Jan Hamstra & Evelien De Vlieger
De fazantenfamilie
M
ensen behoren tot de familie van de mensapen, terwijl kippen fazantachtigen zijn: een familie van prachtige, plompe vogels die niet ver of hoog kunnen vliegen. Kalkoenen, fazanten, kwartels, pauwen en patrijzen: allemaal nichten en neven van de kip, zoals chimpansees, gorilla’s en orang-oetans dat zijn van de mens.
FAZANT
Fazantenmannetjes zijn een soort elegante kippen met een groene kop en roodomrande ogen. De vrouwtjes zijn kleiner en onopvallend bruin. Een fazant loopt liever rond dan dat hij vliegt en als hij bang is, gaat hij plat op de grond liggen. Bijzonder is dat hij dan bijna geen geur afgeeft. Daardoor kunnen vossen (of jachthonden) hem niet gemakkelijk vinden. Vroeger werden voor de jacht fazanten gekweekt die werden losgelaten als een stel jagers zich in camouflagepak en met geweren in de aanslag had opgesteld. Dat mag nu niet meer.
Kip
— Klasse — Aves (vogels)
— Orde — Galliformes (hoendervogels)
— Familie — Phasianidae (fazantachtigen) — Geslacht — Gallus (kamhoenders)
— Soort — Gallus gallus (bankivahoen) — Ondersoort — Gallus gallus domesticus
KALKOEN
Onze tamme kalkoenen zien eruit als grote kippen met rode bultjes en huidflappen op hun kop, snavel en hals en soms een blauwe vlek rond de ogen. Typisch aan de mannetjes is het klokkende geluid dat ze maken om vrouwtjes te lokken. Kalkoenen zijn de enige andere fazantachtigen die mensen zo massaal voor het vlees houden. Amerikanen eten kalkoen op Thanksgiving Day en in Europa ligt de vogel tijdens de kerst gebraden op tafel. Tamme kalkoenen zijn gekweekt uit wilde soorten die in kleine groepjes in de bossen en bergen van Amerika en Canada leven.
12
KWARTEL
‘Zo doof als een kwartel’ zegt het spreekwoord, terwijl ‘zo schuw als een kwartel’ beter zou zijn: kwartels horen uitstekend maar willen liever niet dat je ze ziet. Het is de kleinste soort fazantachtigen en zowel de vrouwtjes als de mannetjes zijn bruingestreept met een korte staart en grote vleugels. Die vleugels komen van pas als ze gaan overwinteren in Afrika of Zuid-Europa. Wel honderd kilometer aan één stuk vliegen ze dan. De kwartel is de enige trekvogel van de fazantachtigen, maar buiten die trek blijft hij het liefste dicht bij de grond. Kwartels en hun schattige, gespikkelde eitjes belanden ook op tafel, gebraden en gekookt.
PAUW
Van alle fazantachtigen zijn dit de meest versierde. Je hebt groene en blauwe pauwen en allebei komen ze zo uit een sprookje gelopen. Mannetjespauwen herken je aan de lange sleep van veren aan hun staart. Elke veer eindigt in een pauwenoog. Dat pauwenoog is ook op veel vlindervleugels te zien. Het mannetje zet zijn staart op als hij wil paren. Om een wilde pauw te zien moet je naar de oerwouden van Azië. De pauwen die wij kennen, lopen rond in parken en tuinen. Ze zijn om op te eten, zo mooi, maar niet letterlijk – hoewel er vroeger wel eens gebraden pauw op tafel belandde.
PATRIJS
Een patrijs lijkt wat op een fazant, maar heeft een oranje kop en keel. In de vlucht herken je hem aan zijn rode staart. Patrijzen zijn akkervogels en die hebben het lastig omdat akkers veel groter zijn dan vroeger en er dus minder heggen en graskanten zijn. Dat zijn namelijk de plekjes waar patrijzen zich graag schuilhouden en hun nest maken. Er zijn ook minder insecten te vinden door de chemische onkruidverdelgers die sommige boeren nog gebruiken en dat is pech voor de patrijzenkuikens, die alleen maar insecten eten. Als ze het toch overleven en ze zijn volgroeid, eten ze ook zaden, granen en gras – net als hun kippennichtjes. 13
De tamme kip verovert eerst het Oosten… Het begon allemaal in Thailand, ruim drieduizend jaar geleden. Mensen gingen rijst telen in de buurt van hun dorpen en dat trok groepjes rode kamhoenders aan: er viel op die velden meer te pikken dan in de bamboebossen waar ze tot dan toe woonden. Na een tijd bleven de hoenders niet alleen op de velden, maar waagden ze zich ook in de dorpen tussen de varkens en de honden. Zo raakten mens en hoen aan elkaar gewend. Omdat de hoenders meer aten, begonnen ze ook meer eieren te leggen en waren de hanen niet meer zo agressief. Zo begonnen ze dus te lijken op onze tamme kippen. Vanuit Thailand kwam de huiskip al snel in China en India terecht, en daarna in de rest van Azië, het Midden-Oosten en Afrika.
