Skip to main content

9789401483599

Page 1

TESSA KERRE KUNST OP VOORSCHRIFT


D/2022/45/92 – ISBN 978 94 014 8359 9 – NUR 740 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Studio Lannoo © De auteurs en Uitgeverij Lannoo nv Tielt, 2022. Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent – België www.academiapress.com


KARAKTERS Filosofie en literatuur in zakformaat

TESSA KERRE KUNST OP VOORSCHRIFT

Een pleidooi voor de integratie van kunsten in de zorg


Kunst moet de werkelijkheid overrompelen. ― Françoise Sagan

Het eerste covidjaar, 2020, een jaar vol eenzaamheid, tristesse, rouw en verlies, eindigde voor mij op professioneel vlak met een hoogtepunt. In het UZ Gent werd onder mijn voorzitterschap het Fonds Prinses Delphine Van Saksen-Coburg opgericht. Een fonds met als doel de integratie van kunsten in de zorg. De prinses was zeer vereerd en ontroerd door onze vraag om haar naam te verbinden aan dit fonds. Als geen ander erkent zij het belang en de helende kracht van kunst. Het fonds gaf ook voeding aan een van mijn kleine grote dromen: Kunst aan bed (de aanvankelijke werktitel was de ‘Culturele Jukebox’), een roomservice voor kunsten aan bed, in het ziekenhuis. Zoals je in een hotel via roomservice uit een ruim aanbod bestelt waar je op dat moment zin in hebt, zo zou iemand die opgenomen is in het ziekenhuis via een online platform een portie kunst kunnen bestellen. Kunst aangeboden door kunstenaars, vrijwilligers, studenten. Een cellosuite van Bach aan het bed gespeeld door een academiestudent. Een lied van Schubert op de kamer gezongen door een klein koortje van vrijwilligers. Een tekening live gemaakt door een

5


kunstenaar, aan het tafeltje waarop de patiënt even ervoor zijn pillen nam. Een kunstwerk uit het ziekenhuiskunstendepot, opgericht in samenwerking met musea, dat voor enkele dagen in de kamer blijft. Via de kunsten komt de wereld die kleine kamer binnen en verzacht, verdrijft lijden en tristesse, al is het maar voor even. Het maakt een patiënt weer tot mens. In dit boekje probeer ik te vertellen hoe dit een van mijn dromen werd. En waarom ik zo rotsvast in die droom geloof.

6


In 2022, het jaar waarin dit boekje verschijnt, word ik vijftig, een leeftijd waarop een mens wel eens stilstaat bij het leven. Want geef toe: de kans dat je over de helft bent, is zeer groot. Het is een leeftijd waarop je op professioneel vlak vaak al het een en ander hebt bereikt, en tezelfdertijd groeit het besef dat je keuzes moet maken over wat je nog wil bereiken in de tijd die nog rest tot aan je pensioen. Waar je je energie wil inpompen. Welke legacy je wil nalaten. Oneindig is een kleine twintig jaar niet, maar wel lang genoeg om nog een paar professionele dromen waar te maken. Ik heb er veel, dromen. Ook professioneel. Wie dat hoofd van mij stil kan zetten, verdient een medaille en beloon ik met eeuwige dankbaarheid. Ik heb er mij intussen al moeten bij neerleggen: rust brengt mijn hoofd niet tot rust. Integendeel. Dingen doen, bedenken, creëren, maken… brengt mijn hoofd tot rust. En alles begint met een droom. Mijn levensadvies: geniet van de kleine dingen des levens, maar droom groots. In dit boekje krijg ik de unieke kans om een van mijn dromen te vertalen in woorden. In woorden die niet zullen stollen in gedrukte inkt, maar die zullen transformeren tot daden. Woorden die mensen inspireren, niet alleen in het ziekenhuis waar ik werk (het UZ Gent dat ik lief-

7


kozend ‘mijn UZ’tje’ noem), maar hopelijk in vele andere ziekenhuizen ter wereld. Durf denken, durf dromen, zegt het adagio van mijn alma mater, de Universiteit Gent. Dus doen we dat. Deze droom wil kunsten integreren in de (medische) zorg voor mensen. Zoveel dingen hebben deze droom gevoed. Mijn liefde voor kunsten, wat ik zag gebeuren rondom mij. Hoe kunst een patiënt tot mens maakte, een lichaam weer een ziel gaf, weer echt deed leven. Hoe kunst een mens die was gereduceerd tot cijfers weer een stem kon geven. Mijn gesprekken met zoveel mensen. De kunstwerken die ik zag, overal ter wereld. De boeken die ik las. De theaterstukken die ik beleefde. De muziek die ik hoorde. Dit alles gaf me inzicht, maakte iets los, leerde me zoveel. En vooral: gaven me energie en strijdlust om mijn droom waar te maken.

8


REFLECTIES OVER KUNST

Schoonheid is overal. ― Fernand Léger

Mijn mama is kunsthistorica. Zij was het die me de liefde voor kunst bijbracht. Mijn jeugd is dooraderd van kunst, in vele vormen. Mijn mama toonde me de liefde voor oude dingen, voor schoonheid. Ze leerde me verwondering om wat mensen kunnen maken, maar ook om wat de natuur maakt. Want ook dat is kunst. Mijn mama leerde me kijken. Ik heb zoveel van de wereld gezien en ik besef nog steeds welk privilege dit was en nog steeds is. Ik bezocht op veel plekken in de wereld musea, kerken, mooie gebouwen, parken. We liepen door de straten en mijn mama wees me op stijlen, kleine details, de meest intense kleuren. Ze leerde me kijken naar de kleine dingen, de ramen, de stenen, de vloeren, en ik besefte bij elke stap hoe bijzonder de wereld was. Ze was nooit dogmatisch, nooit legde ze haar mening op, altijd gingen we een open dialoog aan en vroeg ze wat ik vond. Dat voedde wat ik misschien wel de belangrijkste eigenschap vind in een mens: een open geest.

9


Mama kent veel kunstenaars. Ik herinner me dat ze voor de nieuwjaarskaarten van het provinciebestuur OostVlaanderen de obligate, brave Vlaamse landschappen plaats liet maken voor creaties van jonge, talentvolle kunstenaars. Zo herinner ik me de twee kussende herten van Wim Delvoye, het zwevende kleed met groene kevers van Jan Fabre, de indrukwekkende boom met kleurrijke linten van Berlinde De Bruyckere. Al die talentvolle jonge kunstenaars werden stuk voor stuk grote namen. Mama speelde ook een belangrijke rol bij de installatie van De Vergeetput, een werk van de toen nog vrij onbekende kunstenares Berlinde De Bruyckere, in het Provinciaal Administratief Centrum ‘Het Zuid’. Een glazen lift beweegt zich in een liftschacht waarin Berlinde duizenden loden rozen aanbracht. Telkens ik bij mijn mama langskwam op haar bureau bleef ik wachten tot de middelste lift, de ‘rozenlift’, kwam. Vanuit de koele, koude omgeving van het kille kantoorgebouw werd je onmiddellijk in een andere wereld gezogen. Met open mond keek ik naar de rozen die op het gelijkvloers dicht opeengepakt waren, maar steeds verder uitdunden naarmate je steeg. Ik heb er zoveel verhalen bedacht. Het verhaal van De Vergeetput sluit aan bij de thema’s die vaak terugkeren in het werk van Berlinde: vergankelijkheid, kwetsbaarheid, eenzaamheid, zorgzaamheid. Er zit

10


veel dualiteit in haar werk: iets pijnlijks, droevigs wordt verlicht door warmte en zorg, en dat werkt troostend. In dit werk: lood is grijs, donker en staat voor lijden en pijn. Een roos is helder van kleur, geurt teder en broos, roept herinneringen op, is van een onaardse schoonheid. De roos staat voor liefde, schoonheid, volmaaktheid. Dit is wat ik erin zag, wat wij erin zagen.

11


Toen ik naar aanleiding van dit boekje Berlinde contacteerde om wat meer informatie te krijgen over dit werk, leerde ik dat in het initieel concept De Vergeetput een buiteninstallatie was. Ze schrijft: ‘Hiervoor maakte ik verschillende schetsen om een ‘vergeetput’ in het landschap aan te brengen, waar je als wandelaar/bezoeker op kon stoten. Aanvankelijk gewoon als put, later is hier dan ook het idee ontstaan om loden rozen aan te brengen op de wand. Onderaan veel en bovenaan een sporadische roos, alsof ze met de tijd en door het gewicht naar beneden gezakt zijn. Dit is altijd in de conceptfase blijven steken en is nooit werkelijk uitgevoerd. Tot de lift. Die voegde meteen ook een nieuwe dimensie toe aan het concept, namelijk het zich kunnen begeven in de put, tot op de bodem van de put, zich te kunnen bewegen doorheen de put, met behulp van een glazen koker.’ Berlinde De Bruyckere is nog steeds een van mijn favoriete kunstenaars. Hoe ze met de grootste zachtheid een boom omzwachtelt, van dekens mensen maakt, beschermende stolpjes over gekwetste wassen figuren zet, het is de zorg verbeeld tot kunst in zijn meest pure vorm. Misschien is daar, in de ‘rozenlift’, wel de eerste kiem gelegd van mijn droom omdat ze symboliseert wat kunst kan doen. Telkens ik uit de lift stapte, moest ik weer even

12


bekomen. Het contrast tussen de wereld die ik er droomde en de koele, koude kantoorwereld was groot.

De kunst is de hoogste uitdrukking van een innerlijke, onbewuste wiskunde. ― Gottfried Wilhelm Leibniz

Mijn papa is wiskundige. Hij heeft me de liefde voor de wiskunde bijgebracht. Hij is een van de pioniers van de vage logica (fuzzy logic), een stroming in de wiskunde die computers doet denken als mensen, met grijswaarden in plaats van nullen en enen. Ik ken niemand die zo vol liefde en met twinkels in de ogen kan praten over de schoonheid van een mooi bewijs, een stelling of een verzameling. Ik kon ademloos luisteren naar de verhalen waarmee hij zijn expertise­ domein illustreerde. Hij vertelde vol vuur de verhalen over de hoop stenen en de haren op het hoofd van de kale man, de sorites (Grieks voor hoop) en falakros (Grieks voor kaal) paradoxen van de Oude Grieken. Ook hier werd wetenschap kunst. Ik zie in een van de warme Gentse boekhandels Geometry of grief: Reflections on mathematics, loss, and life liggen, van Michael Frame. Op

13


de cover een blauwdruk van een fijnwaaierende plant, of is het een fractaal? Het boek roept zacht en luid naar me, en uiteraard verdwijnt het in mijn mandje en neem ik het mee naar ons huis waar boeken steeds vaker niet alleen de kasten en tafels, maar ook de vloer vullen. Ze blijkt trouwens een Japanse naam te hebben, de vrij onschuldige ziekte waar mijn man, mijn zoon en ik aan lijden: tsundoku, de kunst van meer boeken te kopen dan je kan lezen. De ‘kunst’, mensen – hoe schoon! Hoeveel mooier dan ‘boekenverzamelwoede’ – want met woede heeft dit niets te maken. Het boek is een voltreffer, trouwens, het illustreert zo mooi en knapperig intelligent hoe een blik, een ander narratief, een onverwachte manier van kijken (de wiskunde, de wetenschap) naar een andere wereld (verlies, emoties) die wereld kan verlichten en groter, complexer kan tonen. Hij kan ook erg goed dingen maken, creëren, mijn vader. Zo bracht hij me ook de liefde voor het ambacht bij, een mooi gemaakt instrument, een meubelstuk. Mijn mama bracht de poëzie (in vele betekenissen) in ons gezin, mijn papa de rede, maar altijd verhalend. Geleidelijk werd hij betoverd door mijn mama, hij was het al zolang door haar schoonheid, maar ook wat ze zei en deed en wist drong tot hem door en sijpelde langzaam maar zeker binnen tot iets wat ook van hem werd. Hij legde elke

14


zondagochtend de orgelconcerten van Bach op. Als ik hem vraag vanwaar die liefde voor Bach komt, zegt hij: de muziek is zo mooi gestructureerd, er klinkt wiskunde doorheen. Dit was iets wat hij voelde, wat hij ook voelt bij het horen van de meest complexe jazzimprovisaties. De wiskundige logica. Bach componeerde Toccata en fuga op zeer jonge leeftijd, waarschijnlijk was hij nog geen achttien. Luister naar dit stuk en bedenk dat een tiener dit schreef. Hij bracht ook het contrapunt tot een hoogtepunt door verschillende ritmes parallel te laten lopen in een meeslepende harmonie, waarachter zich dus wiskundige formules schuilhouden. De concerten die mijn vader bijwoonde samen met mijn mama en de vele, lange gesprekken met Etienne Vermeersch, die ook enorm van Bach hield, hebben deze liefde gevoed. Maar net zo graag danst hij vol vuur op Franse chansons. Twee zo verschillend lijkende werelden kwamen samen in ons kleine driepersoonsgezinnetje. En de doorsnede van die twee werelden, de kunsten en de wiskunde, alfa en bèta, was de kleine Tessa die arts werd: een gamma. Waarom ik voor de zorg koos, voor geneeskunde? Ik weet het niet. Zou het de perfecte symbiose kunnen zijn van kunsten en wetenschap? Er is zo’n mooi woord: geneeskunst. Dat en de liefde voor mensen – ook die kreeg ik via de genen mee.

15


Via mijn man Bruno leerde ik schrijver David van Reybrouck kennen. Hij schreef onder meer het prachtige Odes. Een boek vol odes aan iemand, aan iets. Elke ode is een pareltje dat ik heb gesavoureerd, eentje per dag, hoeveel goesting ik ook had om na het beëindigen van het ene, al aan het volgende te beginnen. Een boek als een doos pralines waarbij je, met de heerlijke chocolade­ smaak nog vol in je mond, al naar de volgende praline grijpt. Maar neen, je bedwingt de drang, de lust, en bewaart ze voor morgen. Uitgesteld genot is nog zoveel groter. Geïnspireerd door Odes breng ik hier een ode aan de kunstenaar en de kunsten die de kunstenaar schept. Als dokter en als kunstminner. Kunst kan zoveel betekenen. En dat is voor iedereen anders. Die betekenis, het gevoel dat kunst oproept, kan sterk verschillen van moment tot moment voor dezelfde mens. Ik kan diep geraakt worden door een lied gezongen door de monniken van Chevetogne, of door polyfonische gezangen van het El Grillo koor. Ik word vrolijk van de Matthys-Colle popartcollectie die in het S.M.A.K. zo onbevangen wordt getoond. De outsiderkunst van het Guislainmuseum kan me doen glimlachen, maar evengoed doen wenen. Ik kan kijken naar een schilderij van Francis Bacon en een scherpe pijn voelen. Ik kan heel erg klein worden als ik rond een monumentaal werk van

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook