Skip to main content

9789401484329

Page 1

de geschiedenis van BELGIË

in 100 oude kaarten

Philippe De Maeyer Michèle Galand Bram Vannieuwenhuyze Guy Vanthemsche


Oude kaarten en het verlangen om af te dalen in de tijd David Van Reybrouck

‘I

k snap het niet goed’, zeg ik terwijl ik hem mijn schriftje en mijn balpen toeschuif. ‘Kunt u daar eventueel een kaartje bij tekenen?’ Ik zit in het veteranenhuis in de stad Manado, het noordelijkste puntje van Sulawesi. Dit is de plek waar het Japanse leger op 11 januari 1942 Indonesië voor het eerst binnenviel. Schepen, luchtaanvallen, parachutisten… de hele ellende. Hendrik Pauned Muntuuntu kijkt me verbaasd aan. Hij was 15 toen, hij is 89 nu. Hij heeft me net verteld dat hij Japanse landingsvaartuigen heeft zien liggen ‘op het strand van Kema’. Wacht, waar ligt dat precies? Ik heb behoefte aan wat overzicht. ‘Uiteraard’, zegt hij aarzelend. Hij lijkt het maar een vreemde vraag te vinden. Iedereen weet toch waar Kema ligt? Daarop begint hij in mijn schriftje te schetsen: het Minahassa-schiereiland, de stad Manado, de richting vanwaaruit de Japanse oorlogsbodems kwamen, de opmars van de soldaten naar het vliegveld, de plaats waar het Nederlandse leger zat, en ja, het strand van Kema. Wel twintig minuten lang gaat hij door. Zijn plannetje raakt steeds voller. Hij schrijft er namen bij, voegt nog een landweg toe, maakt een pijl wat dikker. Ondertussen vertelt hij non-stop over wat hij gezien en meegemaakt heeft. Af en toe pen ik er zijn uitleg bij. Na afloop heb ik een ogenschijnlijk chaotische bladzijde in mijn schrift staan, maar eigenlijk is het een heel nauwkeurig kaartje van het begin van de Japanse invasie van Indonesië. Als ik achteraf Japanse militaire rapporten check, blijkt alles tot in de details te kloppen. Verbluffend. Wat is het toch met kaarten dat ze de kijker in een oogopslag zoveel inzicht, kennis en begrip kunnen verschaffen? En wat is het toch met cartografie dat ze zoveel verhalen op gang trekt?

Zelfs geografisch of historisch ‘onjuiste’ kaarten bevatten schatten van informatie over hoe mensen de ruimte beleven of verbeelden. Een zeer gebrekkig plattegrondje van Lubumbashi, de tweede stad van Congo, dat een informant ooit tijdens een interview tekende, toonde heel precies waar zijn wereld ophield en hoe zijn onzichtbare grenzen zich verhielden tot het koloniale stadsplan van een halve eeuw geleden. Hetzelfde geldt voor de ‘foute’ kaarten in dit boek. Wie de kaart van West-Europa bekijkt die Lambertus van Sint-Omaars in 1121 tekende, beseft wat voor een formidabele, apocalyptische obstakels de Alpen en de Pyreneeën voor de middeleeuwse mens waren. En als je naar de kaart van de waterwegen in het graafschap Vlaanderen uit 1452 kijkt, krijg je een mental map van de economische verhoudingen waarin Brugge, als een soort groot en machtig karrenwiel, de rest van het landschap overheerste. Om nog maar over die andere wereldstad te zwijgen! De fascinerende kaart uit 1913 van de ‘Cité mondiale’ die tussen Tervuren en Sterrebeek had moeten verrijzen, een stad groter dan Brussel ten dienste van wetenschap, vooruitgang en wereldvrede, illustreert hoe een internationaal pacifistisch denken tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog mogelijk bleef. Kaarten tonen niet alleen wat was, maar wat de mens dacht dat was – of had moeten zijn. Ik hou verschrikkelijk veel van oude kaarten, omdat ze je drie keer doen reizen: in de ruimte, in de tijd en in de geest. Die reis is des te intenser naarmate je de regio beter kent. Oude foto’s van mensen die je kent, roepen ook altijd meer emoties op dan foto’s van onbekenden, hoe prachtig ze ook zijn. Dan pas ga je op zoek naar de verschillen, dan pas

Een 19de-eeuwse heruitgave van de Tabula Peutingeriana. Konrad Miller, Die Weltkarte des Castorius, genannt die Peutingersche Tafel, Ravensburg 1888.

4


probeer je je voor te stellen hoe het ooit was – dan pas leer je leven met de frustrerende onmogelijkheid van die wens. De historische ervaring is geen afdalen in de tijd, maar een verlangen om af te dalen in de tijd, terwijl je nooit verder komt dan de reling van het heden waaroverheen je in de diepte tracht te staren. Kijken naar kaarten is kijken naar het verleden alsof je er heel even dichter bij bent. En elke stap roept nieuwe vragen op. Hoe zou het echt geweest zijn langs die Romeinse heirweg van Keulen naar Bavay die op de Tabula Peutingeriana staat? Hoe moet dat Brugse ommeland, dat Pieter Pourbus zo briljant schilderde, geklonken hebben op een lentedag in 1561? Hoe hoofs waren de gesprekken en de omgangsvormen tussen al die gepommadeerde aristocraten in het kuuroord Spa anno 1780? We zullen het nooit helemaal ervaren, maar kaarten zijn ramen die ons naar het verleden lokken. We vermoeden schaapjes, zeilschepen, klokgelui, kanonschoten. We vermoeden: de geur van versgemaaid gras.

aardlagen stonden te bestuderen. Of neem nu die sabotagekaart die de Duitse bezetter in december 1943 opstelde. Elk van die stippen rondom bepaalde steden, weet je, zijn mensen die hun leven riskeerden voor onze vrijheid. Heel bijzonder in deze collectie kaarten is de keuze om cartografie niet te beperken tot de openlucht. De plattegrond van een vrijmetselaarstempel of de inrichting van een oceaanstomer van de Red Star Line zijn net zo goed kaarten: ze bieden inzicht in de intieme topografie van een mensenleven. Nieuwe vormen van spiritualiteit in de 19de eeuw, nieuwe ervaringen van landgenoten die vertrokken… En dat België niet eindigt bij België, maakt dit boek eens te meer duidelijk. Koloniale projecten, spoorwegen in China, migratie uit en naar dit kleine land bevestigen dat de nationale geschiedenis niet stopt bij de grenzen.

Eigenlijk is cartografie een vorm van poëzie. Net zoals gedichten proberen kaarten ons zoveel mogelijk te suggereren met zo weinig mogelijk middelen. Net zoals gedichten nodigen ze ons uit om op meerdere niveaus te lezen: van de eerste algemene indruk naar het verkennen van het detail. Net zoals gedichten doen ze ons op een enkele bladzijde verdwalen. Ze betoveren ons naarmate we verder dringen, ze gaan met onze aandacht aan de haal en slagen erin om ons verloren te laten lopen. Eigenlijk zijn er maar twee genres die ons zo lang op dezelfde bladzijde kunnen vasthouden – de atlas en de dichtbundel. Het zijn twee vormen van avontuurlijk reizen: het zoekende lezen van de poëzieliefhebber, het verkennende kijken van de cartofiel. Neem nu het absoluut verbluffende tekenwerk van de bekende Ferrariskaart uit 1777. Daar kun je uren naar kijken, vrij zwevend over, vrij zwervend zelfs door de 18de-eeuwse landschappen. Neem nu die uitzonderlijk rijke geologische kaart uit 1856: je denkt niet alleen aan de tropische zeeën die hier ooit de kalksteenlagen in de Ardennen hebben afgezet, nee, je denkt ook aan die heren met hun zakvesthorloges en bakkebaarden die in steengroeves langs de Maas gewichtig

Lang werd gedacht dat kaarten louter fraaie illustraties bij de geschiedenis boden, maar hoe langer hoe meer denk ik het omgekeerde: dat geschiedenis vaak niet meer is dan enkele lang uitgevallen voetnoten bij de cartografie. Wie kijkt naar de kaart, heeft het verleden al geproefd – al de rest is geschiedenis.

5

Foto uit een van de notitieboekjes die David Van Reybrouck in Indonesië gebruikte. Linksonder het kaartje dat Hendrik Pauned Muntuuntu voor hem tekende. De informant, die in de koloniale tijd nog Nederlands had geleerd, trachtte tevens de naam van de auteur te spellen (rechtsboven). Van Reybrouck moest echter aangeven dat Vlaamse familienamen een stuk minder fonetisch waren dan Nederlandse. Manado, Noord-Sulawesi, 25 januari 2016.


