Skip to main content

9789401476096

Page 1

WWW.KRITAK.BE Kritak maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, en André Vermeulen, 2021 Vormgeving: Tinxz (Filip Coopman) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en /of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Bij de samenstelling van dit boek hebben wij illustraties ontleend waarvan wij de bron niet hebben kunnen achterhalen. Mogelijke rechthebbenden kunnen zich tot de uitgever wenden. D/2021/45/314 ISBN 978 94 0147 609 6 NUR 666


INHOUDSTAFEL

1956

|10

1968

|76

FUD LECLERC – MONY MARC

CLAUDE LOMBARD

1957

1968

|14

|80

BOBBEJAAN SCHOEPEN

LILIANE SAINT-PIERRE

1958

1969

|18

|96

FUD LECLERC

LOUIS NEEFS

1959

1970

|20

|101

BOB BENNY

JEAN VALLÉE

1960

1971

|25

|111

FUD LECLERC

NICOLE JOSY en HUGO SIGAL LILY CASTEL en JACQUES RAYMOND

1961

1972

|28

|128

BOB BENNY

SERGE EN CHRISTINE GHISOLAND

1962

1973

|31

|131

FUD LECLERC

NICOLE EN HUGO

1963 |34

1974

JACQUES RAYMOND

JACQUES HUSTIN

1964

1975

|50

|136

|139

ROBERT COGOI

ANN CHRISTY

1965

1976

|52

|151

LIZE MARKE

PIERRE RAPSAT

1966

1977

|56

TONIA

1967

|154

DREAM EXPRESS

|60

LOUIS NEEFS

1978

|159

JEAN VALLÉE


1979

|163

1991

|225

2003

|286

2015

|346

MICHA MARAH

CLOUSEAU

URBAN TRAD

LOÏC NOTTET

1980

1992

2004

2016

|169

TELEX

1981

MORGANE

|173

EMLY STARR

1982

|180

STELLA

1983

|230

1993

|235

BARBARA DEX

1994

|243

ZONDER ONS

|185

1995

|244

|289

XANDEE

2005

LAURA TESORO

|298

NUNO RESENDE

2006

|300

KATE RYAN

2007

|313

2017

2018

2019

THE KMG’s

ELIOT

1984

1996

2008

2020

JACQUES ZEGERS

1985

|196

LINDA LEPOMME

1986

|201

SANDRA KIM

1987

|205

LISA DEL BO

1997

ISHTAR

|257

2009

TWEEDE SONGFESTIVAL ZONDER BELGIË

COPYCAT

1998

|258

MÉLANIE COHL

1999

|261

|315

2010

|323

|325

|328

VANESSA CHINITOR

WITLOOF BAY

1988

2000

2012

REYNAERT

1989

|216

INGEBORG

1990

|222

PHILIPPE LAFONTAINE

|271

NATHALIE SORCE

2001

|275

DERDE SONGFESTIVAL ZONDER BELGIË

2002 SERGIO

|276

|332

IRIS

2013

|335

ROBERTO BELLAROSA

2014

|363

2021

|365

HOOVERPHONIC

LILIANE SAINT-PIERRE

|209

|360

HOOVERPHONIC

TOM DICE

2011

|357

SENNEK

FRÉDÉRIC ETHERLINCK

|248

|355

BLANCHE

PAS DE DEUX

|192

|349

|337

AXEL HIRSOUX


VOORAF

uitvoerders en uitslagen van álle Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival, vanaf de allereerste editie in 1956. Uiteraard staan in dit boek ook veel mooie verhalen en anekdotes die bij de preselecties horen, zowel aan Nederlandstalige als aan Franstalige kant.

