SUPERDINOSAURUSSEN AUTEUR CHRIS BARKER ADVIEZEN DARREN NAISH
INHOUD WAT IS PALEONTOLOGIE?
6
GESCHIEDENIS VAN HET LEVEN OP AARDE
8
WAT IS EEN DINOSAURUS?
10
SOORTEN DINO’S
12
HOE ONTSTAAN FOSSIELEN?
14
VOOR DE DINO’S
16
CAMEROCERAS
18
BRONTOSCORPIO
20
ARTHROPLEURA
22
DIMETRODON
26
PRIONOSUCHUS
28
HET TIJDPERK VAN DE DINO’S
30
HERRERASAURUS
32
OURANOSAURUS
86
HETERODONTOSAURUS
34
EDMONTOSAURUS
88
SCELIDOSAURUS
38
PARASAUROLOPHUS
90
TEMNODONTOSAURUS
40
PTERANODON
92
LEEDSICHTHYS
42
TRICERATOPS
94
BAROSAURUS
44
TITANOCERATOPS
98
EPIDEXIPTERYX
48
PSITTACOSAURUS
100
STEGOSAURUS
50
EUOPLOCEPHALUS
102
PLATYPTERYGIUS
52
PACHYCEPHALOSAURUS
104
PLIOSAURUS
54
ALBERTONECTES
108
AMARGASAURUS
56
QUETZALCOATLUS
110
PTERODAUSTRO
58
HATZEGOPTERYX
112
SPINOSAURUS
62
DIDELPHODON
114
TYRANNOSAURUS
64
DEINOSUCHUS
116
DAKOTARAPTOR
66
ARGENTINOSAURUS
118
BARYONYX
68
THERIZINOSAURUS
72
TYRANNOSAURUS
74
NANUQSAURUS
76
ORNITHOMIMUS
78
CARNOTAURUS
82
SHANTUNGOSAURUS
84
SCHAAL De silhouetten in het boek laten zien hoe groot of klein een dier was vergeleken met de lengte van de gemiddelde mens of de grootte van een menselijke hand of voet.
Mens = 1,80 m lang
Hand = 16 cm lang
Voet = 26,3 cm lang
WONDERLIJKE WETENSCHAP
144
MASSA-UITSTERVING
146
ARCHAEOPTERYX
148
MICRORAPTOR
150
STRUTHIOMIMUS
152
140
VELOCIRAPTOR EN PROTOCERATOPS
154
142
STENOPTERYGIUS
156
ASPIDORHYNCHUS EN RHAMPHORHYNCHUS
158
CITIPATI-MOEDER
160
DINOSAURUSVOETAFDRUK
164
SUE, DE T. REX
166
PSITTACOSAURUS-JONGEN
170
DARWINIUS
172
BOREALOPELTA
174
PAS UIT HET EI
176
SCHEDELSCANS
180
COPROLIETEN
182
FOSSIELE VONDSTEN
184
WOORDENLIJST
186
REGISTER
188
NA DE DINO’S
122
TITANOBOA
124
DROMORNIS
126
OTODUS
128
MAMMUT BORSONI
132
MAMMUTHUS
134
MEGALOCEROS
138
PELAGORNIS SMILODON
DK DELHI Project Editor Neha Ruth Samuel Project Art Editor Mansi Agrawal Editors Kathakali Banerjee, Shambhavi Thatte Art Editors Surbhi Bahl, Baibhav Parida Senior Picture Researcher Surya Sankash Sarangi Managing Editor Kingshuk Ghoshal Managing Art Editor Govind Mittal Picture Research Manager Taiyaba Khatoon Senior DTP Designer Pawan Kumar DTP Designer Mohd Rizwan Pre-Production Manager Balwant Singh Production Manager Pankaj Sharma Jacket Designer Priyanka Bansal DK LONDON Project Editor Sam Kennedy Senior Art Editor Sheila Collins Managing Editor Francesca Baines Managing Art Editor Philip Letsu Illustrators Stuart Jackson-Carter, Andrew Kerr, James Kuether, Arran Lewis, Peter Minister, Simon Mumford Production Editor Robert Dunn Production Controllers Jude Crozier, Sian Cheung Jacket Designer Surabhi Wadhwa-Gandhi Jacket Design Development Manager Sophia MTT Publisher Andrew Macintyre Associate Publishing Director Liz Wheeler Art Director Karen Self Publishing Director Jonathan Metcalf
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Oorspronkelijke titel: Super Dinosaur Copyright © 2020 Dorling Kindersley Limited, Londen Copyright © Nederlandse vertaling: Lannoo Uitgeverij, Tielt, 2021 Vertaling: Jet Zegers en Mylène Delfos Opmaak: Asterisk*, Amsterdam D/2021/45/341 NUR 223 ISBN 978 94 014 7797 0 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Gedrukt en gebonden in China Voor wie nieuwsgierig is: www.dk.com