Ban kiv ah o en
14
i um Fa yo
In het oude Egypte werd rond 1400 voor Christus voor het eerst een kip afgebeeld. Op een tempelmuur in Luxor staat een kip die geschonken werd aan de farao (Thoetmosis iii), ‘de vogel die elke dag leven schenkt’. Een kip was toen nog een zeldzame, koninklijke vogel. Maar elke dag een ei was wel wat overdreven: kippen legden toen nog lang niet zoveel eieren als nu. Ook ontdekkingsreizigers hebben het over kippen in hun reisdagboeken. Marco Polo schrijft in de dertiende eeuw over ‘zwarthuidige’ hoenders die hij in Azië gezien heeft. Hij beschrijft kippen met haar als katten die grote, lekkere eieren leggen.
Flè ch e
ans bek erk am ho en
La
Sicil ia
en Zijd eho walnotenkam kam die als een halve walnoot op de kop ligt
hoorntjeskam twee hoorntjes
Jav ak rie l
bekerkam twee enkele kammen die elkaar aan de vooren de achterkant raken
p Em
rozenkam knobbelige kam met puntig uitsteeksel naar achteren
ië
a anes ord
An da lu s
r
Kammen, kuiven en baarden
kruiskam kam en lellen vormen een kruis
en kip zonder kam is als een stokbrood zonder korst of een donut zonder gat. Kippen horen dan ook bij het geslacht Gallus of kamhoenders: de kam van de kip is de kroon op het werk. Kippenrassen zonder kam zijn uitzonderingen. Zeker sierkippen hebben soms bijzondere kammen. Je zou ze bijna kapsels gaan noemen, met dat verschil dat je kammen niet hoeft te kammen. Ze staan of liggen altijd precies goed.
Ch an
Een felrode kam is een teken dat een kip gezond is en wil paren. Een bleke, slappe kam wil soms zeggen dat de kip ziek is – een haan zal niet met die kip paren. De meeste kammen zijn rood, maar er bestaan ook grijze en felblauwe kammen.
uda Ho
n
erwtenkam lage kam van drie rijen knobbels (heet ook drierijige kam)
er cl te
aardbeienkam kam die op een doorgesneden aardbei lijkt
28
enkele kam rechtopstaand of omvallend
Wyando tte
E
bladerkam twee enkele kammen die elkaar alleen aan de voorkant raken
Kammen zijn niet alleen maar voor de sier. Net als alle andere vogels hebben kippen geen zweetklieren: ze kunnen niet zweten. Ze houden hun bek open als ze het warm hebben en gaan dan hijgen, of ze spreiden hun vleugels om af te koelen. Maar hun kam en kinlellen helpen ook: omdat die altijd wat kouder zijn dan de rest van hun lijf, koelt hun bloed af als het erdoor stroomt. Een beetje als een ingebouwde airconditioning, maar wel mooier dan een metalen bak aan hun voorgevel.
