Frederik Backelandt | David Stockman
EPIC rides In het wiel bij 8 superkampioenen Gino Bartali Fausto Coppi Jacques Anquetil Eddy Merckx Bernard Hinault Marco Pantani Tom Boonen Wout van Aert
Frederik Backelandt | David Stockman
EPIC rides In het wiel bij 8 superkampioenen Gino Bartali Fausto Coppi Jacques Anquetil Eddy Merckx Bernard Hinault Marco Pantani Tom Boonen Wout van Aert
Roubaix
7
Parijs
INHOUD
3
Frankrijk 1
Bartali Firenze-Assisi............................................................6
2
Coppi Cuneo-Pinerolo ................................................... 28
3
Anquetil Bordeaux-Parijs ...........................................54
4
Merckx Luchon-Mourenx .......................................... 78
5
Hinault Luik-Bastenaken-Luik ....................... 104
6
Pantani Grenoble-Les Deux Alpes ........ 128
7
Boonen Parijs-Roubaix ............................................ 152
8
Van Aert Sorgues-Malaucène .......................176
Bordeaux
Mourenx
4
Portugal Spanje
2
Bagnères-de-Luchon
Nederland
.. BelgiE
Duitsland
Luik
5 Bastenaken
.. TsjechiE
LUXEMBURG
Oostenrijk
Zwitserland .. .. SloveniE
Grenoble Les Deux Alpes
.. ItaliE
6 Pinerolo
..
2 8 Malaucène Sorgues
BosniE en Herzegovina
Cuneo Firenze
1 Assisi
3
David Stockman (1974) studeerde fotografie aan de hogeschool Narafi in Brussel en begon als persfotograaf voor de kranten van de (toen nog) VUM¬mediagroep. Sedert 2007 is hij ook actief voor het fietsmagazine Grinta! en hij mag stilaan als de huisfotograaf van het blad worden beschouwd. Als persfotograaf voor onder andere fotoagentschap Belga coverde hij het voorbije decennium het veldrijden en het wegwielrennen. Hij volgde ook al ettelijke keren de Tour de France. ‘Epic Rides’ is het tweede boek waarvoor hij hofleverancier was.
Frederik Backelandt (1982) is historicus, begon als journalist op de wielerredactie van Het Nieuwsblad en leidt nu als uitgever Grinta! Publicaties. Hij is hoofdredacteur van het fietsmagazine Grinta! en wielerblad Cycling en schreef diverse wielerboeken en -biografieën. Hij is zelf ook fanatiek fietser. Zo won hij verschillende keren het wereldkampioenschap wielrennen voor journalisten en is hij verslingerd aan fietsen in de bergen. Uit die laatste passie ontsproot het boek ‘Mythische Cols’ dat hij samen met fotograaf David Stockman maakte.
4
Do epic shit G
Acht epische ritten heb ik gese lecteerd en nagefietst. Ik vermoed dat de meeste van hen op uw goedkeuring kunnen rekenen. Maar, zoals bekend, is elke selectie tegelijk subjectief. Waarom niet meer vooroorlogse flandriens? Waarom geen Schotte, Van Looy, De Vlaeminck, Indurain, Bahamontes of Armstrong? Vandaar dat in een addendum van het boek nog een uitsmijter van elf – en nog is het onvoldoende – andere epische wielerritten zijn opgenomen. Koersen die eruit springen maar die ik voor een volgend boek maar eens moet gaan nafietsen en navertellen. Uiteraard verdienen er nog wielerkoersen het om als ‘episch’ bestempeld te worden. Het was en is een kwestie van keuzes maken. Maar wat bepaalde dat de ene wel en de andere niet mijn selectie haalde? Waarom is rit x episch en is rit y dat niet? Laat me enkele epische criteria oplijsten.
