Hugo Luijten
—T H R I L L E R —
U N D E R C OV E R RAMKRAAK
- voor Corrie -
Episode 1: Vastrijden en loslaten
Directie Speciale Eenheden Federale Politie, Kroonlaan, Brussel, België Door de glaswand van zijn kantoorruimte zag Nick Janssens hoe Bob Lemmens met grote passen door de kantoortuin kwam aangestormd. Een collega van de financiële administratie die niet doorhad hoe geagiteerd Bob was, liep hem tegemoet met een opengeslagen dossiermap. ‘Nu godverdomme niet! Bol het af met je kutkwitanties!’ brulde Bob en hij marcheerde door. De deur vloog open en Bob stormde naar binnen. Nick wreef zuchtend over zijn gladgeschoren hoofd en rolde zijn mouwen op, zodat zijn volgetatoeëerde armen zichtbaar werden.
7
‘Bob, ga zitten’, zei Nick rustig en hij wees naar de stoel voor zijn bureau. ‘Koffie?’ Hij knikte naar het espressoapparaat dat op een lage archiefkast stond en wachtte niet op een antwoord, maar stond op, drukte op een knop en de machine begon met een messcherp geluid te razen. ‘Ik ben hier niet gekomen om fucking koffie te drinken’, riep Bob boven het lawaai uit. Hij vlamde met vlakke hand een papier zo hard op het bureau dat de pennen opsprongen. ‘Dit. Wat is dit?’ Met stoom en gegorgel pruttelde de koffie in de kopjes. Nick gebaarde naar zijn oor. ‘Wacht even, ik versta maar de helft.’ De koffiezetter liet nog een paar korte klikken horen en het werd stil. Nick draaide zich om met twee koppen, die hij voorzichtig op het bureau plaatste en ging zitten. Hij tilde zijn kopje op en rook er even aan. ‘Er gaat niks boven bonenkoffie, vind je ook niet?’ ‘Schei godverdomme uit, Nick! Niet dat gezeik over Segafredo of Illy en…’ ‘Dit is Rombouts’, zei Nick. Hij nam een slokje en sloot tevreden zijn ogen. ‘Hier wil ik het over hebben!’ Bob puntte zijn vinger een paar keer onstuimig op het papier voor hem. ‘De taakinzet voor komend…’ Achter hen werd de deur woest opengegooid en Bobs vrouw Liesbeth verscheen in de deuropening, op de voet gevolgd door een geüniformeerde inspecteur. ‘Sorry, chef’, zei de inspecteur. ‘Ik kon haar niet tegenhouden. Ze zei…’ De agent werd aan het zicht onttrokken door de vrouw, die met een Tupperwarekom in haar handen de deur blokkeerde. ‘Liesbeth, schatteke…’ Bob liep rood aan. ‘Maar wie hebben we hier dan? Onze brave huisvader!’ riep zijn vrouw met een overdaad aan drama in haar stem. ‘Ik kom je de spaghetti brengen die Polly gisteravond speciaal voor jou gekookt heeft. Ik dacht: mijn manneke is 48 uur zonder bericht niet thuis geweest, hij zal ondertussen wel honger hebben.’
8
‘Ik… eh… wat?’ ‘Polly, je dochter! En gisteren, de dag dat je honderd procent zeker thuis zou eten en we met z’n drieën op je hebben zitten wachten.’ Ze stapte naar het bureau en plantte de kom op een stapel dossiermappen. Haar blik bleef hangen op het bureau en even keek ze naar het papier dat Bob net had neergelegd. Langzaam draaide ze zich om. ‘Lees ik dat hier goed?’ riep ze met overslaande stem. ‘Kantoordienst? Had jij al de hele tijd fucking kantoordienst?’ Nick trok het papier naar zich toe. ‘Liesbeth, dit soort informatie is absoluut niet voor jou bedoeld! Het is gevaarlijk en…’ ‘Bemoei je er niet mee! Jij bent degene die hem steeds op pad stuurt.’ Ze knikte driftig naar Bob. ‘Tenminste, dat zegt hij altijd.’ Liesbeth greep in haar tas en haalde er een kindertekening uit. ‘Hier, van David, heeft hij gisteren voor je gemaakt.’ Met een blik vol misprijzen keek ze rond. ‘Die kun je hier vast ook ergens ophangen.’ Met venijnige rukjes rolde ze de tekening op en schoof de rol op borsthoogte onder Bobs leren jas. Ze legde een hand op zijn schouder en bukte zich tot ze bij zijn oor was. ‘Ik zou vanavond ook maar op “kantoor” blijven, als ik jou was. En morgen ook’, fluisterde ze. Zachtjes tikte ze met haar hand tegen zijn ongeschoren wang, draaide zich om en beende weg. Bob en Nick keken haar na en zagen hoe de collega’s in de kantoortuin weer omlaagdoken toen ze langskwam. Nick wapperde onhandig met zijn hand naar de agent, die nog altijd bedremmeld op de drempel stond. De agent keek kort naar Bob en sloot toen haastig de deur. Even bleef het stil. Alleen uit het binnenste van de koffiemachine klonken een paar mechanische tikken. Bob kuchte. ‘Het spijt me Nick, ik…’ Terwijl hij het kopje in één keer leegdronk bleef Nick Bob aankijken. Gedecideerd zette hij het kopje op het schoteltje en hij haalde diep adem. ‘Bob. Zeg het eens’, zei hij zo kalm mogelijk. Bob haalde zijn schouders op en staarde naar de grond.
9
Nick zette het kopje opzij. ‘Zo heb ik haar nog nooit gezien. En al zeker niet hier op kantoor.’ Hij zuchtte. ‘Waar zat je, gisteravond?’ Bob krabde in zijn baard. ‘Er lag nog een stapel dossiers die geklasseerd moesten en…’ ‘Bob’, viel Nick hem in de rede. ‘De laatste keer dat ik je vroeg om dossiers te klasseren, heb ik met ontslag moeten dreigen voor je eraan begon. Nog één kans: waar zat je?’ Stuurs keek Bob voor zich uit. ‘In een van mijn covercafés.’ ‘In een van je covercafés?’ Nick rolde met zijn ogen. ‘Je bent op dit moment niet eens betrokken in een operatie!’ ‘Komaan Nick’, sputterde Bob tegen. ‘Ik moet dat netwerk onderhouden, dat begrijp jij als geen ander. Het hoort bij mijn tweede identiteit! Ze denken daar dat ik een zware jongen “type krachtpatser” ben. Als ik er in een echte operatie iemand mee naartoe neem, is die meteen onder de indruk van het aantal hele en halve criminelen dat mij op pinten trakteert. Maar als ik te lang mijn kop niet meer laat zien in dat soort louche tenten, dan is mijn achtergrondverhaal naar de kloten en…’ ‘Weer strontzat zeker?’ onderbrak Nick Bobs relaas. Bob keek weer naar de punten van zijn schoenen. ‘Ik heb liever niet dat de kinderen mij zo zien, dus ik heb in de auto…’ ‘Godverdomme Bob!’ viel Nick uit. ‘Je bent net terug van een infiltratie van maanden, wat wil je in vredesnaam bewijzen? Gun jezelf toch eens wat rust!’ ‘Van rust word ik zenuwachtig.’ Nick hief zijn armen op. ‘De onrustige undercover, die hebben we net nodig. Dat is eerder een titel voor Suske en Wiske!’ ‘Och Nick, je kunt mijn kloten kussen’, zei Bob. ‘En je familie? Denk eens aan je gezin jongen! Je weet dat een undercoveragent het beste functioneert met een harmonisch gezinsleven. Hoe stabieler de persoonlijkheid, hoe…’ ‘Ik wil weer undercover’, onderbrak Bob. Nick keek op, met zijn bekende Droopygezicht, waardoor veel mensen in de volstrekt foute veronderstelling verkeerden dat hij
10
een zachtgekookt eitje was. ‘Undercover? Maar je bent net terug!’ Met gestrekte armen wees hij naar de deur. ‘Liesbeth scheurt je aan reepjes, als je uitgerekend nu…’ ‘Ik moet ertussenuit’, hield Bob vol. ‘Thuis gaat het van geen kanten, dat heb je wel gezien.’ Nick vloekte binnensmonds en trommelde even met zijn vingers op het bureau. ‘Jij gaat voorlopig niet undercover’, zei hij beslist. Bob wees naar het papier dat hij op het bureau had gelegd. ‘Dat zag ik inderdaad al op mijn taakinzet. En waarom niet, als ik vragen mag?’ ‘Je bent instabiel op dit moment, dat kunnen we niet hebben in een operatie. De levens van jezelf én je collega’s hangen ervan af.’ ‘Instabiel? Heb je dat uit het debriefingsrapport van de psycholoog? Wijs mij dan even aan waar dat staat, want ik heb het gemist.’ ‘Allez Bob, alleen al die scène net. 24/7 een rol spelen levert al stress genoeg op. Méér dan genoeg. Hoe kan ik er nu op vertrouwen dat je gedachten niet afdwalen als je op missie bent?’ ‘Dat is nog iets anders dan instabiel.’ Bob staarde even door het raam achter Nick en keek hem toen met een ruk weer aan. ‘Wat is hier eigenlijk aan de hand?’ ‘Wat zou er moeten zijn’, vroeg Nick zo onschuldig mogelijk. ‘Komaan Nick, dit is bullshit. De dienst is zwaar onderbezet, mensen met ervaring moet je met een vergrootglas zoeken. Ik kom met een tien-op-tien en een kus van de juffrouw van de debriefing en jij houdt me hier vast.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Dit zaakje stinkt.’ ‘Nog paranoïde ook’, bromde Nick en hij legde de stapel dossiers recht waar nog altijd de kom spaghetti op stond. ‘Ik ga hier niet weg voor je me de waarheid vertelt. Ik volg je als een schaduw, blijf aan je plakken tijdens vergaderingen, spring op de achterbank als je wil wegrijden en stuur je duizend berichtjes per dag met de woorden “Ik hou van je”, zodat binnen de kortste keren jóuw vrouw hier staat te foeteren.’ ‘Je bent er nog toe in staat ook…’ ‘Als je dat maar weet.’
11
Nick zweeg even, krabde in zijn nek en schoof het papier van Bob ten slotte naar voren. ‘Kijk Bob, hierboven zijn ze niet helemaal content met het fenomeen Bob Lemmens.’ ‘Dat zijn ze nooit geweest, wat is dan nu ineens het probleem?’ ‘Het had niet veel gescheeld of Lia Vanderkerckhove…’ ‘De procureur?’ ‘Ja die. Soit, die was dus bijna haar job kwijt door jouw toedoen.’ ‘Door haar eigen koppigheid.’ ‘Zij heeft je niet de opdracht gegeven om half Antwerpen af te breken in een dollemansrit.’ ‘Schei uit met je gezever Nick! Ik moest vluchten anders was ik er geweest, en dat weet jij als geen ander. Die bloedhonden stonden op het punt om me een kogel door mijn kop te jagen.’ ‘Ja maar weet je wat dat grapje gekost heeft?’ Nick rolde met zijn bureaustoel opzij en reikte naar een archiefkast. ‘Laat in godsnaam zitten’, zei Bob met een afwimpelend gebaar. ‘Tonnen, minimaal. Maar wat kon ik doen?’ Nick schoof weer aan. ‘Niks, dat weet ik ook. Maar Vanderkerckhove vergeeft het je nooit.’ ‘Voor zover ik de hiërarchie hier ken, heeft een procureur niks te zeggen over personeelsbeleid bij de politie.’ ‘Bob, alsjeblieft. Zelfs jij moet toch begrijpen dat het daar niet stopt. Hier intern laten ze maar al te graag hun oren hangen naar procureurs als Vanderkerckhove. Crimefighters, zero-tolerance, high impact criminals… zij zorgen voor de budgetten. Als Vanderkerckhove morgen een paar prioriteiten verlegt, staat overmorgen de halve afdeling het verkeer te regelen. Daar hebben ze óók personeelstekort namelijk.’ ‘Ik stap niet elke ochtend met mijn broodtrommel en thermosfles in mijn aktentas op de trein, om vervolgens van negen tot vijf in dit muffe blok beton te zitten’, mokte Bob. ‘Het spijt me Bob, ik kan niks voor je doen.’ Nicks gezicht ontdooide een beetje. ‘Het waait wel weer over. Wanneer weet ik ook niet, maar overwaaien doet het.’
12
‘Oké, dan kom ik hier elke dag zoveel fucking heibel schoppen dat je niet weet hoe snel je me weer een paar maanden in het milieu kunt neerpoten.’ Nick knorde misnoegd en trok een bureaulade open. ‘Hier’, zei hij, terwijl hij een dossier oppakte. ‘Verder dan dit wil ik niet gaan.’ Aarzelend nam Bob het dossier aan, hij opende het en wierp er een blik op. ‘Eh… coco?’ Hij sloeg het dossier weer dicht. ‘Dat is een bevordering, ik dacht juist dat…’ ‘Je hebt er al bijna vijf van de zes jaar opzitten, over veertien maanden ben je hoe dan ook klaar bij het Undercover Team. Het wordt tijd om over de periode daarna na te denken. Het is godgeklaagd dat ik dat in jouw plaats moet doen.’ ‘Je vergeet dat er nog vier jaar in de vervangingspool achteraankomen…’ ‘De pool is voor kleinere klussen. Voor jou zijn er dan geen grote avonturen meer.’ ‘Dat meende Peter ook, maar die heeft toch nog bijna een jaar in…’ ‘Peter was een standvastige kerel met een stabiele relatie, die…’ ‘Die na zijn vertrek beveiliger voor een maffiabaas is geworden. Als hij die gangster moet ophalen, kijkt hij waarschijnlijk op het gouden horloge dat hij hier bij zijn afscheid kreeg. Goed bezig, die Peter…’ ‘Draai er nu niet omheen, Bob!’ viel Nick uit. ‘Jij wordt voorlopig coco, en dat is te nemen of te laten.’ Hij keek Bob even aan. ‘En heel misschien, als de soep weer wat is afgekoeld, wil ik nog wel eens kijken of er nog een undercoverklusje in zit.’ Bob tikte met de map tegen zijn kin en grinnikte. ‘Co…co…co… contactcoördinator…’ ‘Er is al iemand van ons bezig’, negeerde Nick het flauwe grapje. Hij wees naar het dossier. ‘Maar die kan wel wat steun gebruiken van een oude rot.’ ‘Maar al dat papierwerk, die verslagen. Dat is toch niks voor mij…’ kreunde Bob. ‘Als ik wil babysitten kan ik net zo goed thuisblijven.’
13
Nick vlamde zijn vlakke hand daverend op tafel. ‘Nu is het genoeg Bob! Ik steek mijn nek voor je uit, anderen zouden voor die baan hun linkerarm overhebben, maar mijnheer Lemmens vindt het allemaal maar lala!’ ‘Sorry ouwe…’ zei Bob. Nick ademde uit en knikte, als teken dat hij de excuses accepteerde. Hij legde een paar pennen terug in het bakje. ‘Als jij ooit nog undercover wil, dan moet je eerst deze klus klaren. Als dat gelukt is, zal ik mij bij de directie van dit gesticht sterk voor je maken.’ Even dacht Bob na en hij keek ten slotte naar Nick. ‘Wie moet ik gaan begeleiden?’ vroeg hij zo geïnteresseerd mogelijk. ‘Kerim Yildiz. Althans, dat is zijn tweede identiteit, zijn echte naam hoef je niet te weten. Voorlopig in elk geval niet.’ Nick schoof zijn stoel wat meer naar het bureau. ‘Straffe gast, weet van aanpakken.’ Bob bladerde in het dunne dossier. ‘Precies nog niet veel gebeurd?’ ‘Het lijkt erop dat we ons hebben vastgereden.’ ‘Het was toch een straffe gast?’ ‘Daarom kan hij ook wat tips gebruiken van een ervaren agent. Bovendien zit hij in Limburg, jij kent daar de weg.’ ‘Een inktzwarte herinnering, inderdaad.’ Bob keek Nick aan. ‘Nog wat gehoord over die Tante Mie en haar Limburgse bende? Ze had me bijna écht vermoord hè, toen ze erachter kwam dat ik van de flikken was.’ Nick staarde dromerig voor zich uit. ‘Tante Mie, inderdaad…’ Kort schudde hij met zijn hoofd, als was het om een boze droom met kracht uit te wissen. ‘Haar schoondochter, die Patsy, die is hertrouwd.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Daarna hebben we het dossier niet meer opgevolgd.’ ‘Weeral naar Limburg’, zuchtte Bob. ‘Ik kom nooit meer van die godverdomse kloteprovincie af.’ Nick grijnsde. ‘Antwerpen is voor je veiligheid te dicht bij huis, maar de volgende keer mag je naar West-Vlaanderen. Beloofd.’
14
‘Jajajajaja…’ mompelde Bob en hij bladerde lusteloos in het dossier. ‘Verdomme Nick, ik heb hier echt geen zin in.’ ‘Wacht even met je commentaar. Er is ook een woning voor de coco geregeld, zodat je dicht bij je undercover bent. Dat zou de spanning thuis toch wat kunnen verlichten?’ Bob veerde op. ‘Ik mag daar blijven?’ ‘Niet permanent, alleen als dat nodig is.’ Nick blikte streng naar Bob. ‘Maar doe me een lol: vertel het ook aan Liesbeth. Als die hier weer zo’n voorstelling komt geven, neem ik je dat weer af, begrepen?’ ‘Natuurlijk, natuurlijk…’ mompelde Bob. ‘En waar mag het deze keer over gaan?’ ‘Er is een serie ramkraken aan de gang. Plofkraken, beter gezegd. Allemaal in het grensgebied in Duitsland, Nederland en België.’ ‘Ik las het, niet ver van…’ Bob ging met zijn vinger over een van de papieren. ‘Sittard. Of all places.’ Hij klapte het dossier dicht. ‘Waar ligt dat ergens?’ ‘In de buurt van de plek waar je de vorige keer zat, maar net genoeg op afstand. Het smalste stukje Nederland ligt er niet ver vandaan, hemelsbreed 4,5 kilometer tussen de Belgische en de Duitse grens.’ ‘Een grensoverschrijdende operatie dus. Doen de Nederlanders en de Duitsers ook nog iets?’ ‘Wij leveren de undercover, kwestie van capaciteit. Nederland regelt de accommodaties, die liggen daar het meest centraal. Duitsland wordt voorlopig alleen op de hoogte gehouden, hoewel daar de meeste kraken gepleegd zijn. Ik zal hen briefen, dat is niet jouw zorg. Als jij maar de coco van Kerim wordt.’ ‘Is het wel steeds dezelfde bende?’ wilde Bob weten. ‘Mogelijk. Plofkraken zijn een Nederlandse specialiteit. Tot nu toe zijn al dit soort berovingen door Nederlanders gepleegd, alleen helemaal in het oosten van Duitsland zijn ook wat Polen actief. Je hebt er expertise voor nodig, en kennelijk hebben de Hollanders die.’
15
‘Maar het kunnen toch meerdere Nederlandse bendes zijn?’ ‘Zoveel kraken in een uithoek van alle drie de landen, maakt het erg waarschijnlijk dat het dezelfde is.’ Bob maakte met zijn vingers een aanhalingsteken. ‘Waarschijnlijk?’ ‘Ja. Als in: mogelijks, vermoedelijk, denkelijk…’ ‘Jullie hebben verdomme echt nog niks.’ ‘Daarom vliegen we jou in.’ ‘Grappenmaker. Tien minuten geleden wilde je me hier nog de kantoren laten stofzuigen. Iets waar ik nog altijd meer zin in heb, maar ga vooral verder.’ ‘Twee plofkraken in Duitsland, een in Nederland en een in België. En met grof geweld.’ Nick nam een plastic mapje en spreidde een paar foto’s uit. ‘Hier, de complete gevel van een appartementenblok gedestabiliseerd. Ze moesten midden in de nacht twaalf gezinnen evacueren en het pand is nog altijd niet bewoonbaar.’ Hij wees op een andere foto. ‘Of deze. De automaat zat in de aanbouw van een winkel. De explosie had zo’n ongelooflijke kracht dat de muren helemaal zijn gebarsten en bol naar buiten staan. Het bedieningspaneel vloog er met zo’n knal uit, dat het dertig meter verder bijna een bakkersbusje omverblies.’ Hij toonde een foto van een bestelwagen, waarbij het leek alsof een reus tegen de schuifdeuren had geschopt. Nick stopte de foto’s terug. ‘Een moeder gaf gelukkig net haar kindje de borst aan de keukentafel, want door de klap viel een plafonnière in de wieg aan stukken.’ Hij keek Bob aan. ‘We moeten ze hebben voordat er doden vallen.’ Bob krabde in zijn baard. ‘Tegenwoordig beveiligen die banken dat toch met inktbommen en god weet wat voor snufjes allemaal?’ ‘De techniek holt hysterisch achter de feiten aan. Gespecialiseerde bureaus zijn overbezet, er is een wachtlijst van maanden.’ ‘Komaan Nick, dit is toch geen case van Sherlock Holmes die aan zijn pijp lurkend komt aanrijden in zijn open koets. Is er niks te zien op de camerabeelden?’
16
‘Tot aan de explosie filmt de automaat, maar ze dragen naast bivakmutsen ook nog regenpakken, zelfs de lichaamsbouw kunnen we niet zien. En deze club spuit ook nog van opzij verf op de lens. Het zijn professionals.’ ‘En ondertussen is het op z’n wild west, ouderwets postkoetsen beroven in…’ Bob pakte de map nog eens op. ‘Fucking Meeuwen-Gruitrode, Geleen en… wat?’ Hij keek verbaasd op. ‘Geilenkirchen?’ Nick grijnsde. ‘Die naam bracht me op het idee om jou als coco aan te stellen.’ Bob liet het dossier weer op het bureau ploffen en dronk met een vies gezicht in één keer zijn koude koffie op. ‘Kerim moet in het milieu een plofkraak aan iemand voorstellen’, zei hij ten slotte. ‘Kwestie van hopen dat de echte bende dat dan te weten komt en misschien actie onderneemt.’ Hij wees op het fotomapje. ‘Dan kunnen we ze gaan volgen.’ Driftig schudde Nick zijn hoofd. ‘Onmogelijk! Dat wordt een procedurele ramp en dat weet jij als geen ander.’ ‘Uitlokking?’ Nick richtte zijn vingers als een pistool op Bob en deed alsof hij schoot. ‘Advocaten ruiken uitlokking op tien kilometer afstand. Kort gezegd: jij gaat Kerim dus niet zelf een plofkraak laten voorstellen. Ik verbied het je, hoor je!?’ ‘Fuck Nick, wat een poppenkast. En geoorloofde uitlokking dan? Als coco bepaal ik zelf wat er in de verslagen komt te staan, dus zo nauw komt het niet.’ ‘Zever in pakskes Bob! Het gaat er bij uitlokking om of de verdachte het delict ook gepleegd zou hebben zónder aansporing of dwang van de infiltrant. En die aansporing is nu net de kern van je plan.’ ‘En als we een crimineel ezelsveulen zoeken dat daar uit zichzelf fout genoeg voor is?’ ‘Ik wil er niks meer over horen. Er is geen enkele rechter die daar in trapt. Als er al een rechtszaak komt, want tegen die tijd hebben de advocaten je al met huid en haar verslonden.’
17
‘Dan moeten we iets anders verzinnen’, zei Bob peinzend. ‘Aha!’ riep Nick. ‘Je zei “we”, dus je doet het?’ Bob staarde nors naar het dossier, alsof dat hem elk moment naar de keel kon vliegen. ‘Nu ja, als je het niet doet stuur ik je verplicht drie maanden op verlof’, zei Nick. ‘En ik zorg dat Liesbeth daar keurig per brief van op de hoogte wordt gesteld.’
18
Volksbank, Neustrasse, Tüddern, Duitsland Rustig reden ze de donkere straat in. Het kleine dorp vlak over de grens in Duitsland lag er doodstil bij. ‘Daar op de hoek is het’, zei Lempke vanaf de achterbank. ‘Dat meen je niet! Een filiaal in een gebóuw?’ De vrouw naast hem stompte hem in zijn zij. ‘Totaal incapabel, achterlijke knuppel!’ ‘Allà, kinderen’, bromde de bestuurder. ‘Rijden we door of proberen we het?’ Hij minderde vaart, maar bleef in de richting van het bankgebouw rijden. Het zag eruit als een groot woonhuis, waarvan de brede ramen op de benedenverdieping vol met kleurige affiches hingen. ‘Wat valt er te proberen?’ snauwde de vrouw giftig. Ze trok haar bivakmuts af en wees ermee naar het filiaal. ‘Een tuin met boompjes ervoor, automaat in de hal.’ Met een felle uithaal kletste ze de man tegen het achterhoofd. ‘Jij kunt echt niks, onnozel Lempke!’ ‘Maar het is een oude installatie, vanmiddag nog bijgevuld’, verdedigde de man zich. ‘Die paar boeren die hier wonen gaan vast niet elke dag pinnen, dus het ding zit tjokvol!’ ‘Ja, maar we komen er niet bij, kalf! Hoe moet Stuf nu tegen de automaat bonken om hem instabiel te maken? Met een bazooka?’ Met een klein schokje stond de auto stil. ‘We zijn nu binnen het bereik van de camera’, meldde de chauffeur die Stuf werd genoemd. Hij keek in de spiegel, waarbij het niet duidelijk was of hij de straat achter zich in het oog hield of dat hij zijn kibbelende passagiers wilde aankijken. ‘Er zit alleen een camera in de automaat zelf’, zei Lempke. ‘Ik heb foto’s genomen vanaf de overkant van de straat en die uitvergroot. Niks te zien.’ Stuf deed alsof hij Lempke niet gehoord had. ‘We kunnen binnen een kwartier thuis zijn, maar je moet nu beslissen, Deborah… Drie, twee, één…’ ‘Godverdomse kutklus’, vloekte Deborah. Ze trok de bivakmuts weer over haar hoofd, smeet de autodeur open en stapte uit, ge-
19
volgd door Lempke. In hun zweterige regenpak renden ze naar de achterkant van de witte Mercedes die ze eerder die middag in Genk gestolen hadden. Stuf had de achterklep al omhoog laten springen en geroutineerd namen ze elk de spullen voor hun eigen taak eruit. Stuf reed meteen weer verder, zette de auto bij het kruispunt aan de kant en liet de motor draaien. Lempke rende naar de deur van het halletje van de geldautomaat, opende die en ramde een schroevendraaier onder het toetsenbord van de automaat. Hij was nog bezig met het stalen frame omhoog wrikken om er een breekijzer tussen te kunnen wurmen, toen Deborah al naast hem stond met twee gasflessen. ‘Hoe heb je die deur zo snel opengekregen?’ ‘Een bankkaart door de magneetlezer’, zei Lempke en hij stootte met geweld het breekijzer in de spleet die rond het toetsenbord ontstaan was. Hij keek naar Deborah. ‘Een gestolen kaart hè, ik ben niet onnozel.’ Deborah antwoordde niet en hield twee slangen bij het toetsenbord. ‘Verder open’, gromde ze. Lempke duwde met zoveel kracht op de koevoet dat de huid rond zijn ogen rood werd. Het toetsenbord knarste en de spleet was groot genoeg, zodat Deborah de slangen erin kon duwen. ‘Ik zei toch dat het ouwe meuk was? Allemaal van tevoren gecheckt’, zei Lempke. Deborah wachtte een moment. ‘Ben jij hier binnen geweest?!’ ‘Nee-hee… hiernaast bij die Kroaat op het terras gezeten en een pint gedronken. Iedereen die de bank binnenging schoof eerst zijn kaart erdoor.’ Deborah knikte gehaast en voelde of de slangen nergens afgekneld zaten. ‘Oké, rap nu.’ Ze draaide aan de kraan van de smalle, hoge gasfles, terwijl Lempke naar buiten sprintte om een snoer af te rollen. Deborah kwam achter hem aan en allebei gingen ze tegen de blinde muur naast de ramen staan, ver genoeg verwijderd van rondvliegend glas. Deborah keek op haar horloge en tilde haar hand op. ‘Vanaf de klap hebben we nog dertig seconden hè. Zo snel
20