Skip to main content

9789401479646

Page 1

HET VIERDE RIJK MICHIEL JANZEN


Opmerking van de auteur Op 30 april 1945 pleegde Adolf Hitler zelfmoord. Door een cyanidecapsule te slikken en een pistool tegen zijn slaap te zetten ontsnapte hij aan gevangenschap en rechtsvervolging. Direct na het constateren van het overlijden werd zijn lijk verbrand. Daarmee verdween de nazidictator voorgoed uit deze wereld. Of toch niet? Dit is het verhaal van een alternatieve waarheid, een zogenaamd what if-scenario. Ondanks dit fictieve gegeven zijn veel personen en details historisch correct. In de verantwoording achter in dit boek geef ik aan wat feit is en wat fictie, zowel voor dit boek als voor het deel dat hieraan voorafging: De jacht op de Führer.

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Auteursportret: Koen Broos Omslagontwerp: DPS Design & Prepress Studio Stramien: Studio Lannoo Zetwerk: Banananas Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactiefictie@lannoo.com © Michiel Janzen & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 D/2021/45/372 – NUR 300 - 337 ISBN: 978 94 014 7964 6 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Wist u dat Goethe onderscheid maakt tussen kracht en kracht? Er is kracht die uit chaos voortkomt en die tot chaos leidt. En er is kracht die voorbestemd is om een nieuwe wereld te scheppen. Volgens mij bezit u de tweede variant. – H.S. Chamberlain in een brief aan A. Hitler, oktober 1923

We zullen de geschiedenis ingaan als de grootste staatslieden aller tijden, of als de grootste criminelen. – J. Goebbels, 28 april 1945


enalid e v n I ß stra

Alt M oabit

Berlijn Centrum 1945

Spree

0

200 m

Moltkebrücke

Kroll-opera

Königsplatz

Rijksdag

Brandenburger Tor

r Chaussee Charlottenburge (oost-west - as)

ße éstra Lenn

Stadsvilla Goebbels

en Unter der Lind

Hotel Adlon

traße elms Wilh

Siegesäule

Hermann Göringstr aße

Pariser platz

Vorbunker Führerbunker

Oude Rijkskanselarij

Tuin

Voßstraße

Nieuwe Rijkskanselarij

LeipzigerPotsdamerplatz Kan dit groter pla aangeleverd worden ... tz nu aan 100% RijksluchtvaartMinisterie

e Prinz Albrechtstraß

Reichssicherheitshauptambt (RSHA)


Wat eraan voorafging Op 17 maart 1945 ontvangt Obersturmbannführer Otto Skorzeny bericht van Hitler dat hij zich moet melden bij de Nieuwe Rijkskanselarij in Berlijn. In Londen legt prime minister Churchill een plan voor aan veldmaarschalk Brooke en Stewart Menzies, hoofd van MI6, de Britse contraspionagedienst. Een maand eerder is op de conferentie van Jalta besloten dat het Rode Leger Berlijn zal veroveren. Churchill wil weten wat er met Adolf Hitler zal gebeuren na de Russische overwinning. Hij wil een spion in Berlijn hebben, die moet vaststellen of Hitler dan nog leeft en waar hij in dat geval is. In Moskou heeft Sovjetleider Jozef Stalin een bespreking met Ivan Iljitsjov en Viktor Abakoemov. Stalin herinnert de twee commissarissen aan het telegram dat hij begin 1943 aan Hitler liet versturen. De Duitse veldmaarschalk Paulus had zich net overgegeven in Stalingrad. Stalin liet Paulus met zijn stafchef en adjudant naar Moskou komen. In dezelfde kamer waar ze nu staan, gaf hij de adjudant van Paulus opdracht om met een buitgemaakte Lorenzcodeermachine een telegram naar Hitler sturen. De boodschap was kort en duidelijk: ‘De Duitse legers zijn ver gekomen, maar hebben het Rode Leger niet kunnen verslaan. Nu is het mijn beurt. Ik zal Berlijn veroveren en u zult naar Moskou worden gebracht. Uw gevangenschap zal geen prettige ervaring zijn.’ Stalin geeft Iljitsjov en Abakoemov de opdracht om de juiste kandidaat te zoe-

