Skip to main content

9789401482776

Page 1

Kla-vier meestal wit en soms het zwart voor het verhardt, voor mijn smart voor de loop tegen mijn hoofd mijn handen verdoofd en het in stiltes verstart handen op toetsen voeten op pedalen bij het herhalen van de gemiste wals het klinkt vals door de verdronken metronoom die druipt in de zoom van mijn jas in de droom van wat was maar wanneer ik in u wil verzanden wanneer ik u omarm met een melodie van gebaren hoor ik slechts twee handen van wat ooit vier waren En wanneer vingers nu klavier strelen wanneer hand het deksel sluit wanneer instrument stof vergaart bij gebrek aan spelen weet dan dat ik mijn stiltes nu op u stuit omdat ik ze niet langer zal slikken omdat ik u er liever in zie drijven zinken. drinken. stikken. Alexia Debbaut


Dank aan Jacques Kinnaer en mijn dochters Jelena en Alexia, die elk op hun manier gezorgd hebben voor inspiratie voor dit boek. Dank aan mijn vader Romain voor zijn kritische noten en zijn strenge blik. Dank aan mijn redacteur Yaele voor haar waardevolle tips en hulp tot het finale orgelpunt: het gedrukte boek, zoals het nu voor je ligt.

Via deze playlist neemt de auteur je mee langs de muziekstukken en componisten die in Quatre-mains aan bod komen.


‘Applaus, vrienden, de voorstelling is voorbij.’ (Ludwig van Beethoven)

‘Alleen de mens is tot het onmogelijke in staat.’ (Johann Wolfgang Goethe)


Proloog Alsof er een ontploffing had plaatsgevonden en de kracht van de explosie zijn trommelvlies had beschadigd. Hij voelde zich duizelig, misselijk zelfs. Pijnscheuten trokken door zijn hele lichaam, zijn slapen bonsden, wat hij waarnam klonk dof en vol ruis. Waar was hij? Wat was er gebeurd? Hij probeerde zijn ogen te openen, maar hij zag niets. Nadenken, dat moest hij doen. Notenbalken vol dissonanten maakten er in zijn hoofd een chaos van. En die pijn! Niet te harden. Langzaam bracht hij zijn rechterhand naar zijn gezicht. Hij voelde dat hij geblinddoekt was. Die geur, hij kon hem niet thuisbrengen. Zoet, als vanille, als sandelhout. Wat rokerig ook, als verbrande patchoeli. Met enige moeite slaagde hij erin de blinddoek weg te halen. De confrontatie met een fel licht zorgde voor een nieuwe explosie van pijnscheuten door zijn hoofd. Hij sloot zijn ogen weer, verplichtte zichzelf om langzaam in en uit te ademen. Het hielp enigszins. Even later deed hij een nieuwe poging om zijn ogen te openen, er goed voor zorgend dat hij het felle licht deze keer zou mijden. Elke beweging deed pijn, maar toch lukte het hem om zijn hoofd naar links te draaien, weg van het felle licht. Hij lag op de grond, in een ongemakkelijke houding, zijn linkerarm onder hem. Van daar kwamen die pijnscheuten die door zijn hele lichaam raasden, besefte hij. Ondanks het felle licht – het moest een spot zijn die op één punt was gericht – was het schemerdonker in de kamer. Hij

9


ontwaarde de contouren van een sofa, een lage kast, en rechts van hem een vleugelpiano. De stekende hoofdpijn deed hem regelmatig de ogen even sluiten, maar nadenken lukte niet. Er kwam niets. Was hij flauwgevallen? Was hij gewoon gevallen? Hij wist het niet. En die verdomde pijn, die helse pijn, waar kwam die vandaan? Kreunend slaagde hij erin om zich wat zijdelings te draaien, waardoor hij zijn linkerarm onder zijn lichaam vandaan kon halen. De afgrijselijke gil die daarop volgde zou minstens een halve stad hebben kunnen alarmeren.

10


1. Na een scheiding, een paar mislukte relaties en een lange periode zonder vaste vriendin was Jos Creten vastbesloten. Tinder was aan hem niet besteed, maar ParLink leek hem de juiste oplossing. De website van ParLink beloofde alvast veel goeds: ruim 75 procent van de leden was hoogopgeleid, er waren ongeveer evenveel mannen als vrouwen aangesloten, en ruim één op de drie leden vond via ParLink een partner. Hij had zich dus met een zeker enthousiasme ingeschreven en de uitgebreide vragenlijst ingevuld. Zijn beroep, zijn leeftijd, zijn hobby’s en zijn relatiegeschiedenis leken hem vanzelfsprekende vragen. Dat ze bij ParLink ook geïnteresseerd waren in zijn muziekvoorkeur, zijn favoriete rauwkost en zijn lievelingskleur had hem verrast. Hij had Cameron Diaz ingevuld als zijn meest sexy actrice, en Britney Spears bovenaan gezet bij de zangeressen van zijn voorkeur. Hoewel ze geen eigen kookprogramma had, had hij toch koppig Pascale Naessens vermeld als beste tv-kok. Het vakje met interessantste politicus had hij opengelaten, want hij kende geen enkele interessante politicus. Ze waren ofwel saai, ofwel grootsprakig. Ofwel allebei, en dat was al helemaal een afknapper. Het invullen van de hele vragenlijst had hem snel een uur of twee in beslag genomen, maar mochten ze er bij ParLink in slagen om een vrouw te vinden met de glimlach van Cameron, de borsten van Britney en de slanke lijn van Pascale, dan zou hij uitermate tevreden zijn.

11


Nu zijn vragenlijst was ingevuld en hij een beveiligd profiel had gekregen, kon het echte werk beginnen. Volgens de app kwamen er maar liefst 97 kandidaat-partners in aanmerking voor een date met hem. Hij grinnikte. Als die allemaal de revue moesten passeren, moest hij dringend meer verlof vragen. Door op de button ‘ontdek je match’ te drukken, opende een nieuw scherm met daarop de foto’s van een selectie vrouwen. Hun antwoorden op de vragenlijst hadden het hoogste matchingspercentage met wat hij had doorgegeven. De foto’s waren redelijk klein en als hij het scherm vergrootte, werden ze korrelig. De enige oplossing was dus op elke foto te klikken, waarna de kandidate zich op een nieuw scherm voorstelde met een grotere foto en meer details over zichzelf, haar hobby’s en haar persoonlijke voorkeuren. Het gewicht stond er niet bij, wel een indicatie. Het ging van slank via normaal gebouwd tot ‘een maatje meer’. Ondanks zijn voorkeur voor de slanke lijn van Pascale Naessens had hij zich voorgenomen geen rekening te houden met die indicatie. Haar gezicht, haar glimlach, haar hobby’s waren zoveel belangrijker dan haar gewicht. Toch? Terwijl hij zichzelf onbewust probeerde te overtuigen van die aanpak, dronk hij zijn blikje pils leeg, kneep het plat en klikte op de eerste foto. Ze heette Nancy. Zevenenveertig jaar, twee kinderen, een maatje meer en gek op Bridgerton op Netflix, Ed Sheeran en vanille-ijs met warme chocoladesaus. Ze was medisch secretaresse in een groepspraktijk van dermatologen en hield van wandelen, paardrijden en bloemschikken. Pardon, ParLink, dacht hij bij zichzelf. Waar in godsnaam was de link met hem? Van Bridgerton had hij nog nooit gehoord, hij haatte wandelen en die pummel van een Ed Sheeran kwam niet eens tot aan de enkels van Dire Straits en The Jesus and Mary Chain. Dat was tenminste muziek. Verveeld klikte hij Nancy weg. Ze had trouwens Droopy-ogen en haar glimlach leek geforceerd. Slecht begin, zoveel was zeker. Hij keek op zijn horloge. Het was kwart voor negen, de avond was nog jong, er waren nog 96 andere kandidaten en hij kon zich niet inbeelden dat die allemaal even slecht zouden matchen met

