Marc Coenen
WAT HEB IK FOUT GEDAAN ?
www.kritak.be
Kritak maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, Marc Coenen, 2021 Vormgeving: Tinxz (Filip Coopman) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en /of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. D/2021/45/458 isbn 978 94 0148 129 8 nur 600
Voor alle brandweermannen die, waar ook ter wereld, zijn omgekomen in bevolen dienst.
INHOUD
Woord vooraf 9 Inleiding 15 Hoofdstuk 1: Vierentwintig uren uit het leven van een brandweerofficier 27 1. Zaterdagochtend 10 augustus 2019. 11:00 AM 28 2. Zondagnacht 11 augustus 2019. 2:00 AM 30 3. Van goed gebouwd naar kapot gerenoveerd 31 4. Eerdere interventies in het pand 34 5. Zondagnacht 11 augustus 2019. 2:18 AM 36 6. Zondagnacht 11 augustus 2019. 3:08 AM 50 7. Zondagochtend 11 augustus 2019. 11:00 AM 60 Hoofdstuk 2: Lessen uit de brand 61 1. Achteraf weet je alles op voorhand 62 2. Is zien geloven of geloven zien? 68 3. Denken overdenken. Graag traag of liever snel? 74 4. Van informatie naar misleiding 78 5. Herkennen doet beslissen 83 6. Wetenschapstheorie binnen de brandweer 90 7. Is denken doen of doen denken? 103 8. De mismatch tussen brein en omgeving 111 9. Niets menselijks is ons vreemd 120
Hoofdstuk 3: Een brein op drift 129 1. Intuïtie in de praktijk 131 2. De ontdekking van het brein 141 3. Het onbewuste en het bewustzijn 148 4. Op interventie met de handrem op 157 5. Een theorie meer of minder 164 6. Ben ik gek aan het worden? 175 7. Posttraumatische groei in de middeleeuwen 188 8. Black Lives Matter 202 Nawoord 213 Dankwoord 217 Woordverklaring 223 Selectieve bibliografie 229
WOORD VOORAF
D
ie noodlottige nacht in augustus 2019 was ook ik in Beringen. Alles begint met een oproep in de vroege uurtjes van de nacht. Met nog een beetje slaap in de ogen vertrek ik samen met enkele collega’s vanuit de brandweerkazerne van Lommel richting Beringen. In het kader van het grootwatertransport gaan we met onze tankwagen mee de bevoorrading van de blusvoertuigen op de plaats van interventie verzorgen. Tijdens het aanrijden maak ik me een voorstelling van het scenario dat ons in Beringen staat te wachten. Onze tussenkomst gaat ongetwijfeld lang duren, en zoals gewoonlijk gaan we zelf geen vuur zien. We zullen zeker de gelegenheid hebben om een praatje te slaan met de collega’s van de andere Limburgse kazernes, die eveneens met hun tankwagen onderweg zijn naar Beringen. Al bij al best wel een rustige interventie. Bij aankomst ontplooien we onze middelen, waarna we te horen krijgen dat er vermoedelijk nog twee brandweermannen onder het puin bedolven liggen. Een derde collega is met ernstige brandwonden afgevoerd naar het ziekenhuis. Die boodschap komt hard binnen. Dit is niet volgens het draaiboek. - 9 -
Woord vooraf
Later die nacht kom ik collega Marc Coenen tegen op de plaats van interventie. Ik besef dat hij eerder die nacht als officier van dienst moet zijn opgeroepen. Hij zit er helemaal door. Dieper in de put kan je niet zitten. Hij kampt met een enorm schuldgevoel, en weet totaal geen raad meer met zichzelf. Ik tracht hem enkele woorden van troost aan te bieden, maar hij lijkt niet meer aanspreekbaar te zijn. Hij dwaalt. Later die ochtend scheiden onze wegen. Hij gaat naar een debriefing, en ik keer terug naar Lommel. In de namiddag probeer ik Marc telefonisch te bereiken. Na vele pogingen heb ik hem eindelijk aan de lijn. Het telefoongesprek is ronduit bizar. Voorzichtig probeer ik duidelijk te maken dat hem nog een moeilijke tijd te wachten staat. Zo’n interventie een plaats geven is geen sinecure. Maar mijn woorden lijken geen vat op hem te hebben. Hij lijkt nog niet ten volle te beseffen wat er die nacht is gebeurd, en hem nog allemaal te wachten staat. De volgende dag bel ik hem opnieuw. Zijn reactie is totaal anders. Een stortvloed van woorden overvalt mij, en ik krijg er geen speld tussen. De dagen na de interventie ervaar ik een Marc die mij totaal vreemd is. We telefoneren bijna dagelijks, maar het is steeds éénrichtingsverkeer. Hij praat, en praat, en blijft maar praten, en ik krijg niet de kans om ook maar iets te zeggen. Ik maak me hoe langer hoe meer zorgen over hem. En met reden, want ik raak allang niet meer wijs uit al die rare dingen die hij zit te verkondigen. Eén van zijn gekke ideeën is zelfs een boek schrijven over de interventie. Net of de wereld daar nu op zit te wachten! En kijk nu eens, volgens mij mag het resultaat er best zijn. Het eerste deel leest als een scenario van een Hollywood-film. Hoe brandweerofficieren beslissingen nemen op interventies diept hij uit in deel twee. Met talrijke voorbeelden toont hij overtuigend aan dat dit proces vrij eenvoudig kan ontsporen met alle dramatische gevolgen van dien. Zijn beleving van de dagen na - 10 -
Woord vooraf
de interventie koppelt hij in deel drie aan een duizelingwekkende trip door de geschiedenis, die ons van het heden via een tussenstop in de middeleeuwen naar het rijk van de farao’s voert, en terug. Met hier en daar een vleugje humor schets hij een accuraat beeld van de talloze valkuilen inherent aan het intuïtieve denkproces dat ieder van ons gebruikt, telkens we in het leven van alledag beslissingen nemen onder tijdsdruk of stress. Ik vind zijn wild idee van toen allang niet meer zo gek. Walter Cuypers Brandweerofficier Hulpverleningszone Noord-Limburg
- 11 -
sedulo curavi, humanas actiones non ridere, non lugere, neque detestari, sed intelligere Met zorg heb ik er mij op toegelegd, menselijk handelen niet te bespotten, niet te betreuren, ook niet te verachten, maar te begrijpen. Benedictus de Spinoza
- 13 -
INLEIDING
My heart says one thing. My head says another. Very hard to get your heart and head together in life. Woody Allen
- 15 -
Inleiding
D
it werk handelt over de noodlottige brand die op zondagnacht 11 augustus 2019 in een verlaten winkelpand op de Koolmijnlaan in Beringen-Mijn heeft gewoed. Een brand die helaas meerdere levens heeft verwoest. Die nacht trad ik op als officier van de brandweer. Op mijn netvlies staat het beeld gebrand van wanneer ik die ochtend de plaats van interventie verlaat: twee tenten van de brandweer tegen de achtergrond van een zwartgeblakerde ruïne. In de tenten liggen twee collega’s van mij, die ik eerder die nacht had gevraagd het winkelpand binnen te gaan om er eventuele bijkomende brandhaarden op te sporen en af te blussen. Beiden zijn overleden. Wanneer ik van de plaats van interventie word weggebracht, was ik al meerdere uren verdwaald in mijn hoofd. Altijd kwam die ene vraag terug: Wat heb ik fout gedaan? In de maanden na het incident ben ik me, om toch enigszins uit die schuldvraag te geraken, gaan verdiepen in werken van wetenschapsfilosofen, historici, genetici, moleculaire neurobiologen, gedragsbiologen, psychologen en nog enkele winnaars van de Nobel- en/of Ig Nobelprijs in de hoop te achterhalen hoe die interventie zo dramatisch kon eindigen. Het resultaat van die zoektocht langs alle mogelijke en onmogelijke wetenschappelijke disciplines ligt nu voor jou. Ik heb dan heel wat werken over het brein en zijn werking doorgenomen, maar het word document Oh happy day op mijn computer is veruit de belangrijkste bron van dit boek. Het document is genoemd naar een gos - 16 -
Inleiding
