J. SCHEERDER, J. CORTHOUTS, E. THIBAUT M.M.V. J. BORGERS
Sport BELEID EN PARTICIPATIE IN VLAANDEREN
Management & Bestuur in Sport (MBS) – Reekseditor : Jeroen Scheerder MBS 1 Europa in beweging. Sport vanuit Europees perspectief (2007, herdruk 2009), Jeroen Scheerder, Charlotte Van Tuyckom & An Vermeersch (Eds.) ISBN: 978 90 382 1170 1 MBS 2 Sport, bestuur en macht. Wedijver in een internationale arena (2009), Jeroen Scheerder & Bert Meulders (Eds.) ISBN: 978 90 382 1479 5 MBS 3 Meten en weten over zweten. Methoden van sociaalwetenschappelijk sportonderzoek (2011), Charlotte Van Tuyckom, Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 1818 2 MBS 4 Beweging in beleid/beleid in beweging. Het publieke beheer van de sport- en bewegingssector (2012, herziene uitgave 2013, tweede herziene uitgave 2014), Jeroen Scheerder & Hanne Vandermeerschen ISBN: 978 90 382 2026 0 MBS 5 Sport- en beweegmanagement in de lage landen. Strategisch en operationeel managen van sport- en beweegorganisaties (2012, tweede druk 2013), Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 1976 9
MBS 6 De regels van het spel. Management van sport en beweging (2014), Steven Vos & Jeroen Scheerder ISBN: 978 90 382 2313 1 MBS 7 De krijtlijnen van het speelveld. Beleid en organisatie van de sport in Vlaanderen (2013, tweede druk 2014, herziene uitgave 2017), Jeroen Scheerder & Steven Vos ISBN: 978 90 382 2082 6 MBS 8 Geen sportcultuur zonder sportinfrastructuur. Management en marketing van sportaccommodaties en sportevenementen (2015), Jeroen Scheerder & Steven Vos ISBN: 978 90 382 2469 5 MBS 9 Organisatie en management van sportfederaties in Vlaanderen. Resultaten van het Vlaamse Sportfederatie Panel 2.0 (VSFP2.0) (2015), Jeroen Scheerder, Elien Claes & Erik Thibaut ISBN: 789 90 382 2507 4 MBS 10 Beleid en organisatie van sport (2017), Jeroen Scheerder, Steven Vos & Julie Borgers ISBN: 978 94 014 4587 0 MBS 11 Sport. Beleid en participatie in Vlaanderen (2021), Jeroen Scheerder, Joris Corthouts & Erik Thibaut, m.m.v. Julie Borgers ISBN: 978 94 014 7637 9
D/2021/45/128 – ISBN 978 94 014 7637 9 – NUR 488 Vormgeving omslag: Keppie & Keppie Vormgeving binnenwerk: Crius Group © De auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam België Nederland www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl
Inhoud
VOORWOORD INLEIDING 1 2 3 4
Situering Sport, what’s in a name? Doelstellingen en opbouw Doelpubliek
9 13 13 14 15 16
DEEL 1 Beleidsruimte : het speelveld van het sportbeleid in Vlaanderen
19
Hoofdstuk 1 VRAAG EN AANBOD
21
1
2
3
4
Sportbeoefening 1.1 Sport? 1.2 Sport: een sociocultureel construct 1.3 Sport(beoefening) gedefinieerd 1.4 Sportbeoefening in vergelijking met andere vrijetijdsactiviteiten 1.5 Sportbeoefening in Vlaanderen Sportaanbod 2.1 Evolutie van het aantal sportaanbieders 2.2 Organisatorisch profiel van sportaanbieders 2.3 Typologieën van sportclubs Tewerkstelling in de sportsector 3.1 Sport en tewerkstelling als beleidsprioriteit 3.2 Omvang en evolutie van de tewerkstelling in de sportsector 3.3 Kenmerken van de tewerkstelling in de lokale sportsector Economische betekenis van de sportsector 4.1 Uitgaven aan sportbeoefening (microniveau) 4.2 Sportaanbieders (mesoniveau) 4.3 Economische betekenis van sport in Vlaanderen (macroniveau)
22 22 24 32 39 43 51 52 59 69 75 76 78 85 91 93 102 109
6 SPORT
Hoofdstuk 2 ORGANISATIE VAN DE SPORT 1
119
Sfeer 1: sportomgeving (multi-sectormodel) 1.1 Maatschappelijke inbedding van sport 1.2 Vier clusters van sectoren in de sportomgeving 1.3 Publieke/collectieve versus private/particuliere oriëntatie Sfeer 2: sportsector (multi-actormodel) 2.1 Sportsector als onderdeel van de diensten- en belevenissensector 2.2 Profitoriëntaties in de sportsector 2.3 Vier strata in de sportsector 2.4 Kanttekeningen bij het multi-actormodel Sfeer 3: sportstructuur (multi-levelmodel) 3.1 Organisaties in de sport 3.2 Publieke sport(beleids)organisaties in de Vlaamse sportsector 3.3 Zeven niveaus in de sportstructuur: het multi-levelmodel Sfeer 4: sportcultuur (multi-modimodel) 4.1 Sportcultuur als basis van sportstructuur 4.2 Versporting en ontsporting 4.3 Vijf modi van sportbeoefening/sportbeleving 4.4 Het uitgebreide kerkmodel van de sport
120 120 123 129 130 130 133 147 163 164 164 165 171 179 179 179 181 186
DEEL 2 Beleidsontwikkeling : het tot stand komen van het sportbeleid in Vlaanderen
189
2
3
4
Hoofdstuk 3 BELEIDSHISTORIEK 191 1
2
Fasen in de ontstaansgeschiedenis van het Vlaamse sportbeleid 1.1 Fase 1: het sportbeleid in Vlaanderen vóór de culturele autonomie 1.2 Fase 2: beleidseuforie na de golden sixties (1969-1981) 1.3 Fase 3: de economisch moeilijke jaren (1981-1992) 1.4 Fase 4: naar een heropleving (1992-1999) 1.5 Fase 5: de verzelfstandiging van het sportbeleid (1999-2004) 1.6 Fase 6: ontwikkeling van een tweesporenbeleid (2004-2014) 1.7 Fase 7: innovatie en rationalisatie in het sportbeleid (2014-heden) Beleidsoverschrijdende initiatieven met betrekking tot sport 2.1 Maatschappelijke participatie en sport 2.2 Toerisme en sport 2.3 Volksgezondheid, welzijn en sport 2.4 Onderwijs en sport
192 192 193 197 199 201 203 210 223 223 227 228 230
Inhoud 7
Hoofdstuk 4 BELEIDSVORMING 233 1 Beleidsproces 234 1.1 Beleidscyclus en betrokken actoren 237 1.2 Sportbeleidsproces in de praktijk 243 2 Beleidsinstrumentarium 251 2.1 Beleidsinstrumenten 252 2.2 Beleidsinterventiestijlen 255 2.3 Vlaams sportmodel 257 3 Beleidsexcursie : wetgevend kader van het sportbeleid in Vlaanderen 260 3.1 Vlaams bestuursniveau: Sport Vlaanderen 261 3.2 Lokaal bestuursniveau: gemeentelijke en provinciale sportdiensten 263 3.3 Georganiseerde sportsector: sportfederaties 273 3.4 Sport en onderwijs: onderwijsgebonden sport 288 3.5 Sportbeoefening 290 3.6 Sporttakspecifieke regelgeving 293 3.7 Sportbelendende en sectoroverschrijdende regelgeving 295
UITLEIDING
297
APPENDICES
301
Appendix 1: Afbakening van sportactiviteiten conform SBV-onderzoek Appendix 2: Overzicht van de erkende en gesubsidieerde sportfederaties in Vlaanderen anno 2020 Appendix 3: Legende van gebruikte afkortingen in de ruimtelijke voorstelling van sportfederaties Appendix 4: Prototype van organogrammen m.b.t. organisaties in de sector van de verenigingssport, de overheidssport en de commerciële sport Appendix 5: Panathlon-verklaring ‘Ethiek in de jeugdsport’ Appendix 6: Hoffelijkheidscode ‘Ik fiets hoffelijk’ Appendix 7: Charter ‘Sporten in Antwerpen is leuk’ Appendix 8: Charter tegen homofobie in de sport / Gemeenschappelijke verklaring over de gelijke behandeling van hetero- en holebiseksualiteit in de sport
301 303 309 313 315 318 320
321
Biografie auteurs
325
Eindnoten
327
REFERENTIES
339
VOORWOORD
Vlaanderen is en blijft een sportnatie, dat bleek ook weer tijdens de COVID-19-pandemie. De quarantaine hield ons dan wel thuis, heel wat mensen vonden allerlei creatieve oplossingen om in beweging te blijven. Het wandelbos in de buurt werd herontdekt, sportclubs en fitnesscentra zetten hun toestellen buiten zodat groepslessen veilig in de openlucht konden plaatsvinden, sportcoaches gaven hun groepslessen online, zodat mensen thuis toch konden sporten. We gingen massaal de fiets op. Die sportiviteit bleek ook een voordeel te zijn. Hoe meer we leren over het virus, hoe meer bevestigd wordt wat het gezond verstand al vermoedde: dat sportieve mensen een stuk minder last hadden van de klachten door het virus dan wie nooit beweegt. Een sterk gestel maakt ons fysiek én mentaal een stuk weerbaarder tegen nieuwe ziektes zoals COVID-19. Voldoende sporten en bewegen is voor onze gezondheid wellicht de allerbelangrijkste vorm van preventie. Dat is de wijze les die we hebben geleerd, ook voor de toekomst. Daarom blijft het mijn ambitie om elke Vlaming, van jong tot oud, te doen sporten. Voor minder gaan we niet. De start van een levenslange sportloopbaan begint vaak al op de speelplaats. Vanuit mijn dubbele bevoegdheid sport en onderwijs wil ik sporten en bewegen van jongs af vanzelfsprekend maken. Op de Vlaamse sportterreinen doen onze jongeren levenslessen op over fair play, discipline, zelfbeheersing en doorzettingsvermogen. In de kleedkamers worden vriendschappen voor het leven gesmeed. Zonder zwembad kun je niet zwemmen, zonder hockeyveld speel je geen hockey. Geen sport dus zonder kwaliteitsvolle sportinfrastructuur. Daarom trekken we een sportspurt om nog meer sportinfrastructuur uit te bouwen. Maar ook een sportieve publieke omgeving nodigt uit om te sporten: goede fietspaden, bewegwijzerde mountainbikeparcours, veilige looproutes. Zien sporten, doet sporten. Indrukwekkende topsportprestaties geven mensen de goesting om zelf te sporten. Om die prestaties te kunnen neerzetten, bieden we onze topsporters de beste omstandigheden. Vlaamse topsporters,
10 SPORT
inclusief G-topsporters, en topsportevenementen fungeren als vliegwiel voor meer sportparticipatie op recreatief niveau. Die maatschappelijke meerwaarde moeten we ten volle benutten. Dit naslagwerk levert interessante informatie op voor iedereen die de sport een warm hart toedraagt en die een steentje wil bijdragen aan de realisatie van een gezond, sportief en productief Vlaanderen. Veel leesgenot! Ben Weyts Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand
‘[…] while policy areas such as the environment and social welfare have been subject to extensive analysis […], sport has remained on the margins. This marginalization contrasts with the recognition of sport by many governments as an increasingly important area of policy.’ Houlihan (2005: 163)
INLEIDING
1 SITUERING In dit boek staan de organisatie en de planning van de sport en het sportbeleid in Vlaanderen centraal. Meer bepaald gaat het in dit werk om hoe het Vlaamse sportlandschap gestructureerd is enerzijds, en hoe dit landschap beheerd en bestuurd wordt anderzijds. In landen met een actief stimuleringsbeleid inzake sport, kan de manier waarop sport georganiseerd en gepland wordt, vaak niet losgekoppeld worden van hoe het land staatkundig ingericht en bestuurd wordt. Zeker in zogenaamde meertalige federale staatsstructuren – zoals voor België het geval is – wordt het beleid inzake culturele aangelegenheden (o.a. sport) en onderwijs (o.a. lichamelijke opvoeding) doorgaans toevertrouwd aan subnationale structuren, met name de deelstaten. In België is ‘sport’ dan ook een bevoegdheid van de gemeenschappen. Vandaar dat Vlaanderen sinds het begin van de jaren zeventig (eerste staatshervorming) een autonoom publiek sportbeleid voert. Hoewel de Vlaamse overheid intussen dus reeds meer dan een halve eeuw een eigen beleid inzake sport voert, is sport in Vlaanderen in eerste instantie geen overheidsaangelegenheid. Integendeel, een aanzienlijk deel van het sportgebeuren wordt mogelijk gemaakt dankzij het aanbod van ongeveer 28 500 sportclubs (Sport Vlaanderen, 2020a) waarvan meer dan anderhalf miljoen mensen lid zijn en waarin meer dan 600 000 vrijwilligers (Corthouts & Scheerder, 2020b) actief zijn. Voor hun werking zijn deze clubs evenwel in sterke mate afhankelijk van overheidssubsidies. Ook de Vlaamse sportfederaties doen voor een groot stuk beroep op middelen en ondersteuning die zij van de Vlaamse overheid ontvangen. Sportfederaties en hun sportclubs vormen samen met andere burgerinitiatieven – zoals lichte sportgemeenschappen of socioculturele verenigingen met een sportaanbod – het zogenaamde maatschappelijke middenveld van de sport. Naast het verenigingsleven en de overheid zijn er in Vlaanderen ook steeds meer commerciële organisaties actief op de sportmarkt. Voor deze organisa-
14 SPORT
ties komt het erop aan om zoveel mogelijk financiële winst te genereren via sport. Daarbij gaat het onder meer om het aanbieden van sportactiviteiten in een commerciële setting – denken we maar aan een fitnesscentrum, een tennis- of squashbaan, een overdekte skipiste, een indoor klimmuur, een bowlingcenter, een kartingcircuit, etc. – of de organisatie van een sportevenement, zoals bijvoorbeeld de Antwerp 10 Miles & Marathon en de Ronde van Vlaanderen voor Wielertoeristen. Ook de omkadering van topatleten op het gebied van training, management en marketing gebeurt steeds meer door commerciële (sport)organisaties. De organisatie van de sport in Vlaanderen wordt dus zowel door publieke als private actoren, non-profit- en for-profitspelers, als clubgeorganiseerde en andersgeorganiseerde aanbieders vormgegeven. Zowel het maatschappelijke middenveld, de overheid als meer recent ook de markt zijn in Vlaanderen dus betrokken bij het organiseren van sportactiviteiten en/of de omkadering, de infrastructuur … die deze activiteiten mogelijk maken. Het sportbeleid dat in Vlaanderen gevoerd wordt, staat logischerwijze niet los van deze organisaties. Meer nog, het Vlaamse sportbeleid is steeds meer een ‘samenspel’ tussen middenveld, overheid en markt.
2 SPORT, WHAT’S IN A NAME? In dit boek verwijzen we naar sportactiviteiten, sportinfrastructuur, sportorganisaties, sportbeleid … Gezien de ontwikkelingen binnen, maar ook buiten de sportsector, is het echter steeds meer aangewezen om over sport- en beweeg activiteiten, sport- en beweeginfrastructuur, sport- en beweegorganisaties, sport- en beweegbeleid, etc. te spreken. Hoewel een strikt onderscheid tussen sport en beweging niet altijd even eenvoudig of eenduidig gemaakt kan worden, is duidelijk dat een te enge definitie van ‘sport’ niet langer houdbaar en/of wenselijk is gezien de maatschappelijke betekenis van sport, beweging, fysieke activiteit, etc.1 Vanuit een gezondheidsperspectief dringt een verbreding van het sportconcept zich op, bijvoorbeeld omdat ook andere vormen van fysieke activiteit een gezondheidswaarde hebben. Ook vanuit een sociaal perspectief blijkt een ruimer concept aangewezen. Door bijvoorbeeld alleen rekening te houden met clubsport, dreigt men immers groepen die minder makkelijk of geen toegang hebben tot deze vorm van sportbeoefening buiten beschouwing te laten. Om onze tekst echter vlot leesbaar te houden, zullen we evenwel het begrip ‘sport’ blijven hanteren, doch dit dus met een zo ruim mogelijke invulling.