Kuiven en baarden er ell nz pe Ap
Sommige kippen hebben opstaande veren op hun kop: als een kuif, maar dan niet met haren en gel. Onder de keel kunnen ook veren groeien, dan heeft de kip een baard (en meestal geen of erg kleine kinlellen). Een baardkuifkriel heeft het allebei. Blader voor meer kuiven en baarden even verder naar de laatste bladzijden (over de verschillende kippenrassen).
ba
ard
n h oe
A pp
r lle ze en
Neder l
ands
baar dku ifho en
uif itsk sp
Hanenkammen anders
Hanenkam werd vooral vroeger gegeten. Een lekkernij, volgens sommigen, al belandde hij vast meer voor zijn mooie vorm op tafel. Als je de kam kookt, wordt hij lichtgrijs. Hanenkam (of cantharel) is ook de naam van een paddenstoel. Hij lijkt wat op de kam van een haan, maar je kunt hem gewoon plukken in het bos (of kopen in de winkel). De paddenstoel ruikt naar abrikozen en als je hem bakt, smaakt hij peperig. Vraag eens aan je kapper of hij je de volgende keer een hanenkam wil zetten. Geen vlezige, maar eentje van haren. Dit kapsel heet een mohawk, naar inheemse Amerikanen die ook Mohawk heten en met zulke kapsels op oorlogspad gingen. Hanenkam is ook de naam van metselwerk boven ramen of deuren. De stenen staan waaiervormig rechtop en maken het bouwsel steviger.
29
Hokjesdenken
W
e noemen een gedomesticeerde kip dan wel ‘huiskip’, maar kippen slapen niet in huizen zoals honden of katten dat vaak wel doen. Een hok ergens in de tuin vinden ze allang goed. Als ze er kunnen schuilen voor de regen, een stofbad kunnen nemen, een ei leggen en slapen, zijn ze dik tevreden. Een deurtje om roofdieren buiten te houden is ook handig.
Zitstok De meeste kippen slapen op een stok. Dat slapen heet ‘roesten’.
Het gedrag stamt nog af van hun wilde zussen die in de bomen slapen. De zitstok moet rechthoekig en niet rond zijn, anders kunnen ze hem niet goed vasthouden met hun poten. De hoeken moeten wel een beetje afgerond zijn, scherpe hoeken snijden in de tenen van de kip. Als kippen slapen, vallen ze toch niet van hun stok, omdat ze er met gebogen poten op zitten, waardoor hun tenen aanspannen. Om van de stok los te komen, moet een kip haar poten daarom eerst weer strekken. (Als mensen van hun stokje gaan, wil dat zeggen dat ze flauwvallen.)
Legnest In het legnest liggen stro, papiersnippers of
houtmot, alles waar een kip een nestje in kan maken. Je kunt er ook een nepei in leggen: een ei van kalk dat de kippen laat zien waar de eierlegplaats is.
Mestla Kippen persen wel meer uit
hun cloaca dan eieren. Een mestla trek je wekelijks uit het hok om hem schoon te maken. De rest van de kippendrolletjes ligt verspreid in de ren.
Kippen plassen niet, of beter, ze plassen en poepen tegelijk. Dat komt omdat het laatste darmeindje en de plasbuis in de cloaca uitkomen. Vandaar dat kippenmest eigenlijk een bleek, slap plasje is, met in het midden een donker drolletje.
Kippen kunnen met één oog open slapen.
Nachthok Een nachthok moet je elke
avond sluiten zodat er geen roofdieren naar binnen kunnen. Er bestaan deurtjes die automatisch dichtgaan als het donker wordt en weer opengaan als het tijd is om op te staan.
Zo zien ze het als er gevaar dreigt. Als ze in een rijtje op stok zitten, slapen de twee buitenste kippen met hun buitenste oog open. ’s Nachts verwisselen ze van plaats zodat ze allemaal eens met beide ogen dicht kunnen slapen. Hoe hoger hun plaats in de pikorde, hoe minder ze aan de buitenkant zitten.
Schuilhok of afdakje Kippen moeten ook als het regent een stofbad kunnen nemen. Dan is een schuilhok handig.
Pikorde
Kippen zitten niet graag alleen. Zodra ze met z’n tweeën zijn, voelen ze zich veiliger. In een grotere groep voelen ze zich nog beter: meer ogen zien het gevaar sneller. Zet een groepje kippen bij elkaar en er ontstaat vanzelf een rangorde van wie de baas is en wie moet luisteren: de pikorde. In het wild leven kippen nooit met meer dan twintig samen.
Gaas De gaatjes in het gaas
mogen niet te groot zijn, anders steken kippen hun kop erdoor en blijven ze vastzitten. Kleine gaatjes houden ook beter roofdieren tegen.
