallen om. Een goed siergras valt niet om; er zijn er zelfs die de hele winter rechtop blijven staan, en niet buigen onder een pak ijzel of sneeuw. Als je siergrassen die van een droge plek houden op een te natte plek zet, zonaanbidders zoals Miscanthus een plek in de schaduw toebedeelt, of je grassen (overdadig) bemest, vallen ze inderdaad open, en zullen ze niet of minder bloeien. Maar is het dan de schuld van het siergras? Grassen moeten traag kunnen groeien, geef ze de tijd en forceer ze niet. En zet ze vooral op de juiste plek. x

Siergrassen zijn niet winterhard. -20 °C: klinkt dat als niet winterhard? De meeste grassen in dit boek geven geen krimp in onze winters. Natuurlijk zitten er ook een paar koukleumen bij, en grassen die alleen winterhard zijn op een droge of goed gedraineerde plek, maar dat staat duidelijk bij elk gras vermeld. Aan jou om het risico te nemen, al was dat de voorbije jaren erg klein, met die warme winters.

x

Alle siergrassen lijken op elkaar. Het is waar, grassen uit elkaar houden, is allesbehalve eenvoudig. Bovendien is er af en toe een botanische aanpassing en veranderen grassen van geslacht.


Eerlijk gezegd vinden zelfs specialisten het een lastige materie. Maar moet je daarvan wakker liggen? Neen. Kijk op welke plek je siergrassen wilt en kies dan de allermooiste, afhankelijk van de standplaats. Laat je goed adviseren door een gespecialiseerde kweker.

x Siergrassen zaaien zich uit. De meeste siergrassen zaaien zich helemaal niet uit; een paar enkelingen wel, maar niet meer of minder dan een vaste plant. Vaak gaat het om grassen die van nature maar 3 tot 5 jaar leven. Niet dat ze daarna uit je tuin verdwijnen, integendeel. Precies doordat ze zich uitzaaien, heb je een permanente verjonging en raak je jouw lievelingsgras nooit kwijt. Wanneer de moederplant afsterft, ben je maar wat blij dat er nog zaailingen op reserve staan. Een enkel gras dat zich ongewenst uitzaait, zoals Carex pendula, knip je na de bloei meteen af, al mis je dan wel de prachtige overhangende aren. x

Ik heb geen plaats voor siergrassen. Hm. Ook geen plekje van 30 cm diameter? Of een terras waar een pot op kan staan? Er is altijd plaats voor siergrassen. En gelukkig zijn er veel die heel bescheiden blijven en helemaal niet hoog worden; er zijn zelfs minietjes.

x Siergrassen lijken zo wild.

Als je het over die grote bossen met hoge pluimen hebt, die meewiegen in de wind, ja, die ogen inderdaad heerlijk natuurlijk en brengen veel zwier in de tuin. Maar net zo goed heb je siergrassen die heel strak, statisch en beheerst groeien, op het artificiële af, zoals Carex muskingumensis ‘Little Midge’, Ophiopogon en Liriope (al zijn die laatste twee geen echt gras, maar vaste planten die zich een gras wanen). Beheerste types vinden dus zonder twijfel een gras dat bij hen past.

x Siergrassen ogen slordig in de winter. Prima, snijd ze dan af. Het is heel jammer voor het prachtige winterbeeld, dat je dan mist, en als het heel hard vriest, zal je siergras er mogelijk meer last van ondervinden dan niet gesnoeid, maar jij bent baas in eigen tuin. x

Siergrassen zijn alleen mooi in de herfst. Veel grassen zijn vooral mooi in de herfst, maar dan doe je al die vroege grassen, die al in de lente een prachtig groene bos vormen, en bloeien, toch echt oneer aan. Zo staan er meer dan genoeg in dit boek; ontdek ze.