7


ken die operatie Oeljanov – de gevangenname van Hitler – kan uitvoeren. In Berlijn, dat zwaar beschadigd is door de geallieerde bombardementen, wordt Skorzeny afgezet bij de ingang van de Nieuwe Rijkskanselarij en naar de Führerbunker gebracht. In deze bunker, acht meter onder de grond, is sinds 16 januari 1945 het hoofdkwartier van de Führer gevestigd. Omdat Hitler drukbezet is, heeft hij geen tijd om Skorzeny te ontvangen. Die dwaalt door de beschadigde Rijkskanselarij, spreekt verschillende personen uit de entourage van Hitler en denkt na over operatie Freischütz. Het mislukken van de reddingsoperatie van de divisie Scherhorn, die ingesloten raakte achter de Russische linies, blijft malen in zijn hoofd. Stewart Menzies bezoekt de Special Training School in Dorking, waar Duitse krijgsgevangenen worden opgeleid tot dubbelspion. Aan hem worden allerlei kandidaten voorgesteld. Aan elke kandidaat mankeert wel het een en ander. De vreemdste van het stel is Theodor Ernst Freiherr von Seitz, een Zuidwest-Afrikaan die vloeiend Duits, Engels, Frans, Pools en Russisch spreekt. Na een gesprek met Von Seitz is Menzies overtuigd van zijn keuze voor de voormalige Duitse spion die een diepe afkeer van de nazi’s heeft. Von Seitz wordt als SOE-spion naar Berlijn gestuurd. De keus van Iljitsjov en Abakoemov valt op Yuri Durov, de voormalig commandant van de 181e Speciale Verkenningseenheid, die nu zijn tijd slijt in de Boetyrkagevangenis. Kort voordat hij geëxecuteerd dreigt te worden, komen een aantal SMERSJ-leden hem ophalen. Stalin is direct gecharmeerd van Durov. Abakoemov neemt Durov mee en geeft hem de opdracht om een team samen te stellen. Verder krijgt hij te horen dat er zich een Russische spion – genaamd Pavlov – in de omgeving van Hitler bevindt. Daarna stelt Abakoemov hem voor aan politiek commissaris Aleksej Berdjajev, die aan zijn groep wordt toegevoegd. Durov en Berdjajev vliegen naar Buk in Polen, waar ze Vlad Terentjevitsj ontmoeten. De drie mannen gaan op weg naar de Oder. Onderweg pikken ze Egor No-

8


vikonov, nummer vier in hun team, op. Egor heeft een Siberische boskat genaamd Poesjkin. In de Führerbunker wordt Skorzeny naar de werkkamer van Hitler geleid. Het is niet de Führer die hem daar opwacht, maar Martin Bormann, Hitlers secretaris en de sterke man achter de schermen. Bormann geeft Skorzeny de opdracht voor operatie Grau. Hij moet een plan uitwerken voor de ontsnapping van de Führer. De volgende dag krijgt Skorzeny een idee en legt het voor aan Bormann, die ermee akkoord gaat. Skorzeny wil een chip in het been van Hitler laten plaatsen, zodat ze de Führer overal en altijd kunnen traceren. De chip zal door een van de Duitse atoomgeleerden gefabriceerd worden. Met een tweepersoonsvliegtuig wordt Von Seitz naar Duitsland gevlogen. De piloot zal traag over het weiland vliegen en Von Seitz zal in een aangepast pak – zonder parachute – eruit springen. Vlak voor de dropzone wordt het vliegtuig neergeschoten door een Duitse nachtjager. Wanneer Von Seitz later wakker wordt in een diepe kuil vol met takken en sneeuw beseft hij dat deze natuurlijke matras hem het leven gered heeft. Met een verzwikte enkel zoekt hij onderdak in een verlaten blokhut. Von Seitz leest de Bijbel en traint zijn mentale weerbaarheid, een telepathische gave waarmee hij raven dood uit bomen kan laten vallen. Skorzeny heeft een slaapkamer in de Rijkskanselarij toegewezen gekregen. Op een avond komt een stevige jongeman binnen, die de deur openhoudt voor een oudere man die schuifelend volgt. Het is Hitler. De Führer neemt plaats op een stoel en laat Skorzeny het telegram lezen dat hij uit Moskou ontving. Hitler laat Skorzeny beloven dat deze hem zal neerschieten als hij onverwacht in handen van de Sovjets zou vallen. De volgende dag krijgt Skorzeny bezoek van Reinhard Gehlen, de chef van Fremde Heere Ost, de Duitse inlichtingendienst aan het oostfront. Gehlen is ervan overtuigd dat de divisie van Scherhorn gered had kunnen worden als de afstand tussen hen en het front niet inmiddels te groot was geworden. Skorzeny werkt aan een vluchtplan. Tijdens een onder-

