IN 365 DAGEN
Van de makers van de podcast
Jonas Goossenaerts, Benjamin Goyvaerts & Laurent Poschet
Hé herbeginner! Bedankt dat je deze kalender kocht of cadeau kreeg! Speciaal voor jou hebben we voor elke dag van het jaar een historisch feit of feitje geselecteerd dat wij relevant, interessant of markant vinden. We hebben de evenwichtsoefening gemaakt tussen beknopt zijn en inzicht bieden in de grotere – en heel soms kleinere – geschiedenis, en ook om geregeld te gaan kijken op een ander continent. Niet té eurocentrisch dus: we reizen naar de uithoeken van de aarde en doen een poging tot wereldgeschiedenis, van enkele eeuwen voor de geboorte van Christus tot en met de jaren nul. Met al die hofintriges, moordaanslagen, oorlogen en natuurrampen is het duidelijk: de mensheid heeft al voor hetere vuren gestaan. Vroeger was het niet altijd beter. O ja, voor de goede orde: zijn we al aan elkaar voorgesteld? Wij zijn een groepje geschiedenisliefhebbers die in het historisch beruchte jaar 2020 door een lockdown onze job in het onderwijs niet naar behoren konden doen. We besloten dan maar een historische podcast uit de grond te stampen, met de naam Geschiedenis voor herbeginners. Wat begon als een reeksje (voor leerlingen) opgenomen geschiedenislessen over de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog, groeide in korte tijd uit tot iets groters. Zowel in Vlaanderen als in Nederland nam het aantal luisteraars gestaag toe, waarvoor keihard merci én hartstikke bedankt! We werden een paar keer geïnterviewd op radio en televisie, en intussen hebben we een bescheiden plaatsje weten te veroveren in het Nederlandstalige podcastlandschap. We begonnen met z’n tweeën, maar naarmate onze afleveringen complexer werden, zijn we uitgebreid naar vier. Als je ons nog nooit hebt beluisterd: geef ons gerust een kans!
Gebruik deze kalender hoe je maar wilt: lees hem elke dag, neem een voorsprong als je niet kunt wachten, sla een dag die je weinig zegt maar over of lees iets wat je niet wist twee keer. Laat je verrassen door de petite histoire of leer eindelijk een gezicht kennen om op een bekend verhaal te plakken. Schrijf gerust de naam van je geliefden op hun verjaardag en vertel ze over wat er ooit op die dag gebeurde. En als we al eens een podcastaflevering over een onderwerp hebben gemaakt, hebben we een symbooltje ( ) en het nummer van de aflevering aan de tekst toegevoegd, zodat je meteen kunt gaan luisteren! Geniet van je jaar!
Jonas Goossenaerts, Filip Vekemans, Benjamin Goyvaerts & Laurent Poschet
01
JANUARI 2002 De invoering van de euro
Een eenheidsmunt voor Europa
Op 1 januari 2002 voerden twaalf lidstaten van de Europese Unie de euro in als wettig betaalmiddel. De euro was het resultaat van een jarenlang proces dat al sinds eind jaren 1960 bezig was, met als achterliggend idee: handeldrijven is makkelijker als je dezelfde munteenheid gebruikt in een gemeenschappelijke markt. In 1992 hadden Europese leiders in Maastricht de knoop doorgehakt: de euro zou de eenheidsmunt worden van de Europese Economische en Monetaire Unie, en vanaf 1 januari 1999 bestond hij al in girale vorm (cheques, overschrijvingen of bankkaarten). Op 1 januari 2002 werden de nieuwe munten en bankbiljetten in twaalf lidstaten ingevoerd. Het was de grootste onderneming van geldwisseling uit de geschiedenis. Muntverzamelaars toonden met name belangstelling voor de munten van het Vaticaan, San Marino en Monaco, omdat die in feite niet in omloop waren en een veel beperktere oplage hadden. De euro heeft het geldverkeer binnen Europa vergemakkelijkt, maar heeft met de kredietcrisis (2007-2011) en de Griekse staatsschuldencrisis (2010) enkele belangrijke stresstests gekend. Op dit moment is de euro de officiële munteenheid in 19 van de 27 EU-lidstaten en in de dwergstaten Andorra, San Marino, Vaticaanstad en Monaco. Kosovo en Montenegro zijn sinds 2002 onofficiële gebruikers van de euro. Het zijn de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main en de Europese Commissie die samen
waken over de waarde en stabiliteit van de munt, en die voorwaarden opstellen voor EU-landen die tot de eurozone willen toetreden. Aanvankelijk zou de Europese eenheidsmunt ‘ecu’ gaan heten. Dat zou in Duitsland als ‘ekoeh’ worden uitgesproken. Veel Duitsers vonden dit gek klinken. Daarom werd op het laatste moment voor ‘euro’ gekozen.
