WAARO M
? ROTE EN C Y C DE G LO P ED
N JE VA IE
Duidelijke antwoorden op vragen van kinderen
LICHAAM
Inhoud Auteur Emily Dodd Adviezen Dr Bipasha Choudhury Illustraties Dan Crisp, Arran Lewis DK LONDON Hoofdredacteur Katie Lawrence Ontwerp Ann Cannings Redactie Manisha Majithia, Olivia Stanford Coördinatie redactie Jonathan Melmoth Managing art editor Diane Peyton Jones Productie Robert Dunn Productiecoördinator Barbara Ossowska Ontwerp omslag Ann Cannings Coördinatie omslag Issy Walsh Uitgeefmanager Francesca Young Creatief directeur Helen Senior Uitgeefdirecteur Sarah Larter DK DELHI Projectredacteur Radhika Haswani Senior art director Nidhi Mehra Project art editor Bharti Karakoti Coördinatie redactie Monica Saigal Managing art editor Romi Chakraborty Ontwerp omslag Rashika Kachroo Coördinatie omslag Radhika Haswani DTP Sachin Gupta, Vijay Kandwal CTS manager Balwant Singh Productiecoördinator Pankaj Sharma Beeldresearch Sakshi Saluja Creatief team Glenda Fernandes, Malavika Talukder Oorspronkelijke uitgever Dorling Kindersley Limited 8 Viaduct Gardens, London, SW11 7BW Copyright © 2021 Dorling Kindersley Limited A Penguin Random House Company Copyright © Nederlandse vertaling Lannoo Uitgeverij, Tielt, 2021 Oorspronkelijke titel Why is blood red? Vertaling Ingrid Buthod (InAksie) Redactie Nederlandse editie Jaap Verschoor / Kantoor Verschoor Boekmakers, Heemstede Zetwerk Jan Bos, Asterisk*, Amsterdam ISBN: 978 94 014 7699 7 D/2021/45/165 NUR 210, 213
De bouwstenen 8–9 10–11 12–13 14–15 16–17 18–19 20–21 22–23 24–25
Waar is je lichaam van gemaakt? Wat is je grootste orgaan? Wat is kleiner dan een cel? Waarom is bloed rood? Wat is DNA? Wat is een tweeling? Waarom lijk ik op mijn moeder? Leven bacteriën? Wat zijn hormonen?
Stuk voor stuk 28–29 30–31 32–33 34–35 36–37 38–39 40–41 42–43 44–45 46–47 48–49 50–51
Waar zijn je botten van gemaakt? Wat is je grootste spier? Wat zit er tussen je hersenen en je schedel? Wat zit er in je hart? Kunnen je ribben buigen? Hoe zit je ruggengraat in elkaar? Waarom heb je planten nodig om te leven? Hoe laten je hersenen je lachen en huilen? Waarom doet nagels knippen geen pijn? Waarom zijn niet al je tanden gelijk? Waarom smaakt suiker zoet? Waarom slaapt je voet soms?
www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.
This book was made with Forest Stewardship Council™ certified paper – one small step in DK’s commitment to a sustainable future. For more information go to www.dk.com/our-green-pledge
Zo werkt het 54–55 56–57 58–59 60–61 62–63
Hoe kun je dingen voelen? Waarom vergeet je nooit te ademen? Hoe spring je? Hoe helpt bot je om te horen? Waarom worden je pupillen groter?
Ontdek hoe dokters in je binnenste kijken op blz. 118. 64–65 66–67 68–69 70–71 72–73 74–75 76–77 78–79 80–81 82–83 84–85 86–87 88–89
Hoe bewaar je je evenwicht? Waarom krijg je het niet koud van een ijsje? Ben je ’s ochtends langer? Hoe onthoud je dingen? Wat gebeurt er met het voedsel dat je eet? Waarom krijg je onder water geen adem? Waarom laat je boertjes? Hoe groeit een baby? Heeft je huid het eeuwige leven? Hoe houd je je plas op? Waarom krijg je kippenvel? Waarom heb je wenkbrauwen? Waarom ploppen je oren?
Gezonde gewoonten 92–93 94–95 96–97 98–99 100–101 102–103 104–105 106–107 108–109 110–111
Waarom moet je eten? Wat gebeurt er als je sport? Wat is een gezonde geest? Waarom voel je je blij of verdrietig? Hoe doodt zeep bacteriën? Waarom denkt iedereen anders? Wat gebeurt er als je ouder wordt? Waarom heb je water nodig? Wat is je biologische klok? Wat gebeurt er als je bang bent?
Ontdek hoe je ademt op blz. 56.
Medische wonderen 114–115 Wat is een röntgenfoto? 116–117 Waarom moet je je laten inenten? 118–119 Kan een magneet je binnenste laten zien? 120–121 Hoe doden antibiotica bacteriën? 122–123 Hoe weet de dokter wat je mankeert? 124–125 Kan een cel ander werk gaan doen? 126–127 Hoe werkt zonnebrandcrème? 128–129 Kan een robot opereren? 130–131 Hoe maak je een prothese?
132–133 134–137 138–139 140–143 144
Antwoorden Vriendenquiz! Woordenlijst Register Dankwoord en fotoverantwoording
?
Korte
quiz
Test je kennis. Beantwoord de vragen in de ‘quiz’-vakken om te zien hoeveel je al hebt geleerd. Soms vind je de uitleg op dezelfde bladzijde, maar soms moet je die ook opzoeken of er goed over nadenken. De antwoorden vind je op blz. 132-133.
De bouwstenen Je lichaam is opgebouwd uit cellen. In een cel zit een code die alleen jíj hebt. Daardoor ben je wie je bent. Elk orgaan, zoals je hart en je lever, heeft een eigen taak. En je bloed brengt naar de organen alles wat ze nodig hebben om hun werk te doen.
8
DE BOUWSTENEN
Waar is je lichaam van gemaakt?
Weefsel
Cellen zijn de kleinste bouwsteentjes in je lichaam. Je hebt veel verschillende soorten cellen. Cellen kunnen aan elkaar klikken en worden dan weefsel. Groepjes weefsels worden weer organen. En organen werken samen in een systeem, zoals je ademhalingssysteem.
Overal in je lichaam zit weefsel. Soms vormt weefsel harde delen, zoals botten, soms soepele delen, zoals zenuwen of spieren.
Cellen
Cellen bevatten een hand leiding om je lichaam te maken. Die zit in een code van chemische stofjes die we DNA noemen (zie blz. 16). Dat DNA zit in de kern, of nucleus, van de cel.
Deze cel gaat zich zo delen in twee cellen. Dan zijn er twee gelijke cellen, elk met een kern.
9
In een lich aam zitten zo’n 40 biljoen cell en. Ofwel: 40.000.000 .000.000 cellen.
Orgaan
Een orgaan is een deel van je lichaam dat voor jou werkt. Zo halen longen zuurstof uit de lucht en geven die door via het bloed. Ook halen ze koolstof dioxide weer uit het bloed.
Orgaansysteem
Sommige organen werken samen in een orgaansysteem. Zo horen de lon gen bij het ademhalingssysteem, een groep organen die je laten ademen.
Waar komen al die cellen en jouw handleiding vandaan?
?
Korte
quiz
1. Hoe heten de kleinste levende bouwsteentjes in je lichaam? 2. Hoe heet de celkern ook wel?
Eicel De helft van de handleiding voor je lichaam komt uit een eicel van je moeder.
Sperma De andere helft van de hand leiding komt uit een zaadcel (sperma) van je vader.
3. Wat vormen groepen weefsel? Zie blz. 132-133 voor de antwoorden.
10
DE BOUWSTENEN
Wat is je grootste orgaan? Je huid! Die weegt zo’n 4 kilo. Elk orgaan in je lichaam heeft een andere vorm en grootte. En ze doen allemaal iets anders. Het hart pompt je bloed rond, je ogen laten je zien en je hersenen sturen alles wat je doet.
Huid
Je huid houdt je lichaam op de goede temperatuur en houdt al je andere lichaamsdelen bij elkaar. En hij beschermt je tegen water, ziektekiemen en straling van de zon.
uid is de h e d a N te t zwaars lever he in je orgaan . lichaam
11
?
Waar of niet?
1. De longen horen bij de bloedsomloop. 2. Je hersenen zijn je grootste orgaan.
Pijnappelklier
Je kleinste orgaan is de pijnappelklier (rood op het plaatje) of epifyse. De klier zit in je hersenen en brengt als het donker wordt melatonine in je bloed. Melatonine is een hormoon (een stofje dat boodschappen doorgeeft) dat ervoor zorgt dat je ontspant en in slaap valt.
3. Alleen met twee nieren kun je leven. Zie blz. 132-133 voor de antwoorden.
Nieren
Je nieren maken je bloed schoon en regelen het vocht in je lichaam. Ze filteren afval uit je bloed en helpen je lichaam dat af te voeren als urine (plas). Je hebt twee nieren die hetzelfde werk doen, maar je hebt aan één genoeg om te kunnen leven!
Zijn er nog meer organen die je kunt missen?
Milt
Blindedarm
Je lever kan het werk van je milt overnemen. De milt vernietigt oude rode bloedcellen en bevat witte bloedcellen die tegen ziekten vechten.
Je blindedarm moet eruit als hij opzwelt door slechte bacteriën. Normaal bevat hij juist goede bacteriën voor de spijsvertering.
12
DE BOUWSTENEN
Wat is kleiner dan een cel? Cellen zijn de kleinste levende deeltjes in je lichaam. In een cel zitten drijvende machientjes, die we organellen noemen. Die veranderen onder meer voedsel in energie voor de cel. Organellen
Je lichaam heeft organen, onderdelen die belangrijk werk voor je doen. Bij voorbeeld je nieren. Een cel heeft ook deeltjes die belangrijk werk doen, de organellen. Voorbeelden van organellen zijn de nucleus en de mitochondriën. .
Membraan
Het membraan is de buitenste laag van een cel. Vocht en stofjes kunnen via het membraan de cel in en uit, wanneer een cel iets nodig heeft of kwijt moet.
Hoe ziet een cel eruit?
Draderig
Geplooid
Spiercellen zijn soepel en draderig. Ze kunnen samentrekken om spieren korter te maken, zodat je kunt bewegen.
Darmcellen zijn geplooid. Ze nemen stofjes op uit je voedsel als dat door je darmen gaat en geven die stofjes door aan je bloed.
13
Cytoplasma
Organellen drijven in een soort gel die we cytoplasma noemen. Dank zij die gel kunnen celdelen stofjes, zoals suiker, gemakkelijk van de ene kant naar de andere kant van een cel brengen.
?
Fotoquiz
Welke cel lijkt op een donut en vervoert zuurstof?
Mitochondriën
Deze organellen geven energie aan de cel. De mitochondriën maken de suikerdeeltjes uit ons eten zo klein dat de cel er energie uit kan halen.
Zie blz. 132-133 voor het antwoord.
rd Het woo ekent ‘cel’ bet en . De cell je t r e m ka m lijken a a h c li in je ad op inderda s! kamertje
Nucleus of celkern
Dit is de stuurhut voor alles in de cel. Je vindt er je DNA en de handleiding die nodig is om elk soort cel in je lichaam te maken.
Vacuolen
Dit zijn blaasjes waarin voedsel en andere stofjes worden bewaard en vervoerd. Er kan ook afval in gedaan worden. Als vacuolen zich aan het celmembraan hechten, kan het afval uit de cel verwijderd worden.
14
DE BOUWSTENEN
Waarom is bloed rood?
Waarom lijken je aders blauw?
Bloed is rood omdat het voor de helft uit rode bloedcellen bestaat. Daarin zit ijzer, dat van zichzelf bruinrood is. Verder zit er in bloed vooral water, maar ook andere soorten cellen, zoals de kernloze bloedplaatjes. De cellen drijven in een vloeistof die we plasma noemen.
maakt in d e lo b e J den een n o c e s 20 r je dje doo n o r l e e h . lichaam
Moordmachines
Witte bloedcellen gaan ziektekiemen te lijf door ze op te eten of dodelijke stofjes op ze af te vuren.
Door je aders stroomt bloed terug naar je hart. Er is dan al veel zuurstof uit, waardoor het bloed donkerder wordt. Dat donkerrode bloed stroomt door lichtgekleurde aders, waarover een dun laagje huid zit. Daarom lijken je aders blauw.
Plasma
Bloedcellen drijven in plasma. In plasma zitten ook eiwitten, suikers, zouten, hormonen, vitaminen, mine ralen en heel veel water.
15
Hemoglobine
Rode bloedcellen krijgen hun kleur van het eiwit hemoglo bine. Daar zit ook ijzer in, dat van zichzelf roodbruin is. Hemoglobine haalt zuurstof op en houdt hem vast. Zo brengen de bloedcellen zuurstof naar elk deel van je lichaam.
? Reparatieteam
Bloedplaatjes zijn gebroken cellen die samenklonteren als je een wondje hebt. Ze vormen een korstje en repareren de schade.
Gastransport
Rode bloedcellen voor zien je lichaam dus van zuurstof. Ze brengen dat gas naar plekken waar het nodig is en nemen weer een afvalgas mee, dat koolstofdioxide heet.
Waar of niet?
1. Aders brengen bloed vanaf je hart naar je lijf. 2. IJzer kleurt bloed rood. 3. Rode bloedcellen doden ziektekiemen.
Zie blz. 132-133 voor de antwoorden.
16
DE BOUWSTENEN
Schakelaars
Genen staan ‘aan’ of ‘uit’. Het DNA bevat schakelaars die een gen kunnen aanzetten. De genen vertellen de cel wat hij moet worden, bijvoorbeeld een botcel of een stukje wimper.
Chromosomen
Je DNA zit opgerold in je chromosomen. In een chromosoom zitten honderden, zelfs duizenden genen.
In de celkern
Je genen zitten in elke cel in je lichaam. Je vindt ze in de chromosomen paren in de nucleus, de kern van de cel.
Wat is DNA? Hoe je lichaam eruitziet en hoe het werkt, dank je aan je genen. Je lichaam is opgebouwd uit piepkleine cellen. Die bevatten een soort handleiding om jou te maken wie je bent. Deze handleiding staat in een code in je genen, die deel uitmaken van je DNA. DNA staat voor desoxyribonucleïnezuur.
?
Korte
quiz
1. Waar in de cel zitten de chromosomen? 2. Hoe weet elke cel in je lichaam wat hij moet doen? 3. Hoe noemen we de gedraaide DNA-ladder? Zie blz. 132-133 voor de antwoorden.
Genen
In deze stukjes DNA zit de hand leiding voor een bepaald deel van je lichaam. Je hebt 25.000 genen die alles bepalen – van de vorm van je gezicht tot hoe veel haren je hebt.
DNA
Dit is een lange ketting van bouwstenen die in een soort wenteltrap aan elkaar zitten. Die trap noemen we een dubbele helix. DNA maakt met vier chemische stofjes (basen; zie blz. 19) een code voor elk deel van je lichaam.
Bepalen genen wie je bent? Genen bepalen veel, zelfs een deel van je karakter. Maar ook wat je meemaakt bepaalt wie je bent en wat je denkt. Verder bepalen wat je eet en hoe je beweegt ook de vorm van je lichaam.
Als A je het DN n celle van al je u lkaar zo achter e je an kom d , n e g leg aan de t o t r e e 400 k eer zon en w terug.
Chromosomenparen
Chromosomen zitten in paren. Je hebt in totaal 23 paar chromos omen. In elk paar zit een pakket genen van je moeder en een pakket genen van je va der. Genen van de vader Genen van de moeder Paar chromosomen
18
DE BOUWSTENEN
Zijn alle tweelingen gelijk?
Twee-eiige tweelingen hebben andere genen. Elk kind krijgt een pakket genen van vader en van moeder, maar die pakketten zijn niet hetzelfde voor allebei. Ze lijken in bepaalde dingen wel en in andere niet op elkaar, zoals gewone broers en zussen.
Wat is een tweeling? Eeneiige tweelingen hebben dezelfde genen. Daarom zien ze er precies hetzelfde uit. De hele handleiding die een mens uniek maakt en in alle cellen zit, is bij hen gelijk. De handleiding zit als code in moleculen en heet DNA. Eeneiige tweelingen hebben dezelfde DNA-code.
19
Code
De vier chemische stofjes (basen) die de DNA-code vormen, zijn adenine (A), thymine (T), guanine (G) en cytosine (C). Met die letters is de handleiding geschreven in de vorm van reeksen die we genen noemen.
G
A
C
T
T
A
?
Korte
quiz
1. Hoe past er zoveel DNA in een piepkleine cel? 2. Wat doet je meeste DNA?
C
T
G
A
A
T
DNA
In elke cel van je lichaam zit 2 meter dun, opgerold DNA. We weten nog maar van 4 centimeter wat het doet. De rest is nog steeds een mysterie.
3. Waar komt je DNA vandaan?
Zie blz. 132-133 voor de antwoorden.
Verschillen
Ook al hebben ze dezelfde genen, dan nog kan het ene kind van een eeneiige tweeling groter worden dan het andere, bijvoorbeeld als hij of zij beter eet of meer beweegt. Ze kunnen ook een ander karakter hebben.
99,9 pro cent van het DNA is b ij iederee n hetzelf de, en bij ee neiige tweeling en net n og iets mee r.
20
DE BOUWSTENEN
Waarom lijk ik op mijn moeder?
Genen
Je DNA bevat informatiepak ketten, die we genen noemen (zie blz. 17). Je genen bepalen jouw uiterlijk, zoals de vorm van je neus.
De genen die je van je ouders hebt meegekregen bepalen hoe je eruitziet. Als je een jaar of tien bent, veranderen je trekken niet meer, maar je zult wel blijven groeien.
Genetische stamboom
Voorbeeld:
In dit voorbeeld zijn er twee gen-varianten of allelen.
Hier een voorbeeld van hoe je de neus van je ouders kunt erven.
N = lange neus n = ko rte ne us
Vader (Nn)
Moeder (nn)
De vader en de moeder geven elk een van hun allelen (zie blz. 138) door aan hun kind. Het allel N (lange neus) is dominant. Dat betekent dat als je beide allelen hebt, het N-allel sterker is dan het n-allel (korte neus) en je een lange neus hebt.
N
n
Kind 1 (Nn)
n
n
Kind 2 (nn)
Voor ieder paar allelen ontvangt een kind er één van zijn vader en één van zijn moeder.
21
Erfenis
Je krijgt van allebei je ouders een pakket genen voor al je kenmerken. Sommige genen zijn sterker dan andere, maar de meeste mensen zien eruit als een mix van hun beide ouders.
Wat bepaalt de kleur van je tanden?
?
Korte
quiz
1. Waar komen je genen vandaan?
Genen
Manier van leven
Genen bepalen de dikte van het glazuur (harde, witte buitenlaag). Onder die laag zijn tanden geel. Gele tanden betekenen een dunne laag glazuur.
Wat je eet en drinkt en hoe vaak je poetst, heeft invloed op de kleur en sterkte van je tanden. Zo kun je gaatjes krijgen van te veel sinaas appelsap, dat erg zuur is.
2. Met welk woord omschrijf je wat je van je ouders meekrijgt? Zie blz. 132-133 voor de antwoorden.