een sport is meer geschikt om aan storytelling te doen dan het wielrennen. Het bulkt van de verhalen. De wielersport heeft alles. Alsof ze het hele leven en alle gevoelens die erbij horen perfect capteert tussen punt A, de start, en punt B, de finish. Het zijn de renners, de parcours, de wedstrijden en de omstandigheden waarin ze worden gereden die een wielerkoers boven het banale tillen en al dan niet me morabel maken. Slechts een handvol wielerritten kan als ‘episch’ worden beschouwd. Of, in het Engels, als epic, om het wat stoerder te om schrijven of internationaler te doen klinken. Do epic shit, ik heb de slogan wel eens op een wielertruitje zien staan of op fietssokken zien prijken. Iedereen vult voor zichzelf in wat ‘epic’ is, maar het zijn de straffe stoten van de allergrootste wielerkampioenen die het meest zullen beklijven. Epische wielerritten hebben de wielersport die we vandaag kennen mee geboetseerd. Ze vormen een baken voor elke journalist, renner of wielerfan. Iedereen kent ze, vaag of soms zelfs tot in de kleinste details, net omdat ze keer op keer worden verteld en naverteld. Voor dit boek reconstrueerde ik acht epische wielerritten van evenveel legendarische wielerkampioenen van vroeger en nu. Van Gino Bartali tot Wout van Aert. Ik deed dat met de fiets en volgde dezelfde routes als die acht groten. Want dat is net de kracht van de koers: een partijtje shotten op het gras van Camp Nou zit er voor de gewone sterveling niet in maar heftig duwen op en trekken aan de pedalen op de flanken van de Galibier, waar Marco Pantani Jan Ullrich ooit naar de filistijnen reed: ja, dat kan wél! Net dat trekt me zo aan bij de koers. Net dat maakte van de reconstructie van die acht wielerritten zo’n feest. Ondanks het verspilde zweet en de verbruikte calorieën.
Doe het alleen. Bartali, Coppi, Anquetil, Merckx, Hinault, Pantani, Boonen en Van Aert. Deze helden soleerden. Stuk voor stuk. Een solo-aanval vormde de basis van hun epische ritten zoals die worden beschreven in dit boek.
Doe het op kasseien. Bij de monumenten en eendagskoersen ligt Parijs-Roubaix in poleposition om gastheer te zijn van een epische wielerrit die naam waardig. Het ruige en bonkige karakter van het decor inspireerde kampioenen tot straffe stunts op de stenen. Doe iets irrationeels. Een renner die het onverwachte doet, die een aanval opzet die geen steek houdt maar toch wint. Da’s voer voor een episch verhaal. Aanvallen op de eerste van vijf Alpencols, in het offensief als geletruidrager, als ‘sprinter’ de Ventoux veroveren… Doe het in slechte weersomstandig heden. Het weer bepaalt in grote mate of een rit al dan niet episch wordt. Slecht weer, mist, regen, koude, hagel of sneeuw: hoe meer van dit alles, hoe meer kans de koers maakt om in het geheugen gegrift te blijven. Zorg voor een combinatie van (al) het voorgaande. Dé strafste epische wielerritten vormen een c ombinatie van twee of zelfs meer van alle bovenstaande factoren. Coppi en Merckx deden het ondenkbare, vielen van héél ver aan en rondden het solo af. U weet wat u te doen staat.
Kies voor de lange adem. Zelden wordt iets episch wanneer er een intense en korte inspanning aan vooraf is gegaan. De lengte van een solo-aanval speelt wel degelijk een rol. Coppi fietste 192 kilometer alleen in de aanval, Merckx 140, Hinault 80 en Boonen 53. Doe het in de bergen. Een e pische koers kan op nagenoeg elk parcourstype worden verwezenlijkt. En toch zijn de bergen er nog net iets geschikter voor. Coppi, M erckx, Pantani en Van Aert overwonnen Alpencols, Pyreneeënreuzen of tot twee keer toe de Ventoux.
