Skip to main content

9789401477529

Page 1

SCHERP JE SPREEKSTIJL AAN

ACA_Spreekstijl.indd 1

9/07/21 14:36


ACA_Spreekstijl.indd 2

9/07/21 14:36


SCHERP JE SPREEKSTIJL AAN Danielle De Smet & Liesbet De Vuyst

ACA_Spreekstijl.indd 3

9/07/21 14:36


eCampusLearn Surf naar www.ecampuslearn.com Geef de volgende unieke code in: Veel succes!

Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 9789401477529 D/2021/45/212 NUR 623 Liesbet De Vuyst & Danielle De Smet Scherp je spreekstijl aan Gent, Academia Press, 2021, 80 p. Eerste druk, 2021 Vormgeving: Davine Peleman © Liesbet De Vuyst, Danielle De Smet & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

ACA_Spreekstijl.indd 4

9/07/21 14:36


Inhoud HOOFDSTUK 1: Spreken 1.1 Dialecten 1.2 Uitspraak en uitspraakoefeningen

7 7 16

HOOFDSTUK 2: Presenteren 39 2.1 Spreekangst 2.2 Inhoud 2.3 Tekstbeheersing 2.4 Lichaamshouding 2.5 Stemgebruik 2.6 Taal 2.7 Documentatiemateriaal

HOOFDSTUK 3: Oefeningen 3.1 Improviseren 3.2 Telefoneren 3.3 Interviewen 3.4 Argumenteren 3.5 Speechen 3.6 Solliciteren

39 40 44 44 46 47 49

55 55 58 60 65 70 76

Bronnenlijst 78

ACA_Spreekstijl.indd 5

9/07/21 14:36


Hoofdstuk 1: spreken

11

De dialecten in Vlaanderen Een dialect is een natuurlijk taalsysteem, dat mondeling is overgeleverd. Het is een regionale variant van een taal die in klankensysteem, woordenschat en grammatica afwijkt van de norm (de standaardtaal). Het is dus geen verbastering van de algemene taal, want dialecten zijn een voortzetting van het Middelnederlands, terwijl het Standaardnederlands - zoals we dat nu kennen - gebaseerd is op de 17de-eeuwse Statenbijbel. Hoeveel dialecten er in ons taalgebied zijn, is een vraag die moeilijk te beantwoorden is. Vroeger had iedere stad en zelfs ieder dorp zijn eigen specifieke variant. Toch kunnen we in het zuidelijke Nederlands vier duidelijke dialectgroepen onderscheiden: • het Zeeuws (dat in Zeeland gesproken wordt en waar we verder geen aandacht aan besteden) • het Vlaams (in Frans-, West-, Oost- en Zeeuws-Vlaanderen) • het Brabants (in Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant) • het Limburgs (in Nederlands en Belgisch Limburg). ● Frans-Vlaams Dat is een dialect dat langzaam aan het uitsterven is. Het wordt alleen nog gesproken door de huidige generatie 70- en 80-plussers en wordt niet meer aan de jongeren doorgegeven. Het Frans-Vlaams vertoont (vertoonde) heel wat kenmerken van het West-Vlaams. Frans-Vlaams hoor je bijvoorbeeld nog in de film Bienvenue chez les Ch’tis (2008), die zich gedeeltelijk in Noord-Frankrijk afspeelt. ● West-Vlaams In West-Vlaanderen wordt er veel meer dialect gesproken dan elders in Vlaanderen. Waarschijnlijk is dat te danken aan Guido Gezelle en de WestVlaamse taalparticularisten. Hadden zij in de 19de eeuw hun zin gekregen, dan was het West-Vlaams de standaardtaal geworden in Vlaanderen. Meest opvallende kenmerken: • de uitspraak van ei/ij en ui wordt ie en uu: – kieken (kijken) en huus (huis)

ACA_Spreekstijl.indd 11

9/07/21 14:36


12

Hoofdstuk 1: spreken

• de uitspraak van de korte e, i en u is veel opener dan in het Nederlands; – badde (bed), bedden (bidden), sjchudden/skudden (schudden); • de uitspraak van ou wordt oe voor t, d en s: – koet (koud); • de uitspraak van uu wordt eu voor een r: – meur (muur), zeur (zuur), deuren (duren); • lange klinkers worden verkort voor bepaalde medeklinkercombinaties, bv. in de vervoeging van werkwoorden, bij samenstellingen en afleidingen en ook bij eenlettergrepige woorden: – o ’t rint, rint trin (als het regent, regent het erin); • de uitspraak van de h en de g is voor veel West-Vlamingen moeilijk: – dikwijls spreken ze de h niet uit – de g spreken ze als een h uit – als ze proberen een h uit te spreken, produceren ze een speciale keelklank die op een ch of g lijkt. ● Oost-Vlaams De dialecten die in Oost-Vlaanderen gesproken worden, vormen geen homogeen geheel. Het Waasland vormt een overgangsgebied naar het Brabants (Antwerps) en ook in Dendermonde, Aalst en Ninove wordt Brabants gesproken en geen Oost-Vlaams. Meest opvallende kenmerken: • er is geen onderscheid tussen korte en lange klinkers; ze zijn allebei halflang; • p, t en k worden b, d en G (= Franse g zoals in garçon) tussen klinkers: – abele (appel), zidn (zitten), baGGere (bakker); • g valt weg tussen twee klinkers en de voorafgaande klinker wordt gerekt: – lèèën (leggen), lien (liegen); • ng valt weg tussen klinkers en de voorafgaande klinker wordt gerekt: – zèèën (zingen), aaën (hangen); • de j- en de w-klank vallen weg tussen klinkers: – bloeën (bloeien), baaën (bouwen).

ACA_Spreekstijl.indd 12

9/07/21 14:36


Hoofdstuk 1: spreken

13

Daarnaast is Gent een taaleiland op zich, want het Gents vertoont heel veel eigen kenmerken, die afwijken van het ‘algemene’ Oost-Vlaams. Meest opvallende kenmerken: •

de tweeklanken klinken ‘zwaar’: – aas (ijs) en oas (huis);

•

ee en oo worden een lange ie en uu: – bried (breed) en bruud (brood);

•

ie, uu en ee zijn dikwijls tweeklanken: – brieëd (breed), bruuëd (brood) en beike (beek);

•

de eind-n valt weg: – giete (gieten) en baake (bakken)

•

Gentenaars gebruiken de Franse huig-r.

● Brabants Het gebied waarin Brabants wordt gesproken, bestaat uit de provincies NoordBrabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant en stemt grotendeels overeen met het oude hertogdom Brabant. Ook in de Denderstreek wordt Brabants gesproken. Meest opvallende kenmerken: •

de tweeklanken ei en ui worden uitgesproken als lange eenklanken èè (zoals in Fr. mère) en èù (zoals in Fr. beurre): – Den trèèn staat bèùten en hij rèèdt als ze flèùten;

•

de ie en oe worden lang uitgesproken;

•

de korte i klinkt als een korte ie: – brielleke (brilletje);

•

de korte u wordt een uu: – puut (put).

● Limburgs De Limburgse dialecten vertonen heel wat verwantschap met de Rijnlandse dialecten – dus ook met het Duits –, die in de andere Vlaamse dialecten niet voorkomen.

ACA_Spreekstijl.indd 13

9/07/21 14:36


14

Hoofdstuk 1: spreken

Meest opvallende kenmerken: • Limburgers gebruiken de (Duitse) persoonlijke voornaamwoorden ich en du/dich • Umlaut of klinkerwisseling horen we in: – werkwoordvormen: bv. du vils (vallen); – meervouden: ne baum – twie beim (een boom – twee bomen); – verkleinwoorden (‘ne bal – e baelke) – afgeleide woorden (bakken – ’n baekker). • de eind-t wordt niet uitgesproken: – Ich ston deze nach op wach en heb heel zach aan u gedach. • een vorm op -taere drukt uit dat de handeling van het werkwoord bezig is: – loupentaere (= al lopend), lachentaere (= terwijl hij lachte). • een speciaal klinkersysteem, waarin een verschil gemaakt wordt tussen stoottoon (explosieve uitspraak van een klinker) en sleeptoon (lange uitspraak van een klinker) om twee voor het overige identieke woordvormen toch een andere betekenis te geven. Het gekende ‘zangerige toontje’ is een gevolg van die sleeptoon: – bein: met stoottoon = één been; met sleeptoon = benen.; – bal: met stoottoon = dansfeest, met sleeptoon = voetbal. De dialecten in Nederland en Vlaanderen lijken langzaam maar zeker te verdwijnen. Het is altijd al zo geweest dat talen en taalvarianten uitstierven om plaats te maken voor nieuwe, maar dat proces voltrekt zich steeds sneller. Mensen leven niet meer zo geïsoleerd als een paar honderd jaar geleden. Ze hebben, bijvoorbeeld door hun werk, meestal veel contacten buiten de regio. Soms is dialect spreken een hinderpaal op de weg naar een succesvolle carrière. Anderzijds wordt het in sommige gevallen tegenwoordig juist erg gewaardeerd. Klanten vinden het bijvoorbeeld prettig als ze in hun eigen dialect worden aangesproken. Door de lage status, de rol van de standaardtaal in de media en onderwijs en door de grotere frequentie van de contacten tussen mensen uit verschillende streken en steden, maakt het dialect meer en meer plaats voor het Standaardnederlands. Het aantal dialectsprekers wordt steeds kleiner en de dialecten gaan hoe langer hoe meer op onze standaardtaal lijken.

ACA_Spreekstijl.indd 14

9/07/21 14:36


Hoofdstuk 1: spreken

15

Anderzijds blijkt uit een onderzoek van Gerbert Kraaykamp, hoogleraar Empirische Sociologie aan de Radboud Universiteit van Nijmegen dat dialectsprekers slechter presteren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. In dit boek gaan we ons niet focussen op het specifieke woordgebruik. Hoewel dat het meeste in het oog springt, gaan we ons beperken tot de uitspraak. Immers, als dialectsprekers algemeen Nederlands willen spreken, gebruiken ze gewoon de Nederlandse equivalenten voor hun dialectwoorden. Een tongval daarentegen kunnen ze veel moeilijker verdoezelen.

ACA_Spreekstijl.indd 15

9/07/21 14:36


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401477529 by Uitgeverij Lannoo - Issuu