Skip to main content

9789401476072

Page 1

MET VOORBEDACHTEN RADE De sluipmoord op de open ruimte


www.kritak.be

Kritak maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, Peter Renard, Tom Coppens, Guy Vloebergh, 2022 Vormgeving: Tinxz Foto cover: © Agentschap Informatie Vlaanderen Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en /of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Bij de samenstelling van dit boek hebben we illustraties ontleend waarvan wij de bron niet hebben kunnen achterhalen. Mogelijke rechthebbenden kunnen zich tot de uitgever wenden. D/2022/45/421 isbn 978 94 0147 607 2 nur 600


INHOUD MET VOORBEDACHTEN RADE, SLUIPMOORD OP DE OPEN RUIMTE..........................9 HOOFDSTUK 1: OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN ............................................ 11 Energie........................................................................................13 Klimaat........................................................................................15 Biodiversiteit en landbouw....................................................17 ’s Lands natuurschoon.............................................................18 Actief ruimtebeleid..................................................................20 Juridische steekspelletjes........................................................22 Plannen, vergunnen, handhaven .........................................23

HOOFDSTUK 2: HET STRUCTUURPLAN, EEN KORT TUSSENSPEL........................... 25

Tijdsgeest....................................................................................26 Oude praktijk............................................................................30 Weeffouten.................................................................................32 Schietschijf.................................................................................33 En stoemelings..........................................................................35

HOOFDSTUK 3: HET BELEIDSPLAN RUIMTE VLAANDEREN, AANKONDIGEN EN NOG EENS AANKONDIGEN................................................................. 37

Modernisering is een eufemisme.........................................40 Groenboek: verkleutering......................................................43 Witboek: januskop ..................................................................47 Betonstop is betongolf ...........................................................51 Instrumentendecreet: nog flexibeler...................................53 Cadeau van 31 miljard.............................................................55 Vlaams compromis...................................................................58 Factuur naar gemeenten.........................................................60

-5-


Bouwshiftfonds.........................................................................61 Balans van een plan..................................................................64

HOOFDSTUK 4: PLANNEN IN EEN ZONEVREEMD LAND..................................... 67

Uitdovend...................................................................................69 Mijn huis mijn recht................................................................70 Basisrechten...............................................................................72 Vijfde pensioenpijler ..............................................................74 Weekendverblijven...................................................................76 Zonevreemde bedrijven .........................................................79 Maatwerk....................................................................................83

HOOFDSTUK 5: SPECULATIE IN WOONUITBREIDINGSGEBIEDEN.......................... 85

Reserve voor groepswoningbouw........................................86 Slecht gelegen............................................................................88 Woonbeleid................................................................................89 Principieel akkoord..................................................................90 Van kwaad naar erger..............................................................92 Signaalgebieden........................................................................94 Betaalbaar wonen.....................................................................96

HOOFDSTUK 6: WERELDKAMPIOEN LINTBEBOUWING..................................... 99

Eigen woning...........................................................................100 De taeye en de saeger............................................................101 Landelijk karakter..................................................................104 Opvulregel ...............................................................................105 Inbreiding ................................................................................106 Afwerkingsregel......................................................................109 Honderdvoud...........................................................................111

HOOFDSTUK 7: UITZONDERING IS DE REGEL .............................................. 115 Bouwen in landbouwgebieden...........................................116 Bouwen zonder vergunning................................................119 Uitgeruste weg.........................................................................123

-6-


Afwijkingen troef...................................................................124 Juridisering...............................................................................127

HOOFDSTUK 8: BELEMMERING VAN DE HANDHAVING................................... 129

Muggenzifterij.........................................................................132 Fundamentalistisch................................................................135 Sociaal rechtvaardig...............................................................137 Politieke klantenbinding......................................................140 Menselijker...............................................................................144 Minder strikt............................................................................147 Stelen mag................................................................................150 Historisch passief...................................................................152 Geen herstelvorderingen......................................................155 Niet stigmatiseren..................................................................156 Protest kortwieken.................................................................161 Naar gemeenten......................................................................164 Buitengebied............................................................................166 Gemeentekas...........................................................................168

HOOFDSTUK 9: SUGGESTIES VOOR EEN KENTERING..................................... 171

Plannen ....................................................................................171 Vergunnen................................................................................174 Handhaven ..............................................................................175

CONCLUSIE ................................................................................... 179

Eensgezind voor de instandhouding van open ruimte......................................................................179 Schouder aan schouder.........................................................181 Noodplan..................................................................................183

-7-


MET VOORBEDACHTEN RADE Sluipmoord op de open ruimte

D

e betonstop die zo niet meer genoemd mag worden, is het beste voorbeeld van het aankondigingsbeleid van de Vlaamse regering betreffende ruimtelijke ordening. Vanaf 2050 mag geen extra vierkante meter ruimte meer worden bebouwd. Correctie: vanaf 2040, zo verkondigde de toenmalige minister na allerhande protest. De betonstop die er niet komt, illustreert het beleid van de jongste decennia. Er wordt veel aangekondigd en een ander Vlaanderen wordt in het vooruitzicht gesteld. Met mensen die tevreden zijn met hun woning en omgeving. Een Vlaanderen met echt openbaar vervoer. Met ruimte voor natuur én landbouw. Met bloeiende en schone economische bedrijvigheid. Een Vlaanderen zonder druk op de open ruimte. Helaas, het is praat voor de vaak. Tegelijkertijd doet Vlaanderen er immers alles aan om het eigenaars en bouwers maximaal naar de zin te maken. Van een trendbreuk in de ruimtelijke ordening is helemaal geen sprake. Een geloofwaardig en realistisch transitieverhaal wordt er allerminst geschreven. Inspraak en participatie van burgers worden teruggedrongen. De versnippering gaat onverminderd door. Over die sluipmoord op de open ruimte gaat dit boek. Dit is het verhaal van drie cruciale periodes in de naoorlogse geschiedenis van de ruimtelijke ordening. Van de wet op de Stedenbouw uit 1962 en de gewestplannen, van het structuurplan en de hoopvolle jaren 1990 en van de harde contrareformatie in het voordeel van wie geld en grond heeft sinds de eeuwwisseling. Het is het relaas van speculatie in woonuitbreidingsgebieden, -9-


het tot vandaag wetens en willens bevorderen van lintbebouwing en het bewust niet willen handhaven. Dezelfde politici die in zowat alle andere sectoren pleiten voor zware sancties vinden dat zacht moet worden opgetreden tegen bouwovertredingen. Overtreders mogen vooral niet worden gestigmatiseerd. Bouwovertredingen moeten snel verjaren. Er kunnen ook altijd maar minder overtredingen worden begaan, aangezien er altijd maar meer afwijkingen en uitzonderingen mogelijk worden gemaakt. De uitzondering is de regel geworden. Alles is nu zo ingewikkeld dat alleen gespecialiseerde juristen nog kunnen volgen. Dit boek gaat over de ruimtelijke verloedering van Vlaanderen. Die is het resultaat van decennialang bewust gevoerd beleid. Vlaanderen heeft meer dan veertig jaar autonomie voor ruimtelijke ordening. Maar het heeft er niets van terecht gebracht.

- 10 -


HOOFDSTUK 1

OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN

E

indeloze lintbebouwing die de grenzen van de dorpskernen nog meer doet vervagen. Verkavelde stadsranden met vrijstaande huizen. Aan elkaar gekoppelde half-industriële baanwinkels aan oude steenwegen. Daar tussenin woningen die zich maar niet naar de rooilijn lijken te kunnen schikken. Bedrijventerreinen en opslagruimen in wat rest van het landbouwgebied naast autosnelwegen. Luxevilla’s en weekendverblijven in verkavelde bossen. Uitdijende koterijen in de achtertuinen naast spoorlijnen. Serrecomplexen en megastallen, ook nabij natuurgebieden. Tuincentra en loodsen tussen tot villa’s omgebouwde landbouwbedrijven. Weinig open ruimte en weinig ongeschonden landschappen. Wat iedereen met eigen ogen kan zien, wordt door wetenschappelijk onderzoek bevestigd: op het gebied van ruimtelijke ordening behoort Vlaanderen tot de slechtste leerlingen van Europa.1 De ruimte die gebruikt wordt voor menselijke activiteiten zoals wonen, handel, industrie, vervoer en transport en

1

Ernest I. Hennig, Christian Schwick, Tomáš Soukup, Erika Orlitová, Felix Kienast, Jochen A.G. Jaeger, Multi-scale analysis of urban sprawl in Europe: Towards a European de-sprawling strategy, Land Use Policy, Volume 49, 2015, 483-498

- 11 -


recreatie bedraagt ongeveer een derde van de totale oppervlakte.2 Met dit ruimtebeslag is Vlaanderen een van de dichtst bebouwde regio’s van Europa. Binnen dat ruimtebeslag is ongeveer de helft van de bodem verhard. Een zesde van Vlaanderen — de oppervlakte van de provincie Vlaams-Brabant — is bedekt met asfalt en beton. Boven op dat excessieve ruimtegebruik hebben we ook nog eens extreem verspreid gebouwd. Vlaanderen is kampioen in lintbebouwing en niet aaneengesloten bebouwing. Een kwart van al onze gebouwen bevindt zich in de in totaal 12.000 kilometer lange linten langs onze wegen. 12% van de gebouwen ligt niet in kernen of niet eens in linten, maar op verspreide locaties in de open ruimte, ver weg van andere bebouwing. Vlamingen en Belgen hebben gemiddeld grotere huizen en tuinen dan andere Europeanen, en wonen vaker in vrijstaande woningen. Volgens de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) bedraagt de gemiddelde woninggrootte in Vlaanderen 132 m², tegenover 96 m² voor het geheel van de Europese Unie.3 De ruimteverspilling blijft intussen gewoon doorgaan. In Vlaanderen verdwijnt elke dag zes hectare grond — of twaalf voetbalvelden — onder het beton. In dat tempo komt er elke drie maanden een kleine stad als Leuven bij. De ruimtelijke wanorde is niet alleen een aanslag op onze klassieke cultuurlandschappen, maar heeft ook negatieve gevolgen voor de sociale, economische en ecologische ontwikkeling van Vlaanderen. De verspreide ruimtelijke structuur — ‘urban sprawl’ in het jargon — heeft een hoge maatschappelijke prijs.

2 3

Voor een uitgebreider overzicht van cijfers, zie departement Omgeving, Ruimterapport 2021, https://www.vlaanderen.be/publicaties/ruimterapportvlaanderen-rura-een-ruimtelijke-analyse-van-vlaanderen SERV, 2019, Klimaat- en Energiebeleid 2019/2004 van alfa tot omega, https://www. serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_Raad_20190624_energierapport_ alfa_omega_RAP.pdf

- 12 -


OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN

ENERGIE Al vanaf de jaren 1980 illustreert wetenschappelijk onderzoek dat het energieverbruik veel hoger ligt in landen en regio’s met verspreide bebouwing. Volgens Newman en Kenworthy kan het energiegebruik in steden met een lage densiteit tot tien keer hoger liggen dan in steden met een hoge densiteit.4 Dat is logisch: doordat bestemmingen verder uit elkaar liggen, nemen de afstanden toe en stijgt het energieverbruik voor mobiliteit. In Vlaanderen gebeurt in zones met verspreide bebouwing 77% van de verplaatsingen met de auto. In stadskernen is dat 49%.5 Vlamingen die buiten de stad wonen zitten wekelijks vijf uur in de auto, stedelingen één uur. Niet alleen het transport slorpt energie op. Vlaanderen telt erg veel vrijstaande en ook nog eens ruime huizen. Om die te verwarmen is er veel energie nodig. Een van de doelstellingen van de Europese Green Deal is om de gebouwde omgeving tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Dat is voor Vlaanderen een bijzonder grote uitdaging. Want zelfs als alle gebouwen geïsoleerd zijn, blijft er de hoge energievraag voor transport in gebieden met verspreide bebouwing. Een passiefwoning op een afgelegen locatie heeft weinig zin: de energiewinst op verwarming gaat verloren aan transport. En met lage dichtheden is het rendabel aanleggen van op duurzame energiebronnen aangesloten warmtenetten evenmin vanzelfsprekend. Een versnipperde ruimtelijke structuur betekent ook meer wegen. Bij verspreide bebouwing is er per woning haast tien keer meer weg nodig dan in steden het geval is. Wonen buiten 4 5

Peter W. G. Newman & Jeffrey R. Kenworthy (1989) Gasoline Consumption and Cities, Journal of the American Planning Association, 55:1, 24-37, DOI: 10.1080/01944368908975398 Vlaamse Overheid, s.d., Monetariseren van de impact van urban sprawl in Vlaanderen

- 13 -


HOOFDSTUK 1

de dorpskernen maakt postbezorging, nutsvoorzieningen en allerhande diensten duur. Volgens onderzoek van de KU Leuven rijden medewerkers van de thuiszorg op weg naar hun klanten elke dag ongeveer vijftien keer de wereld rond.6 Veel wegen betekent ook dat er veel belastinggeld naar het onderhoud ervan gaat. Er worden nog altijd plannen voor nieuwe wegen aangekondigd. Die moeten onder meer het extra verkeer verwerken dat door de verspreide bebouwing gegenereerd wordt. Vaak blijft het bij plannen of sleept de realisatie ervan decennialang aan. Want precies omdat er zo weinig ruimte overblijft, gaan dossiers voor nieuwe (weg)infrastructuur geregeld de mist in. Er wonen immers overal mensen die hinder kunnen ondervinden. Daar heeft het beleid voor gezorgd. Niet aaneengesloten bebouwing maakt het bovendien onmogelijk om performant openbaar vervoer te organiseren. Het plan om in elke uithoek van Vlaanderen basismobiliteit te garanderen is onhaalbaar en onbetaalbaar gebleken: bussen van de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn kunnen onmogelijk bij elke afgelegen woning halt houden. Spoorverkeer is pas succesvol als er een voldoende potentieel aan reizigers in de nabije omgeving van stations woont — reizigers die dus niet afhankelijk zijn van tijdrovend voor- en natransport. Het gebrek aan ruimte breekt ook de duurzame-energiesector zuur op. Zoals de rest van de wereld staat Vlaanderen voor de immense uitdaging om zijn energie hernieuwbaar en fossielvrij te maken. Het aantal plaatsen in Vlaanderen waar er voldoende wind is en waar op een kostenefficiënte manier turbines kunnen worden geplaatst is hoe dan ook beperkt. Maar door de verspreide bewoning leidt zowat elke aanvraag voor een

6

https://www.knack.be/nieuws/gezondheid/thuisverpleging-rijdt-per-dag-15-keerde-wereld-rond/article-opinion-922723.html

- 14 -


OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN

windturbine tot bewonersprotest. Ook het energietransport stuit op ruimtelijke grenzen. Nieuwe tracés voor hoogspanningsleidingen produceren sneller hoogspanning onder de bevolking dan op het net. Het Ventilusproject voor het transport van de op zee opgewekte windenergie naar het West-Vlaamse binnenland is oorzaak van een stevig conflict tussen de Vlaamse overheid, de netbeheerders, en de bewoners en hun gemeentebestuurders.

KLIMAAT Open ruimte is een belangrijk instrument voor het beheersen van de klimaatcrisis. De komende jaren en decennia zal niet alleen de gemiddelde temperatuur stijgen, maar ook het neerslagpatroon veranderen. Periodes met zware regenbuien zullen afwisselen met periodes van aanhoudende droogte. De intense regenbuien zijn er helaas al. Een regenbom, zo werden de dramatische overstromingen van juli 2021 in Wallonië genoemd. Daarbij kwamen 41 mensen om het leven. De schade loopt in de miljarden. Na afloop liet de Vlaamse regering becijferen wat een dergelijke natuurramp aan onze kant van de taalgrens zou kosten. Volgens experten zou de schade tot 2 miljard euro kunnen oplopen en zouden 50.000 tot 100.000 mensen door wateroverlast worden getroffen. Die ingrijpende gevolgen hebben veel met onze ruimtelijke ordening te maken. Door verspreid en ruim te bouwen is zoals gezegd een groot deel van de Vlaamse oppervlakte verhard. Op die plaatsen infiltreert regenwater niet in de bodem, maar wordt het snel afgevoerd naar rioleringen en waterlopen. Die kunnen de piekbelasting niet aan en overstromen. Daar komt bij dat we zelfs in natuurlijk overstromingsgebied hebben gebouwd — en dat nog altijd doen. Daardoor fungeren deze overstromingsgebieden niet langer als volwaardige buffers bij hevige regenval.

- 15 -


HOOFDSTUK 1

Ook langdurige droogteperiodes komen hier al voor. Paradoxaal genoeg is Vlaanderen daardoor ondanks de vele regendagen een van de kwetsbaarste gebieden inzake drinkwatervoorziening van Europa. Het bevindt zich daarbij in het gezelschap van regio’s in het zuiden van Spanje en Italië. Dat komt vanzelfsprekend doordat hier relatief veel inwoners op een beperkte oppervlakte leven en omdat de aanvoer van oppervlaktewater beperkt is. Vlaanderen is daardoor sterk afhankelijk van ondergrondse watervoorraden. Maar precies omdat het regenwater door te veel verharding niet kan infiltreren, geraakt die ondergrondse watervoorraad maar moeilijk aangevuld. Na enkele droge zomers heeft Vlaanderen zelfs een afschakelplan voor periodes van extreme droogte laten opstellen. Straks moet de overheid kiezen waarvoor de kraan nog mag worden opengedraaid. Voor de veestapel of de landbouwgewassen? Voor de industrie en de werkgelegenheid? Voor de huishoudens? Hoe dan ook, er is meer onbebouwde ruimte nodig — bij voorkeur in combinatie met een gemakkelijk infiltreerbare ondergrond — om de grondwatervoorraad op peil te houden. De verwachte temperatuurstijging zal in de steden het hardst te voelen zijn. Zogenoemde ‘stedelijke hitte-eilanden’ ontstaan doordat beton en baksteen warmte langer vasthouden dan biologische materialen. Daardoor is het — vooral ’s nachts — veel warmer in dan buiten de steden. De temperatuurverschillen kunnen ’s zomers tot 8 °C oplopen. Tropische nachten kunnen niet alleen tot slapeloosheid maar ook tot beduidend meer sterfgevallen leiden. Steden kunnen het effect van hitte-eilanden aan banden leggen als ze investeren in voldoende open ruimte en groen. Bomen, parken en plantsoenen houden warmte minder lang vast en leveren verkoeling.

- 16 -


OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN

BIODIVERSITEIT EN LANDBOUW De verspreide nederzettingsstructuur heeft uiteraard ook gevolgen voor het leefmilieu. De talloze bouwlinten en het versnipperde landschap verkleinen de habitatgebieden van dier- en plantensoorten en verschralen de biodiversiteit. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INB) staat één op de drie onderzochte planten en dieren op de rode lijst van met uitsterven bedreigde soorten.7 Om de globale biodiversiteitscrisis te keren moet 40% van de aardoppervlakte wilde natuur zijn. Zo blijkt uit wetenschappelijke modellen. In Vlaanderen is 10% van de oppervlakte beschermd natuurgebied. De biodiversiteitscrisis vormt misschien een nog grotere bedreiging voor de mensheid dan de klimaatcrisis. Als de soortenrijkdom blijft achteruitgaan, staan hele ecosystemen op instorten. Uiteindelijk dreigt ook de homo sapiens zelf op de rode lijst te belanden. De helft van de open ruimte in Vlaanderen is als landbouwgebied gemarkeerd en dus voor voedselproductie gereserveerd. Maar door de gestaag voortschrijdende verstedelijking van het platteland wordt steeds minder landbouwgrond voor voedselproductie gebruikt. Veel voormalige boerderijen worden getransformeerd tot villa’s, tuincentra of opslagruimtes voor campers. Daardoor krijgen ook de aanpalende landerijen veelal een andere invulling. In vaktaal heet dat de vertuining en verpaarding van het landbouwgebied. Dat fenomeen doet de prijs van landbouwgrond sterk stijgen, waardoor nogal wat Vlaamse boeren nog moeilijk betaalbare grond voor akkerbouw en veeteelt vinden. De residentialisering en de daarmee gepaard gaande vertuining en verpaarding van het platteland prijzen de boeren uit de markt.

7

https://www.vlaanderen.be/publicaties/natuurrapport-2020

- 17 -


HOOFDSTUK 1

Kortom: de manier waarop we met ruimte omspringen heeft diepgaande gevolgen voor mobiliteit, energie, klimaat, biodiversiteit en landbouw. En toch blijven we onze open ruimte verder verslinden.

’S LANDS NATUURSCHOON Aan een gebrek aan wetten zal het zeker niet liggen. Integendeel. Ons land kent al zestig jaar een gecoördineerd plannings- en vergunningenbeleid. De eerste algemene wet op de Stedenbouw dateert van 1962. Bedoeling was een gebiedsdekkend instrumentarium voor de Belgische ruimtelijke ordening aan te reiken. De wet moest een antwoord bieden op de sterke demografische en economische groei die na de Tweede Wereldoorlog tot snelle expansie van bebouwing en infrastructuur leidde. Bij gebrek aan een wetgevend kader verliep die expansie ongestructureerd. Er werd verkaveld dat het een lieve lust was. De wet van 1962 kwam dus niets te vroeg. De doelstelling is helder. Artikel 1 opent met: ‘De ruimtelijke ordening van het land, de streken, gewesten en gemeenten wordt vastgesteld in plannen. Die ordening wordt ontworpen zowel uit economisch, sociaal en esthetisch oogpunt met als doel ‘s lands natuurschoon ongeschonden te bewaren.’ Om die ruimtelijke ordening in goede banen te leiden voorziet de wet in een systeem van bestemmingsplannen. Die bepalen welke activiteiten waar toegelaten zijn. De Belgische staat zou instaan voor de opmaak van streekplannen, die op hun beurt in gewestplannen zouden worden onderverdeeld. De gemeenten zouden vervolgens algemene en bijzondere plannen van aanleg opstellen die moesten stroken met de streek- en gewestplannen. Een algemeen plan van aanleg (APA) geldt voor het volledige grondgebied van een gemeente, een bijzonder plan van aanleg (BPA) voor een deelgebied. - 18 -


OPEN RUIMTE IN VLAANDEREN

Maar zo loopt het in de praktijk niet. Door communautaire spanningen komt er nooit een nationaal plan.8 En de streekplannen geraken niet verder dan het stadium van de voorstudies. Jos De Saeger, de christendemocratische minister van Openbare Werken, beslist in 1966 dan maar om gewestplannen op te stellen, waarin de bestemmingen eenduidig worden vastgelegd.9 In de loop van de jaren 1970 worden voor het hele Belgische grondgebied 48 gewestplannen opgesteld. In Vlaanderen wordt het laatste in 1980 goedgekeurd. De contouren van de gewestplannen waren vastgelegd in het zogenoemde Inrichtingsbesluit van 28 december 1972. Dat koninklijk besluit bepaalt welke bestemmingen in welke gebieden mogen worden ondergebracht. Zo zijn de woongebieden (rode zones) uiteraard bestemd voor wonen, maar er is ook plaats voor handel, dienstverlening, industrie, groene ruimten, sociaal-culturele inrichtingen, openbare nutsvoorzieningen, toeristische voorzieningen en zelfs voor agrarische bedrijven. Naast de woongebieden zijn er industriegebieden (paars op het gewestplan), dienstverleningsgebieden (blauw), landelijke gebieden (geel), recreatiegebieden (oranje) en gebieden voor ander grondgebruik zoals militaire domeinen. Het gedetailleerde karakter van de gewestplannen maakt dat weinig gemeentebesturen de aandrang voelen om zich nog bezig te houden met de opmaak van een algemeen plan van aanleg of van bijzondere plannen van aanleg. Bouwaanvragen kunnen immers ook aan de hand van de gewestplannen worden beoordeeld.

8 9

Hugo Lauwers, Tom Coppens. ’s Land natuurschoon. VRP. 2012. Jos De Saeger (CVP, nu CD&V), minister van Openbare Werken 1965-1973.

- 19 -


HOOFDSTUK 1

ACTIEF RUIMTEBELEID Na de tweede staatshervorming wordt ruimtelijke ordening in 1980 een gewestmaterie. Maar het duurt een tijdje vooraleer Vlaanderen met de nieuwe bevoegdheden aan de slag gaat. De Belgische wet op de ruimtelijke ordening van 1962 en de gewestplannen blijven gewoon bestaan. In academische instellingen en plannersverenigingen leeft intussen onvrede over die gewestplannen. Bestemmingsplanning is volgens die experten onvoldoende flexibel om op veranderende maatschappelijke behoeften in te spelen en om als overheid een actief ruimtebeleid te kunnen voeren. Ze zien meer heil in de soepelere structuurplanning. Pas eind jaren 1990 wordt de wet van 1962 grondig aangepast. Zowel in de wetswijziging van 1996 als in het Vlaamse decreet van 1999 is structuurplanning de belangrijkste innovatie. Anders dan een gewestplan is een structuurplan geen bestemmingsplan maar een strategisch plan. Structuurplannen stoelen op een onderbouwde visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Ze bevatten ook ruimtelijke doelstellingen en concrete maatregelen om die te verwezenlijken. In 1997 keurt de Vlaamse regering het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) goed. Die turf van meer dan 500 bladzijden bestaat uit drie delen. In het informatieve gedeelte wordt een omgevingsanalyse gemaakt met daarin de belangrijkste tendensen en uitdagingen. Het richtinggevende gedeelte formuleert een visie op de gewenste ontwikkeling van de ruimte. Het bindende gedeelte bevat een lijst met maatregelen en acties waartoe het Vlaamse gewest zich engageert om de in het RSV geformuleerde doelstellingen te halen. Na het Vlaamse gewest stellen ook de provincies en de meeste Vlaamse gemeenten een structuurplan op. Belangrijke kanttekening: de bestemmingsplannen van de wet uit 1962 (gewestplannen, APA en BPA) blijven ook nu gewoon van kracht. Structuurplanning grijpt dus niet rechtstreeks in op - 20 -


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook