Het geheim van de Schaduwgruw
Thomas Taylor Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders
www.lannoo.com www.de-leukste-kinderboeken.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 ISBN 978 94 014 7642 3 D/2021/45/131 NUR 282/283 Oorspronkelijke titel: Shadowghast Oorspronkelijk gepubliceerd door Walker Books Limited, London SE11 5HJ www.walker.co.uk © Tekst en illustraties: Thomas Taylor, 2021 © Omslagillustratie: George Ermos, 2021 © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 Vertaling: Aleid van Eekelen-Benders Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor Benjy – T.T.
s
De
ru
&
ijn Do
n
Ca
ei
fé
De
Wu
lk
e
ba
a
Bo
Bal
sti
ls
tb
ocht
tje ge
la van
a
un
ik r o n d e
Ca
bl e
Ze
f
es
ch
g ijtingwe
BO
UL
m
st
ee
gje
RD
lw
er
k
n
m eu us ee M Ow
t
A
Bo
N
D
Ka
st
e
VA
el
Viss
e
hu rssc
K
ur
z ie
tje
s
st
r
el
d an
je
S
er
N O WEE
He
i’s va ass hal T ter tijk Dok prak
EV
ui
m
T
al
GR A NA HOTEND UT L IL US
rr
y
d
pg ee an
ba
Aa
Se
w F oss iels oeldewa renhuis
rou Mev
Ve
Aangesp
rk
telooske os
dree
n
ein
ge
tj
o
W
je
G
Dobber
al
pl ni
an
n
in
a nl
aa
V
Tr
rm s t e e g
W
lf
en nn
Bi
Sint
to
eese Leesapotheek
-
lan
d
S
Ow
R
A
Kr
ak
en
r uu
m n
AAN
E
E
M
I
é
T
S r
Pie
s
de
ng
er a an Ein het d va n
wi
eat
M
u ee
PI
MUILR O
Het W r
DE
ak
va
ER
TS
E
LE
AT
n
de
HAN
Th
Z
OWEE ZEE af
VAN
PLATTEGROND
tc
ve
Ee
Ha
V
I
N
Halloween Herinner jij je je eerste Gruwelavond? De eerste keer dat je de speciale Halloweenvoorstelling in Owee aan Zee zag? De eerste keer dat je op de pier samenkwam met je vriendjes en je familie en jullie dicht op elkaar in de koude avondlucht – en de gloed van de mangelpitkaarsen – stonden te wachten tot de betovering begon? Misschien zat je op je vaders schouders, met een karamel appel in je ene hand en een vonkend sterretje in de andere? Of wie weet gluurde je veilig vanonder je moeders jas terwijl de poppenspeler de lantaarn aanstak. Weet je nog, die griezelige lichtstraal waarvan je met je ogen moest knipperen? Weet je nog, die vreemde geuren die in je neus kietelden? Weet je nog, dat je naar adem hapte van verbazing toen de poppenspeler met zijn handen schaduwpoppen tevoorschijn 9
toverde – figuren en fantasmagorieën die boven jullie hoofd door de rokerige herfstlucht kropen en dartelden en dansten? En heb je het gezien? Heb je een glimp opgevangen van die extra schaduw, eentje die niet uit de behendige vingers van de poppenspeler kwam? Een schaduw die helemaal nergens vandaan kwam? Een gebogen figuur die in duistere verrukking aan de rand van de lantaarnstraal rondsprong, nooit – als je even omkeek – precies waar je hem verwachtte, maar wel steeds erbij, steeds bezig op de schaduwen van de poppenspeler te jagen, ze te kwellen en een voor een weg te grissen tot de voorstelling was afgelopen. En de rook wegkringelde tot er niets meer over was. En alle schaduwen verdwenen waren. En er niets meer te horen was behalve het gesis van de lantaarn, het gekraak van de pier en het kolken van de eindeloze zee. En? Weet je dat nog? Heb jij ooit de Schaduwgruw gezien? Maar wat zeg ik nu? Natuurlijk niet! Je hebt zelfs vast nog nooit van Gruwelavond gehoord, of van mangelpitkaarsen of al die andere dingen. Behalve als je al eens in Owee aan Zee bent geweest, natuurlijk, en te veel vragen hebt gesteld. Maar zelfs dan ben
10
je die vreemde traditie van ons vast allang vergeten, omdat die op de avond is dat de rest van de wereld Halloween viert. In deze tijd van het jaar heb je het daarvoor net als de meeste mensen vast te druk met pompoenen uithollen en besnijden, of met bedenken hoe je je wilt verkleden om straks de deuren langs te gaan, en heb je niet veel aandacht over voor de rare oude gewoonten van een klein kuststadje. Te druk met fantaseren over kobolden en geesten om je druk te maken over die ene legende van een kwade geest die weleens echt waar zou kunnen zijn. En dat is prima. Voor jou. Maar als je in Owee woonde, zou je er anders over denken. Als je hier bleef wanneer de zomertoeristen vertrokken, en de zuurstokkleuren van de reclameborden bij de strand attracties vervaagden in het winterse duister, dan wist je wel beter. Dan zou ook jij wat sneller door de winderige straten lopen als de dagen korter werden en de schaduwen langer. En als het dan eindelijk eind oktober was, zou ook jij een mangelpitkaars neerzetten voor bescherming. Voor het geval dat. Voor het geval dat dit het jaar is dat Gruwelavond wordt vergeten en er geen poppenspeler een lantaarn aansteekt op de pier om schaduwen tevoorschijn te toveren als offergave aan het duister. Want als dat ooit zou gebeuren, zo wordt er gezegd, dan komt de Schaduwgruw – woedend over die
11
belediging – in plaats daarvan op de schaduwen van de levenden jagen. Maar ik zie dat je lacht. Jij denkt nog steeds dat de Schaduwgruw alleen maar dwaas bijgeloof is. Alleen maar een speling van het licht. Maar denk dan even hieraan: in het hart van elke legende schuilt een sprankje waarheid. En als het zonlicht wegsterft en jij door de schemerende straten van Owee aan Zee voor de schaduwen wegrent, dan is een sprankje – hoe klein ook – soms al genoeg. Tenzij die speling van het licht in werkelijkheid een speling van het duister is.
12
Verjaardagsontbijt Sommige woorden horen gewoon bij elkaar, vind je ook niet? Zoals tover en lantaarn, of vreemd en schaduw, of bedtijd en verhaal. Maar op dit moment, in het ochtendlicht en de warme eetzaal in het hotel, zijn er geen woorden die beter bij elkaar lijken te passen dan warm, toast en boter. En ik kan het weten. Als het om ontbijten gaat, ben ik, Herbert Citroen, gevonden-voorwerper van het Grand Hotel Nautilus, wel zo’n beetje een expert. Dat is ook de reden dat ik hier achter deze reusachtige varen sta, met mijn neus tegen de glazen ruiten van de eetzaal terwijl het keukenpersoneel bladen vol verrukkelijke dingen op het buffet neerzet, en zo hard sta te experten als ik maar kan. Het is vandaag een bijzondere dag, en voor mijn ogen wordt het heerlijkste ontbijt uitgestald dat je je maar kunt indenken, het danst mijn neusgaten in en laat mijn tandvlees tintelen. 13
Je gelooft me niet? Nou, kom dan maar naast me staan, druk je neus naast de mijne tegen de ruit en kijk zelf maar naar de bergen sissende worstjes, de stapels plakjes spek, de hopen knapperige, warme, gebakken aardappels. Naar de eieren, gebakken met midden in het wit de dooiers die elk moment kunnen knappen, of luchtig en met p eperige perfectie tot roerei geklopt, naar de glanzend bruine champignons, geroosterde tomaten en gloeiend hete boontjes in tomatensaus, naar de toast, gebakken of warm en met boter besmeerd (ja!), naar de manden vol vlokkerig brosse croissants, zo uit de oven, naar de wafels en ahornstroop, en naar de donuts, glinsterend van de suiker en gevuld met frambozenjam, een specialiteit van de chef-kok. En helemaal in het midden, hoog uittorenend boven het tafelzilver, het chique porselein en de antieke messen en vorken, staat een enorme kristallen schaal tot de romige rand gevuld met een schitterende, feestelijke sherrytrifle, bekroond met één gekonfijte kers. Geen wonder dat mijn ruit beslaat! Dat doet de jouwe vast ook. Want zie je, lady Kraken is vandaag jarig. En lady Kraken, de eigenares van het Grand Hotel Nautilus, heeft lang geleden verordonneerd dat er op haar verjaardag een bijzonder ontbijt wordt geserveerd en dat iedereen – iedereen – die in het hotel werkt daarvoor wordt uitgenodigd. De lady is er zelf natuurlijk niet bij. Zij is tegenwoordig
14
nooit meer ergens bij, nu ze zo’n kluizenaar is geworden. Maar zodra haar eigen ontbijt – één hardgekookt ei en een vingerhoedje gemalen komijn – onder een glimmende zilveren stolp naar de zesde verdieping is gebracht en met een kopje zwarte koffie erbij in haar privévertrekken is opgediend, mogen wij allemaal aanvallen. Dat is tenminste de theorie. Maar er is wel een probleempje… ‘Opschieten!’ klinkt de knorrige stem van meneer Mollusk, met een klef klapje in zijn handen om zijn bevel te onderstrepen. ‘Even tempo maken. Hoe eerder jullie allemaal weer aan het werk kunnen, hoe beter.’ En ik duik onder de ruit uit het zicht als hij met bevende snor in blijde verwachting van spek en croissants de eetzaal door beent. Want zie je, lady Kraken mag dan degene zijn die ons vanochtend op dit ontbijt trakteert, maar meneer Mollusk is degene die beslist wie er het eerst mag eten. En wie het laatst… ‘Ben je bang dat je niks meer krijgt?’ vraagt een vrouwenstem achter me, en ik spring een meter in de lucht van schrik. Dat moet een hotelgast zijn die mij achter de varen verstopt zag zitten! Eigenlijk moet ik omkijken om te zien of ze iets nodig heeft, maar ik kan mijn ogen niet losrukken van de eetzaal, waar de ontbijtsituatie zich op alarmerende wijze ontwikkelt. Meneer Mollusk is aan de beste tafel gaan zitten en wenkt de kelners dat ze zijn bord moeten volladen met worstjes en
15
eieren. Aan het andere uiteinde van het restaurant gaan de kamermeisjes, die hierna aan de beurt zijn, al hongerig in de rij staan. ‘Tja, vorig jaar heb ik niks gekregen!’ vertel ik de persoon achter me. ‘En het jaar daarvoor ook niet. Dat ik niks van lady Krakens verjaardagsontbijt krijg, is al bijna traditie.’ ‘O’, zegt de stem. ‘Wat jammer.’ ‘Nou ja, misschien krijg ik wel een croissant’, geef ik toe terwijl ik een kelner drie van die boterige baksels bij de manager zie neerleggen. ‘Als er nog over zijn. Maar dan wel pas nadat hij een dag of twee is blijven liggen om taai en oudbakken te worden.’ ‘Dit jaar gaat het anders, Herbie’, zegt de stem. En wat een heerlijke stem is het, als donkere honing, de haartjes in mijn nek worden er kriebelig van. ‘Dat beloof ik.’ Ik voel een hand die behoedzaam mijn pet rechtzet en me dan een klopje op mijn schouder geeft. En ik verstijf. De ontbijtgeuren zijn even opzijgegaan om plaats te maken voor een vleugje parfum, al is dat alweer verdwenen voor ik het goed kan opsnuiven. Ik blijf achter met de wens dat parfum weer te ruiken. Nu pas kijk ik over mijn schouder, om te zien wie er tegen me praatte, maar er is niets meer, alleen maar de varenbladeren waarachter ik verstopt dacht te zitten. Ik raak even verstrikt in die pokkenplant voor ik de lobby weer in kan lopen om te zien wie het was.
16
Er staan mensen bij de receptiebalie om in te checken. Een gezette man met een rood gezicht en een slappe vilthoed op krijgt een paar kamersleutels van Amber Grijs, de receptioniste van het hotel. Achter hem staan twee lange mannen die van top tot teen in het zwart zijn gekleed en dozen en koffers dragen. Geen van hen lijkt het heerlijkestem-en-parfum-type, maar achter hen zie ik nog een vierde gestalte. Er staat een vrouw bij de koperen lift, met haar rug naar me toe. Ze is lang en elegant, heeft ravenzwart haar en draagt een zwarte geborduurde jas die op een vreemde manier het licht weerkaatst. Automatisch wens ik dat ze zich omdraait, maar dat doet ze niet. Dan gebeurt er iets vreemds. De wolken boven Owee aan Zee wijken uiteen en er valt een gouden zonnestraal door een van de hoge hotelramen en over het groepje. En ik zie… Iets! Iets wat niet klopt aan het tafereel, aan hoe het licht valt, aan hoe de schaduwen worden geworpen, aan… Ik wrijf in mijn ogen en knipper, en probeer erachter te komen wat dat vreemde effect is, maar dan is de lift er en stapt de vrouw met het ravenzwarte haar erin. De mannen met de bagage drommen achter haar aan. De liftdeur gaat dicht, en weg zijn ze.
17
Ik wrijf weer in mijn ogen. Misschien word ik een beetje geschift vanwege gebrek aan ontbijt. Maar of ik wil of niet, ik blijf doordenken over de vrouw met het ravenzwarte haar. Wie is ze? Wat bedoelde ze? ‘En,’ vraag ik hardop, ‘hoe wist ze hoe ik heet?’
18