De pikorde moet je letterlijk nemen: de kip die het vaakst naar andere kippen pikt, staat boven aan de pikorde en speelt de baas over de anderen. Ze mag het eerst eten en slaapt op de hoogste stok (of tak, als het om wilde kippen gaat). In een toom kippen kunnen er ook twee bovenaan staan en heeft iedereen een plek (ook al is het soms onderaan). Dat is bijzonder, want bij de meeste andere dieren die in groep leven, is er maar één de baas.
Voederbak Een voederbak op pootjes
is een goed idee: dan kunnen ratten er moeilijker bij. Nog beter is het om elke dag een beetje voer op de grond te strooien.
Drinkbak Je kunt de drinkbak
het beste in de ren zetten en niet in het hok, en je moet hem elke dag vullen met vers water. Kippen drinken door het water achterover in hun keel te gooien, dus als hun drinkbak wat hoger staat, gaat dat gemakkelijker. Ze drinken de hele dag door. Ze hebben geen armen om een glas mee leeg te kiepen, dus ze gooien hun kop naar achteren om het water in hun bek te laten zakken. Dat ziet eruit alsof ze telkens een borrel achterover slaan, gezondheid!
Klokken, kakelen en kraaien
M
ensen hebben stembanden om geluid te maken, maar kippen niet. Net als alle andere vogels hebben ze een syrinx: een orgaan dat als een soort trommeltje onder aan de luchtpijp zit. Door te ademen ontstaan er trillingen en brengen ze geluid voort. En wat voor een geluid, echte kletskousen zijn het, geen seconde houden ze hun bek.
Er zijn onderzoekers die wel dertig verschillende kippengeluiden hebben ontdekt. Genoeg om duidelijk te maken hoe ze zich voelen. Meestal praten ze gewoon wat tegen zichzelf. Maar soms doen ze dat zo luid en overtuigend dat de anderen erop reageren. Dat heet dan een gesprek.
BRRRRRRB… BRRRRRRB… BRRRRRRB Soms denk je TOK! Gevaar! Een korte schreeuw om
de anderen te waarschuwen voor een roofdier of een mens die een kip komt vangen. Ren voor je leven, roepen ze uit. In één tok-uitbarsting.
dat je een kat hoort spinnen in de kippenren – dat geluid maken scharrelende kippen als ze zich goed in hun vel voelen. Alles zit ze mee, ze vinden vette wormen, de zon schijnt, er is voer en water en het ei is allang gelegd. Brrrrrb!
BRRRRR! Brommen kunnen ze ook, als ze ’s ochtends niet KGRRRRR! Als een kip broeds is en
haar nest niet af wil en iemand komt in de buurt, gaat ze zitten gromknorren: iets tussen grommen en knorren in, maar dan op zijn kips.
snel genoeg uit hun hok kunnen. Dan gaan ze alsmaar luider staan brommen voor het deurtje, tot iemand ze komt bevrijden. Het lijkt wat op het rustgevende spinnen, maar klinkt veel dieper en dwingender. Laat ons eruit!
PIEP! Hoog getok dat bijna TOK-TOK-TOK-TOTOOOK! Als de kip
een piep is, als ze plots iets lekkers zien liggen.
een ei legt, laat ze dit geluid meerdere keren na elkaar horen. Uit volle borst kakelen, heet dat.
er eld f e l Bie
TOK-TOK-TOK-TOK-TOK… Een broedende kip
praat zachtjes tegen haar (kuikens in de) eieren om te laten horen dat ze er nog is.
KUKELEKU! Hanen kakelen niet maar kraaien.
Heel soms is er ook wel eens een kip die kraait. Het wil zeggen: opstaan, de zon is al op! En het laat ook horen dat de haan de baas is. Als er meer hanen in een ren zitten, is het altijd dezelfde haan die het eerst kraait: de meest bazige.
50
TOK-TOK-TOK! Kakelen zonder die totoook komt ook
voor. Kippen die een ei willen leggen, maar het niet kwijt kunnen omdat er een andere kip in de nestkast zit, proberen de andere kip boos weg te kakelen. Nadat een kip een ei heeft gelegd, gaat het ook van tok-tok-tok! Of als ze schrikken omdat de deur van de ren opeens opengaat.
