Skip to main content

9789401477710

Page 1

Inhoud Woord vooraf bij de herziene en uitgebreide tweede editie (2021) Jan De Groof Ten geleide Jan De Groof

9 13

I Inleiding 1 Woord van waardering Geert Bourgeois  Samen sterk in Europa en de wereld 2 Woord vooraf Thomas Leysen 3 Luister naar de Spreuken (11:14): ‘Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder’. Beleid, gebed in Wetenschap Jan De Groof

19 23

25

II Veertien werven 4 Duurzaamheid en Diversiteit Steven Van Passel  Duurzame milieutechnologie: een economisch wondermiddel? Noel Clycq  Het belang van identiteit in veranderende samenlevingen: een nieuwe rol voor Europese identiteit

51

5 Taal en cultuur in beweging Quirine van der Hoeven  Van Bruegel tot Tiësto: cultuur in de Lage Landen Annick Schramme  Cultuurbeleid in transformatie Frits van Oostrom  Een korte reflectie

57 65 79

6 Onderwijs, ontwikkeling en scholing Dirk Van Damme  Onderwijs: de toekomst verkennen, voorbereiden en vormgeven Jan De Groof  Toekomstscenario’s voor Beleid en Recht Luna Janssen  De 2030 Agenda: welk toekomstperspectief voor het hoger onderwijs?

39

83 93 105

Inhoud  5


7 Verzorgingsstaat Bruno Vanobbergen en Katrien Verhegge  Dromen over kansrijk opgroeien voor elk kind en elke jongere Bea Cantillon  De sociale zekerheid: een werkzame utopie Kim Putters  In de versnelling: over de overgang naar een ander type samenleving richting 2030 Jan De Maeseneer  De gezondheidszorg in België 2030-2050: ‘Anders, of meer van hetzelfde?’ Ive Marx en Guy Tegenbos  Ook een betere samenleving kan je plannen. Over de meerwaarde van een Sociaal en Cultureel Planbureau Barbara Baarsma  Over het belang van het meewegen van langetermijnbelangen in het coronabeleid 8 Innovatie Dirk Fransaer  Utopie voor realisten Koenraad Debackere  Innovatie: wat is ‘echt’ nieuw? Een korte, geactualiseerde reflectie 9 Digitalisering en het nieuw technologisch tijdperk. Saskia Van Uffelen  Slimme Technologie, slimme Toekomst voor België en Nederland Corien Prins  Kunstmatige intelligentie & Humans First

115 125 133 147 165 173 183 193

205 211

10 Democratische rechtsstaat - Bestuur Maurice Adams  Dynamische Rechtspraak anno 2030 223 Bram Verschuere en Taco Brandsen  Besturen in een complexe tijd. Pleidooi voor een andere democratische cultuur 237 Wim Moesen  De kern van het begrotingsverhaal is civiel kapitaal 247 11 Sociale economie en arbeidsmarkt Fons Leroy  Worden ze virtual reality coach, levenseindeplanner, 3D-print expert of urban landbouwer: 2030-2050? Alexander Rinnooy Kan  Verschillen in Verhoudingen Carl Malbrain  Naar een heropbouw van ons sociaal, cultureel en ecologisch kapitaal tegen 2030

263 271 277

12 Mobiliteit Karel Van den Berghe, Evert Meijers en Frank Witlox  Infrastructuur, ruimte en grenzen: havenontwikkeling en de strijd om de Schelde

295

13 Wonen Joost Kingma  Thuis in 2050: utopie of realisme?

303

6  Utopie voor realisten


14 Migratie en Europese islam Khalid Benhaddou  Toekomst van Islam in Europa Han Entzinger  Diversiteit en cohesie in een krimpende wereld Lore Van Praag  Migratiedynamieken en migratiebeleid van de toekomst

321 335 349

15 Europa Hendrik Vos  Vlaanderen en Nederland: opnieuw meer een front in de Europese Unie Léonce Bekemans  Een toekomstgericht Europees waardenperspectief voor Vlaanderen en Nederland

357

16 Klimaat en Energie in Europese Context Hans Bruynickx  Klimaatbeleid vergt wetenschappelijk toekomstdenken Manon Janssen en Paul Maertens  Energieperspectieven en -beleid: van verschillen naar een gemeenschappelijke toekomst?

383

17 Globalisering en de internationale gemeenschap Jan Wouters en Maarten Vidal  Vlaanderen, Nederland, Europa en de wereld: samenwerking in woelige tijden Loïc De Cannière Ontwikkelingssamenwerking: tijd voor een Africa Deal

405

365

393

413

III Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad? 18 Naar een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad Jan De Groof en Guy Tegenbos

431

19 Toekomstgericht adviseren De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Frans Brom en Anne-Greet Keizer  Toekomstgericht adviseren De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

435

20 Naar een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad? Overwegingen vanuit de Vlaamse Bestuurskunde Filip De Rynck, Peter Van Humbeeck en Wouter Van Dooren

445

21 Nood aan een Vlaamse WRR? Koen Algoed

457

Inhoud  7


22 Cijfers, data en onderzoek: de bredere context voor een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad Roeland Beerten

461

23 Blauwdruk voor een Wetenschappelijke Toekomstraad Vlaanderen Willy Verstraete

465

24 Bijlagen Jan De Groof en Guy Tegenbos  Vlaanderen heeft een verrekijker nodig Het venijn van de korte termijn

475 477

Epiloog Herman Van Rompuy

485

Literatuur Auteurs Gedetailleerde inhoudstafel

487 497 501

8  Inhoud


Woord vooraf bij de herziene en uitgebreide tweede editie (2021) Jan De Groof

‘De wetenschapper als gids’. Zo kenmerkten veel bewindspersonen het beleid inzake COVID-19. ‘We volgen de wetenschappelijke bevindingen. Ze laten ons geen keuze.’ Hoe anders klonk het bij het begin van de pandemie en ook voordien. ‘Het primaat van de politiek’ gold als overheersende norm; wetenschappers werden soms ‘stoorzenders’ genoemd. In recentere dagen lees je dat een maatregel genomen wordt ‘(…) met één enkel argument: de wetenschap. (…) De wetenschap volgen, kijken naar de cijfers en in functie daarvan beslissingen nemen.’ Helemaal eenduidig is de wetenschap echter niet. Wezenlijk blijft immers dat onder wetenschappers uiteenlopende interpretaties en zienswijzen worden uitgewisseld, die tot verdieping en verder beargumenteerd debat kunnen leiden. Transparant debat draagt bij tot het vertrouwen in wetenschappelijk onderzoek. In wat een ‘doorbraak’ van het wetenschappelijk argument in de strijd tegen de pandemie zou genoemd kunnen worden, speelt globalisering een determinerende rol. Jeffrey Sachs stelt in zijn meest recente boek: ‘Impressively, the scientific community sprang quickly into action, making rapid and fundamental discoveries about the nature of the virus, the causes of disease, and the ways to fight both.’ En hij concludeert: ‘The science of discovery was global, with new scientific knowledge moving rapidly across all continents.’1 Sachs vermeldt nog meerdere andere vitale domeinen voor de radicale globalisering van het wetenschappelijk onderzoek als wezenlijk voor de toekomst van mens en planeet (klimaat, migratie …). Maar het betreft vooralsnog de prangende actualiteit. De behoefte aan objectief gestaafd en beargumenteerd ‘onmiddellijk handelen’ spoort nochtans met de urgentie van het langetermijndenken. Dat is de paradox. Het motto van de vijf Toekomstverkenningen Vlaanderen-Nederland-Europa 2030-2050 (waar ook de eerste editie van dit boek op gestoeld was) heette: ‘Welke gemeenschap willen we onze kleinkinderen nalaten?’ Dit weergalmt ook in de vaker gehoorde roep: ‘Zijn wij goede voorouders?’, als tegengif voor de ‘tirannie van het ogenblik’.2 De overgang van een duurzame ontwikkeling naar een duurzame toekomst.

Woord vooraf bij de Herziene en Uitgebreide Tweede Editie (2021)  9


Een kantelmoment wordt het antwoord op de vraag in welke mate aan toekomstige generaties afdwingbare rechten worden toegekend via een beroep op de rechter. Een van de nieuwe bijdragen voor deze editie ontleedt dat toekomstperspectief. Tegelijkertijd wordt het zaak om internationaal consensus na te streven over de doelstellingen en de strategieën voor 2040-2050 en daartoe wetenschappelijk gestoelde scenario’s te ontwerpen. Inhoudelijk smeekt het begrip van langetermijndenken om conceptuele invulling. De Vlaamse Gemeenschap kan alvast het voortouw daartoe nemen en zich laten inspireren door de best practices van Foresight Scientific Advices, Europabreed en nog internationaler. In de eerste editie van dit boek werd uitvoerig gepleit voor de oprichting van een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad (WTR), waarvan het profiel en de werkwijze gedetailleerd werd omschreven in deel III. Inmiddels werd het argumentarium voor een investering in het uitwerken van langetermijndoelstellingen getoetst aan acute beleidsvraagstukken en verder verfijnd en bevestigd door gezaghebbende wetenschappers en rapporten. Het rapport Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender3 opteert bijvoorbeeld resoluut voor de Vlaamse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid die zorgt voor een structurele wisselwerking tussen alle beleidsdomeinen en al het beleidsgericht onderzoek. Het voorstel voor een WTR was ruim gevoed door de ervaringen van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). Zowel deze vernieuwde uitgave als het Tweede Verrekijkerssymposium kunnen wederom bogen op een intense samenwerking met het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB). Bijzondere dank gaat ook naar deBuren, het Vlaams-Nederlands Huis voor Cultuur en Debat. De European Conference: Science Based Foresight Policy Advice, voorafgaand aan het Vlaams symposium, hoopt lering te trekken uit de meest prominente initiatieven, waaronder de WRR van meet af aan met stip staat genoteerd. Dit alles schraagt nog verder het Vlaams-Nederlands perspectief, zo relevant voor de toekomst. Het mag worden toegegeven: we hadden niet verwacht dat de eerste editie van dit boek zoveel weerklank zou vinden. Op suggestie van de uitgever wagen we ons dan ook aan een tweede editie, waarbij een flink aantal bijdragen zijn geüpdatet, maar ook enkele nieuwe werven aangeboord. De auteurs hopen hiermee een bescheiden bijdrage te leveren aan de reflectie met betrekking tot het toekomstdenken en de rol van het wetenschappelijk onderzoek bij het uittekenen van de scenario’s.

10  Utopie voor realisten


Noten 1

The Ages of Globalization. Geography, Technology, and Institutions, Columbia University Press, New York, 2020.

2

Krznaric Roman, The Good Ancestor, WH Allen, 2020.

3

Economisch adviescomité, 14 juli 2020, www.planvoorvlaanderen.

Woord vooraf bij de Herziene en Uitgebreide Tweede Editie (2021)  11


Ten geleide Jan De Groof

De toekomst is onbekend. Zij valt onder het ‘VUCA’-principe: de toekomst in elk maatschappelijk domein oogt ‘volatiel, onzeker, complex en ambigu’ (volatile, uncertain, complex and ambiguous). Men kan er nog de onderlinge wisselwerking van onzekerheden aan toevoegen. Meerdere op elkaar inwerkende ontwikkelingen plaatsen het regeringsbeleid voor aanzienlijke uitdagingen. Bovendien werkt innovatie via voortdurend grensverleggende technologie en wetenschap ook door op het maatschappelijk bestel, naast de voortdurend wijzigende wegen van informatie en kennis. Een strategisch maatschappelijke toekomstvisie wordt onontbeerlijk als een Gemeenschap zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van de komende generaties ernstig wil nemen. Een visie die complexe, weerbarstige en heikele problemen niet schuwt, de verkokering overstijgt, en kan dwarsliggen op al bekende bakens in de gevoerde en vertrouwde politiek. De onvoorspelbaarheid bekampen via onderzoek en resultaten doen doorwerken in beleid op lange termijn. Het waren de Vlaamse culturele verenigingen die het initiatief namen om gedurende vijf jaar een ‘Toekomstverkenning Vlaanderen-Nederland-Europa 2030/2050’ te organiseren over heikele thema’s en daarover te discussiëren met wetenschappers uit de Lage Landen.1 Meestal lopen de standpunten in de schoot van de wijdvertakte en gedifferentieerde Vlaamse beweging sterk uit elkaar, zeker als het om de actualiteit gaat, maar eenmaal de vraag werd gesteld: ‘Welke gemeenschap willen we verzekerd weten voor de kinderen van onze kinderen?’, tekende zich een wens af om een overeenkomst te bereiken over de grote beleidslijnen voor de lange termijn. De vijf conferenties focusten op de uitdagingen: De Nederlandse cultuur en taal in een zich integrerend Europa (2012), Op weg naar 2020. Welk sociaal beleid voor en door Vlaanderen? (2013), Op weg naar 2020. Welk ondernemend Vlaanderen wensen wij? (2014), Op weg naar 2030. Welke toekomstvisie op migratie en integratie voor Vlaanderen en de Lage Landen? (2015) en Op weg naar 2030. De Lage Landen in Europa. Welke toekomstvisie? (2016). Deze reflecties – bewust beperkt tot vijf jaar – mondden spontaan uit in een pleidooi voor een stelselmatiger onderzoek en debat, geïnitieerd en geïnspireerd door wetenschappers uit alle relevante disciplines. Als toonaangevend voorbeeld gold de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR), het gezags- en impactvol forum van onafhankelijke prominente

Ten geleide  13


onderzoekers ten dienste van de Nederlandse overheid en gemeenschap. Een Symposium, het ‘Verrekijkerssymposium’, besloot – als verlengstuk van enkele opiniestukken in De Standaard – een warme oproep te formuleren tot de Vlaamse regering voor de oprichting van een ‘Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad’.2 De regering, onder leiding van minister-president Geert Bourgeois, ging hier enthousiast op in en nam daarvoor de eerste formele maatregelen.3 Met dit boek weergalmt luidop de roep naar onderzoeksmatig onderbouwde trajecten om het ontwerpen van een duidelijke toekomstvisie op ‘Mens en Maatschappij’ mogelijk en verantwoord te maken. Dit boek is het resultaat van al deze inspanningen en engagementen. De wetenschappers en deskundigen die bijdragen tot dit initiatief, zijn verenigd door dezelfde overtuiging: hun verantwoordelijkheid opnemen voor het uittekenen van de contouren van een zorgzame samenleving, mee vanuit internationaal perspectief. Hun bereidheid om standpunten gemotiveerd in perspectief te plaatsen, stemt hoopvol. ––– Het Tweede Deel bevat essays over vele maatschappelijke domeinen waar de kritische behoefte aan visionair denken het meest uitgesproken blijkt. Per definitie streefden de auteurs geen volledigheid na. Ook binnen elk hoofdstuk kunnen slechts een beperkt aantal onderwerpen aangesneden worden. Als richtlijn gold zelfs dat de auteurs hun tekst in omvang moesten begrenzen, maar tegelijk is er de hoop dat hun visie als ‘grensverleggend’ beschouwd kan worden. De diverse pool van auteurs veroorlooft ook een zekere verscheidenheid in de opmaak van de bijdragen. Ze tonen alleszins een verbetenheid om de toekomstige contouren op te zoeken. Vanzelfsprekend kreeg elke auteur de nodige academische vrijheid. Het doel was geen bundel van omstandige analyses samenstellen – daarvoor dienen de vaktijdschriften – maar wel op wetenschap gestoelde ontledingen, die telkens puzzelstukken uitmaken voor een langetermijnstrategie. Tegelijk klinkt in meerdere bijdragen aarzeling of vertwijfeling door, en zo wordt verder nadenken uitgelokt. Dat hopen we althans. Deel Drie toont de noodzaak om verdere toekomstverkenningen wetenschappelijk te doorgronden en structuurmatig in te bedden in het Vlaamse maatschappelijk en beleidsmatig weefsel. Naar aanleiding van mijn conclusies bij het bovenvermeld Verrekijkerssymposium greep ik de kans om de meerdere voorwaarden te omschrijven waaraan een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad (WTR) moet beantwoorden, met name interdisciplinair, onafhankelijk, en steeds in overleg met de overheid (‘het geïnstitutionaliseerd wantrouwen voorbij’), met oog voor de lange termijn

14  Utopie voor realisten


(‘de voorspelbaarheid voorbij’), complementair aan de (meeste) adviesraden en steunpunten (een meta-Raad, ‘de spin in het web’) en ten slotte beleidsrelevant, maar wel geïntegreerd in een totaalvisie (‘de samenleving in haar geheel’). Dit alles maakt dat de WTR zich behoorlijk dwars, disruptief en durvend moet opstellen. Dat zijn exact de karakteristieken waar de WRR tot nu toe soms tekortschoot.4 In deze VUCA-periode geldt bij uitstek de nood aan een oriëntatie op langere termijn, wat onontbeerlijk is voor een volwassen democratie, de bestuurlijke bijziendheid overschrijdend. ––– Er loopt alvast een rode draad doorheen dit hele project. Dit boek is immers ingebed in een Vlaams-Nederlandse samenspraak. De Toekomstverkenningen brachten inmiddels een rijke oogst voort aan werknota’s van de Nederlandse collega’s en coryfeeën. De WTR is grotendeels afgestemd op en doorgesproken met de WRR. Een concrete onderlinge wisselwerking en samenwerking behoort overigens tot de afgesproken agenda. Enige tijd geleden gaven we al een voorzet voor een gemeenschappelijk beleidsvisie van de Lage Landen in het boek Gedrag na Verdrag. Balans en toekomst van de samenwerking Nederland-Vlaanderen.5 De verder doorgedreven staatshervorming moet leiden tot nieuwe institutionele samenwerkingspatronen.6 ––– We willen niet enkel de auteurs prijzen omwille van hun enthousiaste en deskundige bijdragen. Ook uitgeverij LannooCampus verdient alle lof voor de fraaie en professioneel opgezette publicatie. Het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) danken we voor hun aanhoudende belangstelling. Dank gaat ook uit naar Herman Van Rompuy, Emeritus Voorzitter van de Europese Raad: hij schreef de epiloog. Thomas Leysen, reeds lang begaan met het thema duurzaamheid, schreef het ‘Woord vooraf’ en minister-president Geert Bourgeois, mee de morele vader van het WTR-concept, drukt zijn waardering uit voor de totstandkoming van dit boek. Deze publicatie is een bescheiden bijdrage om het denken over langetermijndenken en het ontwerpen van een Toekomstvisie vorm te geven. Een Gemeenschap die hieraan geen aandacht schenkt, faalt. Eén van de conclusies die kunnen getrokken worden uit de coronavirus(COVID-19)-crisis lijkt wel het geloof dat beleidsmakers hechten aan wetenschap-

Ten geleide  15


pers. ‘Onderzoekers als het baken van vertrouwen’. Het kan verhoopt worden dat de betrokkenheid van wetenschappers ook gewaardeerd zal worden bij het uitrollen van de politieke scenario’s t.a.v. de volgende fases in deze crisis, met name achtereenvolgens het sociaal-economisch en het begrotingsbeleid. Deze betrokkenheid vergt ook een engagement van de zijde der academici. Maar ook indien er meerdere interpretaties en standpunten van de zijde van wetenschappers opdoemen, dan nog blijft de inbreng van het wetenschappelijk onderzoek een noodzakelijk gegeven. Dit alles versterkt nog het prangend karakter van een langetermijnvisie.

Noten 1

De volgende culturele verenigingen waren co-organisator: Beweging Vlaanderen-Europa, Marnixring Internationale Serviceclub, VOS-Vlaamse Vredesvereniging, VVB-Vlaamse Volksbeweging. Met de steun van Pro Vives vzw. Het project genoot ook de medewerking van vtbKultuur, Pro Flandria, Davidsfonds, Rodenbachfonds, Vlaamse Actieve Senioren, Algemeen Nederlands Verbond, Verbond der Vlaamse Academici, Overlegcentrum Vlaamse Verenigingen.

2

Zie deel III in dit boek.

3

Visienota van de Vlaamse regering: https://www.ewi-vlaanderen.be/sites/default/files/visienota_aan_ de_vlaamse_regering_-_investeren_in_strategische_toekomstverkenningen_binnen_vlaanderen.pdf

4

Zie evaluatie van de WRR: Commissie Bijker, Meer dan ooit nodig. Raad voor het Regeringsbeleid 20132017, januari 2018, 73 p.

5

De Groof J., Hagen T. & Schramme A. (eds.), Gedrag na Verdrag. Balans en toekomst van de samenwerking Nederland-Vlaanderen, Davidsfonds, Leuven, 2004, 301 p.

6

Gevolgen ook te lezen in de toenmalige Lentemanifesten: Beter door meer Vlaanderen: Lentemanifest, Een beter Vlaanderen door meer Vlaanderen (Lentemanifest II), Er is nog een kans. Is het einde van de winter in zicht? (Lentemanifest III), Er is nog een kans (Lentemanifest IV). Zie ook mijn visie op Vlaams-Nederlandse gemeenschappelijke Onderzoeks- en Onderwijsruimte: De Groof J., Recht en beleid ten behoeve van een gemeenschappelijke (hoger) onderwijsruimte der Lage Landen?, in Zoontjens P. en Peters H. (eds.), Getuigend Staatsrecht; Liber amicorum A.K. Koekkoek, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2005.

16  Inhoud


DEEL I Inleiding


1. Woord van waardering – Samen sterk in Europa en de wereld Geert Bourgeois

Toen Spaanse en Staatse gezanten op 15 mei 1648 de Vrede van Münster ondertekenden, kwam niet alleen een einde aan de Tachtigjarige Oorlog – de Opstand van de Nederlanden tegen hun Spaanse landsheer – maar ook en voorgoed aan de Zeventien Provinciën van de Nederlanden, het confederale staatsverband dat voor het begin van de oorlog op weg was een toonaangevende, soevereine natie te worden. De Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden gingen hun eigen wegen. Wanneer de grootmachten in 1815 beslisten beide gebieden te herenigen, waren ze in de tussenliggende eeuwen zodanig uit elkaar gegroeid, dat het voor koning Willem een onmogelijke opdracht was de twee delen van zijn koninkrijk te versmelten tot een ‘union intime et complète’. In de late zomer en vroege herfst van 1830 ging het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ten onder in schermutselingen en wapengekletter, gestuurd door een Fransgezinde elite die door Parijs gesteund werd. Een tijdlang zag het ernaar uit dat de taal en de cultuur van de Vlamingen zouden verstikken in het unitair-francofone keurslijf van het nieuwe koninkrijk België. Dat de eerste generatie flaminganten de blik op het Noorden gericht hield, heeft er onmiskenbaar aan bijgedragen dat dit niet is gebeurd en dat zich het wonder van de Vlaamse Beweging – de geweldloze emancipatie van de Vlamingen – heeft kunnen voltrekken. Op de schokgolven van de Franse Februarirevolutie (1848) groeide schuchtere toenadering tussen de Belgische en de Nederlandse koning, én het besef dat ‘de streep die de slak der staatskunst, kruipende van de Zeeuwsche wateren naar de Duitsche grenzen, tussen Holland en België heeft achtergelaten’ (Jozef A. Alberdingk Thijm) geen ijzeren gordijn hoefde te zijn. Het moedigde de Vlamingen aan de oude band met het Noorden te herstellen, wat zich manifesteerde in onder meer de Nederlandsche Congressen (1849-1912) en de oprichting van het Algemeen Nederlands Verbond (1895), maar het resultaat van de samenwerking, uitsluitend in de particuliere sfeer, was bescheiden. Na de Eerste Wereldoorlog bleef de politieke verhouding tussen Brussel en Den Haag kil. De oplopende internationale spanning en de oorlogsdreiging in de tweede helft van de jaren 1930 luidden de dooi in. Een wederzijds staatsbezoek – koning Leopold II was in november 1938 te gast in Nederland, zes maanden later reisde koningin Wilhelmina naar Brussel – vormde de opmaat voor

Woord van waardering  19


duurzame bilaterale coöperatie. Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog sloten België en Nederland een monetair akkoord (1943) en een douaneovereenkomst (Benelux, 1944). In 1946 kwam een Cultureel Verdrag tot stand. Tien jaar later werd de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren ingesteld. Ondanks deze inspanningen bleef de culturele integratie in die jaren hoofdzakelijk het werk van particuliere initiatieven en verenigingen. Vanaf 1970 trad, met de verbouwing van België van een unitaire tot een (con) federale staat en de staatkundige verzelfstandiging van Vlaanderen, de verhouding met Nederland in een nieuwe fase. Vlaanderen maakte gebruik van zijn politieke autonomie, sinds 1993 inclusief het ius tractatis en het ius legationis, om de samenwerking met Nederland te verruimen en te verdiepen. Dat we in Den Haag onze eerste Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering installeerden (1994), toont aan dat we Nederland beschouwen als onze prioritaire partner en beste bondgenoot. Taal, cultuur en onderwijs vormen vanzelfsprekend het eerste domein waarin onze samenwerking vorm kreeg: het Taalunieverdrag van 1980, de opening van De Brakke Grond in 1981, het Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn van 1995 en de oprichting van de Transnationale Universiteit Limburg (2001) en de binationale Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (2005). Al in 1995, bij de ondertekening van het Cultureel Verdrag in Antwerpen, formuleerden de regeringen van Vlaanderen en Nederland de wens om ook in andere domeinen naar samenwerking te streven: milieu, ruimtelijke ordening, openbare werken, zeehavens, vervoer, economie en werkgelegenheid, technologie en wetenschappelijk onderzoek. Tien jaar later legde de Vlaamse regering (waarin ik bevoegd was voor Buitenlands Beleid) in een nota de strategische en operationele doelstellingen vast van haar beleid ten aanzien van en haar samenwerking met Nederland. We formuleerden daarin de intentie om, door intensieve bilaterale samenwerking in de domeinen waar complementaire relaties en/of gezamenlijke belangen bestaan, de slagkracht van Vlaanderen en Nederland als één kerngebied in Europa te versterken. Verwikkelingen in Nederland over de ratificatie van de Scheldeverdragen (2005) en over de ontpoldering van de Hedwigepolder bemoeilijkten de uitvoering ervan. Vanaf 2011 klaarde de lucht op. Topontmoetingen tussen de beide minister-presidenten (2011, 2013, 2016 en 2018) en geregeld overleg tussen vakministers respectievelijk hoge ambtenaren, toonden én tonen aan dat het Vlaanderen en Nederland ernst is om de strategische samenwerking te versterken in alle beleidsdomeinen waarvoor Vlaanderen constitutioneel bevoegd is. Het verdrag van 5 februari 2015 over de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen is daar een betekenisvolle illustratie van.

20  Inleiding


Op 7 juli 2017 keurde de Vlaamse regering een tweede Strategienota Vlaanderen-Nederland goed. De titel Steunen op de concurrentiekracht van de Delta bevestigt dat onze samenwerking niet enkel op de ‘traditionele’ taal- en cultuurverbondenheid gebaseerd is, maar dat we elkaar willen vinden in de vervlechting van onze economieën en in onze gunstige geostrategische ligging aan de Gouden Delta, waar de drie Grote Rivieren – Schelde, Maas en Waal – in de Noordzee uitmonden, op het snijvlak van het Noordelijke en het Latijnse Europa, tussen de Angelsaksische wereld en Duitsland met zijn Midden-Europees hinterland. Vlaanderen heeft de ambitie de Lage Landen te laten uitgroeien tot één geïntegreerde logistieke ruimte. Met de overeenkomst over de fusie van het Havenbedrijf Gent en Zeeland Seaports tot North Sea Port (8 december 2017) is een belangrijke stap gezet. Slimme en nuttige samenwerking tussen andere havens kan een volgende stap zijn. In elk geval moeten we de resterende flessenhalzen en drempels in onze zuidnoord- en west-oost-corridors weghalen. De doelstelling één economische ruimte te creëren sluit daar bij aan. Werken en ondernemen mogen op termijn geen hinder ondervinden van een grens die teruggaat op een militaire demarcatielijn uit 1648. Door schaalvergroting en samenwerking kunnen Vlaanderen en Nederland de economische belangen van hun inwoners krachtiger beschermen en bevorderen. Internationaal moeten Vlaanderen en Nederland zoveel mogelijk optrekken met elkaar en zo nauw mogelijk samenwerken in de Benelux, de Europese Unie en multilaterale instellingen. ––– Samen nadenken over en anticiperen op de toekomst is een noodzaak. De huidige pandemie en mijn recente ervaringen als Europees parlementslid hebben mij meer dan ooit overtuigd van de nood aan gedegen ‘foresight’, strategische vooruitziendheid. Voorspellingen over een pandemie door wetenschappers en bijvoorbeeld ook Bill Gates en Barack Obama meer dan 10 jaar geleden, bewijzen dat het geen overbodige luxe is om op alle vlakken vooruit te kijken en ook je beleid daarop af te stemmen. Als minister-president lanceerde ik reeds een visienota over een ‘Strategische Toekomstraad voor Vlaanderen’. Een transversale raad van specialisten die de Vlaamse regering informeert en adviseert over transities en toekomsttendensen op de lange termijn en over de impact ervan op maatschappelijke vraagstukken in Vlaanderen. Ook op het Europese niveau is samen vooruitkijken meer dan ooit aangewezen. Onder voormalige Commissievoorzitters Barroso en Juncker was er een heus foresight-directoraat dat rechtstreeks aan de Commissievoorzitter rapporteerde. De huidige Commissie-von der Leyen koos ervoor het directoraat op te doeken en het foresight-aspect structureel in te bedden in de Commissie door

Woord van waardering  21


vicevoorzitter Sefcovic er expliciet bevoegd voor te maken. Concreet kan de vicevoorzitter steunen op de kennis van alle Commissiediensten om een strategisch toekomstrapport uit te werken. Het eerste toekomstrapport neemt – zeer actueel – de tekortkomingen/afhankelijkheid van Europa inzake bevoorrading van kritische grondstoffen onder de loep. Een Vlaamse doorvertaling van dit strategisch vooruitdenken blijft een prikkelende gedachte: een jaarlijks Vlaams foresight-rapport, uiteraard met een blik op de EU en de wereld. Op die manier kan Vlaanderen ook de rechtstreekse band met de Europese Commissie, de OESO en de meest innovatieve lidstaten en kennisinstellingen aanhalen. Mijn dank gaat naar de auteurs, en niet het minst de ‘editor’ Jan De Groof, voor de sterke impuls die hij met dit boek geeft aan strategisch vooruitdenken. De inzichten en vooruitzichten in dit boek zijn niet alleen boeiende en leerrijke lectuur, zowel voor wie verkozen is om het beleid te bepalen, als voor wie in beleidsvorming en beleidsvoering geïnteresseerd is. Het mogen ook hoekstenen zijn van het beleid ten gunste van de bijna 25 miljoen mensen van hier en aan de overkant.

22  Inleiding


2. Woord vooraf Thomas Leysen

De wereldwijde coronacrisis heeft onze levens in de voorbije maanden totaal omgegooid en de langetermijnimpact van de pandemie kan nog niet goed worden ingeschat. Wel kan al vastgesteld worden dat deskundigen al lang voor het risico van een dergelijke epidemie waarschuwden, maar dat onze maatschappij er desondanks niet voldoende op voorbereid was. Het werd dus een wrede en brutale wake-upcall. Nu politicologen van het scherm verdrongen zijn door de virologen, dringt het besef gelukkig door dat in een crisis de kennis en het inzicht van wetenschappers ons ankerpunt moet zijn, ook al hebben zij niet op alles een pasklaar en eensluidend antwoord. ‘People are tired of experts’, zoals een leidende brexiteer het drie jaar geleden nog stelde. Het was een inzicht dat populisten overal in de wereld naar ongekende successen stuwde. Als deze afwijzing van deskundigheid ook een slachtoffer wordt van COVID-19, zal deze crisis tenminste iets positiefs teweegbrengen. Eens we de sanitaire crisis bedwongen zullen hebben, en de economische schade enigszins ingedijkt is, staan we als maatschappij immers nog steeds voor de immense uitdaging onze samenleving en onze economie te verduurzamen, met als meest dringende opdracht de aanpak van de klimaatverandering. Anders dan de huidige pandemie, is de klimaatcrisis een veel sluipender en geleidelijker proces, waarvan de slachtoffers niet zozeer dit jaar maar wel in de komende generaties zullen vallen. Dat impliceert een complexe en langdurige transformatie, waaraan alle maatschappelijk actoren – overheid, burgers, bedrijven en de academische wereld – samen moeten werken. In een begrensde biosfeer, zoals onze planeet, kent ook de materiële groei beperkingen. In de laatste eeuwen was de mens voortdurend in staat deze beperkingen te overstijgen. Niet alleen door toenemend technologisch vernuft, maar ook door een steeds groter beslag te leggen op natuurlijke grondstoffen waarvan het einde niet in zicht was. Door de exponentiële aard van de demografische en economische groei komt het einde nu echter wel in zicht. Niet voor morgen, niet voor overmorgen, maar wel voor de komende generaties. Het streven om een begrensde biosfeer te blijven verzoenen met méér materiële welvaart, zal dus moeizamer worden. De zoektocht om beide te verzoenen – een zoektocht dus naar een grotere eco-efficiëntie – heeft een naam: duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling is dan ook geen modewoord, maar een noodzaak. Het is vooral een proces dat ons geleidelijk maar tijdig moet leiden naar een duurzamere samenleving. De uitdaging is groot omdat ze globaal van aard is, en dus

Woord vooraf  23


een belangrijke graad van internationale samenwerking en convergentie vereist. Ze is groot omdat ze een zeer belangrijke technologische innovatie zal vereisen op relatief korte termijn. Ze is ten slotte ook groot omdat het erom gaat bepaalde beperkingen te aanvaarden ten voordele van toekomstige generaties. Duurzame ontwikkeling is immers een uiting van solidariteit tussen generaties, en die ligt moeilijk in de meeste hedendaagse samenlevingen. Ze vergt moedige politici, die verder durven denken en handelen dan de volgende verkiezingen, en bewuste burgers die dergelijke politici ook belonen. We kunnen hoop vinden in de wil van de Europese Commissie om een versnelling hoger te schakelen en de klimaatdoelstellingen voor 2050 in een wet te verankeren. Dat zal een dynamiek creëren. Europa kan een voorbeeld zijn voor de wereld én meteen een voorsprong uitbouwen die haar ook economisch ten goede zal komen. Ik geloof echt dat, als Europa nu resoluut handelt, dit ook een aansporing en inspiratie zal zijn voor de rest van de wereld om een versnelling hoger te schakelen. De Agenda voor 2030 voor duurzame ontwikkeling benadrukt de fundamentele rol die de wetenschap moet spelen bij de creatie van kennis die nodig is om deze visie op duurzaamheid te realiseren. Deze oproep betekent een fundamentele verschuiving in de dialoog tussen wetenschap en beleid: tot voor kort was het duidelijk dat wetenschappers de processen en de dynamiek van het aardsysteem analyseerden en er bij beleidsmakers op aandrongen om met antwoorden te komen. De agenda voor 2030 kent een nieuwe rol toe aan de wetenschap, als antwoord op een langetermijnverklaring van wetenschappers die zich bezighouden met duurzame ontwikkeling: het genereren van kennis die de mensheid helpt de duurzaamheidsvisie te verwezenlijken die is vastgelegd in de zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Volgens de Policy Brief van de Scientifc Advisory Board van de Secretaris-Generaal van de VN ‘zal de wetenschap een van de meest kritische middelen zijn voor de uitvoering van de Agenda 2030’, en ‘is de wetenschap een aanjager en motor van inclusieve en mensgerichte duurzame ontwikkeling’. Deze omslag zal tijd en volharding vergen, met andere woorden een langetermijnvisie. Het is de rol van de wetenschap om alle maatschappelijke actoren de elementen aan te reiken om zo een visie uit te bouwen en deze dan ook te implementeren. De publicatie van Utopie voor realisten. De verrekijker voor Toekomstdenkers is dan ook bijzonder welkom en relevant, en de talrijke bijdragen zullen ons verder op de goede weg helpen.

24  Inleiding


Tweede, herwerkte editie: mei 2021 Eerste editie: juni 2020 D/2021/45/230 – ISBN 978 94 014 7771 0 – NUR 756, 740 Vormgeving binnenwerk: Keppie & Keppie Vormgeving omslag: Gert Degrande | De Witlofcompagnie Omslagillustratie: Jan Boeckhorst, Phoibos Apollo Musagetes, ca. 1665, olie op doek, 60 x 98 cm. Antwerpen /The Phoebus Foundation. © De auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam België Nederland www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401477710 by Uitgeverij Lannoo - Issuu