9


onsje met de secretaresses van Hitler in de keuken van de bunker ontmoet hij Eva Braun. Bormann nodigt Skorzeny uit om enkele dagen op de Obersalzberg door te brengen. Daar houdt Bormann een dubbelganger van Hitler verborgen, genaamd Gustav Weler. Weler vliegt incognito mee terug naar Berlijn. Durov, Aleksej, Vlad en Egor wachten op hun tolk alvorens te vertrekken. De tolk verschijnt niet en de vier besluiten zonder hem de Duitse linie te doorkruisen. Ze kleden zich om in Wehrmachtuniform en gebruiken een buitgemaakt Duits voertuig. Wanneer ze verrast worden door een groep van de Hitlerjugend, ziet het er niet goed voor hen uit, tot de jongens een voor een worden neergeschoten door een onbekende schutter. Na vijf minuten komt er een vrouw met een scherpschuttersgeweer tevoorschijn. Het is Jelena, de tolk. Ze is hen gevolgd en sluit zich bij aan bij Durov en zijn mannen. Na een week is de enkel van Von Seitz sterk genoeg om te voet op weg naar Berlijn te gaan. Van de SOE in Londen heeft hij het adres van een bevriende contactpersoon gekregen. Dit blijkt pastoor Busch te zijn. Busch is fel antinazi en leent hem een soutane, zodat Von Seitz voor pastoor kan doorgaan. In Berlijn ontmoet hij een jonge pastoor die een appartement heeft in Berlijn-Wilmersdorf. Het wordt zijn volgende schuiladres. De lijfarts van Hitler heeft een chip in diens bovenbeen aangebracht. Er zijn drie seinontvangers, die bestemd zijn voor Skorzeny, Bormann en Eva Braun. Deze ontvangers hebben het formaat van een juwelendoosje en kunnen de locatie van de chip binnen een straal van twee kilometer aangeven. Skorzeny overhandigt een ontvanger aan Eva en maakt haar duidelijk dat ze er met niemand over mag praten. Maar hij rekent erop dat ze haar mond niet zal houden. Als dat blijkt te kloppen en de ontvanger wordt gestolen, dan weet hij dat er een spion in de bunker is. De ontvanger van Skorzeny heeft een verborgen knopje waarmee hij het signaal naar de twee andere toestellen kan onderbreken. Zodoende zijn de ontvangers van Bormann en Braun niks meer dan een lokmiddel.

10


Terwijl het Rode Leger de Oder oversteekt en zich vechtend een weg baant door de Seelower Hoogten, naderen Durov en zijn team de buitenwijken van Berlijn. Ze vallen niet op tussen de Duitse soldaten die zich hergroeperen in de hoofdstad van het Derde Rijk. De verklede Russen komen echter niet ongeschonden in het centrum aan. Vlad stapt op een mijn en Egon sneuvelt door een verdwaalde kogel. In de Führerbunker stijgt de spanning met het uur. Wanneer Berlijn eenmaal omsingeld is door het Rode Leger, geeft Hitler opdracht aan de Obergruppenführer Felix Steiner om de stad te ontzetten. Steiner kan niet aanvallen omdat zijn legergroep veel zwakker is dan deze op papier oogt. Wanneer Hitler dit nieuws verneemt, ontsteekt hij in woede. Nadat hij al zijn generaals uitgekafferd heeft, maakt hij duidelijk dat hij niet zal vluchten. Hij zal in Berlijn blijven en zelfmoord plegen. Ondertussen zit zijn dubbelganger Gustav Weler opgeborgen in de Rijkskanselarij. Skorzeny en Bormann besluiten dat er ook een dubbelganger voor Eva Braun nodig is. Er is meer slecht nieuws voor Hitler. Heinrich Himmler, de leider van de SS, heeft eenzijdig contact gelegd met de geallieerden om tot een wapenstilstand in het westen te komen. Hitler is razend. Skorzeny krijgt een ingeving. Hij belt met zijn adjudant Karl Radl en beveelt hem om naar Berlijn te komen. Eva vertelt Skorzeny dat haar seinontvanger gestolen is. Die vermoedt dat haar zwager Hermann Fegelein de dader is. Fegelein is als verbindingsofficier van SS-chef Himmler in de bunker aanwezig. Skorzeny weet waar Fegelein woont en breekt bij hem in. Op het moment dat hij het appartement doorzoekt, hoort hij dat Fegelein en een Engelssprekende jongedame binnenkomen. Fegelein is duidelijk dronken. Skorzeny verstopt zich achter de sofa. Hij hoort hen rommelen en giechelen in de slaapkamer. Dan wordt er hard geklopt en trappen soldaten van de Reichssicherheitsdienst de deur in. Hitler heeft de RSD opdracht gegeven om Fegelein te arresteren. Skorzeny kan niet vluchten en wordt samen met Fegelein en de jongedame afgevoerd.

11


Durov, Aleksej en Jelena begeven zich zo onopvallend mogelijk door de stad. Het Rode Leger haalt hen langzaam in en daarom verwisselen ze hun Duitse uniform weer voor het Russische. Nadat ze de Spree zijn overgestoken, lopen ze door het Tiergartenpark. Vlak bij de Brandenburger Tor schuilen ze in een ondiepe kuil. Nadat Von Seitz een week lang bij de jonge priester geschuild heeft, ziet en hoort hij hoe het Rode Leger langzaam de wijk Wilmersdorf verovert. Hij leent alledaagse kleding van zijn gastheer en verlaat ’s nachts het appartement. Berlijn is een strijdtoneel geworden, overal liggen gesneuvelde soldaten of hangen burgers die als lafaards of plunderaars slachtoffer van het standgerecht zijn geworden. Vlak bij de Brandenburger Tor zoekt hij beschutting in een half afgedekte kuil. Hier treft hij Durov, Jelena en Aleksej. Ze trekken met zijn vieren verder. Skorzeny wordt opgesloten in de gevangenis onder het RSHA-­ gebouw. Uren gaan voorbij en hij vermoedt dat hij alleen door de Russen bevrijd kan worden. Opeens gaat de deur open en staat Brigadeführer Walter Schellenberg daar. Skorzeny en Schellenberg kennen elkaar sinds het Ardennenoffensief, toen Skorzeny bij hem aanklopte voor informatie. Schellenberg laat hem weten dat er zich inderdaad een spion in de entourage van de Führer bevindt. Skorzeny rent terug naar de Führerbunker. Er wordt nu ook in het centrum gevochten. Eenmaal in de bunker hoort hij dat de bekende testpilote Hanna Reitsch en veldmaarschalk Ritter von Greim met een vliegtuig vanaf de Charlottenburger Chaussee zullen opstijgen. Deze boulevard, die ook wel de Ost-West-Achse wordt genoemd, is breed en lang genoeg om met een klein vliegtuig op te landen. Skorzeny stelt voor dat Hitler ook in het vliegtuig stapt. Het is de laatste kans om uit Berlijn te ontsnappen. De drie Russen en de Britse agent sluipen hun kuil uit en naderen de Brandenburger Tor. Uit het niets horen ze een klein vliegtuig naderen. Het toestel maakt vaart en stijgt voor hun neus op. Durov is ervan overtuigd dat ze hebben misgegrepen. Adolf Hitler is zojuist ontsnapt.

