Skip to main content

9789401485678

Page 1

E C O N O M I E VA N DA AG


Economie vandaag 2022 Ivan De Cnuydt Sonia De Velder


eCampus LEARN

Ga aan de slag met de online studiehulp Voor de student

Gebruik je unieke code om je te registreren op www.economievandaag.be:

▸ Meer dan 500 zelftoetsen met automatische feedback ▸ Meer dan 100 opgaven, volledig begeleid uitgewerkt ▸ Interactieve grafieken en figuren met didactische ondersteuning Prijsvorming ▸ E-book: studeren, notities nemen, markeren en delen ▸ Toegang tot het meest actuele cijfermateriaal in één klik

3

Hiermee heb je voor het academiejaar 2022-2023 gratis toegang tot de online studiehulp met oefeningen, figuren en een digitale versie van het boek.

Voor de docent

Bij een prijs van bv. 0,25 EUR vraagt men 20 000 eenheden en biedt men slechts 1 000 eenheden aan. Het vraagoverschot van 19 000 eenheden kan alleen maar verdwijnen door de prijs op te trekken tot 0,75 EUR. De online studiehulp legt Stel je eigen cursus samen en vul aan met eigen tekst-, video- en beeldmateriaal Prijsvorming stapsgewijs de grafieken uit FIGUUR 3.2 Maak klasgroepen aan en wijs opdrachten toe aan je studenten

▸ ▸ ▸ Volg de vooruitgang van je studenten op en ontdek waar de moeilijkheden zitten P (x EUR) ▸ Bekijk de laatste geactualiseerde cijfers in het digitale boek

3

1,25 1,00

Bij een prijs van bv. 0,25 EUR vraagt men 20 000 eenheden en biedt men slechts 1 000 eenheden aan.3HetPrijsvorming vraagoverschot van 19 000 eenheden kan alleen maar verdwijnen 0,75 door de prijs op te trekken tot 0,75 EUR. E2 Figuur 3.2 0,50 FIGUUR 3.2 Wijziging in het marktevenwicht marktevenwicht bij volkomen concurrentie naar 0,25 P (x EUR) aanleiding van een verschuiving 1,25 A van de collectieve vraagcurve 0 1 5 7 naar links. 1. Een lager inkomen

A 1. Een lager inkomen vermindert de vraag

E1

Bij een prijs van bv. 0,25 EUR vraagt men 20 000 eenheden en biedt men slechts 1 000 eenheden aan. Het vraagoverschot van 19 000 eenheden kan alleen maar verdwijnen door de prijs op te trekken tot 0,75 EUR.

V1

FIGUUR 3.2

P (x EUR)

1,25

V2

A

1,00

E1

0,75

Figuur 3.2 Wijziging in het marktevenwicht bij volkomen concurrentie naar aanleiding van een verschuiving van de collectieve vraagcurve naar links.

1,00

svorming

0,75

-

E2

0,50

V2 1

5

7

-

18

20

Q (x 1 000 eenheden)

12

E1

vermindert de vraag

15 16

18

20

Q (x 1 000 eenheden)

Zolang de collectieve vraag- en aanbodcurve niet verschuift, blijft de evenwichtsprijs echter onveranderd. In hoofdstuk 1, 1.2.4 zagen we dat een verschuiving van de TX.X collectieve vraagcurve o.a. het gevolg kan zijn van Toets jezelf Waar staeen je? verandering van: V1  de preferenties van de vragers, V2 prijzen van andere goederen,  de Q 1 000 eenheden)  de inkomens van de(xvragers, 15 16 18 20  het aantal vragers.

Zolang de collectieve vraag- en aanbodcurve niet verschuift, blijft de evenwichtsprijs echter onveranderd. In hoofdstuk 1, 1.2.4 zagen we dat een verschuiving van de collectieve vraagcurve o.a. het gevolg kan zijn van een verandering van:  de preferenties van de vragers,  de prijzen van andere goederen,  de inkomens van de vragers,  het aantal vragers.

-

E2 Figuur 3.2 0,50 marktevenwicht Wijziging in het marktevenwicht bij volkomen concurrentie naar 0,25 van een verschuiving Bij een prijs vanaan bv.leiding 0,25 EUR vraagt men 20 000 eenheden en biedt men slechts 1 000 collectieve vraagcurve eenheden aan. van Hetde vraagoverschot van 19 000 eenheden kan alleen maar verdwijnen 0 1 5 7 links. tot 0,75 EUR. door de prijs opnaar te trekken

et marktevenwicht oncurrentie naar n een verschuiving eve vraagcurve

15 16

V1

0,25

0

12

Veronderstellen we dat er een reële inkomensdaling optreedt (bv. in periodes met hoge werkloosheid). Hierdoor verschuift de collectieve vraagcurve naar links. Bij alle prijsniveaus vraagt men daardoor minder dan voorheen. Als gevolg hiervan daalt de evenwichtsprijs van 0,75 EUR naar 0,50 EUR. De evenwichtshoeveelheid daalt dan van 12 000 eenheden naar 7 000 eenheden (cf. figuur 3.2).

12

In hoofdstuk 2, 2.6.4 zagen we dat een verschuiving van de collectieve aanbodcurve o.a. het gevolg kan zijn van een verandering van:  de productiviteit,  de prijzen van de productiemiddelen,  het aantal aanbieders.

FIGUUR 3.2

Als voorbeeld voor een verandering aan de aanbodzijde nemen we een productiviteitsstijging van de arbeiders. Hierdoor verschuift de collectieve aanbodcurve naar rechts. Bij alle mogelijke prijzen biedt men dus meer aan. Als gevolg hiervan daalt de evenwichtsprijs van 0,75 EUR naar 0,50 EUR en stijgt de evenwichtshoeveelheid van 12 000 eenheden naar 15 000 eenheden (cf. figuur 3.3).

Veronderstellen we dat er een reële inkomensdaling optreedt (bv. in periodes met hoge Zolang de collectieve vraag- en aanbodcurve niet verschuift, blijft de evenwichtsprijs werkloosheid). Hierdoor verschuift de collectieve vraagcurve naar links. Bij alle prijsniveau echter onveranderd. In hoofdstuk 1, 1.2.4 zagenvraagt we dat eendaardoor verschuiving vandan de voorheen. Als gevolg hiervan daalt de evenwichtsprijs va men minder A collectieve vraagcurve o.a. het gevolg kan zijn van van: 0,75een EURverandering naar 0,50 EUR. De evenwichtshoeveelheid daalt dan van 12 000 eenheden naar  de preferenties van de vragers, 7 000 eenheden (cf. figuur 3.2).  de prijzen van andere goederen, E 1 de inkomens van de vragers,  het aantal vragers. E2 Toets jezelf online en ontdek of je de leerstof beheerst Veronderstellen we datVer een reële inkomensdaling optreedt (bv. in periodes met hoge 1 werkloosheid). Hierdoor verschuift de collectieve vraagcurve naar links. Bij alle prijsniveaus vraagtVmen daardoor minder dan voorheen. Als gevolg hiervan daalt de evenwichtsprijs van Economie vandaag 2022 2 Q (x 1 000 eenheden) 0,75 EUR15naar 5 7 12 16 0,50 18 EUR. 20 De evenwichtshoeveelheid daalt dan van 12 000 eenheden naar 7 000 eenheden (cf. figuur 3.2).

Bekijk online de interactieve versieP van de figuren in dit boek (x EUR) 1,25

96

1,00 0,75 -

0,50 0,25

IV 0

1

EconomiE vandaag 2021


Studeer efficiënter door het boek te combineren met de online studiehulp ▸ Grasduin door de meest actuele economische cijfers

▸ Ontdek of je volledig mee bent met de leerstof

▸ Oefen de leerstof online in

Zelf doen b Actuele data

Toets jezelf b Waar sta je?

Opgaven b Met uitwerking

ZX.X

TX.X

OX.X

▸ Krijg meer inzicht in de figuren uit het boek dankzij een interactieve, stapsgewijze uitleg

V


Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 Ampla House 9000 Gent www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 9789401485678 D/2022/45/231 NUR 780 Ivan De Cnuydt & Sonia De Velder Economie Vandaag 2022 Gent, Academia Press, 2022, XVIII + 404 p. Cover en lay-out: Stefaan Verboven Zetwerk binnenwerk: Keppie & Keppie © Ivan De Cnuydt & Sonia De Velder, Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud

Woord vooraf XIII

00

Inleiding 1 0.1 Het doel van de economische wetenschap 2 0.1.1 0.1.2 0.1.3

Behoefte 2 Schaarse middelen 3 Nuttigheid en keuzeprobleem 3

0.2 Welvaart en welzijn 4 0.3 Soorten goederen 5 0.4 Consumptie en productie 7 0.5 De methode 8 0.6 De ceteris paribus-clausule 8 0.7 Micro-, meso- en macro-economie 9 Wat moet je weten 10 Wat moet je kunnen 11

01

Consumenten 13 1.1 De keuze van de optimale goederencombinatie (= evenwicht van de consument) 14 1.1.1 De preferenties 14 1.1.2 Budget en prijzen 16 Het opstellen van de budgetlijn 16 Gevolgen van inkomensveranderingen 17 Gevolgen van prijsveranderingen 18

1.2 De prijsvraagcurve 19 1.2.1 De afleiding van de individuele vraagcurve 19 1.2.2 Een beweging langs de individuele vraagcurve 21 1.2.3 Verschuivingen van de individuele vraagcurve 21 Veranderingen in het inkomen 21 Veranderingen in de preferentieschaal 23 Veranderingen in de prijs van andere goederen 23 1.2.4 De collectieve of marktvraagcurve 25

1.3 De elasticiteit van de vraag 28 1.3.1 1.3.2 1.3.3

De prijselasticiteit van de vraag 28 De kruiselingse prijselasticiteit van de vraag 32 De inkomenselasticiteit van de vraag 34

1.4 Het consumentengedrag in België 37 1.4.1 Het bestedingspatroon van de Belgische particulieren 37 Evolutieschets van de particuliere consumptie 2015-2021 37 Het bestedingspatroon van de Belgische gezinnen: een vergelijkende studie 38

Economie vandaag 2022

VII


Inhoud

1.4.2 Het spaargedrag van de Belgische particulieren 40 Begrip 40 Factoren die het spaargedrag van de gezinshuishoudingen bepalen 41 Factoren bepalend voor het spaargedrag op lange termijn 41 Factoren bepalend voor het spaargedrag op korte termijn 43 Verloop van de spaarquote van de Belgische huishoudens (2015-2021) 43

1.5 Meting van de prijzen, de consumptieprijsindex 45 1.5.1 Voorwaarden waaraan de consumptieprijsindex als inflatiemeter moet voldoen 45 1.5.2 De consumptieprijsindex 48 Wat moet je weten 50 Wat moet je kunnen 51 Opgaven 52

02

Producenten 55 2.1 De bepaling van de optimale productiegrootte 56 2.2 De wet van de toe- en afnemende meeropbrengst 57 2.3 Het kostenverloop 60 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4

De totale constante kosten 60 De totale variabele kosten 62 De totale kosten 64 De gemiddelde en marginale kosten 65

2.4 Het opbrengstenverloop bij volkomen concurrentie 68 2.5 De optimale productiegrootte bij volkomen concurrentie (= evenwicht van de producent) 71 2.6 De afleiding van de aanbodcurve bij volkomen concurrentie 74 2.6.1 2.6.2 2.6.3 2.6.4

De individuele aanbodcurve 74 Een beweging langs de individuele aanbodcurve 77 Verschuivingen van de individuele aanbodcurve 78 De collectieve of marktaanbodcurve 78

2.7 De breakevenanalyse 80 2.8 De prijselasticiteit van het aanbod 82 Wat moet je weten 85 Wat moet je kunnen 86 Opgaven 87

03

Prijsvorming 91 3.1 Markt en marktvormen 92 3.2 De volkomen concurrentie 94 3.2.1 3.2.2 3.2.3

VIII

Economie vandaag 2022

Kenmerken 94 Het marktevenwicht bij volkomen concurrentie 95 Dynamische vraag- en aanbodrelaties (= spinnenwebtheorema) 97


Inhoud

3.2.4

Ingrijpen van de overheid in de prijsvorming 98

3.3 De onvolkomen concurrentie 100 3.3.1 Het monopolie 101 Kenmerken 101 Het evenwicht van de monopolist 102 3.3.2 Het oligopolie 106 Kenmerken 106 Het evenwicht van de oligopolist 107 3.3.3 De monopolistische concurrentie 108 Kenmerken 108 Het evenwicht van de monopolistische concurrent 109

3.4 Het prijsbeleid in België 110 3.4.1 Het rechtstreeks overheidsingrijpen op het gebied van prijsvorming 111 3.4.2 Bijzondere prijsregelingen 112 Wat moet je weten 113 Wat moet je kunnen 114 Opgaven 115

04

Macro-economische grootheden 119 4.1 De economische kringloop 120 4.2 De berekening van de economische activiteit 121 4.2.1 4.2.2 4.2.3

‘Bruto’ en ‘netto’ 121 ‘Tegen marktprijzen’ en ‘tegen factorprijzen’ 127 ‘Nationaal’ en ‘binnenlands’ 130

4.3 Het reële en het nominale bbp 135 4.4 Het bbp als maatstaf voor onze welvaart 136 4.5 De nationale rekeningen 141 4.5.1 4.5.2

De praktijk 141 De betekenis van de nationale rekeningen 141

4.6 Macro-economische gegevens van de Belgische economie 142 4.6.1 De oorsprong van het bruto binnenlands product volgens de activiteitsklasse 143 4.6.2 De verdeling van het bruto binnenlands product over de productiefactoren 144 4.6.3 De besteding van het bruto binnenlands product 145 De particuliere consumptie 145 De overheidsconsumptie 146 De brutokapitaalvorming 146 De investeringen van vennootschappen 146 De particuliere investeringen 146 De overheidsinvesteringen 146 De netto-uitvoer 147 Wat moet je weten 148 Wat moet je kunnen 149 Opgaven 150

Economie vandaag 2022

IX


Inhoud

05

Conjunctuur, groei en ontwikkeling 153 5.1 De conjunctuur 154 5.1.1 Beschrijving 154 De conjunctuurbeweging 154 Indicatoren van de economische activiteit 155 Het bbp 155 Andere conjunctuurindicatoren 156 5.1.2 Verklaring 159 Exogene verklaringen 159 Endogene verklaringen 160 5.1.3 De conjunctuurpolitiek 164

5.2 De economische groei 165 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Begrip 165 Determinanten van de groeibeweging 165 De voor- en nadelen van de economische groei 166

5.3 Ontwikkeling 167 5.3.1 Inkomen als ontwikkelingsmaatstaf 167 5.3.2 Alternatieve maatstaven van maatschappelijk welzijn 173 5.3.3 Een aantal oorzaken van het lager ontwikkelingstempo van veel ontwikkelingslanden 176 Koloniale uitbuiting en politiek-economische dominantie van de rijke industrielanden 176 Politieke instabiliteit inclusief een slecht functionerend openbaar bestuur 176 Ontbreken of onvoldoende beschikbaar zijn van een of meer productiefactoren 177 5.3.4 Evolutie in het ontwikkelingsbeleid 178 Wat moet je weten 179 Wat moet je kunnen 179 Opgaven 180

06

Nationaal inkomen en werkgelegenheid 181 6.1 De hoogte van het nationaal inkomen 182 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6

De macro-economische consumptie- en spaarvergelijking 182 De investeringsvergelijking 184 Het evenwichtsinkomen 185 De investeringsmultiplicator 187 De accelerator 190 De hoogte van het nationaal inkomen en de tewerkstelling 191

6.2 De arbeidsmarkt 197 6.2.1 6.2.2

X

Economie vandaag 2022

Aanbod van arbeidskrachten 197 Vraag naar arbeidskrachten 199 Nettowerkgelegenheidscreatie bruusk onderbroken door de coronapandemie - herstel in 2021 200


Inhoud

Werkgelegenheidsdoelstelling EU 2030 200 2030 - 80 % werkgelegenheidsdoelstelling België 201 6.2.3 Werkloosheid over de periode 2015-2021 202 Waar staat België in vergelijking met de EU-27? 204 6.2.4 De werkloosheid: soorten en oorzaken 206 6.2.5 Bestrijding van de werkloosheid 207

6.3 Concurrentievermogen, loonvorming en innovatie 210 6.3.1 Concurrentievermogen 210 6.3.2 Loonvorming 212 Het principe van de Belgische loonindexering 214 Centrale akkoorden voor de bepaling van de loonnorm 215 6.3.3 Innovatie 216 Doelstellingen 216 Instrumenten om innovatie-voortgang te meten 217 Wat moet je weten 220 Wat moet je kunnen 221 Opgaven 222

07

Geld, monetair beleid en inflatie 225 7.1 Het geld 226 7.1.1 Functies van het geld 226 7.1.2 Betalingsverkeer vandaag 226 Het chartaal geld 226 De munten (= metaalgeld) 226 Het papiergeld 227 Het giraal geld 228 Het quasi-geld 230 7.1.3 Geldsubstitutie - geldschepping 231 7.1.4. Vraag naar en aanbod van geld 233 Vraag naar geld 233 Aanbod van geld 234 De vermogensmarkt 234 7.1.5 Het monetaire evenwicht 234

7.2 De monetaire politiek van het eurosysteem 236 7.2.1 Doelstelling en taken 236 7.2.2 De monetaire beleidsinstrumenten 238 De openmarktoperaties 239 De permanente faciliteiten 241 De monetaire reserve (minimumreserves) 242 Forward guidance 242

7.3 Het inflatieverschijnsel 243 7.3.1 Begrip 243 7.3.2 Oorzaken van inflatie 243 Conjuncturele oorzaken van inflatie 243 Structurele oorzaken van inflatie 244 Monetaire oorzaken van inflatie 244

Economie vandaag 2022

XI


Inhoud

7.3.3 Gevolgen van inflatie 244 7.3.4 Bestrijding van inflatie 246 7.3.5 De inflatie 2015-2021 247 7.3.6 Deflatie? 249 Wat moet je weten 251 Wat moet je kunnen 252 Opgaven 253

08

Internationale betrekkingen 255 8.1 Betekenis en beschrijving van het Belgische handelsverkeer 256 8.1.1 Internationale context 256 De invoer- en de uitvoerquote 257 De openheidsgraad 257 8.1.2 De buitenlandse handel van België 2018-2021 258 Globale resultaten 258 Geografische oriëntaties van de buitenlandse handel van België 259 Sectorale oriëntaties van de buitenlandse handel van België 261 De nettoruilvoet (= terms of trade) 261

8.2 De werking van het systeem van vrij internationaal handelsverkeer 262 8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.2.4

De theorie van A. Smith: absolute kostenverschillen 262 De theorie van D. Ricardo: relatieve kostenverschillen 263 De voordelen van de internationale vrijhandel 265 Ongebreidelde vrijhandel of toch niet? 266

8.3 Handelspolitiek 268 8.3.1 8.3.2

Tarifaire belemmeringen 268 Niet-tarifaire belemmeringen 269

8.4 De wisselmarkt 270 8.4.1 Begrip 270 8.4.2 De hoogte van de wisselkoers 271 De vraag naar en het aanbod van vreemde valuta’s 271 Hoe ontstaat de wisselkoers 271 Factoren die de vraag naar en het aanbod van vreemde valuta’s bepalen 273 8.4.3 Wisselkoerssysteem 276 8.4.4 Bretton Woods 280 8.4.5 Van EMS naar EMU 281

8.5 De betalingsbalans 281 8.5.1 Begrip 281 8.5.2 De deelrekeningen van de betalingsbalans van België 282 Het lopend verkeer 282 Het kapitaal- en financieel verkeer 285 8.5.3 Evenwicht op betalingsbalansen wereldwijd verstoord 286 8.5.4 Oorzaken van een betalingsbalansonevenwicht 287 Oorzaken van conjuncturele aard 287

XII

Economie vandaag 2022


Inhoud

Oorzaken van structurele aard 287 Oorzaken van toevallige aard 288 8.5.5 De gevolgen van een betalingsbalansonevenwicht 288 8.5.6 Het herstel van het evenwicht op de betalingsbalans 291 Volgens de klassieke leer (= prijsbenadering) 291 Volgens de keynesiaanse leer (= inkomensbenadering) 291 Volgens de moderne theorie 292 Het voeren van een aangepaste handelspolitiek 292 Het voeren van een aangepast monetair, budgettair, productieen/of inkomensbeleid 292 Het devalueren van de nationale munt 292 Wat moet je weten 293 Wat moet je kunnen 294 Opgaven 295

09

Internationale samenwerking 297 9.1 Vormen van economische integratie 298 9.1.1 9.1.2 9.1.3 9.1.4 9.1.5

Vrijhandelszone 299 Douane-unie 299 Gemeenschappelijke markt 300 Economische unie 300 Monetaire unie 302

9.2 De Economische en Monetaire Unie 303 9.2.1 Op weg naar de EMU 303 9.2.2 1999 en later 306 9.2.3 Argumenten pro en contra EMU 307 9.2.4 EMS-II 308 9.2.5 De euro: waardige tegenspeler van de Amerikaanse ‘greenback’? 309 9.2.6 Naar een sterkere eonomische en monetaire unie 309 Bankenunie 310 Economische unie 310 Begrotingsunie 312 Wetgeving 312 Begrotingsresultaten 313 Begrotingssolidariteit: noodfinanciering en nieuwe mechanismen voor crisisbestrijding voor eurolanden 314 Het budgettaire en financiële antwoord van de Europese instellingen op de COVID-19-crisis 314

9.3 Mondiale samenwerking: internationaal handelsverkeer 315 9.3.1 De Wereldhandelsorganisatie (WTO) 315 9.3.2 De United Nations Conference on Trade and Development (Unctad) 317 9.3.3 De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 318

9.4 Mondiale samenwerking: internationaal betalingsverkeer 318 9.4.1 9.4.2

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) 318 De Wereldbank (World Bank) 320

Economie vandaag 2022

XIII


Inhoud

9.5 Internationale beleidscoördinatie 321 9.6 De officiële ontwikkelingshulp (DAC-leden) 324 9.7 De Millenniumontwikkelingsdoelen van de VN 326 Wat moet je weten 327 Wat moet je kunnen 328 Opgaven 329

10

Milieu en duurzame ontwikkeling 331 10.1 Milieu 332 10.1.1 Wereldwijde ongelijkheid in beslag op het milieu 332 10.1.2 Het milieubeleid 336 Milieu-instrumenten 336 Nationaal en regionaal milieubeleid 337 Internationaal milieubeleid 337 Van Kyoto... 338 ...naar het Akkoord van Parijs 339 Europese klimaatdoelen en de ambitie van België? 341

10.2 Duurzame ontwikkeling: groei en milieu 343 10.2.1 Wat is duurzame ontwikkeling? 343 10.2.2 Naar een meer duurzame maatschappij? 344 10.2.3 Duurzame Ontwikkelingsdoelen 345 Twee mondiale agenda’s komen samen 345 Waar staan we? 347 Wat moet je weten 350 Wat moet je kunnen 350

11

Overheid 351 11.1 Overheidstussenkomst of toch niet? 352 11.2 Doelstellingen van de economische politiek 353 11.3 Vormen van economische politiek 356 11.4 De overheidsfinanciën 356 11.4.1 De overheidsbegroting 356 11.4.2 Het budgettair beleid (= fiscal policy) 357 11.4.3 De overheidsuitgaven 360 Begrip 360 Een terugblik 360 Recente evolutie 360 De vergrijzing 362 Vooruitzichten voor de vergrijzing in België 362 Wat kost ons de vergrijzingsfactuur? 363 Welk antwoord op de vergrijzing? 364

XIV

Economie vandaag 2022


Inhoud

Armoede 365 Hoe wordt armoede in de EU gemeten? 365 EU-doelstelling 2030 inzake sociale bescherming 368 Hoeveel mensen lopen een risico op armoede en/of sociale uitsluiting? 369 Hoe wordt armoede in België bestreden? 370 11.4.4 De ontvangsten van de overheid 370 Begrip 370 Een terugblik 370 Recente evolutie 371 11.4.5 Het financieringssaldo van de overheid 373 Begrip 373 Een terugblik 373 Recente evolutie 373 11.4.6 De overheidsschuld en het rentesneeuwbaleffect 375 Samenstelling van de overheidsschuld 375 Een terugblik 375 Recente evolutie 376 Wat moet je weten 378 Wat moet je kunnen 379 Opgaven 380 Lijst van symbolen 381 Lijst van afkortingen 382 Lijst van figuren 386 Lijst van tabellen 388 Bronnenlijst 389 Nuttige internetsites 396 Index 398 Herkomst van de illustraties 404

Economie vandaag 2022

XV


Woord vooraf

Economie Vandaag is een handboek Algemene Economie voor het Hoger Onderwijs dat als voornaamste uitgangspunt heeft een brug te slaan tussen economische theorie en actualiteit. In dit boek verwerft de student op een gestructureerde wijze kennis van en inzicht in het economisch leven en zijn samenhang. Het boek is gestructureerd rond elf belangrijke kernthema’s:           

Consumenten Producenten Prijsvorming Macro-economische grootheden Conjunctuur, groei en ontwikkeling Nationaal inkomen en werkgelegenheid Geld, monetair beleid en inflatie Internationale betrekkingen Internationale samenwerking Milieu en duurzame ontwikkeling Overheid

Dit handboek biedt de meest complete en uitgebalanceerde inleiding tot het opleidingsonderdeel Economie in het hoger onderwijs.

Economie Vandaag: modulair In het snel veranderende landschap van het hoger onderwijs dienen keuzes te worden gemaakt, ook en vooral in een opleidingsonderdeel Economie. Het is niet mogelijk en niet wenselijk alles te behandelen. Uit de jarenlange ervaring blijkt dat sommige docenten bv. meer de nadruk leggen op een micro-economische aanpak, anderen willen een macro-economische weg inslaan. Afhankelijk van de voor de specifieke opleiding geformuleerde leerdoelstellingen kan men hierbij minder ver of nog verder gaan. In sommige opleidingen kunnen grafieken en berekeningen achterwege gelaten worden. De modulaire opbouw van het handboek Economie Vandaag komt hieraan tegemoet. Ieder onderdeel staat op zich. De docent kan zelf kiezen welke onderdelen hij wel of niet uitgebreid wenst te behandelen. Waar nodig kan door interne verwijzing en door gebruik van het register onmiddellijk het verband gelegd worden met andere onderdelen die niet uitgebreid in de les kunnen worden behandeld. Zo biedt het boek kansen tot zelfstudie of tot verdere verdieping maar evenzeer tot beperking of inkrimping van de leerstof. Via het dashboard op www.economievandaag.be kan de docent een kant-en-klaar digitaal boek samenstel-

XVI

Economie vandaag 2022

len, volledig op maat van zijn studenten. De docent kan dit digitale boek bovendien verrijken met toetsen, video- en beeldmateriaal… Zo zien de studenten perfect wat ze moeten kennen en kunnen.

Economie Vandaag: actueel De economische realiteit verandert vlug, dat is het voorbije jaar nog maar eens gebleken. De noodzaak om de theorie aan de praktijk te toetsen is bijgevolg bijzonder groot. Economie Vandaag kent een jaarlijkse actualisatie en neemt de meest recente cijfers op die tot net voor publicatie nog worden aangepast. In het digitale boek op www.economievandaag.be zijn talrijke links aangebracht zodat één klik volstaat om toegang te krijgen tot het meest actuele cijfermateriaal. Daardoor kunnen we steeds inspelen op nieuwe tendensen die economie tot een boeiend vak maken. Heel wat cijfermateriaal is overigens uniek. Tal van economische en financiële instanties verlenen hieraan hun medewerking.

Economie Vandaag: didactisch De gestructureerde aanpak maakt het mogelijk om de te verwerven competenties te behalen en de reeds verworven competenties verder uit te diepen. Kernwoorden in de marge van het boek bouwen verder op de gestructureerde aanpak. Economie Vandaag stimuleert de zelfwerkzaamheid van de studenten. Iedere module eindigt met een overzicht van wat de student moet weten en wat hij moet kunnen. ­Opgaven en zelf doen helpen de student daarbij. Via een ‘toets jezelf’-module op www.‌economievandaag.‌be kan de student steeds zijn eigen vooruitgang in kaart brengen. Je kan daarbij een selectie maken in functie van de moeilijkheidsgraad (gemakkelijk, gemiddeld en moeilijk). Online studiehulp (dynamische grafieken, (uitgewerkte) opgaven met digitale begeleiding…) vertrekt vanuit de didactiek om te kunnen inzetten in het leerproces. Vooral bij de voorbereiding van het examen blijken deze dynamische grafieken, (uitgewerkte) opgaven en ‘toets jezelf’ (met automatische feedback) in een behoefte te voorzien. Het dashboard biedt een overzichtelijke weergave van alle resultaten. Zo ziet u in één oogopslag de voortgang van iedere student. Docenten die het boek gebruiken kunnen beschikken over een docentenpakket met ondersteunend materiaal.


Woord vooraf

Economie Vandaag: fris en jong

Economie Vandaag: waar voor uw geld

Economisch onderwijs mag best in een aantrekkelijk kleedje zitten. De auteurs streven er steeds naar zich aan te passen aan de noden en de wensen van het doelpubliek. Een aantrekkelijke en telkens weer vernieuwde vormgeving doet jongeren zin krijgen om zich te verdiepen in de materie. Grafieken, tabellen en illustraties passen zich ook visueel aan de heersende trends aan. Uitgangspunt daarbij is: een functionele vormgeving. Economie Vandaag is op dit vlak een trendsettend handboek, zonder daarbij de essentie uit het oog te verliezen.

Met Economie Vandaag heeft de student een inhoudelijk en vormelijk kwaliteitsboek dat hij zowel tijdens als na zijn studies verder zal gebruiken en consulteren. Bij al deze troeven komt bovendien nog de billijke prijszetting. Met de hoger geschetste kwaliteiten en een democratische prijs is het boek zonder twijfel te bestempelen als ‘de beste koop’ in de categorie handboeken Algemene Economie.

Economie Vandaag: online

Economie Vandaag: competenties Geen specifieke begincompetenties vereist. 

Via het volledig geïntegreerde interactieve leerplatform www.economievandaag.be biedt Economie Vandaag heel wat digitale ondersteuning: voor de docent:  vanuit jouw lespresentatie kan je desgewenst via een hyperlink vlot directe toegang creëren tot alle beschikbare oefenmateriaal ‘Economie Vandaag’ die jij en je studenten kunnen gebruiken: dynamische figuren, opgaven, toets jezelf, zelf doen;  klasgroepen aanmaken en opdrachten toewijzen aan de klasgroepen;  een kant-en-klaar digitaal boek samenstellen op maat van uw studenten;  leervorderingen van de studenten opvolgen en ontdekken waar studenten mee worstelen; voor de student: e-book: –   studeren, notities nemen, markeren, bewaar en deel digitale aantekeningen met medestudenten en docenten; – op maat aangemaakte digitale cursus; –   met één klik toegang tot het meest actuele cijfermateriaal;  uitgebreide ‘toets jezelf ’-module met automatische feedback;  dynamische figuren met didactische ondersteuning om de opbouw te herhalen en beter te begrijpen;  online begeleiding bij het oplossen van opgaven om meer inzicht te verwerven.  via de aangebrachte hyperlinks uit de lespresentatie vlot directe toegang tot alle oefenmateriaal ‘Economie Vandaag’ die voor jou als student relevant is: dynamische figuren, opgaven, toets jezelf, zelf doen.

Kennis – Begrippen van de micro- en macro-economie. – Fundamentele economische principes. – Economische denkwijzen. – Kennis economische actualiteit. –   Ruim referentiekader m.b.t. economische actualiteit. Vaardigheden –   Inzicht verwerven in de wisselwerking van de economische grootheden. –   Grafieken en tabellen lezen, begrijpen en interpreteren. –   Economische theorie aan de actualiteit koppelen. –   Actuele informatie in een meertalige omgeving over economische onderwerpen verzamelen vanuit relevante en betrouwbare bronnen. –   Actuele economische informatie analyseren, struc­ tu­reren, uitleggen en verklaren. –   Inzicht verwerven in het dagelijkse economisch leven. –   In concrete situaties aangeven welk beleid er wordt gevoerd. Attitudes –   Kritisch omgaan met bronnen. –   Kritisch staan t.a.v. economische problemen en de gevoerde economische politiek. –   Nadenken over maatschappelijk relevante thema’s. –   Kennis permanent actualiseren. –   Analytische ingesteldheid. –   Zin voor nauwkeurigheid. –   Zin voor volledigheid. –   Zin voor systematiek. –   Zelfstandigheid. –   Zin voor samenwerking. –   Opdrachten kunnen uitvoeren tegen een gestelde deadline.

Economie vandaag 2022

XVII


Woord vooraf

Economie Vandaag: belangrijkste wijzigingen nieuwe editie 

 

     

  

Alle ‘toets jezelf’ zijn voorzien van automatische feedback (oplossing en begeleiding). Herwerking en actualisering van het volledige handboek. Dynamische figuren met didactische ondersteuning om de opbouw te herhalen en beter te begrijpen. Restyling grafieken. Visuele aanpassing van cijferreeksen. Brexit en cijfers EU-27 (EU na de brexit). Grote Lockdown (coronacrisis), rol van de ECB (bv. QE). Europese Pijler van Sociale Rechten en sociaal scorebord. Armoede-indicatoren ontwikkelingslanden (Wereldbank, VN). Ecologische balans 2017, Sustainable Society Index 2018, klimaatverdrag van Parijs en EU-klimaatplan 2030. Europese Green Deal. Duurzame Ontwikkelingsdoelen: waar staan we? Europa 2030-strategie (werk, milieu, armoede...): waar staat België in een vergelijking met de EU-27? Online begeleiding bij het oplossen van opgaven om meer inzicht te verwerven en varianten om zelf verder te oefenen. Aangepaste zelftoetsmodule met meer zelftoetsen op www.economievandaag.be.

XVIII

Economie vandaag 2022

Economie Vandaag: dankwoord Reeds meer dan 30 jaar gebruiken ieder jaar opnieuw duizenden studenten in de meest uiteenlopende opleidingen dit handboek. De jaarlijkse actualisering en vernieuwing doen de titel alle eer aan. We hopen dat deze geheel herziene druk en het volledig geïntegreerde interactieve leerplatform www.economievandaag.be op een even ruime respons mag rekenen. Uiteraard zullen wij ook nu dankbaar gebruik maken van suggesties voor verbetering om de kwaliteit van het handboek en het interactief leerplatform in de toekomst nog te optimaliseren. Alle studerenden wensen wij veel succes met hun studies. De auteurs, Sint-Niklaas/Melle, juni 2022


Economie vandaag 2022

0 Inleiding 0.1

Het doel van de economische wetenschap

0.2

Welvaart en welzijn

0.3

Soorten goederen

0.4

Consumptie en productie

0.5

De methode

0.6

De ceteris-paribusclausule

0.7

Micro-, meso- en macro-economie


0

Inleiding

0.1

Het doel van de economische wetenschap Je hebt de beslissing genomen om verder te studeren. Economisch gezien is dit niet zonder betekenis. Studeren brengt nogal wat uitgaven mee (inschrijvingsgeld, boeken, verplaatsings­kosten, kot). Je ouders gaan misschien nog een paar jaartjes met twee uit werken, of zul je een centje bijverdienen in het studentenrestaurant? Vergeet echter niet dat de overheid een groot deel van je studiekosten voor haar rekening neemt. Hoe zul je de opgedane kennis ten dienste stellen van de gemeenschap? Bij bijna alle menselijke handelingen komt een economisch gezichtspunt om de hoek kijken. Het economisch aspect van het handelen bestaat in het kiezen. Welke zijn de FIGUUR 0.1 ­elementen van deze keuze?

? BEHOEFTEN veelvuldig

€100

MIDDELEN schaars en nuttig

KEUZEPROBLEEM = met gegeven middelen een maximale behoeftebevrediging bereiken = economisch principe

Figuur 0.1 De elementen van de keuze

0.1.1 Behoefte Een behoefte is het aanvoelen van een tekort en het streven om dit tekort te bevredigen ­(subjectief karakter).

Behoefte

Primaire of levensnood­zakelijke (behoefte) Immateriële (behoefte) Collectieve of gemeenschappelijke (behoefte)

Individuele behoeften

2

De menselijke behoeften zijn talrijk en van allerlei aard. In eerste instantie denken wij daarbij aan de primaire of levensnoodzakelijke behoeften (voeding, kleding en huisvesting). De behoeften zijn trouwens niet steeds van materiële aard. Naarmate een maatschappij zich ontwikkelt, komen meer en meer de behoeften van immateriële aard op de voorgrond (onderwijs, ontspanning, geneeskundige verzorging). Collectieve of gemeenschappelijke behoeften zijn gelijkaardig voor een groot aantal personen en worden normaal door de gemeenschap als geheel bevredigd (onderwijs, wegen, bejaardenzorg, recreatiezones). Individuele behoeften zijn subjectiever en worden normaal bevredigd dankzij de inspanningen van personen of van hun gezin (voeding, kleding, huisvesting, ontspanning).

Economie vandaag 2022


Inleiding

0.1.2 Schaarse middelen De middelen – goederen en diensten – waarover de consument beschikt om zijn talrijke behoeften te bevredigen, zijn maar in beperkte mate beschikbaar. Deze goederen en diensten noemen we daarom economische of schaarse goederen.

Schaars middel

Schaars is echter geen synoniem van zeldzaam. Voedingsmiddelen zijn in onze winkels in overvloed aanwezig. Waarom spreekt de economie dan van schaarse goederen? Indien ze door de winkels gratis ter beschikking werden gesteld, zouden de voorraden vlug uitgeput zijn. Een schaars middel kan men dan ook definiëren als een middel waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou overtreffen indien het gratis ter beschikking stond. Hierdoor ontstaat dan ook het waardeverschijnsel (wij moeten er een prijs voor betalen). Schaarsheid duidt dus niet op de hoeveelheid goederen en diensten maar op de beperktheid van ons inkomen. Met ons inkomen kunnen we niet tegelijk aan al onze behoeften voldoen.

0.1.3 Nuttigheid en keuzeprobleem

Nut

Economisch principe

Uit het voorgaande volgt dat we verplicht zijn te kiezen. Een goed of dienst komt slechts in aanmerking voor de bevrediging van een bepaalde behoefte in de mate dat het voor de mens nuttig is. Goederen en diensten zijn dus nuttig omdat ze behoeften bevredigen. De behoeftebevrediging (nut) die ontstaat bij het eten van bv. mosselen met frieten is niet voor iedereen hetzelfde. Een mens die rationeel handelt, moet derhalve volgens de graad van bevrediging of nuttigheid een waardeschaal of voorkeurschema opstellen afhankelijk van zijn subjectief nut, d.i. het economisch principe. De mens tracht met zijn beschikbare middelen zo te kiezen, dat hij volgens zijn schatting een maximale behoeftebevrediging bereikt. Deze behoeftebevrediging vindt plaats in gezinnen die geld (inkomen) uitgeven aan goede­ren en diensten. Deze worden geproduceerd door de bedrijven en de overheid, die daarvoor gebruikmaken van productiemiddelen en daarvoor geld betalen aan de gezinnen. Ook bedrijven en overheid moeten kiezen. Een werknemer kan niet gelijktijdig in de landbouw en in de dienstensector werkzaam zijn. Een stuk grond kan men niet gelijktijdig voor wegenaanleg en als natuurgebied gebruiken. De overheid kan niet aan ontwikkelingshulp uitgeven wat ze aan defensie heeft besteed. Steeds moet men kiezen hoe men de beperkte middelen zal gebruiken. Kiezen uit alternatieve mogelijkheden is dus steeds noodzakelijk; gebruikt men de beperkte middelen voor een bepaald goed, dan kan men ze niet meer inzetten bij de productie van een ander goed.

Economie

De economie kunnen we bijgevolg definiëren als de studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse middelen.

Economie vandaag 2022

3


0

Inleiding

Met vrienden op zoek gaan naar voorwerpen, toverspreuken leren en magische personages tegenkomen. Economisch keuzeprobleem of niet?

Toets jezelf b Waar sta je?

T0.1

0.2 Welvaart en welzijn Welvaart

Welzijn

De mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen voorzien, noemt men de welvaart. Als we erin slagen die schaarste te verminderen, zeggen we dat de welvaart is gestegen. Dit betekent niet alleen dat welvaart om veel geld en om veel inkomen gaat, maar ook over bijvoorbeeld vrije tijd, kwaliteit van het leefmilieu, humanisering van de arbeid en opheffing van allerlei vormen van discriminatie. Verwezenlijking van deze wensen betekent meestal dat beslag moet worden gelegd op schaarse middelen. Welzijn heeft een ruimer karakter. Welzijn is je gevoel van ‘welbevinden’ en betekent ook bevrediging van verlangens (vriendschap, liefde, gezondheid) die geen beslag leggen op schaarse middelen. Welvaart en welzijn hoeven niet samen te vallen: als je drie keer per jaar op reis kunt gaan, dan beschik je over een hoge mate van welvaart, maar als je veel liever thuis in je tuin je favoriete boek leest, hebben we het over welzijn.

Toets jezelf b Waar sta je?

4

Economie vandaag 2022

T0.2


Inleiding

0.3 Soorten goederen Vrije goederen

Niet-schaarse goederen noemt men vrije goederen. Ze zijn in de natuur zo overvloedig aan­wezig dat de volledige behoefte aan dergelijke goederen kan worden bevredigd. Het traditionele voorbeeld hiervan is lucht. Nochtans blijkt ook hier dat schaarste een relatief begrip is naargelang van de tijd en de omstandigheden. Maak daarvoor even een wandeling in de binnen­stad van bv. Peking.

Economische goederen

In de economische wetenschap gaat het enkel om economische goederen (= schaarse middelen). De term ‘goederen’ slaat dan zowel op goederen (iets tastbaars, bv. een fiets) als op diensten (niet tastbaar, bv. een bezoekje aan de bioscoop en een hotelovernachting in Londen). De economische goederen kunnen we volgens diverse criteria onderverdelen. Zo onderscheiden we:  zuiver individuele goederen,  zuiver collectieve goederen en  quasicollectieve goederen.

Zuiver individuele goederen

Om toegang te krijgen tot de festivalweide moet je betalen.

De meeste goederen waarmee we in aanraking komen, zijn zuiver individuele goederen, zoals een fiets of een pintje. Bij zuiver individuele goederen is er sprake van rivaliteit onder consumenten en de producent kan consumenten uitsluiten van gebruik. Als je een fiets koopt, dan kan iemand anders niet ook nog eens die fiets kopen. De consumptie van de één rivaliseert (= wedijvert) met de consumptie van de ander. Bij deze goederen is het ook mogelijk iemand van consumptie uit te sluiten. Als je een pintje uitdrinkt, kan niemand anders dit pintje nog uitdrinken. Individuele goederen worden geproduceerd door bedrijven. De marktprijs dekt in principe de kosten en maakt bovendien winst mogelijk.

Economie vandaag 2022

5


0

Inleiding

Zuiver collectieve goederen

Zuiver collectieve goederen zijn niet-rivaliserend en zijn ook niet-uitsluitbaar. Neem bijvoorbeeld de diensten van brandweer en politie. Van rivaliserende consumptie is geen sprake, omdat de bescherming van de ene persoon de bescherming van de andere persoon niet hindert. Ook uitsluiting van consumptie is niet mogelijk: de brandweer en politie zijn er voor ons allemaal. Het bedrijfsleven neemt niet het risico om zuiver collectieve goederen te ­produceren. Zolang zuiver collectieve goederen er niet zijn, betaalt men er niet voor. Als ze er wel zijn, hoef je niet te betalen om er gebruik van te maken. Dit hoeft niet te betekenen dat de overheid deze goederen zelf moet produceren. Omdat zuiver collectieve goederen aan de samenleving als geheel worden geleverd, moet in beginsel wel iedereen aan de kosten daarvan mee betalen via de belastingheffing.

Quasicollectieve goederen

Quasicollectieve goederen komen in principe voor verkoop op de markt in aanmerking (individuele goederen), maar soms worden ze uit sociale (bv. het onderwijs) of praktische (bv. het wegennet) overwegingen door de overheid aangeboden. Bij onderwijs bijvoorbeeld, is sprake van rivalisering: het aantal leerlingen per klas is beperkt. Ook uitsluiting is mogelijk. In privéscholen krijgen alleen diegenen onderwijs die ervoor ­betalen. Dit is echter maatschappelijk ongewenst. De consumptie van onderwijs heeft een positieve invloed op de welvaart van anderen. Daarom biedt de overheid dit onderwijs meestal tegen een lagere prijs aan dan waartegen het bedrijfsleven dit zou kunnen aanbieden. Het is soms moeilijk aan te geven of een goed collectief of quasicollectief is. Snelwegen in Frankrijk zijn bv. quasicollectief (men moet een tol betalen, anders wordt men uitgesloten), terwijl die in België over het algemeen (nog) als collectieve goederen zijn aan te merken. Sinds 1 april 2016 bracht de Vlaamse kilometerheffing voor vrachtwagens op onze snelwegen en op een aantal grote gewestwegen daar verandering in. Economische goederen kunnen we ook onderverdelen in:  consumptiegoederen,  investeringsgoederen.

Consumptiegoederen

Verbruiksgoederen Gebruiksgoederen Investeringsgoederen

Kapitaalgoederen Vlottende investeringsgoederen

Consumptiegoederen bevredigen onmiddellijk de behoeften van gezinshuishoudingen. Bepaalde consumptiegoederen kan men slechts éénmaal verbruiken (bv. brood) terwijl men andere goederen daarentegen verschillende malen voor de bevrediging van dezelfde behoefte kan aanwenden (bv. smartphone). In het eerste geval spreken we van verbruiksgoederen ­(= niet-duurzame consumptiegoederen), in het tweede geval van gebruiksgoederen (= duurzame consumptiegoederen). Investeringsgoederen dienen om andere goederen – hetzij consumptie-, hetzij inves­te­ rings­goederen – te produceren. Deze productie gebeurt door de bedrijfshuishoudingen. De investeringsgoederen kunnen duurzaam of niet-duurzaam zijn. In het eerste geval ­spreken we van kapitaalgoederen of productiegoederen (bv. gebouwen, machines, vervoermaterieel). De kapitaalgoederen hebben een levensduur van ten minste één jaar. In het tweede geval s­ preken we van vlottende investeringsgoederen (bv. grondstoffen, hulpmate­rialen). Ze worden trouwens tijdens het productieproces verwerkt of vernietigd. Volgens conventie worden alle voorraden als vlottende investeringsgoederen beschouwd1.

1. cf. Macro-economische grootheden, 4.2.1.

6

Economie vandaag 2022


Inleiding

Het onderscheid tussen consumptie- en investeringsgoederen is in sommige gevallen moeilijk te maken. Vaak is niet de aard van een goed maar het gebruik ervan bepalend voor het v ­ erschil. Zo worden de in de bedrijven gebruikte auto’s als kapitaalgoederen beschouwd; in handen van een particulier is een auto een consumptiegoed. Merk wel op dat woonhuizen, scholen, wegen, ziekenhuizen als kapitaalgoederen worden beschouwd: ze dienen eveneens om diensten voort te brengen.

Toets jezelf b Waar sta je?

T0.3

0.4 Consumptie en productie Consumptie Productie

Productiefactoren

Omwegproductie Afgeleide productiefactor

2. ‘Kapitaal’ gebruikt men nog in andere betekenissen (bv. boekhouding).

