Hallo wereld!
Naar een film van
Bibi Dumon Tak
Zomaar een dag, bij zomaar een vijver
Anne-Lise Koehler en Eric Serre
Op zomaar een dag, bij zomaar een vijver, in zomaar een lente, kropen zomaar wat dieren uit hun ei.
En er was nog iets dat ze niet wisten: dat ze niet hetzelfde zouden blijven. Want wie uit een ei kruipt, staat nog maar aan het begin. Aan het begin van alles. Nee, de dieren wisten nog helemaal niets. Ze voelden alleen dat ze leefden. ‘Hallo wereld!’ riepen ze. ‘Hier zijn we!’
De zon liet alles groeien. Zoals zij de blaadjes uit de takken trok, zo trok ze ook de veren tevoorschijn uit kale vogeltjes. Ze trok het riet uit de grond omhoog en de bloemen uit hun knop. De zon warmde met haar stralen de vijver op, zodat ook het leven onder water wakker werd.
‘Welkom’, zei de zon tegen de salamander die nog helemaal geen salamander was. ‘Welkom padden’ die nog helemaal geen padden waren. ‘Welkom libel’ die nog helemaal geen libel was. ‘Welkom snoek’ die al wel een snoekje was, maar nog zo klein dat hij kon doorgaan voor een guppy.
Je moest drie dingen doen. Ademen, want adem laat je bloed stromen. Uitkijken voor gevaar, want gevaar loert overal. En eten tot je net niet – of net wel – zou barsten. Vis voor de ijsvogel. Vis voor de fuut. Vis voor de roerdomp. Vis voor de snoek.
Watervlooien voor de salamanderlarve. Insectjes voor de libellenlarve en… libellenlarven voor de waterschildpad. Algen voor de kikkervisjes, en kikkervisjes voor iedereen. En dan was er nóg iets wat je moest doen.
en wachten op zomaar weer een dag in de lente.
Keileuk om te weten
Over de fuut Futen vind je altijd in en om het water. Hun kuikens heten pulletjes. Als ze net uit het ei zijn gekropen, verlaten ze het nest samen met hun papa en mama. Maar ze zwemmen niet zelf, nee, ze kruipen op de rug van een van hun ouders. Zo zijn ze veilig voor roofdieren. Voordat een pulletje zijn eerste hapje vis krijgt, moet hij een veertje eten. Want met een veertje in zijn buik heeft hij geen last van de scherpe visgraten. Hoe hij aan dat veertje komt? Zelf heeft hij nog geen veertjes, alleen een vacht van dons. Zijn ouders plukken er dus eentje bij zichzelf weg en voeren dat aan hun jong. En na het eten gaan ze allemaal lekker slapen. Hun gestreepte pyjamaatjes hebben de pulletjes al aan.
Over de ransuil De ransuil herken je aan de pluimpjes op zijn kop. Hij lijkt een beetje op de oehoe, die heeft ook een stel pluimpjes. Dat zijn niet zijn oren, ze dienen gewoon voor de sier, of om onzichtbaar te zijn in een boom. Dan denk je: o, wat gek, een knoest met blaadjes eraan, maar dan zit daar dus gewoon een uil. Als uilen net uit het ei zijn gekropen, heten ze uilskuikens. Als ze ouder worden, hebben ze zin om te bewegen. Ze lopen dan voorzichtig over de takken van de boom heen en weer. We noemen ze dan takkelingen. En zodra ze kunnen vliegen, worden het echte uilen. En die oren, waar zitten die dan? Dat zijn onzichtbare gaatjes aan de zijkant van hun kop. Daarmee hebben uilen het beste vogelgehoor ter wereld. Want wie ’s nachts jaagt, heeft niet zoveel aan zijn ogen, maar vooral iets aan zijn oren.
Over de ijsvogel De ijsvogel is misschien wel de mooiste vogel van ons land, al is zijn naam wat vreemd gekozen: hij houdt helemaal niet van ijs. Als er ijs op de vijver ligt, kan hij namelijk niet vissen en sterft hij van de honger. Waarschijnlijk komt zijn naam van het woord ‘ijzer’, omdat zijn vleugels glanzen als metaal. En dan zijn nest. Een ijsvogelnest is een echt kunstwerkje. IJsvogels slepen niet met takjes, maar ze hakken een tunnel in een muur van klei. Echt waar! Ze hakken met hun snavel en ze graven met hun pootjes. Na een metertje is de tunnel klaar en maken ze er nog even een hol aan vast. De ijsvogel is dus niet alleen de mooiste vogel, maar ook de vogel met het veiligste nest.
Over de roerdomp De roerdomp is echt gaaf. Hij is bijna helemaal onzichtbaar, en waarom? Omdat hij van zichzelf een rietstengel kan maken. Een fuut en een ijsvogel zie je al van ver, maar een roerdomp zie je niet eens van dichtbij. Ze noemen de roerdomp daarom ook weleens een rietreiger. Hij zit zo goed verscholen dat je hem zelden te zien krijgt. Maar horen kun je hem wel, vooral in de lente. Hij maakt het laagste vogelgeluid ter wereld. En dat niet alleen, hij kan ook het verste zingen. Dat doet hij om een vrouwtje te lokken. Want ja, als je niet te zien bent, dan moet je wel te horen zijn.