Inhoud en tijdlijn Rond 500

10de eeuw

1307

1452

Vestiging van de Franken p. 24

Karolingische rijk verbrokkelt p. 27

Begin van de functionele cartografie p. 38

Drang naar zee p. 46

p. 30

p. 20

1491 1492 Lokale jurisdicties p. 54

Prinsbisdom Luik p. 57

p. 42

p. 34

p. 50

400

1121

1274

1356

1467

1473

Routeplanner voor het Romeinse rijk

Rust na roerige tijden

Vlaanderen tegen Frankrijk

Blijde Inkomst houdt Brabant samen

Dood van Filips de Goede

Bourgondische Nederlanden

p. 16

58 v.C. Julius Caesar trekt noordwaarts

1612

1589 1593 Dood van Christoffel Plantijn

1585 Op- en neergang van Antwerpen p. 112

Abc van de Lage Landen p. 126

Beheer van de adellijke domeinen p. 116

1659

1598

Kloosters en abdijen p. 139

Contrareformatie p. 119

p. 122

p. 132

p. 142

1600

1640

1661

Oranje in de Zuidelijke Nederlanden

Brussel, regeringszetel en hofstad

Jacht in het Zoniënwoud

p. 129

p. 136

p. 108

p. 146

1583

1598

1635

1645

1666

Leo Belgicus

Landmeters Aartshertogen Albrecht en Isabella, aan het werk heersers van de Zuidelijke Nederlanden

Belgische Zee op de maan

Spaanse Nederlanden als strijdtoneel


1501

1550

Opkomst van het internationale postwezen p. 60

Verstedelijking en krimp p. 76

1512

1581 Tuin van Henegouwen p. 104

1559

1533

Geboorte van Universiteit Gerard Mercator van Leuven p. 64

Nieuwe indeling van de bisdommen p. 80

p. 68

p. 84

p. 72

1541 Globeproductie

p. 100

p. 96

1549

1561

1573

1576

Eengemaakte Nederlanden

Schilderkunst en cartografie

Ardense bossen

Viglius van Aytta

p. 88

p. 92

1569 1570 Mercatorprojectie

Schouwtoneel van de uiteenvallende Nederlanden

1555 Troonsafstand van Keizer Karel

1697

1713

Geneugten der Nederlanden p. 154

Begin van het Oostenrijkse bewind in de Zuidelijke Nederlanden

1712 Betwiste grenzen p. 160

p. 157

1701

Spaanse Successieoorlog

p. 150

1695 Bombardement van Brussel

1717

1760

1780

Tsaar Peter de Grote verblijft in Spa

Waterbeheer en hygiëne p. 172

1718

1768

Barrière tegen Frankrijk p. 164

Wegennet in de Oostenrijkse Nederlanden p. 176

p. 168

1727 Oostendse Compagnie in Bengalen

Hof op het platteland p. 188

1780 Stadsvernieuwing p. 184

p. 180

p. 192

1777

1780

Maria Theresia en Joseph de Ferraris

Beginjaren van het kuuroordtoerisme p. 196

1783 Westerscheldeestuarium herbedijkt


1788 Aardrijkskunde wordt een schoolvak p. 200

1802

1830

Kadaster p. 220

Belgische Revolutie p. 234

1802

1789

Vandermaelen en het Établissement géographique de Bruxelles p. 238

p. 204 Begin van de Franse tijd

1802

1815

1816

Belgische kust in kaart

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Militaire Verkenningen

p. 226

p. 216

1889 Ontdekking van de Belgische keuken p. 299

1894 Algemeen meervoudig stemrecht voor mannen

1802

1815

Opheffing van de kloosters

Slag bij Waterloo

p. 246

1835 Spoorwegpionier op het vasteland

1905

1913

Overheid moedigt landverhuizers aan p. 310

Cité mondiale in Tervuren p. 328

1902 Belgische concessie in China p. 306

p. 230

p. 223

p. 212

1800

1908 Neutraal-Moresnet p. 314

1909

1919

Racen in de Ardense heuvels p. 320

IJdele droom van een groter België p. 339

p. 324

p. 317

p. 342

1908 1909 Vrijmetselarij

p. 302

1900 Bestrijding van de landloperij

Oprichting Krijgsdepot p. 242

1830

Napoleon investeert in Antwerpse haven p. 208

Brabantse Omwenteling en Luikse Omwenteling

1831

1920

Ontplooiing van de arbeidersbewegingen

Grenswijziging na Verdrag van Versailles

1919

p. 336

p. 332

1914

1918

Eerste Wereldoorlog

Flamenpolitik tijdens WO I

Algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen

p. 346

1921 Koningin der badsteden


1850

1838 Expansie en verfraaiing van de hoofdstad p. 254

1841 Atlas der Buurtwegen p. 258

1885

Strijd tussen katholieken en liberalen p. 274

Onafhankelijke Congostaat p. 293

1843

1859

1865

Mislukte kolonie in Centraal-Amerika p. 266

Kadastrale atlas van Popp p. 282

Dood van Leopold I, eerste koning der Belgen

p. 286

p. 262

1842

1864

Armoede en sociale ongelijkheid

Mijndirecteur koopt kasteel

p. 270

p. 250

p. 278

1837

1846

België als wegenknooppunt

Geboorte Geologische van de kaarten telecommunicatie

1927

1940

België brengt zijn koloniën in kaart p. 350

‘Mijnwerkersparadijs’ op de Kempense heide p. 362

1855

Waalse industriële as bloeit volop

1964 Cartografie van een vrouwelijke pionier p. 386

1943

1958

‘Mijn auto, mijn vrijheid’ p. 358

Achttiendaagse Veldtocht p. 366

Bezetting en verzet tijdens WO II p. 370

Memorabele literaire plaatsen p. 382

p. 374

Kinderjaren van de burgerluchtvaart

Belgicaexpeditie naar Antarctica

1871

1940

1929

1898

p. 290

1931

p. 354

p. 296

1960

p. 378

1950

1958

Centrum van de Europese strip

Expo 58

1948 Stemrecht voor vrouwen bij parlementsverkiezingen

Onafhankelijkheid van Congo

1970 Einde van het unitaire België kondigt zich aan p. 390


De geschiedenis van België in kaart

G

eschiedenis kun je op vele manieren overbrengen. In dit boek gebeurt dat aan de hand van kaarten, omdat die een eigen kijk bieden op historische gebeurtenissen en ontwikkelingen. Noem een onderwerp uit de geschiedenis en er valt wel een kaart aan te koppelen. Bekende veldslagen als de Guldensporenslag of de Slag bij Waterloo zijn in kaart gebracht, al gebeurde dat meestal na de feiten. Andere kaarten laten zien hoe de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden één geheel vormden of net uiteenvielen. Grootgrondbezitters zetten graag hun eigendommen op de kaart en de overheid gebruikte kaarten om deze op efficiënte wijze te belasten. Graaf de Ferraris bracht de Habsburgse Nederlanden in kaart omwille van militair-strategische redenen, terwijl commerciële kaartenuitgevers als Ortelius, Hogenberg, Fricx, Popp en Vandermaelen vooral winst wilden maken. Ontelbare kaarten zijn gemaakt om geschillen te beslechten of openbare werken te plannen en uit te voeren. Vanaf de 19de eeuw kwamen kaarten ook in toenemende mate aan bod in het onderwijs en bij het toerisme. Zelfs in strips verschijnen ze met de regelmaat van de klok. Maar kaarten zijn niet enkel nuttig: mensen bewonderen al eeuwenlang kaarten, hetzij als wandkaart aan een muur, hetzij op allerlei decoratieve objecten en gadgets. En soms toveren kaarten een glimlach op het gezicht, bijvoorbeeld wanneer België wordt voorgesteld als het Ros Beiaard met de Vier Heemskinderen. Deze cartoonkaart van de Britse illustratrice Lillian Tennant verscheen in 1912 en leek ons uiterst geschikt voor de cover van dit boek.

Kaarten brengen ruimtelijke objecten en hun onderlinge relaties in beeld, laten landschappelijke of territoriale situaties zien, verklaren deze en verkondigen bepaalde visies daarop. Daarnaast zijn vele kaarten gemaakt naar aanleiding van specifieke gebeurtenissen, zoals het sluiten van een verdrag, de organisatie van een evenement of de studie van een bepaald fenomeen. De honderd kaarten die we voor dit boek selecteerden, belichten evenveel aspecten van de Belgische geschiedenis. Ze hebben alle betrekking op (onderdelen van) het territorium dat tegenwoordig België heet en op gebeurtenissen waar de inwoners van dat gebied bij betrokken waren. We vatten België dus op in de breedst mogelijke zin en bestrijken een periode van ongeveer tweeduizend jaar, van de Gallische Oorlogen in 58-51 v.C. tot de Belgische staatshervorming in 1970. De geschiedenis van België in 100 oude kaarten streeft op geen enkel vlak volledigheid na. Bekende cartografen als Mercator, Ferraris en Vandermaelen komen uiteraard ter sprake en hetzelfde geldt voor cruciale gebeurtenissen als regimewissels, oorlogen, migratiegolven, verstedelijkingsprocessen, staatkundige (re)organisaties, wetenschappelijke doorbraken, sociaal-economische ontwikkelingen of belangwekkende culturele tendensen. Uiteenlopende soorten kaarten komen aan bod, maar we schenken evengoed aandacht aan minder bekende en minder fraaie aspecten van de geschiedenis en de cartografie. Daarbij proberen we een geografisch evenwicht te bereiken, niet alleen tussen de drie grote delen van het huidige België (Vlaanderen, Wallonië en Brussel), maar ook tussen de verschillende deelregio’s of tussen stad en platteland. In chronologisch opzicht was dat evenwicht moeilijker te realiseren, omdat het aantal bewaarde kaarten nu eenmaal afneemt naarmate je verder afdaalt in de tijd. De honderd bijdragen in dit boek volgen min of meer hetzelfde stramien. Eerst zie je een reproductie van de hoofdkaart, in de meeste gevallen afgedrukt over twee bladzijden. Ook het tekstgedeelte neemt altijd twee bladzijden in beslag en start met de datum van de kaart of die van de behandelde historische gebeurtenis(sen) – we lichten verderop nog kort toe waarom die data niet altijd overeenstemmen. De hoofdtitel gaat kort in op het historische fenomeen, de ondertitel koppelt dat aan de geselecteerde hoofdkaart en vermeldt vaak ook de naam van de cartograaf en het specifieke onderwerp en de datum van de kaart. Daarna volgt een blokje met ‘technische’ gegevens over de

België voorgesteld als het Ros Beiaard met de Vier Heemskinderen. Cartoonkaart van Lilian Tennant, opgenomen in de bundel Stories of old van E.L. Hoskyn uit 1912. Londen, British Library, Maps 222.a.68.

10


hoofdkaart. Sommige kaarten kun je ook online in detail bekijken, bijvoorbeeld via een beeldbank of digitale catalogus. In dat geval hebben we een symbooltje ( ) toegevoegd. In de tekst zelf komt doorgaans eerst de geschiedenis aan bod en dan het verband met de geselecteerde hoofdkaart. Wanneer een aspect uit de geschiedenis van de cartografie zelf centraal staat, valt het onderscheid tussen beide onderdelen weg. De vier hoofdauteurs schreven samen een tachtigtal bijdragen; voor de overige bijdragen laten we experts aan het woord. Achteraan in het boek vind je van elke auteur een korte biografische notitie terug. Sommigen werkten ook al mee aan De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten van Marieke van Delft en Reinder Storm, eveneens een prachtig kaartenboek, dat in 2019 verscheen.