Onder consumptie verstaan we de aanwending van economische goederen voor nietproductieve doeleinden. Het consumeren gaat gepaard met een besteding van het inkomen. Onder productie verstaan we het scheppen of toevoegen van waarde (= nuttigheden) aan de economische goederen. Het produceren gaat gepaard met het verwerven van een inkomen. De productie ontstaat door de samenwerking van drie categorieën productiefactoren, nl. natuur, arbeid en kapitaal. Dit zijn dus de middelen die vereist zijn voor de productie.  De natuur omvat de natuurlijke rijkdommen. Deze productiefactor is belangrijk als leverancier van grondstoffen en van energie. De laatste jaren besteedt men aan deze factor meer aandacht. De nog beschikbare middelen van de natuur moet men zuiniger aanwenden en de milieuverontreiniging moet men dringend terugdringen.  De arbeid omvat alle mogelijke arbeidsprestaties, zowel van fysieke als van intellectuele aard. In onze moderne samenleving wordt geschoolde arbeid steeds belangrijker. Een ­bijzondere vorm van intellectuele arbeid is de arbeid die gericht is op het leiden en coör­dineren van het productieproces: het management. Ook de ondernemerscapaciteit zien we dan niet als een afzonderlijke productiefactor. Het is arbeid gericht op het ondernemen, d.w.z. op het dragen van economische risico’s in een bedrijf.  Het kapitaal2 omvat de reële kapitaalgoederen, d.w.z. het geheel van door mensen geproduceerde productiemiddelen (bv. machines, fabrieksgebouwen, infrastructuur van een land). Kenmerkend voor deze kapitaalgoederen is dat ze slechts indirect, dit is langs een omweg, bijdragen tot de uiteindelijke behoeftebevrediging. Vandaar de naam omweg­productie. Daar het kapitaal door de samenwerking van natuur en arbeid (oorspronkelijke of primaire productiefactoren) wordt gevormd, noemt men het de afgeleide (of geproduceerde) productiefactor.

Toets jezelf b Waar sta je?

T0.4

Economie vandaag 2022

7


0

Inleiding

0.5 De methode Zoals andere wetenschappen gebruikt ook de economische wetenschap zowel de inductieve als de deductieve methode. Inductieve methode

De inductieve methode vertrekt van een groot aantal feitelijke gegevens (nut beschrijvende statistiek!). Bij voldoende ervaring formuleert men een wetmatigheid die voor alle gevallen principieel van toepassing is. Zo kan men bv. vaststellen dat als de prijs van een smartphone stijgt, de gevraagde hoeveelheid smartphones vermindert en dat wanneer de prijs daalt, de gevraagde hoeveelheid toeneemt. Hieruit kan men afleiden dat er een negatief verband bestaat tussen prijs en gevraagde hoeveelheid.

Deductieve methode

De deductieve methode gaat uit van een algemeen beginsel (bepaalde axioma’s) waaruit men nieuwe besluiten afleidt. Als men uitgaat van het algemeen beginsel dat de consumenten s­ treven naar maximale behoeftebevrediging gegeven hun budgetbeperking, kan men hieruit de vraag naar bijvoorbeeld smartphones afleiden. Bij een hogere prijs van smartphones vraagt men minder smartphones. Bij een lagere prijs vraagt men meer smartphones. De beste resultaten bereikt men door een combinatie van de inductieve en de deductieve methode.

Toets jezelf b Waar sta je?

T0.5

0.6 De ceteris-paribusclausule Ceteris-paribusclausule

Aangezien men moeilijk laboratoriumexperimenten kan uitvoeren in de economische wetenschap gebruikt men de zogenaamde ceteris-paribusclausule (= als het overige gelijk is, onder overigens gelijke omstandigheden). D.w.z. men ziet een welbepaald economisch verschijnsel afhankelijk van één variabele, terwijl men alle andere factoren waarvan het economisch verschijnsel afhankelijk is, veronderstelt als constant. In ons onderzoek naar de samenhang tussen prijs en gevraagde hoeveelheid van smartphones gingen we uit van een aantal veronderstellingen (= ceteris paribus). Zo veronderstellen we dat de koopkracht van de consumenten, de voorkeuren van de consumenten en de prijs van belminuten onveranderd blijven.

8

Economie vandaag 2022


Inleiding

0.7

Micro-, meso- en macro-economie

Micro-economie

We spreken van micro-economie als we het gedrag van een individuele huishouding bestuderen of beschrijven. Zo’n huishouding kan een gezinshuishouding zijn, waarin men een inkomen verdient en waarin men dat inkomen gebruikt om te consumeren, te sparen. Het kan ook een afzonderlijke bedrijfshuishouding zijn, waarin men produceert, investeert, enz.

Meso-economie

In de meso-economie bestuderen we bepaalde huishoudingen, bv. een bepaalde bedrijfstak, sector of regio. Dan hebben we het bv. over alle producenten van muesli, of alle bierfabrikanten in België.

Macro-economie

Als we kijken naar alle bedrijven, alle gezinnen en alle overheidshuishoudingen, houden we ons bezig met macro-economie. In de macro-economie worden de economische grootheden voor een heel land bij elkaar opgeteld. Het gaat dan bv. over het nationaal inkomen, de totale consumptie van alle gezinnen, de totale investeringen, enz.

Toets jezelf b Waar sta je?

T0.7

Gratis geld voor iedereen om de economie te redden?

Economie vandaag 2022

9


0

Inleiding

Wat moet je weten Behoefte

Behoeften kunnen worden ingedeeld in primaire en immateriële, in collectieve en i­ndividuele.

Schaars middel

De hoeveelheid goederen en diensten is altijd beperkt ten opzichte van de behoeften. Schaarste dwingt ons te kiezen.

Economisch principe

Met gegeven middelen een maximale behoeftebevrediging bereiken.

Welvaart en welzijn

Welvaart en welzijn hoeven niet samen te vallen.

Goederen

Goederen kunnen worden ingedeeld in vrije en economische goederen. Zuiver individuele, zuiver collectieve en quasicollectieve goederen. Economische goederen kunnen worden ingedeeld in consumptie- en investerings­goederen.

Productiefactoren

Drie productiefactoren: natuur, arbeid en kapitaal.

Methode

Inductieve en deductieve.

Ceteris-paribusclausule

Als het overige gelijk is.

Micro-, meso- en macro-economie

Micro: één individuele huishouding. Meso: een bedrijfstak, een regio. Macro: economie van een land.

10

Economie vandaag 2022


Inleiding

Wat moet je kunnen Behoefte

Behoeften op verschillende manieren indelen.

Economisch principe

Beredeneer het moeten kiezen uit alternatieve mogelijkheden als gevolg van schaarste.

Welvaart en welzijn

Uitleggen wat het verschil tussen beide is.

Goederen

In een praktische situatie aangeven of goederen schaars zijn of niet. Aangeven of een goed een zuiver individueel, zuiver collectief of quasicollectief goed is. Consumptiegoederen onderscheiden van investeringsgoederen.

Productiefactoren

Uitleggen waarom de productiefactor kapitaal omwegproductie is.

Methode

Kunnen herkennen en verklaren waarom er in een concrete situatie sprake is van t­ oe­passing van de inductieve of de deductieve methode.

Micro-, meso- en macroeconomie

In een concrete situatie verklaren waarom er sprake is van micro-, meso- of macro-­eco­nomie.

Economie vandaag 2022

11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401485678 by Uitgeverij Lannoo - Issuu