MENEER MONTY is k e o k koe Kim Crabeels & Ingrid Godon
Voor Billie, Dré en Hazel – nona Voor nonna – kim
INHOUD Meneer Monty is koekoek
7
Hier waakt Meneer Monty
13
Zwijgen is zilver, schelden is goud
19
Bennie Bever brengt een brief
25
Meneer Monty is jarig
33
Geen slakken in mijn sla
37
Bezoek van Molly Mol
43
Een diepgravend gesprek
49
Het plan van Merel
54
Meneer Monty mag kiezen
59
De verrassing van Mejuffrouw Fornarina
64
k e o oek
e o k
k e ko
k
MENEER MONTY IS KOEKOEK
koekoek! Elke ochtend schrikt Meneer Monty zich een keutel. Dat is niet erg netjes voor een heer als hij. Of beter: voor de heer die hij wíl zijn. Want het lukt hem niet altijd. Soms zit er plots een teen in zijn oor. Of een vinger in zijn neus! Een vloek rolt uit zijn mond en meer onbeschofte woorden volgen:
Uilskuiken! Pestvogel! Koekoeksjong!
als de dag begint met die eerste
koekoek!
koe koe k
De ene ochtend is dat pas na tienen, de andere al voor vier uur in de nacht. Meneer Monty moppert: Bij
de boskonijnen af! Met koekoek Waldo
weet je ’t nooit. Maar één ding weet Meneer Monty zeker: die vogel begint zijn dag met praatjes.
koekoek! koekoek! Meneer Monty is koekoek! Daar heb je het al… (Koekoek betekent iets als kierewiet, maar dat zegt een koekoek niet.) Meneer Monty moet nu snel zijn. Voor Waldo écht op dreef komt. Waldo is getikt. Hij is dan ook een klok. Hij is minstens even oud als Meneer Monty. En net als hij woont Waldo liever in een huis dan in een hol. Waldo’s huis is een koekoeksklok. Die hing ooit aan een boom in een bos ver weg.
Het Zwarte Woud! zegt Waldo. En als hij dat doet, dan roept hij.
k
k e o
koekoek! koekoek! Kan dat wat stiller? Meneer Monty trekt zijn oren langs zijn hoofd.
Néé! gilt Waldo. koekoek is mijn lokroep! En daar zit wat in. Van een lokfluister heeft Meneer Monty nog nooit gehoord. Meneer Monty vond Waldo in de uitverkoop. Een kaartje prees de koekoek aan. ‘Met garantie op fraaie manieren’ stond erop. Nou! Meneer Monty vond zo’n klok inderdaad erg netjes staan. Waldo was bovendien voor de halve prijs. Omdat hij zo luid is, maar dat stond er niet bij. Hoe dan ook werden die twee beste vrienden, in goeie én in kwaaie dagen. En dit is vast een van die laatste.
10
koekoek! koekoek! Meneer Monty heeft een staart! koekoek! koekoek! Die pluist zo erg dat hij zich schaamt! koekoek! koekoek! Hij stopt hem weg in nette kleren! koekoek! koekoek! En toch hoort hij niet bij de heren! O-o-o, Meneer Monty schiet in een kramp en zijn snor schiet in de krul. Al wat Waldo kwekt, is waar. Maar moet dat echt zo luid? Straks horen de buren hem nog! En zolang die niet weten dat Meneer Monty soms niet netjes is, is hij het eigenlijk wél.
O, pardon! kwekt Waldo. Dat was zeker weer te hard? Meneer Monty zucht. Hij trekt snel een nette broek over zijn pluisstaart aan. En hups! Hij wipt de tuin in. Daar is alles gelukkig nog…
heerlijk, perfect, stil.
11
12
HIER WAAKT MENEER MONTY Meneer Monty is wild van zijn tuin. Al is wild misschien niet het juiste woord. De planten groeien er netjes volgens de regels. De bloemen staan er onbeweeglijk bij. De bomen worden in stilte groter. Wilg vindt dat maar treurig. Hij laat zijn takken hangen. Maar Meneer Monty niet! Die stroopt zijn mouwen op en gaat fluitend aan het werk. In zijn heerlijke eentje. Fwiet-fwoet!
Fwoet-fwiet! kwettert ergens iemand terug. Meneer Monty let er maar niet op. Hij spit en hij graaft. En heus niet met zijn pootjes. Jeetje, nee! Een heer heeft daar toch gereedschap voor? Een schop, een schoffel en een schaar. Een graskantsnijder voor perfect rechte randjes. Fwiet-fwoet! Zoals dat moet.
Fwoet-fwiet! Ik zing mijn lied.
13
Het gekwetter klinkt nu vlakbij. Meneer Monty’s neus wipt zenuwachtig op en neer. En als hij ziet wie het is, vallen zijn oren slap. Merel, zucht hij. Die vervelende zangvogels ook! Die zijn hem echt te luid. Meneer Monty verliest bijna zijn goeie zin. Maar dan pakt hij zijn hamer en – TOK! TOK! TOK! – hij timmert een bord in elkaar. BAM! KNAL! POK! Hij mept het in de grond, precies tussen twee eerdere bordjes in.
Verboden te betreden, zegt het ene. Hier waakt Meneer Monty! roept het andere.
Speciaal voor Merel verft Meneer Monty daar in woeste letters bij:
Zwijgen is zilver. En voor het geval dat niet klontjesklaar is ook nog: STILTE!
VERBODEN TE BETRED EN
Zwijgen is zilver
STILTE!
AKT HIER WA R MENEE MONTY!
Maar… Fwiet-fwoet! Merel zet het op een vleien. U hebt hier zo’n paradijsje. Ik vind hier in-spi-ra-tie. Fwoet-fwiet! U soms niet? Meneer Monty kijkt verbluft van links naar rechts. Van zijn spinazie naar zijn koolrabi. Néé! Inspi-dinges vond hij nog nooit. Wat jammer! Blijven zoeken in dat geval, kirt Merel. Ik neem zolang een bad.
Fwoet-fwiet!
Meneer Monty snuift. Hij heeft wel een kuip. Maar die is voor lelies, niet voor merels!
15
2 022 DE LEZERSPRIJS VAN DE KINDERBOEKENWEEK
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 © Tekst: Kim Crabeels, www.kimcrabeels.be © Illustraties: Ingrid Godon, www.ingridgodon.be Vormgeving: Studio Lannoo (Aurélie Matthys) D/2021/45/366 NUR 280, 282 ISBN 978 94 014 7589 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.