Skip to main content

9789401476065

Page 1

Hoe de grootmachten de koers van de wereldpolitiek bepalen Grand strategy in 10 kernwoorden Sven Biscop


www.kritak.be Kritak maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt en Sven Biscop, 2021 Omslagontwerp en boekverzorging: Tinxz (Filip Coopman) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en /of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. D/2021/45/343 isbn 978 94 0147 606 5 nur 600


SVEN BISCOP

Hoe de

GROOTMACHTEN DE KOERS van de WERELDPOLITIEK BEPALEN GRAND STRATEGY IN 10 KERNWOORDEN


Statesmen are not called upon only to settle easy questions. These often settle themselves. It is where the balance quivers, and the proportions are veiled in mist, that the opportunity for world-saving decisions presents itself. Sir Winston Churchill 1

If there is a moral, it seems to me to be this: those who really know what they want, get it — not necessarily of course in the way that they want, but they get it somehow. But those who hesitate between different objectives and seek only some compromise which will postpone difficulties, get nothing — not even the postponement they long for. A.J.P. Taylor 2

Mein Wunsch für Europa ist der Frieden. Koning Leopold I aan Metternich 3


De auteur Prof. dr. Sven Biscop leidt het programma ‘Europa in de wereld’ aan het Egmont — Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel en doceert aan de Universiteit Gent. Hij werd vereerd met het Honorary Fellowship van het Europees Veiligheids- en Defensiecollege van de EU, het kruis van Officier in de Kroonorde (België) en het Großes Ehrenzeichen für Verdienste (Oostenrijk).


Inhoud

Voorwoord .......................................................................11 Inleiding: Besmet door rivaliteit — Waarom grootmachten en grand strategy belangrijk blijven ........... 17 HOOFDSTUK 1 | Eenvoud: een strategie die te moeilijk is om uit te leggen, geraakt nooit uitgevoerd ................... 33 HOOFDSTUK 2 | Competitie: ook de tegenstrever heeft een strategie ............................................................ 57 HOOFDSTUK 3 | Rationaliteit: strategie is een rationeel proces, maar ideologie, religie en emotie zijn niet uit te schakelen .....................................................................79 HOOFDSTUK 4 | Selectiviteit: bondgenoten heb je nodig, maar je kiest ze niet altijd zelf ............................. 103 HOOFDSTUK 5 | Macht: er is geen slimme, harde of zachte macht — er is enkel macht .....................129 HOOFDSTUK 6 | Creativiteit: politiek is wetenschap, maar ook kunst ............................................................... 155 HOOFDSTUK 7 | Alertheid: beslissingen nemen, handelen, heroverwegen en nieuwe beslissingen nemen .........................................................183

- 7 -


HOOFDSTUK 8 | Moed: geweld in al zijn vormen beperken tenzij in uiterste nood .................................... 205 HOOFDSTUK 9 | Immoraliteit: geen enkele strategie kan zonder vuile handen ................................................ 229 HOOFDSTUK 10 | Normering: kunnen de grootmachten nog een gedeelde agenda voor de wereld onderschrijven? ...............................................................253 Conclusie: De kracht van het engagement ....................275 Eindnoten .....................................................................290

- 8 -


Lijst van afkortingen A2/AD AIIB ASEAN AWACS BAKS BBP BRI BRICS CCP DCFTA GVDB EAEU EDG EDF EEG EMASOH EMP ENB EPS EU EUGS FONOP GNA GWOT IHEDN INF INSTEX IPR IS JCPOA LGBTQIA+ NAFTA NAVO NGO’s OBOR PESCO

Anti Access/Area Denial Asian Infrastructure Investment Bank Association of Southeast Asian Nations Airborne Warning and Control System Bundesakademie für Sicherheitspolitik Bruto Binnenlands Product Belt and Road Initiative Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika Chinese Communistische Partij Deep and Comprehensive Free Trade Agreement Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid Euraziatische Economische Unie Europese Defensie Gemeenschap Europees Defensiefonds Europese Economische Gemeenschap European Maritime Awareness in the Strait of Hormuz Euro-Mediterraan Partnerschap Europees Nabuurschapsbeleid Europese Politieke Samenwerking Europese Unie European Union Global Strategy Freedom of Navigation Operation Government of National Accord Global War on Terror Institut d’Hautes Études de Défense Nationale Intermediate-Range Nuclear Forces Treaty Instrument in Support of Trade Exchanges Intellectual Property Rights Islamitische Staat Joint Comprehensive Plan of Action Lesbian, Gay, Bisexual, Pansexual, Transgender, Genderqueer, Queer, Intersexed, Agender, Asexual, and Ally community North American Free Trade Agreement Noord-Atlantische Verdragsorganisatie Niet-gouvernementele organisaties One Belt, One Road Permanent Structured Cooperation - 9 -


R2P SARS SCO SWIFT TPP VK VS USMCA USSR WGO WHO

Responsibility to Protect Severe Acute Respiratory Syndrome Shanghai Cooperation Organisation Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication Trans-Pacific Partnership Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten United States — Mexico — Canada Agreement Unie van Socialistische Sovjetrepublieken Wereldgezondheidsorganisatie Wereldhandelsorganisatie

- 10 -


VOORWOORD

‘Concerning the origination of plans and decisions: it is my conviction that no commander could normally take oath that a particular plan or conception originated within his own mind. Preoccupation with the concerns of command are such that it is impossible for any person later to say whether the first gleam of an idea that may eventually have developed into a great plan came from within his own brain or from some outside suggestion.’ 4

I

k ben maar een onderzoeker, dus de druk van de bevelvoering weegt iets lichter op mijn schouders, maar net als generaal Eisenhower durf ik niet beweren dat elk idee in dit boek volledig van mezelf komt. Als academicus draag ik twee petten: ik verdeel mijn tijd tussen de Universiteit Gent en een denktank, het Egmont — Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel. Dankzij die bevoorrechte positie sta ik in permanent contact met vele interessante gemeenschappen: studenten en professoren aan mijn eigen en andere universiteiten; collega’s in denktanks in Europa, Amerika en Azië; militairen, diplomaten en ambtenaren van de EU, de NAVO en hun lidstaten en van de talloze landen die vertegenwoordigd zijn in Brussel, de diplomatieke hoofdstad van Europa. Ik sta in het krijt bij de vele collega’s die hun inzichten met mij gedeeld hebben; velen van hen zijn ook vrienden geworden. Onze discussies brengen nieuwe ideeën voort en scherpen het denken aan. De woorden van Talleyrand, Napoleons minister van Buitenlandse Zaken, indachtig — ‘Les bons - 11 -


– Voorwoord –

diners font des bons dépêches’ 5 — vinden de beste discussies natuurlijk plaats bij een goed glas of een stevige maaltijd. Als lid van dit inspirerend gezelschap voel ik me gesterkt, maar niettemin blijft een boek schrijven over zo’n immens onderwerp als de grand strategy van en de relaties tussen de Verenigde Staten, China, Rusland en de Europese Unie een riskante onderneming. Ik pretendeer zeker geen expert te zijn in al deze actoren en alle beleidsdomeinen. Om te beginnen spreek ik al geen Chinees of Russisch. De belangrijkste primaire bronnen, zoals een nationale veiligheidsstrategie, zijn in het Engels beschikbaar. Maar van het rijke intellectuele debat in beide landen kan ik maar een glimp opvangen, via de Engelstalige publicaties van Chinese en Russische vorsers. Gelukkig leiden alle wegen naar Brussel: alle belangrijke denktanks sturen regelmatig delegaties naar de EU en er zijn vele gelegenheden om bij te leren van deze gereputeerde bezoekers. Een jaarlijks vak in een summer school aan de Volksuniversiteit van China in Beijing en een jaarlijks seminar aan het Europees Instituut van de Russische Academie voor Wetenschappen in Moskou maken eveneens directe uitwisseling mogelijk met tal van Chinese en Russische collega’s. In 2020 kon ten gevolge van het coronavirus geen van beide doorgaan, maar ik kijk ernaar uit opnieuw te gaan zodra het kan. Ik ‘zoom in’ en ‘team up’ wanneer het online moet, maar er gaat niks boven een échte ontmoeting. Contacten binnen de EU en met het Verenigd Koninkrijk en de VS zijn er natuurlijk voortdurend. Ik heb ook geprobeerd, voor zover de tijd het toeliet, om naast de dominante Engelstalige vakliteratuur bronnen in het Nederlands, Frans en Duits te raadplegen. Alle directe citaten heb ik in de originele taal behouden. Dat alles maakt van mij echter nog geen econoom, of een expert in klimaatsverandering, artificiële intelligentie of kwantumcomputers. Ik ben politiek wetenschapper en besteed noodzakelijkerwijze meer aandacht aan de dimensies van de internationale politiek die ik het beste ken: diplomatie en defensie. Dat is echter zeker niet bedoeld als een waardeoordeel. Voordat een staat überhaupt een rol kan spelen in de internationale politiek, moet hij een stevige economische basis opbouwen en politieke stabiliteit in eigen land garanderen. Sommige auteurs stellen daarom dat de binnenlandse en de internationale politiek alleen samen bestudeerd kunnen worden. Want als elke staat twee - 12 -


– Voorwoord –

grand strategies heeft — een binnenlandse en een buitenlandse — kun je die dan echt ‘grand’ noemen? 6 Zo’n boek kan echter alleen een echte homo universalis schrijven. Mijn boek gaat niet over de opbouw van de binnenlandse machtsbasis van een staat. Ik schrijf over hoe een staat zijn macht gebruikt in de internationale politiek nadat hij zijn machtsbasis geconsolideerd heeft. Dit boek is geen theoretisch betoog. Ik heb geprobeerd een boek te schrijven dat iedereen met belangstelling voor de internationale politiek kan lezen. Mijn leidraad is de grote Britse historicus Hugh Trevor-Roper: ‘Life is short, and those who will not take the trouble to write clearly cannot properly expect to be read.’ 7 Als denktanker sta ik met een voet in twee werelden: de academische en die van het beleid. Ik geloof niet dat het de rol is van politieke wetenschappers om geleerde artikelen te schrijven die alleen andere politieke wetenschappers kunnen begrijpen. Eerder verlang ik, zoals Michael Green, naar een tijdperk waarin de politieke wetenschappen nog niet gedomineerd werden door ondoorgrondelijke theorieën en methodologieën, maar probeerden iets zinvols te vertellen voor het beleid. 8 Ik gebruik de concepten en theorieën van de politieke wetenschappen als een tentoonstellingskast: ze moeten zichtbaar helpen maken wat de kwesties zijn en hoe ze met elkaar verband houden. Politieke theorie is geen geschenkpapier dat de eigenlijke kwesties aan het zicht onttrekt: zodra je de strik ontwart en de verpakking weggooit, blijkt er vaak niet meer dan een lege doos in te zitten. Op elke kwestie werpt de geschiedenis extra licht en dus gebruik ik veel historische voorbeelden. Niet alleen omdat ik nu eenmaal een passie voor geschiedenis heb, maar omdat je de internationale politiek vandaag niet kunt begrijpen zonder kennis van wat voordien gebeurd is. Als academicus ben ik een waarnemer en soms een adviseur, maar het is niet mijn bedoeling om op het terrein van de beleidsmaker te komen. ‘I was a professional diplomatist and they were professors of history. An absurd conflict of vanities was thereby introduced.’ 9 Dit is de situatie waarin de diplomaat Harold Nicolson, lid van de Britse delegatie op de vredesconferentie in Versailles in 1919, zich bevond ten aanzien van de niet-diplomaten van de Amerikaanse delegatie. Zo’n situatie is te vermijden. De rol van een professor is ideeën te genereren. Als men in die ideeën iets ziet, zullen ze opgepikt worden - 13 -


– Voorwoord –

en deel worden van de intellectuele context waarin de beleidsmakers ageren; aan hen om de beslissingen te nemen. Ik zou het risico op vergissingen veel kleiner kunnen houden en me aan het kritisch oog van mijn academische collega’s onttrekken door, in plaats van een boek over het grote geheel te schrijven, mijn toevlucht te zoeken in een geleerd artikel over één heel specifiek onderwerp. Een klein fort dat makkelijk te verdedigen is tegen elke aanval, zoals de Britse historicus David Runciman dat noemde. 10 Vaak is dat precies wat ik doe, net als vele academici. Zo heb ik bijvoorbeeld veel gepubliceerd over de militair-technische details van Europese defensiesamenwerking — een klein fort in meer dan één betekenis van het woord. Details hebben echter enkel zin in het kader van het grote geheel, en dat is wat ik in dit boek gepoogd heb te beschrijven. Daarbij aanvaard ik zowel de risico’s als de verantwoordelijkheid voor alle vergissingen. Ik kan niet alle academici en beleidsmakers opsommen die mij in de loop der jaren van hun wijsheid hebben laten genieten, maar enkelen verdienen toch mijn bijzondere dank. De eer voor het idee om dit boek te structureren volgens de tien kernwoorden van grand strategy gaat naar Thomas Renard, mijn collega op het Egmont Instituut; oorspronkelijk wou ik hier enkel een inleidend hoofdstuk aan wijden. Ik wil ook de promotor van mijn doctoraatsthesis, Marc Cogen, vermelden. Onze wegen zijn sindsdien uiteengelopen, maar had hij me niet voorgesteld om een doctoraatsbeurs aan te vragen, dan was ik geen academicus geworden. Mijn bijzondere dank gaat ook uit naar Bob Van Hooland, ‘a professor and a gentleman’, wiens kernachtige voorschriften over de beleidswetenschappen ik nog elke dag toepas. Heel hartelijk bedank ik Rik Coolsaet, mijn mentor, mijn voorbeeld en mijn vriend: hij is een permanente bron van inspiratie en goede raad. In de loop van de vele gesprekken met de volgende collega’s hebben mijn eigen ideeën vorm gekregen: Jan Joel Andersson, Bruno Angelet, Valerie Arnould, Ilana Bet-El, Jo Coelmont, Bart Dessein, Geoffrey Edwards, Zhongping Feng, Daniel Fiott, Marc Franco, Tobias Gehrke, Bastian Giegerich, Eva Gross, Judith Heimann, Jolyon Howorth, Paul Huynen, Emil Kirchner, Heinz Krieb, Tania Latici, Alexander Mattelaer, Costanza Musu, Marc Otte, Barry Posen, Lars Schümann, Luis Simón, Rupert Smith, Marc Thys, Nathalie - 14 -


– Voorwoord –

Tocci, Serge Van Camp, Johan Verbeke, Bert Versmessen, Richard Whitman, Nina Wilén, Patrick Wouters, Jing Yu en Rui Zhang. Zoals steeds bedank ik mijn twee werkgevers, Egmont en de UGent, die me de vrijheid geven om te schrijven over mijn passies en me er nog voor betalen ook. De Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken verdient waardering voor het subsidiëren van een onafhankelijke denktank zoals Egmont. Ik ben de huidige directeur-generaal, Hugues Chantry, die zijn functie opnam midden in de eerste lockdown in 2020, dankbaar voor zijn vertrouwen én voor zijn gevoel voor humor. André Van Halewyck van Kritak was van bij het begin erg enthousiast over dit project en ik waardeer zijn aanmoedigingen ten zeerste. Wie ik nooit genoeg kan bedanken, ten slotte, is mijn man Aberu, die oneindig geduld opbrengt, terwijl ik mijn geduld veel te snel verlies. Zonnig Taipei inruilen voor Brussel enkel om met mij te trouwen, dat moet de ware liefde zijn. Ik draag dit boek op aan mijn boezemvriend Mario Van Essche. Mocht iedereen met even veel bravoure als Mario voor de goede zaak strijden, we zouden er beter voorstaan. Sven Biscop Brussel, […] 2020.

- 15 -


INLEIDING: Besmet door rivaliteit — Waarom grootmachten en grand strategy belangrijk blijven

Dit verandert alles. Dat was de begrijpelijke reactie van velen toen het coronavirus zich begin 2020 over de wereld verspreidde en de ene staat na de andere de samenleving en de economie een lockdown moest opleggen. Voor de middenklasse in de rijkere landen van de wereld was COVID-19 de grootste verstoring van hun bestaan sinds de Tweede Wereldoorlog. Verplicht om samen met mijn man thuis te blijven in ons Brussels appartement, zonder bezoekers, en vastberaden om zo min mogelijk online te vergaderen, had ik opeens heel veel schrijftijd — al mijn tijd was nu schrijftijd. Maar ik vroeg me aanvankelijk af of het boek over grand strategy en de grootmachten waarop ik al enige tijd broedde, nog wel zin had. Algauw kwam ik echter tot de conclusie dat het coronavirus voor de internationale politiek, de relaties tussen staten, eigenlijk niet zoveel veranderde, precies omdat het een wereldwijde catastrofe was. En dus zette ik me aan het schrijven. Had het coronavirus sommige grootmachten getroffen maar andere niet, dan had de wereldpolitiek drastisch kunnen veranderen. De grootmachten die aan het coronavirus ontsnapt zouden zijn, hadden - 17 -


– Inleiding –

dan een kans gehad om hun rijkdom en invloed te vergroten ten koste van de andere. Maar er was geen ontsnappen aan. Het coronavirus veroorzaakte een symmetrische crisis: het raakte iedereen. Hoe hard, dat hing in de eerste plaats af van de macht van elke staat: van de veerkracht van de gezondheidszorg, de snelheid en doortastendheid van de besluitvorming, en de omvang van het economisch herstelpakket. Nationale leiders die hun kop in het zand staken of in hun eigen almacht geloofden, brachten hun eigen land in gevaar. Hoe later ze optraden, hoe meer mensen er stierven, hoe dieper de verstoring van de samenleving en de economie, en hoe trager het herstel nadien. Veel zwakke staten zijn sowieso maar beperkt in staat om hun burgers te beschermen, zelfs in normale tijden. Op lange termijn zullen de gevolgen van de coronacrisis dan ook zeker asymmetrisch zijn: omdat de armen (mensen en staten) nog armer worden, terwijl de rijken zichzelf beschermen. De grootmachten van het begin van de 21ste eeuw — de Verenigde Staten, China, Rusland en de Europese Unie — kunnen meer middelen mobiliseren dan om het even wie. Het coronavirus kon een grootmacht die adequaat optrad niet op de knieën dwingen; dat konden alleen hun eigen vergissingen. Alle vier gingen ze eerst in de fout. De ene kwam later tot inzicht dan de andere: terwijl China in de herfst van 2020 alweer op weg was naar economisch herstel, werden de andere overspoeld door de tweede golf. Voor alle vier de grootmachten betekende de pandemie echter een zware interne schok en een economische aderlating. Maar alle vier kunnen ze investeren in wat nodig is voor het herstel en dus zullen ze hun machtspositie behouden. Initieel falen leidde weliswaar tot politiek protest, maar de autoritaire regimes in China en Rusland bleven stevig in het zadel zitten. In de EU herwonnen de lidstaten en de instellingen in Brussel geleidelijk hun zelfvertrouwen en hun legitimiteit naarmate ze met het virus leerden omgaan. Zelfs in de VS, waar op 3 november 2020 de presidentsverkiezingen doorgingen zoals gepland, verloor zittend president Donald Trump maar nipt van tegenkandidaat Joe Biden, ook al bleef hij de ernst van de pandemie ontkennen. Zelfs nadat hij zelf het virus had opgelopen: het feit dat hij genezen was, betekende in Trumps geest blijkbaar dat de zaak ook voor de rest van Amerika opgelost was. Onder de grootmachten is er dus geen duidelijke winnaar of verliezer, zodat het machtsevenwicht tussen hen min of meer gelijk blijft. - 18 -


– Inleiding –

De aard van hun onderlinge relaties is al evenmin veranderd. De ernst van de pandemie had tot een gezamenlijke aanpak door de grootmachten kunnen leiden. Hadden ze dat gedaan, dan waren ze waarschijnlijk vroeger uit de crisis geraakt en hadden ze sneller hulp kunnen bieden aan andere landen, tot profijt van de wereldeconomie als geheel. Maar sinds de eeuwwisseling is de tendens eerder toenemende rivaliteit tussen de grootmachten. Eerder dan die tendens om te keren, werd de coronacrisis gewoon een ander domein waarop de rivaliteit zich afspeelde. Vermits het virus hun macht niet aantastte en de machtsbalans niet beïnvloedde, kwam het niet tot grootse humanitaire samenwerking, maar zetten de grootmachten hun rivaliteit onverminderd voort. Verscheidene grootmachten verspreidden samenzweringstheorieën over elkaar, lanceerden desinformatiecampagnes, vochten voor invloed in de Wereldgezondheidsorganisatie en trachtten hun eigen en elkaars publieke opinie te beïnvloeden via medische hulp en ‘maskerdiplomatie’. Met name tussen de VS en China kwam het tot intense wederzijdse beschuldigingen. President Xi Jinping moest het Chinese publiek kunnen bewijzen dat hij de zaak onder controle had en wou het initiële verbergen van de eerste uitbraak in de stad Wuhan doen vergeten. Ook Trump moest er de aandacht van afleiden dat hij het virus eerst als een uitvindsel van de Democraten had afgedaan en stak de schuld dan maar op China. 11 Een intern Chinees rapport waarschuwde dat de anti-Chinese gevoelens als gevolg van de toenemende spanningen sterker waren dan ooit sinds de gewelddadige onderdrukking van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. 12 Een van de doelstellingen van dit boek is echter aan te tonen dat de relaties tussen de grootmachten ook een andere vorm kunnen aannemen dan rivaliteit. Trends kunnen wel degelijk veranderen, net als de strategieën van de grootmachten. Het uitgangspunt van dit boek is dat het nog steeds de grootmachten zijn die in grote mate de wereldpolitiek bepalen, gezien de grote machtskloof tussen de huidige ‘grote vier’ en de andere staten. Een eenvoudige definitie van een grootmacht is precies dat: een staat die de ambitie heeft om beslissingen met wereldwijde impact te nemen, en de middelen om daarnaar te handelen. In de vroege 21ste eeuw zijn dat: de VS, de gevestigde grootmacht; Rusland, de tanende grootmacht; China, de opkomende grootmacht; en de EU, die niet zeker is of ze wel een - 19 -


– Inleiding –

grootmacht wil zijn. Hoe deze vier met elkaar en met de rest van de wereld omgaan, zal de koers van de wereldpolitiek in de eerste helft van de 21ste eeuw bepalen. Hun grand strategy begrijpen is dan ook cruciaal om de wereld te begrijpen, en dat poogt dit boek te doen. Een strategie bestaat uit doelstellingen, instrumenten en middelen. Grand strategy — een term die zich moeilijk in het Nederlands laat vertalen; daarom zal ik in het boek soms kortweg over strategie spreken — betreft de vitale doelstellingen die een staat moet bereiken om het voortbestaan van zijn samenleving (zijn ‘way of life’) te garanderen. Vermits het om het overleven gaat, zal de staat daarvoor indien nodig alle mogelijke instrumenten en alle beschikbare middelen mobiliseren. De VS, China, Rusland en de EU: sluiten hun doelstellingen elkaar uit of kunnen ze co-existeren? Zullen ze hun doelstellingen nastreven via confrontatie of samenwerking? Hebben ze de middelen om hun ambities te realiseren? Is er een kern van een op regels gebaseerde wereldorde die ze allemaal kunnen onderschrijven? Dit boek beoogt een genuanceerde analyse van de samenwerking en competitie tussen de grootmachten van vandaag. Ik kan natuurlijk niet anders dan vanuit een Europees perspectief schrijven, als burger van België en de EU die in Brussel woont. Maar ik heb geprobeerd om de grand strategy van elke grootmacht te begrijpen zoals ze zichzelf begrijpen: wat proberen ze te bereiken in de wereld zoals zij die zien? Tegen die achtergrond analyseer ik dan de doeltreffendheid van hun grand strategy: in welke mate kunnen ze de doelen die ze zelf vooropgesteld hebben realiseren? Het boek brengt dit verhaal in tien hoofdstukken die tien kernwoorden behandelen, die samen de essentie van grand strategy vatten: (1) Eenvoud: een grand strategy die te moeilijk is om uit te leggen, zal niet uitgevoerd worden. (2) Competitie: de ander heeft ook een strategie. (3) Rationaliteit: ideologie, religie en emotie zijn slechte raadgevers. (4) Selectiviteit: je kunt niet zonder bondgenoten, maar je kunt ze niet altijd kiezen. (5) Macht: alles vergt politieke, economische én militaire macht. (6) Creativiteit: strategie is zowel een wetenschap als een kunst. (7) Alertheid: een strateeg die zich niet aanpast, is niet strategisch. (8) Moed: durf handelen, of niet handelen, volgens het eigenbelang. (9) Immoraliteit: je moet handelen in de wereld zoals ze is. (10) Normering: niemand zal je belangen in jouw plaats - 20 -


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook