Skip to main content

9789401477819

Page 1

TOM GOFFIN EN HERMAN NYS

Recht en bio-ethiek


Zevende, volledig herziene druk: juli 2021 D/2021/45/234 – ISBN 978 94 014 7781 9 – NUR 820, 870 Vormgeving binnenwerk: Crius Group Vormgeving omslag: Keppie & Keppie © Tom Goffin, Herman Nys & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam België Nederland www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl


Inhoud

Voorwoord bij de zevende, volledig herziene druk

17

Hoofdstuk 1 Juridische waarborgen voor deskundige zorg

21

1.1 De wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen 1.1.1 De beoefenaars van de geneeskunde: artsen, tandartsen, vroedvrouwen, klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen 1.1.1.1. Artsen 1.1.1.2. Tandartsen 1.1.1.3. Vroedvrouwen 1.1.1.4. Klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen 1.1.2 De beoefenaars van de kinesitherapie, de verpleegkunde, een paramedisch beroep en het beroep van vroedvrouw 1.1.2.1. De kinesitherapeuten 1.1.2.2. De verpleegkundigen 1.1.2.3. De paramedici 1.1.2.4. De vroedvrouwen 1.1.3 De beoefenaars van de artsenijbereidkunde (apothekers) 1.1.4 De ondersteunende beroepen 1.1.4.1. De zorgkundigen 1.1.4.2. De hulpverlener-ambulanciers 1.1.4.3. De ondersteunende geestelijke gezondheidszorgberoepen 1.1.5 Andere beroepen in de gezondheidszorg 1.1.6 Wettelijke voorwaarden om een gezondheidszorgberoep uit te oefenen 1.1.6.1. Het visum 1.1.6.2. Inschrijving bij een beroepsorde 1.2 De wet betreffende de niet-conventionele praktijken 1.2.1 Algemene voorwaarden voor de uitoefening van een niet-­ conventionele praktijk 1.2.1.1. Een visum 1.2.1.2. Een beroepsverzekering 1.2.1.3. Een registratie 1.2.1.4. Regels inzake bekendmaking aan het publiek naleven

21 22 22 24 24 25 26 26 27 28 28 28 29 29 29 29 29 30 30 30 31 31 31 32 32 32


6

Recht en bio-ethiek

1.2.1.5. Vragen naar een recente diagnose 1.2.1.6. De patiënt geen conventionele behandeling ontzeggen 1.2.1.7. Het beroepsgeheim respecteren 1.2.1.8. Verboden handelingen voor niet-artsen 1.2.2 Bijzondere voorwaarden voor de uitoefening van de homeopathie 1.2.2.1. Registratie als homeopaat 1.2.2.2. Homeopathie als ‘bijberoep’ 1.2.2.3. Enkel ‘evidence based medicine’ 1.3 Het Vlaams decreet betreffende de zorg- en bijstandsverleners

Hoofdstuk 2 Het begin van het leven

32 32 32 33 33 33 33 33 34

37

2.1 De medisch begeleide voortplanting 37 2.1.1 Medisch begeleide voortplanting door middel van een embryo­ transfer 37 2.1.1.1. Maximumleeftijd van de wensmoeder 38 2.1.1.2. Bevruchting in een erkend fertiliteitscentrum 38 2.1.1.3. Geen ondoordachte medisch begeleide voortplanting 38 2.1.1.4. Schriftelijke overeenkomst 39 2.1.1.5. Duidelijke afspraken over de overtallige embryo’s 39 2.1.1.6. Vermijden dat embryo’s overblijven 39 2.1.2 Medisch begeleide voortplanting na embryodonatie 40 2.1.2.1. De embryodonatie 40 2.1.2.2. De embryodonor(en) 41 2.1.2.3. De ontvanger(s) van embryo’s 41 2.1.3 Kunstmatige inseminatie 42 2.1.3.1. Maximumleeftijd van de wensmoeder 42 2.1.3.2. (Beperkte) tussenkomst van een erkend fertiliteitscentrum 42 2.1.3.3. Transparante besluitvorming en beroep op de gewetensclausule 42 2.1.3.4. Schriftelijke overeenkomst 43 2.1.3.5. Duidelijke afspraken over de ingevroren zaadcellen 43 2.1.3.6. Kunstmatige inseminatie na overlijden van de mannelijke partner 43 2.1.4 Kunstmatige inseminatie na donatie van zaadcellen 43 2.2 Vrijwillige zwangerschapsafbreking 45 2.2.1 De voorwaarden voor het uitvoeren van een zwangerschaps­ afbreking 45 2.2.1.1. Het verzoek en de schriftelijke kennisgeving van de zwangere vrouw 45 2.2.1.2. In principe voor het einde van de twaalfde week na de bevruchting 46


Inhoud 7

2.2.2

2.2.1.3. Door een arts onder medisch verantwoorde omstandigheden 46 2.2.1.4. Wachttijd van zes dagen respecteren 46 2.2.1.5. Zwangerschapsafbreking na het einde van de twaalfde week na de bevruchting 46 Aangifte van een zwangerschapsafbreking 47

Hoofdstuk 3 De rechtspositie van de patiënt in de wet patiëntenrechten

51

3.1 Enkele definities 51 3.1.1 Iedereen patiënt! 51 3.1.2 Gezondheidszorg 52 3.1.3 Beroepsbeoefenaar 52 3.2 Het recht op kwaliteitsvolle dienstverlening 53 3.2.1 De menselijke waardigheid 53 3.2.2 De zelfbeschikking 54 3.2.3 Zonder enig onderscheid 54 3.2.4 De kwaliteitsvolle dienstverstrekking 54 3.2.5 Beantwoordend aan de behoeften 55 3.3 De vrije keuze met kennis van zaken van zorgverlener 56 3.3.1 De vrije keuze (artikel 6) 56 3.3.2 De vrije keuze met kennis van zaken (artikel 8/1 en 8/2) 57 3.4 De informatie over de gezondheidstoestand 58 3.4.1 Het recht op informatie over de gezondheidstoestand 58 3.4.2 Het recht op bijstand door een vertrouwenspersoon 59 3.4.3 Het recht om niet te weten 60 3.4.4 Niet informeren om de patiënt te ontzien: ‘therapeutische exceptie’ 61 3.5 Het recht om toe te stemmen met kennis van zaken 62 3.5.1 De wijze(n) van toestemmen 62 3.5.2 Informatie die aan de toestemming voorafgaat 63 3.5.3 Wijze van informatieverstrekking 66 3.6 Weigeren en intrekken van een toestemming 67 3.6.1 De weigering met onmiddellijk gevolg (actuele weigering) 67 3.6.2 De weigering met uitgesteld gevolg (voorafgaande weigering) 68 3.7 De veronderstelde toestemming bij spoedhulp 72 3.8 Rechten van de patiënt en het patiëntendossier 73 3.8.1 Het recht op een patiëntendossier 73 3.8.2 Toevoeging van documenten 75 3.8.3 Inzage in het patiëntendossier 76 3.8.3.1. Geen inzage in persoonlijke notities en gegevens over derden 77


8

Recht en bio-ethiek

3.8.3.2. Inzage door bijstand van en via een vertrouwenspersoon 3.8.3.3. Inzage en therapeutische exceptie 3.8.4 Recht op afschrift van het patiëntendossier 3.8.4.1. Het afschrift is strikt persoonlijk en vertrouwelijk 3.8.4.2. De weigering van een afschrift 3.8.5 Inzage door nabestaanden in het patiëntendossier 3.9 Recht op bescherming van privéleven en van intimiteit 3.10 Het klachtrecht 3.11 Het recht op behandeling van pijn 3.12 De rechten van minderjarige patiënten 3.13 Meerderjarige wilsonbekwame patiënten 3.13.1 De patiënt is een meerderjarige beschermde persoon 3.13.1.1. Het statuut van meerderjarige beschermde persoon in grote lijnen 3.13.1.2. De uitoefening van de rechten van de patiënt van een meerderjarige beschermde persoon 3.13.2 De patiënt is geen meerderjarige beschermde persoon 3.13.2.1. De samenwonende partner 3.13.2.2. Een meerderjarig kind 3.13.2.3. Een ouder 3.13.2.4. Een meerderjarige broer of zus 3.13.3 Belangenbehartiging door de zorgverlener 3.13.4 Het betrekken van de wilsonbekwame patiënt 3.13.5 Afwijken van de beslissing van de vertegenwoordiger 3.14 De medewerkingsplichten van de patiënt

Hoofdstuk 4 De rechtspositie van de patiënt in specifieke wetgeving

78 79 80 81 81 82 83 85 85 85 89 89 89 92 94 94 94 95 95 95 96 97 98

101

4.1 De wet op de bescherming van de psychiatrische patiënt 101 4.1.1 De gedwongen opname voor observatie 101 4.1.1.1. Algemene voorwaarden voor een gedwongen opname 102 4.1.1.2. De gedwongen opname is niet dringend 105 4.1.1.3. De gedwongen opname is dringend 109 4.1.1.4. De duur en het einde van de gedwongen opname voor observatie 110 4.1.2 Het verder verblijf na de observatie 111 4.1.3 De rechten van de psychiatrische patiënt die onder dwang is opgenomen 111 4.1.3.1. Recht op behandeling 112


Inhoud 9

4.2

4.3

4.4

4.5

4.6

4.7

4.1.3.2. Respect voor de vrijheid van mening, godsdienstige en filosofische overtuiging 4.1.3.3. Klachtrecht 4.1.3.4. Recht op contact met een advocaat en een arts 4.1.3.5. Recht op informatie en inzage in het medisch dossier De wet betreffende de controlegeneeskunde 4.2.1 De uitoefening van de controlegeneeskunde 4.2.2 De rechten van de gecontroleerde persoon 4.2.2.1. De rechten van de patiënt 4.2.2.2. Andere rechten De wet betreffende het medisch onderzoek van werknemers of kandidaat-werknemers 4.3.1 Voorspellend genetisch onderzoek en de aidstest zijn verboden 4.3.2 Toegelaten vormen van medisch onderzoek 4.3.3 De rechten van de onderzochte persoon 4.3.3.1. De rechten van de patiënt 4.3.3.2. Andere rechten De wet op de esthetische genees- en heelkunde 4.4.1 De uitoefening van de niet-heelkundige esthetische geneeskunde en de esthetische heelkunde 4.4.2 De rechten van de patiënt bij niet-heelkundige esthetische geneeskunde en de esthetische heelkunde De wet betreffende de palliatieve zorg 4.5.1 Palliatieve zorg en de wet patiëntenrechten 4.5.2 Definitie en doel van palliatieve zorg 4.5.3 Palliatieve zorg is een recht 4.5.4 Recht op informatie en toestemming Het Vlaams decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid 4.6.1 Individuele verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid en die van de medemens 4.6.2 Recht op een aanbod van preventieve gezondheidszorg Het Vlaams decreet betreffende de centra voor geestelijke gezondheidszorg 4.7.1 De rechten van de patiënt 4.7.1.1. Het recht op kwaliteitsvolle zorg 4.7.1.2. Het recht op toestemming met kennis van zaken 4.7.1.3. Het recht op een patiëntendossier 4.7.1.4. Klachtrecht 4.7.2 Andere rechten 4.7.2.1. De rechten van het kind

112 112 113 113 114 114 114 114 115 116 116 116 117 117 118 118 118 119 120 120 120 120 121 121 121 123 123 124 124 124 125 125 125 125


10

Recht en bio-ethiek

4.7.2.2. De rechten van de mens 4.7.2.3. Het recht op bescherming door het beroepsgeheim 4.8 Het Vlaams decreet betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg 4.8.1 Recht op een individueel dossier 4.8.2 Recht om deel te nemen aan het netwerk voor gegevensdeling 4.8.3 Recht op een elektronisch deelbaar dossier 4.8.4 Recht om gegevens in te voeren in het elektronisch deelbaar dossier 4.8.5 Recht om toestemming te geven voor de toegang tot het elektronisch deelbaar dossier 4.8.6 Recht op informatie 4.9 Andere plichten en verantwoordelijkheden van de patiënt 4.9.1 Het betalen van het honorarium 4.9.2 Respect voor het beroepsgeheim en het privéleven van de zorgverleners en andere patiënten 4.9.3 Niet belemmeren van de normale beroepsuitoefening

Hoofdstuk 5 Het einde van het leven 5.1 Euthanasie 5.1.1 Euthanasie: wat is het (niet)? 5.1.2 Hulp bij zelfdoding en euthanasie 5.1.3 Euthanasie: een monopolie voor artsen 5.1.4 Geen recht op euthanasie en geen plicht euthanasie toe te passen of eraan mee te werken 5.1.5 Eerste scenario 5.1.5.1. Meerderjarig of ontvoogd minderjarig 5.1.5.2. Handelingsbekwaam en bewust 5.1.5.3. Vrijwillig, overwogen en herhaald verzoek zonder externe druk (artikel 3 § 1, tweede streepje) 5.1.5.4. Schriftelijk verzoek 5.1.5.5. Medisch uitzichtloze toestand 5.1.5.6. Overleg met de patiënt 5.1.5.7. Overleg met de verpleegkundigen en de naasten van de patiënt 5.1.5.8. Extra voorwaarden 5.1.5.9. Aangifte aan de controlecommissie 5.1.6 Tweede scenario 5.1.6.1. Medisch uitzichtloze toestand van aanhoudend en ondraaglijk fysiek lijden

