Skip to main content

9789401485418_359f475b3b5058

Page 1

SOFIE CLAERHOUT

DADER ONBEKEND HET Y-CHROMOSOOM ALS SLEUTEL TOT ONOPGELOSTE MOORDZAKEN


INHOUD Voorwoord

9

I VA ARWEL , COLD CASE S? 1 2 3 4 5

CSI, maar dan in het echt CSY, de sleutel tot succes Van familielid naar dader In naam van de dader Nieuwe doorbraken in (oude) moordzaken

15 27 39 51 64

II HE T NUT VAN CSY 6 7 8 9 10 11

Om het gebrek aan een DNA-match te omzeilen Om verre verwanten van de dader te vinden Om de afkomst van de dader te achterhalen Om sneller een doorbraak te verkrijgen Om anonieme lichamen te identificeren Om zedendelicten op te lossen

79 94 107 122 140 153

III DE ENE DADER IS DE ANDERE NIE T 12 13 14 15 16 17

Wat als de dader een koekoekskind is? Wat als de dader een tweelingbroer heeft? Wat als de dader onraad ruikt? Wat als de dader op verschillende plaatsen toeslaat? Wat als de dader DNA-gewijs onder de radar vliegt? Wat als de dader een vrouw is?

168 181 191 198 206 214


IV TUSSEN DROOM EN DA AD 18 19 20 21 22

Er is meer nodig dan DNA alleen De databankproblematiek Privacy en profilering Het kostenplaatje van een moordonderzoek De rol van de wetgever

224 238 255 267 278

Nawoord

291


I VAARWEL, COLD CASES?

13


2 CSY, DE SLEUTEL TOT SUCCES MARIANNE VAATSTRA, VEENKLOOSTER (DEEL 1) Op de ochtend van 1 mei 1999 maakt het jongere zusje van Aafie Kloosterman haar wakker. Er is telefoon. De vader van haar beste vriendin Marianne hangt aan de lijn. Of zijn dochter misschien is blijven slapen? Wanneer Aafie uit de lucht valt, wordt het stil. Als Marianne niet thuis is en niet bij haar beste vriendin, waar is ze dan? Het rustige Friese dorpje De Westereen is niet het soort plaats waar het ondenkbare gebeurt. Niet met een vrolijke meid van zestien. Dat dacht iedereen, tenminste. Het past totaal niet bij het karakter van Marianne om van de radar te verdwijnen. Haar beste vriendin Aafie stapt meteen in de auto van haar vriend om op zoek te gaan naar Marianne. Misschien heeft ze een ongeluk gehad op de weg terug van een feestje voor Koninginnedag? Wanneer Aafie in het zonlicht een fiets ziet glinsteren in de sloot, krimpt ze in elkaar. Dit zit fout. Echt fout. Haar vriend stapt uit. Een paar stappen het weiland in is ver genoeg om te weten hoe laat het is. Het vriendje van Marianne, Spencer, was de avond ervoor bij haar. Ze gingen samen Koninginnedag vieren in Kollum, een dorp ongeveer tien kilometer verder. Nee, haar daarna ophalen was niet nodig – ze zou voor dat korte stukje naar huis wel een taxi regelen. Toen het zover was, rond een uur ’s nachts, kroop ze toch maar achter op Spencers fiets. Samen met nog een

CSY, de sleutel tot succes 27


andere vriend vertrokken ze. Ergens onderweg stalen ze een fiets voor Marianne en niet veel later nam ze afscheid van de jongens – dat laatste eindje kon ze wel alleen fietsen, geen zorgen. Nog geen kilometer verderop trok iemand haar de grond op. In het holst van de nacht werd ze verkracht en gewurgd. De gerechtelijke onderzoekers vinden een massa sporen: bloed, speeksel, sperma en (schaam)haren. Het DNA van de dader kon bijna niet zuiverder zijn. Helaas is er geen match met de nationale databank en is alle hoop gevestigd op het onderzoeken van verdachten. Tweehonderd mannen worden gecontroleerd – maar de dader is er niet bij. De zaak valt stil.