12


Proloog

27 mei 1945 De baai is donker en stil. De zon is achter de zeespiegel verdwenen. Een laatste restje gloed zorgt voor enige zichtbaarheid op het wateroppervlak. Op de flanken van de begroeide inham is geen beweging waarneembaar. Geen getuigen, dat is maar goed ook. Het rijzen van de onderzeeër is een spectaculaire gebeurtenis. Als een prehistorisch zeemonster komt de gladde romp boven water. Door de omvang van de U-boot ontstaat er een waterval aan wegvloeiend water. Het zwarte silhouet steekt scherp af tegen de donkerblauwe achtergrond. Er wordt een luik in de brug geopend en mannen klimmen naar buiten. Het geluid van hun voetstappen op de stalen huid draagt over het water. In de verte klinkt het gekrijs van zeemeeuwen. Even later wordt er een kleine rubberboot te water gelaten. Vijf personen klimmen aan boord. Twee van hen peddelen richting de kust. Niemand die hen ziet. Deze operatie kan geen nieuwsgierige blikken gebruiken. Aan boord van de rubberboot bevindt zich de meest gezochte man ter wereld. Hij heeft grote plannen. Weldra zal hij voet aan land zetten van wat het Vierde Rijk zal worden.

13


Vertrek


1 28 april 1945, middernacht – Berlin-Tiergarten, Berlijn, het Duitse Rijk Yuri Durov, Jelena Litkovskaja, Aleksej Berdjajev en Theodor von Seitz leunen tegen de grote wielen van het Duitse rupsvoertuig. Verslagenheid heerst onder de drie Russen en de ‘Pool’, zoals Von Seitz zich aan hen heeft voorgesteld. Durov, de leider van de groep, houdt zijn hoofd achterover. Hij heeft bijna tweeduizend kilometer afgelegd om de hoofdprijs aan zijn neus voorbij te zien gaan. Ze hebben Adolf Hitler op een haar na gemist. De dictator zat in het kleine vliegtuig dat enkele minuten geleden vlak voor hen opsteeg. Ze schoten er nog op met hun machinegeweren, maar het was tevergeefs. Het vliegtuig verdween in de nacht. Aleksej zucht. ‘Ik vrees dat Stalin en kameraad Abakoemov dit niet kunnen waarderen.’ Von Seitz kijkt opzij naar de man met de lichtbruine Russische kiel aan. Hij herkent de gimnastjorka uit zijn tijd in Klaipėda. ‘Hoezo Stalin? Heeft die jullie opdracht gegeven om Hitler te pakken?’ Natuurlijk vermoedde hij al zoiets, maar hij kan het niet nalaten om naar meer informatie te vissen. Dat hoort bij zijn SOE-training. Hij heeft de drie Russen pas een uur geleden ontmoet. Aleksej kijkt even naar de vreemde Pool naast hem. Die wacht geduldig op antwoord. Aleksej, die als politieke commissaris de belangen van de communistische partij vertegenwoordigt, beseft dat hij zich zojuist versproken heeft. Hij weet niet hoe te reageren en zucht maar weer eens. ‘Ik heb lak aan Stalin en Abakoemov!’ sneert Durov. Met zijn bovenlichaam hangt hij tegen het uitgeschakelde rupsvoertuig en kijkt star omhoog. Jelena voelt aan de lap stof die om haar bovenarm zit. De donkerrode kleur belooft niet veel goeds. Ze draagt nog steeds het Duitse

16


verpleegstersuniform, maar is nu een gewonde Schwesternhelferin. Het Rode Kruisinsigne prijkt nog op haar borst. De twee kleine hakenkruizen die op het insigne staan, maken haar kwetsbaar. Soldaten van het Rode Leger vergrijpen zich maar al te graag aan Duitse vrouwen. Ze maakt het insigne los en smijt het weg. ‘We weten niet zeker of Hitler in dat vliegtuig zat.’ ‘Jelena heeft gelijk! We weten niet wie er in dat vliegtuig zat!’ Aleksej voelt dat hij zijn fout van daarnet kan herstellen. ‘Misschien was het slechts een of andere hoge officier.’ ‘Misschien ook niet.’ Durov vist een sigaret uit het pakje dat in zijn broek zit. ‘Wacht even’, vult Von Seitz aan, die vloeiend Pools en Russisch spreekt; dat hij daarnaast ook nog Duits, Frans en Engels beheerst, hoeft de rest niet te weten. ‘Op basis van wat we weten is de kans vijftig procent dat Hitler in dat vliegtuig zat. Maar misschien heeft Aleksej gelijk. Als het Hitler niet was, dan is hij nog in Berlijn. We moeten gewoon verder zoeken.’ ‘Ik denk dat je beter elke Duitser die je tegenkomt overhoop kunt schieten’, snauwt Durov. ‘Als je ze allemaal uitgemoord hebt, gaan we tussen de lijken zoeken of er een bij zit met zo’n stom zwart snorretje!’ Niemand reageert, totdat Jelena begint te lachen. ‘Hahaha, kijk ons zou zitten…’ De rest lacht mee. Midden in het strijdtoneel in deze verwoeste stad zitten ze te bakkeleien over een hypothetische kwestie. De omgeving oogt inderdaad macaber. Witte banen van de Russische zoeklichten doorkruisen de nacht. De kale bomen steken af tegen de donkere achtergrond. Links van hen is de brede boulevard die van oost naar west door het centrum van Berlijn loopt. De Duitsers hebben er een geïmproviseerde landingsbaan van gemaakt. Ze houden zich schuil achter het wrak van een Duits rupsvoertuig. De geur van rotte eieren hangt in de lucht. Von Seitz weet wat het is. ‘Zwavel. Het komt door de artilleriebeschietingen.’

17


‘Hoe laat is het?’ vraagt Aleksej. Niemand reageert. ‘Heeft niemand een horloge?’ Jelena schudt haar hoofd en wijst naar een schim die verderop ligt. Het stoffelijk overschot van een gesneuvelde soldaat is achter de rook en mistflarden vaag waarneembaar op een afstand van iets meer dan twintig meter. ‘Misschien heeft hij er een om.’ Aleksej staat op en rent gebukt naar het lijk. Jelena kijkt naar Durov. ‘Wat doen we nu?’ Die blaast rook uit. ‘We gaan naar de Rijkskanselarij.’ ‘Waar ligt die?’ ‘Richting Potsdamer Platz.’ Hij knikt met zijn hoofd naar achter. ‘Die kant op.’ Dan klinken er meerdere stemmen vanuit het donker. Het dodelijke geraas van kogels doorklieft de nacht. De knallen volgen kort daarna. Iedereen weet wat dit betekent. Von Seitz kijkt om de beschutting van het voertuig heen. ‘Duitsers!’ fluistert hij. Durov gooit de sigaret weg. ‘Wegwezen!’ Aleksej, die naast het slachtoffer geknield zit, heeft het ook gemerkt. Hij ziet hoe de drie anderen in gebogen houding wegrennen in de richting waar ze eerder op de avond vandaan kwamen. Zonder om te kijken sprint hij achter hen aan. De rook werkt in hun voordeel. Als de hel een plek op aarde is, dan zou het er zo uit moeten zien, denkt Durov. De harde ondergrond is bezaaid met gruis, houtsplinters en puinresten. Er zijn vele ongelijke granaattrechters en her en der ligt een lijk van een vrouw, kind of oudere man. Met de MP40 in de aanslag rent hij voorop. Naast hem klinkt het gebrom van vrachtwagenmotoren. Door het opwaaiende stof en de dichte rook kan hij niks zien, maar hij vermoedt dat ze vlak langs een weg rennen. Hij hoort hoe de anderen hijgend achter hem aan komen. Dit is de verkeerde kant op, maar ze kunnen niet anders. Ze bevinden zich achter de Duitse

18


linies. Er is geen andere optie dan eerst te vluchten en later terug te keren. Zijn gedachten hebben hem voor een moment afgeleid. Hij merkt de aflopende grond te laat op. Voor hem duiken een aantal Duitse soldaten op. Ze houden zich schuil achter een opgeworpen wal van zandzakken. Durov verliest zijn evenwicht, laat zich voorovervallen en haalt de trekker over. Er wordt geschreeuwd en het geratel van machinegeweren dreunt door de nacht. Naast hem kreunt iemand, hij voelt dat er een lichaam op hem valt. ‘Davaj! Davaj!’ wordt er geroepen. Opnieuw is er gejammer en dan is het stil. Durov merkt dat de man boven op hem niet beweegt. Hij wacht enkele tellen, zodat hem duidelijk wordt wat er nou precies gebeurd is. ‘Yuri?’ Hij herkent de stem van Jelena. ‘Ben je daar?’ Hij sluit zijn ogen voor een tel. God zij geprezen. Dan reageert hij: ‘Ik lig hieronder.’ Vijf minuten later wordt hem duidelijk wat er gebeurd is. Ongemerkt is hij via de achterzijde een Duitse stelling in gerend. Er liggen drie lijken van Duitse soldaten. Een werd er door hem uitgeschakeld. De twee anderen namen Jelena en Von Seitz voor hun rekening. Een van de Duitsers is over hem heen gevallen. Hij bekijkt het uniform van gesneuvelde soldaat. De jongeman draagt een camouflagejack over zijn uniformjas. Het kraagembleem is van de SS en toont een ronde variant van het hakenkruis. ‘Wat is dat?’ vraagt Aleksej. ‘Geen idee’, bromt Durov. Hij trekt de armen van de dode Duitser uit de camouflagejas en geeft die aan Jelena. ‘Trek die aan. Je valt minder op zo.’ Dan ontdekt hij een zwarte band op de onderarm van de uniformjas. ‘Nordland’ staat erop. Hij vraagt aan Jelena wat dat betekent.

19


‘Het staat voor noordelijk land’, antwoordt ze. ‘Iets Scandinavisch of zo.’ ‘Tsjort vozmi! Waar komen al die lui vandaan? Eerder hebben we tegen Fransen gevochten, nu Noormannen. Wat krijgen we straks? Mexicanen?’ Von Seitz laat de PPSh-41-pistoolmitrailleur zakken. ‘Waar zijn we ergens?’ Met de camouflagejas aan kijkt Jelena over de zandzakken. Er is behalve veel rook en kruitdampen weinig te zien. Lawaai is er wel. Een vreemde compositie van zwaar gedreun, inslagen, mitrailleurgeratel, onverstaanbaar geschreeuw en vliegtuiggebrom. ‘We hebben vier Panzerfausten buitgemaakt’, stelt Aleksej vast. ‘En twee mausers en een aantal steelhandgranaten.’ ‘Wat doen we met die drie?’ Von Seitz knikt naar de lijken. Durov zucht en maakt een wegwerpgebaar. Een halfuur later liggen Jelena en Von Seitz te slapen. Aleksej knikt naar de laatste. ‘Volgens mij kunnen we hem wel vertrouwen.’ Durov knikt. ‘Heb je dat horloge nog kunnen pakken?’ De politiek commissaris schudt zijn hoofd. ‘Ik kreeg de sluiting niet los. Maar dat maakt niet uit. Ik heb er een van die Noormannen afgepakt. Kijk.’ Hij toont zijn pols. ‘Vlad zou trots op me zijn.’ Durov glimlacht. Hij mist zijn strijdmakker die vorige week op een mijn stapte. ‘Ik heb mazzel gehad dat die kerel boven op me viel, anders was ik waarschijnlijk geraakt door jullie.’ ‘K tsjertu na roga popadesj’, reageert Aleksej. Durov knikt instemmend. ‘De duivel bij de hoorns pakken’ betekent zoiets als: nooit uitwijken. Het past wel bij hem. Ze zijn aanbeland in hartje Berlijn, het laatste stukje Derde Rijk dat nog in Duitse handen is. Hij voelt zijn oogleden zakken. ‘Kameraad Berdjajev, wil jij de eerste wacht houden?’ fluistert hij tegen Aleksej. Die tikt op het horloge en antwoordt bevestigend, maar diens antwoord komt niet meer bij Durov binnen.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401479646 by Uitgeverij Lannoo - Issuu