Skip to main content

9789401477505

Page 1

Wendeline Flores en Wayne Modest met Ilaria Obata


Proloog

12

Deel 1

30

Hoe Kolonialisme de Wereld Vormde

Deel 2

148

Kolonialisme, Macht, en Subjectvorming

Deel 3

266

The Politics of Belonging

Epiloog

358


Proloog Deze (verschrikkelijke) erfenis Wendeline Flores en Wayne Modest

12

D e e l 1 : H o e Ko l o n i a l i s m e d e We r e l d Vo r m d e Essay

Nederlanders in India, India en de Nederlanders: een verstrengelde erfenis Ananya Kabir

32

Het verhaal achter het object Susan Stockwell, Territory Dress Daan van Dartel

49

Het verhaal achter het object Gouden tabakspijp van de Asante Annette Schmidt

52

Essay

Essay

Het heden van het koloniaal verleden in het Caribisch-Atlantisch gebied Mimi Sheller

55

Suiker, het witte goud: Afrika in Nederlands-Brazilië Ana Lucia Araujo

71

Het verhaal achter het object Tupinambá knots, Braziliaanse connecties Mariana Françozo Een onvoltooid gesprek met Martha Sabajo en Leander Vermaning, nabestaanden van Albert Sabajo Isabelle Romee Best en Wendeline Flores

84

88


Essay

Fotografie en contractarbeid in Suriname Anna Arabindan-Kesson

96

Een onvoltooid gesprek met Daphina Misiedjan Wendeline Flores

106

Een onvoltooid gesprek met Zico Albaiquni Pim Westerkamp

114

Het verhaal achter het object Twee afbeeldingen van een huis in koloniaal Kaapstad François Janse van Rensburg Essay

De Coenparadox: het geweld van Nederlandse handel Pepijn Brandon

Een onvoltooid gesprek met Rik Herder Ilaria Obata

123

126

140

D e e l 2 : Ko l o n i a l i s m e , Macht, en Subjectvorming Een onvoltooid gesprek met Rolando Vázquez Wayne Modest Essay

De kwestie van ‘ras’ Anthony Bogues

150 172


Het verhaal achter het object Bewust terugkijken: de koloniale tentoonstelling Isabelle Romee Best Een onvoltooid gesprek met Sarojini Lewis Priya Swamy Essay

Het koloniale karakter van het Europese burgerschaps - en migratieregime. Enkele reflecties Guno Jones

Het verhaal achter het object Manumissiedocumenten Anne-Marieke van Schaik Essay

Dessalines’ nalatenschap, Vodoufilosofie en intimiteit (als curatie) Alessandra Benedicty-Kokken

Een onvoltooid gesprek met Farida Sedoc Wendeline Flores Essay

186

192

206

210

228

Multiculturalisme vs. Multiculturalisme in de Nederlandse tastbare werkelijkheid 234 Kwame Nimako

Een onvoltooid gesprek met Avantia Damberg Wendeline Flores Essay

182

Mix en match: wat is er islamitisch aan de Indonesische collecties? Mirjam Shatanawi

246

252


D e e l 3 : T h e Po l i t i c s o f B e l o n g i n g Essay

Een thuis in huis: de betekenis van voorwerpen Amanda Pinatih

Een onvoltooid gesprek met Gladys Paulus Pim Westerkamp Het verhaal achter het object Een koffer vol verhalen Daan van Dartel Essay

Er (niet) zijn: verlangen en verbondenheid. Diasporische overpeinzingen over Onze koloniale erfenis Wim Manuhutu

Het verhaal achter het object De rantang: veerkracht in de Indische en Molukse gemeenschap Pim Westerkamp Essay

De aanwezigheid van de voorouders als koloniale erfenis Markus Balkenhol

Het verhaal achter het object Ramlila-maskers Priya Swamy

268

278 286

291

304

308

322


Essay

Onze koloniale erfenissen in drie scènes: over schoonheid en tragiek in de Nederlandse Cariben Francio Guadeloupe

Een onvoltooid gesprek met Vernon Chatlein Wendeline Flores

326

346

Epiloog Een onvoltooid gesprek met Gloria Wekker Wayne Modest en Wendeline Flores

360


Deze (verschrikkelijke) erfenis Wendeline Flores en Wayne Modest

Oog in oog met het kolonialisme: een korte geschiedenis van de (semi)permanente presentaties Op 23 juni 2022 openden we in het Tropenmuseum in Amsterdam onze nieuwste semipermanente tentoonstelling. De tentoonstelling, met als titel Onze koloniale erfenis, is samengesteld als een onder­ deel van de kritische reflectie en de tussenkomst van het museum in de toenemende nationale en internationale discussies over het Europese kolonialisme, de geschiedenissen ervan en de effecten die vandaag nog altijd voelbaar zijn. Ze maakte deel uit van een project dat vele jaren terug was gestart en dat de eerste volledige herinrichting van het museum zou worden in bijna twintig jaar. Maar aan het einde van dit project was Onze koloniale erfenis mis­ schien wel het belangrijkste onderdeel van de herinrichting, omdat ze de al vroeger gemaakte tentoonstellingen zoals Things that Matter – een hedendaagse reflectie over de vele manieren waarop objecten vorm en betekenis geven aan het leven van mensen – aan de koloniale geschiedenis van het instituut koppelde. Zoals bekend is het Tropenmuseum de opvolger van het Koloniaal Museum. Het museum werd oorspronkelijk in 1864 in Haarlem opgericht om het Nederlandse koloniale project te steunen. Gedu­ rende het grootste deel van zijn vroege carrière fungeerde het Koloniaal Museum dan ook als een etalage voor het tentoonstellen van de producten van een kolonialisme dat overzees werd beoefend; de rol van het museum bestond er voor een groot deel in het bezoe­ kende Nederlandse publiek kennis bij te brengen over de ideolo­ gische fundamenten van de kolonisatie en ze te informeren over de ‘kansen’ die het deel uitmaken van het koloniale project bood. Door de vroege successen van het museum ontgroeide het al snel

12 Onze koloniale erfenis


de oorspronkelijke ruimten en werd het in 1926 naar de huidige locatie in Amsterdam overgebracht. Er is al veel gepubliceerd over het Koloniaal Museum en het latere Tropenmuseum en over hoe hun praktijken in de loop van de tijd veranderden als reactie op de nationale en internationale wetenschappelijke en politieke wijzigingen. We kennen bijvoor­ beeld de vroege geschiedenissen van tentoonstellen en verzame­ len van het museum en het vroege wetenschappelijke onderzoek naar het product van het rijk. Tot de vroegste verzamelingen van het museum behoren monsters van mineralen, of het nu bauxiet of zilver is, of monsters van koffie, thee en hout. We weten dat de collecties van het Koloniaal Museum bij de verhuizing naar de nieuwe locatie in Amsterdam werden uitgebreid met de etnografische verzamelingen van de dierentuin Artis, objecten die in de context van het sociaal darwinisme waren verzameld. Hierdoor werden wat museumwetenschapper Tony Bennett1 (in zijn teksten over het ontstaan van musea) omschrijft als praktijken die de ideeën over de progressieve taxonomie van de mensheid versterkten in het museum verankerd. We kennen ook de vroege praktijken van het museum in het onderzoek naar geracialiseerde verschillen in de afdeling fysische antropologie. 2 In een recente publicatie schreven we hoe elk detail van het ont­ werp van het gebouw waarin het museum is ondergebracht deel uit­ maakte van het huldigen van het Nederlandse koloniale project.3 Talrijke auteurs hebben ook geschreven over de beslissing om de naam van het museum te veranderen in het Indische Museum – Het Museum van Nederlands-Indië – kort nadat Indonesië in 1945 zijn onafhankelijkheid van Nederland had uitgeroepen. Ook de perma­ nente naamsverandering van Koloniaal Museum in Tropenmuseum, nadat Nederland in 1949 de Indonesische onafhankelijkheid offi­ cieel had erkend, en de verwevenheid van het museum met het Neder­ landse ontwikkelingsbeleid werden in diverse teksten opgetekend.4 Van de jaren 1950 tot 2013, toen het Tropen museum met het Museum Volkenkunde en het Afrika Museum tot het Natio­naal Museum van Wereldculturen fuseerde, draaide veel van het werk van het museum rond projecten die focusten op ontwikkelingshulp.

Inleiding 13


Onze koloniale erfenis werd gecureerd met deze geschiedenis van veranderingen in het museum voor ogen, die zelf een reactie waren op het wijzigende politieke landschap. Omdat elke vaste presentatie in musea ontstaat als reactie op zulke – intellectuele, maatschappelijke of politieke – veranderingen, kunnen we perma­ nente tentoonstellingen zien als reacties op de probleemruimte of de (politieke) conjunctuur die een bepaald moment definieert. Het Tropenmuseum was daarin niet anders: de renovatie eind jaren 1970 en begin jaren 1980 was volgens sommigen een eerste stap weg van het ontwikkelingsgerichte narratief dat de museum­ praktijk sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog beheerste. Zoals verschillende conservatoren toen beschreven, was het ook al een reactie op een verandering in de academische wereld en in de musea, weg van de schaamte over en dus het stilzwijgen van het koloniale verleden in het publieke discours. 5 In het begin van de eenentwintigste eeuw bleek uit nieuwe presen­ taties dat er meer naar werd gestreefd om met het kolonialisme om te gaan zoals toen werd bepleit binnen de kritische museologie en ook binnen bewegingen in de geschiedschrijving, die in de post­ koloniale studies was verankerd, in de richting van het schrijven van imperiale geschiedenissen. Net zoals vele andere etnografische musea hanteerde het Tropenmuseum een indeling per regio, met tentoonstellingen over Afrika, West-Azië en Noord-Afrika, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, Oceanië enzovoort. Die indeling weerspiegelde de sterkte en de geschiedenissen van de collecties, maar ook de knowhow van de conservatoren6. Centraal in die vroegere vaste presentatie stond een onderzoek van de kolo­ niale geschiedenissen en ruimer gezien de koloniale geschiedenis­ sen in relatie tot de geschiedenis van verzamelen en tentoonstellen. Misschien was de meest populaire tentoonstelling, die interessant genoeg voor sommigen ook de meest controversiële was, wat som­ migen het Koloniale Theater noemden: een tentoonstelling die de koloniale blik probeerde te veranderen en gebruikmaakte van pop­ pen van zowel de kolonisator als de gekoloniseerde. Als het etno­ grafische museum was bedacht als een venster op de wereld, een diorama ter grootte van een gebouw waar Europa de blik richtte op een gekoloniseerde wereld en zijn volkeren, dan waren in het kolo­

14 Onze koloniale erfenis


niale theater ook de kolonisatoren te zien. Samen met andere delen van de tentoonstelling die Indonesië onderzochten, was dit deel van de vaste presentatie bedoeld om kritisch om te gaan met het Nederlandse kolonialisme en met de impact van het kolonialisme op de gekoloniseerden. Het was een betrokkenheid bij de verweven werelden die het kolonialisme tot stand had gebracht. Net zoals alle vaste presentaties kreeg de herinrichting van het begin van de jaren 2000 gemengde kritieken. Volgens sommigen was het een van de weinige presentaties die een echte, kritische betrokkenheid bij het koloniale verleden bood, vooral omdat ze plaatsvond in een etnografisch museum. Voor sommige critici werd de presentatie exemplarisch voor de kritische reflexiviteit waarvoor het museum bekend is geraakt. Maar de betrokkenheid bij de koloniale geschiedenissen werd ook kritisch bekeken. Je had critici voor wie het ‘te postkoloniaal’ was. In een land, maar ook in een domein dat niet altijd bereid was om de koloniale geschiedenis aan te pakken, vonden sommigen dat de tentoon­ stelling te kritisch was voor de Nederlanders, Europa, het Westen – ze vonden ze te radicaal. Daartegenover had je dan degenen voor wie de tentoonstelling niet ver genoeg ging. Een criticus zei dat het museum ‘een van de meest koloniale musea in de wereld’ was. Maatschappelijk maar ook politiek gezien komt Onze koloniale erfenis in een tijd van toenemende disputen over hoe om te gaan met het koloniale verleden in het heden. De tentoonstelling komt in het kielzog van een tien jaar lange verhitte maatschappelijke strijd over de vraag of Zwarte Piet een nationale schat is die moet worden behouden, of een racistische traditie die Zwarte mensen denigreert. Ze komt na meer dan een half decennium waarin de eis van diverse activistische groepen in binnen- en buitenland tot dekolonisatie van culturele en academische instellingen steeds luider klonk. Het Tropenmuseum reageerde op die eis door samen te werken met het activistische collectief Decolonize the Museum om de complexe verwevenheid te onderzoeken van de musea met het kolonialisme, de geschiedenis daarvan maar ook de heden­ daagse praktijken. De tentoonstelling komt ook in het kielzog van

Inleiding 15


de wereldwijde mobilisatie tegen racisme van Black Lives Matter in 2020, de bewegingen #RhodesMustFall en #FeesMustFall en de talrijke nationale en internationale oproepen om monumenten die kolonisatoren herdenken – in de vorm van standbeelden of straat­ namen – te verwijderen. De tentoonstelling werd samengesteld op het moment van een toenemende vraag om voorwerpen die tij­ dens de koloniale periode door Europa werden geroofd en in musea werden bewaard terug te geven, op een moment van strijd in de VS en in Europa over de kritische rassentheorie en vragen rond ‘woke’. En ze komt op een moment van een stijgende vraag naar de erkenning van de verbanden tussen onze huidige milieu­ crisis en het Europese kolonialisme. Onze koloniale erfenis is samengesteld met deze politieke en maatschappelijke urgente zaken voor ogen en is ook een reactie daarop.

Wiens ‘onze’, wiens ‘koloniale’, wiens ‘erfenis’ De titel, Onze koloniale erfenis, werd zorgvuldig gevormd. Door het bezittelijk voornaamwoord ‘onze’ te gebruiken in combinatie met ‘koloniale’ wilden we verder gaan dan wat voor sommige men­ sen in Nederland maar ook in heel Europa en Noord-Amerika een genormaliseerde retoriek van ontkenning was, een afstand nemen van het slavernijverleden en het koloniale verleden, wat Barnor Hesse omschrijft als een geschiedenis die is ‘vergeten zoals een nare droom’.7 In dit verhaal waren slavernij en kolonialisme niet gewoonweg een temporale ander, een verleden dat buiten elke mogelijke herinnering lag, maar iets dat gebeurde in een elders, een daar ergens waarbij wij, Witte Europeanen, niet betrokken waren. Michel Rolph Trouillot8 heeft het over een praktijk van tot zwijgen brengen van het verleden; Anne Stoler over afasie. 9 In de Nederlandse context wordt het koloniale verleden ook vaak beschouwd als de geschiedenis van iemand anders, de geschiedenis van de vroegere gekoloniseerden, zoals iemand die wordt geïdentificeerd als iemand van Surinaamse, Caribisch Neder­ landse of Indonesische afkomst. Voor ons was het gebruik van ‘onze’ een provocatie voor een noodzakelijke verandering, een

16 Onze koloniale erfenis


erkenning dat we in een wereld woonden die de slavernij en het kolonialisme hadden gemaakt. We wilden ons aansluiten bij de wetenschappers en activisten die zeiden dat er misschien wel verschillende individuen of groepen op verschillende manieren aan de werking ervan in het heden zijn onderworpen, maar dat we allemaal betrokken zijn bij en erfgenamen zijn van de slaver­ nij en het kolonialisme. We wilden de bezoekers uitnodigen om na te denken over het feit dat de politieke aritmetica en de raciale calculus die de effecten van de slavernij in het heden waren, systemisch werkten om sommigen te dienen en anderen te vernietigen10. En toch had ‘onze’ ook een andere, meer institutioneel reflectieve betekenis voor ons. We zagen het als een erkenning van onze eigen medeplichtigheid in de Nederlandse koloniale infrastruc­ tuur. Als slavernij en kolonialisme de wereld waarin we vandaag leven hebben gevormd, dan hebben wij, als het vroegere Koloniaal Museum, als het Tropenmuseum en nu Wereldmuseum Amster­ dam – een van de grootste etnografische musea van Europa – een belangrijke rol gespeeld in de intellectuele, representatie- en tech­ nologische logica van het kolonialisme. Als ‘ras’ bijvoorbeeld deel uitmaakte van de fictie, van de leugen die de kolonisatoren in het leven riepen en aan zichzelf en de wereld vertelden om hun gewelddadige onderwerping van de gekoloniseerde volkeren en grondgebieden te rechtvaardigen, dan was het Koloniaal Museum met zijn afdeling fysische antropologie een belangrijk instrument in die fictie. Als het kolonialisme bovendien in een extractief en onteigenend regime was gevestigd, dan was de afdeling Handel de vitrine van wat er kon worden gewonnen en werd het Nederlandse publiek gevormd over hoe je dingen van de planeet kon wegnemen en die planeet zelfs kon vernietigen, soms in de naam van cultive­ ren. Bovendien konden we in de etnografische afdeling van het museum objecten zien die van de gekoloniseerde mensen waren weggenomen en die waren ingedeeld volgens een logica die de fantasie versterkte van de superioriteit van Europa, van Europa als beschaafd en van Europa dat het recht had om de gekoloniseerden te beschaven. Samen waren die verschillende gebruiken van het woord ‘onze’ een manier om de complexe verwevenheid te laten

Inleiding 17


zien tussen het kolonialisme met zijn verschillende instellingen en het kolonialisme als ideologie en infrastructuur. Ook door het gebruik van ‘inheritance’ in de Engelse titel hoopten we onze meest urgente vragen te stellen. De Nederlandse titel die we als uitgangspunt namen was Onze koloniale erfenis. Het Neder­landse erfenis wordt vaak vertaald als ‘legacies’. Als het wordt geassocieerd met geschiedenis of erfgoed (heritage), en vooral in combinatie met het woord koloniaal, is het woord inmid­ dels een gewone manier om dingen uit het verleden te beschrijven die nog in het heden bestaan, zowel tastbaar als ontastbaar. En ook al wordt steeds meer erkend dat ‘heritage’ ongemakkelijk of betwist kan zijn, toch is het een woord dat nog altijd eerder posi­ tieve gevoelens oproept. Wij wilden ‘inheritance’ een ander soort werk laten doen. Als ‘legacies’ verwijst naar wat er is achtergelaten, de eigenlijke overblijfselen, dan opende ‘inheritance’ – of dat hoop­ ten we toch – de mogelijkheid om vragen te stellen over de erfge­ namen, over de begunstigden – zoals Bruce Robbins11 oppert – van het (verschrikkelijke) verleden van kolonialisme en slavernij. In die betekenis gaat ‘inheritance’ minder over datgene wat overblijft en meer over onze relatie met wat er overblijft. Natuurlijk, zoals Rolando Vázquez stelt (in dit boek), gaan beide termen gebukt onder de logica van bezit en onteigening, onder possessief individualisme en onder de logica van eigendom en eigenaarschap. De fundamentele logica waarop de koloniale projecten waren gebaseerd. En we vinden het nog altijd belangrijk om ons af te vragen hoe we met zo een erfenis omgaan. Bij de uit­ werking van de tentoonstelling maakten we het onderscheid tussen ‘legacies’ en ‘inheritance’ zichtbaar in enkele ruimten. We herinne­ ren ons een presentatie over kolonialisme in Rotterdam verschil­ lende jaren terug, toen twee activisten het statement ‘Niet in mijn naam’ herhaalden.12 Ze verwezen hier naar de Nederlandse staat die zijn medeplichtigheid aan het koloniale verleden bleef ontken­ nen, maar ook naar het feit dat velen overal in Europa hamerden op het belang van koloniale monumenten. Deze activisten kozen voor een retoriek en een actie van weigering. Als burgers weigerden ze dat de staat hen medeplichtig maakte aan om het even welke

18 Onze koloniale erfenis


huldiging van het kolonialisme. We zien iets vergelijkbaars bij Ariella Azoulay als ze vraagt wat het betekent om medeplichtig te zijn aan daden van staatsgeweld. Zo suggereert ze dat mensen die in musea of op universiteiten werken in staking kunnen gaan, als een manier om de lange geschiedenis van het stilzwijgend erven van medeplichtigheid aan een doorlopend koloniaal project te weigeren. Door het woord ‘inheritance’ wilden we in deze tentoonstelling de vraag stellen wat het betekent om als burgers de erfgenamen te zijn van de koloniale collecties in musea. Hoe ontwikkelen we een kritische praktijk die reageert op het erven van burgerschap, op het erven van een paspoort – wat ons bepaalde rechten geeft zoals het recht om te reizen, het recht op beweging – als dat recht aan zoveel andere mensen wordt ontzegd? Hoe kunnen we omgaan met de structuren van macht en privilege die we hebben geërfd als een resultaat van het koloniale verleden, en wat kan het bete­ kenen om zulke erfenissen te weigeren? En wat moeten we doen om verandering te brengen in het feit dat de erfenissen van vele van de vroeger door Europa gekoloniseerde plaatsen en mensen blijven vastzitten in de voortdurende structuren van ongelijkheid, van verminderde levenskansen en van ecologische onzekerheid die het kolonialisme in zijn kielzog heeft achtergelaten. De bedoeling van de tentoonstelling was om de koloniale erfenis­ sen niet enkel te zien door de bril van agressor en slachtoffer­ schap. We wilden kolonialisme als fundamenteel zien voor de wereld waarin we vandaag leven en dat betekent de veerkracht, creativiteit en hoop van de gekoloniseerde volkeren serieus nemen. Het betekent de nieuwe talen, muziek, eetwijzen, religieuze en spirituele tradities die in die gemeenschappen zijn ontstaan serieus nemen. Het is erkennen dat ze konden overleven en tot ontplooiing komen door hun acties van verzet en weigering. Ook dat zijn de erfenissen van de slavernij en het koloniale ver­ leden waarover we het in de tentoonstelling en in dit boek hebben. Slavernij was een poging om de wereld van de gekoloniseerden te breken, maar hun verzet en veerkracht waren acties om een wereld te maken.

Inleiding 19


De structuur: tentoonstelling en boek De indeling van het boek volgt losjes de structuur en principes van de tentoonstelling waarmee het zijn naam en onderzoek deelt. We vroegen aan alle auteurs die hier zijn samengebracht om na te denken over wat het betekent om de (infra)structuren, categorieën, relaties en zelfs objecten van het koloniale verleden te erven en hoe we omgaan met dergelijke nalatenschappen in het heden. Net zoals in de tentoonstelling hebben we het over de rampzalige gevolgen van het kolonialisme en de slavernij op de gekoloniseerde mensen maar ook op de planeet. Hier kijken de auteurs net zoals de tentoonstelling naar de wereldbrekende kracht van de koloni­ ale projecten van Europa. In dit deel onderzoeken we kolonia­ lisme als verovering, ontginning en accumulatie. In het tweede belangrijke thema van de tentoonstelling en het boek onderzoeken we de ideologische fundamenten van het kolonialisme. Hier wilden we de complexe verwevenheid tussen de Europese wetenschappelijke/intellectuele tradities en het kolo­ nialisme onderzoeken; we willen erkennen dat het kolonialisme onmogelijk los kan worden gezien van onze tradities in filosofie, antropologie en recht. Het is ook niet mogelijk om een geschiede­ nis van die disciplines te zien als iets dat los van het kolonialisme is ontstaan. Want disciplines als filosofie, recht en antropologie werden eigenlijk gebruikt om de koloniale onderneming te recht­ vaardigen en te ondersteunen. We wilden dan ook vooral de kwesties ras en racisme – en het in diskrediet geraakte geloof in rassenkunde – onderzoeken als fundamenteel voor het koloniale project. Slavernij en kolonialisme hebben werelden gekraakt, maar we wilden ook laten zien dat we nu in werelden leven die door het kolonialisme zijn gemaakt. Dat is deels wat we onderzoeken in deel drie en in de hele tentoonstelling, waarin verzet, veerkracht en creativiteit de rode draad zijn. Werelden werden vernietigd evenals talen en religies, maar het meer-dan-menselijke leven werd ook in de richting van het (bijna) uitsterven geduwd. Uit die ramp werden andere werelden, relaties, talen, religieuze praktijken en cultuurvor­

20 Onze koloniale erfenis


men gecreëerd. Met die woorden herhalen we geenszins het weer­ zinwekkende idee dat kolonialisme een goede kant had (iets wat in Nederland werd gesuggereerd door de uitdrukking ‘Het was niet alleen slecht, toch?’). Het is veeleer een erkennen van het overleven van de tot slaaf gemaakte en gekoloniseerde mensen. In feite onder­ zoeken we door de configuratie van de tentoonstelling en het boek niet enkel het kolonialisme als structuur en als ramp, maar ook de vindingrijkheid van de gekoloniseerde mensen om nieuwe werel­ den en nieuwe vormen van leven te creëren. Die nieuwe vormen van zijn en worden onderzoeken we in deel drie, niet enkel als praktijken van dekoloniale vreugde, die we ook onderzoeken, maar ook als deel van de hedendaagse politieke strijd om te leven in de wereld zoals het kolonialisme die heeft gemaakt. We onderzoeken de praktijken van verzet en weigering en de praktijken voor het creëren van een wereld via objecten die de gekoloniseerde volkeren maakten, maar ook via hedendaagse kunst. Het was een belangrijke strategie van de tentoonstelling om te werken met hedendaagse kunstenaars, die ons allemaal uitnodigden om niet enkel te reflecteren over het verleden, maar ook, en vooral, over hoe dit verleden vandaag voortleeft. De kun­ stenaars zetten ons ertoe aan om net zoals de tot slaaf gemaakte en gekoloniseerde mensen voor hen, andere en radicalere ideeën te bedenken over vrijheid en onafhankelijkheid. Het eerste deel van het boek opent met een essay van Ananya Kabir, dat een persoonlijke reflectie is van haar reis door de ten­ toonstelling, met een focus op enkele vrouwen van Indiase afkomst die ze daar ontmoet. In haar reflectie onderzoekt Kabir de ver­ strengelde erfenis, haar erfenis, tussen de Nederlanders in India en India en de Nederlanders. Mimi Sheller onderzoekt de overblijfselen van de wereldwijd verbonden systemen van exploitatie en extractie waarin we leven aan de hand van reflecties over vroegere en huidige vakanties, zowel persoonlijke reizen als toerisme op grote schaal. Ze laat zien hoe de toeristische aantrekkingskracht van de eilanden vandaag de dag vaak de wrede patronen van de mondiale extractieve

Inleiding 21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401477505 by Uitgeverij Lannoo - Issuu