MENDEL HAD HET BIJ HET RECHTE EIND Forensisch genetici zoeken de naam die achter een DNA-spoor verscholen gaat, de naam van de onbekende dader. In 1999 konden we enkel zoeken naar een DNA-match met eerder veroordeelde misdadigers in onze (toen nog beperkte) DNA-databank of een DNA-match met de verdachte(n) in de zaak. Je bent ‘verdacht’ wanneer er een redelijk vermoeden is van schuld. Als niemand van de verdachten of eerder veroordeelde misdadigers volledig matcht met het DNA dat werd gevonden op de crime scene, dan loopt de zaak vast. Maar wat als ik zeg dat het onderzoek hier niet hoeft te stoppen? We weten tegenwoordig veel meer over DNA dan een dertigtal jaar geleden. Als de dader onder de radar blijft, dan is er nog een andere manier om hem te identificeren: via zijn familie. Hoe dat precies werkt? Daarvoor gaan we even terug naar 1865. In dat jaar ontdekt de Tsjechische Gregor Mendel, zonder enige kennis over het bestaan van DNA, dat er elementen worden overgeërfd van ouder naar kind in een bepaald patroon. Verwantschappen tussen familieleden kun je vaak duidelijk waarnemen in uiterlijke kenmerken: mensen delen gelaatstrekken zoals een kuiltje in de kin of een scherpe neus, eenzelfde lichaamsbouw en

28

DADER ONBEKEND


zelfs gezichtsuitdrukkingen. Mendel was er vast van overtuigd dat het niet lang zou duren voor de hele wereld zijn baanbrekende ontdekking zou erkennen. Helaas, Mendel zag die familiegelijkenissen, maar kon ze niet meteen verklaren, waardoor hij in zijn tijd weggelachen werd. Een schande. Pas jaren later werd duidelijk dat we uiterlijke kenmerken erven doordat het DNA van onze ouders wordt gesplitst, gekruist en aan ons doorgegeven. De helft van je DNA krijg je van je biologische vader en de andere helft van je biologische moeder. Als je een generatie verder gaat, dan mag je dit aandeel nog eens delen door twee. Gemiddeld erf je dus 25% van het DNA van elke grootouder. Ontwikkelt iemand een tijdmachine? Dan ga ik even richting Gregor om hem persoonlijk te zeggen dat de belangrijkste wetten in de genetica vandaag de ‘Wetten van Mendel’ genoemd worden. Mag je trots op zijn, Gregor! Jij erft dus verschillende genen die zich in het DNA van je ouders bevinden. Genen zijn kleine stukjes code in jouw DNA. Een gen bepaalt een specifieke erfelijke eigenschap en ligt aan de basis van onze medische achtergrond en uiterlijke kenmerken. Mijn genen zorgen er bijvoorbeeld grotendeels voor dat ik lichtbruin haar heb, gecombineerd met lichtbruine ogen, en dat mijn lengte gestrand is op 1m66. Ik ben er best tevreden mee. En dat pakket heb ik volledig te danken aan mijn twee ouders, mijn vier grootouders en mijn acht overgrootouders, met wie ik gemiddeld 12,5% DNA deel (zie figuur 1). Omdat broers en zussen uit hetzelfde potje DNA van hun ouders worden gecreëerd, komt hun DNA voor gemiddeld 50% overeen. Het is best mogelijk dat je erg lijkt op je zus, maar een stuk minder op je broer. Misschien erf je toevallig precies dezelfde stukjes DNA als je zus, waardoor jullie voor 75% hetzelfde DNA delen. En net zo goed krijg je heel wat andere stukken DNA mee dan je broer, waardoor je met hem maar 25% deelt. Gemiddeld gaat het dus over ongeveer 50%. Een generatie verder delen we dit aandeel opnieuw door twee. Neven matchen ongeveer voor 25%

CSY, de sleutel tot succes 29


en achterneven voor amper 12,5%. Verwantschappen vervagen dus behoorlijk snel over generaties. Dat maakt het lastig om familie van een dader te vinden. Hoe verder verwant twee mensen zijn, hoe onduidelijker de verwantschap. De kans dat iemand toevallig voor 12,5% matcht met het DNA van de dader is groot. Te groot. En dat leidt tot een te hoge kans op een valspositieve match. Valspositief betekent dat we verwantschappen zien die er niet zijn. En omdat we natuurlijk geen foute conclusies willen trekken, focussen we vandaag bij standaard DNA-verwantschapsonderzoek enkel op dichte familie. Zo gaan we op zoek naar de match tussen broers, zussen en ouder-kind relaties, en heel soms naar die tussen neven, nichten en tussen grootouders en hun kleinkinderen. FIGUUR 1 Een DNA-stamboom: hoe verder je verwant bent, hoe minder DNA je deelt

Doordat DNA-verwantschappen zo snel vervagen, blijft het heel moeilijk om met dat soort DNA-verwantschapsonderzoek een dader te vinden. Dat bleek ook zo te zijn in de zaak van Marianne Vaatstra. Niemand uit de dichte familie van de dader pleegde ooit een misdrijf of werd bestempeld als ‘verdachte’ in de moordzaak.

30

DADER ONBEKEND


Zelfs na het toepassen van de nieuwe verwantschapstechniek kwam er geen bijna-DNA-match tevoorschijn. De zaak liep opnieuw vast. Dit probleem zouden we niet hebben mocht er een gigantische DNA-databank van de bevolking voorhanden zijn. Maar die is er niet, en dat willen we (voorlopig) ook niet. We kunnen enkel wachten op een volgende doorbraak. Is er dan geen enkele andere manier? Uiteraard is die er! Waarom zou ik anders dit boek schrijven? Nu komt het. Dé oplossing: het Y-chromosoom. Het Y-wat? Het Y-chromosoom is een klein stukje in het DNA van de dader dat wél grotendeels gelijk blijft over generaties. Het wordt van vader op zoon bijna onveranderd doorgegeven. Van generatie op generatie op generatie op generatie op generatie op generatie op generatie op generatie, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is als het ware een klein stukje erfelijke informatie dat in de familie blijft. Dat Y-chromosoom is dus (zonder al te veel te overdrijven) onze ridder op het witte paard. Het is onze DNA-sleutel om de deuren van cold cases, zoals die van Marianne Vaatstra en Ingrid Caeckaert, opnieuw te openen. Ik doe al jaren gepassioneerd onderzoek naar het Y-chromosoom. Hoe goed wordt dat Y-chromosoom overgeërfd? Hoe snel ontstaan er foutjes in het Y-chromosomaal DNA? Hoever gaat die overerving terug in de tijd? Hoe kunnen we broers dan onderscheiden van elkaar? En een hoofdvraag: WhY the Y? In al mijn enthousiasme heb ik mijn onderzoek ‘CSY’ gedoopt, Crime Scene onderzoek op het Y-chromosoom. Met een knipoog naar CSI: Miami bestaat nu dus ook CSY-Leuven.3 CSY is dé sleutel om koude zaken te ontdooien. Om nabestaanden de verloren hoop terug te laten vinden. Om onbestrafte daders eindelijk op te pakken. 3

Je kunt meer informatie vinden over CSY-Leuven op CSY-Leuven.be.

CSY, de sleutel tot succes 31


WHY THE Y? Wie, wat, waar en hoe werkt dat Y-chromosoom? Om dat te schetsen grijpen we even terug naar onze DNA-code. Hoe ziet DNA eruit? Met behulp van een hoge resolutie elektronenmicroscoop kun je DNA gemakkelijk visueel waarnemen. Het is gemiddeld 2 nanometer dik en dus veertigduizend keer smaller dan een menselijk haar. DNA heeft de prachtige natuurlijke vorm van een wenteltrap. Het zijn twee slierten of ‘strengen’ van elk drie miljard ‘letters’ die sierlijk rond elkaar draaien. Die strengen hangen vast aan elkaar doordat de letter A op de ene streng wordt gelinkt aan de letter T van de andere, en G houdt vast aan C. Op die manier hebben de twee slierten een complementaire sequentie of volgorde. Als je op de ene streng ‘GTA’ leest, dan vind je op de andere ‘CAT’. Het is een enorme wenteltrap met in totaal drie miljard treden. Probeer je dat maar eens in te beelden, laat staan te beklimmen.

FIGUUR 2 Van cel tot DNA-wenteltrap

Cel Celkern Chromosoom Telomeer

Centromeer

DNA

DNA-dubbelstreng Genen

Chromatiden

Nucleotiden

32

DADER ONBEKEND


Als je de fysieke lengte van één DNA-wenteltrap zou meten, dan kom je aan een totale afstand van 2 meter. Ongeveer zo hoog als een deur. Hoe past een dergelijke lange sliert in onze kleine cellen? Een celkern is amper 6 micrometer groot en dus een miljoen keer kleiner dan die 2 meter. Life finds a way. DNA zit helemaal opgerold onder de vorm van verschillende chromosomen (zie figuur 2). Dat klinkt misschien abstract, maar laten we het eens vergelijken met een boekenkast. Jouw DNA is een gigantisch lange tekst van drie miljard letters, gedrukt op maar liefst een miljoen bladzijden. Daarom wordt de lange tekst verdeeld over verschillende boeken, 23 om specifiek te zijn. En van elk van die 23 boeken heb je twee delen. Een deel kreeg je van je moeder, het andere van je vader. In totaal heb je 46 delen in je boekenkast die je volledige tekst omvatten. Dat zijn jouw chromosomen, 46 stukjes DNA. Al je erfelijke kenmerken – zoals je lengte, huidskleur en aanleg voor bepaalde ziekten – zitten verspreid over die chromosomen, als de verschillende hoofdstukken van jouw biografie. Chromosomen zijn X-vormige structuren die variëren in lengte en vorm. In totaal bezitten we 23 paar chromosomen, waarvan we per paar telkens een van moeder en een van vader erven. We hebben 22 gewone chromosoomparen en een specialer chromosoompaar. Die gewone chromosomen zijn onze autosomale chromosomen. Ze lijken op elkaar en kunnen ook stukken uitwisselen met elkaar. Dat laatste, speciale, chromosoompaar gedraagt zich net iets anders. Het 23e paar zijn onze geslachts­chromosomen en die bepalen zoals de naam het zegt, ons geslacht. Ze kregen de naam X- en Y-chromosoom. Vrouwen beschikken gewoonlijk over twee gelijke X-chromosomen (XX), die dus zoals de andere autosomale chromosomen ook nog onderling stukken kunnen uitwisselen met elkaar. Maar mannen hebben twee verschillende geslachtschromosomen, een X- en een kleiner Y-chromosoom (XY). Deze zijn niet gelijk aan elkaar en kunnen dus geen stukken uitwisselen, waardoor vaders hun Y-chromosoom intact doorgeven aan hun zonen. Heb je een Y-chromosoom? Dan

CSY, de sleutel tot succes 33


ben je biologisch gezien een man. Heb je twee X-chromosomen? Dan ben je volgens je biologische geslacht een vrouw. De meeste mensen hebben twee geslachtschromosomen. Maar ook daar zijn uiteraard uitzonderingen op. Gotta love science. Zo heb je bijvoorbeeld het Klinefelter syndroom (XXY) of supermale syndroom (XYY). Doordat ze beiden beschikken over een Y-chromosoom, zijn deze mensen – biologisch gezien – mannen. Maar ze beschikken wel over drie geslachtschromosomen. Dat is niet ongezond, maar deze mannen worden vaak groter, hebben een hogere kans op leerproblemen en kunnen ook onvruchtbaar zijn. Dit komt gemiddeld bij één op de duizend mannen voor. Onze geslachtschromosomen bepalen dus ons geslacht en dat van onze kinderen. Aangezien elke moeder twee X-chromosomen bezit, erfde je van de jouwe met 100% zekerheid een X-chromosoom. Hierdoor krijgt elke vader de unieke mogelijkheid om het geslacht van zijn kinderen te bepalen. Wil je heel graag een zoon, maar kreeg je telkens een dochter? Blame it on the husband! Want of moeder dat nu wil of niet, vader bepaalt het geslacht – uiteraard onbewust. Vaders spermacellen die richting moeders vruchtbare eicel zwemmen, beschikken over ofwel een X- ofwel een Y-chromosoom. Op die manier schenkt hij zijn dochter een X-chromosoom, terwijl zijn zoon het Y-chromosoom mag ontvangen. Datzelfde Y-chromosoom zet een cascade aan reacties in gang om de mannelijke geslachtsdelen te laten ontwikkelen. Hoera, een zoon! Impressionant, maar voor de rest is het Y-chromosoom behoorlijk nutteloos. Hola, Sofie, waar is jouw passie voor Y naartoe? Begrijp me niet verkeerd. Forensisch gezien is het goud waard. Maar biologisch gezien is het bijna nutteloos. Vele biologen noemen het Y-chromosoom daarom the genetic wasteland, braakliggend terrein wat genetica betreft, omdat het bitter weinig genen bevat. Het is een nietszeggend deel van het mannelijk DNA. We kunnen er enkel mee bepalen dat iemand een man is. In tegenstelling tot de andere chromosomen blijft het Y-chromosoom generaties lang in de familie. Daardoor kunnen we vaderlijke

34

DADER ONBEKEND


familiebanden traceren tot ver terug in de tijd. Op die manier hebben veel mannen een gelijkaardig Y-chromosoom als de dader. Dat is een krachtig voordeel tegenover de rest van het DNA, waar verwantschappen per generatie enorm snel vervagen. Terwijl achterneven met de standaard DNA-verwantschapstechnieken maar 12,5% van hun DNA delen, blijft maar liefst 95% van hun Y-chromosoom identiek. Verre achterneven, die bijvoorbeeld tien generaties ver van de dader verwant zijn, delen 0,1% van hun DNA-code, terwijl dit voor het Y-chromosoom nog altijd 95% is. Fantastisch, toch? Met grote zekerheid kunnen we vanaf nu dus ook verre (mannelijke) familie van de dader vinden en hoeven we ons voor forensisch verwantschapsonderzoek niet meer te beperken tot het zoeken van enkel dichte familie.

‘ZEG, WANNEER GA JIJ JE DNA AFGEVEN?’ Omdat de gedetailleerde kennis over het Y-chromosoom nog relatief nieuw is, werd dit stukje van het mannelijk DNA niet eerder als nuttig bestempeld. Vroeger dacht men namelijk dat iedereen binnen een familie exact hetzelfde Y had. In plaats van dat het speurders de weg zou wijzen naar enkele familieleden van een dader, zou het dan enkel een gigantische lijst familieleden opleveren. Door dat misverstand wordt het Y-chromosoom ook vandaag nog niet standaard onderzocht in moordzaken, laat staan opgeslagen in een databank. In onze databanken zit tot nu toe enkel een autosomaal DNA-profiel. Dat is ideaal om identieke matchen te zoeken, maar minder ideaal voor DNA-verwantschapsonderzoek, aangezien DNA-familiebanden snel vervagen. Vandaag staan we al veel verder en weten we tot in detail hoe Y in elkaar zit. Om CSY te kunnen toepassen, moeten we op zoek gaan naar mannen die kunnen matchen met het Y-chromosoom van de dader. Daar knelt het onderzoeksschoentje. We hebben niets om in te zoeken, want er is geen Y-chromosoomdatabank. In de zaak van Marianne Vaatstra werd daarom besloten om voor

CSY, de sleutel tot succes 35


III DE ENE DADER IS DE ANDERE NIET


15 WAT ALS DE DADER OP VERSCHILLENDE PLAATSEN TOESLAAT? DE BENDE VAN NIJVEL ‘Ik keek recht in de afgezaagde loop van zijn geweer. Hij grijnsde en schoot.’ Het klinkt als een citaat uit een Amerikaanse thriller. Amper negen jaar is David Van de Steen wanneer hij op 9 november 1985 wordt neergeschoten tijdens een overval van een lokale supermarkt. Hij ligt bijna een jaar in het ziekenhuis, maar hij haalt het. Moeilijker dan het zware fysieke herstel is de mentale klap: zijn beide ouders en zijn zus werden tijdens de overval gedood. Het is een van de vele horrorverhalen over de Bende van Nijvel, die meer dan dertig jaar later nog altijd voor koude rillingen zorgen. De Bende van Nijvel pleegde een hele reeks overvallen, moorden, inbraken en diefstallen in België tussen 1982 en 1985. Ze gebruikten, zeker naar het einde toe, opvallend veel geweld en – voor die tijd – heftige wapens. Er vielen in totaal dan ook tientallen gewonden en 28 doden. Wie de leden waren van de beruchte bende is vandaag nog altijd een mysterie. Waren het mensen die getraind waren om zware wapens te gebruiken? Ex-militairen of politieagenten? Moesten hun ongezien agressieve acties de aandacht afleiden van iets anders? Wilden ze

198

DADER ONBEKEND


gewone burgers angst aanjagen, met een ander motief? Er zijn al duizenden pagina’s volgeschreven over de Bende van Nijvel. Online vind je een hoop theorieën over hun identiteit op fora en websites. En natuurlijk zijn er ook reportages en documentaires gemaakt die proberen een licht te werpen op het fenomeen. Hoe is het mogelijk dat deze mannen na elke drieste actie aan de politie konden ontsnappen? En dat er nooit een duidelijk spoor werd gevonden? Het lijkt alsof de bende bescherming kreeg van een of meerdere machtige mensen, die hen een hand boven het hoofd hielden. Werd het bewijsmateriaal consequent weggemoffeld of vernietigd? Werden speurders tegengewerkt of omgekocht? Zat er een mol bij de politie? Los van al die pistes is het ontegensprekelijk zo dat het sporenonderzoek begin jaren tachtig nog lang niet stond waar het vandaag staat. Vaak werden crime scenes niet op de juiste manier afgeschermd en onderzocht, waardoor er kostbare sporen werden uitgewist of onbruikbaar gemaakt. Er zitten dan ook maar twee (!) DNAsporen in het hele dossier van de bende. Zo is er DNA gevonden in een beetje speeksel dat achterbleef op een sigarettenpeuk. Die peuk werd teruggevonden in de auto van de Griekse taxichauffeur Constantin Angelou, die in 1983 dood werd aangetroffen in de koffer van zijn taxi. Hij werd gedood door verschillende kogels in zijn nek. Hij werd waarschijnlijk doodgeschoten aan zijn stuur door iemand op de achterbank. Zou het om de peuk van een van de bendeleden kunnen gaan? Dat is mogelijk maar niet zeker. In de jaren tachtig rookten veel mensen, dus net zo goed gaat het om de peuk van een eerdere taxiklant. Een ander DNA-spoor is afkomstig van een bloedvlek op een kogelvrij vest. En die vesten, dat is het zoveelste bizarre verhaal in de saga van de bende. In 1982 stal de bende van Nijvel een hoop kogelvrije vesten bij het textielbedrijf WittockVan Landeghem. Concreet ging het om prototypes voor de rijkswacht, die in het grootste geheim werden geproduceerd. Ze

Wat als de dader op verschillende plaatsen toeslaat? 199


waren gemaakt uit kevlar, een lichte, synthetische stof die op dat moment nog vrij nieuw was. Weinig mensen wisten van hun bestaan af, maar de bendeleden gingen onmiddellijk naar het juiste hoekje van de fabriek, waar de prototypes werden bewaard. Door wie waren ze getipt? Ook bij deze inbraak gingen ze agressief te werk: de conciërge van de fabriek, die hen op heterdaad betrapte, werd genadeloos doodgeschoten. Ook zijn vrouw kreeg enkele kogels in het hoofd, maar overleefde het als bij wonder. Na de schietpartij aan de supermarkt in 1985, waarin David zijn hele familie verloor, werd het stil rond de bende. Er waren wel getuigen die meldden dat er kort na dat incident allerlei spullen in het Kanaal van Ronquières gedumpt werden. Een duikteam kwam ter plaatse, maar vond niets. In 1986 doorzochten speurders, na een anonieme tip, nogmaals het ondiepe kanaal. En toen vonden ze plots hopen spullen terug: wapens, een kluis en… een in stukken gesneden kogelvrij vest van het overvallen textielbedrijf! Heel apart. Lag dat materiaal er de hele tijd al? En was de eerste zoektocht niet goed uitgevoerd? Of werden de spullen klaargelegd om gevonden te worden? Dat zou verklaren waarom alles nog in redelijke goede staat was, en nog amper was aangevreten door het water. Op de kraag van het beschadigde kogelvrije vest werd dus een bloedspoor aangetroffen. Dat werd naar een Frans lab gestuurd, maar er bleek net niet voldoende bloed te zijn voor een bruikbaar DNA-staal. En zo blijft het onderzoek lopen.

DNA ALS STILLE GETUIGE De bekendste cold case van België kan in dit boek natuurlijk niet ontbreken. De Bende van Nijvel. Een massa onderzoekers stortte zich al op deze zaak. En op dit moment bijt strafpleiter Jef Vermassen zich vast in het dossier. Hij vertegenwoordigt slachtoffer David Van de Steen en nodigde me uit om te praten over

200

DADER ONBEKEND


mijn CSY-onderzoek. ‘Ik sta positief tegenover alles wat we kunnen doen om de waarheid te achterhalen, wie weet kan uw techniek een oplossing bieden in het Bende-dossier’, stond er in de uitnodiging. De bekendste Belgische strafpleiter, met vijftig jaar ervaring, zit tegenover mij. Meester Vermassen gaat onmiddellijk van start. ‘Toen DNA opkwam in de jaren negentig, was justitie initieel heel argwanend.’ Maar de tijden veranderden gelukkig. Op iedere assisenzaak is een DNA-expert aanwezig die de moeilijke materie kan ophelderen. Wanneer meester Vermassen pleit over DNA-sporen van daders, dan heeft hij het over ‘stille getuigen die niet kunnen liegen’. Dat vind ik een van de mooiste beschrijvingen van DNA als biologisch spoor. ‘Met DNA hoef je niet te discussiëren. DNA kan niet liegen, mensen wel.’ De CSY-toepassing is nieuw voor hem, maar de juridische belemmeringen zijn dat niet. Dat CSY-onderzoek nog niet is toegestaan in België, daar schrikt meester Vermassen niet van. ‘In die vijftig jaar als strafpleiter heb ik al veel gezien en ben ik vaak ontgoocheld geweest. België zit soms nog in de middeleeuwen.’ In het Bende-onderzoek zijn er voorwerpen in beslag genomen voor nieuw onderzoek. Nieuwe DNA-sporen, dat is positief nieuws, maar ik blijf voorzichtig. Vroeger werd er nog niet bedachtzaam omgegaan met een plaats delict. Politiemannen, nabestaanden en journalisten liepen gewoon over de crime scene. Sporen werden gecontamineerd, verplaatst of zelfs uitgewist. En daarnaast gaat het over oude DNA-sporen waarvan men niet altijd de graad van betrokkenheid kent. Zo is er die sigarettenpeuk. Waar speeksel aan hangt en waar dus DNA uit kan worden gehaald. Maar is die peuk wel van een Bendelid? Moeilijk te achterhalen. Het bloedspoor aan de kraag van een kogelvrij vest gedragen door de Bende van Nijvel is al een beter spoor. En daar kunnen we mee verder. Dankzij deze nieuwe DNA-sporen kunnen honderden oude en nieuwe verdachten opnieuw worden vergeleken. Op zoek naar een antwoord.

Wat als de dader op verschillende plaatsen toeslaat? 201


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Coverontwerp: Philip Stroomberg Vormgeving: Steven Theunis, Armée de Verre Bookdesign Auteursfoto: Björn Comhaire © Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2022 en Sofie Claerhout D/2022/45/504 – ISBN 978 94 014 8541 8 – NUR 339 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401485418_359f475b3b5058 by Uitgeverij Lannoo - Issuu