Skip to main content

9789401477734

Page 1

ON GEHOORD PASCALE PETRALIA


ongehoord 1. schandelijk, zo erg dat niemand ooit van zoiets gehoord heeft. 2. zonder gehoord of aangehoord te zijn. 3. nooit eerder van gehoord, nooit eerder gezien.


Deel I


1. Sandra is laat en baant zich een weg door de krappe hal met ­bendes jolende kinderen en kwebbelende ouders. Te zwaar beladen – het einde van het schooljaar weegt – houdt ze in de ene hand rapporten vast, in de andere een gedateerde laptop, theater­ kostuums en een grimekoffer. Haar kleine gestalte maakt het evenwicht wankel. Wanneer ze de trap op wil lopen, blokkeert een vrouw haar de doorgang. De balans is even zoek, maar als lerares hanteer je een ongeschreven wet: altijd vriendelijk blijven. ‘Sandra Paresi?’ vraagt de vrouw. Haar gezicht is gegroefd door de zon, waardoor ze oud lijkt. Ze houdt de hand vast van een ten­ ger meisje met blond, sluik haar. Zonder het antwoord af te wach­ ten vervolgt de vrouw: ‘Mijn kleindochter Evy wil les bij u volgen.’ Ze geeft haar kleindochter een duw in haar richting, waardoor het meisje struikelt over haar fluorescerende roze ballerina’s, die duidelijk op de groei zijn gekocht. Ze staat nu heel dichtbij en kijkt Sandra met grote, blauwe ogen aan. Ze charmeert zonder een woord te zeggen. Sandra lacht schaapachtig. ‘Hoe oud ben jij?’ ‘Twaalf’, antwoordt haar grootmoeder snel. ‘Dan zul je nog even geduld moeten hebben,’ zegt Sandra tegen de kleindochter, ‘als je veertien bent, kun je bij mij toneelles vol­ gen.’

9


‘Ze is een grote fan van Carmen van F.C. De Kampioenen’, vult haar grootmoeder haastig aan, aangezien Sandra probeert om langs het duo weg te glippen. Een mislukte ontsnappingspoging. Ze onderdrukt een zucht. F.C. De Kampioenen is de kampioen in herhalingen op de televisie, met een glansrol voor Carmen, de keepersvrouw in menopauze en luipaardrok. ‘Ze worden zo snel groot, mevrouw… Sandra.’ Sandra lacht beleefd. ‘Dat zal ik niet tegenspreken. Excuseer me, mevrouw, maar mijn leerlingen wachten.’ Opnieuw neemt de grootmoeder de hand van haar kleindoch­ ter en met een kleine ruk trekt ze haar achteruit zodat Sandra er­ langs kan. ‘Dag Evy. Dag mevrouw.’ Op maandag en dinsdag geeft Sandra toneelles aan pubers en jongvolwassenen in een klein Vlaams dorp. Het inspiratieloze ge­ bouw dat het kunstonderwijs huisvest, bevindt zich in een zij­ straat van een onbeduidend marktplein. Het lijkt door zijn afge­ bladderde, groene deurlijsten uit de vorige eeuw te komen. Sandra Paresi is ‘van het woord’, zoals ze daar zeggen. Je kunt ook ‘van de muziek’ zijn, maar dat is niet van toepassing op haar. Het woord zat er van kleins af aan in. Ze las haar zeven neven voor uit sprook­ jesboeken nog vóór ze kon lezen, of ze was in elk geval heel over­ tuigend in doen alsof. Op woensdag staat ze voor de klas op een school in de nabijgelegen gemeente en bezoekt ze haar ouders. Sinds ze in Gent woont, is de wekelijkse familielunch iets om naar uit te kijken, want clichés over Italianen, familie en eten kloppen als een bus. ‘Sandra, kijk eens wat ik klaarmaak, gisteren gezien op de Rai.’ Haar vader snijdt de zucchino in blokjes en vervolgens jongleert hij met kruiden. Theelepels komen er niet aan te pas. Voorzichtig giet hij gedroogd basilicum in zijn hand en schudt de kruiden wat heen en weer, alsof het gewicht in zijn hand de maatstaf is. Ooit

10


heeft hij geprobeerd om haar het geheim van zijn tomatensaus door te geven. ‘Hoeveel knoflook?’ ‘Dat moet je proeven.’ ‘En hoeveel oregano?’ ‘Gewoon in je hand en voelen.’ Ze heeft zich erbij neergelegd dat ze haar vaders finesse niet in de vingers heeft, met als excuus dat ze maar voor de helft ­Siciliaans is. Terwijl hij in de potten roert, neuriet hij een zuiders volksliedje. Haar moeder knipoogt. ‘Je vader is blij als je hier bent. Een glaasje Nero d’Avola?’ Haar moeder is een sterke vrouw; zo ziet Sandra haar. Vlaamse grond tussen de tenen. Ze zegt waar het op staat en dat wordt in hoge mate geapprecieerd. Vaak zit haar moeder met een vriendin of buurvrouw in de keuken met koffie en sigaretten. Ze luistert naar de perikelen van de ander, want voor noodgevallen staat de achterdeur altijd open. Haar moeder kan goed luisteren, maar ze geeft ook een ongezouten mening als dat moet. Toch blijven de vrouwen komen en de sigaretten roken. Sandra is, net als haar moeder, een magneet voor haar vrienden. Ze kent veel geheimen en is grenzeloos als iemand in nood is. Ze was het meisje dat thuis­ kwam met een mus met een gebroken poot én een gebroken vleu­ gel. Een hopeloos geval waarvoor ze haar slaap opgaf om op tijd, aangemoedigd door haar vader, wat druppels water in zijn bek te laten glijden.

11


2. ‘Wat ga je vanavond doen, Lena? It’s Saturday!’ Sandra zit in een tourbus richting België. Ze heeft er net vier dagen Normandië op zitten. Als artistieke coach spendeert ze haar ‘vrije’ dagen vaak in het buitenland. Dit theatergezelschap heeft al tien jaar een vaste plek in haar agenda. Lena, de manager, zit met haar knieën opgetrokken. Haar hoge hakken heeft ze uit­ geschopt. Ze masseert haar pijnlijke voeten. ‘Ik ben kapot, Sandra. Te weinig geslapen, te veel gedanst en die wijn van gisteren klotst nog in mijn maag. Jij?’ ‘Ik heb behoefte aan afleiding. Ik heb vannacht Stef gebeld en besloten om er definitief een punt achter te zetten. Ik investeer niet meer in een hopeloze relatie. Hij is zo bang. Bang om te kie­ zen, bang om te verliezen, bang om er zelfs maar over na te den­ ken. Ik heb geen zin om hem te claimen. Hij moet kiezen. Voor mij. Helemaal. Ik wil hem niet delen met zijn buurmeisje.’ Lena legt gewichtig haar hand op Sandra’s schouder. ‘Zijn buur­ meisje? Je meent het.’ Sandra zucht. Ze is geen uitblinker in stabiele relaties. De goede raad die ze meestal aan vriendinnen geeft, slaat ze zelf argeloos in de wind. ‘Hij zorgt voor haar kat als ze weg is en voor haar als ze thuis is. Hij is er wel eerlijk en open over.’ Ze schieten in de lach.

12


‘Weg met de egocentrische twijfelaars, Sandra. Ze kunnen de pot op! Ga jij maar de bloemetjes buiten zetten vannacht!’ ‘Ik heb een uitnodiging voor een vernissage. Geen zin om mee te gaan? Please, Lena?’ ‘Het spijt me, darling, maar deze dame heeft een bad en een bed nodig. Volgende keer. Beloofd!’ Wanneer Sandra thuiskomt, ziet ze de uitnodiging op tafel lig­ gen. ‘Ach, waarom niet? Fuck Stef! Ik ga me amuseren!’ Nonchalant spelt ze haar bruine krullen vast en kleurt haar lip­ pen met haar favoriete rode lipstick. Een rode rok, wit bloesje en witte pumps. ‘Ready to rumble!’ Het scherm van haar telefoon licht op. Baby? Stef. Ze zucht en steekt de telefoon in haar handtas. ‘Je hebt het verknald, mister.’ Er is grote belangstelling voor de vernissage van de jonge Duitse schilder. Het magistrale herenhuis in de Gentse binnenstad is af­ geladen met geïnteresseerden. Ook Sandra is onder de indruk van het werk. Immense houten panelen, oude deuren en luiken lijken omgetoverd tot afdrukken van familieportretten uit de vorige eeuw en hangen perfect in het decor van de galerie. Het werk in­ trigeert, niet alleen door de thematiek, maar ook zijn techniek is heel eigenzinnig. Sandra geniet en slentert door de verschillende kamers, nippend van het ene na het andere glas wijn. Terwijl ze met haar neus bijna een portret aanraakt, tikt er iemand op haar schouder. Ze slaakt een gil. ‘Sandra! Heerlijk om jou hier te zien!’ De galeriehoudster geeft haar drie luchtzoenen. Kristine en Sandra kennen elkaar al sinds hun studententijd. De luchtzoenen

13


zijn een oude grap, een knipoog naar de soms opgeblazen kunstscene. ‘Wat een fantastisch werk! Ik ben helemaal verliefd.’ ‘Op de werken of op…’ Kristine knikt in de richting van de jonge kunstenaar. ‘Ach, Kristine, de liefde? Het is overgewaardeerd.’ Ze giechelen en stoten elkaar samenzweerderig aan. ‘Je glas is leeg. Ik zal de fles halen.’ Ondertussen voelt Sandra haar handtas trillen. Ze vermoedt dat Stef niet opgeeft, maar neemt zich voor om niet te kijken. Haar hart bloedt, maar vanavond niet. Wanneer Kristine haar bij­ schenkt, merkt Sandra een grote, slanke man op. Hij oogt zuiders. Donkere, priemende ogen, sluik zwart haar met een wijkende haarlijn én strak in het pak. Overmoedig door de wijn stapt ze zijn richting uit. ‘Italian shoes?’ Ze doet een poging om zwoel te klinken in plaats van aange­ schoten. ‘U bent een kenner.’ Zijn diepe stem slaat in als een bom, waardoor ze haar benen voelt trillen. Ze vervloekt zichzelf dat ze niet heeft nagedacht over wat er ná de openingszin komt. Ze voelt zich onnozel en om zich een houding aan te meten, giet ze de wijn in één teug achterover. Het plan was om elegant aan haar glas te nippen, maar haar coör­ dinatie liet haar even in de steek. De wijn gutst naast haar mond, op haar witte blouse. ‘Fuck! Shit!’ Ze kan door de grond zakken. ‘Beam me up, Scotty.’ Kristine komt aangelopen met servetten. Bedeesd kijkt de man naar het tafereel met de twee vrouwen. Kristine loodst haar naar de kelderverdieping. ‘Trek dat uit. Ik heb hier nog iets liggen.’ Sandra hangt half op een omgedraaid bierkrat.

14


‘Wat ben ik toch een stomkop! Zie ik daar de man van mijn dro­ men staan…’ Terwijl Kristine haar probeert te bevrijden uit de plakkerige, wijnrode blouse, zakt Sandra ineen. ‘Je bent dronken, meid.’ ‘Dank je voor deze overbodige info. Doe geen moeite. Ik… Kun je een taxi voor me bellen?’ Sandra zit in bad. Alles draait. Ze laat zich onderuit in het water zakken en houdt haar adem in. Dan roept ze heel luid: ‘Fuck!’ en schiet omhoog. Vol zelfmedelijden slikt ze een Dafalgan, neemt haar telefoon en gaat op bed liggen. Twaalf berichten van Stef. Ik mis je. x Mis je mij ook? x Baby, wees nu niet koppig. Je weet dat je veel betekent voor mij. x Baby, bel me. Ik ben beschikbaar

😉x

Ik vind koppige vrouwen NIET sexy. Kom, Sandra, bel me. De rest van de berichten verwijdert ze. Ze neemt niet de moeite om ze te lezen en blokkeert zijn nummer op haar telefoon. Vervol­ gens valt ze in een rusteloze slaap. De volgende dag ziet ze een bericht van een onbekend nummer verschijnen. ‘Really, Stef?!’ Dag meisje met het rode rokje en ook wel rood bloesje, mag ik zo vrij zijn om mijn stoute Italiaanse schoenen aan te trekken en jou uit te nodigen om deze avond iets te eten? Vriendelijke groet, Thomas, maar je mag ook Tomasso zeggen. (Ik wil wel even vermelden dat

15


Kristine je telefoonnummer gaf, voordat je denkt dat ik dit op een onrechtmatige manier heb verkregen. En ten tweede, ik heb geen dwang hoeven uit te oefenen.) Sandra leest het bericht opnieuw. Thomas. Zo heet haar redder in liefdesnood. Beste Tomasso, met veel plezier neem ik jouw uitnodiging aan. Ciao Sandra x Ze herleest haar bericht en verwijdert het x’je. Direct stuurt Thomas haar een link van een kreeftrestaurant mét reservering voor twee personen. Een man die van aanpakken weet, dat is een aangename afwisseling. Alvast een vakje om aan te vinken, vindt ze. Het restaurant ademt een jarentwintigstijl uit. Sandra is onder de indruk. De goudomrande spiegels vermenigvuldigen de prachtige art-decokroonluchters. De gesteven witte tafelkleedjes lichten op in het diepgroene decor. Het zilveren bestek blinkt. Thomas schuift de stoel voor haar aan en haalt voor hij gaat zitten, iets uit zijn jaszak. ‘Dit is voor jou, Sandra.’ Hij schuift een boek over de tafel. Het is een toneelstuk van haar favoriete auteur Marguerite Duras: Le Square. Un homme et une femme font connaissance dans un square. Peut-être assistons-nous à la naissance d’un amour. Sandra is sprakeloos. ‘Voor jou. Een verhaal over een toevallige ontmoeting.’ ‘Hoe weet jij dat …?’ ‘Je leek mij een Duras-vrouw.’ Met toegeknepen ogen kijkt ze hem onderzoekend aan. ‘Kristine natuurlijk’, zegt hij zacht en hij knipoogt. Wanneer ze de flap openslaat, ziet ze dat hij iets geschreven heeft. Ze probeert de woorden te ontcijferen, maar de onderbro­ ken, kronkelende lijn is onleesbaar.

16


‘Zo mooi… verwoord’, en ze schuift wat op haar stoel. Ze voelt haar wangen gloeien. ‘Kan je het lezen?’ Hij kijkt haar uitdagend aan. ‘Ja hoor.’ ‘Dan is dit een primeur! Iemand die mijn krabbels moeiteloos ontcijfert. Dit verdient champagne.’ Sandra giechelt. Een leugentje dat een glas champagne verdient, daar zegt ze geen ‘nee’ tegen. ‘Zullen we bestellen?’ Beiden zitten ze met hun neus in de kaart. Een kreeft is zo onhandig om te eten tijdens een eerste officiële date. Ze twijfelt, maar waagt zich uit veiligheidsoverwegingen enkel aan gemarineerde vis en alsof Thomas haar gedachten kan lezen, zegt hij: ‘Zelfkennis is het begin van alle wijsheid en kreeft is toch overgewaardeerd.’ Ze proest het uit. Hij glimlacht bescheiden. Thomas is filosoof. Hij vertelt dat hij onderzoek leidt aan de universiteit maar bovenal wil hij graag vader worden. Dat is zijn ultieme doel. Haar hart smelt. Het is een zalige avond. Alles voelt licht en ongedwongen. Wanneer ze de laatste hap van het dessert neemt, kijkt hij haar indringend aan. ‘Sandra Paresi, ik hoop dat we elkaar nog eens zien. Dit voelt zo goed.’ Ze is overdonderd, maar helemaal klaar voor een nieuw avon­ tuur. Bij het afscheid geeft hij haar voorzichtig een zoen. Half op haar mond, half op haar wang. Hij lacht verlegen. ‘Ciao, Tomasso, tot gauw.’ Thuisgekomen vindt ze een brief onder haar deur. Baby, ik wil je niet kwijt, maar ik ben het beu om verwijten naar mijn hoofd geslingerd te krijgen. Je weet dat we samen… ‘Baby has left the building.’ Ze scheurt de brief in grote snippers.

17


3. Tijdens de zomer genieten Thomas en Sandra van elkaars gezel­ schap, lekker eten en heerlijke zomerse wijnen. Als ze niet uitge­ breid in een restaurant dineren, dan tovert Thomas een heerlijke maaltijd op tafel in haar appartement. Ze vindt het best opwin­ dend om een man voor haar te zien koken. Haar vorige liefdes konden met moeite de microgolfoven instellen. Thomas is gepas­ sioneerd. In alles. In koken, in leven, in liefde. ‘Sandra, ik hou van je. Ik weet wat ik wil en dat ben jij.’ Ze voelt zich overrompeld en voor ze een woord kan uitbrengen, is hij al bij haar ingetrokken. Het gaat razendsnel, maar het voelt zo goed. Thomas is de man met wie ze oud wil worden. Hij is no-nonsense en houdt haar in balans. Hij laat haar reflecteren en stilstaan. Ze houdt van Thomas, de toekomstige vader van hun kinderen. Op dit moment lacht de wereld hen toe en zij de wereld. Ze zijn twee maanden samen wanneer ze besluiten om een huis aan de groene rand van Gent te kopen. Wanneer ze de doodlopen­ de straat in rijden, staat de makelaar hen op te wachten. ‘Zoals u ziet, meneer, mevrouw, het is hier prachtig wonen. Voor hebt u een vergezicht over de weiden en achter is er een heel mooie tuin om te voetballen.’ ‘Ideaal,’ zegt Thomas serieus. Sandra kan nauwelijks haar lach inhouden, want voetbal en Thomas zijn geen match.

18


‘Meneer, mevrouw, laten we helemaal om het huis lopen. U ziet dat er overal automatische buitenverlichting is. Dit draagt bij tot het veiligheidsgevoel voor mevrouw.’ ‘Zie ik eruit als een bang konijn?’ fluistert Sandra. ‘Je ziet eruit als een konijn, punt.’ Ondeugend geeft ze Thomas een duw. In de tuin wijst de make­ laar een huis aan: ‘De buren zullen niet gluren want het huis staat al jaren leeg. Een erfeniskwestie. Komt u binnen? Dit is de keu­ ken.’ Snel leidt de makelaar hen rond. Kamer in, kamer uit, trap op en trap af. Uiteindelijk kijkt hij hen verwachtingsvol aan. ‘Proficiat, ik denk dat dit huis verkocht is’, zegt Thomas ‘Ten eerste, het is fantastisch gelegen en ten tweede, er zijn drie slaap­ kamers. Een huis vol vrouwen lijkt mij zalig. In plaats van één klein Sandra’tje drie kleine Sandra’tjes.’ ‘Let op met wat je wenst.’ De deal is beklonken, het compromis wordt dezelfde middag nog ondertekend. Zelfs de makelaar is onder de indruk van de snelheid van beslissen. Wanneer ze eindelijk de huissleutel hebben – drie maanden is lang als je op iets wacht – halen ze Sandra’s appartement leeg. Ter­ wijl ze het servies van haar oudtante in krantenpapier wikkelt, houdt Thomas willekeurige spullen omhoog. ‘Houden, houden, vuilnisbak, kringloop, houden…’ Als in morse dirigeert ze de be­ stemming van boeken, vaasjes en prullaria. Opeens houdt hij een klein, nachtblauw doosje in de lucht. ‘Wat doe ik hiermee?’ Sandra stapt tussen de kartonnen dozen door dichter naar hem toe. Ze wil het grijpen, maar hij steekt plagerig zijn arm in de lucht. ‘Houden of weg?’ ‘Thomas, laat zien! Toe!’ ‘Ja of nee? Eerst antwoorden.’ ‘Jaaaaaa!’ Hij laat zijn arm zakken en opent het doosje plechtig: een wit­ gouden ring in de vorm van een klavertjevier. In het midden schit­ tert een kleine diamant. Haar mond valt open.

19


‘Sandra, de vraag is overbodig want je hebt al toegestemd. Ik heb je in de val gelokt, ik geef het toe, but all is fair in love and war.’ Ze is sprakeloos. Voorzichtig pakt ze de ring. Ze beeft. Hij houdt haar vast en duwt een zachte, warme zoen op haar mond. ‘Ik hou van je.’ Zijn diepe stem streelt haar. ‘Je maakt mij com­ pleet, Sandra.’ Hij neemt de ring uit haar handen en schuift die over haar vin­ ger. Hij slaat zijn armen om haar heen, zodat ze verdwijnt in zijn omhelzing. ‘Geen traditionele dag van handen schudden. Daar heb ik geen zin in.’ Ze zitten op hun nieuwe sofa. Sandra heeft een notitieboekje in haar hand en sabbelt op een balpen. ‘Laten we gewoon onze beste vrienden en naaste familie uitno­ digen en heel lekker eten en drinken.’ Twee maanden later trouwen ze. De dag verloopt volgens plan, ongepland dus, geen stijf gedoe. Lachsalvo’s worden afgewisseld met Italiaanse aria’s, gezongen door haar vader en zijn broer. De champagne en wijnen vloeien rijkelijk, waardoor Thomas heel emotioneel wordt. Bij zijn speech pinkt hij een traan weg. Hij kan niet stoppen met zijn vrouw te bewieroken, totdat Sandra, onder grote hilariteit, letterlijk de stekker uit de microfoon trekt. Hij trekt haar dichter naar zich toe en fluistert in haar oor: ‘Sandra, ik denk dat we er nu helemaal klaar voor zijn. Laat onze dochters maar komen.’ ‘Mona en Rosa.’ ‘Of Hadewijch en Hedwige. Of Mathilde en Mariska of…’ Thomas kriebelt haar. Haar schaterlach werkt aanstekelijk. Maanden gaan voorbij, maar Sandra raakt niet zwanger. Ze be­ ginnen zich zorgen te maken. Haar moeder zegt dat ze het rusti­ ger aan moet doen, dat stress nefast is.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401477734 by Uitgeverij Lannoo - Issuu