Een bronzen tegel met euroteken op Plein 1992 in Maastricht.
02
JANUARI 1972 Congo verandert in Zaïre De afrikanisering onder Mobutu Op 2 januari 1972 gaf president Mobutu (1930-1997) Congo de nieuwe naam ‘Zaïre’. Ook de nationale munt en de Kongorivier kregen de naam ‘Zaïre’. Zaïre zou ‘Grote Rivier’ betekenen en is een voorbeeld van Mobutu’s zogenoemde ‘authenticité’. De steden Leopoldville en Elisabethville werden respectievelijk Kinshasa en Lubumbashi. Ambtenaren en vrouwen werden aangemoedigd zich ‘Afrikaans’ en niet langer ‘westers’ te kleden. Ook de Congolese president zelf onderging een metamorfose. Hij ging gekleed in een militair uniform, losjes gebaseerd op dat van de Chinese leider Mao Zedong (1893-1976), maar dan met frivole Afrikaanse elementen. Zijn naam veranderde hij in Mobutu Sese Seko kuku Ngbendu wa za Banga, ofwel ‘sterke, krachtige leider die het land naar voorspoed zal leiden’. Met zijn afrikaniseringspolitiek verstevigde Mobutu zijn steeds toenemende grip op het land. Tijdens de ‘zaïrisering’ in 1973 nationaliseerde hij alle bedrijven en in 1974 voerde hij een nieuwe grondwet in. Zaïre werd een eenpartijstaat met hem als onbetwiste leider. Hoewel België, Frankrijk en de VS hem aanvankelijk steunden als een bolwerk tegen het communisme, verzuurde Mobutu’s machtsconcentratie de relaties met het buitenland.
De Nederlandse prins Bernhard (1911-2004) bezoekt Zaïre in 1973.
Meer en meer werd Zaïre een kleptocratie. Door de oliecrisis van de jaren 1970 en de daaropvolgende recessie, werd de positie van de dictator onzeker. Toch bleef België de dictator steunen. Het was pas na de val van de Sovjet-Unie, toen de steun aan Mobutu nog maar weinig geopolitiek belang had, dat het Westen hem liet vallen. In mei 1997 werd hij door Laurent Kabila (1939-2001) afgezet, waarna hij naar Marokko vluchtte. Daar stierf hij in september. ( 4.4)
03
JANUARI 1496 Leonardo da Vinci wil de lucht in Een geniale uitvinder en het verlangen om te vliegen Op 3 januari 1496 deed Leonardo da Vinci een vergeefse poging om te vliegen. Da Vinci (1452-1519) was naast humanist en renaissanceman een echte ‘uomo universale’, iemand met talenten op velerlei gebied. Hoewel hij in het collectief geheugen vooral voortleeft als schilder, denk aan de Mona Lisa en Het Laatste Avondmaal, was hij ook terdege thuis op muzikaal, technisch en wetenschappelijk gebied. Da Vinci was vooral geïnteresseerd in biologie, anatomie, astrologie en geologie. Bij zijn dood liet hij zijn leerling Francesco Melzi (ca. 1491-1570) meer dan duizend bladzijden aan schetsen en aantekeningen in spiegelschrift na. De meeste van zijn ideeën waren futuristisch, zoals een ontwerp van een helikopter, een parachute, een duikpak, een machinegeweer of een tank op wielen. Da Vinci was echter een pacifist, en sprak zich uitdrukkelijk uit tegen het militair gebruik van zijn uitvindingen. Hij was geobsedeerd door het idee van de vliegende mens, waarvoor hij in detail de vleugels van vogels en vleermuizen bestudeerde. Da Vinci ontwierp verschillende vliegtoestellen en op 3 januari 1496 besloot hij om op een veld net buiten Firenze een ervan uit te testen. De spanwijdte van de vleugels bedroeg zo’n 10 meter. De poging mislukte, maar staat symbool voor de creativiteit en de durf die da Vinci aan de dag legde. Zijn uitvindingen waren misschien excentriek voor hun tijd, maar de geschiedenis zou hem gelijk geven. Veel van zijn visionaire ideeën zijn intussen gerealiseerd.