12


hem. Lucia keek hem vol verwachting aan. Ze was eenenvijftig, weduwe en moeder van één zoon. Ze hield van Coldplay en Queen, at graag kip met currysaus, keek graag naar veldrijden en las De Morgen. Ze was bediende in een supermarkt en kookte graag. Ze zag er ook goed uit, vond Creten. Een maatje meer. Hij negeerde die indicatie en focuste op haar gezicht. Ze had een rond gezicht, nogal wat kraaienpootjes rond haar grote ogen en haar glimlach leek op die van een nieuwslezeres van wie hij zich de naam niet meteen voor de geest kon halen. ‘Klik hier om met Lucia te chatten.’ De rode knop probeerde hem te verleiden. Maar hij weigerde. Eerst nog wat andere profielen bekijken. Rome was ook niet in één dag gebouwd. Een halfuur, een nieuw blikje pils en 11 profielen later stond zijn besluit vast. Hoewel Veerle en ook Marleen in aanmerking kwamen, besloot hij het erop te wagen. Lucia was de eerste persoon met wie hij een connectie zou aangaan. Spannend, dacht hij. Wat moest hij zeggen? Kwam het erop neer een eerste openingszin te verzinnen die haar van haar sokkel zou blazen? Moest hij haar met­ een een complimentje geven of juist niet? Moest hij haar algemene vragen stellen, in de hoop dat het gesprek niet zou stilvallen? Wat moest hij over zichzelf vertellen? Ze wist natuurlijk dat hij bij de politie werkte. Maar wat hij precies deed, dat had hij niet vermeld. Dat hij twee kinderen had die al het huis uit waren, wist ze natuurlijk ook als ze zijn profiel had gelezen. Maar had ze zijn profiel wel gelezen? En als dat zo was, waarom had ze dan zelf de stap niet gezet om met hem te chatten? Vond ze hem niet aantrekkelijk genoeg? Had ze hem weggeklikt zoals hij met Nancy had gedaan? Wat had haar tegengehouden? Zijn uiterlijk? Zijn hobby’s? Zijn voorkeuren? Zijn glimlach? Hij keek naar zijn eigen profielfoto. Het was een oude foto die hij op zijn computer had gevonden. Een foto van een jaar of vijf geleden toen hij met twee vrienden naar een rockfestival was geweest. Nu hij naar de foto keek, probeerde hij zich te verplaatsen in de denkwijze van een vrouw die via de app op zoek was naar een partner. Wat in hem zou haar aantrekken?

13


Hij vloekte, dronk zijn blikje in een paar slokken leeg en hoestte. Zijn haar zag er vettig uit en zijn glimlach was eerder een gemene grijns. Hij had zich minstens drie dagen niet geschoren. Stomme kloot, dacht hij, met zo’n foto heb je geen enkele kans. Tenzij ze blind is. Of heel weinig eisen heeft, wanhopig als ze is in haar zoektocht naar een man. Foert! Hij klikte op de rode knop. De zandloper die in beeld kwam, duurde veel te lang naar zijn zin. En het daaropvolgende scherm frustreerde hem al helemaal. ‘Lucia is momenteel niet online. Klik hier om haar een berichtje te schrijven.’ Godverdomme! Fucking miserie! Misnoegd klapte hij zijn scherm dicht en greep hij de afstandsbediening van de televisie. Het was Champions League vandaag. De match was een halfuur geleden begonnen. Het stond nog nul-nul. Een zwarte speler met een geblondeerd kapsel pakte uit met een voorzet van rechts. De aanvaller die de bal maar hoefde binnen te tikken, werd bewust onderuit gelopen. Net toen de scheidsrechter een penalty floot voor de thuisploeg, lichtte het schermpje van zijn gsm op.

14


2. ‘Bel me!’ had het gebiedend geklonken. Alleen was het niet Lucia, maar Laurens Aerts van de lokale politie geweest die gevraagd had hem te contacteren. Met flink wat tegenzin was Creten uiteindelijk naar de Prinsstraat in Wilsele gereden. Daar, op nummer 142, woonde de familie Ilsbrouckx. En een Chinese gaststudent met een naam waarvoor Creten minstens drie Duvels had moeten drinken om hem zonder fouten te kunnen uitspreken. Het was Herman Ilsbrouckx die de politie had gebeld. Hij had opgewonden geklonken en kortademig, ‘alsof hij pas de 400 meter horden had gelopen’, had de operator aan inspecteur Aerts laten weten. Nadat hij was thuisgekomen van een vergadering, had hij zijn gaststudent in de studeerkamer gevonden, helemaal in shock. Het had enkele ogenblikken geduurd voor hij besefte wat er gebeurd was en hij had toen eerst de spoeddiensten, daarna de politie gebeld. Inspecteur Laurens Aerts, die die avond dienst had, was met zijn collega Heidi Vandormael naar de woning van Ilsbrouckx gereden. Nauwelijks enkele minuten volgend op hun aankomst hadden ze John Leyssens, hoofdinspecteur van de federale politie, gebeld. Die had – om persoonlijke redenen – doorverwezen naar Creten. En dus was Creten nu op weg naar de Prinsstraat. ‘Om persoonlijke redenen’, bromde hij, terwijl hij onhandig een kauwgum uit zijn verpakking friemelde en zijn dienstwagen met zwaailicht met een flinke vaart door het verkeer laveerde. ‘Mijn

15


kloten. Hij zal weer geen goesting gehad hebben. Aan het flikflooien met zijn jonge madam. Ik ken dat. Filmpje kijken, chips en wijn op tafel en dan het vuile werk door anderen laten doen.’ Met piepende banden stopte hij voor de woning van Ilsbrouckx, waar een combi, een interventiewagen van de mug en een ambulance stonden. En nogal wat nieuwsgierigen, van wie een in een lang roze nachtkleed op rode espadrilles. Ze kwam meteen op Creten af toen hij uit zijn wagen stapte. ‘Wat is er gebeurd? Toch niets ernstigs met Herman of Svenja?’ ‘Mevrouw, ik kom net aan. Zie ik eruit als een helderziende?’ Creten liep van haar weg, richting de voordeur van de witte villa met grote carport en tot in de puntjes verzorgde voortuin. Maar de vrouw gaf niet op en klampte hem aan. ‘Ze maken nogal wat ruzie, de laatste tijd. Ik denk dat hij er een ander op nahoudt.’ Creten rukte zich los. ‘Madam!’ zei hij streng. ‘Als ik uw hulp nodig heb, zal ik wel bij u komen. In afwachting stel ik voor dat u gaat solliciteren bij de buurtpolitie op televisie. Of bij een of ander roddelblad. De kans is groot dat ze u meteen aannemen. Succes.’ Hij draaide zich om en negeerde haar verontwaardigde blik. In zijn linkerooghoek zag hij wel hoe een omstaander zich met een kamerbrede grijns wegdraaide van het tafereel. Leuke buurt hier, dacht hij en hij stapte de woning binnen, waarvan de deur op een kier stond. Net op dat moment kwamen twee ambulanciers door de brede hal richting voordeur gestapt, met tussen hen in een jongen wiens linkerhand volledig omzwachteld was. Hij verstopte zijn gezicht in de hoog opstaande kraag van zijn zwarte cardigan. Creten hield hen tegen. ‘Wat is er gebeurd?’ ‘Vingeramputatie’, zei een van de ambulanciers. ‘Koen’ stond er geborduurd op zijn jas. Het was een grote, geblokte kerel, met rossig haar en met warrige wenkbrauwen. Eigenlijk wist Creten dat al, inspecteur Aerts had het hem aan de telefoon gezegd. Die Chinees was half versuft wakker geworden

