William Buys
Met
werken
Hoe blijf je stress de baas?
in het
onderwijs
D/2021/45/607 – isbn 978 94 014 8095 6– nur 840 Vormgeving omslag: Margo Togni, Renkum Vormgeving binnenwerk: Adept vormgeving, Velserbroek © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 Dit boek is een uitgave van Uitgeverij LannooCampus (Amsterdam en Leuven). LannooCampus maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv. Eerste druk, 2021 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij de wet bepaalde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Postbus 23202
Vaartkom 41
1100 DS Amsterdam (Nederland)
3000 Leuven (België)
www.lannoocampus.com
Inhoud
Voorwoord 7 1.
EEN LEVEN LANG LERAAR
1.1
Wanneer kwam bij jou de aap uit de mouw?
9 9
1.2 Uit de startblokken in je eerste baan
14
1.3 Energie en bevlogenheid
19
1.4 De oudere leraar ‘Still going strong’
25
1.5 Samenvattend
29
2.
SIGNIFICANTE LERAREN
30
2.1
De goede leraar die veel kan betekenen
30
2.2 Kenmerken van de goede leraar vanuit leerlingperspectief
35
2.3 Je favoriete leraar
37
2.4
38
Leraren die het verschil maken
2.5. Gelijke kansen, de kwestie gender
45
2.6
51
Loopbaanoriëntatie en -begeleiding
2.7. Sociaaleconomische status
53
2.8 Lesgeven aan de generatie Z
56
2.9 Samenvattend
60
3.
PROFESSIONELE SCHOOLORGANISATIE 61
3.1
Schoolontwikkeling: de emotionele politieke arena
61
3.2 Omgaan met veranderingen
62
3.3 Ouderbetrokkenheid
75
3.4 Samenvattend
80
4.
LANGDURIG ERVAREN STRESS EN BURN-OUT 81
4.1 Signalen van stress en burn-out
81
4.2 Zelfrapportages en percepties van leerlingen
87
4.3 Samenvattend
97
5.
INTERACTIES MET JE LEERLINGEN 98
5.1
Omgaan met ordeverstorend gedrag
99
5.2 Controlerend versus autonomiebevorderend handelen
115
5.3 Samenvattend
127
6.
‘EMPOWERMENT’ 128
6.1 Zelfsturing
128
6.2 Ervaren werkdruk
135
6.3 Werken aan een ‘groener lerarenleven’
137
6.4 Groenere dagen in je logboek!
139
6.5 Boombaststructuren
145
6.7 Mindfulness
149
6.8 Coping
151
6.9 Samenvattend
154
7.
IN BALANS BLIJVEN 155
7.1
First things first
155
7.2
Jouw balans
160
7.3 Samenvattend
170
Dankwoord 171 Literatuur 173 Begrippenlijst 182
Voorwoord
V
errassend dat een oud-collega me vraagt om het voorwoord te schrijven voor zijn eerste boek. Hoewel we geen familie zijn, dragen we wel dezelfde achternaam én we hebben iets gemeen dat ons mogelijk nog meer bindt: we kunnen
ons geen plezieriger werkomgeving voorstellen dan het onderwijs. En daar gaat dit boek over: met plezier werken in het onderwijs! William Buys is lerarenopleider. Na een brede ervaring als leraar leek dit zijn droombaan: bijdragen aan de vorming van een toekomstige generatie collega’s. Als oud-directeur van een lerarenopleiding weet ik hoe belangrijk enthousiaste en ervaren opleiders zijn voor studenten. In Met plezier werken in het onderwijs proef je op elke pagina het betrokken vakmanschap van de auteur. Niet alleen in de lezenswaardige voorbeelden uit de eigen lespraktijk, maar ook in de keuzes van de uitspraken van talloze studenten. Inspiratie deel je immers samen. Een lerarenopleider leert van zijn studenten, een (toekomstige) leraar van zijn leerlingen. Goed voorbeeld doet goed volgen. De opdrachten zetten aan tot reflectie op eigen gedrag om van daaruit verbetermogelijkheden te overwegen. De theorie die gekoppeld is aan de praktijkvoorbeelden is relevant en nodigt uit tot verdieping omdat literatuurverwijzingen zijn toegevoegd. Ook de keuze van de inhoudelijke thematiek spreekt me aan. Er is extra aandacht voor onderwerpen die tot voor kort in de opleiding onderbelicht bleven, zoals omgaan met stress. Bij de beschreven flowmomenten realiseerde ik me hoe je als directeur onbewust voor die ‘flow’ kunt zorgen en daarmee is het boek niet alleen lezenswaardig voor leraren (in opleiding) maar ook voor hun leidinggevenden. In significante voorbeelden wordt de lezer uitgedaagd om het gedrag van zijn of haar grote voorbeeld onder de loep te nemen. Wat deed die ideale leraar nu wel en wat past helemaal niet bij die allerbeste leraar die je als lezer voor ogen hebt. En daar horen weer reflectieopdrachten bij, want het is natuurlijk niet de bedoeling om voorbeeldgedrag te imiteren maar een stijl te ontwikkelen die bij de eigen persoonlijkheid past.
voorwoord 7
Met plezier werken in het onderwijs is een toegankelijk geschreven, helder gestructureerd en inspirerend boek voor mensen die in het onderwijs werken en voor degenen die overwegen die stap te zetten. Het geeft lerarenopleiders een houvast voor de inrichting van colleges die gericht zijn op het meesterschap. Het maakt dan niet uit of die toekomstige werkkring in het beroepsonderwijs (vmbo/mbo) of het algemeen vormend onderwijs (havo/vwo) ligt, want de basisvoorwaarden voor een plezierige werkomgeving gelden in beide sectoren. Mooi meegenomen dat de auteur beide werkvelden uit eigen ervaring kent. Bij de opening van een studiejaar wees ik de nieuwe studenten altijd graag op al die mooie kanten van het leraarsberoep. Die waren niet op twee handen te tellen. Ik noem er nu slechts één: genieten van mooie prestaties van je leerlingen. Ik kon daar zo blij van worden. Datzelfde gevoel had ik bij het lezen van Met plezier werken in het onderwijs: een fantastische prestatie van deze oud-collega. Daarom van harte aanbevolen en eervol om dit voorwoord te mogen schrijven! Ans Buys Voorzitter van de Raad voor de Kwaliteitsborging van de Lerarenopleidingen
8
met plezier werken in het onderwijs
Een leven lang leraar
I
n dit eerste hoofdstuk ga ik in op het moment waarop je de keuze hebt gemaakt om als leraar door het leven te willen gaan. Vervolgens sta ik stil bij de verschillende fasen van het leraarschap: van stagiaire, naar je eerste aanstelling op een school, tot
het moment dat je met pensioen kunt gaan. Als rode draad door dit eerste hoofdstuk en tevens opmaat naar de volgende hoofdstukken komt aan bod hoe je al die jaren met drive en passie aan het werk kunt blijven. 1.1 WANNEER KWAM BIJ JOU DE AAP UIT DE MOUW? Op welk moment wist jij dat je leraar wilde worden? Ik werk al een behoorlijke tijd in het onderwijs en heb geen moment spijt gehad van mijn keuze voor het leraarschap. Werk je ook in het onderwijs of studeer je aan een lerarenopleiding? Ik ben benieuwd waarom je voor het leraarschap hebt gekozen. Kreeg je zelf les van een leraar die je heeft geïnspireerd? Kom je wellicht uit een zogenaamde ‘onderwijsfamilie’ en zijn een van je ouders of beide ouders of ooms, tantes werkzaam in het onderwijs? Heb je vanuit een weloverwogen, rationeel doordachte keuze gehandeld of wellicht in een split second vanuit emoties en/of idealen? Ik heb zelf al vroeg de keuze gemaakt om leraar te worden. Toen ik elf jaar oud was heb ik in een schoolschrift geschreven: ‘Ik wil graag meester worden, want ik wil mensen iets leren’. Hoewel ik het altijd bewaard heb, kan het helaas nu niet meer vinden. Hopelijk komt het weer boven water. Op zich een opmerkelijke keuze, want niemand in mijn familie werkte destijds in het onderwijs. Wellicht geïnspireerd door een van mijn ‘meesters’ waar ik destijds les van kreeg.
1. een leven lang leraar 9
Uit de praktijk 1.1 Waarom heb je voor het leraarschap gekozen? Mijntje is dit jaar voor het eerst werkzaam als leraar en is dit schooljaar na haar bachelor behaald te hebben meteen doorgestroomd naar de master Nederlands. Al heel vroeg wist ze wat ze wilde worden: ‘juffrouw!’ ‘In de vroegere jaartjes van de basisschool wist ik eigenlijk al dat ik “juf” wilde worden. Vroeger stond ik urenlang voor een krijtbord juf te spelen. Al het lesmateriaal dat werd gebruikt op de basisschool bewaarde ik om thuis mee te spelen. Deze intentie is eigenlijk nooit weggegaan. Ik heb een passie voor Nederlands die ik graag wil overbrengen op de leerlingen. Daarbij vind ik het erg leuk om met jongeren te werken die ongeveer tussen de elf en zeventien jaar zijn. Ik vind het geweldig om een bepaalde band met leerlingen op te bouwen. Ik vind het belangrijk dat leerlingen zichzelf kunnen zijn binnen een veilige leeromgeving die de leraar creëert. Vanuit hier kunnen de leerlingen de talenten laten zien waarover ze beschikken. Ik wil de leerlingen laten zien dat zij allemaal talenten hebben en deze ook kunnen tonen.’ Gijs is onlangs met pensioen gegaan na veertig jaar als leraar Burgerschap te hebben gewerkt. Eerst dacht hij aan een ander vak: ‘Eigenlijk wilde ik sportleraar worden, maar mijn levensstijl als puber was daar niet zo geschikt voor, daarnaast was ik toen een eenzijdige sporter (voetbal) en zag erg op tegen bijvoorbeeld turnen en zwemmen. Toch wilde ik graag in het onderwijs werken. Dingen overbrengen aan de ander vind ik heel leuk. Anderen iets leren.’ José, eerstejaars Frans, loopt dit jaar voor het eerst stage in de onderbouw vwo op een scholengemeenschap: ‘Ik heb altijd al een passie voor Frankrijk en de Franse taal gehad. Aanvankelijk ben ik daarom de lerarenopleiding Frans gaan volgen. Nu ik stage loop ontdek ik dat het lesgeven op een middelbare school heel erg leuk is.’ Mariëlle heeft, voordat ze leraar werd, een opleiding gevolgd om automonteur te worden, in de kinderopvang gewerkt, maar uiteindelijk in het vmbo als leraar Maatschappijleer haar bestemming gevonden. De volgende zin is er meteen al eentje om in te lijsten!
10
met plezier werken in het onderwijs
‘Ik wilde de leraar worden die ikzelf vroeger nodig gehad zou hebben.’ ‘Toen ik in de kinderopvang werkte, merkte ik dat ik het leuk vond om kinderen iets bij te brengen waar zij op latere leeftijd iets aan hebben. Ik ben daarom de opleiding tot onderwijsassistent gaan doen en daarna de pabo. In het basisonderwijs merkte ik dat ik een sterke voorkeur had voor de bovenbouw. Ik solliciteerde op een vmbo-school, waar ik er al snel achter kwam dat ik leerlingen voor wilde bereiden op hun toekomst. Ik heb het zelf niet gemakkelijk gehad toen ik jong was en wilde de leraar worden die ikzelf vroeger nodig gehad zou hebben. Leraar Maatschappijleer past daarom perfect bij mij. Een vak waarbij je over verschillende onderwerpen praat met leerlingen, met behulp van actualiteiten en alledaagse situaties, om ze op die manier voor te bereiden op een actieve deelname aan de samenleving.
Tabel 1.1 Oefening: jouw leraarschap
Waarom heb jij ervoor gekozen om leraar te worden? ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� �����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������
1. een leven lang leraar 11
In hoeverre gaat het spreekwoord ‘de appel valt niet ver van de boom’ voor jou op? ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� �����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������
Wanneer kwam bij jou de aap uit de mouw? ������������������������������������������������������������������ ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� ����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������� Leuk dat je voor het leraarschap kiest! Naast het vooruitzicht op werk waar je passie naar uitgaat, is het op dit moment extra aantrekkelijk om in het onderwijs te gaan werken. Er is sprake van een toenemend tekort aan leraren. Bij de meeste afstudeerrichtingen heb je een gunstig perspectief om snel nadat je bent geslaagd op een school aan de slag te gaan. Eenmaal aan het werk zul je waarschijnlijk ervaren dat je geen spijt hoeft te hebben van je keuze. Het is super om vanuit je vak met leerlingen aan de slag te gaan. Het is de kunst om minder leuke zaken, die inherent zijn aan het leraarschap, een plekje te geven. Hoe blijf je in balans? Naast intensieve interacties met je leerlingen heb je ook nog te dealen met je collega’s van de vakgroep, je team, je direct leidinggevende(n) en torenhoge verwachtingen van je leerlingen, hun ouders en de maatschappij. Waar ik me niet in kan vinden is dat de status van het beroep laag is. Mijn ervaring is dat op het moment dat ik kenbaar maak dat ik leraar ben, ik in de meeste gevallen positieve reacties ontvang. Leraren zijn geneigd om zelf veel te klagen, bijvoorbeeld over het salaris. Stap een lerarenkamer binnen en vraag: ‘Verdient dat nog een beetje dat werken in het onderwijs?’ Grote kans dat men aan zal geven dat het salaris veel te laag is. In mijn beginjaren organiseerden de collega’s op de school waar ik werkzaam was een fietstocht. Onderweg 12
met plezier werken in het onderwijs
vond bij woonhuizen van diverse collega’s een tussenstop plaats. Ik kan je verzekeren dat men prima woonde en ik geen tekenen heb aanschouwd van armoede of verval. Nee, met die salarissen is niets mis. Met name de beginsalarissen voor leraren zijn flink opgetrokken en de door te lopen schalen zijn behoorlijk ingekort. Gelukkig is er elk jaar weer een grote groep studenten die na de middelbare school aan de lerarenopleiding begint.
De autonome, onderzoekende en betekenisgerichte leraar Centraal in het opleiden van leraren voor morgen is dat je als student zelf op zoek gaat naar wat voor leraar je zou willen worden. Fontys Lerarenopleidingen Tilburg werkt bij het vak Algemene Professionele Vorming vanuit een ontwikkeltraject om te komen tot een karaktervolle leraar vanuit een autonoom, onderzoekend en betekenisgericht perspectief. Als student werk je op je opleiding en op je stageschool aan je ontwikkeling tot een autonome, onderzoekende en betekenisgerichte leraar. Als autonome leraar ben je je bewust van je professionele identiteit, en durf je je eigen richting te kiezen. Niet een leraar die dingen doet ‘omdat iedereen het zo doet’ of ‘omdat het altijd al zo geweest is’. Je wordt een leraar die handelt vanuit de eigen professionele visie binnen de kaders die vanuit de schoolcontext en de maatschappij gegeven zijn. Martijn Hoeben, tweedejaars student Engels, geeft aan hoe hij persoonlijk invulling geeft aan een autonome, onderzoekende en betekenisgerichte leraar: ‘Een autonome leraar is voor mij een leraar die zijn/haar wensen en grenzen uit kan dragen naar zijn leerlingen toe. Hij/zij handelt hiernaar met authenticiteit en professionaliteit en zorgt voor een sterk en veilig leerklimaat door de eigen normen en waarden voorop te stellen in het brengen van de lesstof en alles wat daarbij komt kijken’. Als onderzoekende leraar stuur je je eigen ontwikkeling en handel je vanuit nieuwsgierigheid en een open houding. Je bent kritisch en je handelt vanuit een reflectieve mentaliteit. Je bent in staat om regelmatig van perspectief te wisselen. Je hebt de wil om steeds op een diepgaander en verfijnder niveau zaken te begrijpen en te doorgronden door gebruik te maken van je praktijkervaringen en theoretische concepten. Als onderzoekend leraar ben je innovatief en in staat om invloed te hebben op je werkomgeving. Volgens Martijn blijf je als onderzoekende leraar altijd nieuwsgierig naar het leerproces 1. een leven lang leraar 13
van de leerling en ook dat van jezelf. Dit doe je door vragen te stellen aan hen en aan jezelf. Openheid en eerlijkheid mag je ook door laten schemeren en de leerling zal hetzelfde doen bij jou. Spit door theorieën en maak deze je eigen. Verken, combineer en wees kritisch. Daardoor zal je eigen pad met je eigen kader helder voor je worden. Als een betekenisgerichte leraar stel je je handelen in dienst van het leren van leerlingen (kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming). Je beseft dat het voor het leren van leerlingen essentieel is om tegemoet te komen aan de drie psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en relatie. In je professionele handelen zijn de behoeften van leerlingen het uitgangspunt van waaruit je je onderwijs zo optimaal mogelijk vormgeeft. Martijn wijst op het gebruik van de 3 P’s: 1. Passie: heb passie voor je vak en interesse voor de passies van je leerlingen. 2. Potentie: als vervolg op het in beeld brengen van de passies van je leerlingen, onderzoek je de potentie van de leerlingen en kun je dit concreet in beeld brengen, met als gevolg dat je het naar boven kunt halen. 3. Persoonlijkheid: geef je lessen vanuit je eigen persoonlijkheid, laat wat van jezelf zien, dan zullen de leerlingen dit ook gaan doen en je onthouden als persoon en wat je te brengen hebt. Elke leerling heeft andere behoeften en potenties, en je vindt op andere manieren ‘de klik’ met ze. Zoek naar ‘de klik’ met leerlingen en de stof zal vanzelf komen. Al vroeg in je opleiding loop je stage. Je zult korte tijd achter in de klas zitten en observeren hoe een meer ervaren leraar te werk gaat. Vervolgens neem je zelf stukjes van de les voor je rekening. Spannend zo voor de eerste keer voor een groep leerlingen die nagenoeg even oud zijn als jij, maar voor je het weet geef je volledige lessen. Je kunt je de eerste les de je ooit hebt gegeven ongetwijfeld nog goed voor de geest halen! 1.2 UIT DE STARTBLOKKEN IN JE EERSTE BAAN En dan is het zover, je gaat na je opleiding aan de slag als leraar, je eigen klassen draaien vanaf het begin van het schooljaar. Naast uitdagend en spannend is het een behoorlijke klus om als startend leraar alle ballen in de lucht te houden. De buitenwereld denkt vaak wat lichter over het leraarschap: ‘Moet je vier jaar (in Vlaanderen drie jaar) naar school om leraar te worden?’ 14
met plezier werken in het onderwijs
Marco Snoek (2018) geeft aan dat de overgang van lerarenopleiding naar de schoolpraktijk door veel startende leraren als zwaar wordt ervaren. Hij typeert leraarschap als een geïsoleerd beroep met een abrupte overgang; vanaf de eerste schooldag wordt de volledige verantwoordelijkheid gedragen voor het primaire proces van leren en lesgeven. Hij houdt een pleidooi voor een goede begeleiding aan het begin van de loopbaan. Denk hierbij aan ondersteuning door netwerken, publicaties, instrumenten van diverse landelijke en regionale projecten, begeleidingsprogramma’s startende leraren, intervisie enzovoort. Met name de schoolleiding heeft hier oog voor en ziet het belang in van effectieve ondersteuning en goede begeleidingsprogramma’s voor startende leraren. Marco Snoek (2018) biedt concrete handvatten voor effectieve begeleiding, waarin niet altijd aandacht wordt besteed aan het perspectief van het beroep zelf, de startende leraar en dat van de school, maar ook aan wellicht wel het meest belangrijke perspectief: dat van de leerling. Snoek beschrijft vier perspectieven waarmee de belangen van leerlingen, startende en ervaren leraren en schoolleiders met elkaar verbonden worden. Natuurlijk komt het verschijnsel van een hoge mate van stress aan bod. In tegenstelling tot voorgaande decennia, waar vooral oudere leraren uitvielen door stress en burn-out, doet momenteel het opmerkelijke verschijnsel zich voor dat veel jonge leraren hier ten prooi aan vallen. Zie ook recent verschenen berichten in de media waar aandacht werd besteed aan leerlingen en studenten waarbij een hoge mate van stress werd gesignaleerd en er in diverse situaties sprake was van een burn-out. Zorgwekkend op zo’n jonge leeftijd. Met de inzet op begeleidingsprogramma’s kunnen scholen de startende leraren ondersteunen. Snoek (2018) komt met concrete voorbeelden van begeleidingsprogramma’s.
Begeleidingsprogramma’s voor de startende leraar Helaas was daar in de tijd waarin ik mijn eerste schreden zette in het onderwijs geen sprake van. Met drie net afgestudeerde leraren kreeg ik na mijn sollicitatiegesprek een rondleiding door de school. Er werden op korte termijn enkele invallers gezocht halverwege het schooljaar. Een van de drie gaf toen we na afloop op het schoolplein stonden al te kennen dat hij het voor gezien hield; hier ging hij niet aan beginnen. Nummer twee van ons drietal bleek later afgebeld te hebben. Na een telefoongesprek waarin ik te horen kreeg dat ik was aangenomen volgde een tweede gesprek op de school. Begin jaren ‘80 was er sprake van een zeer hoge werkloosheid onder leraren. Ik was enorm blij dat ik 1. een leven lang leraar 15
de kans kreeg om op een school aan de slag te gaan. Op een vrijdagmiddag gaf men mij een lesrooster, zodat ik wist in welk lokaal ik op maandag kon beginnen met lesgeven en verder wenste men mij veel succes. Nu ik terugkijk op de beperkte begeleiding tijdens de opstartfase, heeft het ontbreken van een begeleidingsprogramma destijds mij ook voordelen opgeleverd. Juist door in het diepe te zijn gegooid heb ik veel geleerd … maar heb daar regelmatig tol voor betaald. Dat gaat ook op tijdens je stage: pittige klassen draaien, niet altijd even leuk, maar je leert er wel heel erg veel van. Ik vergelijk het met leren fietsen, dat gaat ook onherroepelijk gepaard met vallen en opstaan.
Inductiearrangementen in de eerste drie jaar Na je afstuderen begint het pas echt. Je gaat je eigen lessen draaien en loopt niet meer als stagiaire door de school maar als de leraar. Dat voelt goed aan! Om te voorkomen dat je het vooral in deze lastige overgangsfase niet gaat redden en voortijdig het onderwijs gaat verlaten, kun je gebruikmaken van de zogeheten inductiearrangementen die drie jaar duren. Met name in de beginjaren van je leraarschap is het handig om wat extra begeleiding te krijgen vanuit ervaren collega’s op je werkplek. De overheid wil voorkomen dat startende leraren voortijdig stoppen en daarnaast bevorderen dat starters zich sneller ontwikkelen als professional. Met het project ‘Begeleiding Startende Leraren’ (BSL) stimuleert en subsidieert de overheid de inductiearrangementen. Kortom, je wordt gedoseerd naar het leraarschap gebracht op je school. Het eerste jaar dat je op de school werkt, word je nog geen mentor. Een ervaren leraar loopt met je mee als coach en regelmatig krijg je de kans om aan intervisiebijeenkomsten deel te nemen. Het kan erg bevrijdend werken om met andere startende leraren op je school uit te wisselen en erachter te komen dat jij niet de enige bent die tegen bepaalde zaken aan loopt. Gemiddeld starten beginnende leraren rond hun 23e jaar met hun eerste baan in het onderwijs. In vergelijking met andere sectoren waar het heel gebruikelijk is om regelmatig van werkgever te veranderen, zijn leraren behoorlijk honkvast. Een behoorlijk lange tijd wordt op dezelfde school doorgebracht. De uitdaging is om tijdens je gehele loopbaan als leraar met de nodige energie en passie aan het werk te blijven.
16
met plezier werken in het onderwijs
Uit de praktijk 1.2 Waar loop je tegenaan als beginnend leraar en in hoeverre krijg je hierin steun van de school/collega’s? In het begin heb je je handen vol aan jezelf. Lastig, want er zijn op dat moment ook nog 25 tot 30 leerlingen die je aandacht vragen. Mijntje: ‘Ik vond het in het begin vooral lastig om overzicht te houden tussen al de klassen. Ineens heb je veel leerlingen waar je zelfstandig voor moet zorgen, maar ook de (eind)verantwoordelijkheid voor hebt. Het vergt veel energie en tijd om je klassenadministratie op orde te houden. Dat is een kwestie van even wennen en om tips vragen bij collega’s. Daarnaast vond ik het best spannend om het hele jaar als het ware vol te maken. Ik was bang dat ik alle stof zelf moest inplannen. Maar gelukkig zijn er daar per leerjaar coördinatoren voor die planningen maken waar alle leraren zich aan houden. Als er dan iets niet duidelijk is, kun je altijd een collega om advies vragen.’
Uit de praktijk 1.3 Van bedrijfsleven naar het onderwijs Het is niet vanzelfsprekend dat je de keuze meteen na je middelbareschooltijd maakt. Wellicht ben jij ook een van de zij-instromers en heb je aanvankelijk niet voor het onderwijs gekozen. Je werkte in een ander beroep en hebt op relatief wat oudere leeftijd de knoop doorgehakt om de overstap te maken naar het onderwijs. Danny Bisschop is een zogenaamde zij-instromer. Na een baan in het bedrijfsleven koos hij voor het leraarschap. Door het tekort aan leraren stimuleert de overheid de overstap naar de school.
De kat komt altijd op zijn pootjes terecht.
‘Toen ik zeventien jaar was en net mijn havodiploma had behaald zat ik midden in de adolescentiefase. Als ik terugkijk vind ik dat het te vroeg is om op deze leeftijd een bewuste studiekeuze te kunnen maken. Ik had mij ingeschreven voor 1. een leven lang leraar 17
de studie Bedrijfseconomie op de Hogeschool Zeeland, omdat ik goed was in wiskunde en economie. Een andere reden was dat ik in Zeeuws-Vlaanderen ben opgegroeid en mijn keuze beperkt was tot de opleidingen die op de Hogeschool Zeeland werden aangeboden. Het leraarschap zat niet in dit aanbod. Na het afronden van mijn bachelor Bedrijfseconomie lagen de brieven op de deurmat van de accountancy-kantoren. Een open deur naar het bedrijfsleven. Na het afstuderen op de HZ ben ik aan de slag gegaan in de Accountancy. Nadat ik ben verhuisd van Zeeland naar Breda ben ik aan mijn persoonlijke ontwikkeling blijven werken. Van nature ben ik sociaal sterk aangelegd. Ik heb constant het gevoel gehad dat ik deze kernwaarde niet volledig kon benutten in mijn werk. Ik kwam er al snel achter dat Accountancy niks voor mij was. In het bedrijfsleven had ik een spilfunctie waar ik regelmatig zowel interne als externe contacten had, een voorbode voor mijn keuze om over te gaan stappen. Ik help/coach graag mensen. Dit heeft ertoe geleid dat ik mee ging lopen op een vo-school en een open dag heb bezocht bij Fontys Lerarenopleiding. Na de meeloopdag op het OLV in Breda en de open dag bij Fontys heb ik de stap gewaagd naar het onderwijs. Ik ben blij dat ik vol voor mijn ambitie ben gegaan. Op het mbo heb ik een geweldige stage gehad, waar ik veel heb geleerd. De FLEX-deeltijdopleiding heb ik als erg positief ervaren en vormde de ideale brug tussen de praktijk en de theorie. De overstap is een van de beste keuzes die ik heb kunnen maken. Ik ga met veel passie naar mijn werk en ervaar veel vrijheid. Wat ik leuk vind aan de nieuwe baan in het onderwijs (vmbo) is de combinatie tussen het pedagogische en het vakdidactische aspect. Het pedagogische, omdat als je investeert in de band met de leerlingen, je dit terugziet in een positieve relatie met de leerlingen. Dit heeft weer invloed op een positief klassenklimaat. Anderzijds haal ik mijn voldoening uit het op een heldere manier overbrengen van de vakkennis. De leerlingen iets bij te brengen. Op beide gebieden ben ik mede door de lerarenopleiding enorm gegroeid. Tijdens mijn eerste lessen was ik vooral gefocust op mezelf (lees: PowerPointpresentaties, lesmateriaal). Er kwam meer op me af dan ik had gedacht! Ik heb geleerd van mijn fouten, ben kritisch op mezelf geweest en zodoende heb ik 18
met plezier werken in het onderwijs
mij, stapje voor stapje, elke les verbeterd tot een volwaardig leraar. Nu ‘lees’ ik het hele klaslokaal en heb ik als het ware een helikopterview ontwikkeld. Ook heb ik de omschakeling meegemaakt van fysiek lesgeven naar hybride lesgeven wegens corona. Mijn lessenreeks was in het begin statisch, maar ik heb dit weten om te zetten naar meer dynamische lessen, waar zowel de leerlingen als ik veel meer energie van krijgen! De uitdaging voor mij is de stof zo begrijpelijk mogelijk over te brengen. Dit doe ik door, afhankelijk van het publiek, constant de brug te slaan tussen vaktaal en dagelijkse leerlingentaal. Als zij-instromer maak ik regelmatig gebruik van mijn ervaringen die ik zelf in de praktijk heb opgedaan. Bij het vmbo-hoofdstuk Wonen en verzekeren, neem ik de leerlingen mee door mijn ‘huizenreis’. Dit maakt de lessen een stuk persoonlijker. Belangrijk voor mij is dat elke leerling zich door mij gezien en gehoord voelt; wat de motivatie ten goede komt. ‘Oog voor elke leerling’! Onlangs ben ik vader geworden van onze knappe dochter Liv. Tijdens mijn studie heb ik ook veel geleerd over de ontwikkeling van de hersenen en het gedrag van kinderen. Ik denk dat ik het gedrag van mijn eigen kind nu ook beter zal begrijpen. Zoals Covey zegt over empathisch luisteren: probeer eerst te begrijpen (Covey, 2002).’
1.3 ENERGIE EN BEVLOGENHEID
Uit de praktijk 1.4 Waar krijg je als leraar positieve energie van? Deze vraag stelde ik aan Kim, Gijs, Jacqueline en Mariëlle en je zult zien dat er genoeg momenten zijn waarop je positieve energie krijgt. Het is niet allemaal kommer en kwel! Kim, als leraar Economie werkzaam op een vmbo-school: ‘Hierbij denk ik aan gezellige gesprekken met mijn leerlingen. Ik krijg ook positieve energie als leerlingen bereid zijn iets over zichzelf te vertellen. Daarnaast geeft een succesvolle kennisoverdracht positieve energie. Leerlingen willen soms opgeven. Door hen 1. een leven lang leraar 19
aan te moedigen, scaffolding te bieden, met andere woorden precies die hoeveelheid ondersteuning te geven waardoor mijn leerlingen op een hoger niveau kunnen komen en naast de nodige feedback ook feedforward te geven, het bieden van succeservaringen enzovoort, behalen leerlingen alsnog bepaalde doelen. Als je vervolgens de trots van een leerling ziet, ben ik ook trots op de desbetreffende persoon. We hebben in samenwerking een onzekerheid overwonnen.’ Gijs: ‘In de veertig jaar onderwijs zijn er vele flowmomenten geweest en deze hadden eigenlijk altijd betrekking op de studenten. Als ik een gesprek gehad had met een student over een thuissituatie en daar verbetering in kwam, of oud-studenten terugzag op school of tijdens stagebezoek. Studenten die het maar net konden halen bij de diploma-uitreiking zien en complimenten van ouders bij de diploma-uitreiking. Een student begeleiden naar een andere opleiding en deze dan op straat tegenkomen en een bedankje krijgen omdat je hem die richting op verwezen hebt. Het meest kicken was toch wel om studenten te zien die iets behaalden met veel moeite of die je verder kon helpen hoe dan ook (naar andere opleiding, bij geldproblemen, thuisproblemen, persoonlijke problemen).’ Jacqueline, werkzaam als Lerarenopleider bij een Opleidingsschool: ‘Ik krijg enorm veel energie van werken met aankomende leraren, omdat ik hier al mijn opgedane ervaringen kan doorgeven, zowel de struikelmomenten en de wanhoop als de oplossingen en de passie.’ Mariëlle: ‘Doordat elke leerling anders is, is mijn werk elke dag (en zelfs elk uur) anders. Elke leerling heeft zijn eigen aanpak nodig. Bij de ene klas werkt het juist goed om een soort “hoorcollege” te geven, terwijl een andere klas veel meer behoefte heeft aan een klassengesprek. Door veelvuldig gebruik te maken van diverse werkvormen, actualiteiten, blijft het steeds weer een uitdaging om het beste onderwijs te geven aan de leerlingen, want dat verdienen ze. Ook volg ik diverse cursussen en opleidingen waardoor ik mezelf steeds verder ontwikkel en groei. Daarnaast ben ik altijd bezig met innovaties binnen het onderwijs. Op dit moment ben ik bezig met formatief handelen en evalueren. Als je blijft doen wat je deed, krijg je wat je altijd al kreeg. Je moet het vak voor jezelf en je leerlingen interessant en relevant maken en houden. Daarin zit voor mij de uitdaging, ik zie dat als een SO.’
20
met plezier werken in het onderwijs