Het Eurovisiesongfestival zag ik voor het eerst in 1967, bij mijn tante Cecile in Brugge, toen ik elf was. Sandie Shaw won toen met ‘Puppet on a string’, een perfect lied voor een jongetje van elf. Het was in de paasvakantie en ik logeerde bij mijn tante, die een tabakswinkel had. Van Simonne die daar werkte, hoorde ik boeiende verhalen over Canzonissima, de preselectie waarin artiesten als Anneke Soetaert, Jimmy Frey, Marva en Kalinka met Louis Neefs hadden gestreden om ons land te vertegenwoordigen op het songfestival. Vanaf het moment dat we thuis een tv-toestel hadden, najaar 1967, volgde ik de preselecties heel getrouw. ‘Canzonissima’ werd een magisch woord, niet alleen voor mij maar voor hele generaties Vlaamse tv-kijkers. In die tijd betekende het maandenlange live-uitzendingen, met het orkest van Francis Bay, presentator Jan Theys, een jury waarin Jo Leemans het meest opviel en uiteraard een reeks kandidaten die snel vertrouwde gezichten werden als ze dat al niet waren. Voor mij waren die momenten het begin van een ware passie, die ik graag met u wil delen. Dit boek is genoemd naar de twee meest spraakmakende reeksen preselecties: Canzonissima en Eurosong. Het brengt u nagenoeg alle titels,

Van de oudere preselecties zijn de beelden zelden bewaard, vaak omdat ze rechtstreeks werden uitgezonden en nooit werden opgenomen. Daardoor is de unieke informatie in dit boek vooral het resultaat van een jarenlange zoektocht in zowel openbare als privé-archieven. De vele gesprekken die ik in de loop der jaren gevoerd heb met vrijwel alle Belgische vertegenwoordigers op het Eurovisiesongfestival hebben heel wat leuke informatie opgeleverd. Vooraf ook nog even meegeven dat de openbare omroepen in België enkele keren van naam zijn veranderd: wat nu VRT heet, was vroeger ooit NIR, BRT en BRTN. Wat nu RTBF is, heette tevoren INR en RTB. Aanvankelijk was het Eurovisiesongfestival vooral een wedstrijd voor componisten en tekstdichters. Daarom vermeld ik ze zo veel mogelijk.

7


ook de productie van nieuwe liedjes. Vooral Vlaanderen heeft in de loop der jaren succesvolle preselecties gehouden die tot 20 weken duurden.

Eurovisie drong er ook op aan om kandidaat en lied niet zomaar te kiezen, maar om een preselectie te organiseren. Die moest ervoor zorgen dat de tvkijkers zich meer betrokken voelden wanneer de winnaar op het songfestival ‘hun kleuren verdedigde’. En dat is gelukt. Hoeveel gezinnen zaten niet met papier en potlood in aanslag om ook thuis een score samen te stellen! Daarnaast stimuleren preselecties

Na het verschijnen van dit boek zal mijn passie voor het Eurovisiesongfestival natuurlijk niet overgaan. Mocht u dus nog aanvullende informatie voor me hebben, gelieve mij die dan zeker te bezorgen.

Veel leesplezier! André Vermeulen, maart 2021

8


Het is leuk om te lezen hoe de Belgische aanloop van de grootste muziekshow ter wereld evolueerde. Om al die gekke anekdotes te horen en vast te stellen hoe ongelooflijk de songfestival-tendenzen veranderen. Er is natuurlijk maar één echte kenner die dat allemaal weet: hij heet André Vermeulen.

bart peeters

9


1956

H

et eerste Eurovisiesongfestival vindt plaats in Lugano (Italiaans Zwitserland) op donderdag 24 mei 1956. Zeven landen nemen deel. Eurovisie had de landen uitdrukkelijk opgeroepen om niet zomaar een lied te kiezen voor het festival, maar om er een echte preselectie van te maken. Belangrijk: het eerste jaar worden uit elk land twee liedjes verwacht. Zo zijn er veertien in totaal en krijg je toch al een tv-programma van enige omvang. In België zou je dan verwachten dat de Nederlandstalige omroep NIR (‘Brussel Vlaams’) en de Franstalige omroep INR (‘Brussel Frans’) elk één liedje sturen, maar om praktische redenen gebeurt dat niet: het NIR heeft de handen al vol met de voorbereiding van zijn deelname aan het Festival van Venetië, dat in juli plaatsvindt. Daarom spreken het NIR en het INR een beurtrol af: in 1956 gaat het INR naar het Eurovisiesongfestival, in 1957 neemt het NIR over en zo blijven Franstaligen en Vlamingen afwisselend een kandidaat sturen.