16


naast zijn piano, tot zijn afgrijzen met een vinger minder aan zijn linkerhand. ‘Heb je de vinger nog?’ De rosse kerel schudde het hoofd. ‘Uw mannen zijn ernaar op zoek, maar voorlopig is er niks te vinden. Het is nochtans belangrijk dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Replantatie kan nog, maar moet binnen vier tot zes uur gebeuren. Ik vrees er dus voor.’ ‘Heeft hij al gepraat?’ ‘Nauwelijks. Hij is in shock. Begrijpelijk.’ Creten knikte. ‘Vertrek maar, ik kom straks naar het ziekenhuis. Misschien kan ik hem dan spreken.’ ‘Is goed. Fijne avond nog, inspecteur.’ Creten knipperde even met zijn ogen. Fijne avond, dacht hij, daar had ik me toch iets anders bij voorgesteld. Onwillekeurig dacht hij aan Lucia. Voor hetzelfde geld was ze intussen met een andere kandidaat aan het chatten en was zijn kans verkeken. Verdomme, dacht hij, je zult het altijd zien. Het is me niet gegund. Hij zag de ambulanciers met de strompelende jongen naar buiten gaan en draaide zich om. ‘Dag Jos.’ Het was inspecteur Aerts, die uit een van de vertrekken kwam die rechtstreeks toegang gaven tot de hal. ‘Het is me wat!’ Hij wenkte Creten. ‘Ze hebben die kerel flink toegetakeld. Voor hetzelfde geld was hij doodgebloed. Ik denk dat mijnheer Ilsbrouckx net op tijd is thuisgekomen.’ Met Creten in zijn kielzog ging hij de aanpalende kamer weer binnen. Een ruime kamer, met in het midden een zwarte, glanzende vleugelpiano. Chris Maene, stond er in gouden letters op, vlak onder de partituurhouder. De kamer leek verder bijna overladen met schilderijen en gravures, een chaise longue in koeienvelmotief van Le Corbusier en twee Cassinafauteuils. Op een lage boekenkast van palissanderfineer met heel wat boeken, netjes van hoog naar laag gerangschikt, lag een stapeltje partituren. Een mooie orchidee, waarvan Creten twijfelde of het een echt dan wel een kunstexemplaar was, stond op een zwarte marmeren zuil.

17


Een beige, bijna kamerbreed tapijt sierde de vloer, maar was voor een deel besmeurd met donkere bloed­vlekken. ‘Stevig’, zei Creten, die naar het tapijt wees. ‘Heb je al een idee?’ ‘Die kerel – wacht even.’ Aerts keek naar zijn notities. ‘Xiao heet hij, Ji Ts’og Xiao. Hij heeft nog geen woord gezegd.’ ‘En die man die gebeld heeft?’ ‘Herman Ilsbrouckx. Hij is gastouder van die Chinees. Enfin, hij en zijn vrouw zijn gastouders. Hij kwam van een vergadering, zei hij. Hij zit in de woonkamer. Hij is compleet over zijn toeren. Hij weet ook niet wat er gebeurd is. Misschien kun jij hem een aantal vragen stellen.’ Creten knikte en hij keek op zijn horloge. De kans dat hij Lucia straks nog online zou vinden, werd kleiner met de minuut. Tenzij ze een nachtraaf was. Hij hoopte het. In de late uren werd iedereen wat minder geremd. Terwijl hij zich probeerde voor te stellen tot welke taferelen dit kon leiden, stapte hij werktuigelijk naar de woonkamer, achter inspecteur Aerts aan. Daar zat Herman Ilsbrouckx op een donkergroene zithoekbank voor zich uit te staren. De televisie, een enorm grote flatscreen, stond aan, maar het volume stond op stil. Er was een praatprogramma bezig op een zender waarvan Creten het logo in de linkerbovenhoek niet meteen herkende. ‘Mijnheer Ilsbrouckx’, zei hij terwijl hij op de man toestapte en zichzelf voorstelde. ‘Ik ben inspecteur Creten van de federale politie. Hebt u enig idee wat er zich vanavond in uw woning heeft afgespeeld?’ De man, Creten schatte hem halverwege de 50, keek nauwelijks op. Hij droeg een beige kostuum, een wit hemd en een okergele stropdas. Zijn donkerblauwe suède instappers droeg hij zonder sokken. Hij had halflang golvend haar, duidelijk geblondeerd. ‘Een drama’, zei hij. ‘Een regelrecht drama.’ ‘Wat bedoelt u, mijnheer Ilsbrouckx?’ Nu keek de man wel op. Verontwaardigd, met ogen die vuur spuwden achter de vierkante glazen van zijn helgroene bril. ‘Weet

