Skip to main content

9789401478489

Page 1

Eric Van Rompuy

Rebel met een missie 40 jaar strijdbaar politicus


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Coverfoto: Christophe Bortels Vormgeving: Studio Lannoo (Nele Reyniers) © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 en Eric Van Rompuy D/2021/45/438– ISBN 978 094 14 7848 9– NUR 697 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


INHOUD

INLEIDING 9 HET ZIT IN DE FAMILIE  16

Mijn jonge jaren 16 Studentenjaren 19 ERIC EN HERMAN  26

Herman over Eric 26 Eric over Herman 33 BE FREE 41 DE CVP-JONGEREN  44

Rebel met de leren jekker 44 Vlaamse arrogantie 48 Geen hypotheek op de jonge generaties 53 Levend geweten 58 Mijn relatie met Wilfried Martens 61 EUROPA 64

In het Europees Parlement 64 De eerste voorzitter van de Europese Raad 70 DE ERFZONDE VAN DE BELGISCHE POLITIEK  77

De eeuwige nachtmerrie 78 De meest gevreesde commissievoorzitter 87


VEERTIG JAAR STAATSHERVORMING  98

Inzet voor meer Vlaamse autonomie 98 De kwestie-Happart 99 Big bang 103 Rechtstreekse verkiezingen voor het Vlaams Parlement 105 Misverstanden over confederalisme 108 Quid N-VA? 110 Zesde staatshervorming 113 2024 115 PARLEMENT, FORUM VAN DEMOCRATIE  120 VLAANDEREN, ONDERNEMEND LAND  130 TOT STEUN VAN DE BOEREN  139 EEN NIEUW MEDIABELEID  146

Decreet over lokale radio’s 147 Start regionale televisie 150 Van BRT naar VRT: de hervorming van de openbare omroep 151 Mediavrede? 159 Digitale uitdagingen 161 OVER SCHRIJVERS, FILM EN MUSICAL  165

Kulturkampf met Tom Lanoye 165 Nieuw beleid voor de film 169 Red de musical 171


OPPOSITIE TEGEN VLAANDEREN VAKANTIELAND  174

Wonderploeg Dewael 174 Afgang van Bart Somers en regering-Leterme 178 INZET VOOR VLAAMSE RAND EN ZAVENTEM  184

Vlaams karakter en BHV 185 Het ‘klotedossier’ van de luchthaven 191 Inzet voor mijn gemeente Zaventem 195 I DID IT MY WAY  203 BLIK OP MORGEN  211


Aan mijn lieve echtgenote Viviane en mijn fijne dochter Heidi


INLEIDING

In mei 2019 nam ik na 42 jaar afscheid van de actieve politiek. Ik legde een lang parcours af: eerst als nationaal voorzitter van de CVP-jongeren (1977-1983), dan als Europees Parlementslid (19811984) en van 1985 tot 2019 als Federaal en Vlaams Parlements­lid. Dit boek bevat geen typische memoires zoals die van Wilfried Martens, Leo Tindemans of Jean-Luc Dehaene. Zij speelden als eerste minister een hoofdrol in de belangrijkste politieke gebeurtenissen van hun tijd en beschrijven in detail en chronologisch hun actieve periode. Ik heb zelf niet de ambitie geschiedenis te schrijven. Daarvoor was mijn rol te beperkt aan de top van de politiek. Mijn karakter was niet dat van een staatsman, veeleer dat van een kritische backbencher in het parlement die freedom of speech hoog in het vaandel droeg. Ik hield van parlementaire debatten op het scherp van de snede. Ze noemden mij das Kampfschwein van CD&V, wat ik nog steeds als een eretitel beschouw. Mijn politieke loopbaan is er een van vallen en opstaan. Veertig jaar knokken om te overleven, maar altijd doorzetten was mijn motto. Bij mijn afscheid in de Kamer citeerde ik enkele frases uit de song van Frank Sinatra, ‘My Way’: ‘And now, the end is near/ And so I face the final curtain/ Regrets, I have had a few/ I did what I had to do/ And more, much more than this/ I DID IT MY WAY.’ Sinds de jaren zeventig is de wereld, ook in Vlaanderen, veranderd op alle domeinen, zowel maatschappelijk, politiek, economisch als mediatiek. We leven in een heel andere tijd dan toen ik begon met politiek. Populisme, nationalisme, extremisme en de digitale media beheersen de hedendaagse politiek en maat-

Inleiding

9


schappij. De Belgische en Vlaamse politiek beleefden in de jongste decennia stormachtige tijden. Ik zal proberen weer te geven hoe ik deze belangrijke ontwikkelingen heb ervaren en beleefd vanuit de instellingen waarin ik politiek actief was. Als CVP-Jongerenvoorzitter liep ik storm tegen het sociale en economische beleid van de eerste regeringen van Wilfried Martens. We vreesden als jongeren dat de torenhoge openbare schuld een hypotheek zou leggen op de schouders van de komende generaties. De ineenstorting van ons economische weefsel met de stijging van de werkloosheid – ook massaal bij jongeren – maakte ons angstig voor de toekomst en we drongen aan op een drastisch herstelbeleid waar, tegen drukkingsgroepen in, gevestigde waarden en taboes moesten sneuvelen. Ook vandaag weegt die Belgische staatsschuld (meer dan 500 miljard euro) nog steeds loodzwaar op de keuzes in onze samenleving. Het blijft de erfzonde van de Belgische politiek. Als parlementslid heb ik mij steeds ingezet om deze problematiek op een doortastende manier aan te pakken. Als voorzitter van de Commissie voor Financiën en Begroting, zowel in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als in het Vlaams Parlement, wees ik de regeringen op hun plicht de zware hypotheek op de toekomst te lichten. In de Vlaamse regering-Van den Brande werd ik minister van Economie. Ik heb toen onder impuls van Flanders Technology International en de DIRV-actie (Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen) van de minister-presidenten Gaston Geens en Luc Van den Brande mee kunnen werken aan de ombouw van verouderde industriële sectoren in Vlaanderen naar nieuwe, innovatieve bedrijven. Dit strategische vernieuwingsbeleid zette de subsidiëring stop aan verlieslatende ondernemingen en mikte resoluut op technologie en innovatie.

10

Rebel met een missie


Door de opeenvolgende staatshervormingen kreeg Vlaanderen de instrumenten in handen om zelf te beslissen over cruciale beleidsdomeinen als onderwijs, welzijn, economie, werkgelegenheid en leefmilieu. Vlaanderen beschikt nu over een autonomie die een van de meest verregaande is in de Europese Unie (EU). Ik kreeg de kans om vanuit het Federaal en Vlaams Parlement mee te werken aan de opeenvolgende staatshervormingen, die het gelaat van België helemaal hebben hertekend. Als inwoner van Zaventem in de Vlaamse Rand ben ik hierbij ook actief opgekomen om het Vlaamse karakter van de regio te vrijwaren in discussies over bijvoorbeeld de splitsing van BHV en het taalstatuut van de randgemeenten. Mijn grote ontgoocheling is dat de Vlaamse Beweging niet langer Vlaamse autonomie in federaal verband nastreeft, maar separatisme onder de dekmantel ‘confederalisme’. In het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering heb ik mee vorm kunnen geven aan het Vlaamse mediabeleid, met name de hervorming van de VRT, het hertekenen van het radiolandschap, de komst van regionale televisie en de opkomst van commerciële televisie. In de jaren negentig gaf dit aanleiding tot heel wat conflicten en was het bijzonder moeilijk de zogenoemde mediavrede te bewaren. Hierbij heb ik er steeds over gewaakt om aan de VRT maximale groeimogelijkheden te geven binnen zijn publieke missie. De grote maatschappelijke veranderingen worden niet bepaald door de politiek. Het zijn de wetenschap, de technologie, de geneeskunde, de economie en de digitale media die onze samenleving determineren. Het is aan de politiek om die veranderingen in te bedden, te begeleiden en te corrigeren. De almacht van de politiek is een illusie. Door de versnippering van het politieke

Inleiding

11


landschap en onze steeds opduikende communautaire problemen maakt de politiek in België een machteloze indruk. Corona heeft duidelijk gemaakt dat ons land geen nood heeft aan een nieuwe (zevende) staatshervorming, wel aan coördinatie en samenwerking tussen de federale staat en de regio’s. Ook Vlaanderen dreigt in een geblokkeerde samenleving terecht te komen en moet oppassen niet te worden meegesleurd in de roetsjbaan van nationalisme en populisme. Ik maakte bijna dertig jaar deel uit van het Vlaams Parlement en behoor tot de eerste generatie Vlaams Parlementsleden. De Vlaamse instellingen zijn tot volle ontplooiing gekomen. Ik was er tien jaar fractieleider en vier jaar minister. Maar wat we zelf doen, doen we niet automatisch beter. Ook het Vlaams Parlement heeft tot taak de vertaling te zijn van de grote maatschappelijke ontwikkelingen en moet meer de arena worden van de Vlaamse democratie. Te veel macht blijft in handen van de Vlaamse regering. Kritisch zijn moet de opdracht zijn van elk parlementslid, want als de parlementsleden niet kritisch en controlerend optreden, wie dan wel? Dat geldt ook voor de federale Kamer, waar ik na twintig jaar afwezigheid weer zitting had voor mijn laatste legislatuur. De moderne sociale media dreigen echter het politieke debat te beheersen en het Parlement voor een stuk overbodig te maken. Met dit boek poog ik te getuigen dat parlementslid zijn een unieke opdracht is. President Kennedy citeerde in zijn inaugurele rede een groot Brits auteur, John Buchan: ‘Public life is regarded as the crown of a career and to young men it is the worthiest ambition. Politics is still the greatest and the most honourable adventure.’ Vele politici verlaten de politiek in bitterheid. Met deze getuigenis wil ik aan de jonge generaties de boodschap meegeven

12

Rebel met een missie


dat aan politiek doen zinvol kan zijn zonder te vervallen in slogans, extremisme en populisme. Ik ben nooit een ‘wit konijn’ geweest dat plots werd gedropt als parlementslid, minister of partijvoorzitter. Ik doorliep alle stadia van het politieke leven: CVP-Jongerenvoorzitter, Europees Parlementslid, Kamerlid, lid van het Vlaams Parlement, Vlaams minister, schepen en gemeenteraadslid in mijn gemeente Zaventem. Ik nam deel aan zeventien verkiezingen op alle niveaus. Wil je jezelf handhaven in de politiek, dan moet je inzet totaal zijn. Zelf heb ik maar één limiet getrokken en dat is steeds beschikbaar blijven voor mijn gezin. Daarom ben ik mijn echtgenote Viviane en dochter Heidi dankbaar dat ze mij altijd hebben gesteund. Op hen kon ik steeds terugvallen en rekenen in goede en slechte dagen. Je moet het geluk niet zoeken in de politiek. Daar moet je zelf aan werken in je persoonlijk leven. Ik heb ook het voorrecht te komen uit een prachtige familie met lieve ouders, een broer en twee fijne zussen. Dat warme nest gaf mij een basis voor het leven. Mijn broer Herman heeft een bepalende rol gespeeld voor mijn engagement in de politiek. Hij was mijn inspiratiebron en beschermheer in de vaak harde wereld van de politiek. Herman werd uiteindelijk eerste minister en voorzitter van de Europese Raad. Daar ben ik fier op. Mijn pad was hobbeliger en gevaarlijker. Ik ging mijn eigen weg. MY WAY. Ik heb Herman nooit willen imiteren. Ik ben niet de man van de rustige vastheid, maar Herman gaf mij wel één goede raad nadat ik geen minister was geworden in de regering-­ Leterme: BE FREE. Ik startte een weblog en er volgden nog vijftien mooie jaren in de politiek, waarin ik de strijdbaarheid terugvond van mijn jonge jaren. Bij de start in 2005 heette mijn dagboek dus BE FREE, in 2009 My last five years en in 2014 Five more years.

Inleiding

13


Hierbij bleef ik trouw aan twee van mijn motto’s in de politiek: ‘En politique il faut être dangereux’ en ‘Attack, attack, attack’ zoals geformuleerd door de vroegere Engelse premier en oppositieleider Harold Wilson. Ik dacht aan deze woorden toen ik in 1999 de eerste CD&V-oppositieleider werd in het Vlaams Parlement en ook toen ik elke week als backbencher mijn blog schreef op het internet. Maar aan alles komt een einde. Politiek was mijn leven en daarop terugblikken doet deugd. Memoires gaan niet enkel over het verleden, maar moeten ook een blik werpen op de toekomst. We leven in een onvoorspelbare wereld. Sinds twintig jaar beleven we de ene crisis na de andere: de aanslagen van 9/11 in de Verenigde Staten, de bankencrisis, de eurozone, terrorisme, migratiestromen, Brexit, corona. Waar gaat onze wereld naartoe? Kan de politiek nog de voorwaarden scheppen om mensen hoop en geluk te geven? Is de samenleving nog maakbaar? De politiek geeft een machteloze indruk. Beloften worden vaak verbroken, wat de mensen in het spoor van de antipolitiek drijft. Door de opkomst van de populistische partijen overal ter wereld staan de traditionelere partijen onder zware druk. De versnippering van de politieke partijen maakt de besluitvorming erg moeilijk en brengt mee dat er onvoldoende resultaten worden geboekt op het vlak van meer jobs, minder ongelijkheden, minder vervuiling, minder geweld, minder reguliere immigratie, een betere sociale bescherming. De bestorming van het Amerikaanse Congres door de aanhangers van Trump toont aan dat de democratie geen eeuwige verworvenheid is. Het parlement is gekozen om de waakhond te zijn van de democratie. Ook in België hebben de duizend dagen

14

Rebel met een missie


zonder regering in het afgelopen decennium de werking van onze instellingen zwaar gehypothekeerd bij de bevolking. Het parlement is te veel de toeschouwer geworden van dit immobilisme en speelt onvoldoende zijn rol van countervailing power, van tegenwicht tegen de uitvoerende macht. Met deze memoires wil ik een oproep doen aan de jonge generaties om zich politiek te engageren en een dam op te werpen tegen het populisme en het extremisme. Het wordt de grootste uitdaging van de komende tijd. Want zonder vertrouwen is onze democratie niet werkbaar.

Inleiding

15


HET ZIT IN DE FAMILIE

Mijn jonge jaren Mijn moeder zei altijd ‘My home is my castle’. Een warm nest waar ik nog altijd met veel heimwee aan terugdenk. Ons gezin telde vier kinderen: Herman (°1947), ikzelf (°1949), Anita (°1951) en Christine (°1955). Mijn vader Victor Van Rompuy (1923-2004) en mijn moeder Germaine Geens (1921-2004) waren afkomstig uit de streek van Aarschot (Betekom/Begijnendijk). Ze gingen aan het einde van de jaren veertig wonen in Sint-Stevens-Woluwe (Zaventem) in een wijk vlak bij de grens met de Brusselse gemeenten Evere en Sint-Lambrechts-Woluwe. Moeder was van opleiding directiesecretaresse en werkte voor haar huwelijk bij Philips in Leuven. Ze moest, zeer tot haar spijt, haar beroep opgeven toen in ruim vier jaar tijd drie kinderen werden geboren. Achteraf zei ze mij dat ze graag verpleegster was geworden, omdat zorgen voor mensen volgens haar het belangrijkste is in het leven. Ze was een zachte en vriendelijke vrouw en bleef tot op hoge leeftijd altijd bezorgd om het geluk van haar gezin, dat inmiddels was uitgebreid tot elf kleinkinderen. Mijn vader, Victor, was doctor in de economische wetenschappen van de KU Leuven en werkte als economist bij de Kredietbank en daarna op de studiedienst (CEPESS) van de toenmalige CVP. Hij had evenwel geen politieke ambities. Zijn droom was om hoogleraar te worden aan de Leuvense universiteit. In die tijd waren er weinig vacatures in het academisch korps, maar er diende zich toch een mogelijkheid aan om zes jaar lang les te

16

Rebel met een missie


geven aan de pas opgerichte universiteit Lovanium in het toenmalige Belgisch-Kongo. Na deze periode werd je automatisch benoemd in Leuven. Mijn ouders beslisten op dit aanbod in te gaan en stapten in 1957 met de hele familie op het vliegtuig naar Leopoldstad (het huidige Kinshasa) voor een groot avontuur. Als kinderen moesten we onze buurt en gemeenteschool verlaten en kwamen in Kongo in een heel andere wereld terecht. Het was voor ons een cultuurschok om vanuit een landelijke gemeente in de jaren vijftig te belanden in een volledig nieuwe omgeving, zelfs een volledig nieuwe beschaving. Herman zat in het vijfde leerjaar, ik in het derde. We reden elke dag met de bus, gekleed in een witte korte broek en wit hemd en met een tropenhelm op, naar het Albert I-college in Leopoldstad. Toen we ons goed hadden aangepast, werd mijn vader zwaar ziek (een vorm van malaria) en moesten ook mijn zus Anita en ik met hoge koorts naar het hospitaal. Op advies van de geneesheren moest mijn vader na amper een jaar terugkeren naar België met heel het gezin. Toen we in Melsbroek landden, was de wereldtentoonstelling Expo 58 in Brussel volop aan de gang en enkele maanden na onze terugkeer braken de eerste onlusten uit in Belgisch-Kongo. Als kind volgden we de ontwikkelingen in Kongo op de voet en de belangstelling is altijd gebleven voor dit prachtige land, dat spijtig genoeg is geruïneerd door haar leiders. Enkele jaren later ontving mijn vader zijn Kongolese oud-studenten thuis. Een van hen was intussen gouverneur van de Nationale Bank geworden en een andere minister van Economische Zaken. Van hun lot onder het Mobutu-regime hebben we niets meer vernomen. Na zijn herstel werd mijn vader benoemd tot adjunct-secretaris-generaal van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, maar het bleef zijn ambitie hoogleraar te worden in Leuven. Hij heeft moeten wachten tot 1965 om aangesteld te worden als hoogle-

Het zit in de familie

17


raar, maar met enige vertraging heeft hij toch de kans gekregen zijn grote droom waar te maken. Hij heeft generaties economen gevormd en doceerde onder meer algemene economie, openbare financiën en Europese instellingen. Zijn handboeken vormden de cursussen voor duizenden studenten en zijn standaardwerken geworden voor vele generaties. Hij had waarschijnlijk nooit kunnen denken dat enkele jaren later drie van zijn kinderen bij hem in de les zouden zitten aan de faculteit Economische Wetenschappen. Onafhankelijk van elkaar besloten we deze richting te volgen en we hebben het ons nooit beklaagd. Alleen onze jongste zus Tine koos voor een andere richting als psychiatrisch verpleegster en ook op politiek vlak ging ze een andere richting uit door militante te worden van de PVDA. Maar onze broer-zusband is altijd zeer hecht gebleven en politiek heeft hierin geen enkele rol gespeeld. Onze familie leefde op een eenvoudige en sobere manier. We woonden in een buurt met jonge gezinnen waar iedereen contact had met elkaar en wij als kinderen ons volop konden uitleven met lopen, voetballen en fietsen. We hadden zelf een heuse sportclub gesticht, de Berreveld Sportclub, met uiteraard Herman als ‘premier’, zo heette de voorzitter van de club ook echt. Het zat blijkbaar toen al in zijn bloed. Het was een tweetalige buurt, maar nooit werd er over taalkwesties gesproken. Mijn ouders gingen met ons op vakantie aan zee of in de Ardennen, meestal voor één week. Tijdens de grote vakantie was kijken en luisteren naar de verslaggeving van de Tour de France met Rik Van Looy onze favoriete bezigheid. In de wintermaanden nam vader Van Rompuy zijn kroost mee naar Anderlecht, waar we met de generatie van Paul Van Himst en Jef Jurion de hoogdagen beleefden van het beroemde elftal dat ooit de elf spelers voor de Rode Duivels leverde. We werden vijfmaal achter elkaar kampi-

18

Rebel met een missie


oen en schakelden het roemrijke Real uit met een gouden goal van Jef Jurion. Nooit hadden we kunnen denken dat zestig jaar later, toen manager Michel Verschueren Herman als Europees president had uitgenodigd de aftrap te geven van een match op Anderlecht, heel het stadium met volle borst zou zingen: ‘Van Rompuy, olé, olé, olé’. Ik ben tot mijn 41 jaar thuis blijven wonen en als laatste van de kinderen getrouwd en vader geworden. In 2004 zijn onze ouders overleden in het rustoord Edelweiss in Begijnendijk, op enkele honderden meter van waar ze in de jaren twintig zijn geboren. Ze stierven haast samen op één week tijd. Het was onwezenlijk vader te begraven op zaterdag en moeder te zien sterven op maandag. Dit verlies heeft ons zwaar aangegrepen. Op hun grafzerk hebben we gebeiteld: ‘Samen leven, samen sterven, samen in alles, samen voor altijd’.

Studentenjaren In de jaren zestig volgde ik de Grieks-Latijnse humaniora aan het Sint-Jan Berchmanscollege in Brussel. Het waren prachtige jaren. In tegenstelling met wat vaak wordt beweerd, zijn de jezuïeten zeer open van geest. Het was de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie en de paters in het college schreven zich helemaal in deze nieuwe trend in. Onze jezuïetenleraren waren sterke persoonlijkheden en gaven ons soms twintig uur les per week: Latijn, Grieks, Nederlands, Frans, godsdienst, geschiedenis. Hun leuze was: ‘Plus est en vous’. De vorming die we toen kregen, hebben we heel ons leven meegedragen. We konden kennismaken met de moderne literatuur, met vooral Franse schrijvers als Antoine de Saint-Exupéry, Albert Camus, Gilbert Cesbron, André Malraux, die existentiële problemen koppelden aan maatschap-

Het zit in de familie

19


pelijk engagement. De lectuur van Terre des hommes van SaintExupéry is mij altijd bijgebleven met zijn boodschap: ‘Être homme, c’est être responsable’. Ook La condition humaine van Malraux maakte op mij een diepe indruk. We leefden ‘op de kentering der tijden’. Enerzijds kregen we een klassieke en katholieke opleiding, die wij waardeerden, maar anderzijds ook een venster op de wereld. Mei ’68 stond voor de deur, de seksuele revolutie was een feit en onze dichters waren niet langer Guido Gezelle maar Marsman en Hugo Claus. Onze retoricaleraar, pater Hendrik Imberechts, sprak over ‘nova et vetera’, het nieuwe verzoenen met het oude. Ik erger mij soms als ik generatiegenoten hoor klagen over hun bekrompen opvoeding en de verstikkende sfeer in de colleges, terwijl wij op Sint-Jan juist de nieuwe wereld hebben leren ontdekken. Met onze retorica trokken we zelfs in groep naar de fameuze poëzieavond in het Paleis van Schone Kunsten met de Nederlandse dichters-rebellen Simon Vinkenoog en Gerard van het Reve. In 2017 kwamen we met onze retorica ’67 nog eens samen om ons vijftig jaar afscheid van het college te vieren. Iedereen die kon, was aanwezig en er werden enthousiast vele liedjes van The Beatles gezongen. We kenden ze nog allemaal: ‘Yesterday’, ‘All You Need Is Love’, ‘Hey Jude’, ‘Yellow Submarine’. In 1967 trok ik naar Leuven om economie te gaan studeren. Het was een woelige periode, waar de strijd om Leuven Vlaams op zijn hoogtepunt was. Aan de acties en betogingen heb ik niet deelgenomen, omdat ik mij voorbereidde op mijn eerste partiële examens – die vanwege de stakingen een maand later plaatsvonden – en ik als eerstejaarsstudent thuisbleef om te studeren. De politieke studentenbeweging in Leuven sprak mij niet aan. Na de splitsing van de Leuvense universiteit kwamen de grote

20

Rebel met een missie


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401478489 by Uitgeverij Lannoo - Issuu