Skip to main content

9789401479813

Page 1

BLUVN GOAN DE STERKHOUDERS EN STRAFFE V E R H A L E N VA N C LU B B R U G G E

RAF WILLEMS


WE ARE

BRUGES

VO ORWO ORD BART VERHAEGHE

Toen auteur Raf Willems me vroeg wiens verhaal zeker niet mocht ontbreken in een boek over 130 jaar Club Brugge, moest ik niet lang nadenken. Het verhaal van Yvonne. Met veel bewondering voor haar clubliefde draag ik graag dit voorwoord op aan de meest legendarische supporter van Club Brugge: Yvonne Lahousse. Vonne van de Spionkop was een levenslustige, volkse, Brugse cafébazin die leefde voor haar gezin … én voor Club. Ze was niet zomaar een supporter. Ze was de grondlegger van de zogenaamde spionkop – eerst in de Klokke, later op Olympia. Yvonne was fanatiek. Ze uitte haar clubliefde in eindeloze supportersgezangen en schreeuwde de spelers als geen ander luidkeels richting doel. Zelfs twee dagen na haar bevalling was ze alweer present in hààr spionkop. Haar volkse uitstraling, haar verenigende kracht, haar bijzondere toewijding – óók bij verlies –, en haar durf om een trekkersrol op te nemen, weerspiegelen de waarden van Club Brugge ten voeten uit. Ze droeg bij aan onze identiteit en dwingt daar tot op de dag van vandaag nog veel respect voor af. In 2006 namen familie, vrienden en Club Brugge afscheid van Yvonne, maar ze maakt voor altijd deel uit van de grote Clubfamilie. Misschien zelfs meer dan ooit. Ze heeft ons geïnspireerd. Het was dan ook niet meer dan logisch dat de sterkste vrouw van Club Brugge haar naam zou geven aan ons sterk vrouwenteam: Club YLA. Yvonne Lahousse strijdt nu mee óp het veld en brengt zo het verleden en de toekomst van Club bij elkaar. Ik dank auteur Raf Willems en uitgeverij Lannoo om de rijke geschiedenis van Club Brugge te bundelen en te laten vertellen door tientallen leden van onze grote

Clubfamilie. Bekend en minder bekend, maar allen vanuit een gedeelde passie voor onze club en voor het voetbal. Tijdens de afgelopen 130 jaar bouwde Club een sterk DNA op. In welke afdeling we ook speelden – dat was niet altijd in de hoogste regionen – Club bleef altijd trouw aan zijn eigenheid: strijden als één team en hard werken voor succes. No Sweat, No Glory, zowel op als naast het veld. We zijn één familie en dus zorgen we voor elkaar, ook als het niet goed gaat. Club neemt zijn verantwoordelijkheid op in de samenleving, met de talloze projecten van de Club Brugge Foundation. Het is een maatschappelijke rol die continu evolueert. We steunen elkaar, creëren kansen en helpen die te grijpen in het leven. We delen onze waarden en normen: solidariteit en respect staan voorop, voor discriminatie en geweld is er absoluut géén plaats. Met de kracht van voetbal kunnen we die waarden concreet uitdragen naar verschillende generaties toe. Club Brugge is een verhaal van mensen: getalenteerde topspelers, trouwe supporters, gepassioneerde vrijwilligers, enthousiaste medewerkers, verantwoordelijke bestuurders, geëngageerde partners, … ik ben elkeen bijzonder dankbaar voor zijn of haar positieve bijdrage aan onze club. En ik ben ervan overtuigd dat ook de generaties na ons eenzelfde dynamiek zullen voortzetten en een duurzame sportieve toekomst zullen nastreven voor ons geliefde Club Brugge. We bluvn goan, allemoale thope.

Bart Verhaeghe Voorzitter Club Brugge


6


INHOUD WE ARE BRUGES 5 HENK HOUWAART 44 VO O R WO O RD BA RT V ERH A EG H E

WE HADDEN DE FINALE VER DIEND IN HET EUR O PE S E MIR AKELJAAR 1987- '88

WE ARE WONDERFUL 11 MICHEL D’HOOGHE 53 DE CLU B L I E F D E VA N D E TWA A L FD E M A N

HECTOR GOETINCK 20 B L I J V E N DE HERIN N ERIN G EN A A N H ECTOR GO E TI N C K , D E BL AUW-Z WA RTE M YTHE

ALBERT DYSERYNCK 24 E E N O N TMO ETIN G BIJ H ET B ORSTBEEL D VA N DE VI SI ON A IRE VO ORZ ITTER

RAOUL LAMBERT 27 DE O N ST E RFEL IJKE H EL D VA N BR UGGE , DE WA N DE L EN D E CLUBL IEFD E

RAOUL LAMBERT 32 E L F E U R O P E SE TOPM ATCHEN VA N R AO U L L A MB ERT

JOHNY THIO 34 H E T I D O O L VA N D E KLOKKE D EED D E VR O U WE N H A RTEN SN EL L ER SL A A N

FONS BASTIJNS 40 L E I DE R S C H AP ZON D ER BLUF, A A N VA L L E N ZON D ER GRIL L EN , VE R DE DI GE N ZON D ER BR UTA L ITEIT

inhoud

VAN CLUB NAAR STAM

JULIEN COOLS 56 MET HAPPEL B EHO OR DE CLUB TOT DE EUR O PE S E TO P!

FRANK VALENTINO 60 DE SPIONKOP B R ACHT MUZIEK , MELO DIE EN HUMO R IN HET STADIO N

ERNST HAPPEL 63 DE WONDERJAR EN VAN CLUB B R UGGE DANKZIJ DE WEENS E INVLOEDEN VAN EEN OND O OR GR O NDELIJKE WELTMEISTER

BIRGER JENSEN 71 WENEN OP WEMB LEY NA DE NEDER LAAG IN DE FINALE TEGEN LIVER P O O L

JAN CEULEMANS 76 DE HOUWAAR TJAR EN? DE S CHO ONSTE TIJD VAN MIJN LEVEN

HUGO BROOS 84 ZE S S CHITTER ENDE JAR EN. MIJN HAR T LIGT B IJ CLUB !

7


FRANKY VAN DER ELST 89 FRANÇOIS STERCHELE 135 CLU B B R U GGE H EEFT M IJN L EVEN VE R A N DE RD

DAAR IS EEN VO ETBALLER GE STORVEN

LEO VAN DER ELST 94 CARL HOEFKENS 138 P RE SE N TEREN OP CLUB TV, H ET V R OUWENTE A M C LUB YL A M A N AGEN EN D E PAR TNER S B EGE L E I DEN OP EUR OPE SE REIZ EN

SAMEN ZINGEN MET B LUE AR MY GAF ME EEN B O O ST

PASCAL PLOVIE 98 PETER GHEYSEN 146 I K B E N E EN HA LVE EEUW BIJ CLUB E N H E B BL AUW-Z WA RT BLOED

HET FIJNSTE GEVOEL KRIJG JE ALS HET SPORTIEVE EN HET SO CIALE SAMENVLOEIEN

VITAL BORKELMANS 104 KIRSTEN WILLEM 150 H A MB U R GERS B OEFEN EN P I N TJE S PA KKEN A VOLON TÉ E N TO CH KA M PIOEN ! !

