www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp en vormgeving: Armée de Verre Bookdesign Omslagfoto: Titus Simoens Redactie: Sofie Rycken © Sven Gatz en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022 D/2022/45/172 – ISBN 978 94 014 8356 8 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voorwoord
6
Inleiding
10
1
Taalstrijd in tweetalig Brussel
20
2
Portretten van meertaligheid
32
3 Taal en macht in de Brusselse politiek
52
4 De opkomst van het Engels
66
5 Anderstaligen in het Nederlandstalig onderwijs
76
6 Een superdiverse en meertalige stad
96
7 Van meertaligheid naar meer sociale cohesie
110
8 Ideeën voor betere meertaligheid
124
9 Blauwdruk voor een meertalig Brussel
138
Woord van dank
160
Voorwoord
Niet langer een taalgroep tegen een andere, maar zeker honderd talen gesproken door honderdtachtig verschillende nationaliteiten. Dat is de taalrealiteit in Brussel. Het maakt van onze hoofdstad een van de meest kosmopolitische steden ter wereld, en draagt bij tot zijn rol op het internationale toneel als belangrijk economisch, politiek en diplomatiek knooppunt. De Brusselaars zijn zich hier goed van bewust. Uit de Taalbarometer, die het gebruik en de talenkennis van Brusselaars in kaart brengt, blijkt dat de Brusselaar meertaligheid volop omarmt. Een overduidelijke meerderheid heeft de oude tweedeling tussen Nederlandstaligen en Franstaligen achter zich gelaten. Meer nog: zeven op de tien bevraagde Brusselaars zien meertaligheid als essentieel onderdeel van het Brusselse DNA. Dat is goed nieuws, want de voordelen van meertaligheid zijn alom bekend en uitvoerig gedocumenteerd. Meertaligheid is een belangrijk economisch voordeel, zowel individueel als collectief. Denk aan verhoogde jobkansen voor meertaligen, en de grotere aantrekkelijkheid van België als internationaal investeringsland. Ook op sociaal-cultureel vlak zijn de voordelen legio, gaande van een beter begrip van andere culturen, een sterker vermogen tot empathie, tot meer zelfvertrouwen. Voor persoonlijke
7
ontwikkeling is het spreken van meerdere talen dan weer een belangrijke troef die onder meer ons abstract redeneervermogen en onze creativiteit verhoogt. De Brusselse regering ziet meertaligheid dan ook terecht als een kritische succesfactor om wederzijds begrip te verhogen en het vertrouwen tussen gemeenschappen te bevorderen. Brussel vervult met zijn meertaligheid een perfecte rol als hoofdstad van België en van de veeltalige Europese Unie. Voor het eerst in ons land, zelfs in Europa, besliste een regering om de bevoegdheid van de promotie van de meertaligheid toe te kennen. Met initiatieven zoals de Dag van de Meertaligheid en het inrichten van de Raad voor Meertaligheid heeft minister Sven Gatz zijn taak als promotor van de meertaligheid met verve op de rails gezet. Met dit boek lanceert hij een aantal interessante pistes om de meertalige realiteit nog beter in te bedden in hoe we leven en werken in Brussel en België. Het boek denkt vooruit naar de tweehonderdste verjaardag van België, in 2030, een feest dat vanzelfsprekend niet onopgemerkt kan voorbijgaan en op cultureel vlak inderdaad veel uitdagingen biedt. Terecht worden ook de noodzakelijke inspanningen op het vlak van taalonderwijs beklemtoond, in het bijzonder voor nieuwkomers en werkzoekenden. Meertaligheid is slechts een troef in combinatie met inclusiviteit. Het mag nooit een vrijgeleide worden om naast elkaar te leven en onverschilligheid te bevorderen. Dat vraagt investeringen in onze taalinfrastructuur, zodat iedereen voldoende sterk staat om zijn of haar rol op te nemen in de meertalige samenleving. Aan het einde van het boek komt de vraag of de lezer dit boek wel nodig achtte. Laat mij alvast elke twijfel wegnemen: in gesprekken met buitenlandse investeerders en beleidsmakers wordt
