Skip to main content

9789401486422

Page 1

Koers geluk Manu Adriaens

Het leven is mooier op twee wielen


Voor Robbe, die me veel leerde op en naast de fiets


Inhoud


Woord vooraf

10

Tijd heeft geheugen Zot van de koers Koplopers en achterblijvers Zwijgen als het graf Twee jeugdrenners Afscheid van de wieltjeszuiger Nee, meneer Ieder zijn waarheid Afremmende gedachtekronkels Alles heeft zijn prijs Mijn derde long Fietsende monnik zoekt slaapplaats Ik weet het De roes van de roem Over de tong rijden Een aangename bijkomstigheid Later is te laat Het is maar scherts De onzichtbare heuvel Opa’s kompas De zieligheid van winnen En we staan weer op Brood en spelen Met de zegen van God Een leeuw op de solotoer

15 19 21 25 27 29 32 34 36 41 44 50 52 55 56 60 62 64 69 71 74 76 78 80 85

7


De brildrager en de lenzenslijper Het meer van Magni Matig in de matigheid Eén worden met het weer Dankbare pedalen Hoe is het hier? Met de weemoed de wanhoop te lijf Spraakverwarring (1) Fout, meneer Nietzsche! Gij zult uzelf beminnen als uw naaste Vijftig kippenvelmomenten Voorbij de laatste finish Het hoofd doet mee Het kristal weer doen glanzen De zoete verzoening Samen Begeesterd als een beginner De grote weigering De rangorde der dingen Troostfietsen ’t Is ook altijd wat Dobberen als een bootje Het gemiddelde bestaat niet De dood als grootste supporter Daarom ben ik gaan fietsen Broek of rok Liever geen ijsjesverkoper 8

89 93 96 98 100 104 106 113 114 119 123 124 127 130 135 138 139 142 146 148 151 153 155 158 162 163 166


De wereld staat even stil Rosse tranen Coureur van de zachtheid Vergeet de gids niet Out of the box Koersen is simpel Een rondje van Peter Woke op het podium Angelieke wereldkampioen De slimme slaper De weg van de minste weerstand Niet wat het lijkt Berg en dal Groetgrandeur Vriendschap bij opbod Het beste verzet De weg kwijt Hoofdrekenen Absurde held Spraakverwarring (2) Alleen de benen liegen niet Het wonder van de dag Wie wint, weet niet wat hij verliest De nazi in jezelf Terrasgeluk Existentiële vraag Geraadpleegde literatuur 9

168 171 173 177 179 182 184 186 187 189 192 193 196 199 200 203 204 206 207 209 212 215 217 221 223 225 226


Woord vooraf Nooit met de fiets vertrekken zonder een notitieboekje op zak. Want onderweg krijg ik gegarandeerd mijn beste invallen voor het artikel of boek dat ik aan het schrijven ben. Dan is het gewoon een kwestie van even halt te houden en het inzicht neer te krabbelen. Er bestaat inmiddels literatuur bij karrenvrachten over de runner’s high: de toestand waarin een hardloper na ettelijke kilometers een bedwelmende mix van vermoeidheid, berusting en euforie bereikt. Hij voelt zich tipsy door de inspanning, omdat zijn ­lichaam de opiumachtige stof endorfine heeft aangemaakt. Maar zelf hou ik meer van de ‘rennershigh’: wie fietst, wordt automatisch door de Muze gekust. Gedachten die kort tevoren nog gestold waren, gaan ineens stromen. De fluïde genade van de inspiratie. Zovelen met mij hebben het al mogen ervaren. De Vlaamse filosoof Marc Van den Bossche: ‘Plots zijn ze daar: de “wilde” ideeën. Ongevraagd en onverwacht. Ze zijn niet tembaar, niet voorspelbaar, niet beheersbaar. De lijfelijke worsteling stemt de geest, geeft er een kleur aan, laat hem spreken.’ De Vlaamse econoom Geert Noels klimt wekelijks één of meerdere keren op zijn fiets voor een lange rit. Als hij noodgedwongen eens een week moet o ­ verslaan,­­ 10


gaat het al aan hem knagen: ‘Dan voel ik onmiddellijk dat alles minder lekker draait en de batterijen niet goed opgeladen zijn.Voor mij geldt: hoe vaker ik fysiek bezig ben, hoe meer ik mentaal kan verzetten. Een heilzame werking die ik niet graag doorbreek. Als de dokter me zou verplichten om te stoppen, dan zegt hij eigenlijk dat ik moet stoppen met leven.’ De Nederlandse zanger Rick de Leeuw: ‘Tijdens mijn fietstochten is het deels het luie zweet dat eruit moet, maar ook de half ontwikkelde gedachten en het zwevende afval in mijn kop. Fietsen ordent. Ik moet vaak teksten uit het hoofd leren. Wel, die met een bijna mechanische cadans erin stampen werkt goed voor mij.’ Leven in cadans is de titel van een boek van de Nederlandse psycholoog Martijn Veltkamp. Marijn de Vries, die pas op latere leeftijd als wielrenster debuteerde en vervolgens columniste werd voor het dagblad Trouw, schreef het voorwoord. Daarin vertelt ze: ‘De euforie van mijn eerste fietstochten vergeet ik nooit. De chaos in mijn hoofd, kolkende gedachten, gepieker: ze verdwenen onder mijn zoevende bandjes, lekten weg in de berm en losten op in het gras en het mos. Er kwam rust voor terug, stilte in mijn hoofd.’ Rust. Dat was ook wat de Vlaamse zanger Klaas Delrue, frontman van de band Yevgueni, zocht toen hij in zijn intieme kring werd geconfronteerd met 11


verlies en ziekte. Fietsen werd voor hem een uitlaatklep en een manier om zijn gedachten te verzetten. Het resulteerde in ‘Nooit naar nergens’, in mijn ogen het allermooiste Nederlandstalige lied over het fietsen. Het bezingt de therapeutische impact van het ‘dansen op pedalen’. ’t Is trappen op je adem, ’t is voedsel voor je ziel, ’t is rechtstaan en weer doorgaan waar je gisteren nog viel. ’t Is schuiven langs het water, ’t is reizen door de tijd, ongestoord door later, zelfgezochte eenzaamheid. Het ‘reizen door de tijd’ waarover Yevgueni zingt, herkent de Nederlandse filosoof Aldo Houterman maar al te goed. In zijn boek Wij zijn ons lichaam legt hij uit dat onze hersenen niet de enige plaats zijn waar herinneringen worden opgeslagen. Nee, er is ook onze huid, die door hem steevast omschreven wordt als ‘ons eerste brein’. Houterman ervaart dat geheugen-buiten-het­ hoofd bijvoorbeeld als hij gaat fietsen op een koude winterochtend, met zicht op het berijpte gras. ‘Zo’n ochtend kent heel specifieke geluiden en geuren. De 12


sensatie van koude wind langs mijn huid. Niet alleen met mijn hoofd, maar ook met mijn hele lichaam herinner ik me dan van alles. Hoe ik op precies zulke ochtenden op een voetbalveld stond, toen ik tien jaar was. Mijn lijf weet hoe winterochtenden voelen en past zich vanzelf aan.’ Nooit naar nergens, altijd vrij, er glijdt gewoon een dag voorbij. De zon breekt door, de wind houdt je niet tegen. Nooit naar nergens, altijd vrij, verleg de streep, verleng de reis. Maar altijd prijs, en altijd vlotte wegen. Fietsen kamt de ruis weg uit mijn hoofd. Maar daarnaast ben ik ook wielergek in de passieve betekenis van het woord: ik wil coureurs bezig zien. Liefst ter plaatse langs het parcours, of anders thuis op de televisie. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen talent om hun erelijsten te onthouden. In dat opzicht is mijn geheugen zo lek als een band waarmee je Parijs-Roubaix verliest. Nee, voor mij is de wielergeschiedenis in de eerste plaats een peloton kleurrijke anekdoten, een waaier van faits divers die het gevecht met de vergetelheid kunnen aangaan, een uit de mond van een renner ontsnapte mooie quote. Het gezond-verstandmet-beide-benen-op-de-grond. Zoals wanneer ­Yves 13