0OK DIGITAAL WIL CLUB DE NUMMER ÉÉN WO R DEN EN B LIJVEN

GERT VERHEYEN 111 HET SCOUTINGTEAM 154 VA N Z WOEGEN D E TOT S COREN D E SP I TS, P OPUL A IRE A N TIVED ETTE

EVEN VO O R STELLEN, HET S COUTINGTE AM : KENNETH B RYLLE , R AYMOND MOMMENS , PETER VAN WAMB EKE

GEERT DE CANG 114 BRANDON MECHELE 158 ME T B LU E A RM Y KOZ EN WE VO OR B E L E V I N G VIA PA S SIE , TR OTS EN RITME

ER GAAT ECHT NIETS B OVEN EEN GOE D E , HEER LIJK S CHUIVENDE TACKLE

PHILIPPE CLEMENT 118 ROEL VAEYENS 167 I K WI L SL AGEN IN D E UITDAGIN G O M DRI E L A N D STITEL S OP RIJ TE H A L E N M ET CLUB BR UGGE!

O NS BAS ECAMP IS EEN VAN DE MEE ST FUNCTIONELE VAN EUR OPA O P HET GE BI E D VAN WETENS CHAPPELIJKE B EGELEIDING

PHILIPPE CLEMENT 124 JOHAN KOEKELBERGH 170 E L F CLU B STUN TS IN DE CH A M PION S L EAG UE ON D ER P H I L I P P E CL EM EN T !

IK LEER DE ZE STIG JAAR GELEDEN ZING E N OP D E KLOKKE EN WER K VANDAAG MET VEEL PLE ZI E R O P HET BAS ECAMP

TIMMY SIMONS 128 DIETER DEPREZ 175 DA N K Z I J HET SYSTEEM S OL L IED S C O O RDE N WE GEM ID D EL D DR I E K E ER PER WED STRIJD.

8

DANKZIJ HET GEDULD VAN HET CLUB L AB B R AK CHAR LE S DE KETELAER E D O O R .


JOSÉ IZQUIERDO 180 CHARLES DE KETELAERE 226 CO LO MB I A A N SE GOUD EN S CH OEN BEVR IJDDE CLU B I N 201 6 VA N BUFFA LOFR UST RATIE S

IK B EN ZOWEL EEN INTUÏTIEVE ALS EEN CO LLECTIEVE VOETBALLER

RUUD VORMER 185 MARIE MINNAERT 235 I K W I L N O G EEN V IJFD E TITEL VI E R E N ME T D E FA N S

MET CLUB YLA DE CUP O F DE TITEL PAKKE N, DIE B ELEVING WIL IK VO ELEN!

HANS VANAKEN 188 NOA LANG 238 JOVIAAL EN SO CIAAL , EEN CLUBMENS IN HART EN NIEREN

IK WIL DE NOA LANG MOVE ALS CLUB B R U GG E B EWEGING ZIEN VO OR DE JEUGD

RIK DE MIL 196 VINCENT MANNAERT 244 COAC H CLU B N EXT: ‘ ON Z E D OEL STEL L ING? TEGE N 2023 IN D E CH A M PION S L EAGUE A A N TRE DE N M ET VIJF JEUGD SPEL ERS’

ER ZIJN HO NDER DDUIZENDEN VO ETBALCLU B S TER WER ELD. MAAR ER IS SLECHTS EEN ‘CLU B’: DIE VAN B R UGGE . DAT MOET EUR O PA WETE N.

RUBEN VAN BOCKSTAEL 203 BART VERHAEGHE 251 ME T DE VI DEO CA M ERA WIL IK EL KE DAG O P N I E U W AUTHEN TIEKE EN UN IEKE CLU B CO N T EN T VO OR D E FA N S VA STL EGGEN

CLUB B R UGGE IS VANDAAG EEN TO ONAANGEVEND S P O R T- , MEDIAEN ENTER TAINMENTB EDR IJF

BOB MADOU 206 130 MIJLPALEN VAN DE CLUB 259 CLU B B R U GGE UITB OUWEN TOT EEN FA NGE RI C H T MED IA- EN EN TERTA IN M EN TBEDR IJF

CLINTON MATA 210 STATISTIEKEN 278 GECO N TR O L EERD E RISICO’ S BIJ H ET U I TVO E TBA LL EN OM D E D R UK OP D E TEGE N STA N D ER TE V ERH O GEN .

JUSTINE ROMBAUT 217 COLOFON I K TO O N DE FA N S WAT ER GA A N D E I S B E H I N D TH E S CEN E S

288

SIMON MIGNOLET 221 A L S K E E P E R WIL IK R UST BREN GEN IN H E T STRA FS CH OP G EBIED. VO OR D E SP E L E RS E N VO OR D E SUPP ORTERS

inhoud

9


WE ARE

WONDERFUL

DE CLUBLIEFDE VAN DE TWAALFDE MAN

‘De Grote Reünie’. Zo luidde de kop in een krant. Over Jan Breydel als het fort vol passie en emotie. Als gevolg van de coronapandemie bleven de stadions anderhalf jaar zo goed als gesloten voor het publiek. Op zondag 22 augustus 2021 gingen de deuren van Jan Breydel opnieuw open: meer dan 25.000 blauw-zwarte fans zongen een ontroerend You’ll Never Walk Alone. Op deze historische dag ging ik op zoek naar een aantal quotes over echte ‘Clubliefde’. GIANNI VAN NIEUWENBORGH (37, MEULEBEKE)

Ik ben Clubsupporter van vader op zoon. Club Brugge is mijn tweede thuis. Het doet heel veel deugd om hier na corona terug te mogen zijn. Ik hou vooral van de kameraadschap die ik hier beleef. Favoriete speler vroeger en nu: Dany Verlinden en Charles De Ketelaere. Mooiste moment: Club – Anderlecht 4-0, kampioenenmatch van 2015-’16. DYLAN MASSE (24, EVERGEM)

Ik kom sinds mijn zesde met mijn opa mee naar Club. Ik beschouw het intussen als mijn tweede thuis. Ik hou van het groepsgevoel. Wij zijn er altijd voor de Club. W E A R E W OND E R F U L

Favoriete speler vroeger en nu: Bosko Balaban en Clinton Mata. Mooiste moment: Club – Anderlecht 2-1, bekerfinale van 2014-’15. Het doelpunt van Refaelov bezorgt me nog altijd kippenvel. WILLY PLOVIE (80, LOVENDEGEM)

Ik ben dus de opa van Dylan. Nee, geen familie van Pascal. Ik kom al naar de Club sinds 1960. Ik heb nog vaak pintjes gedronken in café De Klokke over het stadion, waar toen doelman Ferdinand Boone soms achter de toog stond. In die tijd hield ik wel van onze spelverdeler Pierre Carteus. Ik heb ook Fernand Goyvaerts nog zien spelen, onze artiest. Als ik hem qua niveau met iemand moet vergelijken durf ik hem naast Jan Ceulemans te

zetten. Hij speelde niet voor niets later bij Barça en Real hé. Ik vind de Happeljaren de schoonste die ik heb meegemaakt. Ik hou van het familiegevoel van Club. Die unieke band tussen de supporters maakt van ons de beste en schoonste ploeg van België. Favoriete speler vroeger en nu: Edi Krieger, de Oostenrijkse libero uit de Happeltijd. Mooiste moment: twee keer een herinnering tegen Borussia Dortmund. De 5-0 in de achtste finale van de UEFA Cup in 1987-’88 is de beste Clubprestatie die ik heb gezien in die zestig jaar. En ik hoorde nooit een mooiere versie van You’ll Never Walk Alone dan in datzelfde stadion in december 2019. Toen fans van Borussia en Club dit samen zongen. SUZANNE VANDENBROUCKE (74, BRUGGE)

Ik volg Club sinds het einde van de jaren zestig, toen nog op De Klokke. Het Clubgevoel zit diep in mij, je kunt dat niet verwoorden. Dat zegt eigenlijk genoeg. Zonder Club

11


kunnen mijn man Freddy en ik niet leven. Favoriete speler vroeger en nu: Raoul Lambert en Hans Vanaken. Mooiste moment: Wembley, finale Europacup der Landskampioenen 1978. FREDDY VAN DEN VEEN (75, BRUGGE)

Ik heb Ferdinand Boone nog weten in het doel staan in de vroege jaren zestig en heb nog vaak in zijn kroeg gezeten. Ik deel hetzelfde Clubgevoel als mijn vrouw Suzanne. Zonder kunnen wij niet leven. Favoriete speler vroeger en nu: Raoul Lambert en Charles De Ketelaere. Mooiste moment: Wembley 1978, samen met mijn vrouw, om nooit te vergeten!

