LANNOO’S REISBOEK
PELGRIMS TOCHTEN
LANNOO’S REISBOEK
PELGRIMS TOCHTEN
3
Trondheim
Helsinki Oslo
St. Peterburg
Tallinn Stockholm
Glasgow
Riga
København Vilnius
Dublin
Amsterdam
London
Berlin
Frankfurt
Paris
Warszawa
Praha
München
Wien
Bratislava Budapest
Bordeaux
Lyon
Ljubljana Zagreb
Milano
Beograd
Bucureşti
Sarajevo Sofija
Madrid
Skopje
Barcelona
Lisboa
Roma
Tiranë
Athína Tanger Alger
Tunis
14
150 km
Inhoud Noord- en West-Europa Noorwegen Olavsvegen Ierland Croagh Patrick Schotland, Engeland St. Cuthbert’s Way Engeland Pilgrim’s Way Duitsland, Luxemburg, België, Frankrijk Martinusroute Frankrijk Tro-Breizh Martinusroute Via Turonensis Via Podiensis
Centraal-Europa 18
24
32
40
48
56 64 72 80
Denemarken, Duitsland Via Jutlandica
Zuid- en Zuidoost-Europa 90
Duitsland Via Baltica Birgittaweg
98 106
Litouwen, Rusland, Polen Pommerse Sint-Jacobsroute
114
Duitsland Via Regia Lutherweg
122 130
Engeland, Frankrijk, Zwitserland, Italië Via Francigena
190
Spanje Camino del Norte Camino Francés Camino Aragonés Vía de la Plata
200 210 218 224
Portugal, Spanje Caminho Português
232
238 246
254
Duitsland, Luxemburg Via Coloniensis
138
Italië Via di Francesco Cammino di Santa Giulia
Duitsland Münchense Sint-Jacobsroute
146
Griekenland Paulusroute
Duitsland, Oostenrijk Wolfgangsweg
156
Register 262
Hongarije, Oostenrijk Martinusroute
164
Oostenrijk, Slovenië Benedictusroute
172
Duitsland, Zwitserland Thurgauer Kloosterpad
180
15
Boven: de Cappella Pieri Nerli op de Via Francigena nodigt de pelgrim uit tot bezinning.
Noord- en West-Europa Er zijn niet alleen pelgrimstochten onder de meedogenloze Spaanse zon naar het beroemde Santiago de Compostela. Ook in het noorden en het westen van Europa kunt u in het spoor van talrijke heiligen wandelen: de St. Cuthbert’s Way is gewijd aan de heilige Cuthbert van Lindisfarne, de Scandinavische Olavsvegen aan de heilige Olav, en twee Martinusroutes begeleiden de pelgrim op zijn reis door Duitsland, Luxemburg, België en Frankrijk. Ook door Noord- en West-Europa lopen er Sint-Jacobsroutes. Tijdens al deze reizen kunt u zich bezinnen, nadenken over geloof en over de ons omgevende schepping.
De Via Podiensis, een van de Franse Sint-Jacobsroutes, voert door Saint-Cirq-Lapopie in Occitanië. Dit dorpje ligt 100 meter boven de oever van de Lot.
17
Noord- en West-Europa
Noorwegen Olavsvegen: de heilige weg door Noorwegen Ooit was hij zo’n beetje de Sint-Jacobsroute van het noorden: tijdens de middeleeuwen was de Olavsvegen de belangrijkste pelgrimsroute van Scandinavië. Hij loopt door een wondermooi landschap van Oslo naar Trondheim en is 643 kilometer lang. Ideaal om Noorwegen goed te leren kennen.
INFORMATIE OVER DE ROUTE Afstand: 643 km Duur: ten minste 30 dagen Hoogtemeters: in totaal 13.058 Etappes (selectie):
Oslo – Skjetten: 18 km Skjetten – Gardermoen: 35 km Gardermoen – Eidsvoll: 26 km Eidsvoll – Hestnæs: 31 km Hestnæs – Hamar: 31 km Hamar – Rudshøgda: 30 km Rudshøgda – Lillehammer: 37 km Lillehammer – Skåe i Øyer: 25 km
‘Die rugzak is te zwaar...’ Hoeveel pelgrims zouden dat al niet hebben gezucht? Wie in Oslo begint aan de Olavsvegen, zal die zucht
Skåe i Øyer – Fåvang: 31 km Fåvang – Sør-Fron: 28 km Sør-Fron – Kvam: 21 km Kvam – Otta: 22 km Otta – Vollheim: 25 km Vollheim – Dombås: 28 km Dombås – Hjerkinn: 24 km Hjerkinn – Oppdal: 24 km Oppdal – Rennebu: 29 km Rennebu – Tverdal: 28 km Tverdal – Løkken Verk: 24 km Løkken Verk – Skaun: 28 km Skaun – Trondheim: 27 km
vaak horen. Vooral onervaren pelgrims moeten zeker rekening houden met de raad om niet te veel bagage mee te nemen. Opdat zo-
18
wel beginnelingen als routiniers de tocht zo goed mogelijk verteren en volhouden, hebben de Noren in het kleine kerkje naast de kathe-
schillende stukken en die dan in twee of drie vakanties afleggen. Want het volledige traject van 32 etappes vergt ten minste een maand – op voorwaarde dat u goed getraind bent. De Gudbrandsdalsweg was in de middeleeuwen immers de hoofdverkeersader naar Nidaros en destijds ook de langste spirituele weg van Noorwegen. Hij vertrekt vrij onopvallend in het centrum van Oslo. Tijdens de eerste dag van de pelgrimsreis zult u in de wirwar van de drukke hoofdstad vooral bezig zijn met het zoeken van de juiste route.
draal van Oslo een pelgrimscentrum geopend. Daar krijgen pelgrims nuttige tips of routebeschrijvingen mee voordat ze aan hun spirituele tocht beginnen. Want zo’n tocht wordt het zeker: bijna niemand is innerlijk nog dezelfde wanneer hij of zij na
vele honderden kilometers in Trondheim aankomt. Fanatieke pelgrims leggen het traject in één keer af, maar niet iedereen heeft voldoende vakantie en tijd voor zo’n avontuur. Daarom zijn er ook pelgrims die de weg opdelen in ver-
19
Zacht glooiende hellingen kenmerken het Gudbrandsdal, een van de highlights op de route (boven). In het eenzame Dovregebergte volgt de pelgrimsroute de stenen markeringen (links en linkerpagina).
Noord- en West-Europa
Wellicht voelen heel wat pelgrims zich een vreemde eend in de bijt tussen al die auto’s, bussen en vrachtwagens en het verkeerslawaai. In alle drukte is het misschien moeilijk te geloven, maar toch wachten de pelgrim buiten de stad tal van eenzame en ongerepte plekken in de natuur. In de Oslose wijk Gamlebyen moet de pelgrim beslissen of hij naar rechts of naar links gaat. Het Mjøsameer, het grootste binnenmeer van Noorwegen, zadelt de pelgrim al meteen met een dilemma op, want daar splitst het pelgrims pad zich. Er zijn twee manieren om het meer te ronden: langs de westelijke kant loopt u dicht bij het water, langs de oostelijke kant trekt u door mooie dorpjes en heuvelachtig gebied. Het hoogtepunt van de tweede weg zijn de middeleeuwse kerkruïnes bij Domkirkeodden. Wie toch een blik wil werpen op de westelijke oever, kan de oversteek maken met de raderboot Skibladner, wat echter alleen mogelijk is in de zomer. Welke oever u ook kiest, beide wegen komen in Lillehammer uiteindelijk weer samen. Vanaf daar voert het traject door een landschap dat recht uit een prentenboek lijkt te komen. In het Gudbrandsdal wordt de route gekenmerkt door kleine bergdorpjes, dichte bossen en eenzame boerderijen. Zeker voor wie alleen op stap is, kan de stilte zwaar wegen en klinken de gedachten die door het hoofd spoken des te luider. Aan de rand van de weg zijn Vikinggraven, ruïnes van oude gebouwen en kerken te zien. Vermeldenswaardig is vooral de staafkerk Ringebu uit 1220, een van de grootste staafkerken van Noorwegen. Vooral tussen Fåvang en Rennebu vergt het steile traject, dat maar liefst 1700 hoogtemeters telt, een forse inspanning van de wandelaar. Daarom moet u voldoende tijd uittrekken voor dit stuk. Hier duikt de natuurliefhebber overigens het Noorse rijk der sagen in. Kijk vooral uit naar de trollen: op de Dovrefjell zou namelijk trollenkoning Dovregubben wonen. Om hem gunstig te stemmen, bouwen wande-
laars torentjes van losliggende stenen, uit eerbied voor de koning als het ware. Wie zijn weg zonder huldeblijk voortzet, riskeert volgens de sage door de trollenkoning te worden bekogeld met rotsblokken. Wie geen trollen ziet, zal wel rendieren of elanden kunnen spotten, of toch in elk geval hun sporen of uitwerpselen aantreffen. De dieren komen immers voor in deze streek, waar ook nog bruine beren zouden leven. De bossen worden lichter en minder dicht, berken zorgen met hun zwart-witte stam voor een typisch schaduwspel. Drassige weiden en moerassen typeren het landschap, waar her en der avontuur wacht op de pelgrim: zo helpt de veerman u de rivier de Gaula over te steken in een houten bootje. Vervolgens bent u bijna aanbeland bij de laatste etappe en dat merkt u meteen aan de vele pelgrims. De kathedraal van Trondheim met haar torens vormt de eindbestemming van de pelgrimsreis. Na zovele uren in de natuur lijkt het godshuis, waar koningen werden gekroond en dat niet ten onrechte de bijnaam ‘het hart van Noorwegen’ kreeg, nog veel grootser. En dat geldt ook voor het luisterrijke interieur van de kathedraal. De Nidaroskathedraal stamt uit 1152 en is het nationale heiligdom van Noorwegen. Ze vormt tevens de bekroning van een lange pelgrimstocht waarbij het bereiken van de eindbestemming minder belangrijk is dan de zoektocht naar zichzelf.
Rechtsboven: het 365 km² grote Mjøsameer is het grootste meer van Noorwegen. Midden: de toendra in de herfst. Onder: de donkerrode poorten op de brug Gamle Bybro in Trondheim wedijveren met de kleurrijke pakhuizen links en rechts ervan.
20
Noord- en West-Europa
Koning Olav I Tryggvason
Raderboot Skibladner
In de tijd dat de Vikingen de kusten van Europa onveilig maakten, zag koningszoon Olav het levenslicht. Hij werd in 995 geboren aan de Oslofjord en toen hij amper twaalf jaar was, ging hij met piraten op tocht. Hij brandschatte en overviel kuststeden. Hij was er onder meer bij toen de London Bridge werd platgebrand. Olav bracht enkele maanden in Normandië door, waar hij zich tot het christendom bekeerde. Bij zijn terugkeer slaagde hij erin om het tot dan toe in kleine gebieden opgesplitste koninkrijk te verenigen tot één christelijk rijk met zichzelf aan het hoofd. Hij liet kerken bouwen en voerde de doop in. Olav had echter heel wat tegenstanders en moest vijftien jaar later het land ontvluchten. Toen hij na twee jaar ballingschap in Kiev naar zijn vaderland terugkeerde, eindigde zijn reis bij de Slag bij Stiklestad. Aan Olav werden tal van wonderen toegedicht, zodat hij heilig werd verklaard.
Hij spettert en spat. Regelmatig kletst een grote hoop water naar beneden. Telkens opnieuw. Het geluid is typisch voor een raderstoomboot en vergezelt de wandelaars die besloten hebben het reusachtige Mjøsameer niet te ronden, maar over te steken. Een goede keuze, want zo komen ze aan boord van de oudste nog operationele raderstoomboot ter wereld. De Skibladner is een beschermd monument en werd in 1856 ter plekke geassembleerd. Zijn leeftijd van meer dan 160 jaar belet hem niet om in de zomer het lijnverkeer tussen Lillehammer en Eidsvoll te garanderen. De eerbiedwaardige boot met zijn historische stoommotor haalt nog 12 knopen of een snelheid van ongeveer 22 kilometer per uur. Hij heeft twee dagen nodig om het meer over te steken. De naam van de boot verwijst naar het schip Skíðblaðnir van de god Freyr uit de noordse mythologie.
De Skibladner vaart van eind juni tot half augustus. Tot voor kort diende het schip het hele jaar door als transportmiddel en verkortte zo de reistijd van Oslo naar Lillehammer en verder naar het Gudbrandsdal.
Een christelijk leger onder aanvoering van Olav streed in 1030 tegen een leger van heidense stamvorsten. De later heilig verklaarde Olav sneuvelde in de Slag bij Stiklestad.
21
Noord- en West-Europa
Ierland Croagh Patrick: in het spoor van de heilige Patricius Op de Ierse heilige berg zou Saint Patrick gemediteerd hebben. Tegenwoordig voert een pelgrimsroute naar de top van de berg aan de westkust van het land.
INFORMATIE OVER DE ROUTE Afstand: circa 36 km Duur: 3 tot 4 dagen Etappes:
Ballintubber/Ballintubber Abbey – Aghagower: 16,4 km Aghagower – Murrisk: 15,7 km Murrisk – Croagh Patrick: 3,6 km
Hij lijkt wel door een mensenhand geschapen, zo effen en harmonisch: de Croagh Patrick rijst als een kegel op uit het landschap. Door zijn gelijkmatigheid ziet de berg er al van ver zo verheven uit dat hij onmiddellijk alle blikken naar zich toe trekt. Geen wonder dus dat ook de heilige Patricius, de beschermheilige van het eiland, zich aangetrokken voelde tot
de magische berg, die hij in 441 ontdekte. Patricius zou veertig dagen lang zonder eten en drinken op de berg gemediteerd en gebeden hebben – een beetje zoals Boeddha dus. Hij weerstond tal van bekoringen, leverde een innerlijke strijd tegen zijn demonen en bereikte uiteindelijk verlichting. Over alle religieuze verschillen heen vertonen heiligenverhalen vaak zeer gelijkaardige elementen. Gelouterd bouwde een wedergeboren Patricius een kleine kapel op de top van de berg en keerde naar de beschaving terug om mensen te helpen en het christendom te verspreiden. Ierland en de heilige Patricius zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar wie is eigenlijk deze heilige, ter ere van wie op 17 maart zelfs Amerikanen van Ierse afkomst rivieren groen kleuren en groene klaverbladeren op hun gezicht schilderen? Saint Patrick groeide op in een Romeins gezin in Brittannië, maar werd op zestienjarige leeftijd ontvoerd en als slaaf naar Ierland ge-
24
bracht. Daar leerde hij de Ierse taal en bestudeerde de gewoonten en gebruiken van de mensen van zijn nieuwe thuisland. Toen hij 22 jaar was, slaagde hij erin te vluchten naar Gallië. Daar studeerde hij theologie en werd monnik, maar de Ierse cultuur had intussen al lang een plaatsje in zijn hart veroverd. Zo kwam het dat hij vrijwillig naar Ierland terugkeerde om er als zendeling te werken en te prediken. Hij stichtte scholen en kloosters en verkondigde het evangelie. Van cruciaal belang is de legende over de heilige berg Croagh Patrick, waar de geestelijke zich aan een grondige spirituele reiniging zou hebben onderworpen. Boven op de berg zou hij een klok hebben geluid, waardoor alle slangen van het eiland werden verdreven. Of er in Ierland ooit slangen leefden, wordt nog steeds betwist. Tijdens de optochten naar aanleiding van St. Patrick’s Day beelden de feestvierders deze gebeurtenissen uit en laten ze symbolisch de
Noord- en West-Europa
slangen dansen. Strenggelovigen daarentegen huldigen de heilige door de pelgrimsroute ‘Tochár Phadraig’ af te leggen. Wie de bedevaart zeer ernstig neemt, laat zich niet afschrikken door lichamelijke pijn en beklimt de heilige berg op zijn knieën of blootvoets om van alle zonden te worden bevrijd. Maar zo ver willen de meeste pelgrims niet gaan. Ze trekken wandelschoenen aan – bij voorkeur waterdichte. Want in amper één uur tijd komen in Ierland soms drie seizoenen voor. U krijgt er wel prachtige regenbogen voor in ruil. De weg in het spoor van de heilige Patrick volgt een eeuwenoude route door het graafschap Mayo. Deze route werd vroeger gebruikt door paardenkoetsen en verbond de dorpen rondom de berg met de koninklijke residentie Connacht. Misschien was deze verbinding ook een van de redenen waarom de Ierse koning Cathal O’Conor in de 13de eeuw Ballintubber Abbey liet bouwen, de absolute blikvanger tijdens de eerste dag van de pelgrimsreis. Ballintubber is de enige overgebleven abdij die door een Ierse koning werd gesticht. Veel kerken vielen ten prooi aan de veroveringstochten van de Engelsen, maar Ballintubber doorstond de Engelse aanvallen. In de kerk bleef men altijd erediensten houden. Een tijdlang had het godshuis geen dak en sneeuwde het binnen, maar de gelovigen bleven de kerk trouw en hielden vol. Ook nu nog zingen en bidden de Ieren in deze kerk. Sommige vieringen lokken zelfs prominente bezoekers: hier zijn onder meer Pierce Brosnan en de popzangers Shane Filan en Michael Patrick Kelly getrouwd. De aan de voet van de Partrybergen gelegen kerk biedt vooral in het voorjaar een wondermooi decor. De naam van het plaatsje Ballin tubber is afgeleid van het Ierse ‘Baile an Tobair’, wat zoveel betekent als ‘dorp van de bron’. Boven: grazende schapen voor de Clew Bay aan de voet van de Croagh Patrick. Midden: pelgrims op bedevaart. Onder: de Croagh Patrick bij zonsondergang
25
Noord- en West-Europa
Ballintubber Abbey
‘The Abbey that refused to die’ (de abdij die niet wilde sterven), zo luidt de strijdvaardige bijnaam van dit godshuis. Het is inderdaad de enige nietverwoeste kerk van Ierland die nog in opdracht van een Ierse koning werd gebouwd. In de 17de eeuw slaagden de troepen van Oliver Cromwell er alleen in de bijgebouwen in de as te leggen, terwijl de abdij zelf als door een wonder aan de brand ontsnapte. In 2016 vierde Ballin tubber Abbey al haar achthonderdste verjaardag. En niet alleen daarom is de kerk een belangrijke plek voor de Ieren: vlakbij bevindt zich de St. Patrick’s Well. Voor deze bron ligt een steen waarop naar men beweert de knieafdruk van de heilige Patricius te zien zou zijn. Tijdens de Goede Week kunt u hier de door amateurtoneelspelers opgevoerde passiespelen bijwonen die al sinds 1982 plaatsvinden en waar bezoekers uit heel Ierland op afkomen.
De Ballintubber Abbey bestaat al meer dan achthonderd jaar. De abdij is een bijzonder spirituele plek. Nog elke dag wordt hier de Heilige Mis opgedragen.
26
Noord- en West-Europa
Deze bron is uiteraard gewijd aan de heilige Patrick, want hij zou in deze bron de Ieren tot christen hebben gedoopt. Volgens de legende zijn in een steen dicht bij de bron nog steeds de afdrukken van de knie van de heilige Patricius te zien, omdat hij zo vaak in de buurt van de bron neergeknield zat. In de tuin van de kerk zijn de ruïnes en een wasbak stille getuigen van de pelgrimsherberg die zich hier lang geleden bevond. Voor u aan de wandeltocht begint, kunt u nog even langs een kruisweg met prachtige Ierse stenen kruisen wandelen. Het startpunt van de bedevaart is een ietwat macabere plek. De bedevaart begint immers bij een begraafplaats waar zich het graf van de moordenaar van een priester bevindt. Bij de volgende moordpoging op een priester stierf de moordenaar echter zelf. In plaats van met zijn hoofd naar het oosten, zoals destijds gebruikelijk was, werd hij begraven met zijn hoofd naar het noorden. Er groeit nu een imposante es op het graf dat de wortels van de boom in tweeën splijt. Het pelgrimspad kronkelt langs weiden door het zacht golvende landschap. Zoals overal in Ierland zorgen de schapen ook hier graag voor gezelschap; soms ziet u ze in de verte grazen, soms kruisen ze uw pad. Na een tijdje zal het u al wel opgevallen zijn dat aan de rand van de weg overal stenen straattegels liggen. Het zijn zogeheten ‘Cloch Phádraig’: restanten van oude straten die naar de heilige berg voerden. De wegen zijn intussen veranderd en de pelgrim geniet op zijn pad van het eenzame en uitgestrekte landschap. Het tweede stuk van het traject is ongeveer 16 kilometer lang en begint in Aghagower. Dit kleine plaatsje ontstond rond een oud klooster dat Patricius zou hebben gesticht. Al van ver is een ronde toren uit de 10de eeuw zichtbaar. Hij diende enerzijds als oriëntatiepunt voor de pelgrims en anderzijds als schuiloord en uitkijkplaats in geval van vijandelijke aanvallen. De toren, die schilderachtig boven het oude klooster oprijst, is een mooie plek om even
te verpozen. Wie wat aandachtiger rondkijkt op het terrein, ziet ook enkele oude kommen die lang geleden als wastafel voor de pelgrims zouden hebben gediend. Wie voorbij de helft van het traject wil overnachten, moet nu een ommetje maken langs Westport, waar zich de eerstvolgende hotels en pensions bevinden. Tijdens de tweede etappe krijgt u voortdurend mooie uitzichten op de heilige berg voorgeschoteld, want het vlakke landschap biedt heel wat vergezichten. Hoe langer u loopt, des te vaker het lijkt alsof de Croagh Patrick vlakbij is. Maar deze nabijheid is misleidend: er is immers nog een dagetappe te gaan. Overal liggen hoopjes stenen verspreid, maar een van die stenen is heel bijzonder: de grote, platte Boheh Stone. De steen is versierd met slakken- en zonnesymbolen die typisch zijn voor de oudheid en aan graffiti doen denken. Hij markeert een plek waarop in april en augustus een uniek natuurschouwspel te bewonderen valt: dan lijkt het alsof de ondergaande zon van de berg naar beneden rolt. Al gauw nadert het pelgrimspad de flanken van de heilige berg. Zelfs al ziet de berg er helemaal niet zo steil uit, de beklimming is best pittig en kan makkelijk 4 uur in beslag nemen. Houd hier zeker rekening mee. De beklimming gebeurt altijd via Murrisk Abbey. De ruïnes van het klooster ademen een aangename sfeer uit waar u als pelgrim nog wat extra kracht uit put. Het klooster dateert uit de 15de eeuw en werd gesticht als augustijnenabdij. Hoewel het dak is ingestort en op de voorgevel na amper iets is overgebleven, is het een bijzondere plek. Wie het oostelijke venster bekijkt, krijgt al gauw een idee van de oorspronkelijke pracht van het klooster.
De Croagh Patrick (boven) is uw metgezel tijdens de deze pelgrimstocht. Ook van achter de augustijnenabdij Murrisk Abbey rijst de berg omhoog (onder).
27
Noord- en West-Europa
Schotland, Engeland St. Cuthbert’s Way Langs deze route worden de pelgrims beloond met de harmonische heuvels van het Schotse landschap en wacht hun een overweldigende bekroning van de reis op Holy Island. De St. Cuthbert’s Way wordt een onvergetelijke ervaring.
INFORMATIE OVER DE ROUTE
Afstand: circa 100 km Duur: 6 tot 8 dagen Hoogtemeters: 2075 meter omhoog Etappes: Melrose – St. Boswells: 10 km St. Boswells – Jedburgh: 16 km Jedburgh – Morebattle: 18 km Morebattle – Kirk Yetholm: 10 km Kirk Yetholm – Wooler: 23 km Wooler – Fenwick: 18 km Fenwick – Lindisfarne: 10 km
Niet alleen de mate van bezinning maar ook de schoonheid van een route bepaalt het succes van een pelgrimsreis. Wat dat betreft, komt de St. Cuthbert’s Way niets tekort. Aangezien
het traject door het spectaculaire Schotse achterland voert, hoeft u dit echter niet te verbazen. De route loopt langs verlaten abdijen, indrukwekkende burchtruïnes, en aan het eind
32
wacht de zee. De spirituele achtergrond van deze pelgrimsroute gaat terug op de Northumbrische monnik en bisschop van Lindisfarne: de heilige Cuthbertus, naar wie deze route werd vernoemd. Om deze man, die in 635 in het Schotse Dunbar werd geboren, zijn talrijke legendes geweven. Zo zou een engel zijn verlamde heup hebben genezen. Door zijn gebeden zou Cuthbertus ook stormen hebben getemperd om monniken te redden die op zee in moeilijkheden waren geraakt. Hij zou spirituele verlichting hebben bereikt, toen hij zag hoe de ziel van bisschop en missionaris Aidan van Lindisfarne na diens dood door engelen naar de hemel werd overgebracht. Na deze gebeurtenis, die uiteraard in figuurlijke zin moet worden opgevat, wijdde Cuthbertus zijn leven aan de godsdienst. In het benedictijnenklooster van Melrose voedden Ierse monniken de lichamelijk sterke, maar van karakter erg zachtaardige, jonge man op.
Later werd hij prior van Melrose, maar hij trok zich in 676 terug op een van de onbewoonde Farne-eilanden, waar hij een hermitage bouwde. Een opmerkelijk detail: Cuthbertus ontwierp in Lindisfarne wellicht de allereerste natuurbeschermingswet in de geschiedenis van de mensheid. Aangezien steeds meer pelgrims naar het eiland trokken, vaardigde hij regels uit om de aldaar broedende eenden en zeevogels te beschermen. In 684 werd hij ten slotte tot bisschop van Hexham en later ook van Lindisfarne gewijd. Toen hij drie jaar later naar de Farne-eilanden terugkeerde, stierf hij kort na zijn aankomst door verzwakking en zweren op zijn voeten. Bij zijn graf zouden sindsdien talrijke genezingen hebben plaatsgevonden. Het startpunt van de wandel- en pelgrimsroute ter nagedachtenis van de heilige Cuthbertus bevindt zich bij Melrose Abbey, waar hij zijn reli gieuze activiteit begon. De route eindigt op Holy Island, bij de plek van zijn eerste graf. Hoewel zijn leven en werk en ook de legendes al zeer
lang bekend waren, ontstond de pelgrimsroute pas in 1996. Inmiddels geniet de route grote populariteit, maar ze lokt bij lange na niet de grote mensenmassa’s zoals de route naar Santiago de Compostela. Per jaar zouden zowat 2500 pelgrims het 100 kilometer lange traject naar Lindisfarne afleggen. Hoewel de richting van de route niet vaststaat, bewandelen de meeste pelgrims het pad van west naar oost. De meeste mensen lopen nu eenmaal liever in de richting van de zee dan van de zee weg. Het bezoek aan Melrose Abbey neemt heel wat tijd in beslag. Daarom is het geen slecht idee om reeds voor u aan de pelgrimsroute begint een overnachting te plannen in Melrose. Al te veel mag u er niet van verwachten, maar de oude marktstad is best wel mooi. Tal van kleine winkeltjes omzomen de straten van het stadje en typisch Schotse pubs zijn er eveneens te vinden. Vlak na de start is de weg relatief vlak, maar hij loopt al gauw steil omhoog naar de imposan-
33
te Eildon Hills. Het landschap is er diepgroen en vanaf de heuvels kunt u genieten van het sprookjesachtige uitzicht. De St. Cuthbert’s Way is weliswaar niet zo zwaar, maar tijdens de volledige route overbrugt u toch algauw een hoogteverschil van 2000 meter. De eerste etappe heeft al menig pelgrim doen twijfelen aan zijn fysieke conditie. Het komt er echter op aan de uitdaging aan te gaan, want een pelgrimsreis dient ook om twijfels te overwinnen. Als het echt niet meer gaat, moet u zichzelf echter ontzien en kunt u de eerste etappe eventueel reeds beëindigen in Newtown St. Boswells in plaats van door te lopen tot in Jedburgh. Het hangt natuurlijk ook af van de beschikbare tijd.
Linkerpagina: glasschilderkunst in de St. Cuthbert’s Chapel op Inner Farne Island. Boven: The Journey, een houten sculptuur van Fenwick Lawson in de kerk Saint Mary the Virgin, Holy Island
Fotoverantwoording C = Corbis, G = Getty, M = Mauritius Cover vooraan: alxpin/iStock, OlgaMiltsova/iStock, garethkirklandphotogrphy/iStock; cover rug: MaxMaximovPhotography/Shutterstock; cover achteraan: bluejayphoto/iStock, traveler1116/iStock P. 2–3 G/Genaro Diaz Melendrez, P. 4–5 G/Bluejayphoto, P. 6–7 C/ Ken Kaminesky, P. 8–9 G/Dieter Meyrl, P. 10–11 M/Alamy, P. 12–13 M/Alamy, P. 15 G/Roberto Nencini, P. 16 G/Gareth Kirkland, P. 18 G/ Olga Miltsova, P. 19 Look/Per-Andre Hoffmann, P. 19 G/Olga Miltsova, P. 20–21 G/Paul Oomen, P. 20–21 Look/Frank van Groen, P. 20–21 G/Anna A. Krømcke, P. 21 G/Roberto A. Sanchez, P. 21 M/ Alamy, P. 22 C/Gavin Hellier, P. 22 C/Doug Pearson, P. 22 M/Alessandra Sarti, P. 23 M/Alamy, P. 25 G/Geraint Warlow, P. 25 M/Alamy, P. 25 G/Slow Images, P. 26 G/Eye Ubiquitous, P. 26–27 G/Robert Riddell, P. 26–27 M/Alamy, P. 28 G/Eye Ubiquitous, P. 28 G/Eye Ubiquitous, P. 29 G/Clodagh Kilcoyne, P. 29 G/Jim Cole, P. 30 G/Kriangkrai Thitimakorn, P. 30 G/Eye Ubiquitous, P. 31 M/Alamy, P. 32 G/ Kalulu, P. 33 M/Alamy, P. 34 M/Günter Grüner, P. 34 G/Michael Luhrenberg, P. 35 M/Alamy, P. 35 M/Markus Keller, P. 36 M/Alamy, P. 36–37 M/Alamy, P. 36–37 G/Joe Daniel Price, P. 38 G/Blackbeck, P. 38 M/Funkystock, P. 39 M/Alamy, P. 40 G/Andrea Pucci, P. 41 M/ Steve Vidler, P. 42 G/John Freeman, P. 42 Look/age, P. 42 G/Ivan Vdovin, P. 43 G/Daniela White, P. 44 M/Alamy, P. 45 M/United Archives, P. 45 M/Alamy, P. 45 M/Jaime Abecasis, P. 46 M/Egon Bömsch, P. 46 M/Martin Dr. Schulte–Kellinghaus, P. 47 M/Alamy, P. 49 G/Jonas Weinitschke, P. 49 G/Fredy Jeanrenaud, P. 49 H. & D. Zielske, P. 50 G/Frans Sellies, P. 50 M/Alamy, P. 50–51 M/Udo Bernhart, P. 50–51 M/ImageBroker, P. 52 M/Alamy, P. 53 M/Westend61, P. 53 M/Heinz–Dieter Falkenstein, P. 54 M/Alamy, P. 54 M/Alamy, P. 55 M/ Alamy, P. 57 G/David Bertho, P. 57 G/Mathieu Rivrin, P. 57 G/Benkrut, P. 58 Look/Photononstop, P. 58–59 M/Rene Mattes, P. 58–59 G/Da Liu, P. 59 M/Stephane Gautier, P. 60–61 M/Alamy, P. 60–61 G/ bbsferrari, P. 60–61 G/Mathieu Rivrin, P. 61 G/Mathieu Rivrin, P. 61 M/Alamy, P. 62 Look/Brigitte Merz, P. 65 M/Alamy, P. 65 M/Martin Dr.Schulte–Kellinghaus, P. 66 M/Alamy, P. 66 Look/Saga Photo, P. 66–67 M/Yves Talen sac, P. 67 M/Alamy, P. 67 Look/Saga Photo, P. 68 M/Bruno Barbier, P. 68–69 M/Alamy, P. 69 Look/Brigitte Merz, P. 69 M/Alamy, P. 69 Look/age, P. 70 M/Alamy, P. 71 M/Alamy, P. 73 G/JSSIII, P. 73 G/Shaoyang Zhou, P. 73 Look/age, P. 73 G/Gehringj, P. 74 M/Alamy, P. 74 M/Christophe Boisvieux, P. 74–75 M/Alamy, P. 75 G/Alf Tapperoa, P. 75 M/Photononstop, P. 76 G/Yann Guichaoua, P. 76 M/Alamy, P. 76 M/Alamy, P. 76–77 M/Chris tian Guy, P. 77 G/Thomas Roess, P. 78 M/Alamy, P. 78 G/Samael334, P. 78 M/ Alamy, P. 81 G/Sylvain Sonnet, P. 81 Look/Juergen Richter, P. 82–83 G/Louis-Michel Desert, P. 82–83 M/Alamy, P. 83 G/John Elk III, P. 84 M/Alamy, P. 84 Look/Saga Photo, P. 85 Look/Saga Photo, P. 85 M/ Arnaud Spani, P. 86 M/Alamy, P. 86 Look/Juergen Richter, P. 87 M/ Pierre Jacques, P. 88–89 G/Guenter Graefenhain, P. 90 M/Alexander Voss, P. 91 H. & D. Zielske, P. 92 Look/Olaf Bathke, P. 92–93 M/Klaus Neuner, P. 92–93 M/Klaus Neuner, P. 93 H. & D. Zielske, P. 94 M/ Alamy, P. 94 Look/Sabine Lubenow, P. 94 M/Siegfried Kuttig, P. 95 Look/Arnt Haug, P. 96 M/Alamy, P. 96 M/Justus de Cuveland, P. 96 M/Fritz Mader, P. 97 Look/Heinz Wohner, P. 98 M/Rainer Mirau, P. 99 Look/Sabine Lubenow, P. 99 Look/Ulf Büttcher, P. 99 Look/Thomas
Grundner, P. 100 Look/Olaf Meinhardt, P. 100–101 Look/Thomas Grundner, P. 100–101 M/Torsten Krüger, P. 101 M/Christian Bäck, P. 102–103 Look/Olaf Meinhardt, P. 102–103 Look/Thomas Grundner, P. 102–103 M/Hans Zaglitsch, P. 103 H. & D. Zielske, P. 103 M/ Thomas Born, P. 104 M/Travel Collection, P. 105 M/Robert Harding, P. 105 M/Lothar Steiner, P. 107 Look/Heinz Wohner, P. 107 H. & D. Zielske, P. 107 Look/Thomas Rötting, P. 108 H. & D. Zielske, P. 108 Look/Heinz Wohner, P. 109 M/Alamy, P. 109 C/Sabine Lubenow, P. 110 M/Alamy, P. 110 Look/Thomas Rötting, P. 111 G/Rainer Mirau, P. 111 M/Lothar Steiner, P. 112 Touristinfo Sternberg, P. 112 M/Frank Röder, P. 113 Touristinfo Sternberg, P. 115 G/Aleh Varanishcha, P. 116 M/Alamy, P. 116 M/Alamy, P. 116–117 G/Antanas Minkevicius, P. 116–117 M/NPL, P. 118 G/Belikart, P. 118 G/Belikart, P. 119 M/ Günter Lenz, P. 119 Look/age, P. 120 Look/Thomas Stankiewicz, P. 120 G/Gavin Hellier, P. 120 M/Westend 61, P. 120 G/Alexander Spatari, P. 121 M/Alamy, P. 122 G/Holgs, P. 123 Look/age, P. 123 M/ Alamy, P. 123 M/Alamy, P. 124 M/Till Beck, P. 124 M/Torsten Becker, P. 125 H & D Zielske, P. 126 M/Alamy, P. 126–127 M/Christian Suhrbier, P. 126–127 M/Hans P. Szyszka, P. 127 H. & D. Zielske, P. 128 Look/Roetting/Pollex, P. 129 Look/Tobias Richter, P. 131 M/Hans P. Szyszka, P. 131 M/Hans P. Szyszka, P. 132 M/Novarc, P. 132–133 M/Novarc, P. 132–133 M/Alamy, P. 132–133 Look/Heinz Wohner, P. 133 Look/Heinz Wohner, P. 134 M/Hans P. Szyszka, P. 134 M/ Hans P. Szyszka, P. 134 M/Hans P. Szyszka, P. 135 Look/Holger Leue, P. 135 Look/Holger Leue, P. 135 M/Novarc, P. 136 M/ImageBroker, P. 136 M/ImageBroker, P. 136 M/ImageBroker, P. 139 H. & D. Zielske, P. 140 H. & D. Zielske, P. 140 Look/Sabine Lube now, P. 141 M/Alamy, P. 141 G/Rene De Bot, P. 142–143 Laif/Jan-Peter Boening, P. 142–143 H. & D. Zielske, P. 143 Laif/Jan-Peter Boening, P. 144 M/ ImageBroker, P. 144 G/George Pachantouris, P. 145 M/Alamy, P. 147 M/P. Widmann, P. 147 M/Manfred Bail, P. 147 G/Achim Thomae, P. 148 M/Helmut Meyer zur Capellen, P. 148–149 G/Michael Krutzenbichler, P. 149 M/Peter Lehner, P. 150 Look/Florian Werner, P. 150– 151 M/Martin Moxter, P. 150–151 M/Martin Moxter, P. 151 Look/Jan Greune, P. 152 H. & D. Zielske, P. 152 Look/Florian Werner, P. 153 Look/Don Fuchs, P. 154 Look/Arthur F. Selbach, P. 154 Look/Arthur F. Selbach, P. 154 G/Davide Seddio, P. 155 Look/Andreas Straufl, P. 157 M/Sebastian Beck, P. 157 C/Harald Nachtmann, P. 158 Look/ Don Fuchs, P. 158 M/Siepmann, P. 158–159 M/Pure.Passion.Photography, P. 159 M/Martin Siepmann, P. 159 Look/Don Fuchs, P. 160 M/Martin Siepmann, P. 160–161 M/Westend61, P. 160–161 G/Westend61, P. 161 M/Alamy, P. 162 G/Westend61, P. 162 M/Wolfgang Weinhäupl, P. 163 M/Alamy, P. 165 M/Alamy, P. 165 M/Alamy, P. 165 M/Alamy, P. 166 M/Foodcollec tion, P. 166–167 M/Josef Puchinger, P. 166–167 M/Alamy, P. 168 M/Martin Siepmann, P. 168–169 Look/ age, P. 168–169 M/Rainer Mirau, P. 168–169 G/Panoramic Images, P. 169 Look/age, P. 169 M/Martin Siep mann, P. 170 Look/Travel Collection, P. 170 M/Alfred Schauhuber, P. 170 M/Alamy, P. 171 M/Rainer Mirau, P. 173 M/ImageBroker, P. 173 M/Gerhard Wild, P. 174 M/ ImageBroker, P. 174 M/Edwin Stranner, P. 174 G/West end61, P. 175 M/ImageBroker, P. 175 M/Alamy, P. 175 M/Alamy, P. 176 M/Edwin Stranner, P. 176 M/Martin Siepmann, P. 176–177 M/ImageBroker, P. 176–177 M/Rainer Mirau, P. 177 M/Günter Lenz, P. 178 M/Alamy, P. 181 M/Alamy, P. 182 G/Mirza Cosic, P. 182–183 G/Markus Keller, P. 182–183 M/Prisma, P. 183 M/Alamy, P. 184 M/Alamy, P. 184 M/ Alamy, P. 185 M/Image-Broker, P. 185 M/ImageBroker, P. 186 M/Pe-
ter Roland Schreyer, P. 186 M/Westend61, P. 187 M/Renato Bordoni, P. 187 M/John Warburton-Lee, P. 188–189 G/Domingo Leiva, P. 191 G/Claudioas Cantu, P. 191 G/Claudioas Cantu, P. 192 G/Olivier Leclercq, P. 192 M/Alamy, P. 192 G/Chris Clor, P. 192 G/Walter Bibikow, P. 193 M/Alamy, P. 194 Look/Thomas Stankiewicz, P. 194 G/Rudy Balasko, P. 194 G/Bogdan Lazar, P. 195 M/Alamy, P. 195 G/Ryszard Stelmachowicz, P. 196 G/ Raymond Bradshaw, P. 196 G/Allan Baxter, P. 196–197 G/Andrea Belussi, P. 196–197 Look/Juergen Richter, P. 196–197 Look/ Tobias Richter, P. 197 G/Andrea Pistolesi, P. 199 G/Claudioas Cantu, P. 200 G/Andreus K, P. 201 M/Alamy, P. 201 Look/Thomas Stankiewicz, P. 201 M/Alamy, P. 201 M/Javier Larrea, P. 202 G/Stefano Politi Markovina, P. 202 Look/age, P. 202 G/Pit Greenwood, P. 202 G/JTPalacio, P. 203 G/Marco Brivio, P. 203 Look/Thomas Stankiewicz, P. 204 G/J2R, P. 204 M/Alamy, P. 204 Look/age, P. 205 M/Alamy, P. 205 M/María Galán, P. 205 M/Alamy, P. 206 G/Iñigo Fdz de Pinedo, P. 206 M/Juan Carlos Muòoz, P. 207 G/Iñigo Fdz de Pinedo, P. 207 M/Alamy, P. 208 G/Japatino, P. 208 G/Japatino, P. 208 G/Miguel Riopa, P. 209 M/Alamy, P. 209 M/Alamy, P. 211 G/Martin Zalba, P. 212 Look/age, P. 212 M/age, P. 213 Look/Juergen Richter, P. 213 Look/age, P. 213 G/Inakilarrea, P. 214 Look/Juergen Richter, P. 214 M/age, P. 215 Look/Juergen Richter, P. 215 M/Alamy, P. 216 G/Herve Hughes, P. 216 G/Salvator Barki, P. 216 M/age, P. 216 Look/Juergen Richter, P. 218 Look/Juergen Richter, P. 219 M/Ken Welsh, P. 219 M/Alamy, P. 220 Look/Brigitte Merz, P. 220 Look/Juergen Richter, P. 220 Look/Brigitte Merz, P. 220 M/Alamy, P. 221 M/age, P. 221 Look/age, P. 222 G/Domingo Leiva, P. 222 Look/Juergen Richter, P. 223 M/age, P. 225 G/Lux Blue, P. 225 M/Alamy, P. 226 C/Sylvain Sonnet, P. 226 M/Alamy, P. 226 G/ Martin Jung, P. 226 M/Lucas Vallecillos, P. 226 M/Michael Harker, P. 227 M/Alamy, P. 227 M/Alamy, P. 227 M/Juan Carlos Muòoz, P. 228 G/Rudolf Ernst, P. 228 G/Gonzalo Azumendi, P. 228 G/Carlos Sanchez Pereyra, P. 229 G/Peter Unger, P. 229 G/Gon zalo Azumendi, P. 229 M/Alamy, P. 229 M/Alamy, P. 230 G/Traveler1116, P. 230 G/Peter Adams, P. 230 M/Alamy, P. 231 M/Alamy, P. 232 M/Alamy, P. 233 Look/age, P. 233 G/Joao Morales, P. 233 Look/Cavan Images, P. 234–235 G/Jekaterina Sahmanova, P. 234–235 C/Tim Graham, P. 235 C/Julianne Eggers, P. 235 Look/Thomas Peter Widmann, P. 236 C/Tibor Bognar, P. 236 M/Aziz Ary Neto, P. 236 G/ Japatino, P. 236 G/Patrik Bergström, P. 237 M/Alamy, P. 239 M/Alamy, P. 239 G/Querbeet, P. 239 M/Alamy, P. 240 M/Alamy, P. 240 M/ Kim Petersen, P. 240 G/Misterbike, P. 241 M/Alamy, P. 241 M/Günter Lenz, P. 241 M/Mauro Flamini, P. 242 G/Guido Cozzi, P. 242 M/Alamy, P. 242–243 M/Alamy, P. 243 G/FMKMKM Photography, P. 243 M/Alamy, P. 244 G/Bluejayphoto, P. 244 M/Alamy, P. 247 M/Alamy, P. 247 G/I just try to tell my emotions and take you around the world, P. 248 G/Roberto Lo Savio, P. 249 Look/age, P. 249 G/Simone Romei, P. 249 G/Claudio Beduschi, P. 250 M/BAO, P. 250 G/Chiara Salvadori, P. 250 M/Alamy, P. 251 M/Alamy, P. 252 M/Alamy, P. 252 M/Renato Bordoni, P. 252 M/Alamy, P. 254 G/Panos Karapanagiotis, P. 255 M/Alamy, P. 255 G/Ioannis Ioannidis, P. 255 M/Alamy, P. 255 M/Alamy, P. 256 M/ImageBroker, P. 256 M/Alamy, P. 256 G/Hdesislava, P. 256 G/Izzet Keribar, P. 257 M/Alamy, P. 257 G/Lefteris, P. 257 G/Zoipapadimitriou, P. 258 G/Giorgos Kritsotakis, P. 258–259 M/ Alamy, P. 259 M/Alamy, P. 259 M/Alamy, P. 259 M/Reynold Mainse, P. 260 M/Alamy, P. 260 M/Walter Bibikow, P. 260 M/Reynold Mainse, P. 261 M/Alamy, P. 261 M/Kreder Katja
Colofon www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactie.toerisme@lannoo.com. Tekst: Gerhard von Kapff, Andrea Lammert, Annika Voigt Vertaling: Stijn Deblauwe Opmaak: Peter De Bock Oorspronkelijke titel: Die schönsten Pilgerrouten Europas
Deze uitgave werd met de meeste zorg samengesteld. De juistheid van de gegevens is mede afhankelijk van informatie die ons werd verstrekt door derden. Indien die informatie onjuistheden bevat, kan Lannoo daarvoor geen aansprakelijkheid aanvaarden.
© Kunth Verlag GmbH & Co. KG, München, 2020 © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 D/2021/45/523 – NUR 512 ISBN 978 94 014 7679 9
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
264