Skip to main content

9789401479912

Page 1

De Golf


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Oorspronkelijke uitgever: THE WAVE Text copyright © 1981 by Dell Publishing Co., Inc., and T.A.T. Communications Company All rights reserved. Published in the United States by Ember, an imprint of Random House Children’s Books, a division of Penguin Random House LLC. This work is a novelization of a teleplay by Johnny Dawkins based on a short story by Ron Jones. This translation published by arrangement with Random House Children’s Books, a division of Penguin Random House LLC. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 Tekst: Morton Rhue Vertaling: Finne Anthonissen Grafische vormgeving: Lenaleen/Leentje van Wirdum ISBN 978 94 014 7991 2 D/2021/45/393 NUR 283, 284


de golf

MORTON RHUE

Eén experiment verandert alles


1 Laurie Saunders zat in het redactielokaal van Gordon High op haar pen te kauwen. Ze had kort, lichtbruin haar en bijna altijd een lach op haar gezicht, behalve als ze overstuur was of op een pen zat te kauwen. De laatste tijd had ze al heel wat pennen stukgebeten. Er zat echt geen pen of potlood meer in haar tas waarvan het uiteinde níét kapot was door haar nerveuze geknaag. Nu ja, het was nog altijd beter dan roken. Laurie keek om zich heen in het kleine kantoortje, dat volgestouwd stond met schoolbanken, typemachines en lichtbakken. Op dat moment had aan elke typemachine een leerling verhalen moeten zitten uittikken voor de schoolkrant, De Nieuwsbrigade. De vormgevers zouden bij de lichtbakken druk in de weer moeten zijn met de

5


lay-out van het volgende nummer. Maar in plaats daarvan was de ruimte, op Laurie na, leeg. Het mooie weer had iedereen naar buiten gelokt. Laurie voelde het plastic buisje van haar pen knappen. Haar moeder had haar ooit gewaarschuwd dat ze op een keer een pen zou versplinteren, dat er dan een scherp stuk plastic in haar keel zou schieten en ze zou stikken en sterven. Zoiets kon alleen haar moeder verzinnen, dacht Laurie zuchtend. Ze wierp een blik op de klok aan de muur. Over een paar minuten was haar vrije uur toch voorbij. Het was niet zo dat je tijdens de tussenuren in het redactie­lokaal aan de slag móést, maar ze wisten allemaal dat het volgende nummer van De Nieuwsbrigade de week erop klaar moest zijn. Konden ze hun frisbees, sigaretten en de zon nu echt niet een paar dagen missen zodat de schoolkrant op tijd gedrukt kon worden? Laurie stopte haar pen in haar tas en zocht haar schriften voor de volgende les bij elkaar. Het was hopeloos. In de drie jaar dat zij in de redactie zat, was De Nieuws­ brigade nog geen enkele keer op tijd verschenen. En dat was niet anders nu zij hoofdredactrice was. De krant zou pas klaar zijn als iedereen er klaar voor was. Laurie trok de deur van het redactielokaal achter zich dicht en stapte de gang in. Het was er haast uitgestorven op dit moment: de bel was nog niet gegaan en er waren nauwelijks leerlingen. Ze liep langs een paar deuren, stopte voor een klaslokaal en tuurde door het raam. Binnen probeerde haar beste vriendin Amy Smith, een klein meisje met dik, goudblond krullend haar, zich door de laatste minuten van meneer Gabondi’s Franse les te

6


worstelen. Laurie had het jaar ervoor Frans gevolgd bij Gabondi en ze had zich nooit zo doodverveeld als toen. Meneer Gabondi was een rond, donkerharig mannetje dat altijd leek te zweten, zelfs op de koudste winterdagen. Hij gaf les met zo’n saaie, monotone stem, waarvan zelfs de ijverigste leerling meteen in slaap viel. En ook al was de leerstof die hij gaf niet moeilijk, toch herinnerde Laurie zich hoeveel moeite het haar had gekost om genoeg concentratie op te brengen om een n ­ egen te halen. Toen Laurie zag hoe haar vriendin zich zat te vervelen, besloot ze dat die opgevrolijkt moest worden. Ze ging zo in de deuropening staan dat Amy haar wel kon zien maar Gabondi niet, keek scheel en grijnsde. Amy sloeg haar hand voor haar mond om niet te lachen. Weer trok Laurie een gek gezicht. Amy probeerde niet te kijken, maar toch kon ze het niet laten om zich om te draaien en te zien wat haar vriendin nu van plan was. Toen deed Laurie haar beroemde vissengezicht: ze duwde haar oren naar voren, keek scheel en tuitte haar lippen. Amy probeerde haar lach zo hard in te houden dat de tranen over haar wangen liepen. Laurie wist dat ze moest stoppen, maar Amy’s reactie was echt te grappig – je kon haar zo makkelijk laten lachen. Als Laurie gek bleef doen, zou Amy waarschijnlijk van haar stoel vallen en over het gangpad tussen de tafeltjes rollen. Maar de verleiding was te groot. Laurie ging met haar rug naar de deur toe staan om de spanning op te voeren, perste haar mond en ogen samen en draaide zich om. In de deuropening stond een heel erg boze meneer Gabondi. Op de achtergrond lagen Amy en de rest van

7


de klas in een deuk. Lauries mond viel open. Maar voor Gabondi haar op haar kop kon geven, ging de bel en stroomde zijn klas al langs hem heen de gang in. Amy kwam naar buiten met haar hand in haar zij, die pijn deed van het lachen. Terwijl de twee meisjes gearmd naar de volgende les liepen, te hard buiten adem om nog te kunnen lachen, keek meneer Gabondi hen woedend na. Ben Ross stond in het geschiedenislokaal over een filmprojector gebogen. Hij probeerde in dat ingewikkelde doolhof een filmrol op de spoelen te zetten. Dit was al zijn vierde poging en hij kreeg het maar niet voor elkaar. Gefrustreerd haalde Ben een hand door zijn golvende, bruine haar. Machines waren altijd al een raadsel voor hem geweest – filmprojectors, auto’s, zelfs de zelf­bedienings­pomp van het plaatselijke benzinestation maakte hem knettergek. Hij snapte gewoon niet waarom hij zo’n kluns was op dat vlak en dus liet hij alle technische klussen maar over aan Christy, zijn vrouw. Op Gordon High gaf ze muziek­ les en begeleidde ze het zangkoor, thuis nam ze alles voor haar rekening waarvoor je een beetje handig moest zijn. Ze grapte vaak dat Ben nog geen lamp kon ver­vangen, al zei hij altijd dat ze overdreef. Hij had toch al wel een paar lampen vervangen in zijn leven en als hij het zich goed herinnerde, waren er maar twee kapot­gegaan. Ben en Christy gaven nu twee jaar les op Gordon High en tot nu toe had hij zijn geklungel met apparaten goed weten te verbergen. Of eigenlijk viel dat vanwege zijn groeiende reputatie als populaire, jonge leraar gewoon niet op. Bens leerlingen vonden zijn enthousiasme ge-

8


weldig, hoe hij zo kon opgaan in een onderwerp dat zij er als vanzelf in meegesleept werden. Zijn lessen waren ‘episch’, zeiden ze, waarmee ze aanstekelijk bedoelden. Hij wist tot hen door te dringen. De collega’s van Ross waren het dan weer niet helemaal eens over wat ze van hem vonden. Sommige leraren waren onder de indruk van zijn energie, toewijding en creativiteit. Er werd gezegd dat hij een moderne manier van lesgeven had, dat hij zijn leerlingen zoveel moge­lijk zelf de praktische en relevante kanten van het vak probeerde te laten ervaren. Als ze het politieke systeem bekeken, verdeelde hij de klas in politieke partijen. Als het over een bekende rechtszaak ging, wees hij iemand aan als beklaagde, vroeg hij andere leerlingen om de advocaten van de aanklager en de verdediging te spelen, en weer anderen om in de jury te zitten. Maar er waren ook leraren die zo hun twijfels hadden over Ben. Sommigen zeiden dat hij gewoon jong, naïef en overijverig was. Over een paar jaar zou hij zijn jeugdige enthousiasme wel kwijt zijn en op een ‘normale’ manier les gaan geven, met veel zelfstudie, wekelijkse toetsen en theorielessen. Anderen zeiden ronduit dat ze het maar niks vonden dat hij nooit strak in het pak voor de klas stond. Een of twee collega’s gaven zelfs toe dat ze gewoon jaloers waren. Maar als er één ding was waar geen enkele leraar jaloers op hoefde te zijn, dan was het wel Bens onvermogen om met een filmprojector om te gaan. Hoe slim hij op andere vlakken ook was, nu krabde hij zich op het hoofd en staarde naar de wirwar van film in het apparaat. Over een paar minuten zouden zijn laatstejaars er zijn en hij

9


keek er al weken naar uit om hun deze film te laten zien. Waarom had hij op de lerarenopleiding niks over filmprojectors geleerd? Ross zette de film weer op de rol en liet het maar zo. Er zat vast wel een handige leerling in de klas die het apparaat in een-twee-drie aan de praat zou krijgen. Hij liep weer naar zijn bureau en pakte een stapeltje opstellen die hij voor de film terug wilde geven. De resultaten waren voorspelbaar geworden, dacht Ben terwijl hij door de stapel bladerde. Zoals gewoonlijk waren er twee opstellen met een negen, die van Laurie Saunders en Amy Smith. Dan had je één acht en nog wat standaard zevens en zesjes. Twee mensen hadden een onvoldoende. De een was Brian Ammon, de quarterback van het footballteam die het bijna leuk leek te vinden om lage cijfers te halen, hoewel Ben wist dat hij veel meer in zijn mars had. De ander was Robert Billings, de loser van de klas. Ross schudde zijn hoofd. Hij maakte zich zorgen om die jongen. In de gang ging de bel en Ben hoorde deuren slaan en leerlingen naar buiten stormen. Het was gek hoe snel ze de ene klas konden verlaten om dan zo traag als slakken bij hun volgende les aan te komen. Over het algemeen vond Ben de middelbare school nu heel wat beter dan toen hij zelf nog op school zat. Maar hij stoorde zich aan een paar dingen. Eén daarvan was dat zijn leerlingen het vertikten om op tijd te komen. Vaak gingen vijf of zelfs tien minuten van zijn kostbare les verloren door laat­ komers. In zijn tijd zwaaide er wat als je na de tweede bel nog niet in de les zat. Huiswerk was ook een probleem geworden. Leerlingen

10


voelden zich gewoon niet meer verplicht om het te maken. Je kon tegen hen roepen, dreigen met onvoldoendes of nablijven – het maakte allemaal niks uit. Ze zouden hun huiswerk wel maken als ze er zin in hadden. Of zoals een van zijn derdejaars enkele weken daarvoor tegen hem had gezegd: ‘Ik snap wel dat huiswerk belangrijk is, meneer Ross, maar mijn sociale leven gaat voor.’ Ben gniffelde. Zijn sociale leven. De leerlingen druppelden de klas in. Ross zag David Collins binnenkomen, een lange, populaire jongen, het vriendje van Laurie Saunders en running back in het footballteam. ‘David,’ zei Ross, ‘zou jij me misschien even kunnen helpen met de filmprojector?’ ‘Tuurlijk’, antwoordde David. Ross keek toe hoe David naast de projector knielde en behendig aan de slag ging. Het was in een paar seconden gepiept. Ben bedankte hem met een glimlach. Robert Billings sjokte het lokaal in. Hij was een mollige jongen, altijd met zijn hemd uit zijn broek en ongekamd haar, alsof hij net uit bed kwam. ‘Gaan we een film kijken?’ vroeg hij toen hij de filmprojector zag. ‘Nee, sukkel,’ zei Brad, die hem altijd zat te pesten, ‘meneer Ross zet die projector gewoon voor de lol klaar.’ ‘Oké, Brad’, zei Ben streng. ‘Zo is het wel genoeg.’ Inmiddels waren de meeste leerlingen aangekomen, dus kon Ben de opstellen uitdelen. ‘Goed’, zei hij luid om de aandacht van de klas te trekken. ‘Ik heb de opstellen van vorige week bij me. Over het algemeen hebben jullie mooi werk geleverd.’ Hij liep heen en weer tussen de tafeltjes om alle opstellen terug te geven. ‘Maar ik wil jullie

11


nogmaals waarschuwen: jullie zijn veel te nonchalant.’ Hij bleef stilstaan en hield een opstel omhoog zodat de hele klas het kon zien. ‘Neem dit hier. Moeten jullie nu echt per se in de kantlijn van je huiswerk droedelen?’ De klas gniffelde. ‘Van wie is dat?’ vroeg iemand. ‘Daar gaat het niet om.’ Ben verschoof de opstellen in zijn handen en deelde ze verder uit. ‘Voortaan trek ik punten af als je er een kladboel van maakt. Als je veel dingen verandert of fouten maakt, schrijf je je opstel netjes over op een ander blad voor je het inlevert. Is dat duidelijk?’ Sommige leerlingen knikten. Anderen waren niet eens aan het opletten. Ben ging weer vooraan staan en trok het scherm naar beneden. Het was al de derde keer dit jaar dat hij iets van hun slordige huiswerk had moeten zeggen.

12


2 De les ging die dag over de Tweede Wereldoorlog. Ben liet een documentaire zien over de gruweldaden van de nazi’s in de concentratiekampen. In het verduisterde lokaal staarden de leerlingen naar het witte doek. Ze zagen mannen en vrouwen die zo uitgehongerd waren dat er niets anders van hen over leek te zijn dan een stel botten met huid. Mensen van wie de knieën het breedste deel van hun benen waren. Ben had deze film, en soortgelijke films, al minstens tien keer gezien. Maar de aanblik van de genadeloze, onmenselijke wreedheid van de nazi’s bleef schokkend en maakte hem kwaad. Terwijl de beelden verder rolden, sprak hij zijn klas geëmotioneerd toe: ‘Wat jullie hier zien, vond plaats in Duitsland tussen 1934 en 1945. Dit is

13


het werk van Adolf Hitler, oorspronkelijk arbeider, ­kruier en schilder van beroep, die na de Eerste Wereldoorlog de politiek in ging. De Duitsers waren verslagen tijdens die oorlog, hun leiderschap stond op een laag pitje, het leven werd duurder en duizenden mensen leden honger, vonden geen baan en werden dakloos. Daardoor kon Hitler snel opklimmen binnen de nazipartij. Hij was ervan overtuigd dat het Joodse volk een bedreiging vormde voor de beschaving en dat de Duitsers tot het superieure ras behoorden. Tegenwoordig weten we dat Hitler een para­noïde psychopaat was, letterlijk ziek in zijn hoofd. In 1923 belandde hij nog achter de tralies voor zijn politieke activiteiten, maar tegen 1934 hadden hij en zijn partij de Duitse regering overgenomen.’ Ben pauzeerde even om de leerlingen verder te laten kijken. Ze zagen nu de gaskamers en de bergen lijken die als brandhout lagen opgestapeld. De levende skeletten hadden de gruwelijke taak om de doden boven op elkaar te leggen onder het waakzame oog van de nazisoldaten. Ben voelde zijn maag omkeren. Hoe kon iemand een ander in godsnaam zoiets laten doen, vroeg hij zich af. Hij vertelde aan zijn leerlingen: ‘Hitler noemde de vernietigingskampen zijn “definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk”. Maar iedereen die niet in het superieure plaatje van de nazi’s paste werd erheen gestuurd, dus niet alleen Joden. Ze werden verspreid over Oost-­ Europa in concentratiekampen gestopt. Daar stonden hun alleen nog dwangarbeid, honger en martelingen te wachten. Wie niet meer kon werken, werd uitgeroeid in de gaskamers. De lijken gingen de verbrandings­oven in.’ Ben zweeg even en zei toen: ‘De levensverwachting van

14


de kampgevangenen was tweehonderdzeventig d ­ agen. Maar veel van hen overleefden de eerste week niet eens.’ De crematoriumgebouwen kwamen in beeld. Ben twijfelde of hij de leerlingen zou vertellen dat de rookpluim die uit de schoorstenen omhoog kringelde van verbrande lichamen kwam. Maar hij deed het niet. De documen­taire was zo al akelig genoeg. Godzijdank was er nooit een film uitgevonden die je kon ruiken, want de stank moest het ergst geweest zijn – de stank van de gruwelijkste daad uit de geschiedenis van de mensheid. Tegen het einde van de film zei Ben tegen zijn leerlingen: ‘In totaal vonden meer dan tien miljoen mannen, vrouwen en kinderen de dood in de vernietigings­kampen van de nazi’s.’ De film was afgelopen. Een leerling die dicht bij de deur zat, knipte het licht aan. Ben keek de klas rond: de meeste leerlingen zaten er verbijsterd bij. Het was niet zijn bedoeling geweest hen te choqueren, maar hij wist dat de film dit effect op hen zou hebben. De meesten van hen woonden in de lome buitenwijk rondom Gordon High. Ze waren opgegroeid in stabiele middenklassengezinnen. En ondanks de gewelddadige beelden die ze dagelijks in de media te zien kregen, waren ze verrassend naïef en onwetend. Zelfs nu begonnen er al een paar leerlingen grappen te maken. De ellende en horror van de documentaire waren voor hen waarschijnlijk gewoon het zoveelste televisieprogramma. Robert Billings, die bij het raam zat, was met zijn hoofd op zijn armen aan zijn tafel­ tje in slaap gevallen. Maar meer vooraan in het lokaal leek Amy Smith een traan weg te vegen. Laurie Saunders zag er ook overstuur uit.

15


‘Ik weet dat veel van jullie aangedaan zijn’, zei Ben t­ egen de klas. ‘Maar ik heb deze film niet laten zien om een emotionele reactie uit te lokken. Ik wil dat jullie even stilstaan bij wat jullie gezien hebben en wat ik heb verteld. Zijn er nog vragen?’ Amy Smith stak snel haar hand op. ‘Ja, Amy?’ ‘Waren alle Duitsers nazi’s?’ vroeg ze. Ben schudde zijn hoofd. ‘Zeker niet. Nog geen tien procent van de Duitse bevolking was lid van de n ­ azi­partij.’ ‘Waarom heeft niemand dan geprobeerd hen tegen te houden?’ vroeg Amy. ‘Dat weet ik ook niet precies, Amy’, zei Ross. ‘Ik denk dat ze bang waren. De nazi’s waren misschien in de minder­ heid, maar het was wel een erg goed georganiseerde, bewapende en gevaarlijke minderheid. Je mag niet vergeten dat de rest van de Duitse bevolking niet-georga­ni­seerd, onbewapend en doodsbang was. Ze ­hadden ook net een vreselijke economische crisis achter de rug die hun land compleet geruïneerd had. Misschien dachten sommige mensen dat de nazi’s hun land zouden kunnen herstellen. Hoe dan ook zei de meerderheid van de Duitsers na de oorlog dat ze niets wisten van de g ­ ruwel­daden.’ Vooraan schoot de hand van Eric, een zwarte jongen, omhoog. ‘Dat is crazy’, zei hij. ‘Je kunt toch niet stiekem tien miljoen mensen afmaken?’ ‘Inderdaad’, zei Brad, de jongen die Robert Billings voor de les had zitten pesten. ‘Dat is bullshit.’ Voor Ben was het duidelijk dat de documentaire een groot deel van de klas geraakt had en daar was hij blij om. Het was goed dat ze aan het denken waren gezet. ‘Tja,’ zei

16


hij tegen Eric en Brad, ‘ik weet alleen dat de Duitsers na de oorlog beweerden dat ze geen idee h ­ adden van de concentratiekampen en de massamoord die daar had plaatsgevonden.’ Nu stak Laurie Saunders haar hand op. ‘Maar Eric heeft gelijk’, zei ze. ‘Hoe konden de Duitsers rustig achteroverleunen terwijl de nazi’s om hen heen mensen afmaakten, en dan beweren dat ze van niets wisten? Hoe konden ze zoiets doen? Hoe dúrfden ze dat zelfs maar te zeggen?’ ‘Ik weet alleen’, zei Ben, ‘dat de nazi’s extreem goed georganiseerd waren en dat iedereen bang voor hen was. Het gedrag van de rest van de Duitse bevolking is een raadsel – waarom ze niet geprobeerd hebben hen tegen te houden, hoe ze konden zeggen dat ze van niets wisten. Naar de antwoorden op die vragen hebben we het raden.’ De hand van Eric ging weer de lucht in. ‘Ik zou mij niet de wet laten voorschrijven door zo’n kleine minderheid.’ ‘Echt’, viel Brad hem bij. ‘Een stelletje nazi’s zou mij niet zo bang krijgen dat ik zou doen alsof ik niks zag of hoorde.’ Er gingen nog handen de lucht in. Maar voor Ben iemand kon aanwijzen, ging de bel en liep iedereen de klas al uit. David Collins ging staan. Zijn maag knorde hard. Hij was die ochtend te laat opgestaan, waardoor hij zijn ontbijt van drie gangen had moeten overslaan om nog op tijd op school te komen. En ook al zat de film die meneer Ross hun had laten zien hem echt dwars, hij kon alleen maar aan de lunchpauze denken. Hij keek naar Laurie Saunders, zijn vriendin, die nog aan haar tafeltje zat. ‘Kom op, Laurie’, spoorde hij haar

17


aan. ‘We moeten snel naar de kantine, anders staan we eindeloos in de rij.’ Maar Laurie gebaarde dat hij zonder haar mocht vertrekken. ‘Ik kom zo.’ David keek moeilijk. Hij wist niet of hij nu op zijn vriendin moest wachten, of naar zijn rammelende maag moest luisteren. De honger won en David liep de klas uit. Toen hij vertrokken was, ging Laurie staan. Ze keek naar meneer Ross. Er waren nog maar een paar leerlingen in het lokaal. En behalve Robert Billings, die net wakker schoot uit zijn dutje, waren het degenen die zich het meest druk leken te maken om de film. ‘Ik kan gewoon niet geloven dat alle nazi’s zo wreed waren’, zei Laurie ­tegen haar leraar. ‘Ik kan niet geloven dat wie dan ook zo wreed kan zijn.’ Ben knikte. ‘Na de oorlog probeerden veel nazi’s hun gedrag goed te praten. Ze beweerden dat ze gewoon bevelen hadden opgevolgd en dat ze zelf zouden zijn vermoord als ze geweigerd hadden.’ Laurie schudde haar hoofd. ‘Dat is geen excuus. Ze hadden kunnen vluchten. Ze hadden terug kunnen vechten. Ze hadden zelf ogen in hun hoofd en een eigen verstand. Ze konden voor zichzelf denken. Niemand volgt dat soort bevelen gewoon op.’ ‘Toch zeiden ze dat,’ zei Ben. Laurie schudde weer haar hoofd. ‘Dat is ziek’, zei ze vol walging. ‘Echt compleet gestoord.’ Ben kon alleen maar knikken. Robert Billings probeerde langs Bens bureau heen te sluipen. ‘Robert’, zei Ben. ‘Heb je even?’

18


De jongen verstijfde, maar durfde zijn leraar niet aan te kijken. ‘Krijg je wel genoeg slaap thuis?’ vroeg Ben. Robert knikte sloom. Ben zuchtte. Hij probeerde al sinds het begin van het schooljaar tot die jongen door te dringen. Hij vond het vreselijk om te zien hoe Robert gepest werd door de andere leerlingen en het ergerde hem dat hij niet eens probéérde mee te doen in de les. ‘Robert,’ zei zijn leraar streng, ‘als je niet beter je best gaat doen, moet ik je een onvoldoende geven. Op deze manier ga je het niet ­halen.’ Robert keek zijn leraar even aan en wendde toen snel zijn blik af. ‘Heb je daar niets op te zeggen?’ vroeg Ben. Robert haalde zijn schouders op. ‘Boeit me niet’, zei hij. ‘Hoezo, dat boeit je niet?’ vroeg Ben. Robert deed een paar stappen richting de deur. Ben kon zien dat hij zich ongemakkelijk voelde bij deze ondervraging. ‘Robert?’ De jongen bleef staan, maar keek zijn leraar nog steeds niet in de ogen. ‘Ik bak er toch niks van’, mompelde hij. Ben vroeg zich af hoe hij daar in godsnaam op moest reageren. Robert was een moeilijk geval: de jongere broer die nooit zou kunnen tippen aan zijn populaire grote broer die altijd de hoogste cijfers haalde. Jeff B ­ illings was op de middelbare school pitcher in het footballteam geweest en speelde nu in de Minor League van een grote footballclub, terwijl hij buiten het seizoen medicijnen studeerde. Hij was altijd een topstudent geweest, alles wat hij aanraakte veranderde in goud. Hij was het soort kerel aan wie zelfs Ben een hekel had gehad op de middelbare school.

19


Hij kon zijn broer toch niet overtreffen, dus had R ­ obert blijkbaar besloten dat hij net zo goed helemaal geen moeite kon doen. ‘Hoor eens, Robert,’ zei Ben, ‘niemand verwacht dat je een tweede Jeff Billings bent.’ Robert keek Ben heel even aan en begon toen zenuwachtig op zijn duimnagel te bijten. ‘We vragen je alleen maar om wat beter je best te doen’, zei Ben. ‘Ik moet ervandoor’, zei Robert, met zijn blik op de grond gericht. ‘Ik vind sport niet eens belangrijk, Robert’, voegde Ben eraan toe. Maar de jongen slofte al naar de deur.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401479912 by Uitgeverij Lannoo - Issuu