Prent met het interieur van een kaartenwinkel door Jacob Folkema, [1720-1772]. Rechts bekijken geïnteresseerde kopers een kaart, links doorzoekt een man een stapel kaarten. De voorstelling is gehuld in een sierlijke lijst, met in het midden Atlas die de wereld op zijn schouders torst. Amsterdam, Rijksmuseum, rp-p-ob-52.158.

Het boek is chronologisch opgebouwd. Wie het zo doorneemt, krijgt niet alleen een beeld van de Belgische geschiedenis, maar ook van enkele belangrijke cartografische ontwikkelingen in de Lage Landen en daarbuiten. Omdat die achtergrondkennis belangrijk is voor de interpretatie van de kaarten, vatten we de belangrijkste aspecten hier samen. Het boek begint met De Bello Gallico, Julius Caesars verslag van de Gallische Oorlogen vlak voor de start van de christelijke jaartelling. Amper tien bijdragen verder bevinden we ons al aan het eind van de middeleeuwen, eind 15de eeuw. Er is in die vijftien eeuwen tijd uiteraard onnoemelijk veel gebeurd, maar kaarten zijn toen amper gemaakt. Slechts een handvol zogenoemde mappae mundi, landmeterskaartjes en gewestkaarten bleef bewaard, meer niet. Die laten weliswaar toe om enkele belangrijke middeleeuwse fenomenen toe te lichten, zoals de 12de-eeuwse renaissance, het belang van de internationale handelsstad Brugge en van de Zwinstreek, of de opgang van het hertogdom Brabant. Voor andere fenomenen wenden we ons tot recentere kaarten. Specialisten noemen dat soort kaarten ‘historische kaarten’, ‘historiekaarten’ of soms ook wel ‘reconstructiekaarten’, omdat ze vroegere gebeurtenissen en ontwikkelingen laten zien. Om die reden stemt de datum van de hoofdkaart niet altijd overeen met de datum van het behandelde fenomeen. In de 16de eeuw kende de cartografie een ware opbloei in de Lage Landen. Het hele grondgebied en alle belangrijke gewesten en steden werden toen gekarteerd. De cartografen opereerden vooral vanuit de universiteitsstad Leuven en de handelscentra Brugge en Antwerpen. Drukkers en uitgevers vermenigvuldigden en brachten hun werk naar een breder publiek, dat weliswaar voornamelijk en nog voor lange tijd uit rijke en machtige mannen bleef bestaan. Wetenschappelijke (her)ontdekkingen, de toenemende centralisatie en bureaucratie, de verkenning en kolonisatie van andere continenten, de uitdijende handelsstromen en het ontluikende kapitalisme, de toenemende beheersing van het landschap en de vele oorlogsperikelen van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zijn de belangrijkste oorzaken van die cartografische bloei in

de 16de eeuw. Het zwaartepunt lag toen vooral in de Zuidelijke Nederlanden. Gemma Frisius publiceerde in Leuven zijn baanbrekende werk over de driehoeksmeting en Jakob van Deventer, Jean en Jacques Surhon en Christaan Sgrooten brachten de gewesten en steden van de Lage Landen nauwkeurig in kaart. De in Antwerpen neergestreken Italiaan Lodovico Guicciardini publiceerde in 1567 een immens populaire beschrijving van de Lage Landen, Abraham Ortelius produceerde er drie jaar later de eerste moderne wereldatlas en Gerard Mercator was met zijn wetenschappelijke manier van werken van groot belang voor de theoretische onderbouwing van de cartografie. De uit Mechelen afkomstige prentkunstenaar en cartograaf Frans Hogenberg maakte afbeeldingen van de belangrijkste steden en publiceerde samen met de Keulse kanunnik Georg Braun een meerdelige stedenatlas die nog lang nagevolgd zou worden. Na de Val van Antwerpen in 1585 verschoof het zwaartepunt van de cartografische productie naar de Noordelijke Nederlanden. Amsterdam werd het belangrijkste centrum van de Een binnenhuiscartograaf aan het werk. Prent van Vincent Vander Vinne ter illustratie van het zinnebeeld Zo Gaat Men Veilig en van de bijbelspreuk 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven' in Adriaan Spinnikers embleemboek Leerzaame Zinnebeelden, Haarlem, Izaak vander Vinne, 1714, p. 122.

11


Grote figuratieve kaart van de Noordzeekust tussen Grevelingen en Biervliet, toegeschreven aan Adriaan de Villegas, na 1640. Antwerpen, The Phoebus Foundation, inv. nr. 3288.

kaart- en atlassenproductie, zelfs wereldwijd. De belangrijke drukkers en cartografen die eind 16de en begin 17de eeuw in Amsterdam werkten, waren bijna allemaal afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. De namen Cornelis Claesz, Jodocus Hondius, Pieter van den Keere of Petrus Plancius zijn nu minder bekend, maar hun belang voor de bloei van de Amsterdamse cartografie valt niet te overschatten. Bovendien waren vele cartografische uitgaven gebaseerd op de publicaties van Guicciardini, Ortelius, Mercator en Braun en Hogenberg. Nieuwe cartografen en kaartenuitgevers zoals de Blaeu, Janssonius, De Wit, Van Keulen en Covens & Mortier bouwden voort op dat succes en zorgden voor de hoogtijdagen van de commerciële cartografie. Uitgevers investeerden in cartografische producten door landmeters en cartografen aan het werk te zetten, hun kaarten te kopen of andermans kaarten te kopiëren, die vervolgens te laten drukken en ten slotte met winst op de markt te brengen. In de Zuidelijke Nederlanden, die katholiek en in Habsburgse handen bleven, vond die ontwikkeling ook plaats, maar op veel beperktere schaal en met veel minder weerklank.

Pas diep in de 17de eeuw en rond het begin van de 18de eeuw traden enkele cartografen en uitgevers prominenter op de voorgrond. De bekendste zijn de uit Amsterdam afkomstige cartografenfamilie Van Langren, graveur Jacob Harrewijn en uitgever Eugène-Henri Fricx, allen actief in hofstad Brussel. Vermeldenswaard is ook de geestelijke en historicus Antonius Sanderus, die de fakkel van Guicciardini overnam door begin jaren 1640 een uitgebreide en geïllustreerde beschrijving van het graafschap Vlaanderen te publiceren, de befaamde Flandria Illustrata. Dit tweedelige boek werd pas in 1725 naar het Nederlands vertaald en uitgebracht onder de titel Verheerlykt Vlaandre. In 1659-1663 bracht Sanderus ook nog zijn Chorographia Sacra Brabantiae uit, over de geschiedenis van de Brabantse abdijen en kloosters. Parallel aan en deels verweven met het commerciële cartografische circuit was er ook de zogeheten institutionele of functionele cartografie. Ontelbare kaarten zijn geproduceerd op vraag van lokale of bovenlokale besturen. Dat gebeurde bijvoorbeeld wanneer een nieuwe weg, kanaal, dijk of polder werd aangelegd of een nieuwe stadswijk of verkaveling werd ontworpen. Ook werden kaarten gemaakt voor de beslechting van privaat- of publiekrechtelijke processen rond boedelverdelingen, burenruzies, belastingkwesties of lokale grensbetwistingen. Militaire bevelhebbers hadden dan weer kaarten nodig voor krijgsverrichtingen, defensie en opleiding. Die stapel functionele kaarten is niet te overzien. Bijna altijd gaat het om met de hand getekende – en dus unieke – grootschalige kaarten, die gedetailleerd inzoomen op de plaatselijke topografie. Sommige zijn bijzonder uitgebreid en van prachtige cartouches en versieringen voorzien, zeker als de opdracht kwam van rijke grootgrondbezitters of als de kaarten ook een representatieve functie moesten vervullen. In die gevallen werden bijvoorbeeld grote wandkaarten of zogenoemde kaartof landboeken gemaakt, zodat buitenstaanders een idee konden krijgen van de bezittingen van de eigenaar. Vele van die kaarten zijn het werk van onbekend gebleven landmeters en lokale erudieten. Enkele krijgen een plaats in dit boek. Aan het eind van de 17de eeuw verplaatste het centrum van de cartografie zich naar het buitenland, naar de hoofdste-

Overzicht van het metrieke stelsel, toegevoegd aan de Carte physique, politique & administrative de la Belgique, uitgegeven door J. Dosseray te Brussel in 1884. Amsterdam, UvA Allard Pierson, otm: hb-kzl 29.02.26.