5
Frederik Backelandt
6
7
Premilcuore
Dicomano
Firenze Ponte a Ema
.. ItaliE Greve in Chianti
Bibbiena
Montevarchi
Pieve Santo Stefano
Arezzo
Sansepolcro
Monte San Savino Città di Castello
Sinalunga
Cortona
Terontola
Pienza
Trasimeense Meer
Chiusi
Perugia Panicale
Assisi
Deruta
8
Je moet het goede doen in het leven. Maar dat betekent niet dat je daarmee te koop moet lopen.
9
Van 1935 tot 1955 trad de Italiaan Gino Bartali (1914-2000) in de voetsporen van wielerkampioenen als Costante Girardengo en Alfredo Binda en werd hij op handen gedragen door de tifosi. Hij won drie Giro’s en twee Tours, vier keer Milaan-Sanremo en twee Rondes van Lombardije. 10
Gek genoeg reconstrueren we géén Giro- of Tourrit waarin Bartali demarreerde op de flanken van een of andere col. Nee, we fietsen een 180 kilometer lang traject tussen Firenze en Assisi. Het is de route die Bartali meermaals aflegde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een tocht waarmee hij honderden mensenlevens redde. 11
‘BARTALI VERSTOPTE DE DOCUMENTEN IN DE HOLLE BUIZEN VAN ZIJN STALEN FIETSFRAME EN GING OP PAD.’
I
n het Italië van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw was je fan van ofwel Gino Bartali ofwel Fausto Coppi. Van één van de twee. Nooit van allebei. Je was bartaliano of coppiano. Er was geen midden weg. Welnu, ik ben altijd een coppiano geweest en zeker geen bartaliano. Fausto Coppi was en is mijn held, niet zijn grote rivaal Gino Bartali. Ik werd echter net iets meer ‘bartalist’, toen ik enkele jaren geleden de beelden terugzag van een aflevering van het tv-programma Holland Sportzomer waarin reportagemaker Wilfried de Jong meervoudig Giro- en Tour winnaar Gino Bartali ontmoet. Met een stem van schuurpapier en de looks van een gepensioneerde bokser antwoordt hij op de vragen van de interviewer. Op een bepaald moment ontbloot Bartali zijn bovenlijf. Hij toont de littekens die hij opliep in zowat twee decennia op een koersfiets. Van dat tafereel was ik graag bevoor rechte getuige geweest. Helaas, op 5 mei 2000 stierf Gino Bartali, op zijn 86ste. Ik heb hem nooit gesproken. Zonde. Gelukkig kan ik wel nog altijd fietsen langs de wegen waarop hij kilometers maalde. Tussen Firenze in Toscane en Assisi in Umbrië bijvoor beeld. Tussen september 1943 en juni 1944 zou Bartali veertig keer heen en weer gefietst zijn tussen Firenze en Assisi, een traject van een kleine 400 kilometer. Het ging officieel om lange trainingsritten, maar eigenlijk ver voerde Gino Bartali valse identiteits documenten waardoor ondergedoken Joden en politieke tegenstanders van het fascistisch regime in Italië veilig konden vluchten. Dit verhaal van de wielerkampioen die zich ontpopte als oorlogsheld werd pas na Bartali’s
dood verteld. Zelf zou hij er nooit mee uitpakken. ‘Je moet goed doen in het leven, maar je hoeft daar niet mee te koketteren’, vond Bartali. Voor mij was het kristalhelder: nee, we openen ons lijstje van epische wieler ritten niet met een reconstructie van een Alpenrit uit de Tour de France van 1948 waarin Bartali iedereen naar de vaantjes reed in helse weers omstandigheden. En ook niet van zijn epische Tourstunt naar Briançon van 1938. Maar wel: Firenze-Assisi, in het wiel van een held. Een wieler- én oorlogsheld.