WAT IS PALEONTOLOGIE? Paleontologie bestudeert het leven in de prehistorie. Deze wetenschap omvat verschillende vakgebieden, zoals geologie (gesteenten), biologie (levende dingen) en scheikunde (elementaire bouwstenen waaruit stoffen bestaan). Op basis van de fossielen en het omliggende gesteente proberen de diverse disciplines samen een verhaal te reconstrueren. Het bewijs is meestal onvolledig omdat tijdens de fossilisatie veel belangrijke details verloren zijn gegaan. Om deze hiaten op te vullen, bestuderen paleontologen niet alleen fossielen van vergelijkbare soorten, maar ook dieren van nu. Zo proberen ze een beeld te vormen van de prehistorische dieren en inzicht te Met kwastjes en beiteltjes leggen krijgen in hoe die geleefd zouden paleontologen kunnen hebben. voorzichtig de fossielen bloot.
FOSSIELEN LEZEN Wetenschappers ontsluieren regelmatig nieuwe informatie waardoor hun kijk op prehistorische dieren verandert. Zo werd lang gedacht dat een puntig stuk bot dat werd aangetroffen bij de fossielen van de herbivoor Iguanodon, deel uitmaakte van zijn neus. Later onderzoek bracht echter aan het licht dat die stekel onderdeel was van zijn duim. Paleontologen moeten wat ze Duimdenken te weten van pre klauw historische dieren constant bijstellen wanneer er nieuw bewijs zoals dit opduikt.
BEGRAVEN BOTTEN Het opgraven van fossielen is vaak zwaar werk. Graafteams moeten soms werken onder lastige omstandigheden, bijvoorbeeld in de brandende hitte of ijzige wind. De fossielenjacht rechts, die werd uitgevoerd door het Great Plains Dinosaur Museum and Field Station uit Montana in de VS, laat zien hoe de stenen deskundig worden afgebikt om de botten van een grote dinosaurus bloot te leggen.
Het sediment dat van de botten wordt afgeborsteld, wordt verzameld om te kijken of er nog kleine fossiele stukjes in zitten.
RECONSTRUCTIE IN EEN MUSEUM Sommige fossiele resten zijn te zeldzaam of te kwets baar voor in een museum. Hiervan worden vakkundig mallen van lichter materiaal gemaakt, die gebruikt worden om de dinosaurus als een gigantische driedimensionale puzzel weer in elkaar te zetten. Deze modellen, die steunen op een metalen frame, worden in het museum tentoon gesteld. De echte fossielen zijn veilig opgeborgen om nader te worden onderzocht. De posities van alle overblijfselen worden in een raster gemarkeerd zodat de paleontologen kunnen herleiden wat er tijdens de fossilisatie met het lichaam gebeurd is.
WIJS WORDEN UIT HET BEWIJS Een fossiel opgraven en opnieuw in elkaar zetten zodat wetenschappers het kunnen bestuderen is niet gemakkelijk. Met verschillende gereed schappen en technieken worden de aanwijzingen uit het fossiel uiterst voorzichtig bij elkaar gegaard.
Voorbereiding Eerst wordt met heel fijne boortjes de steen laag van het fossiel verwijderd. Paleontologen kunnen hier talloze uren mee bezig zijn.
De botten scannen Om te voorkomen dat het fossiel beschadigd raakt, bekijken onderzoekers de binnenkant van de botten met enorme scanners.
Hiaten opvullen Met computeranalyses kunnen paleontologen een vondst bestuderen, ontbrekende onderdelen digitaal reconstrueren en het fossiel restaureren.
3D-modellen maken Van het fossiel worden modellen gemaakt en geprint, die wetenschappers kunnen bestuderen zonder het echte exemplaar te hoeven gebruiken.
WAT IS EEN DINOSAURUS? Dinosaurussen zijn reptielen uit het vroege mesozoïcum, een periode die liep van 252 tot 66 miljoen jaar geleden. Ze behoren tot de grotere groep van de archosauriërs, waaronder ook de krokodilachtigen vallen. Alle dino’s zijn gewervelde dieren (met een ruggengraat), maar ze delen ook bepaalde eigenschappen die niet bij andere dieren geslachten voorkomen. Aan de hand van deze unieke kenmerken kunnen paleontologen fossielen van dinosaurussen onderscheiden van die van andere prehistorische dieren. Als bij een opgraving een bot of een deel van een skelet wordt gevonden met een of meer van de hier beschreven kenmerken, zal het zeer waarschijnlijk het fossiel van een dinosaurus zijn.
VEREN Recent onderzoek wijst erop dat dinosaurussen al lang voordat er vogels waren, veren ontwikkelden. Vele hadden waarschijnlijk veren op het hele lijf, terwijl sommige, zoals deze Archaeopteryx, ook gevederde vleugels hadden, wat bevestigt dat vogels zich uit dinosaurussen hebben ontwikkeld.
De meeste dinosaurussen hadden een sterke, gespierde staart waarmee ze zichzelf bij het voortbewegen in evenwicht hielden.
Herbivoren gebruikten hun lange darmkanaal voor het verteren van taai plantenmateriaal.
HUIDOPPERVLAK De huid van veel dinosaurussen was bedekt met kleine schubben, waarvan enkele bewaard zijn gebleven in de buurt van een skelet, zoals bij dit fossiel van de huid van een hadrosaurus. De huid was waterdicht en de schubben boden waarschijnlijk wat bescherming tegen insectenbeten.
Dinosaurussen hadden flexibele, scharnierende enkels om zich snel te kunnen verplaatsen.
RECHTOP LOPEND
GEEN DINOSAURUS
Studies van fossielen hebben aangetoond dat de houding een van de belangrijkste eigenschappen is die dino’s onderscheidt van andere reptielen. In tegenstelling tot de meeste reptielen, waar de ledematen opzij van het lichaam zitten, konden dino’s rechtop lopen met hun ledematen onder hun lichaam.
In het mesozoïcum had je allerlei prehistorische reptielen op het land, in de lucht en in de zee, maar dat waren niet allemaal dinosauriërs. Sommige, zoals de pterosaurus, waren neven van de dinosaurus en andere waren slechts verre verwanten.
Hagedis
Krokodil
Dinosaurus
Met poten die opzij staan kunnen hagedissen alleen korte, explosieve bewegingen maken.
Krokodilachtigen hebben flexibele enkels, waarmee ze hun lijf kunnen optillen om zich snel over land voort te bewegen.
Met hun ledematen onder hun lichaam konden dinosaurussen rechtop staan en efficiënt lopen.
Ichthyosauriërs Deze grote, visachtige wezens waren zeereptielen die levende jongen baarden, net als onze huidige zoogdieren doen.
Binnen in een dinosaurus Hoewel de interne organen van dinosaurussen vaak tijdens de ontbinding door aaseters werden opgegeten of tijdens de fossilisatie teniet zijn gegaan, bevatten enkele zeer goed geconserveerde fossielen nog sporen van de ingewanden. Aan de hand van deze specimens plus wat ze weten over dieren van nu, kunnen wetenschappers de interne anatomie van veel dinosaurussen reconstrueren.
Plesiosauriërs In plaats van hun staart te gebruiken om te zwemmen, gebruikten deze langnekkige reptielen hun peddelachtige zwempoten om vlug in het water vooruit te komen.
De bek van veel herbivoren, zoals deze Iguanodon, was bedekt met een harde laag keratine, zoals onze vogels van nu dat ook hebben.
GROEIWEEFSEL
Dinosaurussen hadden waarschijnlijk een hart met vier kamers, net als zoogdieren.
Onder een microscoop laten dunne plakjes bot van een dinosaurus (zie hieronder) zien dat deze dieren beschikten over celweefsel waarmee ze snel konden groeien. Waarschijnlijk groeiden ze eerst een aantal jaren met een hoog tempo en vervolgens minder snel naarmate ze ouder werden.
Crocodylomorpha Deze verwanten van de moderne krokodilachtigen ontwikkelden verschillende leefgewoonten en anatomieën. Sommige konden meer dan 10 m lang worden.
De pterosauriërs waren de eerste gewervelde dieren die de lucht in gingen. Ze hadden een extra lange vierde vinger, die een complex vleugelvlies ondersteunde.
INLEIDING
Pterosauriërs
11
SOORTEN DINO’S Dinosauriërs kwamen ongeveer 245 miljoen jaar geleden tot ontwikkeling en leefden eerst enkele miljoenen jaren in de schaduw van andere landdieren. Pas in het late trias, ongeveer 225 miljoen jaar geleden, begonnen dinosauriërs te evolueren tot allerlei verschillende groepen. In die vroege jaren vertegenwoordigden dinosauriërs slechts een fractie van alle diersoorten, maar geleidelijk aan overheersten ze bijna alle ecosystemen op het land. Geleerden denken dat dino’s wellicht zo goed konden gedijen dankzij klimaatveranderingen die ertoe hebben bijgedragen dat concurrenten uitstierven. Dinosauriërs worden grofweg in twee soorten verdeeld, de saurischia en de ornithischia, die weer verder in groepen worden onderverdeeld. Volgens sommige wetenschappers zou er nog een derde groep zijn, de ornithoscelida, die bestaat uit theropoda en ornithischia.
VERRE VOOROUDERS
AU
O
O NT
HE
TE
RO
D
MARASU
CH
US
Dinosauriërs kwamen voort uit een groep reptielen die de dinosauriformen worden genoemd. Vele van hen waren kleine insecteneters met kenmerken van ware dinosauriërs.
E
S RA
HE
RR
SAURISCHIA RUS
ORNITHISCHIA Hoewel ornithischia niet de voorouders van vogels zijn, leken hun heupbeenderen op die van de hedendaagse vogels. Ook hadden ze een extra bot op hun onderkaak om hun sterke snavel te ondersteunen.
SAU
RUS
Deze dinosauriërs werden gekenmerkt door de vorm van hun heupen, die leken op die van huidige hagedissen. Saurischia hadden meestal een lange nek en een grote duimklauw.
ARGENTINO
SA
UR
TR
U
S
IC
E RA
PA C HY C E P H A
PACHYCEPHALOSAURUS S
STEGOSAURIËRS
ANKYLOSAURIËRS
Deze middelgrote planteneters hadden rijen platen en stekels op hun rug. In het vroege krijt waren er nog maar enkele soorten stegosauriërs over.
Deze gedrongen dinosauriërs hadden een breed lijf, beschermd door een uitgebreid pantser met benige schubben, die osteodermen heten. Sommige latere soorten, zoals de Euoplocephalus, ontwikkelden staartknuppels die botten konden verbrijzelen. LU
RU
S
S
UR
OC
SA
EP
H
GO
A
E
U SA
US
EUOPL
ST
U S
De meest gevarieerde groep dinosauriërs waren de theropoda, de voorlopers van hedendaagse vogels. De meeste theropoda waren vleeseters, maar sommige hadden misschien ook een plantaardig dieet.
SA
RU
U
THEROPODA
LO
Deze dinosauriërs op twee poten zijn te herkennen aan hun zeer dikke schedel, die hun hersenen beschermde tegen harde klappen in de strijd om een partner, of bij het verdedigen tegen vijanden.
O
R
N
AU
RA
OS
De plantenetende ceratopia waren te herkennen aan hun snavel, die op die van een papegaai leek. In het krijt ontwikkelden sommige vormen ingewikkelde kammen en hoorns, waarschijnlijk om partners te lokken.
OU
TYRANN
CERATOPIA
PS
Met hun kleine hoofd op een lange nek waren deze herbivoren de grootste dinosauriërs op aarde. Sommige ontstonden later, zoals bijvoorbeeld de Argentinosaurus, die een recordafmeting had – bijna zeven keer die van een Afrikaanse olifant.
TO
SAUROPODOMORPHA
ORNITHOPODA
INLEIDING
Een groot lijf en grote neusgaten kenmerkten deze plantenetende dinosauriërs. De meeste experts denken dat het sociale dieren waren. Sommige hadden zelfs flitsende kuiven om mee te pronken.
13
1
VOOR DE DINO’S Dinosauriërs leefden tijdens het grootste deel van het mesozoïcum en het tijdperk ervoor, het paleozoïcum. In deze periode ontstonden veel prachtige en complexe wezens. Vele soorten waren slachtoffer van massa-uitroeiingen, maar sommige oude groepen dieren – waaronder de voorouders van de dinosauriërs – overleefden en deden het zelfs heel goed.
Hinderlaagjager De Cameroceras overviel zijn prooi vanuit een hinderlaag. Hij greep zijn slachtoffers met zijn tentakels en trok ze naar zijn snavelachtige bek, waarmee hij schelpen en botten kon doorboren. De Cameroceras jaagde waarschijnlijk op pantservissen, zoals de Sacabambaspis, die de vorm had van een kikkervisje, zoals we hiernaast zien, of andere schelpdieren – waaronder zijn eigen soortgenoten!
Stijve, kegelvormige schelp
ME G SCH A ELP IN HET KORT
• • • •
LENGTE 7,5 m
Verborgen bij de basis van zijn tentakels had de Cameroceras een snavelachtige bek.
MENU Carnivoor LEEFDE 470–425 miljoen jaar geleden (mjg) HABITAT Oceanen
VOOR DE DINO’S
Een kleinere Cameroceras is ten prooi gevallen aan een groter exemplaar.
18
GRIJPGRAGE GRIEZEL CAMEROCERAS De Cameroceras is lang een raadsel gebleven voor wetenschappers. Er is zo weinig over hem bekend omdat slechts kleine deeltjes van zijn schelp bewaard zijn gebleven als fossielen in zeer oud gesteente. Paleontologen zijn begonnen zijn biologie en leefwijze in kaart te brengen door hem te vergelijken met zijn huidige verwanten, zoals octopussen, inktvissen en pijlinktvissen. De Cameroceras had een sterke schelp die het grootste deel van zijn lichaam beschermd zal hebben tegen aanvallen, terwijl hij zijn prooi overmeesterde met zijn gespierde tentakels. Dit dier stuwde zichzelf voort door water op te zuigen en het met kracht weer uit te stoten.
Pantserachtige platen beschermden de kop van de Sacabambaspis, een kaakloze vis die in dezelfde periode leefde als de Cameroceras.
De tentakels van de Cameroceras groeiden mogelijk vanuit de basis van zijn kop, net als bij onze huidige inktvissen.
FEITEN EN CIJFERS Wat er van de Cameroceras bekend is, komt van zeer weinig fossiele resten. Vroeger gooiden wetenschappers vaak de fossielen van veel vergelijkbare dieren op één hoop onder de noemer Cameroceras. Maar dankzij nader onderzoek konden ze de fossielen thuisbrengen die echt van de Cameroceras zijn, waardoor ze beter inzicht in dit dier kregen.
LENGTE SCHELP Bepaalde fossiele schelpen wijzen erop dat de schelp van de Cameroceras wel 6 m lang was.
BLIJVEN DRIJVEN De schelp had met lucht gevulde kamers, waardoor de Cameroceras kon blijven drijven.
De 1,6 meter lange schedel van de Prionosuchus was twee keer zo groot als die van de hedendaagse gaviaal.
WATERROOFDIER De dijbeenbotten van de Prionosuchus waren slechts 13 cm lang, dus waarschijnlijk had hij op land niet veel nut van zijn poten. Hij had wel zwempoten waarmee hij zich, in combinatie met zijn sterke staart, gemakkelijk door water kon verplaatsen.
LAN A M FGSTE IBIE
MOERASSLUIPER
PRIONOSUCHUS
Met zijn lange snuit en scherpe tanden lijkt de Prionosuchus op hedendaagse reptielen zoals krokodillen. Toch was het een amfibie. De meeste amfibieën kunnen zowel op land als in water leven, maar de Prionosuchus bracht waarschijnlijk het grootste deel van de tijd onder het wateroppervlak door. De Prionosuchus gebruikte zijn krachtige staart om zijn grote, gestroomlijnde lijf door de troebele waterwegen van het huidige Zuid-Amerika te stuwen. Deze dodelijke jager was vermoedelijk het belangrijkste roofdier in zijn leefgebied, en voedde zich met middelgrote vissen maar ook met primitieve haaien, die hij met zijn lange kaken ving.
IN HET KORT
• • • •
LENGTE 9–10 m MENU Carnivoor LEEFDE 299–272 mjg HABITAT Moerassen
FEITEN EN CIJFERS
Met een lengte van 1,2 m is de Chinese reuzensalamander de langste amfibie van onze tijd.
De 10 meter lange Prionosuchus was ongeveer acht keer zo lang als de Chinese reuzensalamander.
VOOR DE DINO’S
Lange tijd was de Prionosuchus alleen bekend van enkele fragmenten, waaronder delen van een schedel die naar schatting maar 50 cm lang was. Pas later werd een veel groter kaakfragment ontdekt en kon de juiste maat van deze amfibie worden geschat.
29