Skip to main content

9789401481762

Page 1

JAN PEUMANS EEN ZACHTE ANARCHIST


JAN PEUMANS Wim Peumans

EEN ZACHTE ANARCHIST


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Studio Lannoo Vormgeving: Wim De Dobbeleer i.s.m. Banananas Foto’s: privécollectie Jan Peumans tenzij anders vermeld Foto front cover: © Jimmy Kets Foto back cover: © Miep Peumans © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 en Wim Peumans D/2019/45/204 – ISBN 978 94 014 5239 7 – NUR 697/740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud

Woord vooraf – Christophe Deborsu Proloog – Wim Peumans

7 9

De Vlaamse Beweging en de familie Peumans: een voorgeschiedenis

15

Van amnestie tot Leuven Vlaams: opgroeien in de jaren 1950 en 1960

43

3

Marxist, milieuactivist en flamingant

75

4

De minister-president van Riemst en de hobbelige weg naar Vlaams zelfbestuur

105

‘Op het scherp van de sjerp’: burgemeesterschap tijdens de Volksunie-crisis

135

1

2

5

6

Met de Nieuw-Vlaamse Alliantie in het Vlaams Parlement 171

7

De eerste burger van Vlaanderen

203

8

Volgende bestemming: republiek Vlaanderen

249

Epiloog – Ze zullen hem niet temmen

279

Dankwoord Bronnen Namenregister

289 293 297


Woord vooraf – Christophe Deborsu ‘Ik denk er soms aan naar Wallonië te verhuizen.’ Dat zegt Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement en Vlaams-nationalist pur sang in 2010 in een interview met Knack. Voor zo’n sympathieke meneer, die op de koop toe trouwde op 21 juli, schrijf ik met plezier een voorwoord. Dit knappe boek werd geschreven door Jans eigen zoon, merkwaardig voor een biografie. Nochtans is het geen hagiografie, verre van. Zo leren we dat de bekendste inwoner van Herderen ‘een potentaat was in zijn jeugdjaren’, toch volgens leden van de Werkgroep Leefmilieu Riemst. Jan Peumans beschouwt zichzelf als een ‘ambetanterik’. Ook de collaboratiegeschiedenis van Jans familie tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt niet gemeden. Bernadette Soubirous – van de grot van Lourdes en de maagd Maria – zei ooit: ‘Wat mij in een biografie vooral interesseert, zijn niet de heldendaden maar de spanningsvelden.’ Dit boek zou de heilige Bernadette bevallen. De heilige uit Antwerpen, Bart De Wever, doet er een schepje bovenop: ‘Zoals Jan heb je er misschien één nodig in je partij, maar geen drie.’ Door de barsten schijnt het licht binnen. En lichtpunten zijn er bij de vleet in Jan Peumans’ politieke carrière. Het begon bij AMADA, zoals heel Vlaanderen ondertussen weet, Alle Macht Aan De Arbeiders. Daarna koos hij voor de milieubeweging om uiteindelijk via Jaak

7


Gabriels bij ‘Alle macht aan Vlaanderen’ te belanden: eerst de Volksunie, dan N-VA. Jan is een politicus met veel gezichten. Na een debat met Jan op RTL fluisterde een parlementslid van Ecolo me toe: ‘Wie kan die mens iets kwalijk nemen? Met alle watertjes die hij doorzwommen heeft, met zijn zin voor nuance, is hij de enige aaibare ­figuur bij de N-VA.’ Zelfs links is lovend. Trouwens, links is hij altijd (minstens een beetje) gebleven. En dan is er de voorliefde van deze Limburger voor Wallonië. ‘Als reïncarnatie bestaat, kom ik terug als Waal’, zegt de man die de dalai lama drie keer ontmoette. Een paar jaar geleden vertoefde ik in een Ardense gîte met Annick, mijn vrouw. En wie zag ik aan de ontbijt­ tafel? Jan, natuurlijk. Een leuke ontmoeting, zoals altijd, ondanks zijn rauwe stem en zijn immer norse blik. Kijk naar zijn ogen, daar zit de vonk. En de deugnieterij. Als zijn Frans nog iets beter was geweest, was heel Wallonië – laat ons zeggen, een groter deel dan nu – in de ban van hem en zijn partij. Dit werk is een afscheid van de nationale politiek. Jan Peumans vertrouwde me ooit toe: ‘Voor ik sterf, wordt Vlaanderen onafhankelijk.’ Ik gun het hem. En hiermee ga ik afsluiten. Want mijn moeder weet niet dat ik dit voorwoord schrijf. ‘Voor een N-VA ’er, je denkt er toch niet aan?’ Een echte flamingant, inderdaad. De vriendelijkste onder hen, dat wel. Hier is zijn levensverhaal. Pardon, maman. Maar ik heb dit boek zo graag gelezen.