PONTE A EMA De rit begint in Ponte a Ema. Het is een onooglijk, slaperig Toscaans dorpje op een steenworp van cultuur stad Firenze. Daar werd op 18 juli 1914 Gino Giovanni Bartali geboren. Ponte a Ema was Gino’s wereld. De schoolbanken waren niet echt aan hem besteed. Op zijn twaalfde vond hij een baantje in de fietsenwinkel van Oscar Casamonti, een amateurrenner die het niet was ontgaan dat die jonge Bartali een aardig stukje met de fiets kon rijden. Toen Casamonti (op een racefiets) er tijdens een trainingstocht maar niet in slaagde om Gino (op een oude toerfiets) te lossen, trok hij spoorslags naar Gino’s ouders om hen ervan te overtuigen dat de toekomst van hun zoon in de wielersport lag. Pa en ma stemden in. Goede keuze. Het geboortehuis van Gino staat nog altijd overeind in Ponte a Ema. Boven het portaal hangt een gedenkplaat met daarop een van Bartali’s bij namen. L’intramontabile. Betekent zoveel als ‘De onverslijtbare’. Het is druk wanneer ik door de hoofdstraat fiets, richting de ingang van het
13
useo del Ciclismo Gino Bartali. M Ik was hier enkele jaren geleden al eens en toen vergde het nogal wat inspanningen om binnen te raken. Er is nog niet zoveel veranderd, zo blijkt. Ik ben een journalist en moet toestemming krijgen van 35 echelons binnen de stad Firenze om binnen te mogen en de vele memo rabilia te fotograferen. Na veel vijven en zessen lukt het me. Er hangen foto’s, wielertruien, er staan trofeeën en fietsen en… de akte die aangeeft welke eer Gino Bartali postuum te beurt viel. In Jeruzalem kreeg hij in 2013 de eretitel ‘Rechtvaardige onder de volkeren’. Israël maakte hem in 2017 ereburger, een zeld zame eer. En dat allemaal dankzij zijn route van Firenze naar Assisi.
NUMERO UNO Terug evenwel naar het begin. Het zou tot 19 juli 1931 duren voordat Gino aan zijn eerste officiële wielerwedstrijd mocht deelnemen. Vader Torello had de dag voordien, op zijn zeventiende verjaardag, zijn zegen gegeven. ‘Het was een van de mooiste cadeaus die ik ooit heb gekregen’, vertelde Gino daar later over. Hij won als jeugdrenner veel. Vooral bergop was Bartali niet te houden. Hij kon ook soleren naar een zege en, als het moest, furieus spurten alsof er duizend duivels in zijn lijf zaten. Soms liep het mis. Bij een sprint aan het einde van een wedstrijd in Grosseto in 1934 kwam hij zwaar ten val en brak zijn neus. Een euvel dat voor de rest van zijn bestaan zichtbaar bleef in de vorm van een gekromd reukorgaan. In 1935 werd Bartali beroepsrenner. Na een geslaagd debuutjaar bij de profs koos hij in 1936 voor Legnano,
een gerenommeerde Italiaanse for matie die in Bartali een kopman voor de toekomst zocht en vond. Voortaan droeg Gino de rood-met-olijfgroene trui van Legnano, dat onder de aus piciën stond van ploegleider Eberardo Pavesi, een ex-wielerkampioen. Bartali won meteen zijn eerste Ronde van Italië. Hij zou in de daaropvolgen de jaren uitgroeien tot de numero uno van het Italiaanse ciclismo.
HET IS OORLOG In de Giro van 1940 werd Bartali door pech teruggeslagen en nam ene Fausto Angelo Coppi, een van Bartali’s knechten, de rol van kopman over. Coppi, die dat jaar zijn eerste Giro won, zou in de naoorlogse jaren de grote rivaal van Bartali worden. Samen verdeelden ze Italië. Eerst kwam dus die tweede wereldbrand, die de carrières van beide heren lamlegde. Op 10 juni 1940, één dag na het einde van de Giro, verklaarde Italië immers de oorlog aan Frankrijk en Groot-Brittannië. Het Italiaanse volk en zijn wielerkampioenen werden tegen wil en dank meegesleurd in de tragedie van de Tweede Wereldoorlog. Op 9 oktober 1940 werd Bartali opgeroepen om zijn legerdienst te doen. Bij de fysieke keuring werd echter een onregelmatige hartslag vastgesteld, zodat Bartali een taak toegewezen kreeg als militair koerier nabij een vliegtuigfabriek aan het Trasimeense Meer. Gino mocht van geluk spreken met dit ‘makkelijke’ leven in de kazerne: Fausto Coppi werd in 1943 naar Afrika gestuurd, waar hij en de rest van zijn regiment zelfs krijgsgevangen werden geno men. Gino zou als militair koerier blij ven werken en gekazerneerd blijven. Zo nu en dan kon hij met verlof.
Hij bezocht dan zijn verloofde in Firenze. Op 14 november 1940 huwde Gino met zijn Adriana, een huwelijk dat zestig jaar standhield, tot zijn dood in 2000. Het huwelijk vond plaats in de aartsbisschoppelijke kapel van Firenze en werd geleid door kardinaal Elia Dalla Costa, de aartsbisschop van Firenze, die tijdens de oorlogs jaren een belangrijke rol speelde in Gino’s leven. Dat leven zou in 1943 overhoop worden gehaald.
GEHEIME MISSIE In juli 1943 leek de oorlog plots voorbij met de landing van de geal lieerde troepen op Sicilië en de val van Mussolini. Het staakt-het-vuren zorgde voor een feeststemming in heel Italië. Die euforie werd in de kiem gesmoord, toen de Duitsers Italië heroverden en de gevangen gezette Mussolini bevrijdden. De oorlog vond zijn tweede adem. Harde keuzes drongen zich op. Optrekken tegen de geallieerden, deserteren,
aansluiten bij het verzetsleger of onderduiken? De Bartali’s kozen voor de laatste optie en ontvlucht ten Firenze voor het geïsoleerde bergdorp Nuvole. ‘Het ging steeds slechter met Italië. Ik was heel bang dat het op een drama zou uitlopen, vooral voor mij.’ Uiteindelijk trokken ze opnieuw naar Firenze, waar Gino in de herfst van 1943 op audiëntie mocht bij kardinaal Elia Dalla Costa. Die zou Gino voor het belangrijkste dilemma in zijn leven plaatsen. Er stonden mensenlevens op het spel. De Joden hadden het in Italië niet onder de markt. Nadat het fascis tische regime het zogenaamde Manifest van de raswetenschappers gepubliceerd had, werd het leven van de Joodse bevolking – nochtans sterk geïntegreerd binnen de Itali aanse samenleving – er niet beter op. Toen de Duitsers aan de macht kwamen al helemaal niet: vanaf dan begon ook de Holocaust voor de Italiaanse Joden. Van half september 1943 tot het einde van de oorlog in
april 1945 joegen de Duitsers ze op; in totaal zou ongeveer 15 procent van hen omkomen. Het grootste deel van de Joodse bevolking in Italië kon overleven en daar heeft Gino Bartali ook zijn steen toe bijgedragen. Dalla Costa stelde Bartali voor om een groep Florentijnse Joodse vluchtelingen te helpen. Ze had den voedsel, onderdak en valse identiteitspapieren nodig. Met die identiteitsbewijzen, waarop hun naam en afkomst werden aangepast, konden ze de Duitse controles omzeilen en vluchten naar veiliger oorden, die in handen waren van de geallieerden. De rol van Gino bestond erin om de trafiek tussen Toscane en Umbrië (en terug) uit te voeren. Gino, die zelf Joodse vrienden had en hen tijdens de oorlog zelfs zou helpen onderduiken in een van zijn eigen huizen, stond perplex van de vraag van de kardinaal, maar stemde snel in. Van zijn clandestiene engagement was niemand op de hoogte, zelfs zijn jonge echtgenote Adriana niet.
16
‘MET ZIJN BEZOEKJES ZORGDE BARTALI VOOR TIJDELIJKE CHAOS IN HET STATION VAN TERONTOLA. DE AANDACHT VAN DE SOLDATEN VERSLAPTE EN ZO WERDEN MENSENLEVENS GERED.’
MIERENNEST FIRENZE Eerste halte op Bartali’s traject was Firenze en het aartsbisschoppelijk paleis, waar hij via een tussen persoon van de kardinaal de foto’s oppikte van Joodse vluchtelingen. Bartali verstopte ze in de holle buizen van zijn stalen fietsframe en ging op pad. Een ‘trainingstocht’ van 180 kilometer zou hem naar het San Damiano-klooster in Assisi brengen. Ik geniet van het uitzicht op het historische Firenze, waar Gino Bartali wel vaker kwam en (vooral na zijn carrière als renner) gefotografeerd werd door toeristen of journalisten. Daarna daal ik met de fiets tot de historische binnenstad, die in tweeën gespleten wordt door een rivier, de Arno. Fietsen over de overvolle brug Ponte Vecchio mag ik niet. Een agente attendeert me erop dat ik de fiets aan de hand moet nemen.
Het is echt over de koppen lopen. Hier leerde Gino ooit zijn Adriana kennen. Hier kwam hij winkelen of een koffie drinken. Hier begon zijn geheime missie. Vanavond overnacht ik in deze bijzondere stad. De stad van Ghiberti, Brunelleschi, da Vinci, Botticelli, Michelangelo en… Bartali. Morgen begin ik aan mijn missie.
ESPRESSO IN TERONTOLA Het exacte traject dat Bartali fietste, is niet bekend. Zeker is dat Bartali onderweg steevast stopte in T erontola, maar dat is het zowat. Te zijner ere vindt in deze regio jaar lijks een rit plaats die de vermoedelij ke route volgt die Bartali uitstippelde. Ik baseer me alvast op een route die ik vond op het internet. Mijn eerste mikpunt is Arezzo, een van de zovele prachtige stadjes die een bezoek aan Toscane de moeite waard maken.
Bartali achterna | Chronologie van een epische dag
1. FIRENZE, HOOFDSTAD VAN TOSCANE, STAD VAN DE RENAISSANCE ÉN VAN GINO BARTALI. | 2. IN PONTE A EMA, TEN ZUIDEN VAN FIRENZE, STAAT BARTALI’S GEBOORTEHUIS. | 3. IN PONTE A EMA BEVINDT ZICH OOK HET MUSEO DEL CICLISMO GINO BARTALI MET ENKELE WIELERMEMORABILIA. | 4. DE STRAATJES VAN AREZZO: ZOU BARTALI HIER AL EEN TUSSENSTOP HEBBEN GEMAAKT? 5. HET TREINSTATION VAN TERONTOLA: EEN VASTE STOPPLAATS OP BARTALI’S ROUTE NAAR UMBRIË. | 6. IN TERONTOLA DRONK HIJ EEN KOFFIE OF AT EEN BROODJE. OM DE SOLDATEN AF TE LEIDEN OF OM DE KNAPPE WAARDIN TE BEZOEKEN? | 7. EEN VENIJNIGE HELLING OP HET PARCOURS. | 8. PASSAGE LANGS HET TRASIMEENSE MEER. | 9. IN DE ACHTERGROND LIGT ASSISI, ER MOET NOG 1 KM GEKLOMMEN WORDEN NAAR HET KLOOSTER VAN SAN DAMIANO. | 10. HET EINDPUNT, OF EERDER HET KEERPUNT VAN BARTALI’S SMOKKELTOCHTEN: HET SAN DAMIANO-KLOOSTER IN ASSISI.
1
6
7
24
2
3
4
5
8
9
10
25