12


den van grote mogendheden als Frankrijk, Engeland en het Habsburgse rijk. In de 18de eeuw was de Franse cartografie toonaangevend en vele kaarten uit die periode dragen een Franse stempel. De cartografie werd ook sterk beïnvloed door de principes van de Verlichting, waarbij soberheid, degelijkheid, volledigheid en geometrische nauwkeurigheid de normen werden. Het is geen toeval dat de grote, omvattende cartografische projecten van de 18de eeuw vanuit het buitenland werden opgezet. In opdracht van de Franse koning Lodewijk XV begon een legertje ingenieurs-geografen in de jaren 1745-1748 aan de zogeheten Villaretkaart, die weliswaar onafgewerkt bleef. Zij baseerden zich daarvoor op het driehoeksnet dat de Fransman Cassini de Thury had uitgezet. Later die eeuw, in de jaren 17771778, kwam de alom bekende Ferrariskaart in soortgelijke omstandigheden tot stand, al kwam de opdracht ditmaal van de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia, die toen over de Zuidelijke Nederlanden regeerde. Het is de eerste grootschalige topografische kaart die nagenoeg het hele grondgebied van het huidige België beslaat. Aan het einde van het ancien régime en in de nasleep van de Franse Revolutie werd de maatschappij op diverse vlakken gereorganiseerd. Ook de cartografie veranderde grondig, al gebeurde dat pas goed en wel in de 19de eeuw. Maar die veranderingen waren dermate ingrijpend dat toen het ideaalbeeld van de kaart ontstond, en dus ook van de cartografie. Tegenwoordig gebruiken mensen kaarten vooral om zich te verplaatsen. Meestal gebeurt dat met een stafkaart, een wegen-, wandel- of fietskaart, en ook steeds meer met elektronische kaarten in een navigatiesysteem of van een onlinekaartendienst. De verwachting is dat die kaarten ‘juist’ zijn – anders loop of rijd je immers verkeerd. Dergelijke kaarten – en ons ideaalbeeld daarvan – werden pas de norm in de 19de eeuw, toen de nationale staten topografische diensten oprichtten en hun volledige territorium minutieus in kaart lieten brengen. Met de Villaret- en Ferrariskaart waren de Zuidelijke Nederlanden al in de 18de eeuw systematisch in kaart gebracht. In de daaropvolgende eeuw gingen de opeenvolgende overheden verder op dat elan. Eerst nam het Topographisch Bureau, dat op 18 februari 1815 in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was opgericht, de topografische kartering in handen. Na de Belgische Revolutie was het enkele decennia wachten op de oprichting van het Krijgsdepot (1865), de overheidsinstelling die later achtereenvolgens Militair Cartografisch Instituut (vanaf 1878), Militair Geografisch Instituut (vanaf 1947) en uiteindelijk Nationaal Geografisch Instituut (vanaf 1976) werd genoemd. Deze instelling produceerde ettelijke reeksen topografische kaarten van het Belgische grondgebied. In de 19de eeuw kreeg ook de thematische cartografie vorm. Een thematische kaart geeft de verspreiding, aard en/of omvang weer van bepaalde verschijnselen of thema’s, bijvoorbeeld scholingsgraad, sterftecijfers, epidemieën, religieuze

Terreinwerk van landmeters, met hun instrumenten, op het titelblad van het handboek Practijck des Lantmetens, Leiden 1600. Den Haag, KB, kw 1791 f 103 [1].

opvattingen, mobiliteit, landbouwopbrengsten, gezondheid, economische welvaart of verkiezingsuitslagen. Die gegevens worden doorgaans via symbolen of kleuren gedifferentieerd. Dat was ook gemakkelijker geworden dankzij de uitvinding van de steendruk of lithografie in de 19de eeuw. Tot dan toe kon er via de twee belangrijkste druktechnieken – houtsnede en kopergravure – slechts in één kleur gedrukt worden. Kaarten werden daarom meestal in zwarte inkt gedrukt en nadien eventueel met de hand ingekleurd, een arbeidsintensief en dus duur proces. De lithografie maakte meerkleurendruk voortaan wel vlot mogelijk en de thematische cartografie profiteerde daarvan. Thematische kaarten zijn intussen niet meer weg te denken uit onze maatschappij, met name in de wetenschap en administratie: zogoed als alle maatschappelijke fenomenen worden zo op kaart voorgesteld. Ook in dit boek vind je diverse thematische kaarten uit de 19de en 20ste eeuw terug. De doorbraak van de topografische kaart en de opkomst van de thematische cartografie betekenden niet dat bestaande kaarttypes plots verdwenen, integendeel. Begin 19de eeuw richtten de Fransen het kadaster op. In de daaropvolgende decennia werd van elk dorp een kadasterkaart gemaakt. Bij de onafhankelijkheid van België in 1830 stond zowat elk Belgisch perceel op de kaart. Privé-uitgevers als Philippe-Christian Popp en Philippe Vandermaelen kregen de toestemming om

13


telpunt is moeilijk te situeren – een democratisering plaats, toen ook de doorsneebevolking meer in contact kwam met kaarten, in de eerste plaats via het onderwijs, maar evengoed omdat vrije tijd en mobiliteit toenamen en elke eigendom op de kaart stond. Er verschenen bovendien kaarten in het straatbeeld, bijvoorbeeld bij bus-, trein- en tramhaltes, bij de ingang van natuurgebieden of aan toeristische trekpleisters. Maar als lezer moet je je er dus wel van bewust zijn dat vele kaarten in dit boek vooral het wereld- en maatschappijbeeld van de elite laten zien. Tot slot nog enkele opmerkingen van technische aard. Tegenwoordig kun je met satellieten en drones de wereld uiterst precies fotograferen, maar in vroegere tijden was daar uiteraard geen sprake van en pasten cartografen andere methodes toe. Aan het begin van de christelijke jaartelling probeerde de Griekse geograaf Claudius Ptolemaeus een voorstelling van de wereld te maken door de geografische lengte en breedte van ongeveer 8000 plaatsen op te sommen. Van Ptolemaeus zijn geen kaarten bewaard gebleven, maar zijn geschriften werden aan het eind van de 13de eeuw ‘herontdekt’ en vanaf de 15de eeuw herhaaldelijk gedrukt. Bovendien maakten cartografen kaarten op basis van zijn berekeningen. De aarde of delen ervan in kaart brengen impliceert altijd een selectie en abstractie van de werkelijkheid, zelfs als je die getrouw (‘naar het leven’) wilt weergeven. Bij kleinschalige kaarten (kaarten die grote gebieden laten zien) houdt de meest voor de hand liggende vertekening in dat het bolvormige aardoppervlak wordt vertaald naar een plat vlak. Daartoe zijn in de loop van de geschiedenis verschillende methodes ontwikkeld, waarbij altijd een vervorming van de werkelijkheid ontstond. Afhankelijk van het gewenste doel kiest een cartograaf voor een bepaalde projectie. Beroemd is de Mercatorprojectie, vernoemd naar Gerard Mercator. Omdat die projectie zo vaak in 19de- en 20ste-eeuwse (school)atlassen is gebruikt, heeft ze ons beeld van de wereld fundamenteel bepaald en zijn kaarten die volgens die projectie gemaakt zijn, voor ons het meest herkenbaar. Voor grootschalige kaarten (kaarten van een beperkt stukje aardoppervlak) zijn andere methodes nodig. Landmeters leerden de stiel meestal van hun vader of leermeester en gebruikten een gamma aan meetinstrumenten om hoeken en lengtes te meten. Pas vanaf de 16de en 17de eeuw werd die kennis ook in traktaten vastgelegd. In 1533 beschreef Gemma Frisius in Leuven een nauwkeurige methode om een territorium of landschap in kaart te brengen op basis van de driehoeksmeetkunde, al waren de principes daarvan al sinds de oudheid bekend: als van een driehoek twee hoeken en de lengte van één zijde bekend zijn, dan vallen de derde hoek en de lengte van de twee overige zijden te berekenen. Om een landschap in kaart te brengen werden de hoeken gemeten vanaf hoger gelegen punten, zoals heuvels en torens. Met behulp van die methode werden gebieden in denkbeeldige driehoeken verdeeld en vervol-

Densité par canton de milice de la population de la Belgique 1869, een typisch voorbeeld van een thematische kaart, waarop de dichtheid van de Belgische bevolking per kanton wordt weergegeven in groentinten. Brussel, KBR, Kaarten en Plannen, xiii b Belgique gén. - 1869 - gt’sas - iv 6168.

die kadasterkaarten te commercialiseren. Ook andere commerciële kaarten bleven in trek, zeker onder invloed van de grote industriële en stedenbouwkundige expansie en door de opkomst van het toerisme, de massaconsumptie en massamedia, en van nieuwe vervoermiddelen als de fiets, motorfiets en auto. Daarnaast bleven bepaalde kaarten een decoratieve of representatieve rol vervullen: satirische kaarten in tijdschriften en kranten becommentarieerden de actualiteit en gadgetkaarten verschenen op gezelschapsspelen, souvenirs, wanddecoratie, kledij, kantoorartikelen enzovoort. Die gadgetkaarten lijken misschien een typisch 20ste-eeuws product, maar gaan eigenlijk terug op de rijkelijk versierde en ingekleurde wandkaarten en atlassen waarmee de politieke, economische, culturele en militaire elites zichzelf vanaf de 16de eeuw in de kijker probeerden te plaatsen. Tot de 19de eeuw waren kaarten vooral een luxeproduct. De gewone man of vrouw kon er misschien eens een glimp van opvangen in een officieel gebouw, bijvoorbeeld van de Pourbuskaart in het hoofdgebouw van het Brugse Vrije op de Brugse Burg, maar de meeste andere kaarten kregen ze nooit onder ogen. Wel vond er in de 19de en 20ste eeuw – het precieze kanMiljoenen mensen en gezinnen gingen op weg, op uitstap en op reis met de Michelinkaart. Dit exemplaar van het gebied MonsLuxemburg stamt uit de jaren 1920-1930. Brugge, Cultuurbibliotheek, de01c, kaart nr. 4.