Da Vinci’s schets van een ‘vliegmachine’ uit de Codex Atlanticus (1478-1519).
04
JANUARI 1254 Willem van Rubroeck gaat op bezoek bij de Grote Khan
Een missionaris maakt de reis van zijn leven Op 4 januari 1254 mocht Willem van Rubroeck (1220-1293) in Mongolië op audiëntie bij de Grote Khan. Van Rubroeck, een Vlaamse missionaris, was een vertrouweling geworden van de Franse koning Lodewijk IX (1214-1270). Hij kreeg van de koning een opdracht die zijn leven zou veranderen: er moest een brief bezorgd worden aan Manghoe Khan (1209-1259), de toenmalige heerser van Mongolië en kleinzoon van de legendarische Dzjengis Khan (ca. 1158-1227).
beeld van het Mongolië van de khans. Een generatie later maakte de Venetiaanse handelsreiziger Marco Polo (1254-1324) min of meer dezelfde reis, vanuit Venetië. ( 8.1)
In de brief zocht de Franse koning toenadering tot de grote Mongoolse leider. Ook moest van Rubroeck de Mongolen tot het christendom bekeren. Het Mongoolse Rijk was gigantisch en reikte op dat moment van de oostgrenzen van Europa tot aan de Japanse Zee. Van Rubroeck begon in 1253 aan de bijna 10.000 kilometer lange reis naar Karakorum, de hoofdstad van het Mongoolse Rijk. Toen hij eindelijk de brief aan de khan kon geven, gaf die te kennen dat de Mongolen geen bondgenootschap met de Fransen wilden. Meer nog: de Grote Khan vond dat Frankrijk zich moest onderwerpen aan de Mongolen – en op een bekering tot het christendom zat hij niet te wachten. Met zijn reis was van Rubroeck een van de eerste westerlingen die door het Mongoolse Rijk trok. Geen enkele reiziger gaf ons zo’n gedetailleerd
Verluchte initiaal uit een veertiende-eeuwse kopie van Itinerarium van Willem van Rubroeck. We zien Van Rubroeck, zijn reisgezel en koning Lodewijk IX.
05
JANUARI 1895 Alfred Dreyfus ten onrechte gedegradeerd Beschuldiging van ‘verraad’ leidt tot tweespalt Op 5 januari 1895 werd officier Alfred Dreyfus (1859-1935) gedegradeerd. Op de degradatieceremonie werden zijn insignes van zijn uniform gerukt en werd zijn officierszwaard gebroken. Zijn misdaad? Officieel had hij gespioneerd voor de aartsvijand, het Duitse Keizerrijk. De verzamelde Parijse menigte brulde intussen ‘mort aux juifs!’ De ‘Dreyfusaffaire’ is Frankrijks meest antisemitische hoofdstuk. Zijn veroordeling was immers op flinterdunne bewijslast gebaseerd, en toch kreeg hij levenslang, uit te zitten op het beruchte Duivelseiland. De relatie tussen Frankrijk en Duitsland bevond zich op een historisch dieptepunt. In 1871 hadden de Duitsers nog in een voor Frankrijk vernederende oorlog de regio’s de Elzas en Lotharingen geannexeerd. Als ultieme vernedering riepen de Duitsers hun keizerrijk uit in de spiegelzaal van Versailles. Dat speelde de Derde Republiek nog steeds parten en ze had een zondebok nodig. Het leidde tot een enorme controverse en de bekende schrijver Emile Zola (1840-1902) kroop in zijn pen om Dreyfus vrij te krijgen. In zijn vlammende open brief, J’accuse, bekritiseerde hij de politieke en militaire leiders van het land en vermeldde de naam van de werkelijke spion.
La dégradation d’Alfred Dreyfus le 5 janvier 1895. Tekening van Henri Meyer op de voorpagina van Le Petit Journal van 13 januari 1895, met als ondertitel ‘De verrader’.
Pas onder een nieuwe, linksere president kreeg Dreyfus in 1899 amnestie, maar de zaak had pijnlijk blootgelegd hoe antisemitisme en nationalisme samen kunnen gaan in tijden van politieke onzekerheid.
06
JANUARI 1494 Eerste christelijke misviering in het gekoloniseerde Amerika
Het christendom gaat trans-Atlantisch Op 6 januari 1494 werd de allereerste christelijke misviering gehouden in La Isabela, de eerste Europese stad in de zogeheten Nieuwe Wereld. La Isabela was een nederzetting op Hispaniola (‘Spaans eilandje’) die Christoffel Columbus (1451-1506) tijdens zijn tweede reis had gesticht, dicht bij het huidige Puerto Plata in de Dominicaanse Republiek. Met zeventien schepen en meer dan 1200 mensen was Columbus naar het westen gevaren om in opdracht van koningin Isabella van Castilië (1451-1504) een permanente nederzetting te stichten.
(El Salvador), Gregorio Rosa Chávez, naar het ‘Spaanse eilandje’ om er de feestelijkheden te begeleiden en heilige missen op te dragen. ( 8.1)
De verspreiding van het christendom en de kerstening van de lokale bevolking gingen hand in hand met kolonisatie. De misviering betekende de officiële stichting van de kolonie, die op dat moment ruim 2 hectare groot was en bestond uit zo’n tweehonderd rieten hutten, een plein, een kerk, een wapenarsenaal en een luxueus stenen huis voor Columbus. In de bergen bij La Isabela woonden de inheemse Taino, met wie de Spanjaarden aanvankelijk goede betrekkingen onderhielden. Ze leefden onder meer van de visvangst en de plaatselijke vrucht, de ananas, voor de Spanjaarden een nieuwigheid. Naar aanleiding van de 525ste verjaardag van deze misviering zond paus Franciscus op 6 januari 2019 de hulpbisschop van San Salvador
Schets van La Isabela, met daarop onder meer Columbus’ huis en de kerk ernaast.
07
Liberia en Ethiopië zijn de enige Afrikaanse landen die nooit door de Europeanen werden gekoloniseerd na de Conferentie van Berlijn (1884-1885).
JANUARI 1822 Het ontstaan van het nieuwe land Liberia Het vrije Liberia is een feit Op 7 januari 1822 stichtten vrije slaafgemaakten Liberia. Na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1776-1783) had een grote groep slaafgemaakten hun vrijheid teruggekregen. Sommige Amerikanen waren bang dat deze vrije Afro-Amerikanen de nog aanwezige slaafgemaakten zouden inspireren tot opstanden. Vandaar dat de American Colonization Society besloot om een kolonie te stichten in West-Afrika. Het eerste schip met 88 vrijgelatenen vertrok in 1820 vanuit New York. Na de lange tocht over de Atlantische Oceaan kwam het schip aan in een gebied aan de West-Afrikaanse kust. Het Latijnse liber betekent vrij en dus werd dit gebied tot Liberia gedoopt. Deze vrijgelatenen moesten een nieuwe kolonie stichten in het thuisland van hun voorouders. De hoofdstad werd vernoemd naar de Amerikaanse president James Monroe (1817-1825): Monrovia. In de decennia daarop kwamen er nog zo’n 20.000 zwarte Amerikaanse mannen en vrouwen aan in het nieuwe land. Geleidelijk aan verkreeg de kolonie meer en meer zelfbestuur van de Amerikanen. In 1847 werd Liberia onafhankelijk en kreeg het zijn eerste zwarte gouverneur, J.J. Roberts (1809-1876).
08
JANUARI 1198 Een nieuwe paus treedt aan
Innocentius III zou een paus met veel invloed worden Op 8 januari 1198 werd Lotario dei Conti di Segni (1161-1216) verkozen tot paus Innocentius III. Hij gedroeg zich als heerser over alle gekroonde hoofden, bemoeide zich met alle koninklijke huwelijken, excommuniceerde de Engelse Jan Zonder Land (1166-1216), kreeg Otto IV (1175-1218), de keizer van het Heilige Roomse Rijk, afgezet en dwong de Franse koning de vrouw van wie hij gescheiden was, terug te nemen. Hij voerde kruistochten tegen de moslims op het Iberische schiereiland en tegen de Albigenzen of katharen in de Languedoc. De grootste mislukking van Innocentius is ongetwijfeld de Vierde Kruistocht (1204), die volledig door de Venetianen werd gekaapt om hun grote handelsrivaal, Constantinopel, aan te vallen in plaats van te beschermen. Innocentius III steunde volop de opkomende bedelorden: de franciscanen en de dominicanen. Ook belegde hij in 1215 het Vierde Concilie van Lateranen, het grootste concilie van de middeleeuwen, waarbij onder andere de zeven sacramenten werden bepaald. Onder Innocentius heeft het Vaticaan zijn invloed vastgelegd op alle aspecten van het leven van de gelovigen. Innocentius was een van de grootste juristen van zijn tijd en met ruime voorsprong de machtigste paus uit de geschiedenis. ( 7.8)
Graftombe van Innocentius III in de basiliek Sint-Jan van Lateranen in Rome.
09
JANUARI 1793 De eerste ballon stijgt op in Amerika
Een ballonvaarder uit Normandië belandt in de Verenigde Staten Op 9 januari 1793 voerde Jean-Pierre Blanchard (1753-1809) zijn eerste ballonvaart in Amerika uit. Bij zonsopgang verzamelde een grote menigte zich buiten de muren van de Walnut Streetgevangenis in Philadelphia, Pennsylvania. Een fanfare speelde opzwepende krijgsmuziek. Dit keer kwam men niet kijken naar een ophanging, maar naar de lancering van een luchtballon. Indien dit succesvol zou verlopen, was het de eerste luchtreis in de geschiedenis van de Verenigde Staten en de ‘Nieuwe Wereld’. Ballonvaarder Jean-Pierre Blanchard was niet aan zijn luchtdoop toe: acht jaar eerder was hij de eerste die succesvol het Engelse Kanaal overstak met een luchtballon. Het zou zijn 45ste ballonvaart worden. Enkele weken daarvoor had Blanchard een advertentie geplaatst waarin hij liet weten dat hij op 9 januari, om 10 uur ’s ochtends en indien het weer het toeliet, zou opstijgen met een met waterstof gevulde gasballon. Kaartjes werden verkocht voor 5 dollar per stuk. Bijna de hele bevolking van de hoofdstad was gekomen om deze unieke gebeurtenis bij te wonen. Om kwart voor 10 arriveerde er een koets. Vijftien kanonnen bulderden in saluut. Het was president George Washington (1732-1799) die arriveerde en de ballonlancering niet wilde missen. Een aantal mensen wilde met Blanchard mee de lucht in, maar deze was niet van plan zijn ‘primeur’ met iemand te delen. Hij ontmoedigde ook
degenen die hem te paard wilden volgen. Tijdens zijn ballonvaart voerde hij verschillende wetenschappelijke experimenten uit. Na ongeveer 24 kilometer, het was intussen 10.56 u, was het tijd voor de landing in de County van Gloucester, New Jersey.
Ballonvaart van Jean-Pierre Blanchard in het Franse Billancourt (1784).
10
JANUARI 49 v.Chr. De Romeinse veldheer Julius Caesar steekt de Rubicon over Zonder geluk vaart niemand wel Op 10 januari 49 v.Chr. stak Julius Caesar (100 v.Chr.-44 v.Chr.) met legioensoldaten de Rubicon over. Alea iacta est, de teerling is geworpen. Vlak voordat de Romeinse veldheer de rivier overstak, zou hij deze befaamde woorden hebben uitgesproken. Ze betekenen zoveel als: ‘op goed geluk dan maar’. Na de verovering van Gallië had de senaat Caesar teruggeroepen naar Rome. Hij was er, na aanklachten van machtsmisbruik en corruptie, tot staatsvijand uitgeroepen en diende zijn gouverneurschap over de Gallische provincies neer te leggen. Het kleine riviertje vormde de grens tussen Gallia Cisalpina en de gedemilitariseerde territoria onder direct toezicht van de senaat. Caesar waagde de gok en ging de strijd aan met het kamp van de succesvolle Pompeius (106 v.Chr.-48 v.Chr.), met wie hij samen met de schatrijke Crassus (ca. 114 v.Chr.-53 v.Chr.) een tijdlang de macht had gedeeld in een triumviraat. Deze tumultueuze burgeroorlog markeerde het einde van de Romeinse Republiek. Eeuwenlang hadden de Romeinse burgers de belangrijke ambtsdragers zelf gekozen. Die periode kwam ten einde toen Caesar zichzelf uiteindelijk tot ‘dictator voor het leven’ uitriep. Na de moord op Caesar trok zijn adoptiefzoon Octavianus (63 v.Chr.-14 na Chr.) de macht naar zich toe en liet zich Augustus noemen: de verhevene. Postuum werd Julius Caesar vergoddelijkt. Officieel hield de republiek niet op te bestaan: de keizers droegen de titel ‘princeps’, een samentrekking van primus inter pares: de eerste onder hun gelijken, oftewel de belangrijkste man onder de senatoren.
Buste van Julius Caesar (Altes Museum Berlin).
11
Idi Amins ambtstermijn zou acht jaar duren en werd gekenmerkt door wreedheid.
JANUARI 1979 Milton Obote staat op tegen Idi Amin Oegandese machthebbers onder elkaar Op 11 januari 1979 riep Milton Obote (1925-2005) op tot een opstand tegen Idi Amin (ca. 1925-2003). Zeventien jaar voordien was het Afrikaanse land Oeganda onafhankelijk geworden van Groot-Brittannië. Obote werd de eerste premier, maar in 1966 stootte hij de Oegandese koning van de troon en riep hij zichzelf uit tot president. Idi Amin, opperbevelhebber van de strijdkrachten en onder het koloniaal bewind ooit nog ex-soldaat bij de British Rifles, pleegde op 25 januari 1971 een staatsgreep. Obote bevond zich op dat moment op een conferentie in Singapore. Onder Amins leiding bezette het leger belangrijke Oegandese regeringsgebouwen. Via de radio werd de boodschap verspreid dat de president was afgezet. Aanvankelijk beloofde Idi Amin vrije verkiezingen en kondigde hij een korte machtsperiode aan. Amins ambtstermijn zou echter acht jaar (1971-1979) duren en werd gekenmerkt door wreedheid, waarbij honderdduizenden burgers werden gedood en tienduizenden Indiërs en Pakistanen uit Oeganda werden verdreven. Verkiezingen bleven uit en (vermeende) tegenstanders werden uit de weg geruimd. Amin werd een militaire dictator. De afgezette president Obote leefde verder in ballingschap in Tanzania. In januari 1979 riep Obote zijn landgenoten op om in opstand te komen tegen het wrede bewind van ‘president-voor-het-leven’ Amin. Later dat jaar maakte buurland Tanzania met de hulp van enkele Oegandese guerrillastrijders een einde aan het regime van Amin. Obote werd weer als president van Oeganda geïnstalleerd, maar vijf jaar later opnieuw afgezet. In 2005 overleed hij in ballingschap.
12
JANUARI 1550 Stichter van het Tweede Birmaanse Koninkrijk bestijgt de troon Koning Bayinnaung veranderde Birma voorgoed Op 12 januari 1550 werd Bayinnaung (1516-1581) koning van Birma. Bayinnaung regeerde 31 jaar lang en wordt gezien als de stichter van het Tweede Birmaanse Koninkrijk. Hij breidde zijn rijk uit tot het grootste in de geschiedenis van Zuidoost-Azië. Hij versloeg de Shan, een etnische groep in Zuidoost-Azië, en nam hun hoofdstad Ava in. Omdat de Siamese vorst weigerde een van zijn vier witte olifanten af te staan, besloot koning Bayinnaung om oorlog te voeren tegen buurland Siam, het huidige Thailand. Een witte olifant werd immers beschouwd als heilig en zou een incarnatie van Boeddha zijn. De Siamese hoofdstad Ayutthaya werd ingenomen en de Birmaanse koning nam de vier witte olifanten evenals de koninklijke familie mee als oorlogsbuit naar Birma. Bayinnaung was een beschermheer van het boeddhisme: hij bouwde pagodes, sponsorde kloosters en onderhield uitgebreide diplomatieke betrekkingen met het boeddhistische koninkrijk Ceylon. In 1564 werd tijdens een opstand de stad Pegu in brand gestoken. De koning liet de hele stad op een nog grotere schaal heropbouwen, waardoor het een van de rijkste steden in Zuidoost-Azië werd.
Standbeeld van Bayinnaung voor het Nationaal Museum van Myanmar.
Na de dood van Bayinnaung raakte zijn met harde hand opgebouwde staat in verval. Midden achttiende eeuw werd de staat door de etnische groepering Mon omvergeworpen.
13
JANUARI 532 Het Nika-oproer tegen keizer Justinianus Constantinopel in de greep van hooliganisme Op 13 januari 532 was Justinianus, keizer van het Byzantijnse of Oost-Romeinse Rijk, aanwezig op een groots sportevenement in de hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanboel. Vanaf het balkon van zijn paleis overzag de keizer de paardenrenbaan, waar die dag twee teams tegenover elkaar stonden: de blauwen en de groenen. De wagenrennen waren uiterst populair bij de Grieken en de Romeinen, maar de sport hield ook grote risico’s in – je kon bijvoorbeeld crashen met je wagen. Deze dag zou echter om een andere reden gevaarlijk blijken. Een jaar eerder, in 531, had Justinianus (482/483-565) zich impopulair gemaakt met een belastingverhoging. Er ontstonden relletjes na de races, waarbij enkele opgehitste wagenmenners werden opgepakt en ter dood veroordeeld. Na een gratieverzoek zette de keizer de straf slechts om in levenslang. Toen de jockeys een jaar later diezelfde renbaan op liepen, kreeg de keizer onkuise verwensingen naar het hoofd geslingerd. Supporters riepen luidkeels: ‘Nika! Nika! Nika!’, wat Grieks is voor ‘overwinning!’. Het was het begin van het zogeheten Nika-oproer. Het volk keerde zich tegen de keizer en sommigen eisten zijn afzetting. Constantinopel was vijf dagen lang in rep en roer: oproerkraaiers belegerden het paleis en de helft van de stad ging in vlammen op. Keizer Justinianus haalde alles uit de kast om de orde te herstellen. Hij kocht het blauwe team om en liet zijn generaals de opstand in de renbaan neerslaan. Eindresultaat? Ongeveer 30.000 mensen kwamen om en de prachtige Aya Sofia werd deels verwoest. Justinianus zou nog 32 jaar aan de macht blijven.
Een zesde-eeuwse mozaïek van keizer Justinianus in de kerk van San Vitale in het Italiaanse Ravenna.
Beeldverantwoording
www.lannoo.com
De beelden bevinden zich in het publiek domein en komen via Wikimedia Commons, tenzij anders aangegeven. Ingeval erkenning van de auteur gevraagd is, staat die hieronder vermeld. Er werd getracht de wettelijke voorschriften inzake copyright toe te passen, maar de oorsprong van de beelden was niet altijd met zekerheid te achterhalen. Eenieder die meent nog rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden via geschiedenis@lannoo.be.
Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.
06.01 Mario Roberto Durán Ortiz, 08.01 Marie-Lan Nguyen, 09.01 Bibliothèque nationale de France (via Europeana), 10.01 José Luiz Bernardes Ribeiro, 12.1 Phyo WP, 13.01 Petar Milošević, 14.01 Rialfver, 02.02 SylviaStanley, 06.02 Halley Pacheco de Oliveira, 13.02 Department of Archaeology, the Hebrew University, Jerusalem, 15.02 Stuart Brown, 27.02 Marcok, 05.03 Bundesarchiv, 11.03 DTMedia2, 25.03 Universiteitsbibliotheek Gent, 09.04 Mirrorpix (via Alamy), 11.04 Cynde Moya, 23.04 Deutsche Bundespost, 26.04 IAEA Imagebank, 27.04 James Cridland, 18.05 Rhytm, 21.05 Jean-Pol Grandmont, 05.06 Reuters/Arthur Tsang (via BelgaImage), 08.06 John Armagh, 16.06 Alexander Mokletsov/RIA Novosti archive, 17.06 Dietmar Rabich, 26.06 Philip R. Hunt, 29.06 Dickbauch, 30.06 MONUSCU Photos, 06.07 Mario Roberto Duran Ortiz, 11.07 Michael Büker, 12.07 Deutsche Fotothek (via Europeana), 21.07 Wellcome Collection (via Europeana), 24.07 Martin St-Amant, 03.08 Stadtmuseum Berlin, 09.08 Medelhavsmuseet Sweden (via Europeana), 19.08 Robert Sennecke, Internationaler IllustrationsVerlag Berlin, 22.08 Graham Racher, 23.08 Steve F.E. Cameron, 24.08 Tim Evanson, 31.08 Frogwares, 01.09 Heinrich Hoffman/Museon (via Europeana), 03.09 Max Ryazanov, 04.09 Sailko, 07.09 Remy Steinegger/World Economic Forum, 14.09 Hans Hillewaert, 15.09 Robert Scoble, 18.09 Wellcome Collection (via Europeana), 19.09 Archives New Zealand, 23.09 David Angel (via Alamy), 24.09 Pictorial Press (via Alamy), 28.09 Krzysztof Golik, 06.10 Bundesarchiv, 13.10 Yair Haklai, 16.10 Wellcome Library, 01.11 Zdravko Pečar, 02.11 Håkan Henriksson, 04.11 Fortepan/Nagy Gyula, 9.11 Yann Forget, 10.11 Wellcome Library, 12.11 Armando Olivo Martin del Campo, 21.11 Deutsche Fotothek, 24.11 Carl Lender, 04.12 José Luiz Bernardes Ribeiro, 06.12 Philip Pikart, 26.12 Kremlin.ru, 31.12 Dicklyon
Vormgeving: Studio Lannoo (Mieke Verloigne) i.s.m. Keppie & Keppie Redactie met medewerking van Ruben Mantels Tweede druk, 2022 © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 en de auteurs D/2021/45/621 – ISBN 978 94 014 8321 6 – NUR 680 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.