INR

FUD LECLERC

Messieurs les noyés de la Seine

MONY MARC

Le plus beau jour de ma vie

1956 10


FINALE NATIONALE DU GRAND PRIX EUROVISION 1956 DE LA CHANSON EUROPEENNE INR, zondag 15/04/1956

De Belgische dirigent op het songfestival Léo Souris, onze songfestivalkandidaten Fud Leclerc en Mony Marc, orkestleider Henry Segers en Jacques Goossens, wellicht de presentator van deze preselectie.

Na een oproep van het INR, zouden componisten en tekstschrijvers 436 liedjes hebben ingestuurd, wat een bijna onmogelijk hoog aantal lijkt voor een wedstrijd die voor het eerst plaats vindt. Er wordt een vakjury samengesteld, met programmamaakster Angèle Guller, de Nederlandse componist Jaap Streefkerk (Steve Kirk), componist Peter Packay en René Hénoumont, hoofdredacteur van het weekblad

1956 11

Moustique, de Franstalige tegenhanger van Humo. Orkestleider Henry Segers speelt een aantal liedjes voor op piano, want de inzendingen bevatten alleen een partituur. De jury kiest tien liedjes voor de tv-show van de eerste Belgische preselectie, meteen de finale. Midden april, op een zondagavond, krijgen de weinige Belgen die al een tvtoestel hebben, de kandidaten te zien die België willen vertegenwoordigen op het songfestival. (Slechts 72.000 huishoudens hebben op het einde van dat jaar een tv.) Die kandidaten hebben meestal naam gemaakt in één van de vele cafés chantants in Brussel.


Eigenlijk heeft Franstalig België in 1956 niet echt een eigen showbusiness. Om carrière te maken is de Franstalige liedjeswereld afhankelijk van Parijs. Annie Cordy en Jacques Brel zijn daar groot geworden. Tot in het begin van de jaren zestig zal de Franstalige tv haar songfestivalkandidaten vooral in de Brusselse cabaretwereld zoeken. Dit zijn de zes kandidaten in de finale van de eerste Belgische songfestivalpreselectie ooit: • Johnny Grey • Denise Lebrun • Fud Leclerc • Mony Marc • Ghislaine Mery (soms ook Merry geschreven) • Janine Michel (onder contract bij manager/ uitgever Jacques Kluger)

Er wordt met twee selectiemethodes gewerkt: tijdens de rechtstreekse tv-uitzending kiest een uitgebreide vakjury één lied, de tv-kijkers krijgen één dag extra om met briefkaarten een tweede te kiezen. De vakjuryleden moeten volgens het INR-reglement zestig procent van hun punten geven voor de muziek en veertig procent voor de tekst. Zij kiezen voor ‘Messieurs, les noyés de la Seine’ gezongen door Fud Leclerc. Een zwartgallig lied over een dreigende zelfmoord. Niet meteen een typisch songfestivallied, dat ‘Heren verdronkenen van de Seine’. Na het songfestival zegt auteursrechtenorganisatie SABAM dat de tekst te veel lijkt op ‘Le noyé assassiné’ (‘De vermoorde verdronkene’) van de Franse zanger Philippe Clay. Het publiek kiest voor ‘Le plus beau jour de ma vie’ gezongen door Mony Marc. ‘De mooiste dag van mijn leven’ is dan weer een heel optimistisch lied over de dag waarop je trouwt.

De zes kandidaten nemen plaatjes op in de tweede helft van de jaren vijftig, begin jaren zestig. Janine Michel heeft de langste carrière. Er is geen groot orkest om de artiesten te begeleiden. Dat doen een piano en een ritmesectie met gitaar, basgitaar en drums. De liedjes worden twee keer uitgevoerd: eerst instrumentaal, dan gezongen. Sommige kandidaten, onder wie Fud Leclerc, zingen meer dan één liedje. Leclerc zingt twee keer een tekst van Robert Montal, maar de tweede titel blijkt niet meer te achterhalen, evenmin als zeven andere titels. We weten alleen iets over de twee die naar het songfestival mogen.

FUD LECLERC Fud Leclerc (Fernand Urbain Dominic Gheysels, 1924-2010) is in Frankrijk geboren als kind van Belgische ouders. Na de tweede wereldoorlog leidt hij een orkestje, hij specialiseert zich in jazz-accordeon en begeleidt als accordeonist een tijd de Franse zangeres Jacqueline François. Als ‘Fred Leclair’ maakt hij ook deel uit van het trio Do Re Mi van componist Hubert Giraud. Met dat trio begeleidt hij soms Juliette Gréco. Als zanger zal Fud Leclerc liefst vier keer België vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival: in ’56, ’58, ’60 en ’62. Naast zijn songfestivalliedjes is zijn bekendste succes ‘Paola’ (’59), een ode aan de Italiaanse prinses, die in België arriveert als verloofde van prins Albert. Fud Leclerc blijft altijd een amateurzanger, met een echte job in de bouwsector, als werfleider.

1. Messieurs, les noyés de la Seine, FUD LECLERC winnaar vakjury M: Jean Miret, Jack Say T: Robert Montal

2. Le plus beau jour de ma vie, MONY MARC winnaar publiek

MONY MARC Mony Marc is de Belgische songfestivalkandidate over wie we het minst weten. Haar geboortedatum is onbekend. Ze debuteert in 1947 in de prestigieuze

M: David Bee T: Claude Alix

1956 12


andere kandidaten blijft wellicht voor altijd een mysterie.

zaal Forum in Luik. Daarna treedt ze twee jaar op met het orkest van Jacques Mathieu in de Ancienne Belgique zalen in Brussel, Gent en Antwerpen. Mony Marc heeft onder meer succes met haar vertolkingen van liedjes van Charles Trenet. Vóór het songfestival treedt ze al op in verschillende Europese landen. Na het festival brengt ze nog enkele plaatjes uit, maar daarna verdwijnt ze snel van het toneel.

FESTIVAL VAN VENETIE 1956 In 1956 neemt de Franstalige openbare omroep INR deel aan het Eurovisiesongfestival. Het Nederlandstalige NIR vertegenwoordigt ons land op de tweede jaargang van het festival van Venetië. In Venetië worden geen solisten, maar landenploegen bekroond. Er nemen vijf landen deel: België, Italië, Nederland, Oostenrijk en WestDuitsland. Op 6 en 7 juli beleeft de ploeg van het NIR een echte triomf, ze wint alles wat er te winnen valt: • de hoofdprijs, ‘de Gouden Gondel’, is voor het totale Belgische programma (50 minuten), met het amusementsorkest van het NIR onder leiding van dirigent Jef Verelst. Francis Bay schrijft de arrangementen en speelt trombone. • Er zijn vier vocalisten: de zangeressen Terry Lester en Frieda Linzi en de zangers Eric Franssen en Jean Walter. Vier Vlaamse artiesten die daarna ook zullen opduiken in de Vlaamse preselecties voor het Euro­ visiesongfestival. • Jean Walter wint de ‘zilveren plaket’ voor het beste lied over Venetië: ‘Venetië’ (M: Hans Flower / T: Marcel Coole). • De NIR-ploeg krijgt ook de eerste prijs voor de beste presentatie in vijf talen, door Ludo Bekkers.

DE COMPONISTEN Jack Say, één van de componisten van het liedje van Fud Leclerc, is een kleinzoon van de beroemde violist Eugène Ysaye. Say speelt eerst vooral jazz. Maar hij maakt ook veel arrangementen en leidt studio-opnames, ook van Vlaamse artiesten. Hij schrijft verschillende liedjes voor de Franstalige preselecties en wint twee keer. Later gaat hij ook als dirigent naar het songfestival. Jean Miret is een zanger die in 1953 een festival wint in Knokke, met een lied van zijn goede vriend Jack Say. Robert Montal is een pseudoniem van Robert Frickx, een literatuurhistoricus die in zijn vrije tijd gedichten en liedjesteksten schrijft. De componisten van het liedje van Mony Marc zijn de ouders van Claude Lombard, de Belgische kandidate op het songfestival van 1968. David Bee is jazzmuzikant, Claude Alix schrijft liedjes, presenteert tv-programma’s en is als zangeres bekend als Rita Roque.

De optredens vonden plaats in het Palazzo del Cinema op het Lido en op het San Marcoplein.

BELGIE OP HET EUROVISIESONGFESTIVAL VAN 1956 Op het eerste songfestival, in Lugano, zijn veertien liedjes uit zeven landen in competitie. Elk land heeft twee juryleden ter plekke, behalve Luxemburg dat zijn stemrecht afstaat aan de Zwitserse juryleden, die dus twee keer mogen stemmen. Mogelijk zorgt dat mee voor de overwinning van de Zwitserse Lys Assia met ‘Refrains’. De vakjury maakt alleen de winnaar bekend, het resultaat van Fud Leclerc en Mony Marc en alle

1956 13


1957

I

n het voorjaar van 1957 verneemt Bobbejaan Schoepen per telegram dat de Vlaamse tv hem naar het songfestival wil sturen. Hij verblijft op dat moment, zoals het een cowboy past, in de Verenigde Staten. Het NIR (het Nationaal Instituut voor de RadioOmroep) verspreidt intussen een bericht via de kranten: ‘Aan zeven toondichters is gevraagd om een lied te componeren voor de stem van volkszanger Bobbejaan Schoepen. De toondichters mogen zelf de tekstdichter kiezen. Bobbejaan zal het ‘geselektioneerde (sic) Vlaamse volkslied’ uitvoeren te Frankfurt.’ Jan Boon — toen administrateur-directeurgeneraal van het NIR — ziet persoonlijk toe op de keuze van de Belgische vertegenwoordiger op het Eurovisiesongfestival en op de procedure om het juiste lied te vinden. Hij wijst ook zelf de vakjury aan. In 1957 is Bobbejaan (Modest Schoepen, 1925 — 2010) de populairste zanger in Vlaanderen. De Vlaamse tv mikt dus meteen hoog. Bij zijn debuutoptreden in de Ancienne Belgique in Antwerpen in 1943, tijdens de oorlog werd Bobbejaan zwaar aangepakt door de Gestapo. Hij had het bekende Zuid-Afrikaanse lied ‘Mamma, ’k wil ’n man, hé’ gezongen, met daarin de zin: ’n Duitserman die wil ek nie, want Schweinefleisch dat lus ek nie’. Zijn eerste echte grote succes is: ‘De trappers van Alaska’ (1946). In de tijd van de ‘bonte avonden’ maakt hij zijn grootste topper: ’k Zie zo geire m’n duivenkot’ (1949).

nir

BOBBEJAAN SCHOEPEN Straatdeuntje

1957 14


Rina Pia zingt ‘De jodelende koe’

De vakjury kiest uiteindelijk ook het winnende lied, nu uiteraard op basis van de uitvoering door Bobbejaan Schoepen. Die jury bestaat uit: • voorzitter Marcel Poot (SABAM) • adjunct-tv-directeur Nic Bal • dirigent Francis Bay • NIR programmamaker muziek Bob Boon • NIR muziekdirecteur Leonce Gras • muziekuitgevers Jacques Kluger en Albert Rollewagen • hoofd tv-Ontspanning Paul Van Dessel • zanger Renaat Verbruggen • NIR programmamaker Gerd Mertens (die vervangt uitgever Charles Bens die wel mee de drie finaleliedjes had uitgekozen).

Bobbejaan treedt vaak op in het buitenland, onder meer met Josephine Baker en Toots Thielemans. In de Brusselse Ancienne Belgique staat Jacques Brel in zijn voorprogramma. Wanneer Bobbejaan Schoepen in 1957 naar het songfestival gaat, heeft hij net nog een tophit gehad met ‘Jef en Rosa’ (1956). Bobbejaan is nog in de VS, maar het songfestival is al op 3 maart. Daarom worden de zeven liedjes alvast opgenomen door andere artiesten. Zo heeft Wim Van de Velde het over ‘Brave boerinnekens, goedig van aard, steeds onvervaard’, en Rina Pia zingt: ‘De jodelende koe geeft melk en nog wat toe, door die melk van haar word ik een jodelaar’. Deze twee parels halen de finale niet. Op basis van de originele uitvoeringen kiest de vakjury drie liedjes. Die worden in de finale gezongen door Bobbejaan.

De juryleden nemen hun taak ter harte: eerst bekijken ze de beeldband van de finale van het

1957 15


Sanremofestival, de Italiaanse preselectie voor het songfestival. Daarna beluisteren ze de Nederlandse inzending. Om te weten wat de concurrentie stuurt.

DIT ZIJN DE NIET-FINALISTEN IN DE UITZENDING: 1. De jodelende koe, RINA PIA (M+T: Jo Dante (Johnny Steggerda))

DE TV MAAKT MUZIEK

2. Brave boerinnekens, WIM VAN DE VELDE

NIR, dinsdag 19/02/1957

(M: Jef Trappeniers / T: Luc Verbist)

3. Voor jou chérie, WIM VAN DE VELDE

Op dinsdag 19 februari kondigt omroepster Terry Van Ginderen — ‘tante Terry’, het tv-programma ‘De TV maakt muziek’ aan. Ze verwelkomt daarbij ook de kijkers in Nederland. Want in de beginjaren van de tv namen Nederland en Vlaanderen vaak programma’s van mekaar over. De Vlaamse tv zendt in 1957 ook de Nederlandse finale uit. De TV maakt muziek’ is een non stop programma, opgenomen in Studio Sonart (een voormalige bioscoop in Sint-Pieters-Woluwe), met wat we nu videoclips zouden noemen. Daarin onder meer de vier niet-geselecteerde liedjes in de originele versie en de drie finaleliedjes gezongen door Bobbejaan. Om het winnende lied aan te wijzen, is de stem van het publiek niet nodig, vindt de openbare omroep. ‘Medezeggingschap (sic) van het publiek is niet vereist om niet berekenbare publieke reacties te vermijden. De jury is voldoende representatief ’ laat het NIR weten. Die jury bestaat wel uit tien mannen en geen enkele vrouw.

(M: Jack Say / T: Nelly Byl)

4. O mijn huisje op de heide, ERIC FRANSSEN (M: Armand Preud’homme / T: Eugeen De Ridder)

BOBBEJAAN SCHOEPEN ZINGT DE DRIE FINALELIEDJES: 1. Zomernacht in ‘Gay Paree’ (M+T: Jan Stevens, Max Sluys, Eric Franssen)

2. Straatdeuntje (M: Harry Frekin / T: Eric Franssen)

3. Het beeld van mijn moeder (M: Hans Flower / T: Leo Camps)

Maar Bobbejaan Schoepen zingt ze dus in ‘De TV maakt muziek’. • Het eerste: ‘Zomernacht in ‘Gay Paree’’ is in drie talen: Nederlands, Engels en Duits! De regel dat je in eigen taal moet zingen zal pas in 1966 worden ingevoerd (nadat een Zweedse operazanger in 1965 zijn lied in het Engels had gezongen). • Het tweede lied: ‘Het beeld van mijn moeder’ heeft een gefloten intro, die sterk lijkt op de Vlaamse klassieker ‘Op de purp’ren heide’. Wat zou de componist ervan, Armand Preud’homme, gedacht hebben? Het liedje van Preud’homme haalt overigens de finale niet. • Ook in het derde lied: Straatdeuntje, wordt heel wat afgefloten. Bobbejaan staat niet voor niets bekend als ‘de jodelende fluiter’. Pas later wordt meegedeeld dat de vakjury ‘Straatdeuntje’ tot ‘het meest geschikte Vlaamse

Wie deze drie finaleliedjes in de eerste versie zong, toen de jury de zeven moest terugbrengen tot drie, is niet met zekerheid te zeggen. Het staat wel vast dat één ervan werd gezongen door Terry Lester. ‘Straatdeuntje’ werd wellicht gezongen door Jean Walter, want een jurylid noteert op een kladblad dat bewaard is: ‘Straatdeuntje past beter bij Walter dan bij Schoepen’. En Jean Walter heeft het later ook op plaat gezet. Eric Franssen die ook als zanger in dit programma zit, zong mogelijk ook de eerste versie van ‘Zomernacht in Gay Paree ’, dat hij mee heeft geschreven.

1957 16


Bobbejaan Schoepen zingt ‘Straatdeuntje’ in de preselectie.

Het optreden wordt niet echt een succes: ‘Straatdeuntje’ eindigt achtste op tien inzendingen. De Nederlandse Corry Brokken wint met ‘Net als toen’. Bobbejaan houdt er wel goeie buitenlandse contacten aan over, vooral in Duitsland, waar hij later nog echte ‘millionsellers’ maakt: ‘Ich steh an der Bar’ (’60) is de grootste. Terug in Vlaanderen, maakt Bobbejaan Schoepen een niet te stoppen serie tophits, waaronder ‘Café zonder bier’ (’59), en ‘Een hutje op de heide’ (’60). Pas in de vroege jaren zestig wordt zijn positie als populairste Vlaamse zanger bedreigd door Will Tura. Bobbejaan Schoepen woont en werkt dan al in zijn eigen pretpark ‘Bobbejaanland’ in Lichtaart: wereldberoemd in Vlaanderen en ver daarbuiten. Tussendoor rinkelt de kassa ook nog even, als Gert Timmerman een hit heeft met ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’ (’63), en Richard Anthony met ‘Je me suis souvent demandé’ (’65), twee composities van Bobbejaan Schoepen.

volkslied voor Europa’ heeft gekozen. Om tot dat resultaat te komen, moesten alle juryleden hun eigen top drie maken. In de lijst hieronder is het liedje met de minste ‘punten’ dus de winnaar: ‘Straatdeuntje’ staat bij de helft van de juryleden op één en haalt zo 16, ‘Zomernacht in “Gay Paree” ’ haalt 21 en ‘Het beeld van mijn moeder’ 23. ZOMERNACHT IN ‘GAY PAREE’ 2 + 2 + 3 + 2 + 3 + 2 + 2 + 1 + 1 + 3 = 21 (tweede) STRAATDEUNTJE 1 + 1 + 2 + 1 + 1 + 1 + 3 + 2 + 2 + 2 = 16 (winnaar) HET BEELD VAN MIJN MOEDER 3 + 3 + 1 + 3 + 2 + 3 + 1 + 3 + 3 + 1 = 23 (derde)

STRAATDEUNTJE Op het Eurovisiesongfestival in Frankfurt moet Bobbejaan Schoepen als eerste het podium op. Net als in de Belgische preselectie is in het decor een straat met kasseistenen verwerkt.