14


Plattegrond van de stad Antwerpen, uitgegeven door Louis Granello en gelithografeerd door Arthau in 1840. Hoewel het om een lithografie gaat, zijn de kleuren nog met de hand aangebracht. Het noorden bevindt zich onderaan. Antwerpen, FelixArchief, 12#4180.

gens in kaart gebracht, bijvoorbeeld door de eerder genoemde Jakob van Deventer, die halverwege de 16de eeuw verscheidene gewesten van de Lage Landen karteerde. Maar uiteindelijk werden pas vanaf de 18de eeuw in Frankrijk en even later in de Zuidelijke Nederlanden systematisch driehoeksnetten uitgezet. Nederland volgde pas begin 19de eeuw. Er is nog een opvallend element waarin oude kaarten verschillen van moderne. Wij zijn het gewoon dat het noorden vrijwel altijd bovenaan op de kaart ligt – een gebruik dat pas in de 19de eeuw de norm werd. Bij oudere kaarten is dat niet noodzakelijk het geval. Soms was het om esthetische, praktische of commerciële redenen aantrekkelijker om een andere windrichting bovenaan te plaatsen. Er bestonden ook bepaalde tradities om steden en territoria weer te geven of om de aandacht te vestigen op een specifiek onderdeel van het landschap. Op diverse stadsplattegronden van Antwerpen, bijvoorbeeld, loopt de Schelde onderaan van rechts naar links en rust de stad als het ware ‘op’ de rivier, waardoor het belang van die laatste in de verf wordt gezet. Als je met moderne ogen naar die oude kaarten kijkt, kost het soms moeite om je te oriënteren. Daarom is in dit boek voor elke hoofdkaart vermeld waar zich het noorden bevindt. Hoe gedetailleerd een kaart is, hangt in belangrijke mate af van de schaal waarop ze is gemaakt. Een cartograaf kon de schaal vooraf bepalen, maar zich evengoed laten leiden door de omvang van het gekarteerde gebied of door het papierformaat. Bij oudere kaarten is de schaal niet altijd aangeduid. Als dat wel het geval is, dan staat die gewoonlijk vermeld in

de lokale maat met een schaalstok. Pas in 1799 werd op het Europese continent het metrieke stelsel ingevoerd, met de meter als maateenheid, maar het duurde nog vele jaren voordat het overal werd toegepast. En omdat vroeger de lengtematen ook per regio konden verschillen, vind je op oudere kaarten soms meerdere schaalstokken terug. Om de schaal van een dergelijke kaart te kennen, moet je die oude lengtematen omrekenen en controleren of die schaalverdeling ook daadwerkelijk is toegepast. Vele kaarten vertonen namelijk vervormingen. In dit boek vermelden we de metrische schaal alleen als ze expliciet op de kaart staat vermeld. Een omgerekende (metrische) schaal nemen we enkel op als die ook bekend is uit de historische literatuur. Oude kaarten verschillen van hedendaagse en laten zich daarom niet altijd gemakkelijk lezen. Toch zijn het rijkgevulde en prachtige documenten waar je uren naar kunt kijken. De honderd oude kaarten die hierna volgen bieden een waaier aan details en aanknopingspunten om de Belgische geschiedenis te verkennen. Laat je verbeelding prikkelen en duik mee in kaart en tijd. (bv)

15


De Leo Belgicus (1583) 25 —


25 —

1583 – De Leo Belgicus De droom van de eenheid van de Zeventien Provinciën gedurende de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648)

MAKER(S) Kaart

Datum Techniek Formaat oriëntatie Vindplaats

Pieter van den Keere (graveur en uitgever) Leo Belgicus. In Germania Inferior id est, XVII provinciarum ejus novae et exactae tabulae geographicae. Amsterdam, 1617 1617 Kopergravure 37 x 45 cm Noorden bovenaan Den Haag, KB, kw 223 a 37

een aantal opeenvolgende gebeurtenissen. De voedingsbodem hiervoor waren de economische problemen in deze regio’s. Die hielden verband met de inflatie die met name was veroorzaakt door de komst van edele metalen uit Amerika, en werden verergerd door de opeenvolgende voedselcrises die vanaf de jaren 1560 ontstonden. Ook moeten we hierbij de zware belastingdruk vermelden, bedoeld om het raderwerk van de staat te ontwikkelen, het leger in stand te houden en internationale politiek te kunnen bedrijven. De onlusten kristalliseerden zich echter rondom de godsdienstkwestie. De Nederlanden kwamen in aanraking met verschillende reformatorische stromingen: het lutheranisme, het anabaptisme en vooral het calvinisme, dat steeds meer aansloeg bij de kleine burgerij en de opkomende middenklasse in de stedelijke centra. Het jaar 1566 werd gekenmerkt door het begin van de religieuze protesten en door de Beeldenstorm. Het jaar daarop nam Filips II het besluit een expeditieleger naar de Nederlanden te sturen, aangevoerd door Ferdinand Alvarez de Toledo, hertog van Alva (1507-1582). Maar de wrede onderdrukking deed de spanningen slechts toenemen en het oproer nam al snel de vorm aan van een gewapende opstand (» kaart 21). Na het mislukken van zijn meedogenloze politiek en steeds meer in het nauw gedreven door de opstandelingen legde de hertog van Alva in 1573 zijn taken neer, maar de oorlog in de Nederlanden ging door. De plundering van Antwerpen, bekend als de ‘Spaanse furie’, riep een golf van verontwaardiging op: de soldaten van het Spaanse leger, die niet meer waren betaald, plunderden tussen 4 en 7 november 1576 de stad en vermoordden duizenden inwoners. De Staten-Generaal der Nederlanden, die al enkele weken bijeen waren, spraken af om zich te verenigen en de onderlinge vrede te bewaren: de Pacificatie van Gent werd op 8 november 1576 getekend. Intussen groeide het protestantisme, dat vooral weerklank vond bij het gewone volk. In de belangrijkste steden van de Nederlanden ontstonden vanaf 1577 calvinistische republieken. Het geweld en de vernielingen in de steden zaaiden angst onder de meer gematigde bevolkingsgroepen. In de zuidelijke provincies Artesië en Henegouwen, alsook in Dowaai, ontstond een katholieke tegenreactie met als resultaat de Unie van Atrecht, die op 6 januari 1579 werd getekend.

Filips II (1555-1598) regeerde over Spanje en over de gebieden die hij had geërfd van zijn vader Karel V na diens aftreden in 1555 (» kaart 16). Vier jaar later vestigde de koning zich in Madrid, dat zijn residentie werd en vanwaaruit hij de zaken bestuurde, ver weg van de alledaagse werkelijkheid in de Nederlanden. In de loop der tijd werd hij steeds godsdienstiger en eigenmachtiger, voorvechter van een tot dan toe ongekend absolutisme. Dit negatieve imago werd verscherpt door de ‘zwarte legende’, vijandige propaganda die verspreid werd door zijn tegenstanders – het protestantse Engeland en de rebellen uit de Nederlanden – die de vorst vaak als een dweepzieke tiran afschilderden. De ontevredenheid en de daaropvolgende opstand die tot de splitsing van de oude Nederlanden leidde, vloeiden voort uit Allegorie van de Pacificatie van Gent, naar Adriaen van de Venne (1589-1662). Goed te zien is de leeuw als beschermer van de Zeventien Provinciën, die bedreigd worden door de Spaanse troepen. Amsterdam, Rijksmuseum, rp-p-ob-79.404. Reproductie uit 1878.

110


De Leo Belgicus van Michael von Aitzing uit 1583 (gravure door Frans Hogenberg). © Sotheby’s.

Novissima, et accuratissima Leonis Belgici, seu Septemdecim Regionum descriptio: de zittende Nederlandse Leeuw getuigt van de vredewens tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), gravure door Claes Jansz. Visscher, 1611. Brussel, KBR, Kaarten en Plannen, xiii a PaysBas gén. - (1611-1621) Visscher - iv 561.

Als antwoord hierop vormden Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Friesland, Groningen en verschillende Vlaamse en Brabantse steden een statenbond, die op 23 januari 1579 werd bekrachtigd door de Unie van Utrecht. Deze alliantie legde de grondslag voor de toekomstige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die zich in 1581 zou losmaken van de voogdij van de Spaanse koning. Alexander Farnese, die in 1577 naar de Nederlanden was gekomen om leiding te geven aan het Spaanse leger, slaagde erin het zuidelijke deel van de Nederlanden te herwinnen, met inbegrip van Antwerpen, dat in 1585 werd heroverd (» kaart 26). Vanaf dat moment werd de kloof tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de opnieuw Spaans geworden Zuidelijke Nederlanden steeds groter, niet alleen door een verschil in godsdienstige identiteit, nog benadrukt door de Contrareformatie in het zuiden in de 17de eeuw (» kaart 28), maar ook door een grote economische ongelijkheid, want de nieuwe statenbond zou in enkele tientallen jaren uitgroeien tot de grootste handelsmacht van West-Europa. Amsterdam nam de plaats in van Antwerpen, dat werd gedwarsboomd doordat de controle over de Scheldemonding in handen bleef van de Verenigde Nederlanden. De Tachtigjarige Oorlog duurde voort, maar kende ook perioden van rust. Zo werd tijdens het bewind van de aartshertogen Albrecht en Isabella in de Zuidelijke Nederlanden (1598-1621) een wapenstilstand gesloten, die gunstig was voor het economische herstel. Toen de Zuidelijke Nederlanden in 1621 weer onder voogdij kwamen van de Spaanse koning Filips IV, werden de vijandigheden jegens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hervat. Spanje erkende de onafhankelijkheid van de Republiek pas in 1648 met het ondertekenen van de Vrede van Münster.

berg (1535-1590) waren de eersten die de beroemde gravure publiceerden waarin de Nederlanden werden weergegeven in de vorm van een leeuw, in een werk getiteld De Leone Belgico (Keulen, 1583). Het bijvoeglijk naamwoord ‘Belgisch’ verwees in de teksten en kaarten uit die tijd inderdaad naar deze regio’s. De keuze voor dit dier, symbool van moed en kracht, vindt wellicht zijn oorsprong in de emblemen van de meeste van de door Karel V in 1549 verenigde Zeventien Provinciën (» kaart 16). Door de geografische en politieke ruimte van het geheel in de vorm van een leeuw voor te stellen, werd op uiterst visuele wijze herinnerd aan het ideaal van eenheid. Op deze kaart wordt de leeuw omgeven door talrijke inscripties die vooral de neutraliteit in het lopende conflict onderstrepen. Later verschenen er meer versies van de Leo Belgicus, zoals die van de Amsterdammer Pieter van den Keere uit 1617. Het is frappant om te zien dat de cartografische afbeelding van de Leo Belgicus, symbool van het streven naar eenheid, de kop opsteekt op het moment dat de Nederlanden een tweedeling doormaakten. In werkelijkheid bleef de herinnering aan de Zeventien Provinciën nog vele tientallen jaren bestaan (» kaart 38). Zelfs aan het einde van het ancien régime was het idee om dit geografische geheel te verenigen in een politiek geheel nog niet verdwenen. Door de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 (» kaart 56) werd die vereniging, inclusief de gebieden van het voormalig prinsbisdom Luik, min of meer verwezenlijkt. Maar twee eeuwen van scheiding hadden het Noorden en het Zuiden verschillende wegen doen inslaan. Daarbij kwam dat de in de 17de eeuw door Lodewijk XIV geannexeerde en tegenwoordig in de regio Hauts-de-France gelegen gebieden, Frans bleven. De herinnering aan de Leo Belgicus bleef door de eeuwen heen in verschillende vormen bestaan. Ook al beeldt het embleem van de leeuw niet langer de vroegere Zeventien Provinciën af, toch figureert het wel op de wapenschilden van Nederland, het groothertogdom Luxemburg… en België. (mg)

De Oostenrijkse historicus en publicist Michael von Aitzing (circa ±1530-1598) en de Mechelse graveur en cartograaf Frans Hogen-

111


België opnieuw overrompeld door Duitse troepen (1940) 94 —


94 —

1940 – België opnieuw overrompeld De kaart van lt.-kol. André Bikar over de Achttiendaagse Veldtocht

MAKER(S) Kaart

Datum Techniek Formaat schaal oriëntatie Vindplaats

Luitenant-kolonel (op rust) André Bikar, 1ste sergeant J.-M. Vanderleyden Armée belge. Campagne de mai 1940 (10 au 28 mai). Carte générale des fortifications permanentes, des positions occupées, des emplacements successifs des divisions et des itinéraires suivis 1970 Offsetdruk 87,5 x 105 cm 1:300.000 Noorden bovenaan Brussel, War Heritage Institute

om de Franse Maginotlinie aan te vallen, en wilde, zoals in 1914 (» kaart 85), de aartsvijand treffen via het kleine België. Sinds 1919 was België ‘verlost’ van de neutraliteit die het was opgelegd in 1831 (» kaart 87), maar in 1936 had de regering beslist om toch geen partij te kiezen in de gevaarlijke confrontaties tussen de Europese grootmachten. Vanaf 1938-1939 bracht België zijn leger niettemin in hoge staat van paraatheid, in de hoop mogelijke aanvallers af te schrikken en zo de dans te ontspringen. Hoewel de bijna verbrande documenten de Duitse plannen onomstotelijk aantoonden, weigerde België openlijk de zijde van Frankrijk en Groot-Brittannië te kiezen. Er stonden dus troepen opgesteld aan alle landsgrenzen – ook die met Frankrijk – om elke zweem van partijdigheid te vermijden. Die voorzichtigheid baatte niet. Op 10 mei 1940 ontketenden de Duitsers de blitzkrieg tegen België, Luxemburg, Nederland en Frankrijk. Onmiddellijk na de aanval betraden Franse en Britse troepen het Belgische grondgebied om, zoals in 1914, met vereende krachten de Duitse oorlogsmachine te stoppen. Maar de Belgische verdedigingspunten in het oosten vielen vrij snel. Door een gedurfde Duitse operatie met zweefvliegtuigen werd het gloednieuwe fort van Eben-Emael, aan het Albertkanaal, al uitgeschakeld op 11 mei. Bovendien werd nagenoeg de volledige Belgische luchtmacht vernietigd op de grond. De dieper in het land gelegen verdedigingslinie, de zogeheten KW-linie tussen Koningshooikt en Waver, bezweek op 16 mei. Brussel viel op 17 mei in Duitse handen, precies één week na het begin van de oorlog. Op sommige plaatsen boden de Belgische troepen nochtans fel weerstand, bijvoorbeeld aan de Leie tussen 24 en 26 mei. De invallers voerden van 12 tot 15 mei ook nog een huzarenstuk uit, door met hun pantsereenheden via de Belgische Ardennen door te breken naar Sedan in Frankrijk en zo de Franse troepen te treffen via een totaal onverwachte weg. Ze maakten nadien ook nog een gedurfde, omsluitende beweging naar het Kanaal, waardoor een aanzienlijk deel van de Franse troepen en de volledige British Expeditionary Force als ratten in de val kwamen te zitten. Net zoals zijn vader Albert I in 1914 stond koning Leopold III aan het hoofd van het Belgische leger. Volgens het toenmalige artikel 68 van de Grondwet voerde de Koning het bevel over de strijdkrachten en de vorst interpreteerde deze tekst letterlijk. Dat was niet naar de zin van de regering, die vond dat hij daardoor een gevaarlijke, persoonlijke politiek

Op 10 januari 1940 verdwaalde een klein Duits legervliegtuig, met twee officieren aan boord, in de dichte mist en landde zo per abuis in België. De officieren waren bij hun arrestatie documenten aan het verbranden. Ze werden opgesloten in een wachtpost, waar een van hen de nog overgebleven documenten in de kachel gooide. Een alerte Belgische militair wist die er op tijd uit te halen – een gepaste reactie, zo bleek later, want het ging om de Duitse aanvalsplannen op de westelijke buurstaten. Frankrijk en Groot-Brittannië waren al in staat van oorlog met Duitsland sinds de invasie van Polen op 3 september 1939. Maar tijdens deze schemeroorlog werd amper gevochten. De vijanden beloerden elkaar vanachter hun versterkte linies. De Duitse legerleiding besefte dat het niet gemakkelijk zou zijn Restanten van kaarten die op 10 januari 1940 werden verbrand door de twee gevangengenomen officieren die de Duitse aanvalsplannen in hun bezit hadden. Centrum voor Historische Documentatie van de Belgische Krijgsmacht, dossier ‘Mechelen-aande-Maas’.

368


Deze kaart, gemaakt door het Militair Cartografisch Instituut in 1946, geeft de situatie weer op de avond van 21 mei 1940 tijdens de Achttiendaagse Veldtocht. Ze maakt deel uit van een hele reeks en duidt ook de belangrijkste Franse, Britse en Duitse eenheden aan, wat niet het geval is op Bikars kaart uit 1970. Campagne – 1940 – Veldtocht. Situation le 21 mai au soir – Toestand op 21 mei ’s avonds. Brussel – War Heritage Institute.

voerde, omdat ze niet gedekt was door de ministeriële verantwoordelijkheid. Het conflict tussen Leopold en zijn ministers steeg ten top op 25 mei, tijdens een dramatisch onderhoud in het kasteel van Wijnendale, in West-Vlaanderen, waar de vorst zich toen bevond. Hoewel de premier en enkele prominente regeringsleden er sterk op aandrongen, weigerde de vorst toch om zijn regering te volgen en in het buitenland de strijd voort te zetten samen met de Fransen en de Britten. Dat legde de kiemen voor de latere koningskwestie, die tot in 1950 België in de ban zou houden. De Fransen en de Britten bestempelden Leopolds overgave in de vroege uren van 28 mei bovendien als verraad, als een dolksteek die hun al heikele positie nog meer bemoeilijkte.

militaire verleden. Er hangen nog altijd kaarten van Bikar in de Koninklijke Militaire School en vele werden gepubliceerd in boeken en tijdschriften. Deze kaart van de veldtocht in mei 1940 onderscheidt zich niet alleen door haar gedetailleerde karakter, maar ook door haar dynamische uitwerking. Ze toont namelijk niet de situatie op één welbepaalde dag, zoals dat het geval is bij een kaartenreeks die het Militair Cartografisch Instituut in 1946 maakte over de Achttiendaagse Veldtocht. Dankzij Bikars kaart kun je als het ware in één oogopslag de terugtocht volgen van de Belgische eenheden tussen 10 en 28 mei. Om die overvloedige gegevens overzichtelijk weer te geven, gebruikte de auteur vele kleuren – wat het eindproduct ook een grote visuele kwaliteit verleent – en vermeldde hij met aangepaste symbolen tal van interessante elementen, zoals de hoofdkwartieren van de eenheden. De kaart verwijst ook naar een verklarende aantekening waarin alle gebruikte bronnen worden opgesomd, maar die is nog niet teruggevonden – misschien werd ze zelfs nooit opgesteld. Bikar bracht uitsluitend de Belgische troepen in beeld. De vijandelijke eenheden zijn dus niet aangeduid en die van de bondgenoten evenmin – van die laatsten wordt alleen de positie vermeld als Britanniques en Français. Ook kwaliteitsvolle kaarten vertonen dus nog altijd blinde vlekken en moeten worden aangevuld met ander cartografisch materiaal. Deze productie van de toegewijde militair historicus Bikar vormt daar een sprekend voorbeeld van. (gv)

Als jonge infanterieluitenant nam André Bikar (1915-?) deel aan de Achttiendaagse Veldtocht. Hij bracht de oorlog door in krijgsgevangenschap in Duitsland en zette na de bevrijding zijn militaire carrière verder. Bij zijn pensioen in 1970 was hij majoor en werd hij bevorderd tot reserveluitenantkolonel. Bikar was erg geïnteresseerd in krijgsgeschiedenis. Hij publiceerde vele artikelen over de Napoleontische oorlogen en vooral over de veldtocht van mei 1940. In 1968 werd hij hoofd van de Historische afdeling van de Belgische Krijgsmacht en dat verklaart zijn cartografische activiteiten. Op basis van uitvoerige documentatie realiseerde hij tal van kaarten, onder meer om jonge officieren in te wijden in het