INLEIDING 15 Krijtlijnen 2014_Opmaak 1 20/02/14 13:25 Pagina XV
3 DOELSTELLINGEN EN OPBOUW Dit boek heeft tot doel inzicht te verschaffen hoe de sport in Vlaanderen georganiseerd is enerzijds en hoe het sportbeleid in Vlaanderen tot stand komt anderzijds. Hoewel het Vlaamse sportbeleid een publiek gegeven is, betekent dit geenszins dat alleen de overheid bij dit beleid betrokken is. Vandaar dat we in dit werk in eerste instantie nagaan welke organisaties er in de Vlaamse sportsector actief zijn, om vervolgens stil te staan bij de ontwikkeling en de implementatie van het Vlaamse sportbeleid. Het voeren van een sportbeleid vraagt met andere woorden om een onderbouwd inzicht in de structuren en organisaties die de actieve sportbeoefening mogelijk maken. Vervolgens kan het ‘samenspel’ tussen deze actoren in beeld worden gebracht, met name het sportbeleid dat uit deze dynamiek voortkomt. Figuur I.1
Opbouw van het boek Sport. Beleid en participatie in Vlaanderen
Het voorliggende werk is opgebouwd uit twee delen (zie Figuur I.1). In het eerste deel staat de beleidsruimte van het Vlaamse sportbeleid centraal. Meer bepaald gaan we na hoe het speelveld van het sportbeleid in Vlaanderen eruitziet. Vooreerst staan we stil bij vraag en aanbod in het Vlaamse sportlandschap, geven we een beeld van de tewerkstelling in de Vlaamse sport sector, alsook een indicatie van de economische betekenis van de sport in Vlaanderen. Vervolgens focussen we uitgebreid op de organisatie van de sport. Daarbij beschrijven we hoe en waar de Vlaamse sportsector zich in een ruimere context situeert (sportomgeving), brengen we in kaart welke spelers actief zijn (sportsector), geven we aan hoe deze actoren zich ten aanzien van
16 SPORT
elkaar positioneren (sportstructuur) en welke vormen van sportbeoefening en sportbeleving onderscheiden kunnen worden (sportcultuur). Op deze manier presenteren we een algemeen beeld van het speelveld waarop het Vlaamse sportbeleid tot stand komt. Uit deze mapping zal blijken dat meerdere en heel diverse actoren bij het Vlaamse sportbeleid betrokken (kunnen) zijn. Het tweede deel van dit boek zoomt in op de ontwikkeling van het Vlaamse sportbeleid. In eerste instantie staan we stil bij de historiek van het sportbeleid in Vlaanderen. We overlopen daarbij de verschillende fasen in de evolutie van dit beleid en geven een overzicht van beleidsoverschrijdende initiatieven. In dit laatste geval gaat het om beleidsvoering tussen sport en andere beleidsvelden. Nadat we een zicht hebben op de evolutie van het sportbeleid in Vlaanderen, laten we vervolgens het beleidsproces en het beleidsinstrumentarium de revue passeren. Daarbij ligt de focus op het mechanisme achter de vorming van het sportbeleid en de middelen waarmee dit beleid gerealiseerd wordt. Dit brengt ons finaal tot het Vlaamse sportmodel waarin diverse aspecten van de organisatie en de planning van het sportbeleid in Vlaanderen samengebracht worden. In dit werk presenteren we een aantal modellen op basis waarvan we de organisatie en planning van de sport willen verduidelijken. Een model is een voorstelling van de werkelijkheid, maar niet noodzakelijk een reproductie ervan. Om tot een model te komen dienen immers vaak heel wat specificaties en details te worden weggelaten. Het gaat dus om een vereenvoudiging van de realiteit. Daarin worden desalniettemin essentiële onderdelen van de werkelijkheid opgenomen en gepositioneerd, alsook de onderlinge verhouding tussen deze elementen aangegeven. Een dergelijke reductie vervangt de werkelijkheid niet, maar kan haar wel illustreren.
4 DOELPUBLIEK Met dit boek trachten we een bijdrage te leveren tot het in kaart brengen van de sportsector en het sportbeleid in Vlaanderen. Het richt zich in eerste instantie tot studenten, beleidsmakers en professionals die actief zijn in de sportsector. Ook mensen die interesse hebben in sport en/of beleid zullen ongetwijfeld hun gading in dit werk vinden. Tegelijkertijd hopen we dat het lezerspubliek met deze ‘sportkaart’ niet alleen een kompas in handen heeft, maar ook de nodige inspiratie aangeleverd krijgt om kritisch te aanschouwen en vervolgens constructief bij te dragen bij het verder uitbouwen van het sportbeleid in
INLEIDING 17
Vlaanderen. Gebruikers van dit werk roepen we bij deze dan ook graag op om hun suggesties en commentaren bij de inhoud aan de auteurs over te maken. Jeroen Scheerder en Steven Vos Maart 2013
Bij de tweede druk van dit boek werden een aantal aanvullingen opgenomen en enkele minimale tekstuele correcties doorgevoerd. Jeroen Scheerder en Steven Vos Februari 2014
De derde druk betreft een herziening waarin cijfers, concepten en benamingen van sportorganisaties geactualiseerd werden op basis van recente evoluties in onderzoek en beleid. In dit opzicht werden ook nieuwe beleidsontwikkelingen in het boek opgenomen. Jeroen Scheerder, Steven Vos en Julie Borgers Februari 2017
Voor de vierde druk werd al het cijfermateriaal, waar mogelijk, geüpdatet. Voornamelijk gegevens over vraag en aanbod werden herzien, maar ook beleidsontwikkelingen werden geactualiseerd, net als de benaming en de beleidsvoering van sportorganisaties. Jeroen Scheerder, Joris Corthouts en Erik Thibaut, m.m.v. Julie Borgers December 2020
DEEL 1
Beleidsruimte : het speelveld van het sportbeleid in Vlaanderen
DEEL 1 BELEIDSRUIMTE: HET SPEELVELD VAN HET SPORTBELEID IN VLAANDEREN
HOOFDSTUK 1 VRAAG EN AANBOD
1 Sportbeoefening 2 Sportaanbod 3
Tewerkstelling in de sportsector
4
Economische betekenis van de sportsector
HOOFDSTUK 2 ORGANISATIE VAN DE SPORT
DEEL 2 BELEIDSONTWIKKELING: HET TOT STAND KOMEN VAN HET SPORTBELEID IN VLAANDEREN
HOOFDSTUK 3 BELEIDSHISTORIEK
HOOFDSTUK 4 BELEIDSVORMING
Hoofdstuk 1
VRAAG EN AANBOD
Vooraleer uitgebreid stil te staan bij de organisatie van de sport in Vlaanderen, wensen we eerst een beeld te geven van de ‘vraag’ en het ‘aanbod’ met betrekking tot sport. In eerste instantie bakenen we de begrippen ‘sport’ en ‘sportbeoefening’ af. Vervolgens gaan we na in welke mate er tijd beschikbaar is voor actieve sportdeelname en brengen we de omvang en de ontwikkeling van de sportbeoefening en het sportaanbod in Vlaanderen in kaart. Ook de tewerkstelling in en de economische betekenis van de Vlaamse sport worden bestudeerd. Op die manier werpen we een eerste blik op het Vlaamse sportlandschap. Voor dit overzicht maken we gebruik van bevindingen uit beschikbare studies. We beperken ons daarbij tot een beschrijving van de gegevens. Voor meer duiding en diepgaandere analyses verwijzen we naar de oorspronkelijke bronnen. Voor het luik omtrent sportbeoefening presenteren we een aantal resultaten uit de Studie over de Bewegingsactiviteiten in Vlaanderen (SBV) (Scheerder e.a., 2013) en de Participatiesurvey (PaS) (Scheerder e.a., 2011c, 2015a, 2015b). De SBV betreft een langlopend, tienjaarlijks sportparticipatieonderzoek dat sinds het einde van de jaren zestig door de Onderzoeksgroep Sport- & Bewegingsbeleid van de KU Leuven wordt uitgevoerd (zie Ostyn e.a., 1980 ; Scheerder e.a., 2002 ; 2013 ; Scheerder & Thibaut, 2021a; Scheerder & Vos, 2010a ; 2011a ; Simons e.a., 1990 ; Taks e.a., 1991)2. Hierdoor wordt de evolutie van de actieve sportbeoefening in de periode van 1969 tot 2019 in kaart gebracht. In de SBV worden schoolgaande jongeren en hun ouders bevraagd, wat toelaat om uitspraken met betrekking tot sportdeelname en uitgaven aan sport op gezinsniveau te formuleren (zie ook Appendix 1). De PaS is een grootschalige studie inzake participatie die uitgaat van de Steunpunten Sport, Cultuur, Jeugd en Media. Deze studie werd uitgevoerd bij een representatieve steekproef van 15- tot en met 85-jarige Vlamingen in 2009 en 2014. Het luik inzake het sportaanbod bundelt enkele opvallende resultaten uit het Vlaamse Sportclub Panel (VSP), het Vlaamse Fitness Panel (VFP), het Vlaamse Sportdienst Panel (VSDP) en het Vlaamse Sportfederatie Panel (VSFP). Het VSP kende reeds vier meetpunten, met name in 2009 (Scheerder & Vos, 2010c; Scheerder e.a., 2011b), in 2012 (Scheerder e.a., 2015d), in 2015 (Scheerder
22 Beleidsruimte
e.a., 2017) en in 2018 (Scheerder & Corthouts, 2020a). In het kader van het VFP werd de eerste studie uitgevoerd in 2009 (Scheerder & Vos, 2010c) en de tweede studie in 2016 (Borgers & Scheerder, 2018). Het materiaal met betrekking tot de gemeentelijke sportdiensten (VSDP) en de Vlaamse sportfederaties (VSFP) werd verzameld in 2010 (Scheerder e.a., 2014b; Winand e.a., 2011), in 2014 (Scheerder, Claes & Thibaut, 2016; Van Poppel e.a., 2016) en 2018 (Scheerder & Corthouts, 2020b; Scheerder e.a., 2020). Voor het luik inzake de tewerkstelling in de Vlaamse sportsector baseren we ons op het onderzoeksmateriaal van de reeds eerder vernoemde panels, alsook op de studie naar semiagorale arbeid in de Vlaamse sportsector (Scheerder e.a., 2010a) en ontwikkelingen in de sportindustrie (Borgers & Scheerder, 2016, 2017; Scheerder e.a., 2010d, 2010e).
1 SPORTBEOEFENING 1.1 Sport? Wij starten dit hoofdstuk met een denkoefening: wat verstaat u onder sport? Zijn het voetballen in een club, het tafeltennissen in competitieverband of het fietsen op een wielerbaan wél sportactiviteiten en het trappen tegen een bal op een stadspleintje, het pingpongen in de tuin of de fietsuitstap met het gezin langs bewegwijzerde fietsroutes juist niet? Zijn snelwandelen en schoonspringen sport en een vakantiewandeling of een duik in een subtropisch zwembad niet? Is een grondoefening in het turnen een sportactiviteit en een balletperformance daarentegen niet? Wat met een fijnmotorische fysieke activiteit als darts, een gemotoriseerde competitie met omgebouwde auto’s of het gedigitaliseerde wii’en in de huiskamer? En de zogenaamde denksporten als schaken, dammen of bridge? Of activiteiten als duivenmelken, hengelen, petanque, tafelvoetbal, vinkenzetten … allemaal sport ? En wat met de verplichte uren lichamelijke opvoeding op school, de fietsverplaatsing naar het werk of de wandeling naar de bakker? Is met andere woorden de (fysieke) activiteit op zich, de tijdsduur, de intensiteit of de frequentie van de sportbeoefening, dan wel de organisatorische context, het gezelschap, de locatie, de tijdsperiode of de motivatie bepalend om van ‘sport’ en een ‘sportactiviteit’ te kunnen spreken? Omzeggens tot de culturele revolutie van de jaren zestig kon het begrip sport nog eenduidig en ondubbelzinnig worden afgebakend. De grens tussen wat als ‘sport’ en als ‘niet-sport’ beschouwd werd, kon met andere woorden