1957 17


1958

GRAND PRIX EUROVISION DE LA CHANSON EUROPEENNE: DEMI-FINALE BELGE INR, woensdag 19/02/1958

I

inr

n 1958 zou het INR zo’n 500 liedjes ontvangen hebben voor de Belgische finale van het songfestival. Een vakjury kiest er weer tien uit. Dat gebeurt van vier tot zes februari, tijdens een conclaaf van drie dagen. In de jury zitten radiomaakster Angèle Guller, de componisten/ muzikanten David Bee, Léon Jongen, Jean Omer, Peter Packay, Jaap Streefkerk en Robert Wasmuth plus René Hénoumont, hoofdredacteur van Moustique. Robert Ledent, organisator van de preselectie, is voorzitter. In het tv-programma rond de Belgische finale staat het orkest onder leiding van Henry Segers. Het speelt eerst instrumentale versies van de tien finaleliedjes. Daarna worden ze uitgevoerd door artiesten van wie de namen, op de winnaar na, in de mist van de tijd verdwenen lijken. Dan is het publiek in de studio aan zet: het mag de tien liedjes herleiden tot vijf. En uit die vijf kiest een enigszins gewijzigde vakjury (nu ook met componist Jack Say) de winnaar.

FUD LECLERC Ma petite chatte

Ma petite chatte, FUD LECLERC (M+T: André Dohet)

1958 18


fataal is dat je er gek van wordt, maar ook mee trouwt. Frankrijk wint dat jaar, met de bekende zanger/ filmster André Claveau en ‘Dors mon amour’. Maar de grootste hit van het songfestival van dat jaar eindigt maar derde: ‘Nel blu dipinto di blu’ van de Italiaan Domenico Modugno. Het is beter bekend als ‘Volare’ en het is één van de best verkochte vinylsingles ooit.

Fud Leclerc wint voor de tweede keer de Belgische preselectie. Tekst en muziek van ‘Ma petite chatte’ (‘Mijn kleine katje’) zijn van André Dohet, een jonge muzikant uit Namen die acht liedjes had ingestuurd. Eén van de andere negen liedjes in de finale, ‘Il y a des rues’ zou ongeveer halfweg de rangschikking geëindigd zijn. Maar ook over de liedjes lijkt verder geen informatie bewaard gebleven. FUD LECLERC OP HET SONGFESTIVAL In 1958 organiseert de Nederlands publieke omroep het songfestival in Hilversum. ‘Ma petite chatte’ valt in de smaak. Fud Leclerc eindigt vijfde op tien kandidaten met een liedje over een meisje dat zo

1958 19


1959

I

n 1957 heeft de rechtstreekse aanwijzing van Bobbejaan Schoepen niet tot het verhoopte resultaat geleid en dus wordt het roer omgegooid. In totaal nemen vier zangers en vijf zangeressen deel aan de ‘Wedstrijd voor ’t beste lied’: de Belgische preselectie voor het songfestival dat op elf maart in Cannes plaatsvindt. Eén principe blijft overeind: eerst worden opdrachten gegeven aan componisten, negen dit keer, die elk twee liedjes mogen insturen. Wie welk lied geschreven heeft, wordt pas na de finale bekendgemaakt. De componisten zijn Jef Trappeniers, Johnny Steggerda, Jef van den Berg, Jack Say, Pieter Leemans, Armand Preud’homme, Hans Flower, Louis Marischal en jazz saxofonist Jack Sels, toen al bekend als componist van de muziek voor de film ‘Meeuwen sterven in de haven’. Een vakjury beoordeelt de liedjes in twee halve finales. De winnaars van beide schiftingen komen tegen elkaar uit in de finale. Alles speelt zich af op de eerste drie zondagen van februari 1959.

NIR

BOB BENNY

Hou toch van mij

De jury telt elf leden (net als in 1957 alleen mannen): • Als oudste jurylid is Karel Albert, adjunctdirecteur muziek bij het NIR, voorzitter. De andere juryleden zijn: • Nic Bal, Bob Boon en Paul Van Dessel (alle drie NIR). • Dirigent Francis Bay. • Uitgevers Albert Rollewagen en Charles Bens (René Bosmans).

1959 20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401476096 by Uitgeverij Lannoo - Issuu