8
onze meertaligheid steevast genoemd als een van de belangrijke troeven van ons land. De boeiende getuigenissen en het allesomvattende beeld van de meertaligheid in onze hoofdstad maakt dit niet alleen een boek voor Brusselse lezers, maar voor iedereen die met meertaligheid te maken krijgt. Alexander De Croo Eerste Minister
9
Inleiding
De tweetaligheid van mijn stad is al heel mijn leven een bron van plezier en rijkdom, maar ook van twist en discussie. In zo’n stad leven bepaalt mee wie je bent. In het officieel tweetalige Brussel groeide ik op in een gezin dat tot de Nederlandstalige minderheid behoorde. Mijn vader was leraar Nederlands. Hij zag de promotie van Algemeen Nederlands in Brussel als zijn missie. Mijn moeder was een Franstalige Brusselse. Toch had zij uitstekend Nederlands leren spreken. Ze heeft heel haar leven Nederlands gesproken met mij en mijn zus. Frans was bij mij thuis nochtans allesbehalve afwezig. Ik luisterde naar Franse chansons, keek naar Franse tv-programma’s en films, ging graag op bezoek bij de Franstalige familie van mijn moeder en op straat voetbalde en speelde ik met de Franstalige kinderen uit de buurt. Het verklaart waarom ik een grote affiniteit met talen heb opgebouwd, al koos ik niet voor een linguïstische loopbaan zoals mijn vader. Mijn zoon ging wel talen studeren: Romaanse filologie. En ik breng het taalverhaal binnen in mijn politieke werkvlak. De evoluties die ik zie in Brussel wil ik omzetten in beleid. Sinds een jaar of tien is er naast het Nederlands en het Frans in Brussel een derde taal, die een steile opgang maakt: het Engels. Dat komt natuurlijk omdat Brussel al verschillende decennia de
11
facto, zij het niet officieel, de Europese hoofdstad is. Mijn stad huisvest de officiële zetels van de Europese Raad, de Europese Commissie en de tweede zetel van het Europees Parlement. Bovendien herbergt Brussel ook het politieke hoofdkwartier van de NAVO. ‘Brussel’ is vandaag in de wereld meer dan een stad, het werd een begrip. Media overal ter wereld communiceren naar hun publiek over wat de Europese Unie heeft besloten, doet of meent met uitspraken als: ‘Brussels has decided!’. De instroom van Europese burgers in hun hoofdstad was aanvankelijk niet zo spectaculair. De groep van zo’n honderdduizend inwoners werd soms wat denigrerend omschreven als ‘eurocraten’, mensen die zich doorgaans afzijdig hielden van het stadsleven en die werkten in de buurt van het Schumanplein, in een geografisch afgebakende Europese wijk. Vooral het jongste decennium is het aantal EU-inwoners onder meer in Brussel sterk gestegen. Het heeft dus even geduurd voor de uitbreiding van de EU met Oost-Europese lidstaten voor een nieuwe immigratiegolf zorgde. De nieuwe EU-burgers in Brussel zijn niet alleen mensen die voor de Europese instellingen werken, of errond cirkelen als diplomaten en lobbyisten. Het gaat ook om Oost-Europese immigranten die in de Europese hoofdstad een nieuwe toekomst willen opbouwen. Enkele jaren geleden werd ik eens met die nieuwe meertaligheid geconfronteerd toen ik in het legendarische Vlaamse café De Monk in hartje Brussel een pint bestelde. De man achter de bar begreep me niet, waarop ik dan maar ‘une bière’ vroeg. Ook dat verstond hij niet, maar ‘a beer, please’ deed wel een lichtje branden. Ik knoopte een gesprek aan. Hij was van Roemeense origine en had nog maar net een baantje achter de toog versierd, waar hij zich met zijn steenkolenengels uit de slag wist te trekken.
12
Dat er steeds meer Engels te horen is in Brussel, voor veel EU-onderdanen de lingua franca in de stad, werd de voorbije jaren cijfermatig vastgesteld in de Taalbarometer. Dat is een instrument dat de evolutie van het taalgebruik in Brussel meet. De in september 2021 overleden VUB-onderzoeker Rudi Janssens introduceerde de Taalbarometer in 2001. Deze gedreven en innemende professor stelde toen vast dat de helft van de Brusselaars opgroeide in een eentalig Franstalig gezin. Bij deze groep Brusselaars vond hij maar weinig mensen terug van niet-Belgische oorsprong. Het was dus niet zo dat immigranten van buiten België in Brussel zomaar naar het Frans overschakelden. Ze behielden als gezinstaal de taal van hun land van oorsprong. Janssens stelde toen ook vast dat het klassieke verfransingsproces van de Vlamingen in Brussel, waarbij een Nederlandstalige vader en een Nederlandstalige moeder onderling of met de kinderen op het Frans overschakelden, gestopt was. Toch koos een kwart van de gemengde huwelijken tussen Franstaligen en Nederlandstaligen nog wel voor het Frans als gezinstaal. De volgende jaren toonden de Taalbarometers een stijgende diversiteit aan thuistalen in het Brussels Gewest. Van 72 verschillende thuistalen in de eerste Taalbarometer van 2001, steeg dat aantal tot 96 in Taalbarometer 2 (2006) en tot 104 in Taalbarometer 3 (2013). Het Frans bleef in 2013 de lingua franca in Brussel en het Engels verdrong het Nederlands als tweede meest gekende taal. Toch overtrof het percentage Brusselaars dat goed tot uitstekend Nederlands sprak ruimschoots het cijfer dat in het politieke debat doorgaans op het aantal Vlamingen in Brussel wordt geplakt. Opmerkelijk was toen ook dat de drie belangrijkste talen (Frans, Engels en Nederlands) in de derde Taalbarometer aan relatief gewicht verloren. Het Arabisch maakte opgang en werd een
13
typische gezinstaal, die op school niet wordt onderwezen. Dat betekende niet dat deze Brusselaars geen andere taal spraken. In de helft van de gezinnen waar Arabisch werd gesproken, gebruikte men ook een andere gezinstaal. In de jongste Taalbarometer uit 2018 bleef het Frans veruit de meest gekende taal, al verloor de taal van Molière over de volledige onderzoeksperiode bijna 9%. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest groeide door externe migratie, waarbij de meerderheid van deze nieuwe Brusselaars op het moment van migratie geen Frans sprak. Anderzijds stelde Janssens vast dat de tweede generatie migranten het Frans als tweede gezinstaal oppikte. Frans bleef de dominante taal in het onderwijs en scoorde qua kennis het hoogst bij de jongste generatie Brusselaars. De kennis van het Nederlands daalde systematisch en was over de betrokken periode gehalveerd. Dit heeft te maken met zowel interne als externe migratie. Vooral bij de Belgen die van huis uit niet Nederlandstalig waren en naar school gingen in het Franstalig onderwijs was de kennis van het Nederlands significant gedaald. Het Engels nestelde zich op de tweede plaats, en was in tegenstelling tot de officiële talen sinds 2001 niet significant gedaald. Het bleef weliswaar vooral een schooltaal, al won de taal licht terrein als tweede gezinstaal. Engels blijft, net als Nederlands, erg belangrijk op de arbeidsmarkt en is de populairste taal bij de jongste generatie. Het Arabisch kent een grilliger verloop, maar daalde in 2018 wel op basis van de evolutie over de hele onderzoeksperiode. Ik besluit dit overzicht van de taalgeschiedenis sinds 2001 graag met nationaliteitsgegevens die het Brussels Instituut voor de Statistiek (BISA) in 2020 publiceerde. Van de circa 1,2 miljoen inwoners van het Brussels Gewest zijn er 510.697 (41,9%) als
14
Belg geboren en 309.013 als EU-burger buiten België (25,4%). Daarnaast telt Brussel nog 398.545 (32,7%) inwoners die nog een andere geboortenationaliteit hebben. De meerderheid van de Brusselse bevolking is dus niet langer van Belgische oorsprong. Sterker nog, de sinds twee of meer generaties geboren en getogen Brusselaars maken nog slechts zo’n 20 procent van de bevolking uit. Dat geldt zowel voor de gewortelde Brusselse Vlamingen als de Brusselse Francophones de souche. Brussel trekt nog altijd immigranten aan van buiten Europa. De jongste jaren zijn er tegelijk veel inwoners – Belgen, nieuwe Belgen en niet-Belgen – de stad ontvlucht. Die twee evoluties hebben Brussel een nieuwe klankkleur gegeven: de talen die er gesproken worden, zijn niet meer zo dominant het Frans en ver daarachter het Nederlands, maar in toenemende mate het Engels en andere belangrijke talen die door nieuwe immigranten worden gedeeld. Om in Brussel ten volle te kunnen leven en deel te nemen aan het maatschappelijk leven in zijn breedste zin, moet je voortaan best drie- in plaats van tweetalig zijn. Daarom maakte ik, in de aanloop naar de gewestverkiezingen van 2019, van meertaligheid een campagnethema. Na de verkiezingen slaagde ik erin om de promotie van meertaligheid in het Brusselse regeerakkoord te krijgen. Tijdens die onderhandelingen merkte ik dat de andere partijen aan de tafel daar weinig bezwaren tegen maakten, zolang die meertaligheid algemeen en vaag genoeg bleef. Maar wanneer het bijvoorbeeld ging over de noodzaak om meer scholen meertalig te maken, werd er meteen gewaarschuwd dat we met het Brussels Gewest niet op het terrein van de gemeenschappen mochten komen, die in Brussel bevoegd zijn voor onderwijs. Zo haalde de volgende, vrij algemene passage het Brusselse regeerakkoord: ‘De Regering zal
15
een globaal beleid uitwerken dat meertaligheid bij de Brusselaars bevordert en zo de Brusselse identiteit en het Brusselse burgerschap, de sociale promotie en de sociale cohesie binnen het gewest versterkt. Deze aanpak zal niet beperkt blijven tot het onderwijs, maar zich uitstrekken tot verschillende sectoren, zoals beroepsopleiding, werkgelegenheid en cultuur. De samenwerking met de Gemeenschapscommissies, de Federatie Wallonië-Brussel en de Vlaamse Gemeenschap zal in die zin worden geïntensiveerd.’ Daarnaast kondigt het regeerakkoord ook aan dat Brussel de gemeenschappen en de federale overheid zal uitnodigen om via een samenwerkingsakkoord het talenonderwijs binnen het kader van de huidige bevoegdheden te versterken. De Brusselse regering wil ook de opleiding van tweetalige leerkrachten verbeteren, via een samenwerking tussen Nederlandstalige en Franstalige hogescholen, zoals er in Brussel al tijdens de vorige regeerperiode een was gestart. Ten slotte komen er ook inspanningen om de talenkennis op de werkvloer te verbeteren. Daarvoor wil de Brusselse regering, steunend op het succes van het taalonderricht via de gewestelijke beroepsopleiding voor volwassenen, nieuwe modules helpen ontwikkelen voor de technische en beroepsrichtingen in het onderwijs. Ik ben tevreden dat dit regeerakkoord meertaligheid bespreekbaar heeft gemaakt bij de Brusselse partijen. Dat was tien jaar geleden niet het geval geweest. Al langer dan vandaag, zo illustreren de Taalbarometers, is meertaligheid een essentieel kenmerk van Brusselaars. Alle Brusselaars. Met die enkele zinnetjes in het regeerakkoord geven we met deze regering het signaal aan Europese en andere immigranten dat ook zij hier thuis zijn en mee aan dat meertalig Brussel kunnen bouwen.
16
Als bevoegd minister voelde ik de eerste jaren van de regeerperiode onder de waterlijn regelmatig gewoel en ergernis opduiken wanneer de zaken concreet werden. Welke talen komen bijkomend in aanmerking? Welk gewicht geven we aan die talen? Al bij al zie ik in de praktijk een haalbaar pad liggen: onderwijs is de vanzelfsprekende katalysator van de meertaligheid. Maar de promotie van meertaligheid moet voldoende breed zijn. Die moet even goed grond krijgen op andere terreinen, zoals de economie en de arbeidsmarkt, kunst en cultuur, en de bevordering van de sociale cohesie in heel het gewest. Een van de grote uitdagingen bij mijn beleid is hoe de bevoegdheid over meertaligheid na deze legislatuur zal evolueren. In mijn beleid rond meertaligheid werken we laag per laag. De eerste laag was de oprichting van een Raad voor Meertaligheid, een adviesraad met allerlei experten, die mij bijstaat in de realisatie van mijn beleid. Die nieuwe Raad werd officieel voorgesteld op de eerste Dag van de Meertaligheid in september 2020. Die Dag van de Meertaligheid, de tweede laag in het beleid, wordt een jaarlijks evenement. Tijdens de tweede editie, in september 2021, stelden we de tweetalige brochure Meer taal in het onderwijs in Brussel – Grandir en multilingue à Bruxelles, à l’école et en dehors voor. Leerkrachten die al aan de slag willen gaan met de taaldiversiteit in hun klas vinden er tips and tricks in. De brochure bevat allerlei nuttige informatie en een overzicht van methodologieën en projecten rond meertaligheid in een onderwijscontext. 