inleiding

KIEZEN Als je over siergrassen praat, hoor je soms ongewone termen. Wat betekent polvormend, wat zijn rizomen, koudseizoengroeiers? En hoe groen is groenblijvend nu precies? Leeft een kortlevend gras echt kort? (neen dus) Koud- en warmseizoengrassen Je hebt grassen die al vroeg beginnen te groeien en bloeien, zoals Arrhenatherum, Calamagrostis, Festuca en Stipa – dat zijn de koudseizoengrassen. Zij zorgen al vroeg in de lente voor groen blad en bloei in de tuin. Warmseizoengrassen hebben warmte nodig om wakker te worden. Panicum is daar een typisch voorbeeld van: soms komen de eerste sprietjes pas eind april boven. Ook Eragrostis, Miscanthus en Pennisetum zijn warmseizoengrassen, net als de meeste Amerikaanse prairiegrassen. Ze bloeien doorgaans later en hun blad verkleurt vaak prachtig, met die typische Indian Summer-look. Polvormend of uitlopers De meeste grassen zijn polvormend. Ze vormen een netjes afgebakende graspol. Dat wil niet zeggen dat ze niet meer in de breedte groeien, maar zodra ze volwassen zijn, blijven ze netjes op de hun toegewezen plaats. Grassen met uitlopers groeien systematisch verder in de breedte. Dat doen ze met wortelstokken of rizomen. De meeste groeien zo traag dat die uitbreiding alleen maar voordelen biedt in de tuin: ze bedekken de bodem efficiënt. Er zijn er ook met heel groeikrachtige rizomen, dat noemen we dan de woekeraars. Die kunnen enkel op heel specifieke plekken gebruikt worden, mits de nodige afboordingen.

_14

Hoe groen is groenblijvend? Een deel van de siergrassen is groenblijvend: hun blad blijft groen in de winter. Bij hen primeert het blad – de bloei is bescheidener dan bij de meeste bladverliezende grassen – en ze worden doorgaans ook niet veel hoger dan 50 cm. Pampasgras (Cortaderia) vormt daarop de grote uitzondering. De term ‘groenblijvend’ is echter misleidend, en ook ‘wintergroen’ dekt niet helemaal de lading. Want nogal wat van de grassen die ’s winters hun blad houden, zijn niet groen maar blauw (Festuca, Koeleria glauca...), zwart (Ophiopogon planiscapus ‘Nigrescens’, een gras-lookalike), geel (Carex oshimensis ‘Evergold’), brons (Carex comans ‘Bronze Form’), rood (Uncinia rubra)... Dat is de kleur die ze het jaar rond dragen en die ook niet verandert. Verwacht dus geen herfstverkleuring. Maar je krijgt wel veel kleur in de winter. Sommige grassen blijven alleen groen in een zachte winter, of deels groen, zoals Festuca mairei of Sesleria caerulea. Een deel van hun blad verdort als gevolg van de vorst, maar ze blijven wel nog kleur houden. Daarom worden ze soms half-wintergroen of semi-groenblijvend genoemd. Bij elk van de opgesomde siergrassen in dit boek staat expliciet vermeld in welke mate ze ’s winters groen blijven.


Lang of kort levend Langlevende grassen zijn de meest voorkomende, in onze tuinen. Ze gaan minstens 8 jaar, maar vaak ook tientallen jaren mee. Kortlevende grassen leven in ons klimaat tussen de 3 en 5 jaar, afhankelijk van waar ze staan en hoe je ze verzorgt. Maar gek genoeg merk je in je tuin niet dat ze maar kort leven. Ze hebben een ingebouwd mechanisme om zich (beperkt) uit te zaaien en op die manier zelf voor nakomelingen te zorgen. Je kunt wel zelf de levensduur van die grassen verlengen, door ze na de winter en na de zomer te kammen en ze zo weinig mogelijk te snoeien (en alleen in de zomer). Typische kortlevende grassen zijn Carex testacea ‘Prairie Fire’, Chionochloa rubra, Eragrostis spectabilis, Festuca gautieri ‘Pic Carlit’, Festuca glauca ‘Elijah Blue’, Koeleria glauca en Nassella tenuissima ‘Pony Tails’. Maar nogmaals, in de tuin merk je maar weinig van dat ‘kort’ leven. Niet-winterharde grassen verdragen geen vorst. In warme streken zijn ze meerjarig, maar in ons klimaat houden ze er na een jaar, zodra de eerste kou of vorst er is, mee op, zoals Pennisetum x advena ‘Rubrum’. Die moet al bij 5 °C bescherming krijgen. Eenjarige grassen leven sowieso maar één jaar, zoals de naam het zegt, vergelijkbaar met onze eenjarige balkonplanten. Agrostis nebulosa, Briza maxima en Lagurus ovatus sterven ’s winters af en komen niet meer terug. Uitzonderlijk, in een heel zachte winter, zaaien ze zich uit, waarna in de lente de zaailingen weer nieuwe planten voortbrengen. Maar je kunt beter zelf zaad verzamelen of kopen en in februari (op een warme plek in huis) opnieuw zaaien.

Lagurus ovatus


2

IN DE TUIN


Achnatherum calamagrostis


In ‘Designing with grasses’ (2011) noemt grassenspecialist Neil Lucas, van de kwekerij Knoll Gardens (UK), grassen heel sociale planten. ‘Ze voelen zich het gelukkigst in gezelschap van andere planten, of staan het liefst in een groep.’ Zeker is dat het effect van grassen het grootst is, wanneer ze in een massa staan. Niet dat één solitair gras niet mooi kan zijn, maar zet ze bijeen en het wordt spectaculair. Siergrassen passen in elk type tuin. Ze staan mooi bij een moderne, architecturale villa maar net zo goed bij een pastorijwoning of een rijtjeshuis. Je kunt ze kwijt in een strakke, verfijnde tuin of een natuurlijke landschapstuin, in een kleine stadstuin, op een groendak of aan de waterkant. En wie geen tuin heeft, zet ze in een pot. Behalve dat siergrassen gemakkelijke, sterke planten zijn, kun je er ook ontzettend veel kanten mee uit. Grassen zijn echt niet alleen bedoeld als begeleider van vaste planten of struiken in de border. Ze lenen zich voor prachtige lage en hoge hagen, maar evengoed als handige bodembedekker tegen het onkruid. Of je creëert er een overweldigende grote groep van één soort gras mee, alsof je tuin gewoon de wilde natuur zelve is. Of de Amerikaanse prairie.


in de tuin

Negen maanden mooi Grassen zijn kampioen in het oproepen van de natuur. Ze geven onze tuinen een natuurlijk uiterlijk, en linken ze aan het landschap, waar doorgaans veel grassen groeien. Met grassen blijft je tuin veel langer levendig – gemakkelijk negen maanden lang. In de lente vormen ze groene plukjes als achtergrond voor het kleurengeweld van voorjaarsbloemen en lentebloeiers. Naarmate de zomer vordert, vullen de pluimen van Miscanthus, Panicum en Pennisetum

de lege of uitgebluste plekken in de border op. In de herfst brengen ze de tuin echt tot leven, met kleurrijke bladeren, en aren die het licht vangen en de aandacht trekken. ’s Winters houden ze hun kleur, ook al is het maar bleek stro, maar vooral hun vorm, waarmee ze de tuin overeind houden. Weinig tuinplanten zijn zo feeëriek als een siergras onder een laagje rijp of sneeuw.

_ De 10 beste siergrassen voor de tuin Over smaken en kleuren valt niet te twisten. Welk gras het mooiste is, hangt van jouw persoonlijke smaak af. Maar sommige grassen zijn echte vaste waarden in de tuin en hebben hun verdiensten al vele jaren bewezen. Ze zijn sterk en mooi, en, zeker voor wie nog maar pas begint met siergrassen in de tuin, excellente startplanten. Calamagrostis x acutiflora ‘Karl Foerster’ Carex foliosissima Festuca glauca ‘Elijah Blue’ Hakonechloa macra Miscanthus sinensis Molinia caerulea subsp. caerulea Nassella tenuissima ‘Pony Tails’ Panicum virgatum Pennisetum alopecuroides Sesleria autumnalis

Molinia caerulea ‘Strahlenquelle’

Festuca glauca ‘Elijah Blue’

_19


grassen

Arrhenatherum bulbosum ‘Variegatum’ Syn.: Arrhenatherum ‘Variegatum’; Arrhenatherum elatius var. bulbosum ‘Variegatum’ Glanshaver, knolhaver, Frans raaigras

30 - 50 cm juni - augustus

Dit kleine grasje schittert in de vroege lente, wanneer er nog maar amper wat opleeft in de tuin. Vanaf februari krijg je frisbont witgroen blad te zien, dat erg mooi combineert met andere winterbloeiers als Helleborus en vroege bloembollen als sneeuwklokjes, krokussen en mininarcissen. De naam knolhaver dankt de plant aan de haverachtige pluimen, en de kleine, grappige knolletjes helemaal onderaan het blad. PLEK Bodem: normaal; neutraal tot licht zuur. Goed gedraineerde grond. BLAD - Breed, bont: groen met witte randen. Geen herfstverkleuring. - Hoogte: 20 - 40 cm - Groenblijvend: neen BLOEI Weinig opvallende bloei, met bleke aren als fijne haver WINTER: Weinig opvallend, tot er in februari plots fris nieuw blad tevoorschijn komt. Heel goed winterhard (-20 °C). ONDERHOUD: Knip het verdorde blad in januari af, om plaats te maken voor nieuw blad in februari. Knip gerust een tweede keer in augustus, na de bloei; er verschijnt jong fris blad in de herfst. Splits en herplant elke 3 jaar, in maart of april, dat verlengt de levensduur van dit gras. OPGELET: Gaat in augustus, na de bloei, in rust, waardoor hij er even minder aantrekkelijk uitziet. Kan soms roest krijgen, bv. na een lange natte, warme periode. IN DE TUIN - In de border tussen andere, niet te dominante planten. - Als kleine groep - In pot - Aantal planten per m²: 5 - 7 OORSPRONG: Europa, Azië

_20


grassen

Arundo donax var. versicolor Syn.: Arundo donax ‘Variegata’ Bont reuzenriet, bont pijlriet

250 - 300 cm bloeit niet in ons klimaat

Het bonte reuzenriet is een echte aandachtstrekker, al was het alleen al door zijn hoogte – in een warme zomer wordt hij makkelijk 3 m. Zijn imposante bonte blad licht elke hoek van de tuin op en zorgt voor een exotische sfeer. Het bonte broertje van de groene Arundo donax. PLEK Bodem. Groeit het best op vochthoudende, vruchtbare grond, maar kan ook op lichte, normale of zware bodem, droog of nat. Hoe natter de plek, hoe gevoeliger voor zware vorst. Plant hem in dat geval op een heuveltje. BLAD - Breed, tot 30 cm lang; groeit net als bij mais op de stengel. Bont: groen met witte strepen. - Hoogte: 250 - 300 cm - Groenblijvend: niet in ons klimaat BLOEI Bloeit niet in ons klimaat WINTER: Blijft rechtop staan in de winter. Verkleurt bij ons meestal naar bleek stro. ONDERHOUD: Knip af in maart, op 20 cm. Geef op minder vruchtbare of arme bodem in maart een portie najaarsgazonmest. OPGELET: Matig winterhard (-10 °C). Heeft in strengere winters bescherming nodig. Natte voeten maken hem extra gevoelig voor zware vorst. Bij de ‘gewone’ groene versie (Arundo donax) groeien de ondergrondse wortels (rizomen) wat breder uit. IN DE TUIN - Showplant; solitair - Achterin de border, als blikvanger - Als kleine groep - In een grote groep - Aantal planten per m²: 0,5 - 1 m OORSPRONG: Azië, Noord-Afrika, Zuid-Europa

_21


TINNEKE PROVOOST runt de siergrassenkwekerij De Grashalm in Zarren (B). Gemakkelijke, sterke en gezonde siergrassen met net dat tikje meer zijn haar handelsmerk. www.grashalm.be LAURENCE MACHIELS schrijft al 20 jaar over groen, onder andere voor de krant Het Laatste Nieuws en tal van tuin- en andere tijdschriften. Dit is haar negende tuinboek. www.laurencemachiels.be De reportages van outdoor fotografe VERONIQUE DE WALSCHE van Artifix verschijnen in tal van binnen- en buitenlandse magazines; ze werkte mee aan diverse tuinboeken. www.artifix.be

www.lannoo.com

Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

Tinneke Provoost en Laurence Machiels www.artifix.be / Veronique De Walsche p. 133, 184-185: Tinneke Provoost p. 99, 110, 114, 116, 129, 132, 148, 149, 152, 156, 163, 167, 172, 183, 188, 217: Laurence Machiels p. 63, 98: Chris Ghyselen p. 173: Brent Horvath ONTWERP COVERTUIN: Thomas Leplat GRAFISCHE VORMGEVING: Whitespray TEKST:

FOTOGRAFIE:

Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022 D/2022/45/292 – NUR 420-426 ISBN: 978 94 014 8657 6 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401486576 by Uitgeverij Lannoo - Issuu