Mooiste moment: Club – Anderlecht 2-1, de bekerfinale in 2014-’15. Fabienne en ik vlogen toen in elkaars armen. CARINE DE JAEGER (70, BRUGGE)

Je zegt dat we er allemaal veel jonger uitzien dan onze leeftijd in werkelijkheid is. Wel, dat is dankzij Club. Dat is de betekenis voor ons: Club Brugge houdt ons jong. Ik kom al sinds 1965. Mijn pa nam me mee naar De Klokke. Ik verloor mijn hart na de eerste match. Als gevolg van de fantastische sfeer en door de muziek van de spionkop. Favoriete speler vroeger en nu: Raoul Lambert en Brandon Mechele. Mooiste moment: Club Brugge – Borussia Dortmund 5-0, achtste finale UEFA Cup 1987-’88.

FABIENNE VAN DEN VEEN (50, BRUGGE)

Ik kreeg de liefde voor Club mee van mijn ouders Freddy & Suzanne. We gaan nog altijd samen naar de matchen. En ook met mijn partner Sebastien. Club staat voor mij voor liefde, ik kan het niet missen. Het geeft me dus een enorm warm gevoel dat we opnieuw allemaal naar het stadion mogen. Favoriete speler vroeger en nu: Jan Ceulemans, Hans Vanaken en Simon Mignolet. Mooiste moment: Club – Anderlecht 2-1, bekerfinale van 2014-’15. SEBASTIEN FINAUT (51, JABBEKE)

Ik ben Clubfan sinds mijn achtste. Het is dus voor mij begonnen in het seizoen van Wembley. Club betekent voor mij één woord: PASSIE! Met hoofdletters. Beleving. Zingen. Blauw & Zwart Forever. Letterlijk en figuurlijk. Ik vind het ons mooiste lied. Favoriete speler vroeger en nu: Jan Ceulemans en Brandon Mechele.

12

KEVINE LAMBERT (29, KANEGEM)

Ik was vijftien toen ik in 2006 op de uitnodiging van mijn neef en mijn oom inging op de uitnodiging om mee te gaan naar Club Brugge. Ik ben blijven ‘hangen’, want het beviel me zeer. Ik beschouw het nog steeds als een soort familie-uitstap. Ik hou van voetbal, maar nog veel meer van de sfeer. Die sfeer in ons stadion, dàt is voor mij de omschrijving van het Clubgevoel. Ook de minuut applaus voor François Sterchele die we blijven geven op minuut 23 bezorgt me nog altijd koude rillingen. Dat zegt ook alles over Club. En terug denken aan de kampioenenvieringen op het plein in de binnenstad – vooral het ogenblik dat de spelersbus arriveerde - geeft me ook nog altijd een kick. Favoriete speler vroeger en nu: François Sterchele en Brandon Mechele. Mooiste moment: Club Brugge – Anderlecht 4-0, kampioenenmatch 2015-’16.

DELPHINE LAMBERT (32, KANEGEM)

Ik ben enkele jaren geleden mijn jongere zus gevolgd. Ze bleef maar zeuren om eens mee te gaan. Ik deed het tegen mijn zin want ik hield niet van voetbal. Dat veranderde van het ene moment op het andere. Nu drijft de goesting om Club te bezoeken mij er altijd weer naartoe. Ik kijk ernaar uit. Omdat iedereen hier gelijk is. Niemand kijkt op je neer. We vormen één grote familie. Samen springen, dansen, uit de bol gaan, dat is Club voor mij. Favoriete speler: Ruud Vormer.


Mooiste moment: Standard – Club Brugge 1-1, kampioenenmatch 2017-’18. MARCO ROES (26, RIJKEVORSEL)

In 2008 kwam ik op mijn dertiende met mijn oom helemaal vanuit Rijkevorsel in de Noorderkempen mee naar de Brugse derby. Ik was gelijk verkocht. Het is honderd procent gevoel voor mij. Pure emotie. Ik voel me hier thuis. Tijdens de coronatijd heb ik mijn Clubvrienden echt gemist. We reizen met een bus van

we are W OND E R F U L

vijftig Clubfans naar elke thuis- en uitmatch. Ik vergeet nooit de bekerfinale van 2015 tegen Anderlecht. Die ontlading na het doelpunt van Refaelov heb ik niet eerder en ook niet later gekend. Favoriete speler: Hans Vanaken. Mooiste moment: Club Brugge – Anderlecht 2-1, bekerfinale 2014-’15. JENS SYSMANS (26, BRECHT)

Mijn coach nam me in 2003 mee naar Club. Ik was toen acht jaar. En ik ben blijven komen. Ik voel me hier

altijd heel gelukkig en ben blij dat we hier terug kunnen zijn na de coronatijd. Dat geeft me echt het gevoel van thuis te komen. Net als mijn vriend Marco hou ik de beste herinnering over aan de overgang van ontgoocheling naar euforie in de laatste minuut van de bekerfinale tegen Anderlecht in 2015. Dat was echt een topweek, want we schakelden enkele dagen eerder in de Europa League Besiktas Istanboel uit. Favoriete speler: Brandon Mechele. Mooiste moment: Club Brugge – Anderlecht 2-1, bekerfinale 2014-’15.

13


SIEGY GILLIS

ANNELEEN DE

ARVIN STORMS

(30, BALEGEM)

SPIEGELAERE

(27, ZAVENTEM)

Ik supporter sinds mijn vijftiende. Club staat voor mij voor: thuiskomen, vrienden zien, amusement, bier drinken, ambiance! De match van mijn leven beleefde ik in het Bernabeustadion: 0-2 bij Real Madrid voorsprong, uiteindelijk nog 2-2 geworden. Bij de beste ploeg van de wereld op dat moment. Favoriete speler: Ruud Vormer. Mooiste moment: Real Madrid – Club Brugge 2-2, poulefase Champions League 2019-’20. CHELSY DE WEERDT (27, RONSE)

Ik kreeg de liefde voor Club Brugge binnen met de spreekwoordelijke paplepel, via mijn pa. Hij supporterde al voor Club in de tijd van Pierre Carteus, rond 1970. Die was ook van Ronse. Mijn pa, Willy, overleed in 2016 na een langdurige ziekte. Toch bleef hij tijdens die harde periode de thuismatchen bezoeken. Club Brugge was zijn steun en toeverlaat en bij zijn vrienden op de tribunes kon hij alles kwijt. Hij liet er zijn frustraties – het gevolg van de ziekte – én emoties – de vreugde bij doelpunten – de vrije loop. Toen Club in 2016 na elf jaar nog eens kampioen werd, bevond pa zich in coma. Eigenlijk lag hij op zijn sterfbed maar we hebben de Clubsjaal rond zijn nek gehangen, zo was hij er voor ons toch bij. Na zijn overlijden besloot ik om naar Club te blijven komen, ter ere van hem. Favoriete speler toen en nu: Jonathan Blondel en Ruud Vormer. Mooiste moment: Manchester United – Club Brugge 3-1 in de Europa League in 2015. Het was de laatste match die ik samen met mijn papa bezocht heb.