18


u dat dan niet?’ riep hij, waarschijnlijk luider dan hij had bedoeld. ‘Ji Ts’og moest morgen zijn halve finale spelen.’ Creten keek even verward naar Aerts en dan weer naar Ilsbrouckx. ‘Een wedstrijd?’ ‘Een wedstrijd?’ De man keek Creten vol ongeloof aan. ‘Bent u van een andere planeet, mijnheer de inspecteur? Morgen beginnen de halve finales van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano. Ji Ts’og moest morgen meteen spelen. Een pianoconcerto van Mozart en een recitalprogramma met een sonate van Brahms en muziek van Debussy. En het verplichte werk. Vreselijk. Vreselijk moeilijk ook.’ Het zei Creten niet veel. De Elisabethwedstrijd, hij had er nooit naar gekeken en evenmin belangstelling gehad voor de resultaten. Klassieke muziek interesseerde hem geen moer. Maar het begon hem wel te dagen hoe dramatisch dit was. Op de vooravond van de halve finale van een pianowedstrijd werd een kandidaat van een vinger beroofd. ‘Weg, levenswerk!’ Ilsbrouckx hapte even naar adem. ‘Ji Ts’og was er helemaal klaar voor. De finale wenkte. Een fenomenale internationale carrière stond hem te wachten. Hij zou schitteren, morgenavond op het podium. En nu,’ de man schudde het hoofd en liet zijn blik zakken, ‘nu blijft er niets van die droom over. Ocharme, die jongen, ik heb echt met hem te doen. En met zijn ouders die hun hele leven in het teken van zijn studie hebben gezet. De klootzak die dit gedaan heeft mag voor mij branden in de hel.’ Zijn stem schoot uit, hij greep naar een zakdoek in zijn rechterbroekzak, veegde eerste wat tranen uit zijn ooghoeken – Creten vroeg zich af of ze er wel echt waren – en snoot vervolgens zijn neus. ‘Wie doet nu zoiets?’ De man schudde voor de zoveelste keer het hoofd. ‘Dat is precies wat wij ook willen weten’, reageerde Creten, die veelbetekenend naar zijn collega van de lokale politie keek. ‘Hebt u enig idee? Bent u er trouwens zeker van dat de man niet zelf de dader is?’

19


Ilsbrouckx ontplofte bijna, sprong half overeind, maar liet zich haast onmiddellijk weer op de sofa vallen. ‘Bent u helemaal knettergek!’ riep hij uit. ‘Hoe haalt u het in uw hoofd? Waarom zou iemand op de vooravond van een bloeiende carrière zoiets doen? Zichzelf verminken, komaan! Wie gaat dat nu doen!’ Creten bleef rustig, schraapte zijn keel en keek met opgetrokken wenkbrauwen naar Laurens Aerts, die zijn lippen tuitte, benieuwd of en hoe Creten zou reageren. ‘Jammer genoeg veel mensen, mijnheer Ilsbrouckx. U wilt niet weten hoeveel jonge mensen zichzelf verminken. Maar liefst een op de tien jongeren geeft toe zich al eens opzettelijk te hebben verwond. Dat kan gaan van krassen, zichzelf slaan, hoofdbonken. Met in extreme gevallen heel ernstige verwondingen.’ Hij wachtte even voor hij verder ging en zag hoe Ilsbrouckx op zijn bovenlip beet. ‘Naar de oorzaken is het niet ver zoeken. Veel jongeren kampen met een negatief zelfbeeld, ze voelen zich niet goed in hun vel, ze worden misschien gepest. Of ze lijden onder onnoemelijk veel stress. Moet ik er een tekeningetje bij maken?’ Ilsbrouckx blies zijn wangen bol en gesticuleerde met beide handen. ‘Ji Ts’og heeft geen stress. Enfin, uiteraard is hij wel overspannen, maar niet in die mate dat hij zichzelf zo zou verminken. Daar steek ik mijn hand voor in het vuur.’ ‘Dat zou ik niet doen, mijnheer Ilsbrouckx. Eén verminkte hand voor vanavond volstaat.’ Hij besefte meteen dat zijn uitspraak hoogst ongelukkig was, maar negeerde de boze blik van Ilsbrouckx en het verbouwereerde gezicht van Aerts, die de hele tijd met open mond had geluisterd. Onverstoorbaar ging hij verder met zijn betoog. ‘Toch kunnen we het niet helemaal uitsluiten, tot we met uw gast hebben gepraat.’ ‘Hebt u iets aan Ji Ts’og gemerkt de laatste dagen? Gedroeg hij zich anders? Nerveuzer? Was hij bang? Heeft hij u iets verteld over mogelijke bedreigingen?’ Het was Aerts, die zijn moment gekomen achtte om deel te nemen aan het gesprek. ‘Dat hebt u me daarstraks al gevraagd’, reageerde Ilsbrouckx.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401482776 by Uitgeverij Lannoo - Issuu