Lampaert uitlegt dat hij Parijs-Roubaix ziet als een metafoor voor het menselijke bestaan: ‘Je hebt asfaltstroken voor de makkelijke momenten in het leven. De kasseistroken staan symbool voor de onvermijdelijke tegenslagen.’ Klaar en duidelijk geformuleerd. Zo helder als drinkwater in een bidon. In dit boek verbind ik eenvoudige wijsheden uit de wielerwereld met de ideeën van bekende filosofen, schrijvers en andere intellectuelen. Moeder, waarom leven wij? Ach, vooral niet ingewikkeld doen. Gewoon voor ogen houden wat Fausto Coppi (1919-1960), die vijfmaal de Giro en tweemaal de Tour won, als antwoord gaf op De Grote Zingevingsvraag: ‘Het is een lust om te leven omdat het een lust is om te fietsen.’

‘Als ik gefrustreerd raak, ga ik wat wielrennen. Na twee uren in de buitenlucht kom ik weer heerlijk thuis. Niet-sportievelingen begrijpen maar moeilijk dat de meeste problemen kunnen worden opgelost met de benen.’ — Peter Sloterdijk, Duits filosoof 14


Tijd heeft geheugen Een Amerikaanse toerist is met zijn huurauto verdwaald in Wallonië. Hij ziet een man in wie hij onmiddellijk de grote Eddy Merckx herkent. De Amerikaan spreekt hem beleefd aan: ‘Meneer Merckx, u die vijf keer Luik-Bastenaken-Luik hebt gewonnen, kunt me ongetwijfeld helpen: hoe raak ik het makkelijkst in Luik?’ ‘U moet gewoon hard trainen, meneer.’ In het leven is het zoals in de koers: er zijn zoveel factoren waar je geen controle over hebt. Wat wél onder je controle valt: jijzelf. De Franse profwielrenner Guillaume Martin studeerde ooit filosofie, maar besloot zijn geluk te zoeken als coureur. In zijn boek ­Socrates op de fiets schrijft hij: Laat er geen misverstand over bestaan: wie ­getuige is van een fenomenale sportprestatie kijkt niet naar het werk van Moeder Natuur, maar naar de praktische intelligentie die is ­ingezet om dat resultaat te bereiken. In het ­g­eval van een kampioen – het sportgenie, zeg maar – komt die intelligentie van het lichaam optimaal tot ­uitdrukking. Sport wordt dan

15


kunst. Fysieke ­activiteit transformeert zich in een esthetisch schouwspel. No pain,no gain. Dirk DeWolf won Luik-Bastenaken-­ Luik in 1992. Om een blessure sneller te laten genezen, pakte hij het aan zoals een bevriende slager het hem had aangeraden: hij strooide letterlijk wat peper in de wonde. De Wolf: ‘Ach ja, dat voelde je dan wel eventjes, maar het was een efficiënte manier om een hevige bloeding te stelpen.’ Tweevoudig wereldkampioen Briek Schotte smeerde dan weer zijn ontstoken zitvlak in met een vetkaars die huismoeders normaal gesproken voor hun strijkijzer gebruikten. En baanrenner Willy ­Debosscher naaide om dezelfde reden een rauwe biefstuk in zijn broek. ‘Wielrenners leven per definitie met pijn’, benadrukt Eddy Merckx. ‘Als je daar niet tegen kunt, win je niets. Want juist op de momenten dat het pijn doet, kun je het verschil maken. Een dokter werkt om mensen te genezen, een sportman werkt om te winnen. Een wielrenner die niet wil winnen, is hetzelfde als een dokter die een patiënt opzettelijk dood laat gaan.’ Wolfgang Amadeus Mozart was een bijzonder talent. Maar ook hij moest onvermijdelijk een beroep doen op zijn wilskracht om te gaan zitten en zijn composities aan het papier toe te vertrouwen. ­‘Vrijheid is 16


nu eenmaal een grote discipline’, getuigde de in 2006 gestorven Nederlandse schilder Karel Appel. Elk voornemen is een belofte aan jezelf. Om die belofte te houden is doorzettingsvermogen nodig. De Britse zanger Sting: ‘Als ik mezelf moet omschrijven, luidt dat zo: ik probeer eerlijk te zijn en ik werk hard. That’s me. Ik geloof namelijk: hoe harder je werkt, hoe meer geluk je in het leven hebt. Ik oefen elke dag.’ Wat helpt om een goede gewoonte aan te kweken (je yogaoefeningen thuis, je bezoek aan de sportschool, het lezen van een boek, enzovoort) is het altijd op hetzelfde tijdstip te doen. Wacht niet tot je er in je drukke bestaan een gaatje voor vindt. Nee, je kiest van tevoren je vaste momenten in de week. Zo veranker je een gewoonte. Tijd heeft geheugen. Als je iets op een vast tijdstip doet, ontrolt zich spontaan een rode loper waarop die bezigheid je routine binnen kan sluipen.

17


‘Als je een aap zou dwingen de Tour te rijden, kreeg je gegarandeerd last met de dieren­bescherming. Maar ik zag graag af. Ik heb altijd van de fiets gehouden, ook als het pijn deed.’

Eddy Merckx, vijfvoudig Tourwinnaar 18


Zot van de koers Ik was vijf jaar oud en mocht met mijn vader mee naar de Heilig Hartprijs voor profwielrenners in Aartrijke. Dat uitstapje veranderde mijn leven: op slag was ik verliefd op de koers. (Ik kreeg een wielerpetje met daarop de naam van nationaal kampioen Ward Sels, ik verbaasde me over de vreemde familienaam van het fietsende broederpaar Willy en Paul In ’t Ven, ik verzamelde de rennersprentjes van de Victoria­-chocolade.) Die liefde ben ik tot op vandaag trouw gebleven. Het zit gewoon in mijn dna, want ik ben een Vlaming. Herman Chevrolet duidt het zo mooi in zijn boek Land van wielrenners: wie in een land leeft ‘dat eigenlijk alleen maar zou mogen bestaan in een fictief verhaal’, snapt de krankzinnige fantasie van het wielrennen. In één eruptieve, bourgondische volzin klinkt het bij hem: De reden waarom men in Vlaanderen, land van wielrenners, zot is van de koers: het is een weerspiegeling van dit land, dit gebied waar niets is zoals het lijkt, alles verwarrend is, ­omhuld met een mistige waarheid, geen duidelijkheid bestaat, surrealistisch, durft men wel 19


eens te zeggen, een stripverhaal, dat kan ook, en dat alles, tja, dat kan dus niet anders, dat dit alles zo zijn invloed heeft op het karakter van de mensen. Hoe ver kan de verering van een wieleridool in Vlaanderen gaan? Heel ver. Sommige supporters van Rik Van Looy schrokken er niet voor terug om het badwater waarin ‘de keizer van Herentals’ zich na een koers had gewassen, thuis in flessen te bewaren. Als een relikwie waaraan zelfs het water uit het Franse bedevaartsoord Lourdes niet kon tippen.

‘Ik heb medelijden met mensen die niet kunnen bewonderen. Ze sterven koud en stram, worden in een kist gemoffeld en dat was het dan.’ — Nico Dijkshoorn, Nederlands columnist 20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401486422 by Uitgeverij Lannoo - Issuu