Hanen halen gemakkelijk honderd decibel met hun gekraai, soms zelfs tot 140 decibel en dat is luider dan een kettingzaag of een politiesirene. Toch wordt een haan niet doof van zijn eigen gekraai. Daar heeft zijn lijf een trucje voor: als hij zijn bek openspert, sluiten zijn oren zich automatisch helemaal af. Kippen hebben die ingebouwde oordoppen niet, maar zij gaan dan ook maar tot zeventig decibel met hun gekakel. Je zou denken dat ze doof werden als er een haan in de ren zit, maar dat gebeurt niet, want een haan kraait nooit recht in hun oren.
Kukhurā-ēka-kērakāra-d.ū!
Koekeloekoe! Kukuriky! Wij bootsen kraaiende hanen na met: ‘Kukeleku!’ Maar in andere landen klinkt diezelfde haan helemaal anders. Alleen het uitroepteken moet er overal bij: hanen kraaien nooit zachtjes.
Cocorico!
Nepalees
Afrikaans
Servo-Kroatisch
Gue-gue! of Gou-gou! Deens
Cock-a-doodle-doo! Engels
Kukkokeikuu! Fins
U-ürü-üüü!
Frans
Kikeriki! Duits
Chicchirichi! Italiaans
Grieks
Coucouricou! Hebreeuws
Kuckeliku! Zweeds
Kikerigī! Lets
Kou-kou-kou-kou!
Kikiriki!
Turks
Cucurigu! Roemeens
Chinees
Kykliky!
Gaggalagó! IJslands
Japans
Kakarieku! Litouws
Kukkeliky! Noors
Kukuryky! Pools
Cocorococo! Portugees
Quiquiriqui! Spaans
Kou-ka-re-kou! Russisch
51
Voor alle kippen die onze tuin zoveel levendiger maakten. – E.D.V.
Zelf meer lezen over vogels? Dit boek is geweldig: Bibi Dumon Tak. Het heel grote vogelboek. Lannoo, 2017.
Bronnen Dank aan alle auteurs die hun kennis over kippen neerschreven. Onder meer deze boeken brachten me veel bij: – Sally Coulthard. Kroniek van de kip. Het verhaal van een plompe maar pientere vogel. Terra, 2022. – Andrew Lawler. Why did the chicken cross the world. The epic saga of the bird that powers civilization. Simon and Schuster, 2014. – Melissa Caughey. How to speak Chicken. Why your chickens do what they do and say what they say. Storey Publishing, 2014. – Sander Bauwens. Zakboek voor de kippenhouder. Alles wat je moet weten als je een kip in huis haalt. Lannoo, 2021. – Esther Verhoef en Aad Rijs. Geïllustreerde kippenencyclopedie. Rebo Productions, 2001. – Hans Ringnalda. Kippenmania en kippenvaria. Alles wat een kippenliefhebber over kippen moet weten. Ringnalda, 2020. – Rüdiger Wandelt en Josef Wolters. Handboek Rashoenders. De hoenderrassen van de wereld. Tirion, 2002. – Rüdiger Wandelt en Josef Wolters. Handboek Dwerghoenders. De dwerghoenderrassen van de wereld. Tirion, 2000. – Guus en Sarah Luijters. Ode aan het ei. Nieuw Amsterdam, 2021. – Hans L. Schippers. Kippen. Roodbont, 2007. – Guirec Soudée. Het fantastische verhaal van de kip die de wereld rondreisde. Meulenhoff Boekerij, 2021.
Ook het internet is een onuitputtelijke bron van kippeninformatie. Check het YouTubekanaal van Sander Bauwens als je zijn prachtige ancona’s en livorno’s wilt zien rondscharrelen. Wetenschappers die kippen bestuderen om te zien hoe slim ze zijn, zijn onder meer Lori Marino en Giorgio Vallortigara. De vergelijking van de botten van mensen en vogels vond ik op https://askabiologist.asu.edu/botvergelijking-mens-vogel-en-vleermuis. Ook op de website van Velt (https://velt.nu/kippen-de-tuin) en Levende Have (https://www.levendehave.nl/dierenwikis/pluimvee/kippen) vind je veel nuttigs.
www.lannoo.com www.de-leukste-kinderboeken.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2024 Tekst: Evelien De Vlieger Illustraties: Jan Hamstra Vormgeving: Studio Lannoo, Mieke Verloigne isbn 978 94 014 8536 4 – d/2024/45/81 – nur 223, 253 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.