VO G E L S VOOR KINDEREN
Over bonte boomklevers en aardige slechtvalken
www.lannoo.com www.onzenatuur.be Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze nieuwsbrief en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Onze Natuur en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022 isbn 978 94 014 7988 2 D/2021/45/389 NUR 222/252 Tekst: Kim Crabeels en Hotel Hungaria Beelden: Istockfoto, Hotel Hungaria Vormgeving: Studio Lannoo (Aurelie Matthys)
INHOUD Blauwe reiger — 8
Staartmees — 45
Grote zilverreiger — 10
Pimpelmees — 45
Boomklever — 12
Ooievaar — 46
Buizerd — 13
Ransuil — 48
Bosuil — 14
Slechtvalk — 50
Bruine kiekendief — 16
Roodborst — 52
Ekster — 18
Huismus — 52
Huiszwaluw — 19
Vink — 53
Fuut — 20
Winterkoning — 53
Gierzwaluw — 22
Torenvalk — 54
Grote bonte specht — 24
Veldleeuwerik — 56
Halsbandparkiet — 26
Wilde eend — 58
Heggenmus — 27
Kauw — 60
Havik — 28
Roek — 60
Houtduif — 30
Zwarte kraai — 61
IJsvogel — 32
Raaf — 61
Kievit — 34 Koekoek — 36 Kokmeeuw — 38 Merel — 40 Oehoe — 42 Koolmees — 44 Kuifmees — 44
B L AU W E R E I G E R ARDEA CINERIA
Ik een topmodel? Ach, je hebt vast gelijk. Ik ben lang, slank en sierlijk. Alleen mijn heksensnot is minder elegant.
Vogelpaspoort LENGTE: 84-102 cm, en toch
TOPMODEL
licht als een veertje
Een date met mij? Afspraak aan het water! Ik wacht je op bij een vijver, beek of moeras, desnoods urenlang op één been. Ultraslank, mijn make-up piekfijn… Een zwart lijntje loopt vanachter mijn oog naar de sierveren achter op mijn kop. Die is blauwgrijs. In elk geval bij een jong ding als ik! Volwassen blauwe reigers hebben een spierwitte kop. In het broedseizoen kleurt mijn stevige gele bek oranje.
SPANWIJ DTE: 155-175 cm WANNEER TE ZIEN: het hele jaar WAAR: bij zoet en brak water VOEDSEL: all-in buffet met vis, kikker, salamander, kreeft, muis, ringslang en mol GEMIDDELDE LEEFTIJ D: 5 jaar,
geluksvogels 25 jaar!
SPOTTERSMOEILIJ KHEIDSGRAAD: **
STATUS: niet (meer) bedreigd
SCHOONHEIDSSPECIALIST Zulke looks komen niet vanzelf! Ik strijk mijn veren met de kam die bij mijn middelste teennagel zit. Ik volg bovendien een streng dieet van zo’n halve kilo vis per dag. Plus kikkers, salamanders, kreeftjes, muizen, mollen… Oké, oké! Niet zo streng dus. Maar als grootste reiger van Europa heb ik altijd reuzehonger.
WEL EEN HOOGVLIEGER Een goede vlieger ben ik wel. In de lucht en in rust vormt mijn hals een S. Met trage, krachtige vleugelslagen leg ik lange afstanden af. Vroeger ging ik overwinteren in het zuiden. Tegenwoordig blijf ik alsmaar vaker hier. En soms komt mijn verre neef op bezoek…
Z U R E TA N T E Mijn maag is zo zuur! Visgraten lossen er vanzelf in op. Zoogdierharen niet, die komen er als braakballen weer uit.
N I E T ZO G R AC I E UZ E Z W E M M E R Ik kan zwemmen, maar meer uit noodzaak dan als hobby. Mijn zwemstijl is onhandig. Ach, zolang ik maar niet verdrink.
VA N VO G E LV R IJ N A A R V R IJ A L S E E N VO G E L
HEKSENSNOT
Begin vorige eeuw verklaarden vissers me vogelvrij. Ze jaagden me op tot ik bijna verdween. Gelukkig zie je me vandaag weer overal waar water vol vis is.
Drachtige kikkers verteer ik niet. Jakkes! Hun kikkerdril braak ik uit als heksensnot: witte blubber… Hoezo, dat afspraakje gaat niet door?