4000 exemplaren van deze brochure zullen verdeeld worden over alle Franstalige en Nederlandstalige lagere en middelbare scholen in Brussel. Via de verschillende hefbomen van meertaligheid die we zowel met die Dag als met de Raad en via de derde beleidslaag, de projecten
17
voor meertaligheid, aan bod willen laten komen, willen we een vibe creëren. De jaarlijkse Dag van de Meertaligheid moet een gebeurtenis zijn waar mensen naar uitkijken: leraars en leerlingen, ondernemers, politici, ouders, cultuurliefhebbers en het verenigingsleven. Zo wordt het ijveren voor meertaligheid iets wat je in de volgende legislatuur niet zomaar meer kunt stopzetten. De voordelen van meertaligheid zijn legio: hoe meer talen je spreekt en begrijpt, hoe makkelijker je je thuis voelt in Brussel, maar ook in België, Europa en de hele wereld. Je zult mensen uit andere culturen veel beter begrijpen. Meertalig zijn maakt je profiel op de arbeidsmarkt veel sterker en waardevoller. Als meertalige kun je bovendien makkelijker anderstalige media of culturele evenementen en voorstellingen volgen en waarderen. Als ondernemer of handelaar bouw je dankzij een goede talenkennis een sterkere relatie op met je klanten. En last but not least is meertaligheid van onschatbare waarde om je buren in een diverse grootstad als Brussel beter te leren kennen of je aan te sluiten bij een vereniging, wijkcomité of belangengroep. Dat bevordert de sociale cohesie in heel de stad en maakt Brussel zelfs minder vatbaar voor gezondheidsrisico’s. We weten dat de Brusselse regio tijdens de covidpandemie langer strengere maatregelen aan de bevolking moest opleggen wegens een te lage vaccinatiegraad. Kortom, de eerste beleidsperiode voor de promotie van meertaligheid moet een zaadje zijn dat de komende jaren zal blijven groeien. Vandaag is mijn bevoegdheid coördinerend en horizontaal en beschik ik over weinig middelen. Ook mijn politieke mentor, voormalig Brussels staatssecretaris Vic Anciaux, begon zo in 1978, met de coördinatie van het migrantenbeleid. Met de
18
nota die hij toen heeft opgesteld, legde hij een basis die niet meer weg te denken was. Paula D’Hondt, als koninklijk commissaris voor het migrantenbeleid, en tal van ministers zetten daarna een integratie- en inburgeringsbeleid op de sporen. Meertaligheid zeilt in het zog van integratie en inburgering. Hoewel Brussel geen vlaggenschip is wat inburgering en integratie betreft, koerst het wel voorop in meertaligheid. Daarom stel ik in het laatste hoofdstuk een tienpuntenprogramma voor meertaligheid voor, dat na de verkiezingen van 2024 uitgewerkt zou kunnen worden. Het vertrekpunt is mijn eigen superdiverse stad. In een stad zul je makkelijker iemand tegenkomen die je niet verstaat dan in een dorp op het platteland. Steden zijn internationale omgevingen, plekken waar economische en culturele vernieuwing het vaakst ontluikt en zich verder verspreidt. Maar steden zijn ook plekken waar vaker conflicten en minder aangename dingen gebeuren, die inwoners ertoe aanzetten de stad te verlaten voor een rustiger bestaan. Eén ding is zeker: de reusachtige meertaligheid die Brussel vandaag kenmerkt, zal zich uitbreiden over de rest van Vlaanderen en Wallonië. Vanuit de steden vertrekt een golf die in heel Europa niet meer te stuiten is. Wie dit boek over meertaligheid leest, kijkt mee naar de toekomst. Dit boek gaat in de eerste plaats over talen en over mensen. De mens toont zich in de taal die hij spreekt. Taal is de meest uitgesproken manier om mensen te leren kennen. Zo kun je je ziel blootleggen. Dan ben je de taal die je spreekt. Maar je kunt je ziel met je taal natuurlijk ook verbergen. Meerdere talen spreken en verstaan, maakt je wereld groter. Zo kun je sneller anderstalige mensen leren kennen en via hen hun cultuur, hun gewoonten, hun manier van denken.
19
1
Taalstrijd in tweetalig Brussel