369


registers

Le Cateau-Cambrésis 82, 103, 124 Le Havre 334 Le Quesnoy 148 Leeuwarden 102 Leiden 23, 66, 94, 229 Leopoldsburg 245 Leopoldstad 295, 353 Leuven 11, 40, 44, 54-55, 66, 71, 78-79, 83, 90, 102-103, 114, 117, 126, 130, 134, 141, 154, 179, 186, 202, 280, 330, 334, 373, 389, 392 Lier 79, 126, 202 Ligny 228 Lint 28 Lommel 245 Londen 48, 210, 322, 340, 348-349, 356-357, 373, 381 Loon 58 Lübeck 48 Lubumbashi 4 Luik 59, 75, 79, 83, 117, 183, 186-187, 194, 202, 207, 218, 248, 277, 280, 285, 290-291, 297, 301, 314-315, 322-323, 327, 334, 336, 344-345, 372373, 380, 385, 389, 392-393 Lunéville 344-345 Luxemburg 148, 178-179, 207, 323 Maastricht 24, 59, 207, 314-315 Madrid 110, 158 Maisières 54-56 Maldegem 40 Malmédy 322, 340 Malplaquet 158 Manado 4 Marcinelle 149 Mariakerke 349 Mariembourg 79, 148 Mariemont 190-191 Matadi 295 Maubeuge 148

Mechelen 12, 52-53, 62, 67, 82-83, 102, 126, 134, 141, 154, 182, 248, 272, 327 Melsbroek 357, 381 Melsele 198 Menen 149, 159, 163, 166 Merksplas 304-305 Mesen 334-335 Messancy 253 Metz 82 Moershoofde 41 Moeskroen 393 Molenbeek 153 Monnikerede 48 Montignies-sur-Sambre 149 Montmédy 148 Mont-Saint-Jean 228-229 Mont-Tonnerre 345 Moorsel 331 Moresnet 314-315 Morlanwelz 190-191 Mude 48 Münster 95, 102, 111, 166 Namen 5, 59, 74-75, 148-149, 152, 166, 179, 186, 207, 220, 232, 241, 317, 318-319, 334, 373, 392 Nancy 52 Nassau 124 Neerwaasten 116 Neerwinden 344 Neufchâteau 98, 116-117 Neufvilles 55 Neurenberg 71 New Jersey 331 New York 312-313, 389 Nieuwpoort 48, 125, 148 Nijmegen 23, 94, 148 Nijvel 141, 393 Nimy 54-56 Ninove 78 Oordegem 83 Oostende 125, 136, 168-170, 179, 215, 245, 273, 277, 336, 348-349, 384

Orange 124 Orchies 37 Oudenaarde 49, 78, 148-149, 233, 285 Oudenburg 22 Overijse 144 Overijssel 74 Overlaar 79 Overslag 167 Paliseul 203 Parijs 32, 52, 67, 79, 187, 202-203, 220, 224, 228, 232, 256, 281, 300-301, 322-323, 331, 345, 356-357, 377, 381, 388-389 Pétange 253 Pevelenberg 37 Philippeville 79, 148 Philippine 125 Pittem 131 Plancenoit 228 Pommerœul 253 Pompeï 186 Pontoise 37 Potsdam 345 Quévy 23 Ramillies 158, 244 Rastatt 158 Reims 32 Rekem 58-59, 304 Riemst 336 Rijsel 37, 52, 373 Rijswijk 155 Roer 345 Roermond 83 Roeselare 40 Rome 18, 23, 28, 330-331 Ronse 83, 233 Rupelmonde 90, 377 Saint-Denis 55 Sainte-Adresse 334 Saint-Germain-des-Prés 79 Saint-Ghislain 179 Saint-Hubert 29 Saint-Vith 340

406

Schaarbeek 190, 356 Scherpenheuvel 120-121, 125 Sedan 368 Seneffe 186, 288 Sint-Agatha-Berchem 392 Sint-Gillis 174-175 Sint-Helena 228 Sint-Jan-in-Eremo 40 Sint-Joost-ten-Node 174, 257 Sint-Laureins 40-41 Sint-Margriete 40 Sint-Niklaas 327 Sint-Omaars (Saint-Omer) 32, 52, 148 Sint-Pieters-Leeuw 83 Sint-Truiden 253 Sint-Waltrudis 55 Sithiu 32 Sluis 48-49, 86, 167 Sombreffe 23 Spa 5, 58, 190, 194-195, 206, 322-323, 349 Stavelot(-Malmédy) 58, 140, 155, 183, 206 Steenvoorde 95 Stekene 198 Stene 245, 348 Sterrebeek 4, 331 Straatsburg 389 Swichem 102 Syene 70 Tervuren 4, 145, 190, 328-331 Terwaan (Thérouanne) 32-33 Theux 58 Thieusies 55 Thionville 148 Tianjin (Tientsin) 308-309 Tielt 130-131 Tienen 23, 78-79, 83 Tongeren 23, 79, 253 Torhout 36 Toul 82 Trente 82 Turnhout 253 Ukkel 245, 301

Utrecht 74, 82, 110-111, 124, 158 Vaals 314 Valence 102 Valenciennes (Valencijn) 52, 55, 148, 203, 373 Valkenburg 59 Vaticaanstad 314 Velaine 220 Velzeke 23, 79 Venetië 23, 48 Verdun 29 Versailles 163, 340-345 Verviers 59, 290 Veurne 78, 159, 166 Vianen 95 Vilvoorde 78 Viscagne 191 Vlissingen 215 Vrasene 198 Waasten 166 Wachtebeke 167 Walcheren 253 Walcourt 79 Washington 297 Waterloo 10, 144, 228-229, 252, 335 Waterschei 364-365 Watervliet 40 Waver 141, 368 Wenen 71, 166, 183, 187, 224-225, 228-229, 341, 344 Wervik 19, 23 Wijnendale 36, 369 Willebroek 135, 175 Wondelgem 102-103 Worringen 44 Wortegem-Petegem 285 Wortel 304-305 Wrocław 67 Wuhan 308 Zaventem 331, 357, 381 Zeebrugge 48-49, 86, 366 Zelzate 40 Zoutleeuw 83


Over de auteurs

Philippe De Maeyer studeerde geografie aan de Rijksuniversiteit Gent en mariene geologie aan de Université de Bordeaux I. Na een verblijf als docent aan de Université de Constantine was hij tussen 1987 en 1999 manager van een afdeling digitale cartografie in een internationaal actief bedrijf. Daarna was hij docent cartografie en geografische informatiesystemen aan de Universiteit Gent. Sinds 2020 is hij emeritus gewoon hoogleraar. Hij is ook vast secretaris van de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen.

Bram Vannieuwenhuyze studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en verdedigde er in 2008 een proefschrift over de ruimtelijke ontwikkeling van het middeleeuwse Brussel. Sinds 2015 is hij als bijzonder hoogleraar historische cartografie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij zich toelegt op de studie van kaartgebruik en stads- en verhaalcartografie in het verleden. Hij is coauteur van de Stedenatlas Jacob van Deventer en schreef ook mee aan de De geschiedenis van Nederland in 100 kaarten. Daarnaast werkt hij op freelancebasis voor Caldenberga.

Michèle Galand is sinds 2021 emeritus gewoon hoogleraar geschiedenis aan de Université libre de Bruxelles. Haar publicaties behandelen de politieke en institutionele geschiedenis van de Lage Landen in de vroegmoderne tijd, en de rol van Brussel als hoofdstad daarvan, vooral in de 18de eeuw. Ze is directeur van het Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis-Revue Belge de Philologie et d’Histoire.

Guy Vanthemsche is emeritus hoogleraar hedendaagse geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij specialiseerde zich in de sociaal-economische geschiedenis van België in de 19de en 20ste eeuw. Hij is lid van de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen en secretaris van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis.

Claire Billen is emeritus hoogleraar aan de ULB. Na haar proefschrift over middeleeuwse geschiedenis doceerde ze ecologische, economische en stadsgeschiedenis. Jean Bourgeois is emeritus gewoon hoogleraar aan de UGent. Hij is gespecialiseerd in de archeologie van de brons- en ijzertijd in West-Europa en bestudeerde ook luchtfotografie. De voorbije drie decennia verrichtte hij landschapsarcheologisch onderzoek met veldcampagnes in het Altai-gebergte. Jean-Marie Cauchies is emeritus hoogleraar aan de USL-B en de UCL en gewoon lid van de Académie royale de Belgique. Als rechts- en institutioneel historicus is hij auteur van het boek ‘Es plantar un mundo nuevo’. Légiférer aux anciens Pays-Bas (XIIe-XVIIIe siècle) (2019). Guy Coppieters is verbonden aan het ARA (afdeling Hedendaagse Archieven) in Brussel. Hij promoveerde aan de VUB met een proefschrift over de machtsverhoudingen in de steenkoolsector tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw. Karen De Coene is een onafhankelijk onderzoeker in de cultuurgeschiedenis. Ze behaalde een doctoraat in de kunstwetenschappen (KU Leuven) en bleef daarna als onderzoeker verbonden aan de vakgroep Geografie (UGent). Ze was curator van een aantal tentoonstellingen en werkt ook als expert in de historische cartografie. Matthijs Degraeve (1992) is historicus en master in monumenten- en landschapszorg. In 2021 behaalde hij een doctoraat in de geschiedenis aan de VUB met een onderzoek naar Brusselse bouwbedrijven en hun relatie tot de veranderende stedelijke ruimte (1830-1970). Momenteel werkt hij als postdoctoraal onderzoeker aan de VUB. Geert De Weyer is (strip)journalist voor onder andere De Morgen, Het Laatste Nieuws en Zizo. Hij is auteur van België gestript en 100 stripklassiekers en geeft geregeld lezingen over strips. Zijn galerie (geertdeweyergallery.be) richt zich onder meer op illustratie, animatie en strips. Alain Dierkens is emeritus gewoon hoogleraar aan de ULB, codirecteur van het Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis, lid van de Classe des Lettres van de Académie royale de Belgique en van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België.

Jean-Marie Duvosquel is lid van de Académie royale de Belgique, emeritus hoogleraar aan de ULB, uitgever van de Albums van Croÿ en gewezen hoofd van de culturele dienst van het Gemeentekrediet van België. Torsten Feys is verbonden aan het Vlaamse Instituut voor de Zee (VLIZ), waar hij zijn expertise in maritieme en migratiegeschiedenis linkt aan de opkomst van massatoerisme. Dirk Huylebrouck promoveerde in de wiskunde aan de UGent en is emeritus gewoon hoogleraar aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij schrijft regelmatig voor Eos en is auteur van zeven boeken. Zijn columns in Het Laatste Nieuws bundelde hij in De columns van Professor Pi. Rafaël Jahn is burgerlijk ingenieur (KU Leuven) en begon zijn loopbaan bij de CREG. Sinds 2006 werkt hij bij ENGIE Laborelec als Technology Manager Distributed Energy Management. In 2008-2009 was hij lid van het Laborelec team in Antarctica, waar hij verantwoordelijk was voor de bouw en opstart van het energienet van de Belgische Prinses Elisabethbasis. Paul Janssens promoveerde aan de KU Leuven op een proefschrift over het adelsbeleid in onze gewesten (15de-19de eeuw). Hij is emeritus hoogleraar (UGent) en voorzitter van de Belgische Raad van Adel. Hij publiceerde vooral over adelsgeschiedenis en als voorzitter van het Centrum voor Fiscale Geschiedenis (EHSAL) ook over fiscale geschiedenis. Iason Jongepier is professor digitale historische geografie aan de UAntwerpen en werfleider van de dienst Digitalisatie & Valorisatie bij het ARA. In beide functies staan historische kaarten en de hoogtechnologische verwerking ervan centraal. Hij schreef zijn proefschrift over sociaal-ecologische interacties in de Wase polders en het Land van Saeftinghe. Reinout Klaarenbeek is conservator Kaarten en Atlassen aan de VU Amsterdam. Hij promoveerde op een onderzoek naar de cartografie van het naleven van stadskloosters in Brussel, Antwerpen en Brugge (1773/1796-1860).

407


Peter Scholliers is emeritus hoogleraar geschiedenis aan de VUB. Zijn onderzoek spitst zich toe op de geschiedenis van de eetcultuur, die hij als een totaalgeschiedenis beschouwt. In 2021 publiceerde hij Brood. Een geschiedenis van bakkers en hun brood. Marguerite Silvestre is historica, ereconservator ad interim bij Kaarten en Plannen in de KBR en auteur van meerdere werken en artikelen over Philippe Vandermaelen en het Établissement Géographique de Bruxelles. Reinder Storm is conservator Cartografie, Geografie en Reizen bij het Allard Pierson, de collecties van de Universiteit van Amsterdam, en coauteur van De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten (2019). Jan Trachet is als archeoloog verbonden aan de UGent en betrokken bij het multidisciplinaire onderzoek naar de middeleeuwse Zwinstreek. Hij maakt een diepgaande analyse van Pieter Pourbus’ kaart van het Brugse Vrije en is de drijvende kracht achter het publieksproject Pourbus Troubadour (https://mappingpourbus.ugent.be/).

Jeffrey Tyssens is hoogleraar hedendaagse geschiedenis aan de VUB. Hij is een specialist in de geschiedenis van de Belgische vrijmetselarij. Peter van der Krogt is Jansonius-conservator bij het Allard Pierson, de collecties van de Universiteit van Amsterdam, en hoofd van Explokart. Luc Vandeweyer is doctor in de geschiedenis (KU Leuven). Hij publiceerde over de impact van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog op de samenleving in België. Leen Van Molle is emeritus gewoon hoogleraar sociale geschiedenis aan de KU Leuven. Ze verrichtte veel onderzoek naar de ontwikkelingen van landbouw en platteland tijdens de 19de en 20ste eeuw. Alexis Wilkin is professor middeleeuwse geschiedenis aan de ULB en leidt daar ook de onderzoeksafdeling Sociamm (Sociétés anciennes, médiévales et modernes). Bart Willems is doctor in de geschiedenis (VUB) en als archivaris verbonden aan het Rijksarchief Antwerpen-Beveren. Hij houdt zich onder meer bezig met de inventarisatie van archiefbestanden over de Tweede Wereldoorlog. Hij was mederedacteur en -auteur van het boek Was opa een nazi? Speuren naar het oorlogsverleden (2017).

www.lannoo.com

hoofdauteurs gastauteurs

Philippe De Maeyer, Michèle Galand, Bram Vannieuwenhuyze en Guy Vanthemsche Claire Billen, Jean Bourgeois, Jean-Marie Cauchies, Guy Coppieters, Karen De Coene, Matthijs Degraeve, Geert De Weyer, Alain Dierkens, Jean-Marie Duvosquel, Torsten Feys, Dirk Huylebrouck, Rafaël Jahn, Paul Janssens, Iason Jongepier, Reinout Klaarenbeek, Peter Scholliers, Marguerite Silvestre, Reinder Storm, Jan Trachet, Jeffrey Tyssens, Peter Van der Krogt, Luc Vandeweyer, Leen Van Molle, Alexis Wilkin en Bart Willems

voorzijde

Lilian Tenant, Belgium. In: Elisabeth Louisa Hoskyn, Stories of Old, Londen 1912. Londen, British Library, Maps 222.a.68 Paul Delvaux, m.m.v. Walter Vilain en Willem Van der Stricht, Carte littéraire de la Belgique, Brussel 1958. Brussel, Archives et Musée de la Littérature, aml, mlco 00565. © Foundation Paul Delvaux, Sint-Idesbald - SABAM Belgium 2021 (ook p. 382-383); Gielijs van der Hecken, Brabantia. Sint-Genesius-Rode, circa 1536. Brussel, KBR, Handschriften, Ms 2088-98, fol. 87v Christian Sgrooten, Generalis descriptio totius Germaniae inferioris et regni Angliae (…), 1573 (detail). Brussel, KBR, Kaarten en Plannen, Ms. 21.596 d (5-6) Cartouche van de Carte chorographique des Pays-Bas autrichiens, ook Carte marchande genoemd, met de opdracht van Joseph de Ferraris aan Joseph II en Maria Theresia van Oostenrijk, 1777. Brussel, KBR, Kaarten en Plannen, px - iv 15.072 Jan Bale, schilderij van vier landmeters – onder wie hijzelf – in overleg met abt Antoine de Loose van de abdij van Ename, 1658. Zulte, Collectie Gemeente Zulte, foto Erfgoedsite Ename

Registreer u op www.lannoo.com en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

Met dank aan Judith Adriaanse, Koen Aerts, Annick Anceau, Claude Anthierens, Hubert Bindels, Patricia Blanco, Emmanuel Bodart, Ward Bohé, Gijs Boink, Marc Boone, Camille Brasseur, Hendrik Callewier, Mario Cams, Marc Carnier, Alex Clausen, Alain Colignon, Thomas Coomans, Harry Coremans, Piet Creve, Jean-Marie Dautel, Marieke De Baerdemaeker, Stefanie De Craemer, Sjoerd de Meer, Pieter De Messemaeker, Bart De Sitter, Johan de Soete, Christophe De Spiegeleer, Karlien De Voeght, Bruno De Wever, Dries De Zaeytijd, Jennifer Debilde, Chloé Deligne, Gertjan Desmet, Wannes Devos, Brecht Dewilde, Annelies Dierickx-Visschers, Colin Dupont, Benedicta Erny, Els Flour, Tania Fol, Chantal Fourneu, Philippe Gémis, Jean-Albert Glatigny, Anne Godfroid, David Goldthorpe, Karel Govaerts, David Guilardian, Sophie Gyselinck, Evelien Hauwaerts, Peter Heyrman, Laurent Honnoré, Jeroen Huygelier, Anne Jacquemin, Ingrid Kastel, Pieter Kuiper, Pierre Lambert, Bart Lambert, Dirk Leyder, Pierre Lierneux, Christophe Loir, Henri Loosen, Dirk Luyten, Inez Maertens, Eddy Maes, Franck Malherbe, Jozef Mampuys, Stephanie Manfroid, Ann Mares, Stijn Marinus, Florence Masson, Johan Mattelaer, Brigitte Meijns, Valerie Mettens, Sarah Moens, Hans Mulder, Diantha Osseweijer, Jean-Luc Parmentier, Els Peeters, Luc Peiren, Candy Primus, Nele Reyniers, Kim Sanders, Holger Scheerschmidt, Kris Schoeters, Theo Scholten, Chris Schoonejans, Bart Schotte, Muriel Segatto, Kosta Siskakis, Tim Soens, Annelies Somers, Ansje Spaepen, Albert Stassen, Reinder Storm, Martijn Storms, Nadia Stubbe, Viviane Taeckens, Hadewijch Tollenaere, Mathieu Torck, Axel Vaeck, Joost Vaesen, Paul Van Damme, Marieke van Delft, Jolien Van den Bossche, Manu van der Aa, Marie-Claire Van der Donckt, Femke Van der Fraenen, Peter Van der Krogt, Stephan van der Linden, Stijn Van der Perre, Rob van Eijck, Ann Van Gastel, Paula van Gestel-van het Schip, Griet Vanpoucke, David Van Reybrouck, Stijn Van Rossem, Wim Van Roy, Maarten Van Steenbergen, Jos van Waterschoot, Veerle Vanden Daelen, Gunter Vandeplas, Hannes Vanhauwaert, Cor Vanistendael, Dirk Vanlaer, Frank Vanlangenhove, Dieter Vanneste, Karen Vannieuwenhuyze, Jean-Claude Vannieuwenhuyze, Philip Vanoutrive, Griet Vanpoucke, Gerrit Verhoeven, Frederik Verleden, Pascale Welvaert, Jan Werner, Alexis Wielemans en Els Witte Explokart / Allard Pierson, Universiteit van Amsterdam, Université Libre de Bruxelles, Universiteit Gent en Vrije Universiteit Brussel

achterzijde

schutblad voor schutblad achter

frontispice

vormgeving redactie vertalingen

Studio Lannoo i.s.m. Keppie & Keppie Ineke Vander Vekens, Linguine Henriette Gorthuis, Annelies Kin en Marjolijn Van Loon voor Asterisk*

© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 en de auteurs d/2021/45/610 – isbn 978 94 014 7312 6 – nur 688 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401484329 by Uitgeverij Lannoo - Issuu