pelsong van The Edwin Hawkins Singers uit 1968. Zoals zoveel mooie dingen in het leven, ben ik daar en stoemelings opgestoten. Ik kan me het precieze moment nog levendig herinneren. Op een zondagvoormiddag kom ik met mijn zonen Jonathan en Matthias terug van één van hun voetbalwedstrijden. Zoals steeds rijd ik de wagen achteruit de oprit op. Ik doe dat altijd, want het is veel gemakkelijker vooruit uit te rijden na een oproep van de brandweer. Radio 1 staat aan. Ja, ik kan er niets aan doen. Ik ben een meerwaardezoeker, en tot grote ergernis van de overige leden van het gezin, luister ik naar Radio 1. Een van de afspraken met mijn zonen is dat als papa taxi van dienst is, ik de radiozender kies, en dat is altijd Radio 1. Tenzij de meerwaarde echt ver zoek is, en geloof me, dat gebeurt weleens. Terug naar mijn oprit. We zijn nog geen maand na de fatale brand. Bij mij is alles hormonaal nog lang niet terug op zijn normaal peil. Waar vroeger alles rede, rede en nog meer rede was, ben ik nu de speelbal van emoties, emoties en nog meer emoties. Ik krijg er kop noch staart aan. Het lijkt alsof de verdedigingsmuur rond mijn brein met de grond is gelijkgemaakt, en alles nu zonder de minste weerstand kan binnenkomen om mij in de kern van mijn wezen te raken. Ik worstel met een schuldgevoel zoals ik er nog nooit één heb gehad, en er ook nooit nog één hoop te krijgen. Op dat moment speelt op Radio 1 de gospelsong Oh Happy Day van The Edwin Hawkins Singers. Het nummer slaat in als een bom. De lyrics lijken als het ware op mijn lijf te zijn geschreven. Ondanks een korte loopbaan binnen de katholieke kerk als misdienaar, ben ik allesbehalve een vaste kerkganger en niet bepaald standvastig in het geloof. Maar op dat moment slaat dat nummer spijkers met koppen. Het moet inderdaad een mooie dag zijn wanneer Jezus al je zonden wegwast. Met de tijd is het word document Oh happy day uitgegroeid tot het meest omvangrijke document op mijn computer. Ruim - 17 -
Inleiding
112 pagina’s tekst die de periode van 11 augustus 2019 tot 14 augustus 2020 beslaat. Naarmate augustus 2020 nadert, komen er steeds minder ingaven bij en worden ze alsmaar korter. Op het eerste gezicht is het document niets ongewoon. Ik ben ongetwijfeld niet de eerste persoon, en zal zeker niet de laatste zijn, met een acute stressstoornis of een andere hapering van het brein die zijn of haar probleem letterlijk van zich afschrijft, en zo en cours de route ook nog een schrijfneurose ontwikkelt. Bij mij speelde er allicht nog iets anders. Dat is althans wat mijn bewustzijn mij wil doen geloven. Van opleiding ben ik doctor in het oude Nabije Oosten, egyptologie. Ja, op een blauwe maandag heb ik aan de Katholieke Universiteit Leuven nog een proefschrift geschreven over een obscuur type dodentekst uit Grieks-Romeins Egypte. Mijn eerste kennismaking met dat type tekst was begin jaren ’90 in het bureau van de professor egyptologie, die optrad als de promotor van mijn licentiaatsverhandeling. Hij was net terug van een bezoek aan Nederland en thuisgekomen met de catalogus van het Huis van het boek in Den Haag. Op de man af vroeg hij mij of ik Denon kende. Ik weet nog helder wat mijn eerste gedachte was. Op dat moment luisterde ik nog niet naar Radio 1, maar naar een vrije radio uit het Leuvense. Tja, het verstand komt pas met de jaren. Een supermarkt had behoorlijk wat geld geïnvesteerd in radioreclame, want om de haverklap hoorde je een spotje dat eindigde met de woorden: “Kwaliteitsvoeding Denon, in de Brusselsestraat met parking in de Wieringstraat.” Onbewust verwerken we meer reclame dan we denken. Bijna had ik het spotje woordelijk gereciteerd in antwoord op de vraag van de professor. Iets in mij — allicht mijn intuïtie — vertelde me dat dit zeker niet het antwoord zou zijn waarnaar hij op zoek was. En zijn gevoel voor humor — meer bepaald voor mijn flauwe humor — kon ik op dat moment niet inschatten. Ik besloot me dan - 18 -
Inleiding
ook maar wijselijk op de vlakte te houden en voor het veilige “Neen, ik ken hem niet.” te kiezen. Een gemiste kans. Die dag deed samen met een obscuur type dodentekst, dat voor meerdere jaren mijn leven zou gaan domineren, de Franse diplomaat, ambassadeur, schrijver, kunstenaar, directeur van het Louvre maar vooral womanizer Dominique-Vivant Denon (17471825) zijn intrede in mijn leven. De dodenteksten uit Grieks-Romeins Egypte zijn ondertussen allang uit mijn leven, maar Denon is gebleven. Op zijn 51ste wist hij via Joséphine de Beauharnais een plaats te versieren in de Commission des Sciences et des Arts à l’Armée de l’Orient, die haar echtgenoot Napoleon Bonaparte in het kielzog van zijn invasieleger mee naar Egypte ging sturen. Maar deze embedded oorlogsverslaggever avant la lettre kwam die dag niet alleen in mijn leven, hij bracht een heel expeditieleger van ruwweg 54.000 man sterk met zich mee. Net als Denon konden ook talloze soldaten en wetenschappers het niet laten hun ervaringen in Egypte te boek te stellen. Hierdoor is er nu een schat aan informatie beschikbaar over de Napoleontische veldtocht in Egypte (1798-1801). Mij deed dit de onschatbare waarde van ooggetuigenverslagen inzien. Daar stond ik dan medio augustus 2019 met een allesverterend schuldgevoel en een brein in overdrive. Waar ik nood aan had, was een wetenschappelijk werk dat mij helder kon uitleggen wat er precies aan de hand was met mij, en mij de werking van mijn brein kon duidelijk maken. Met honderden vragen trok ik dan ook naar de psychologe, maar zij was meer geïnteresseerd in mijn antwoorden op haar vragen, dan in het beantwoorden van al mijn vragen over de werking van het brein. De papieren waarop ze me schematisch de werking uitlegde, waren voor mij te waardevol om verloren te laten gaan. Gelukkig mocht ik ze meenemen, en ik heb ze nog steeds. Maar een echt antwoord op wat ik ervaarde als een - 19 -
Inleiding
steeds groter wordende honger naar wetenschappelijke informatie over de werking van het brein onder stress, gaf ze niet. Alles viel binnen het spectrum van normale reacties op een abnormale gebeurtenis. Daar moest ik het mee doen. Rust nemen, daar had ik volgens haar het meeste nood aan. Zelf snakte ik op dat moment naar een goed boek dat mij een antwoord bood op al die vragen die aan een steeds duizelingwekkendere snelheid in mijn hoofd begonnen rond te tollen. Hoe breed is het spectrum van normale reacties op een abnormale gebeurtenis? Vanwaar komen al die reacties? En wat staat er me de volgende weken en maanden nog allemaal te wachten? Nu ben je oriëntalist of je bent het niet. Als Mozes of Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg wel naar Mozes of Mohammed. Als je geen boek vindt dat een antwoord biedt op je vraag, waarom als ervaringsdeskundige dan niet zelf een boek schrijven om een antwoord te bieden op die vraag? Door alle emoties die door mijn lijf gierden en alle ervaringen die ik had, zo goed en zo kwaad mogelijk te documenteren, zou ik alvast een mooi vertrekpunt hebben. Dat was het idee. En zo zag op mijn computer het word document Oh happy day het levenslicht. Emoties en ervaringen had ik genoeg. Beide versterkten elkaar voortdurend, achteraf bekeken niet zo moeilijk te begrijpen. De eerste dagen en weken na het ongeval overviel mij een ongekende creativiteit en impulsiviteit. Ik werd overspoeld door ideeën en inzichten en wilde er meteen mee aan de slag. Er was geen houden aan. Alles, tot zelfs de kleinste dingen, leken betekenisvol. Neen, waren betekenisvol. Ik zag verbanden die ik voorheen niet zag, toeval bestond niet meer. Alles moest een betekenis hebben, of zou er één krijgen. Verbanden moesten er zijn, indien niet causaal of oorzakelijk, dan maar associatief en onlogisch. Andere kenmerken van mijn gedrag uit die periode waren sociaal onaanvaardbaar en emotioneel onhandig. Als ik iemand - 20 -