14

(30, DEINZE)

Ik ben fan sinds mijn vijfde dankzij mijn vader. Ik voetbalde zelf van in de jeugd tot in het eerste elftal bij Zulte Waregem. Club is alles voor ons. Ook voor mijn man, vandaag brengen we onze vierjarige zoon Matthis mee naar zijn eerste wedstrijd. Op die wijze wil ik het Clubvirus aan hem doorgeven zoals mijn pa dat bij mij deed. Favoriete speler: Ruud Vormer. Mooiste moment: Real Madrid – Club Brugge 2-2 in groepsfase van de Champions League 2019. Standard – Club Brugge 1-1, kampioenschapsmatch in 2017-’18. THOMAS CLERX (24, DEINZE)

Ik ben lid van de North Fanatics sinds 2013. We brengen als sfeergroep muziek in het stadion. We zetten alles in gang, verbonden ons met de Noordtribune boven en beneden. We zorgen letterlijk en figuurlijk voor vuurwerk en zijn de vlam in de pijp. We ontwierpen de song ‘Bruges are winning, everywhere we go.’ Club betekent alles voor mij. Elke dag van de week, 24 op 7. Ik leerde hier vrienden voor het leven maken. Net als mijn makkers van de North Fanatics: ze werden meters en peters van elkaars kinderen en waren getuigen bij elkaars trouw. Ik werd echt getroffen door het overlijden van François Sterchele. Ik was toen een jongen van elf. En dat deed me zoveel pijn. Favoriete speler: Noa Lang. Mooiste moment: Club Brugge – Anderlecht 4-0, kampioenschapsmatch in 2015-’16. Plus de minuut applaus voor Sterchele.

Als Brusselaar supporter ik toch voor Club Brugge. Mijn vader, die ook fan was van RWDM, droeg die liefde op mij over. Ik hou van Club omdat het de Vlaamse traditievereniging is en de ploeg van de werkmensen. Ik hou ook van de hand-in-hand-kameradensfeer. Favoriete speler: Noa Lang. Mooiste moment: AS Monaco – Club Brugge 0-4, in de groepsfase van de Champions League 2018. JASON DECLERCQ (20, WAREGEM)

Voor mij begon het op mijn derde levensjaar toen mijn mama en meme me vanuit Waregem meenamen naar Club. Ik heb dus nooit anders geweten. Ik draag nu de familiefakkel. Club is mijn grootste liefde en ik blijf supporter: het is een totaalpakket. Vooral de vriendschapsbanden én de fantastische sfeer zijn geweldig. Favoriete speler: Ruud Vormer. Mooiste moment: Club Brugge – Anderlecht 4-0, kampioenschapsmatch van 2015-’16. LISA DE TEMMERMAN (16, ZINGEM)

Ik kom al tien jaar met mijn ouders mee. Ik voel me hier gelukkig. Dankzij de sfeer en het samen zingen. Ik ken alle liedjes en zing ze graag mee. Ik heb dit heel hard gemist tijdens het voorbije anderhalf jaar als gevolg van corona. Favoriete speler: Ruud Vormer en Charles De Ketelaere. Favoriete match: Club Brugge – Beerschot 3-2, in augustus 2021 omdat het de eerste voor een vol stadion is na de coronatijd.


LISA OTTEVAERE

GUY UMANS

(16, ZINGEM)

(57, NIJLEN)

Ik ben het nichtje van Lisa en kom al even lang naar Club. We zijn hier altijd samen. Ik voel me thuis door de ambiance. Ik tel altijd de dagen af om naar hier te komen. Favoriete speler: Noa Lang. Mooiste moment: Club Brugge – Anderlecht 4-0, kampioenschapsmatch van 2015-’16. SILVY VAN DE STEENE (45, ZINGEM)

Ik ben de moeder van Lisa. We maken er al tien jaar een familie-uitstap van. Voor mij is Club mijn familie. Ik hou echt van de ambiance. Luister, we kunnen niet meer praten door het lawaai van de fans: dit is écht Club! Favoriete speler: Ruud Vormer. Mooiste moment: Club Brugge – Antwerp 5-1, december 2018. Omwille van de spanning vooraf.

Ik ben fan geworden sinds de match Club Brugge – Ipswich Town, het eerste Europese mirakel op Olympia. Ik herinner me zelfs de datum nog: 4 november 1975. Ik was 11 jaar en zat op internaat. Nadat de Europese heenwedstrijd met 3-0 verloren werd en de uitschakeling al na de eerste match een feit leek, geschiedde het wonder. 4-0 met een doelpunt van René Vandereycken in de laatste minuut. Bij een 3-0 stand moesten we gaan slapen en de tv werd - ondanks mijn aandringen - zonder meer afgezet : ik beschikte evenwel over een klein radiotoestel. Bij het doelpunt van Vandereycken schreeuwde ik voor een volle slaapzaal (je kent dat wel: die chambrettes met gordijnen) mijn vreugde uit. Resultaat: vier bladzijden strafstudie. Ik denk dat ik nog nooit met zoveel plezier vier bladzijden heb vol geschreven.

KURT DE TEMMERMAN (45, ZINGEM)

Ik ben de vader van Lisa. Ik ben Clubfan geworden op mijn zevende. Dankzij mijn oom en mijn vader. Zij namen me mee naar het stadion rond 1990. Ik hou van de passie en de emotie bij onze thuismatchen. Mijn vader overleed enkele jaren geleden. Op zijn uitvaart vroeg hij als afscheidslied You’ll Never Walk Alone te draaien. Het is een lied dat mij sindsdien troost geeft. Maar me ook elke keer opnieuw een krop in de keel bezorgt als we het samen zingen voor de match. Dan denk ik altijd aan mijn vader. Dat doet pijn, het verdriet komt dan boven en ik kan mijn tranen niet bedwingen tijdens het zingen. Favoriete speler toen en nu: Jan Ceulemans, Ruud Vormer en Hans Vanaken. Mooiste moment: alle overwinningen tegen Anderlecht.

we are W OND E R F U L

Ik zou het Clubgevoel omschrijven als de combinatie van passie, eenvoud en verbondenheid. Met een flinke portie zelfrelativering zoals de kreet ‘Boeren kampioen!’ bewijst. Mijn favoriete speler vroeger: Timmy Simons. Hij symboliseert voor mij de waarden van Club Brugge, namelijk werkkracht en eenvoud. Vandaag hou ik van het spel van Hans Vanaken, al jaren de beste voetballer van de Belgische competitie, die terecht werd bekroond met twee gouden schoenen. Mijn mooiste herinnering bewaar ik voor een andere 4-0, maar dan 41 jaar na die van 1975. Op 15 mei 2016 tegen Anderlecht. De zoete smaak der overwinning en eindelijk de landstitel na elf jaar wachten. Met de ongekende uitbarsting van vreugdetaferelen op de tribunes tot

gevolg. Timmy Simons was overigens de enige speler die op het veld stond bij de titels van 2005 en 2016. Dat bewijst toch ook zijn klasse. ISABELLE VANDERHOEVEN (46, TURNHOUT)

Ik ben een Brusselse die in Turnhout is beland en toch voor… Club Brugge supportert. Ik kreeg de liefde voor het voetbal met de spreekwoordelijke paplepel mee. Mijn vader speelde van bij de jeugd tot de reserves bij Union en later bij vierdeklasser Grimbergen. Op mijn zevende reisden we naar Italië tijdens het WK 1982. De Italianen werden wereldkampioen en de Belgen deden het ook bijzonder goed, met als uitblinker Jan Ceulemans. Zo ontstond mijn passie voor de Caje, en vanzelf dus voor Club Brugge. Dat Clubgevoel is écht. Zowel bij mij als bij vele anderen. Je kunt dat niet onder woorden brengen. Mensen bekijken je als niet-rationeel, als een beetje gek, als je vertelt dat de waarden die bij Club Brugge horen ook die van jezelf zijn. Dat betekent: het algemene succes verkiezen boven het individuele. Je gaat ervoor! Slagen of niet, dat is voor de Clubfans minder belangrijk. Op je waarde geklopt worden, dat mag. Als die tomeloze inzet maar aanwezig is geweest. Dan neemt niemand je iets kwalijk. Everlasting love. Zoals in de song, zo zou ik het willen omschrijven. Onvoorwaardelijke liefde. Als je aan Club raakt, dan raak je aan mij. Vooral als het slecht gaat, verdraag ik geen kritiek op Club. Favoriete speler: Jan Ceulemans Mooiste moment: de titel van 1997’98. Club was al kampioen geworden vóór de avondmatch op Anderlecht,

15


omdat KRC Genk punten verspeeld had. Anderlecht werd dus verplicht om de spelers van Club de bloemen te overhandigen. Bovendien wonnen we met 0-1 in het hol van de leeuw dankzij Sven Vermant voor wie ik ook een boon had . Tofste moment: als lid van Blue Army was ik betrokken bij onze allereerste tifo. Naar aanleiding van de Champions League-match tegen Celta de Vigo in 2003. Voor België was een tifo destijds iets unieks. Onze voorzitter Boli was de helft van de ‘papieren’ vergeten en moest dus terug naar zijn huis rijden. Gelukkig waren we er lang genoeg op voorhand en kregen we het nog op tijd klaar. Wat een stress gaf dat. Maar het was de voorbode van de prachtige tifotraditie van de Blue Army. LEEN DESCHACHT (39, HOOGLEDE)

Ik ben Clubfan geworden via mijn neef. Hij supporterde al hevig en ik keek als jong meisje samen met hem naar de matchen van Club op televisie. Vanaf mijn veertiende ging ik zelf met een schoolvriendin en haar papa naar het stadion. Op mijn zeventiende, in het seizoen 1999-2000, schafte ik mijn eerste abonnement aan en ging het hele seizoen kijken. De microbe had me snel te pakken, want een jaar later trok ik ook naar alle uitwedstrijden. In oktober 2000 nam ik deel aan Miss Club Brugge en… ik won de verkiezing! Tijdens de proeven mochten we zelfs op het veld voor de match tegen Antwerp. Dat vond ik een ongelooflijke ervaring. Ik denk met het meeste plezier terug aan zowel de bekerfinale van 2015 als aan de titelmatch van 2016. Twee keer met Anderlecht als tegenstander.

16

De apotheose van de bekerfinale vergeet ik nooit: Refaelov in de laatste minuut. De eerste prijs na acht jaar. Dat in combinatie met het wedstrijdverloop en het feit dat het ‘die van Brussel’ waren die het onderspit moesten delven. De titel van 2016 viel na elf lange jaren van wachten. Het hele plaatje klopte. Wat een spanning! Het begon al op de parking in Gent na de 1-4 winst tegen de Buffalo’s. Iedereen begon daar toen te dromen en te hopen. De hele week werd ‘Ist-al-zundag?’gewijs uitgekeken naar de clash tegen Anderlecht. Het besef dat het niet meer fout kon gaan, groeide tijdens het opwachten door de fans op de spelersbus: ‘Dat is hier van ons vandaag.’ De sfeer tijdens de partij, de ontlading bij de 2-0, het feestje nadien. Het was een scenario dat je niet kunt bedenken. En ik was erbij! NICO BOLLAERT (53, BEVEREN)

Ik ben Clubfan sinds 1984 en abonnee sinds 1987. Ik ging als kind met mijn vader naar SK Beveren kijken en Jean-Marie Pfaff werd mijn idool. Enkele schoolkameraden supporterden voor Club en vertelden me over de geweldige sfeer in het stadion. Omdat ik een sfeergevoelige jongen was, wekte dat mijn interesse. Ik trok voor het eerst naar Olympia in de herfst van 1984 voor de Europese thuismatch tegen Tottenham Hotspur. Dat stadion, dat volk, die sfeer… ik was meteen verkocht. Het Clubgevoel exact omschrijven is moeilijk. Want het is zo veelzijdig. Als ik het in één woord moet vatten: ‘thuis’. Dé plaats waar ik mezelf ben. Waar ik het gevoel krijg erbij te horen, ook al verdwijn je in de massa supporters. Je kunt er je dagelijkse sleur vergeten en alle frustratie

van je af roepen. Je neemt zelfs de ‘vreemde’ in je buurt innig vast na een doelpunt. Mijn vrouw zegt dat ik thuis en op Club twee verschillende personen ben. Thuis ben ik zeer rustig en roer ik me amper. Op Club is dat het tegenovergestelde en zit ik geen moment stil. Club is geen deel van mijn leven, het ís mijn leven! Mijn favoriete spelers vroeger waren Gert Verheyen en Philippe Clement. Zij symboliseren volledig ‘De Club’. Allebei voetjes op de grond, weten wat ze wel en niet kunnen. De ‘Fille’ was niet voor niets peter van Blue Army. En vooral bezitten ze de echte ‘No Sweat, No Glory’-mentaliteit die me zo verliefd deed worden op Club. De Clubgoal aller tijden – omdat ze écht Club uitstraalt – is voor mij die van de Gert tegen Galatasaray. Door iets wat je zelfs niet eens een kans kunt noemen, om te buigen naar een doelpunt. Gewoon door in jezelf te geloven. Door te denken dat het onmogelijke toch mogelijk is. De perfecte uitvoering van de ‘No sweat, no glory’-mentaliteit. Dankzij Blue Army leerde ik Gert en Fille ook beter kennen. Die gasten zijn zo down-to-earth dat je er niets anders dan sympathie voor kunt hebben. Hoewel ik in de loop der jaren al heel wat mee gemaakt heb als Clubsupporter, is er één moment dat er mijlenver bovenuit steekt. Het is eigenlijk een moment dat 120 minuten lang duurde op het veld en een paar dagen ernaast. Ik heb het over de legendarische thuiswedstrijd tegen Dortmund op 9 december 1987. Ik had veertien dagen ervoor op mijn twintigste verjaardag op 25 november de heenwedstrijd mee gemaakt. Het was mijn eerste verplaatsing in Europa, met meteen een zware nederlaag met 3-0. Hoewel de ontgoocheling toen groot was, waren


er weinig Clubsupporters die er toen al onze uitschakeling in zagen. Met die mentaliteit reden we dan ook met de supportersbus van Sint-Niklaas naar Club. Goed op tijd om zodra het stadion openging, het middelste vak aan de noordkant in te stormen. Als toenmalige ‘East Sider’ was dat even belangrijk als de wedstrijd op zich. Op een goed kwartier stond het vak stampvol. De ganse benedenring van het stadion volgde niet veel later. Net op tijd om onze jongens een daverende ovatie te geven bij het begin van

we are W OND E R F U L

hun opwarming. De sfeer die toen al heerste, was fantastisch en er moest nog een bal getrapt worden. Het East Side-vak golfde de ganse wedstrijd van links naar rechts van boven naar onderen, zonder ook maar één trede van de tribune aan te raken. Ik herinner me nog een paar flikken die eerst wat treden hoger stonden en plots na een kans naast mij tegen het hek vlogen. Iets wat je trouwens goed op de beelden kunt zien. Beelden die ik ondertussen al honderd keer gezien heb en die me al honderd keer de

tranen in de ogen doen springen. Het lukt me niet om het droog te houden, dat hoeft ook niet echt voor mij. Er zijn natuurlijk ook veel mooie activiteiten geweest met Blue Army, maar niks pakt me meer dan dit moment.

17


Mats Rits jast de voorzet van Hans Vanaken binnen: Club staat 1-2 voor op Leipzig!


HECTOR

GOETINCK

BLIJVENDE HERINNERINGEN AAN HECTOR GOETINCK , DE BLAUW-ZWARTE MYTHE

Hector ‘Torten’ Goetinck (5 maart 1886 - 25 juni 1943). De naam, de mythe. De blauw-zwarte mythe. De eerste wereldburger van het Belgische voetbal: hij reisde naar Engeland en bewonderde het kick and rush. Hij lag mee aan de basis van de Belgische 0-5 in Parijs 1906 – die de nationale ploeg de naam Diables Rouges opleverde – en coachte in 1930 diezelfde Rode Duivels op het eerste wereldkampioenschap in Uruguay. Goetinck gaf het Vlaamse, volkse Club Brugge zijn gezicht en speelde en trainde er liefst 27 seizoenen. Het verhaal van Hector is ook het verhaal van Stanley en Stephan Verfaillie – Clubfans in hart en nieren – die de herinnering aan hun opa en overgrootvader met een warm hart koesteren. ‘Zou dit toeval zijn? Je stapt hier binnen op 24 juni 2021, enkele uren voor het moment van de dramatische gebeurtenis. Hector Goetinck overleed in tragische oorlogsomstandigheden op 25 juni 1943. In de nacht van 24 op 25 juni viel een bom in de Louis Parentstraat te Heist. Een granaatscherf verplaatste zich meer dan honderd meter verder en trof mijn slapende grootvader Hector Goetinck in de borst. Dat gebeurde exact op de plaats waar wij dit gesprek hebben. Hij overleed enkele uren later in het ziekenhuis van Brugge. Mijn grootmoeder ontsnapte wonderwel aan de

20

dood. Verder was hij het enige slachtoffer. Kan het noodlot erger toeslaan?’ De Tweede Wereldoorlog had Hector Goetinck al vroeg getekend. Hij werd in 1938 verkozen tot eerste schepen van Heist. In 1941 ontving hij - zeer tegen zijn zin - de benoeming tot ‘waarnemend burgemeester.’ Stanley vervolgt: ‘hij lag voortdurend in conflict met de bezetter en moest tegelijk de diplomaat spelen. Toen een Duitse officier zijn café bezocht en zijn fiets tegen de paal had gebonden, besloot ‘opa’ tot actie over te gaan. Bij zijn vertrek stelde de Duitser vast dat enkel zijn ‘gidon’ nog aan die paal hing

en de rest was verdwenen. Natuurlijk gebaarde hij ‘van krommenaas’. Nadat enkele Heistenaars een Duitse soldaat een pak rammel hadden gegeven, werd hij op het matje geroepen bij de commandant, die dreigde hem voor het executiepeloton te sleuren. Ook op familiaal vlak had hij het niet onder de markt. Hij had moeten vechten voor zijn twee geadopteerde dochters José en Elisabeth. Dat waren de kinderen van zijn nicht van wie de Engelse man kapitein was van een oorlogsschip dat door de Duitsers was getorpedeerd. De bezetters wilden de meisjes richting werkkamp sturen, maar opa overhaalde de ‘Ostkommandant’ van Brugge en die draaide de maatregel terug. Ze mochten het grondgebied van Heist niet verlaten, maar door zijn overtuigingskracht redde hij hen wel het leven. Bij zijn dood genoot hij de reputatie tegelijkertijd een welstellend én sociaal voelend man te zijn. Hij baatte het Hotel des Londres en het Café des Sports uit in Heist-aan-Zee en zetelde als vrijzinnige liberaal in de plaatselijke politiek. Hij had het hotel


overgenomen van de familie van zijn vrouw, toen hij als bondscoach voor de KBVB werkte. Hij kocht dat dus met zijn inkomsten uit het voetbal. De bond gaf hem een jaarcontract voor 25.000 oude Belgische frank. Hij was zelden thuis want hij reisde half Europa rond met de trein in functie van inspectietochten voor de uitwedstrijden van de Rode Duivels. Daarom speelde zijn vrouw bij zijn vertrek op de piano altijd het lied J’attendrai, wat betekent: “Ik zal wachten”. Helaas keerde hij nooit meer terug uit het ziekenhuis na die beruchte 25 juni 1943. Op zijn begrafenis was er een massale volkstoeloop.’

H E C TO R G O E T IN C K

Stanley Verfaillie werd geboren op 14 augustus 1937. Hij is de kleinzoon van Hector Goetinck. Terwijl diens dochter Mariette – de moeder van Stanley – in de materniteit verbleef, regelde grootvader de naam op het bevolkingsregister. Mariette koos voor Marc, Hector wijzigde de naam alsnog in Stanley, naar de voetballer van Beerschot en de Rode Duivels: Stanley Van den Eynde. Omdat die de gentleman-footballer werd genoemd. In de inkomhal van zijn appartement – met zicht op het strand van Heist-aan-Zee - hangt een mooi portret van de jonge Mariette. Zij verbleef in de Goetinckvilla tot aan haar dood op 97-jarige

leeftijd in 2009. Toen besloot de familie het huis te renoveren. Stanley draagt dus blauw-zwarte genen en beheert samen met zijn zoon Stephan het ‘Goetinck-archief ’. Stanley nam Stephan (1958) al op zijn tiende mee naar De Klokke en gaf op die manier de liefde voor Club door. Stanley herinnert zich de dood van zijn grootvader als volgt: ‘Mijn grootvader speelde met mij altijd voetbal op het pleintje van de straat, vermoedelijk zal dat ook die dag wel het geval zijn geweest. Het was rond drie uur in de ochtend toen de bom ontplofte. We woonden op honderd meter van zijn villa in het hotel. Zijn twee aangenomen dochters stonden in paniek te schreeuwen voor het venster: “Pépé is geraakt!” De bom veroorzaakte een serieuze krater in de straat. Een ziekenwagen vervoerde mijn grootvader in allerijl naar Brugge en hij kneep door de pijn voortdurend in de hand van de verpleegster. De granaatscherf was gloeiend heet en hij is waarschijnlijk overleden aan de inwendige bloedingen. Tot vandaag is het ongeluk onopgehelderd. Ik blijf zeggen dat het geen Duitse bom was want Knokke-Heist behoorde toen tot bezet grondgebied. Dus waarom zouden ze dat gedaan hebben? Vermoedelijk heeft een Engelse piloot, op de terugtocht van de bombardementen op Keulen en Hamburg, een kerosinetekort gehad en daarom de bom willen droppen in zee. Dat lukte… op enkele honderden meter na. Een officiële doodsoorzaak werd nadien nooit vastgesteld.’ Zoon Stephan Verfaillie verdiepte zich in het sportieve verhaal van Hector Goetinck. Hij legt uit hoe Club en Cercle net voor de Eerste Wereldoorlog met elkaar wedijverden voor het landskampioenschap.

21


Het scheelde zelfs geen haar of Hector stapte over… naar de Vereniging. Stephan: ‘Hij tekende op zijn zestiende voor de ‘Club’, het was 1902. Hij liep school in het Atheneum en werd ontdekt als strandvoetballer in Heist. De volgende acht jaar manifesteerde hij zich vooral op de linkerflank. Men noemde hem vanwege zijn snelheid ‘de Brugse Gazelle’. Met het door hem bewonderde kick-andrush (zogenaamd ‘werkersvoetbal’, waarbij de nadruk ligt op inzet, doorzettingsvermogen en duelkracht, eerder dan op technische verfijning) zal Club zich vier keer op de tweede plaats beuken en knokken, waarvan drie keer na Union. In 1910 leek het toch te lukken, maar toen werd de Brugse spelmaker Charles Cambier al dan niet opzettelijk een beenbreuk getrapt door Unionspeler Van den Eynde, zijn rivaal bij de nationale ploeg. Hector haalde in zijn boek Voetbalanecdoten volgende herinnering boven: ‘Toen Union enkele weken later op Cercle Brugge speelde, zonnen de Clubfans op wraak. Ze hadden de touwen van het gareel van de paarden die de zogenaamde omnibus van het station naar het stadion trokken, doorgesneden. De koetsier sloeg met de zweep

op de paarden, maar de wagen bleef staan. Een hagel van stenen kwam door de ruiten in de koets terecht, waar de Unionspelers op de vloer dekking zochten onder hun valiezen. Na een gevecht met de Clubfans konden ze het station bereiken langs een buitenweg. Dat was zeker niet fair en niet sportief. Maar het was de heldentijd van het Brugse voetbal.’ Hector vond het blijkbaar leuk dat er af en toe een opstootje plaatsvond. Hij vertelde ook dat hij als fanatiek Clubspeler een hekel had aan al wat Cercle was. En toch scheelde het in 1911 maar weinig of hij stapte over naar de groen-zwarte kampioenen. Zijn verloofde Nathalie wilde in het huwelijksbootje stappen, maar hij verdiende als schildergast te weinig. Een rijke supporter van Cercle was dat ter ore gekomen en die belde bij hem aan met de vraag: ‘Goetinck, het schijnt dat gij gaat trouwen? Wij zullen u het nodige geld geven om een hotelletje met sportcafé te bouwen als je bij ons komt voetballen.’ Vader Goetinck verbood zijn zoon echter om ‘zijn kazak te draaien’. In 1911 werd dus het kampioenschap op de laatste dag beslist tussen Club en Cercle. Voor Cercle volstond de 1-1. Hun doelpunt kwam er nadat keeper Dhoore de bal bij een hoekschop

MET HET DOOR HEM BEWONDERDE KICK-AND-RUSH ZAL CLUB ZICH VIER KEER OP DE TWEEDE PLAATS BEUKEN EN KNOKKEN, WAARVAN DRIE KEER NA UNION. 22

tegen de nek van spits Landsoght sloeg en die rolde tergend traag binnen. Nochtans was Dhoore zeker van de overwinning want uit bijgeloof had hij een versleten hoefijzer in zijn broek laten naaien! Tijdens de Eerste Wereldoorlog zat Goetinck, net als negen andere Clubspelers, achter het IJzerfront. Hij reed er met zijn motorfiets als postkoerier tussen de linies, met gevaar voor eigen leven. In een van zijn oorlogsbrieven schreef hij het volgende: ‘Ik reed als motorist aan tachtig in ’t uur, botste aan een draai tegen een auto die uit tegenovergestelde richting kwam. De schok was zo geweldig dat ik over de wagen vloog en op de straatstenen viel, waar ik voor dood werd opgeraapt. Ik was gekwetst over gans mijn lichaam en de helft van mijn kop was gespleten. De dagen nadien leed ik veel hoofdpijn en de dokter beval mij een aanvraag tot invaliditeit in te dienen en ik kreeg veertig procent toegekend na onderzoek. Ik was wel een beetje beschaamd, maar dacht bij mezelf: “Er zijn zoveel generaals en kolonels invalide, waarom zou ik er dan geen recht op hebben?” Omdat ik er niets meer van hoorde, diende ik een reclamatie in. Dat had ik beter niet gedaan, want ik moest bij de kolonel-dokter komen, die vergezeld was een majoor die mij gekend had. “Wat scheelt er jongen?” vroeg de kolonel-dokter. “Veel pijn in ’t hoofd, kolonel”, antwoordde ik. “Dat is Goetinck van Club Brugge”, zei de majoor. “Sapristie. Ik heb gelezen dat ge zondag zo goed gepresteerd hebt. Dan kunt ge toch geen invalide zijn? Proficiat, dan zijt gij goed voor dienst.” En daarmee was ik invalide af en moest ik terug naar het oorlogsfront.’


De Brugse kampioenenploeg van 1920, met links onderaan Torten Goetinck.

En vanuit dat oorlogsfront leidde hij The Front Wanderers – een gezelschap van Belgische voetballers – die in Groot-Brittannië een serie benefietwedstrijden afwerkten ten voordele van Belgische oorlogsvluchtelingen. Mentaal gesterkt zakten ze met negen van de elf basisspelers in 1919 terug af naar België. Op zijn 34ste mocht hij eindelijk de vreugde van de landstitel smaken. Zijn splijtende spurten én voorzetten, intussen vanop de rechtervleugel, kraakten de tegenpartij. Op 15 februari 1920 weerstond Club de technische superioriteit en versloeg

H E C TO R G O E T IN C K

Union in Brussel voor 20.000 kijkers met 0-1 in het sleutelmoment van het kampioenschap. Op de lentedag van 21 maart 1920 kwam eindelijk de grote dag. Voor 8000 fans op De Klokke nam Club gemakkelijk de maat van Racing Mechelen met 3-0. De Brabançonne werd gespeeld en de supporters gooiden door het dolle heen hun petten en hoeden in de lucht. Getekend Hector Goetinck.’

het doodsprentje: ‘Den tegenstander Dood kan niemand ontwijken. Beoefent daarom kick and rush en gaat recht naar Doel. De Eeuwige Scheidsrechter zal onpartijdig uw levensspel arbitreren en aan elkeen de verdiende beker toekennen.’ Hector Goetinck, de blauw-zwarte mythe verdwijnt nooit uit het geheugen. De zeewind waait – 78 jaar later - zacht over Heist-aan-Zee.

Na het gesprek bracht Stanley ons naar het graf van zijn grootvader op de begraafplaats van Heist-aanZee. En hij toonde me de tekst op

23


ALBERT

DYSERYNCK

EEN ONTMOETING BIJ HET BORSTBEELD VAN DE VISIONAIRE VO ORZITTER

Albert Dyserynck. Een van de belangrijkste voorzitters (1919-1931) uit de geschiedenis van onze Club. De eerste kampioenenmaker bovendien. Reeds in het eerste seizoen van zijn presidentschap, in 1919-1920. Het was het tijdperk van Hector Goetinck en Charles Cambier. De ondernemer moderniseerde wat toen nog ‘FC Brugeois’ werd genoemd. Hij legde net na de Eerste Wereldoorlog de fundamenten voor een gezond toekomstbeleid. Dyserynck bracht dynamiek. Hij vormde het statuut om en de Belgische vorst Albert I schonk het voorvoegsel ‘Koninklijk’. Vooral: Dyserynck kocht met enkele kapitaalkrachtige vrienden de gronden van De Klokke op en liet er een nieuw stadion verrijzen, genoemd naar het populaire café aan de overkant. Hij was bijzonder geliefd. Dat bleek bij zijn onverwacht overlijden. Hij stierf aan de gevolgen van een auto-ongeluk in de gemeente Sijsele – door de gladheid van het wegdek – op 9 februari 1931. Dat dompelde de blauw-zwarte gemeenschap in diepe rouw. De spelers droegen hem naar zijn laatste rustplaats. Duizenden mensen verdrongen zich rond zijn graf. VAN DAN AF WAS HIJ ECHTER VOORTDUREND ‘ONDERHUIDS’ AANWEZIG.

Tientallen keren passeerde ik zijn borstbeeld zonder goed te beseffen wie hij was. Beeldhouwer Octave Rotsaert vervaardigde het in

24

1932, enkele maanden na de dood van Dyserynck. Het verhuisde in 1975 van De Klokke naar het nieuwe Olympiastadion. En vandaag, meer dan 45 jaar later, staat het nog steeds aan de hoofdingang van Jan Breydel. Ik maakte er al vaak een praatje met ‘wildvreemde’ Clubfans, die op hun

beurt op iemand stonden te wachten. Het borstbeeld van ‘de voorzitter’ brengt tot vandaag mensen bij elkaar. Zo ontmoette ik er ook Dries Vanysacker. Stammend uit een échte blauw-zwarte familie. De naam van zijn vader galmde op 23 april 1962 door de luidsprekers van De Klokke tijdens de vriendschappelijke match tegen TSV München. Met de vraag om dringend naar huis te komen… om de geboorte van Dries te vieren. Die stond zelf op zijn zevende aan ‘den Dyserynck’, toen hij voor het eerst door de poorten van De Klokke liep. Vandaag doceert hij kerkgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Leuven en vanuit zijn professionele hoedanigheid als historicus schreef hij in 2010 het uitstekend gedocumenteerde naslagwerk Van FC Brugeois tot Club Brugge KV 1891-2010. Met als veelzeggende ondertitel: ‘De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg.’ We ontmoetten elkaar symbolisch naast het minzame hoofd van ‘Albert’. Vanysacker legde me bij wijze van begroeting uit dat het bij het bestuur


gedurende decennia een traditie bleef om jaarlijks een krans op het graf van hun vroegere voorzitter en mecenas te leggen. Vervolgens deelde hij me zijn bevindingen mee over ‘de mens Dyserynck’. Ik leerde een veelzijdige persoonlijkheid kennen. Hardwerkend, vooruitziend én levensgenieter. Dries Vanysacker: ‘Zijn ouders behoorden tot de Franstalige burgerij van Brugge. Hij was zelf tweetalig en vernederlandste de bestuurskamer van FC Brugeois. Ondanks protest zette hij toch door. Op die wijze versterkte hij het volkse karakter, want veel fans – en zijn voorganger Alphonse De Meulemeester – behoorden tot de socialistische beweging. Als liberaal toonde hij zich ook van zijn meest sociale zijde. Hij stond aan het hoofd van de Brugse afdeling van de Nederlandse Gistfabriek, met zetel in Delft. Daar werd grondig nagedacht over sociale rechtvaardigheid én emancipatie van het eigen personeel. Het bedrijf bood technische opleidingen aan en ondersteunde haar werknemers ook op het gebied van huisvesting. Ze volgden de gedachten van de Franse utopische socialist Saint-Simon: arbeiders hadden recht op ontspanning via culturele en sportieve activiteiten. Hij zette daarom de ledenorganisatie Rust Roest op. Tegelijk vertegenwoordigde hij als ‘man van het goede leven’ in België het Franse champagnehuis Heidsieck Monopole uit Reims. Als vrijmetselaar toonde hij zich ook van zijn meest filantropische kant. Hij zag in het voetbal een sociaal verhaal en ondersteunde vanuit de clubactiviteiten de Brugse liefdadigheidsinstelling ‘De Vrienden van den Schamelen Arme’. Dyserynck vernieuwde de hele voetbalbedrijvigheid ten gunste van zowel de spelers als de fans. Hij

A l b ert dys er y n ck

begon met een groepsverzekering voor voetballers en gaf hen dus voor het eerst bescherming tegen blessures. Hij betrok zelfs de supporters bij het bestuur. Hij ging in tegen het gewelddadige gedrag van een minderheid die de thuismatchen had geteisterd en motiveerde een muzikale en verbroederende sfeer rond wedstrijden. Hij nodigde fanfares uit, organiseerde vriendschappelijke opvang voor bezoekers en zorgde voor solidariteit met minder gefortuneerde fans. Zijn dood sloeg diepe wonden. De lijkrede werd uitgesproken namens zijn logebroeders van La Flandre: ‘Adieu Frère Dyserynck, dors en paix! Au nom de la Franc-Maçonnerie universelle, Adieu!’ Uit dankbaarheid en eerbied doopte het bestuur op 15 september 1931 De Klokke om tot het Albert Dyserynckstadion. Zo bleef hij voor altijd verbonden met zijn club.’ Deze geschiedenisles van professor Vanysacker deed me even duizelen. Albert Dyserynck was inderdaad een man van vele werelden tegelijk, een visionaire voorzitter met andere woorden. Maar tegelijk ook in voor een schalkse knipoog naar het leven, getuige daarvan het feit dat hij de spelers geregeld op ‘excursie’ uitnodigde naar de champagnehoofdstad Reims. Daarom lieten we het gesprek aan het borstbeeld op een vrolijke noot eindigen. Met een mijmering over ons beider jeugdheld Johny Thio. Dries Vanysacker zocht hem als jongetje van zeven op in zijn woonplaats Hooglede: ‘Ik verzamelde in 1969 een kaftje met een foto van alle Clubspelers. Elke week zwommen we een uur in het zwembad van Hooglede. Nadien bezochten we Het Rozenhof. De vriendin van Johny baatte dit café uit en hij zat daar altijd. Ik trok mijn stoute schoenen aan

en vroeg of hij mijn foto’s wilde laten tekenen door de andere spelers. ”Ik breng dat voor u in orde”, verzekerde hij. Mijn vader reageerde boos op mij omdat hij dacht dat ik mijn kaftje kwijt zou zijn. Enkele weken later rinkelde de bel. Wie stond daar voor de deur? Johny! Met alle foto’s netjes getekend. Mijn vader bood hem een drankje aan. Johny wimpelde dat aanbod niet af en vroeg meteen een whisky. Na drie glazen vertrok hij naar de training. Het typeerde hem: de echte volksjongen, die wel graag dronk. En toch kon niemand hoekschoppen rechtstreeks binnen draaien zoals hij.’ We namen afscheid met deze anekdote, die Albert Dyserynck ongetwijfeld zou gesmaakt hebben.

25


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401479813 by Uitgeverij Lannoo - Issuu