8 jan peumans, een zachte anarchist


Proloog – Wim Peumans ‘Nee, ik wil de biografie van mijn pa niet schrijven. Dat lijkt me maar niks.’ ‘Het lijkt me net een geweldig idee. Waarom niet?’ Najaar 2015, Riemst. Mijn echtgenoot Jan en ik wonen op dat moment tijdelijk bij mijn ouders en zitten met hen aan tafel. Ik weet niet meer hoe het komt dat mijn echtgenoot het idee half grappend lanceert, maar mijn vaders antwoord is meteen duidelijk: ‘Daar heb ik geen zin in! En trouwens, wie zit er op mijn biografie te wachten?’ Ook ik sta er niet om te springen: ‘Mijn hoofd staat er totaal niet naar. Ik wil eerst mijn nieuwe job aan de universiteit in Johannesburg overleven en een ander boek afwerken.’ Maar weken en maanden verstrijken. Het idee heeft zich op een of andere manier in mijn hoofd genesteld. Wie is mijn vader eigenlijk? Wat voor mens is hij? Hoe werd hij de persoon die hij vandaag is? Wil niet iedereen op een bepaald moment meer te weten komen over de mensen die hem of haar hebben opgevoed, over de familiegeschiedenis? Of laat je het verleden soms beter voor wat het is? Najaar 2016, IJssalon Venezia in Maastricht, de achtertuin van Riemst. Met voorbedachten rade heb ik mijn ouders naar hier gelokt. Terwijl we onze bestelling afwachten – poffertjes, koffie en chocolademelk –

9


steek ik van wal: ‘Ik heb er lang over nagedacht en het lijkt me toch een goed idee om jouw levensverhaal te schrijven.’ Stilte. Mijn vader vraagt: ‘Heb jij het vak historische kritiek wel gehad? Je weet wel, om te kunnen refereren en van die zaken.’ ‘Meen je dat nu? Ik heb net een doctoraat gehaald. Bronnen citeren zal wel lukken!’

De zoon van De biografie kende een lange incubatietijd, waarvan ik me niet bewust was. In februari 2010 staat er in grote letters ‘De Pijn van Peumans’ op de voorpagina van Knack. Ik sta aan de grond genageld als ik het weekblad zie liggen. De ondertitel maakt het nog erger: ‘Mijn kinderen werden voor zwartlappen uitgescholden.’ Het artikel onthult een duistere bladzijde uit de familiegeschiedenis waar ik op dat moment weinig tot niets over weet. Ik begon mijn eigen vader te interviewen. Tijdens zo’n dertig gesprekken probeerde ik te grasduinen in zijn herinneringen. Het was een aparte ervaring en niet altijd even makkelijk. Gelukkig kon ik ook rekenen op publieke archieven, zoals het Studie- en Documentatie­ centrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (Rijksarchief), het archief van Het Belang van Limburg in de Provinciale Bibliotheek Limburg, het archief van De Limburger in de Bibliotheek Maastricht en het archief van de minderbroeders in KADOC (KU Leuven). En natuurlijk is er ook zijn uitgebreide persoonlijke archief met documentatie, persoonlijke en professionele briefwisseling, persartikels en dagboeken. Bij momenten voelde ik me wat ongemakkelijk bij deze inzage: de brieven die mijn ouders naar elkaar schreven toen ze jong waren – wíl ik die eigenlijk wel lezen? Het boek was op veel vlakken een persoonlijke trip down memory lane. Tussen de vele documenten in het persoonlijk archief vond ik bijvoorbeeld een brief, gericht aan mijn vader

10 jan peumans, een zachte anarchist


door mijn tienjarige zelf. Net voor ik naar bed moest, wens ik mijn vader een goede werkreis naar Portugal. Ik herinner me inderdaad dat hij veel afwezig was en bijzonder lange werkdagen had. Soms was het schrijven van dit boek emotioneel. Als ‘zoon van’ had ik unieke toegang tot en inzichten in het leven en verleden van Jan, wat me toelaat op een levendige en geëngageerde manier zijn verhaal te vertellen. Door het neerpennen van zijn verhaal was mijn vader niet meer enkel mijn vader, maar werd hij Jan, een mens van vlees en bloed, met goede en slechte kanten. Als kind had ik de neiging om, als een fly on the wall, mee te luisteren naar gesprekken tussen volwassenen – misschien een voorbode van mijn toekomst als antropoloog. Wanneer mijn vader het over politiek had, passeerden dezelfde namen vaak de revue: Jaak Gabriëls, Johan Sauwens en Frieda Brepoels. Voor hen was ik ‘Wimmeke’, de jongste nakomeling van Jan, geboren tijdens de periode dat ze elkaar leerden kennen en nauw begonnen samen te werken. Meer dan dertig jaar later zocht ik hen op. In totaal interviewde ik meer dan 75 mensen, in levenden lijve, telefonisch of per e-mail: mijn moeder, broers en zus, Jans broers en zussen, voormalige medestudenten, (ex-)collega’s en medewerkers, journalisten en politieke mede- en tegenstanders zoals onder meer Geert Bourgeois, Bart De Wever, Linda De Win, Béatrice Delvaux, Huub Broers, Marleen Vanderpoorten, Joris Vandenbroucke, Lode Vereeck en vele anderen. Gebeurtenissen die ik voorheen vooral door de ogen van mijn vader bekeek, werden aangevuld met de perspectieven van vele anderen. Soms lopen deze perspectieven in elkaar over, soms gaan ze tegen elkaar in. Rest de belangrijke vraag: hoe schrijf je als zoon een biografie van je vader? Een biografie mag geen hagiografie of uitgebreide lofzang zijn – dat interesseert niemand. Ik kan er niet omheen dat ik ‘de zoon van’ ben en dat dit een invloed heeft op dit werk. In het boek komen de

Proloog

11


‘andere zijde van het verhaal’ en kritische stemmen dan ook voldoende aan bod. Als doctor in de antropologie heb ik de nodige training gehad om om te gaan met het spanningsveld tussen objectiviteit en subjectiviteit. Een antropoloog vindt het belangrijk om ‘subjectiviteit’ expliciet te maken eerder dan het weg te moffelen, zoals vaker gebeurt. Een belangrijke rol is weggelegd voor het principe van reflexiviteit: constant oog hebben voor je eigen persoonlijke achtergrond tijdens het onderzoek en voor hoe deze mechanismen meespelen in de interpretatie van je gegevens. Je staat niet buiten de werkelijkheid die je onderzoekt, je maakt er deel van uit. Erkennen dat subjectiviteit deel uitmaakt van elk onderzoek is erkennen dat als iemand anders dit boek geschreven had, hij of zij andere aspecten zou belichten of andere accenten zou leggen. Het helpt dat mijn vader en ik politiek niet op dezelfde golflengte zitten. Het maakt het zeker gemakkelijker om kritische vragen te stellen.

Het verhaal van Jan Peumans Dit boek verweeft Jans persoonlijke levensverhaal met de belangrijkste tendensen en gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, het Vlaams-nationalisme en Vlaanderen van de afgelopen eeuw. Jan is zowel toeschouwer als deelnemer in deze geschiedenis. Zijn leven is geen losstaand gegeven, maar een aanknopingspunt met ruimere historische en politieke processen. Met bijna 64.000 voorkeursstemmen bij de verkiezingen van 2014 is Jan een populair politicus met aanzien over partijgrenzen heen. Lokaal en provinciaal draait hij al lang mee. Maar op nationaal vlak is hij een politieke laatbloeier, die toch snel zijn persoonlijke stempel weet te drukken, eerst als Vlaams Parlementslid, later als voorzitter van het Vlaams Parlement.

12 jan peumans, een zachte anarchist


De overtuigd Vlaams-nationalist blijft een dissident figuur met een uitgesproken en dwarse mening, die uitgebreid en ongezouten in het boek aan bod komt. Het gaat onder andere in op de invloed van de collaboratie en de moord op Jan Peumans’ oom Jules; waarom Jan voor de Volksunie koos en niet voor Agalev; waarom hij bijna 30 jaar lang eerste opvolger was en pas op 53-jarige leeftijd in het parlement komt; het feit dat Jan tijdens de Limburgse Visa-affaire wilde stoppen met politiek; hoe hij niet één, maar twee keer naast een ministerambt greep; waarover een republikein met de koning spreekt; zijn visie op de ontwikkeling en de huidige koers van N-VA en de plaats van progressieve stemmen binnen de partij; welke uitdagingen Vlaanderen en de vorming van een onafhankelijke Vlaamse republiek staan te wachten. Het leven van Jan Peumans. Politicus in hart en nieren. Voormalig marxist en milieuactivist. Walloniëliefhebber en tegelijk Vlaamsnationalist. Notoir dwarsligger. Einzelgänger en loyaal partijsoldaat. Een zachte anarchist. Maar voor mij, gewoon, mijn vader.

Proloog

13


1

De Vlaamse Beweging en de familie Peumans: een voorgeschiedenis

De Vlaamse Beweging en de familie Peumans


‘Daarom deden ze mij een strop om den hals. Ze gaven me eerst zeven, dan vijf minuten tijd om te antwoorden. Ik behield mijn kalmte en stilzwijgendheid en meende zeker dat mijn laatste uur geslagen was. Daar ik niet antwoordde, trok een zekere Gerard Stassen van Tongeren de strop dichter. Het laatste wat ik kon uitbrengen was “Mijn Jezus barmhartigheid.”’

– Gertrudis Peumans, echtgenote van Jules, de vermoorde oom van Jan Peumans


Woensdag 22 december 1943, een koude winterdag, enkele dagen voor Kerstmis. Het is middag in het Haspengouwse dorp Herderen. Zeventig kinderen in schooluniformen rennen uitgelaten rond op de speelplaats van de lagere school. Ze voetballen, spelen tikkertje en staan in kleine groepjes te praten. De veertigjarige schoolmeester Jules Peumans, wiens zonen Renaat en Willy ook op het plein rondlopen, houdt een oogje in het zeil. Je zou bijna vergeten dat Europa zich al drie jaar in een gruwelijke oorlog bevindt. De Belgische regering is naar Londen gevlucht. De bevolking lijdt onder het harde bestuur van de Duitse bezetter, een bezetting die Jules als lid van het VlaamsNationaal Verbond (VNV) actief steunt.

‘Zijn leven was één dienst, één strijd, één offer’ Het vredige tafereel is misleidend. Limburg is, net als de rest van België, in de greep van geweld dat wild om zich heen grijpt. In december alleen schrikken veertien moorden de provincie op. Justitie en bezetter doen amper moeite om de moordenaars op te sporen. In de Limburgse dorpen speelt zich een burgeroorlog af tussen de zogenaamde ‘zwarten’, aanhangers van de collaboratie, en ‘witten’, aanhangers van het verzet. Herderen staat bekend als ‘Klein-Berlijn’, omdat er in vergelijking met andere dorpen disproportioneel veel ‘zwarten’ wonen.

De vlaamse beweging en de familie peumans

17


Twee verzetsstrijders – hun identiteit is nooit definitief bevestigd, sommige bronnen vermelden de namen August Convents en Lucien Neven – houden het tafereel in de gaten. Een van hen loopt de speelplaats op. Op minder dan twee meter van Jules haalt hij een revolver boven en lost twee schoten in Jules’ rug. Meester Jules strompelt naar de overkant van de speelplaats, waar zijn twaalfjarige zoon Renaat aan de grond genageld staat. Hij valt neer aan Renaats voeten en maant hem aan zo snel mogelijk naar huis te vluchten. Met moeite komt Jules overeind en hinkelt naar de overkant van de speelplaats, waar hij op de vuist gaat met zijn belager. Renaat rent naar buiten, waar een andere man met een mitraillette staat. Jules is ondertussen het schoolgebouw binnengestrompeld om een geweer te zoeken. Terwijl Renaat zijn moeder en broer op de hoogte brengt van wat er gebeurd is, hoort hij in de verte opnieuw schoten. Alle hulp komt te laat. Dokter Janssen voert Jules in zijn auto nog naar Tongeren, waar de schoolmeester later dezelfde dag overlijdt. Maandag 27 december 1943. Op de begrafenis van meester Jules Peumans wordt de doodskist, gedrapeerd met een Vlaamse Leeuw, geflankeerd door leden van de Vlaamse Wachtbrigade, een paramilitaire tak van het VNV. De moord op hun medekompaan lijkt de VNV’ers te sterken in hun autoritaire en nationalistische overtuiging. Enkele omstaanders brengen zelfs een nazigroet als een laatste eerbetoon aan de overledene. Ook het doodsbriefje windt er geen doekjes om: ‘Hij was een idealist. Zoo geboren, zoo gevormd: zijn leven was één dienst, één strijd, één offer: hij wilde zijn volk groot, vrij, kristelijk zoals dat ligt in de natuurlijke orde van Gods scheppingswerk. (…) Hij leerde de jeugd hoe een Vlaming leeft en strijdt voor zijn volk, hij leerde diezelfde jeugd hoe men sterft voor datzelfde volk, ook al weegt het op onbegrip, als een historische banvloek op dezen wien het offer wordt gebracht.’ In Herderen is de sfeer gespannen. De Vlaamse Wachtbrigade patrouilleert in de straten met een geweer in de aanslag. Het VNV zint op wraak. Onder leiding van officier Blommaert

18 jan peumans, een zachte anarchist


arresteert de Vlaamse Wachtbrigade de witte Herderse gemeente­ secretaris Boursky samen met een zestigtal andere gijzelaars. Boursky wordt in elkaar geslagen in de hoop dat hij de namen van verzetsstrijders zou lossen. Het Belang van Limburg schrijft: ‘Na een half uur was de arme man uitgeput. Een gapende wonde in de dij en twee gebroken ribben in den rug deden hem erg lijden. Toen de honden gisten dat er ribben gebroken waren, kwamen al hun vuistslagen en stampen op die gebroken ribben geconcentreerd, zoodat Boerski meermaals buiten kennis terug naar zijn cel diende gedragen te worden.’ Ook de weduwe van Jules, Gertrudis, blijft niet gespaard van het verzetsgeweld, al heeft het in haar geval geen dodelijke afloop. In september 1944 dringen enkele gewapende mannen binnen in haar huis. Ze nemen alles wat bruikbaar is mee en ontvoeren Gertrudis, onder bedreigingen van verkrachting, naar het kasteel van Betho in Tongeren. Na de oorlog laat ze daarover in een verklaring optekenen: ‘Verschillende malen werd ik in mijn rug gestampt en in mijn gezicht geslagen. Daar werd ik met andere gevangenen in den kelder opgesloten’.

Het mergelland van Vlaanderen 7 juli 2017. Een warme zomerdag in Herderen. Jan Peumans staat op het kruispunt van de Maastrichterstraat en de Tolstraat. Meer dan zeventig jaar geleden vluchtte zijn neef Renaat langs deze plaats in allerijl naar huis terwijl zijn vader, Jans oom, in een bloederig gevecht verwikkeld was met zijn moordenaars. Het dorp ligt op een heuvel. Jan kijkt uit op de velden en akkers rond Val-Meer en daarachter het Waalse Bassenge. Op deze zonnige dag lijken de zwarte bladzijden uit de geschiedenis van het dorp een ver verleden. Anno 2017 is er geen spoor meer van de strijd tussen collaboratie en verzet, die het dorp beheersen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch zinderen de scherpe tegenstellingen uit de oorlog nog decennialang na. De moord op Jules

De vlaamse beweging en de familie peumans

19


Peumans heeft direct en indirect een invloed op het leven van Jans familie, op Jans eigen leven en de keuzes die hij maakt. Jans vader vindt in de moord op zijn broer een extra motivatie voor zijn Vlaamsnationalistische overtuiging. Die overtuiging stelt hij centraal in de opvoeding, in de waarden en normen die hij wil doorgeven aan zijn kinderen. In dit landelijke dorp, met zijn rijke en bij momenten woelige verleden, begint het verhaal van Jan Peumans. Hier liggen zijn wortels. Herderen maakt pas sinds de gemeentelijke fusie van de jaren 1970 deel uit van Riemst, samen met negen andere gemeenten. De gemeente ligt in een grensgebied, dicht bij de huidige grens met Nederland en aan de provincie- en taalgrens. Vanwege haar uitgebreide stelsel van mergelgroeven staat dit glooiende landschap bekend als het ‘mergelland van Vlaanderen’.

De Vlaamse Beweging en de familie Peumans ‘Mijn familie maakte de laatste vijfhonderd jaar van de geschiedenis van deze streek van dichtbij mee’, vertelt Jan. ‘De stamboom van de familie Peumans gaat terug tot 1580 en bestaat uit drie takken.’ Een tak komt uit Millen, een andere deelgemeente van Riemst, vijf kilometer verderop. ‘Een zekere Jan de Oude van Millen vat het plan op om naar Herderen te verhuizen. Twee andere takken verspreiden zich naar Tongeren en Antwerpen, in het laatste geval om een bakkerij te starten.’ Een paar eeuwen later, in 1875, wordt ‘Oma’ Antonia Peumans (‘Nie van Kuesses’) geboren binnen een rijke boerenfamilie. Haar man, ‘Opa’ Willem Peumans (‘Wum van Lenardes’), komt uit een armere boerenfamilie. Willem en Antonia zijn halfneef en -nicht, een gangbaar huwelijksgebruik rond de eeuwwisseling. Wanneer de twee in 1901 in het huwelijksbootje stappen, hebben het zeventigjarige België en de Vlaamse Beweging al een grillige geschiedenis achter de

20 jan peumans, een zachte anarchist


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401481762 by Uitgeverij Lannoo - Issuu