125 125 126 126 126 127 127 127 127 128 128 131 131

133 133 133 135 135 136 137 138 138 138 138 139 140 140 141 141 141 141


Inhoud 11

5.1.6.2. Een kinder- of jeugdpsychiater of een psycholoog raadplegen 142 5.1.6.3. Schriftelijke instemming van de ouders 142 5.1.7 Derde scenario 142 5.1.7.1. Een tweede arts raadplegen 142 5.1.7.2. Minstens één maand laten verlopen 143 5.1.8 Vierde scenario 143 5.1.8.1. Een wilsverklaring 143 5.1.8.2. Het opstellen van een wilsverklaring 144 5.1.8.3. Aanwijzen van een vertrouwenspersoon 144 5.1.8.4. De registratie van de wilsverklaring 145 5.1.8.5. De geldigheidsduur van de wilsverklaring 145 5.1.8.6. De gezondheidstoestand van de patiënt 146 5.1.8.7. Overleg voeren met de direct betrokkenen 146 5.1.8.8. Extra voorwaarden 147 5.1.8.9. Aangifte aan de controlecommissie 147 5.1.9 De federale controle- en evaluatiecommissie 147 5.2 Autopsie bij een kind van minder dan achttien maanden 148

Hoofdstuk 6 De donor van lichaamsmateriaal voor geneeskundig gebruik

151

6.1 De donor van organen voor transplantatie 151 6.1.1 De bepalingen die zowel op donatie door levende als overleden donoren van toepassing zijn 151 6.1.1.1. Donatie voor transplantatie 151 6.1.1.2. Wegneming door een arts 151 6.1.1.3. Gratis donatie 152 6.1.1.4. Verbod de koop van een orgaan te vragen of aan te bieden 152 6.1.1.5. Anonimiteit van donor en receptor 152 6.1.2 De levende orgaandonor 152 6.1.2.1. Vergoeding voor onkosten en verlies van inkomsten 152 6.1.2.2. De donor moet meerderjarig zijn, in staat zijn om zijn wil te uiten en schriftelijk toestemmen 153 6.1.2.3. De receptor is in levensgevaar 154 6.1.2.4. Het orgaan van een overledene kan geen even goede resultaten bieden 155 6.1.2.5. De wegneming van een orgaan bij een meerderjarige die niet zelf kan toestemmen 155 6.1.2.6. Geen onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor de donor 156


12

Recht en bio-ethiek

6.1.2.7. Wegneming en transplantatie door een arts van een transplantatiecentrum 156 6.1.2.8. Orgaandonatie door een minderjarige 156 6.1.3 De overleden orgaandonor 157 6.1.3.1. De overledene was in het Belgisch bevolkingsregister of sinds langer dan zes maanden in het vreemde­ lingenregister ingeschreven 157 6.1.3.2. De overledene was niet in het Belgisch bevolkingsregister of niet of minder dan zes maanden in het vreemdelingenregister ingeschreven 162 6.2 De donor van weefsel voor geneeskundige toepassing op de mens 163 6.2.1 Algemene voorwaarden voor de donatie van weefsel 163 6.2.2 Toestemming voor de donatie en het primair gebruik van weefsel 164 6.2.2.1. Donatie door een levende donor 164 6.2.2.2. Donatie door een overleden donor 164 6.2.3 Toestemming voor het secundair gebruik van weefsel 165 6.2.3.1. De toestemming van de donor kan nog gevraagd worden 166 6.2.3.2. De toestemming van de donor kan niet meer gevraagd worden 166 6.3 De bloeddonor 166 6.4 De donor van gameten of embryo’s 167

Hoofdstuk 7 Medisch wetenschappelijk onderzoek

171

7.1 Wetenschappelijk onderzoek met mensen 171 7.1.1 Wat is een medisch experiment? 172 7.1.1.1. De menselijke persoon 172 7.1.1.2. Een proef, studie of onderzoek 172 7.1.1.3. De ontwikkeling van kennis 172 7.1.1.4. Kennis eigen aan de WUG-gezondheidszorgberoepen 173 7.1.2 De bescherming van de deelnemers (proefpersonen) van een medisch experiment 174 7.1.2.1. De proefpersoon is meerderjarig en wilsbekwaam 174 7.1.2.2. De proefpersoon is minderjarig 184 7.1.2.3. De proefpersoon is een meerderjarige beschermde persoon 186 7.1.2.4. Medische experimenten in hoogdringende omstandigheden 188 7.2 Wetenschappelijk onderzoek met embryo’s in vitro en met gameten 188 7.2.1 Onderzoek met overtallige embryo’s 189 7.2.1.1. Overtallige embryo’s 189


Inhoud 13

7.2.1.2. Algemene voorwaarden voor wetenschappelijk onderzoek met overtallige embryo’s in vitro 189 7.2.1.3. Specifieke voorwaarden voor wetenschappelijk onderzoek met overtallige embryo’s in vitro 192 7.2.2 Verboden onderzoek of handelingen met overtallige embryo’s in vitro 192 7.2.2.1. Inplanten bij dieren en creëren van chimaeren of hybride wezens 192 7.2.2.2. Na onderzoek inplanten bij mensen 192 7.2.2.3. Onderzoek of behandelingen met een eugenetisch oogmerk 193 7.2.2.4. Onderzoek of behandelingen gericht op geslachtsselectie 193 7.2.3 Onderzoek met aangemaakte embryo’s in vitro 193 7.2.3.1. Het aanmaken van embryo’s in vitro voor onderzoek 193 7.2.3.2. Het verrichten van onderzoek met aangemaakte embryo’s in vitro 194 7.2.4 Onderzoek met gameten 194 7.3 Wetenschappelijk onderzoek met menselijk lichaamsmateriaal 195 7.3.1 Onderzoek met lichaamsmateriaal dat wordt afgenomen voor wetenschappelijk onderzoek 195 7.3.1.1. Bij een levende donor 196 7.3.1.2. Bij een overleden donor 197 7.3.2 Wetenschappelijk onderzoek met residuair lichaamsmateriaal 198 7.3.2.1. Geen verzet van de donor of zijn vertegenwoordiger 198 7.3.2.2. Gunstig advies van een volledig erkend ethisch comité 198

Hoofdstuk 8 Bescherming van het beroepsgeheim en het privéleven 8.1 De bescherming van het beroepsgeheim 8.1.1 Wie heeft een beroepsgeheim? 8.1.1.1. Geneesheren, apothekers en vroedvrouwen 8.1.1.2. Andere personen die door hun beroep kennis dragen van geheimen 8.1.2 Toevertrouwde geheimen 8.1.3 Opzettelijke bekendmaking is strafbaar 8.1.4 Wettelijke uitzonderingen 8.1.4.1. Getuigen in rechte (spreekrecht en zwijgrecht) 8.1.4.2. Een wet, decreet of ordonnantie verplicht of laat toe geheimen bekend te maken 8.1.5 Andere uitzonderingen op het beroepsgeheim

201 201 202 202 203 204 204 205 205 206 206


14

Recht en bio-ethiek

8.1.5.1. Een wettelijke toelating 206 8.1.5.2. Een noodtoestand of een conflict van plichten 209 8.1.5.3. De toestemming of het verzoek van de patiënt 211 8.2 De bescherming van het privéleven 219 8.2.1 Algemene beginselen 220 8.2.1.1. Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie 221 8.2.1.2. Doelbinding 222 8.2.1.3. Minimale gegevensverwerking 222 8.2.1.4. Juistheid 223 8.2.1.5. Opslagbeperking 223 8.2.1.6. Integriteit en vertrouwelijkheid 223 8.2.2 Verwerking door of onder verantwoordelijkheid van geheimplichtige 224 8.2.3 De rechten van de betrokkene over zijn persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid 224 8.2.3.1. Recht op informatie over de verwerking 224 8.2.3.2. Recht op inzage 225 8.2.3.3. Recht op verbetering 225 8.2.3.4. Recht op gegevenswissing 226 8.2.3.5. Recht op beperking van de verwerking 226 8.2.3.6. Recht op gegevensoverdracht 226 8.2.4 Plichten voor gegevensbescherming 227 8.2.4.1. Afsluiten van een overeenkomst met de verwerkers 227 8.2.4.2. Opstellen van een register van verwerkingsactiviteiten 228 8.2.4.3. Aanstellen van een functionaris voor gegevensbescherming 228 8.2.4.4. Gegevensbeschermingseffectbeoordeling 229 8.2.5 Wetenschappelijk onderzoek met gegevens betreffende de gezondheid 230 8.2.5.1. Algemeen 230 8.2.5.2. Verzamelen van gezondheidsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek met het oog op actieve deelname 232 8.2.5.3. Gebruik van reeds verzamelde gezondheidsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek 232 8.3 Het eHealth-platform 232

Hoofdstuk 9 Het klachtrecht 9.1 Het klachtrecht in de wet patiëntenrechten 9.1.1 De bevoegde ombudsfunctie 9.1.2 Klachtrecht als de patiënt zijn rechten niet kan uitoefenen

235 235 235 236


Inhoud 15

9.1.3 9.1.4 9.1.5 9.2

9.3 9.4 9.5

De vorm van de klacht Opdrachten van de ombudspersoon De onafhankelijkheid en juridische bescherming van de ombudsfunctie Het klachtrecht bij de orde van artsen en van apothekers 9.2.1 De tuchtrechtelijke bevoegdheid in eerste aanleg 9.2.1.1. Beroepsfouten en zware fouten buiten het beroep 9.2.1.2. Het klachtrecht van de patiënt bij een provinciale raad van een orde 9.2.1.3. De tuchtsancties 9.2.1.4. De samenstelling van de provinciale raden 9.2.2 De tuchtrechtelijke bevoegdheid in hoger beroep Klachtrecht bij de provinciale geneeskundige commissies Arbitrage bij discussies over honoraria Bemiddeling door of via het fonds voor medische ongevallen

Hoofdstuk 10  Vergoeding van schade geleden door patiënten

237 237 238 238 239 239 240 241 242 242 242 243 243

247

10.1 De vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg door of met behulp van het fonds voor medische ongevallen 247 10.1.1 Schade als gevolg van gezondheidszorg 248 10.1.1.1. De oorzaak van de schade 248 10.1.1.2. De bron van de schade 250 10.1.2 Uitgesloten schade 253 10.1.2.1. Schade als gevolg van een experiment op de menselijke persoon 253 10.1.2.2. Schade als gevolg van een esthetische ingreep 253 10.1.3 Slechts één keer vergoeding van dezelfde schade 253 10.1.4 Voorwaarden voor de vergoeding door het fonds 254 10.1.4.1. Schade veroorzaakt door een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid 254 10.1.4.2. Schade veroorzaakt door een feit dat aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van de zorgverlener 255 10.1.5 De vraag om advies aan het fonds 255 10.1.5.1. De vraag om advies over schade als gevolg van gezondheidszorg 255 10.1.5.2. De vraag om advies over een minnelijk voorstel tot schadevergoeding 256 10.1.6 Het inzamelen van de nodige documenten en informatie voor de behandeling van de aanvraag 257


16

Recht en bio-ethiek

10.1.6.1. Het opvragen van documenten en informatie bij alle betrokkenen 257 10.1.6.2. Inzage en afschrift van het patiëntendossier van de betrokken patiënt 258 10.1.6.3. Een beroep op gespecialiseerde beroepsbeoefenaars 259 10.1.6.4. Het organiseren van een tegensprekelijke expertise 259 10.1.6.5. Het horen van de betrokken partijen 259 10.1.7 Het advies van het fonds 260 10.1.7.1. Het advies over schade als gevolg van gezondheidszorg 260 10.1.7.2. Het advies over een minnelijk voorstel tot schadevergoeding 261 10.1.8 De beslissing van het fonds en het verdere verloop van procedure 261 10.1.8.1. Een voorstel tot schadevergoeding aan de aanvrager 261 10.1.8.2. Een verzoek tot schadevergoeding aan de verzekeraar van de zorgverlener 262 10.2 Vergoeding van andere schade geleden door patiënten 264 10.2.1 Schade als gevolg van het niet verlenen van gezondheidszorg 264 10.2.2 Schade als gevolg van het niet naleven van de wet patiëntenrechten 265 10.2.3 Schade als gevolg van geneesmiddelen, gezondheidsproducten of medische hulpmiddelen (prothesen) 266 10.2.4 Schade aan de persoonlijke bezittingen van de patiënt 266

Voor wie meer wil lezen

267


Voorwoord bij de zevende, volledig herziene druk

De laatste decennia nam het aantal rechtsregels dat het doen en laten van mensen in de gezondheidszorg bepaalt, exponentieel toe. We hebben het dan nog niet over de massale wetgeving voor de organisatie en de financiering van de voorzieningen in de gezondheidszorg of voor de (terug)betaling van die gezondheidszorg. We beperken ons tot de rechtsregels die de kern van de gezondheidszorg raken: de ontmoeting tussen mensen die gezondheidszorg verlenen en gezondheidszorg ontvangen. We schrijven ‘raken’ en niet ‘regelen’. De rechtsregels die in dit boek beschreven en besproken worden, hebben met elkaar gemeen dat zij het juridisch kader scheppen waarin de verworvenheden van de hedendaagse gezondheidszorg kunnen worden toegepast, aangepast, bijgesteld, in vraag gesteld en bij het falen ervan – wat onvermijdelijk is – naar rechtvaardige oplossingen wordt gezocht. Dit perspectief verklaart ook de titel van dit boek. In 1995 publiceerde een van ons het boek Van Ethiek naar Recht? Met de oprichting van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek (1996) en de verplichte oprichting van commissies voor medische ethiek in alle ziekenhuizen (1994) werd in België het pad geëffend naar wat de Fransen wat hoogdravend noemen ‘le passage de l’éthique au droit’. Daarmee werd bedoeld dat de wetgever niet langer afzijdig kon blijven tegenover ‘de ethiek in verband met de geneeskunde en het biomedisch onderzoek’, of de ‘bio-ethiek’. Nu is het (hoog) tijd voor een zevende druk van dit boek over recht en bio-ethiek. Dit boek is verdeeld in tien hoofdstukken. Vijf van deze hoofdstukken behandelen het juridisch statuut van mensen die gezondheidszorg verlenen en ontvangen in een brede bio-ethische context: hoofdstuk 1 (Juridische waarborgen voor deskundige zorg), hoofdstuk 3 (De rechtspositie van de patiënt in de wet patiëntenrechten), hoofdstuk 4 (De rechtspositie van de patiënt in specifieke wetgeving), hoofdstuk 9 (Het klachtrecht) en hoofdstuk 10 (Vergoeding van schade geleden door patiënten).


18

Recht en bio-ethiek

De vijf andere hoofdstukken behandelen het juridisch statuut van mensen die gezondheidszorg verlenen en ontvangen in een specifieke bio-ethische context: hoofdstuk 2 (Het begin van het leven: medisch begeleide voortplanting en zwangerschapsafbreking), hoofdstuk 5 (Het einde van het leven: euthanasie en autopsie bij een kind van minder dan achttien maanden), hoofdstuk 6 (De donor van lichaamsmateriaal voor geneeskundig gebruik), hoofdstuk 7 (Medisch-wetenschappelijk onderzoek: wetenschappelijk onderzoek met mensen, met embryo’s en gameten, met menselijk lichaamsmateriaal) en hoofdstuk 8 (Bescherming van het beroepsgeheim en het privéleven). Ieder hoofdstuk (behalve hoofdstuk 4, 8 en 10) sluit af met een kaderstuk ‘Stof voor discussie’ waarin kort en bondig enkele prangende vragen geformuleerd worden waarover de lezer kan nadenken na het lezen van het hoofdstuk. Pasklare antwoorden worden niet gegeven omdat ze er meestal niet zijn. De opbouw van het boek is niet willekeurig, maar voor een goed begrip is het niet noodzakelijk de hoofdstukken na elkaar te lezen. De talrijke kruisverwijzingen stellen de lezer in staat om zelf de volgorde van lezen te bepalen. Lange en technische exposés werden vermeden en de talrijke kaderstukjes zijn stapstenen in woelig water waarop de lezer even tot adem kan komen. Volledigheid was geen streefdoel en wie meer wil lezen, vindt aanwijzingen op blz. 269. Belangrijke wetteksten vindt u op de website van LannooCampus. De basis voor dit boek werd gelegd in de stimulerende omgeving van het Centrum voor biomedische ethiek en recht van de KU Leuven. Onze dank gaat uit naar alle voormalige collega’s en medewerkers van het Centrum. Het boek krijgt nu een nieuw leven binnen het interdisciplinair Metamedica-platform van de UGent. Wij danken ook Hilde Vanmechelen en Charles Derre, uitgevers bij LannooCampus die ons onverdroten hebben aangespoord om deze herwerkte druk te voltooien. Dit boek dragen we op aan de herinnering van prof. dr. R. Dierkens (19252009), ‘Conditor Juris Medicae’ en oprichter van de Wereldvereniging voor Medisch Recht (Gent, 1970). Tom Goffin en Herman Nys


HOOFDSTUK 1 JURIDISCHE WAARBORGEN VOOR DESKUNDIGE ZORG

HOOFDSTUK 2 HET BEGIN VAN HET LEVEN

1.1 De wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen 1.2 De wet betreffende de nietconventionele praktijken

HOOFDSTUK 3 DE RECHTSPOSITIE VAN DE PATIËNT IN DE WET PATIËNTENRECHTEN

HOOFDSTUK 4 DE RECHTSPOSITIE VAN DE PATIËNT IN SPECIFIEKE WETGEVING

HOOFDSTUK 5 HET EINDE VAN HET LEVEN

HOOFDSTUK 6 DE DONOR VAN LICHAAMSMATERIAAL VOOR GENEESKUNDIG GEBRUIK

HOOFDSTUK 7 MEDISCH WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

HOOFDSTUK 8 BESCHERMING VAN HET BEROEPSGEHEIM EN HET PRIVÉLEVEN

HOOFDSTUK 9 HET KLACHTRECHT

HOOFDSTUK 10 VERGOEDING VAN SCHADE GELEDEN DOOR PATIËNTEN

1.3 Het Vlaams decreet betreffende de zorgen bijstandsverleners


Hoofdstuk 1

Juridische waarborgen voor deskundige zorg

Wie gezondheidszorg nodig heeft, rekent op deskundige zorg. Dat houdt een belangrijke opdracht in voor de overheid. Zij staat er garant voor dat zorgverleners bekwaam en goed opgeleid zijn. De meeste patiënten kunnen zelf niet uitmaken of iemand de bekwaamheid en opleiding heeft om een goede zorgverlener te zijn. De wet helpt hen daarbij en geeft de bevoegdheid om gezondheidszorg te verstrekken alleen aan wie aantoonbaar beschikt over de nodige bekwaamheid en opleiding. Die wet is de wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (1.1.). Ook het Vlaams decreet betreffende de zorg- en bijstandsverlening is hier van belang (1.2.). Het verlenen van gezondheidszorg gebeurt steeds meer in georganiseerde verbanden, zoals ziekenhuizen. Op federaal niveau regelt de wet op de ziekenhuizen de bewaking van de kwaliteit van de zorg in de ziekenhuizen. In de toekomst zal ook de wet inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg mee deze rol vervullen. Aangezien deze laatste wet nog niet van toepassing is, wordt ze in deze druk nog niet mee opgenomen.

1.1 DE WET OP DE UITOEFENING VAN DE GEZONDHEIDSZORGBEROEPEN Hoewel de wet van 10 mei 2015 op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (verkort ook bekend als de WUG) een recente wet is (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (BS) op 18 juni 2015), is de inhoud ervan oud. De wet is immers louter een herschikking van de artikelen van het Koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Deze wetgeving is sinds 1967 al tientallen keren gewijzigd om rekening te houden met nieuwe noden en behoeften van patiënten en met het ontstaan van nieuwe beroepen in de zorg.


22

Recht en bio-ethiek

De ‘WUG-piramide’ is heel geschikt om alle beroepen die de WUG regelt – behalve de apothekers – beknopt voor te stellen. Bovendien maakt de piramide de hiërarchische verhoudingen tussen deze beroepen in één oogopslag duidelijk. nu

De WUG-piramide

TANDARTSEN

ARTSEN KLINISCH PSYCHOLOGEN EN KLINISCH ORTHOPEDAGOGEN

VROEDVROUWEN KINESITHERAPEUTEN

PARAMEDICI

ZORGKUNDIGEN

VROEDVROUWEN

VERPLEEGKUNDIGEN

ONDERSTEUNENDE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORGBEROEPEN

1.1.1 De beoefenaars van de geneeskunde: artsen, tandartsen, vroedvrouwen, klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen In de top van de piramide vinden we de artsen, de tandartsen, de vroedvrouwen, de klinisch psychologen en de klinisch orthopedagogen. Zij zijn bevoegd om op een ‘zelfstandige’ wijze de geneeskunde te beoefenen. Zelfstandig betekent hier: op eigen initiatief, zonder opdracht van iemand anders. Zij zijn de enigen die geneesmiddelen mogen voorschrijven (behalve de klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen) en zij alleen kunnen zich laten registreren als homeopaat (zie 1.2.2.) Niet alleen zijn er gemeenschappelijke kenmerken, er bestaan ook grote verschillen tussen deze beroepen.

1.1.1.1. Artsen Het belangrijkste WUG-beroep is dat van arts. Artsen beschikken over de ruimste bevoegdheden voor het uitoefenen van de geneeskunde. Volgens de WUG mogen in principe alleen artsen de geneeskunde beoefenen. Als iemand die geen arts is toch de geneeskunde uitoefent, doet hij dat onwettig.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401477819 by Uitgeverij Lannoo - Issuu