onderwijsruimte Creëer ruimte voor eigenaarschap met onderwijs in units, leerpleinen of domeinen
Rianne Neering en Tjitske Bergsma
D/2021/45/608 – isbn 978 94 014 81205– nur 840 Vormgeving omslag: Mariëlle Schuurman, Amersfoort Vormgeving binnenwerk: Adept vormgeving, Velserbroek © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 Dit boek is een uitgave van Uitgeverij LannooCampus (Amsterdam en Leuven). LannooCampus maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv. Eerste druk, 2021 Disclaimer. De auteurs en uitgever hebben moeite gedaan bij figuren en citaten de juiste bronvermeldingen te plaatsen. En om rechthebbenden te bereiken voor toestemming. Dat is niet in alle gevallen gelukt. Wie meent dat er een figuur of citaat ten onrechte is gebruikt, kan zich wenden tot de uitgever. Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij de wet bepaalde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Postbus 23202 1100 DS Amsterdam (Nederland) www.lannoocampus.com
Vaartkom 41 3000 Leuven (België)
Inhoud
Inleiding 9 DEEL 1 HET FUNDAMENT
13
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Pedagogiek als basis Een ontwikkelingsgerichte cultuur Ingrediënten voor motiverend onderwijs Mensbeeld Het geheim van de leraar Zoeken naar een nieuw systeem Samenvatting
14 14 16 17 20 22 24
2. 2.1 2.2 2.3
Wat is een domein? Een eigentijds klaslokaal Een school zonder bel Samenvatting
26 26 30 33
DEEL 2 EIGENAARSCHAP VAN LERAREN
35
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
36 36 38 41 46 50
Teams als bouwsteen Het team is een voorbeeld Hoe vorm je goede teams? Leidinggeven aan eigenaarschap Een helpende structuur Samenvatting
4. Teamteachen 4.1 Wat is teamteachen? 4.2 Waarom teamteachen? 4.3 Voorwaarden om samen te werken 4.4 Samen beslissen – hoe doe je dat? 4.5 Een spannende samenwerking 4.6 Voorbeelden die bijdragen aan een open, reflectieve en verbindende cultuur binnen teams 4.7 Mag ik jou feedback geven 4.8 Samenvatting
52 52 55 58 63 70
DEEL 3 DE VLOER OP
81
73 77 79
5. Vloermanagement 5.1 Waarom ook alweer? 5.2 Hoe werkt het dan? 5.3 Blauwdruk en afspraken 5.4 De voorbespreking 5.5 De opstart van de les 5.6 Werkvormen op het domein 5.7 Begeleiden op het domein 5.8 De leraar is (niet) overbodig 5.9 Didactisch coachen 5.10 Evaluatie en reflectie na afloop van het blok en de lesdag 5.11 Samenvatting
82 82 83 84 86 89 90 94 99 100 110 111
DEEL 4 EIGENAARSCHAP VAN LEERLINGEN
113
6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
114 114 116 119 120 122 124 126
Het begeleiden van eigenaarschap De architectuur voor het kind Ze gaan niet zelfstandig aan het werk De mentor is de spil Individuele gespreksvoering over gedrag Ouders betrekken Coachende gespreksvoering Met het team keuzes maken in de begeleiding
6.8 Individuele en gezamenlijke begeleiding van het leerproces 6.9 Studievaardigheden begeleiden met behulp van een leerlijn 6.10 Zicht houden op de ontwikkeling 6.11 Tips voor het inrichten van leerlingbesprekingen in het vo 6.12 Samenvatting
129 134 137 139 141
7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
Het belang van onderwijsontwerp Onderwijs inrichten Een gezamenlijk curriculum Hoe weet je waar je leerlingen staan en hoe weten zij dat zelf? Als leraar feedback geven Inzet van digitale middelen Loslaten en spelen Samen onderwijs ontwerpen Samenvatting
142 143 148 152 157 159 162 165 174
8.
Nieuwe onderwijsruimte
175
Bronnenlijst 177 Over de auteurs 181 Dankwoord 183 Wat anderen zeggen over het boek 186
Inleiding
“Bij goed onderwijs is het belangrijk dat de leerling zichzelf goed leert kennen en leert nadenken over wie hij is. En over wie of wat hij wil worden. Het is van belang dat de leerling zich ook als mens ontwikkelt. Vanuit het vertrouwen dat we in de leerling hebben, vragen we hem daarom steeds meer om zelf keuzes te maken over wat en hoe hij wil leren.” De Nieuwste school Met Nieuwe onderwijsruimte willen we een opening bieden om je perspectief op onderwijs te verruimen. Je creëert deze mogelijkheid door letterlijk ruimte te maken, zodat je die ook kunt geven aan leerlingen en leraren. Wij bieden je geen vast onderwijsconcept, maar nemen je in dit boek mee op welke manier je het onderwijs in domeinen1 kunt vormgeven. Samenwerken op een school met domeinen vraagt om visie, afstemming, afspraken maken, keuzes maken, evalueren en accepteren dat elke leraar zijn eigen kwaliteiten heeft. Bovenal vraagt het werken in domeinen om vertrouwen. Door vertrouwen te geven en daarmee het eigenaarschap van leerlingen te vergroten, krijgt de leerling vrijheid en ruimte om zelf keuzes te maken; een boeiend en spannend proces.
1 Domein, leerhuis, leerplein, werkzaal, studielab, studiehuis, leerdomein en unit. Met het werken in een domein bedoelen wij een grote open ruimte waarin meer dan één klas leerlingen aan het werk is. In het land zijn er verschillende namen voor deze ruimte. In dit boek wordt de naam ‘domein’ gehanteerd.
inleiding |
Vanuit onze onderwijspraktijk kwamen er veel vragen van leraren en studenten over het werken in domeinen. Op de vraag van een collega of er misschien een boek over domeinonderwijs was, moesten wij het antwoord schuldig blijven. Deze vraag gaf ons wel de inspiratie om dit boek te schrijven. Wij hebben geprobeerd eenieder die in het onderwijs met domeinen werkt of wil werken op weg te helpen of verder te brengen.
9
“Naast de ‘gewone’ klaslokalen maken we gebruik van leerdomeinen, die heel geschikt zijn voor onderwijs op maat, zelfstandig werken en samenwerken. (...) Door het werken in leerdomeinen creëren we hechte lesgroepen met een vast team van docenten. De leerlingen voelen zich hier veilig en op hun gemak.” Montaigne Lyceum
Voor wie is dit boek? Dit boek is geschreven als een standaardwerk voor leraren, schoolleiders en leraren in opleiding die werkzaam zijn in het primair onderwijs (po) en het voortgezet onderwijs (vo) en die werken of willen werken met onderwijs in domeinen. De voorbeelden komen uit het po en vo, maar het boek is ook heel goed toepasbaar in het mbo. Nieuwe onderwijsruimte is gericht op de ontwikkeling van eigenaarschap en zelfsturing van leerlingen en leraren. Er wordt specifiek ingegaan op het werken in domeinen en wat dit betekent voor de inrichting van de schoolorganisatie vanuit de pedagogische visie op het gebied van het werken in teams, de begeleiding van leerlingen en het ontwerpen van onderwijs. Het is ook gewoon een praktisch handboek dat ingaat op de vraag “Hoe doe je dat nou, werken in een domein?” We willen leraren, teams, schoolleiders en studenten ondersteunen en op weg helpen bij het vormgeven of verbeteren van hun (domein)onderwijs en een visie bieden aan scholen die een overstap maken naar onderwijs in domeinen.
Waarover gaat dit boek?
nieuwe onderwijsruimte | 10
Aan de hand van interviews met ervaringsdeskundigen, onderzoeksliteratuur en onze eigen deskundigheid nemen we je mee in de wereld van de domeinpedagogiek en -didactiek. De vraag wordt beantwoord wat ervoor nodig is om het onderwijsproces te begeleiden, zodat leerlingen en leraren op een prettige manier kunnen (samen)werken in het domein. In drie delen werken we de onderdelen uit die van belang zijn. In deel 1, Het fundament, beschrijven we de pedagogiek als basis en leggen we meer uit over domeinen. In deel 2, Eigenaarschap van leraren, gaan we uitgebreid in op het belang van samenwerken in teams en teamteachen. In deel 3, De vloer op, staat het vloermanagement centraal. In deel 4, Eigenaarschap van leerlingen, komt aan de orde wat er nodig is om eigenaarschap te begeleiden en geven we handvatten om onderwijs te ontwerpen.
Elk hoofdstuk bestaat uit een afwisseling van theorie, praktijkvoorbeelden en ervaringen. Wanneer je op je school een transitie wilt maken naar onderwijs op domeinen of meer ruimte wilt maken in je onderwijs voor eigenaarschap van leerlingen en leraren, vind je in dit boek antwoord op je vragen. Je kunt de volgorde van het boek aanhouden, maar er ook voor kiezen om te beginnen met het onderdeel dat op dit moment de meeste aandacht vraagt in jouw school. Je kunt bijvoorbeeld vanuit de visie van dit boek de gedachte gebruiken dat onderwijs ertoe bijdraagt om mens te worden in de wereld om je eigen schoolvisie vorm te geven. Van daaruit kun je structuren en onderwijs ontwikkelen of de meerwaarde van het werken in teams vergroten door bewust een architectuur te creëren die teams eigenaarschap geven.
inleiding | 11
Rechten van het Kind; artikel 29 Lid 1 De Staten die partij zijn, komen overeen dat het onderwijs aan het kind dient te zijn gericht op: ● de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind; ● (...) ● de voorbereiding van het kind op een verantwoord leven in een vrije samenleving, in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, en vriendschap tussen alle volken, etnische, nationale en godsdienstige groepen en personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking; ● het bijbrengen van eerbied voor de natuurlijke omgeving.
nieuwe onderwijsruimte | 12
Deel 1 Het fundament
1. Pedagogiek als basis
I
n dit hoofdstuk gaan we in op het waarom, het ‘why’, van onderwijs in domeinen (figuur 1.1). We beschrijven onze visie op het waartoe van onderwijs en gaan in op de rol van de pedagogiek. Er komt een aantal theorieën langs, waaronder de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci en de visies op onderwijs van Louis Steeman, Gert Biesta en Luc Stevens. We realiseren ons dat we hiermee een keuze maken uit het rijke literatuuraanbod over de vraag waartoe wij onderwijs geven en op welke manier dat wordt vormgegeven.
What How Why
Figuur 1.1 Het ‘why’ van onderwijs. nieuwe onderwijsruimte | 14
1.1 EEN ONTWIKKELINGSGERICHTE CULTUUR Onderwijs is altijd in ontwikkeling. Het is essentieel dat iedereen kan groeien en zich kan blijven ontwikkelen. Louis Steeman beschrijft in zijn boek De kracht van het niet-weten dat we als samenleving sinds een aantal jaren in een transitie zitten bij het vormgeven van onze organisaties. In het verleden was er een sterk hiërarchische ordening in organisaties van waaruit leiding werd gegeven, terwijl die hiërarAlternatief voor een Alternatief voor de chie tegenwoordig afneemt en de organisatie meer isgeef gericht redder: doe een aanbod: aanklager: in deop de ontwikkeling kan ik iets voor je doen? ik-vorm aan wat je van haar werknemers.
Aanklager
Redder In de dramadriehoek reageren mensen meer op het verleden dan
liever niet wilt.
In de winnaarsdriehoek durven mensen zich kwetsbaar op te
In het onderwijs ziet Steeman deze transitie terug in de verschuiving van ‘aanbodgericht gehoorzaamheidsonderwijs’ naar ‘ontwikkelingsgericht onderwijs’. Ontwikkelingsgericht onderwijs “wil eraan bijdragen dat de leerling zijn kwaliteiten en talenten ontwikkelt om, samen met anderen, een betekenisvolle bijdrage te leveren in de wereld” (Steeman, 2019, 11). Leidinggeven in ontwikkelingsgericht onderwijs betekent dat je je openstelt voor de persoon in ontwikkeling. In tegenstelling tot ongeveer een halve eeuw geleden zijn mensen nu niet meer ‘van de baas’, maar ‘van zichzelf’. Wanneer er iets gebeurt, dan is het de kunst van het leidinggeven, volgens Steeman, om met respect voor de binnenwereld van de betrokkenen te zoeken naar een ordening die dienend is en die past bij de kernwaarden van de organisatie. Daarmee komen we op een belangrijk punt. Volgens Steeman zijn goed geformuleerde kernwaarden essentieel, omdat ze als toetssteen dienen voor al het ontwikkelen binnen de organisatie (Steeman, 2019). In 2008 concludeerden Korthagen en Lagerwerf in hun boek Leren van binnenuit dat de belangstelling voor pedagogiek een tijdje uit beeld is geweest. Zij concluderen dat emeritus hoogleraar orthopedagogiek Luc Stevens aan het begin van deze eeuw een belangrijke rol heeft gespeeld bij het op de kaart zetten van onderwijspedagogisch handelen. Ook Biesta haalt Stevens aan, waar het er in het onderwijs om gaat dat een leerling kan groeien en zijn talenten kan ontwikkelen. Het stimuleren van deze ontwikkeling
De (hernieuwde2) interesse in de gehele ontwikkeling van het kind, leidde onder andere tot de opkomst van scholen met onderwijs in domeinen. Het onderwijs heeft volgens Korthagen en Lagerwerf ook de taak een bijdrage te leveren aan de identiteitsontwikkeling van een kind door het te helpen persoonlijke kwaliteiten te ont-
1. pedagogiek als basis |
“heeft te maken met het feit dat we in opvoeding en onderwijs kind en jongere nooit louter als object ontmoeten – als een ‘ding’ dat geschoold en gevormd moet worden – maar ook altijd als subject: als eigenstandig individu. (...) Die eigenstandigheid is precies waar opvoeding en onderwijs op uit zijn. Het is de ultieme bedoeling van al het onderwijspedagogisch handelen” (Biesta, 2018, 13).
15 2 Het montessorionderwijs, daltononderwijs, jenaplan en de Werkplaats Kindergemeenschap zijn voorbeelden van vergelijkbare vormen van onderwijs die een eeuw geleden zijn ontstaan.
plooien. Deze ontwikkeling past in de transitie naar ontwikkelingsgericht onderwijs die Steeman beschrijft.
1.2 INGREDIËNTEN VOOR MOTIVEREND ONDERWIJS Tijdens onze betrokkenheid bij de ontwikkeling van UniC en het Vathorst College waren wij ons nog niet zo bewust van de theoretische concepten waarop deze scholen gestoeld waren. We merkten wel dat we het op deze manier vormgeven van onderwijs veel leuker vonden. Leerlingen zetten zich niet meer af tegen school, omdat het voor hen mogelijk werd vanuit hun behoefte dingen te leren op een manier die bij hen past. School werd een inspirerende plek, waar je veel over jezelf kon leren. Onderwijs in een domein gaat over de afstemming tussen leraren en leerlingen waarbij niet het onderwijsaanbod van de docent de leidraad is, maar het leerproces van de leerling bepalend is voor het handelen van de docent. Toen we eenmaal kennis hadden gemaakt met de theorie van Ryan en Deci, werden er woorden gegeven aan wat we in de praktijk al hadden ervaren. Reden genoeg om die theorie hier uit te leggen. Ryan en Deci betogen met hun zelfdeterminatietheorie dat de volgende drie psychologische basisbehoeften de vitamines zijn voor groei (Vansteenkiste & Soenens, 2018, 17): 1. autonomie; 2. de behoefte aan competentie; 3. relationele verbondenheid.
nieuwe onderwijsruimte | 16
Autonomie gaat over het ervaren van keuzevrijheid en het voelen aanvaard te worden in je diepste zijn. De behoefte aan competentie verwijst naar het gevoel iets te kunnen, het succesvol uitvoeren van een activiteit. Ten slotte gaat relationele verbondenheid over de behoefte om warme, hechte en positieve contacten te ervaren met anderen. De zelfdeterminatietheorie heeft als uitgangspunt dat mensen een fundamentele neiging hebben tot groei. De mens is geboren met de neiging proactief te zijn: we nemen initiatief en spelen actief in op de omgeving. Gedurende ons leven laten we deze activiteitsdrang verder uitgroeien (Vansteenkiste & Soenens, 2018, 105). Hoogleraar onderwijswetenschappen Rob Martens beschrijft deze neiging als een drang van binnenuit: “Motivatieonderzoek laat een duidelijke verschuiving zien van ex-
trinsieke naar intrinsieke theorieën. Waar in het verleden in het behaviorisme de nadruk lag op beloning en straf om iets gedaan te krijgen, gaat het bij deze motivatietheorie veel meer om een drang van binnenuit, zoals nieuwsgierigheid” (Martens, 2021, 125). Met andere woorden, om intrinsiek gemotiveerd gedrag te stimuleren moeten leeromgevingen aan bepaalde kenmerken voldoen. Ryan en Deci stellen namelijk dat de activiteitsdrang ook verstoord kan worden, waardoor demotivatie kan ontstaan. Het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie is bij de zelfdeterminatietheorie niet zwart-wit. Externe beloningen of controle kunnen de intrinsieke motivatie verstoren. Voorbeelden die Martens hierbij noemt zijn: onverwachte overhoringen en de nadruk leggen op fouten. Dit laatste wordt al anders als de leerling vanuit intrinsieke behoefte zelf om evaluatie vraagt. Het gaat er dus steeds om dat je als leraar in contact bent met je leerling om van daaruit de juiste keuzes te maken in de begeleiding (Martens, 2021, 125-27). “(...) goed onderwijs [is] nooit een kwestie van het uitvoeren van recepten of het volgen van voorschriften, maar op ieder moment een gesitueerd oordeel vraagt over het ‘hoe’ en het ‘waartoe’ van onderwijs en onderwijzen” (Biesta, 2015b).
1.3 MENSBEELD
1. pedagogiek als basis |
Om het mensbeeld dat voor ons ten grondslag ligt aan onderwijs in domeinen te beschrijven, kozen we voor twee belangrijke onderwijspedagogen: Gert Biesta en Luc Stevens. Zij hebben ons geïnspireerd om leerlingen en leraren te zien als mens in de wereld. Zij leggen uit wat de consequentie hiervan is voor onderwijs en hoe onderwijs kan bijdragen aan betekenisvol en verantwoordelijk in de wereld te staan. We geven hierna aan wat voor ons de kern is van hun pedagogische visie.
17
9 789401 481205