9
G R OT E Z I LV E R R E I G E R ARDEA ALBA
Ha, nichtje! Of ik je ook dit jaar kom opzoeken? Je kent me! Nu eens wel, dan weer niet.
Vogelpaspoort LENGTE: 85-100 cm SPANWIJ DTE: 140-170 cm
N I E T ZO V E R R E N E E F Lange stelten, een sierlijke nek en een soortgelijk dieet. Ik ben duidelijk familie van de blauwe reiger. Ook mijn snavel verandert in het broedseizoen van kleur – van geel naar zwart – maar mijn rode poten doen dat ook! En anders dan mijn blauwe neef ben ik hier gewoon op doortocht. Ik broed meestal in Zuidoost-Europa en overwinter bij de Middellandse Zee, al blijf ik ook steeds vaker in West-Europa hangen. Soms zelfs om te broeden.
WANNEER TE ZIEN: het hele jaar WAAR: bij zoet water VOEDSEL: vispannetje, kikkerbilletjes en muizenfilet GEMIDDELDE LEEFTIJ D: 15 jaar,
en met wat geluk haalt hij 23 jaar
SPOTTERSMOEILIJ KHEIDSGRAAD: **
STATUS: niet (meer) bedreigd
S C H R I K J E E E N H O E DJ E In de negentiende eeuw verkochten hoedenmakers mijn lange, witte veren duurder dan goud! Ik was zó populair dat het bijna mijn dood werd.
L ASTMINUTEBESLISSER
O O K N O G E E N K L E I N B R O E R TJ E Mijn broertje, de kleine zilverreiger, is even spierwit, maar wel 40 cm korter. Hij heeft zwarte poten met gele tenen en zijn snavel blijft het hele jaar door zwart. In het broedseizoen krijgt hij wel twee sierveren op zijn kop.
Is de Belgische of Nederlandse winter me te guur, dan vlieg ik last minute een paar landen verder.
S L I M M E R DA N D E VO S … In het broedseizoen vorm ik kolonies met mijn soortgenoten. We nestelen samen op de bodem van grote rietvelden en moerassen, waar vossen en andere rovers moeilijk kunnen komen.
11
B O O M K LE V E R S I T TA E U R O PA E A
En ik vlieg nog niet naar huis! Nog lange niet, nog lange niet… Ik ben de boomklever: altijd de luidste, altijd de laatste! Ik ben écht de plakker van het bos. Altijd blijf ik hangen, zelfs met mijn kop omlaag. En ik ga nog niet – fwiet fwiet – nog lange niet, nog lange niet…
Vogelpaspoort LENGTE: 12-14,5 cm SPANWIJ DTE: 22,5 – 27 cm WANNEER TE ZIEN: het hele jaar WAAR: bos, park en tuin VOEDSEL: insecten, zaden,
noten
GEMIDDELDE LEEFTIJ D: 2,5 jaar
LUIDE ROEPER Ik laat me makkelijker horen dan zien. Voor zo’n klein vogeltje maak ik echt veel lawaai. Uit volle borst put ik uit een uitgebreid repertoire: van scherpe, korte piepjes via langere fluittonen tot regelrechte trillers.
SPOTTERSMOEILIJ KHEIDSGRAAD: ***
H O U T E R I G E DA N S E R In mijn schokkerige stijl dans ik boomstammen op en af. Tussen schorsrimpels spied ik naar insecten. Wanneer ik later in het jaar overschakel op zaden en noten, prik ik ze in diezelfde rimpels vast om er lustig op los te pikken.
E E N VO G E L M E T L A N G E T E N E N Jazeker, ook de specht kan op een boomstam klimmen. Maar die speelt vals. De specht houdt zich vast met staart én poten, terwijl ik me red met mijn sterke, langtenige poten alléén! Eén pootje houd ik wat hoger, het andere trek ik bij. Dat bovenste pootje zorgt ervoor dat ik bij het dalen niet val.
R O O M S E RV I C E In het paarseizoen neem ik mijn aanstaande vrouwtje mee op huizenjacht. Ik toon haar allerlei holen: vermolmde bomen, spechtengaten, nestkasten, muurgaten… Als haar keus eindelijk vaststaat, starten de verbouwingen. Ik maak het invlieggat zo klein dat er nét een boomklever door past. Soms metsel ik mijn vrouwtje zelfs helemaal in, met alleen een kiertje voor roomservice.
12
B U IZ E R D
Vogelpaspoort LENGTE: 51-57 cm, vrouwtjes
BUTEO BUTEO
iets groter dan mannetjes
SPANWIJ DTE: 113-128 cm
Ik ben het, de buizerd. Had je me niet herkend? Ik ben toch de meest voorkomende roofvogel van het land. Maar ja, wij buizerds houden van variatie in ons verenpak. We komen in verschillende kleuren voor: van donker tot bijna wit. Dat zorgt soms voor verwarring. H E L I KO P T E R M O E D E R Buizerdmoeders zijn erg beschermend, vooral de donkere vrouwtjes, terwijl onder mannetjes juist de witte het meest agressief zijn. Eén raad: blijf uit de buurt van ons nest! Kom je rond mei toch een boze buizerd tegen, kijk hem – of meestal haar – dan recht in de ogen. Of schilder thuis ogen op de achterkant van je pet. Daar trappen we altijd in.
WANNEER TE ZIEN: het hele jaar WAAR: bossen en velden VOEDSEL: kleine zoogdieren GEMIDDELDE LEEFTIJ D: 10 jaar,
al zijn er buizerds van 26 jaar in de vrije natuur en van wel 30 jaar in gevangenschap!
SPOTTERSMOEILIJ KHEIDSGRAAD: ***
L U I E JAG E R Aan jagen verspil ik geen energie. Kieskeurig ben ik ook niet. Ik ben blij met wat de natuur me geeft: muizen, konijnen, mollen, kikkers, hagedissen… In alle rust speur ik naar prooien. Dat gaat het makkelijkst langs de kant van de snelweg, waar het aas vaak voor het oprapen ligt.
S P O T T E N VO O R D U M M Y ’ S Vaak zit ik urenlang stil op een paaltje of hek. Maar ook in de lucht kun je mij makkelijk spotten. Je herkent me aan mijn thermiekvlucht. Op warme lucht laat ik me cirkelend naar boven drijven. In het voorjaar hoor je me ook ‘miauwen’.
VERLEIDELIJKE VLIEGER Als in het voorjaar de balts aanbreekt, doen mijn partner en ik extra ons best. We cirkelen door de lucht en klimmen roepend alsmaar hoger. Plots storten we ons pijlsnel omlaag. Iedereen mag zien dat dit ons territorium is!
HOOG EN DROOG We bouwen ons nest of onze horst hoog in de bomen, het liefst aan de rand van het bos. Het is wel 1 meter breed en altijd even netjes: onze jongen spuiten hun uitwerpselen over de rand. Hoe ouder ze zijn, hoe verder ze poepen.
BOSUIL
Vogelpaspoort LENGTE: 37-39 cm
STRIX ALUCO
SPANWIJ DTE: 94-104 cm
Boe-hoe-hoe! Geef maar toe: mijn roep doet je rillen. Mij hoor je dan ook vaak in griezelfilms. In het donker jaag ik jou de stuipen op het lijf. En al zie ik er in het licht uit als een schattige pluizenbol, vergis je niet. Onder dat dons zit een meedogenloze jager: de bosuil.
WANNEER TE ZIEN: het hele jaar WAAR: voorliefde voor oude
eikenbossen
VOEDSEL: nachtschotel van
insecten en kleine knagers
GEMIDDELDE LEEFTIJ D: 4 jaar. SPOTTERSMOEILIJ KHEIDSGRAAD: ****
STATUS: niet bedreigd,
wel beschermd
MENEER EN MEVROUW Mijn vrouwtje is iets groter dan ik. Ze klinkt schriller en lust alles, terwijl ik toch iets kieskeuriger ben. En dat is mooi! Zo vechten we nooit om dezelfde prooien en duurt onze liefde het langst. Wij zijn partners voor het leven!
BOSUIL OP HET SPOOR We wonen midden in een oud loofbos vol dode bomen. Onze eik is een echte uilenvilla: met klimop overgroeid zodat we ons nog beter kunnen verschuilen. Onze grote ogen zijn extreem lichtgevoelig. Daarom brengen we de dag graag slapend in onze schuilplaats door. Alleen een ervaren vogelspotter kan ons vinden. Als een dagvogel onze rust verstoort, hoor je ons sissen en klikken. Let dan op! Eén stap dichterbij en mijn vrouwtje valt klauwend aan. Ook braakballen verklappen waar ons nest zit.
WINTERLIEFDE Mijn vrouwtje en ik gaan ’s winters al op zoek naar een eigen territorium. Ik zing uit volle borst dat zij van mij is. Zij zoekt een plek uit voor ons nest: een holle boom, een rotsspleet, een oud gebouw… Het maakt niet uit! Met een tapijtje van houtmolm en braakballen maken we er ons thuis van.
14
H Y P E R G E VO E L I G E O R E N Onze oren horen tien keer beter dan de jouwe. Ze staan op ongelijke hoogte: handig bij de jacht! Vanaf een hoog uitkijkpunt lokaliseer ik mijn prooi op het gehoor. Het geritsel van een muis komt in mijn ene oor nét iets later aan dan in mijn andere. Zo weet ik perfect waar mijn lunch rondscharrelt. Ik val geruisloos aan, pluk mijn prooi van de grond en slik hem in één keer door. Onverteerbare botjes en veren braak ik in balletjes uit.
DOLGEDR A AID
U I L S K U I K E N S M E T D O N S JA S Onze eieren komen uit tussen februari en mei. De jongen blijven zeker twee weken onder moeders vleugels. Zo lang zorg ik voor het eten. Na vier tot vijf weken verlaten ze voor het eerst het nest. Vliegen lukt nog niet. Onze uilskuikens zitten als pluizige takkelingen op een tak in de buurt. Wie valt, klautert zelf weer naar boven. Dankzij vier tenen, waarvan er twee naar voren en twee naar achteren wijzen, blijven ze gelukkig meestal stevig zitten. Na drie weken verruilen de jongen hun donsjas voor echte veren: tijd voor de eerste vliegles! 15
Mijn coolste kenmerk is misschien mijn hyperelastische hals met dubbel zoveel nekwervels als de meeste zoogdieren. Ik kan hem drie kwartslagen draaien: naar links, naar rechts en ook loodrecht omhoog en omlaag! Mijn ogen zitten dan wel muurvast in mijn schedel, toch heb ik altijd alles gezien.
F O P PA K J E Laat je niet foppen door mijn dikke verenpak. Er zit niet meer dan een halve kilo vogel onder.
BRUINE KIEKENDIEF CIRCUS AERUGINOSUS
Hey daar, lekker kippetje! Jij bent er eentje om op te vreten. Niet letterlijk, geen nood! Sta me toe je te verleiden met een bedwelmende luchtdans. Ik ben niet zomaar de casanova van het hemelrijk, ik ben de bruine kiekendief. Woe-iiii! LUCHTCIRCUS Over naar de vrouwtjes! Die palm ik in met een spectaculair stukje luchtacrobatie. Mijn wetenschappelijke naam is niet voor niks Circus aeruginosus, waarbij ‘circus’ verwijst naar de cirkels die ik maak in de lucht. Jazeker, ik sloof me uit om de vrouwtjes te paaien! Ik vlieg indrukwekkend hoog en werp me ondersteboven in haar richting. Dan val ik op mijn zij terwijl ik luid mijn baltsroep schreeuw. Laag boven de grond zoek ik vervolgens haar lievelingshapje uit. Ik werp het haar toe in de vlucht. Als zij mijn cadeau aanvaardt, gaan we eindelijk paren.
GEEN KIPPENSTELER Kippenliefhebbers, geen paniek! Mijn naam doet anders vermoeden, maar ik steel nooit een kip… In elk geval geen volwassen exemplaar. Ik roof alleen jonge vogels: kuikens of kiekens, vandaar mijn naam.
KR A AMKLINIEK
Vogelpaspoort LENGTE: 43-55 cm SPANWIJ DTE: 115-140 cm WANNEER TE ZIEN: maart tot
oktober
WAAR: rietvelden, moeras-
gebied, vooral in de Westhoek (VL) VOEDSEL: kleine zoogdieren,
jonge vogels, amfibieën, insecten, maar géén kippen
GEMIDDELDE LEEFTIJ D: 5 jaar SPOTTERSMOEILIJ KHEIDS-
Mijn hartendief maakt haar nest het liefst op de bodem van een rietveld, maar soms ook in moerasgebied vlak boven het water of midden in het graan. We blijven vaak levenslang samen, al kan ik best meerdere vrouwtjes tegelijk hebben. Alle nesten waarvan ik de vader ben, liggen lekker dicht bij elkaar.
MA AIVERBOD Wij kiekendieven zijn erg nestgevoelig. Laat ons dus met rust! Landbouwers die ons nest op hun akker spotten, mogen eromheen niet maaien.
V-V L U C H T Ik ben een van de grootste roofvogels van het land. Ik ben groter dan de buizerd, maar slanker gebouwd, met een langere staart en grotere vleugels. Mijn vrouwtje is zelfs nog iets groter. Onze vleugels zijn breder dan die van onze blauwe en grauwe soortgenoten. We tillen ze op in de vlucht tot ze een perfecte V vormen.
GRAAD: ***
M A K K E L IJ K E M A N N E TJ E S Bruine, blauwe of grauwe kiekendief? De vrouwtjes van die drie soorten lijken nogal op elkaar. Maar wij mannetjes laten ons makkelijker onderscheiden. Mij herken je aan mijn kastanjebruine pak, mijn blauwgrijze staart en mijn gelige kop en borst. Mijn ondervleugels zijn lichtgekleurd met zwarte vleugelpunten.
B L AU W E K I E K E N D I E F Mijn blauwe neef is volledig blauwgrijs met een lichtgekleurde buikzijde. Ook zijn zwarte vleugelpunten vallen op, maar anders dan ik heeft hij geen donkere onderbuik.
G R AU W E K I E K E N D I E F
bruine kiekendief
Mijn grauwe en blauwe neef lijken wel héél erg op elkaar! Het verschil zit hem in de vleugels. De grauwe kiekendief heeft een zwarte streep op zijn bovenvleugel en twee strepen op zijn ondervleugel. Hij heeft trouwens maar vier zichtbare zwarte ‘vingers’, terwijl mijn blauwe neef en ik er vijf hebben.
blauwe kiekendief
grauwe kiekendief
17
EKSTER PICA PICA
Pestkop! Niet ik… Jij! Je noemt me dief, of erger: kuikenkiller! Alsof ik de enige ben die af en toe een nest leegrooft. Puh! Ik doe het tenminste niet stiekem.
Vogelpaspoort LENGTE: 40-51 cm SPANWIJ DTE: 52-60 cm WANNEER TE ZIEN: het hele jaar WAAR: open landschap met
N I E T Z WA R T - W I T Ik? Zwart-wit? Kijk nog eens! Mijn verenpak schittert in alle mogelijke tinten groen, blauw en paars.
bomen, steden
VOEDSEL: alleseter GEMIDDELDE LEEFTIJ D: 3 jaar SPOTTERSMOEILIJ KHEIDS-
S P I E G E LTJ E , S P I E G E LTJ E
GRAAD: *
Ik bewonder mezelf graag in de spiegel en kan me zelfs herkennen: hyperintelligent!
S T R A AT V E G E R In de stad ruim ik afval op. Langs snelwegen laat ik kadavers van overreden dieren verdwijnen.
ALLESETER Ik lust alles: bessen, vruchten, eieren, maar ook kevers, insecten, wormen en muizen werk ik gulzig naar binnen. Vóór landbouwers pesticiden gingen gebruiken, werd ik als een nuttige vogel gezien. Alles wat schadelijk was voor land- en bosbouw, staat op mijn menu. Spot je mij in je moestuin, dan is een bedankje op zijn plek: ik verlos je van slakken en larven.
J E U G DZO N D E In mijn tienerjaren (zo tot mijn derde) zat ik in een jeugdbende. Wat maakten we het leven van gesettelde eksterparen zuur! Maar alleen om te leren hoe we later zelf volwassen moesten zijn.
HOUD DE DIEF? Slim maakt nieuwsgierig. Als iets glimt, wil ik het onderzoeken. Als je me betrapt, ga ik met ‘mijn’ blingbling aan de haal, maar alleen omdat het misschien iets lekkers is. Eksternesten vol gestolen schatten bestaan alleen in sprookjes. Al klopt het wel dat ik voedselvoorraden verstop.