www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022 ISBN 978 94 014 7544 0 D/2022/45/125 NUR 282/283 Oorspronkelijke titel Die Schule der magischen Tiere – Top oder Flop! © Tekst Margit Auer, 2015 © Illustraties Martijn van der Linden © Oorspronkelijke uitgever Carlsen Verlag GmbH, Hamburg © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2022 © Vertaling Corry van Bree, 2021 Vormgeving omslag: Studio Lannoo, Mieke Verloigne Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle
Het avontuur begint.
DE WINTERSTEINSCHOOL Een heel gewone school. Heel gewoon? Bijna. Als het geheim er niet was geweest…
MISS CORNFIELD Leerkracht aan de Wintersteinschool. Soms is ze een beetje streng, maar ze heeft het beste voor met haar leerlingen. En ze weet heel precies wie van hen hulp nodig heeft. 5
MENEER MORTIMER MORRISON Eigenaar van de magische dierenwinkel met magische, pratende dieren. Hij heeft er zelf ook een: de brutale ekster Pinkie.
MENEER MORRISONS BUS Daarmee reist hij over de hele wereld om magische dieren op te halen.
6
ASHANTI DE ZWARTE MAMBA & LEONARDO DE WANGZAKEEKHOORN Twee pratende dieren in de magische dierenwinkel. Net als alle magische dieren willen ze niets liever dan een hartsvriend of -vriendin hebben.
GELUKSVOGELS! Ida en Benni waren de eersten die een magisch dier hebben gekregen:
7
IDA EN HAAR VOS RABBAT Het is moeilijk te zeggen wie van de twee slimmer is. Ida zou waarschijnlijk zeggen dat zij dat is, want Ida weet alles altijd beter.
BENNI EN ZIJN SCHILDPAD HENRIETTA De ondernemende Henrietta is dol op nachtelijke avonturen. En Benni? Die neemt ze mee.
En dat was pas het begin. Inmiddels lijkt het klaslokaal van miss Cornfield wel een kleine dierentuin. 8
En ook deze zeven zijn voor altijd en eeuwig de allerbeste vrienden:
JO EN ZIJN PINGUÏN JURI Alle meisjes vinden Jo knap. Als Jo ’s ochtends in de badkamer is, kan dat een tijdje duren. Alleen Juri heeft nog meer tijd nodig: als hij een bad in de schoolvijver neemt.
CHOCO EN ZIJN PENSEELZWIJN PEPERONI Choco en Peperoni zijn onafscheidelijk. Vooral als het om chocolade gaat…
9
ANNA-LENA EN HAAR K AMELEON CASPAR Met Caspar naast zich wordt de verlegen AnnaLena een kei in het zich vermommen.
EDDIE EN ZIJN VLEERMUIS EUGENIA De magische vleermuis met het grappige spraakgebrek zorgt goed voor de onhandige Eddie. Nu struikelt hij nog maar heel weinig over zijn eigen voeten.
10
HELENE EN HAAR KATER KARAJAN Het kattigste meisje van de klas en de adellijke kater uit Parijs… Dan kan het er heftig aan toegaan. Maar als ze hun nagels lang genoeg uitgezet hebben, spinnen ze weer tevreden als twee kittens…
SILAS EN ZIJN KROKODIL RICK Silas heeft veel te vaak een grote mond, net zoals Rick. Twee vrienden met pit.
11
FINJA EN HAAR KOALA SYDNEY Sinds de zachtaardige Finja een koala heeft om mee te knuffelen, voelt ze zich niet meer alleen. En Sydney ruikt heerlijk naar hoestsnoepjes.
Veel dieren, veel kinderen… Wie wordt de volgende?
12
INHOUD Hoofdstuk 1: Gymles van Henrietta Hoofdstuk 2: Rabbats verrassingsfeestje Hoofdstuk 3: Het idee van de professor Hoofdstuk 4: Yannik krijgt een mededeling Hoofdstuk 5: Morrison meldt zich Hoofdstuk 6: Snel, snel, snel Hoofdstuk 7: Tingo Hoofdstuk 8: Drie inbrekers Hoofdstuk 9: Een knipperend doodshoofd Hoofdstuk 10: Kandidaten gezocht Hoofdstuk 11: Cooper Hoofdstuk 12: Het weekend voor de spelshow Hoofdstuk 13: De televisie komt Hoofdstuk 14: Een buiklanding voor de Wintersteinschool Hoofdstuk 15: Drie lastige opdrachten Hoofdstuk 16: Muriel Hoofdstuk 17: De bananentruc Hoofdstuk 18: De grote finale Hoofdstuk 19: Franka wordt gekleurd Laatste hoofdstuk: De rekening
23 31 41 49 58 69 76 87 96 105 114 121 128 139 151 163 171 177 183 187
E-mail, verstuurd vanuit een internetcafé in Canterbury, Engeland
Van: Mortimer Morrison Aan: Mary Cornfield
Hallo zusje, Veel groeten vanaf het eiland. Het is fijn om hier weer eens te zijn. Ik rijd met de bus door het land of wandel een stukje in de regen. Daarnet heb ik geprobeerd een paar schapen enthousiast te maken voor de magische dierenwinkel, maar ze blaatten alleen verward en hebben de zandkoekjes die ik bij me had, opgegeten. Pinkie wil heel graag naar Londen om de kroonjuwelen te bekijken. Hopelijk laat ze het alarm niet afgaan, dat zou net iets voor mijn ekster zijn. Hoe gaat het in de Wintersteinschool? En hoe gaat het met Agent Y? Pas je goed op hem? Ik denk dat de vogelspin een beetje verlegen is. Hopelijk vinden we snel een geschikt kind voor hem. See you, Mortimer 16
M
ortimer Morrison werd gek van het links rijden! Zwarte taxi’s haalden hem rechts in. Een rode dubbeldeksbus toeterde omdat hij op de verkeerde baan reed. ‘Ik haat steden’, mopperde meneer Morrison. Zijn ekster Pinkie, die op de passagiersstoel van de oude bus zat, was daarentegen in een geweldig humeur. ‘Ik kan nauwelijks wachten om die fantastische fonkeldingen te bezichtigen’, jubelde ze. ‘O, ik heb er zo’n zin in!’ ‘Dat heb ik al begrepen’, gromde Mortimer Morrison. Hij baande zich moeizaam een weg door het drukke verkeer. De eigenaar van de magische dierenwinkel reed alleen voor zijn ekster door de straten van Londen. Pinkie wilde absoluut de kronen, scepters
en ringen bekijken. Alleen al in de kroon van koningin Victoria zaten 1300 diamanten! Mortimer Morrison reed over de Tower Bridge. Links verhief het indrukwekkende kasteel zich. Verdorie, waar was de oprit? Op een vluchtheuvel hupten een paar konijnen. ‘Hallo, kleintjes!’ riep meneer Morrison uit het raam. ‘Willen jullie mee naar de magische dierenwinkel?’ De konijnen trokken hun neusjes op. ‘Dan niet’, bromde meneer Morrison. Eindelijk waren ze er. Ze reden het parkeerterrein op. ‘Uitstappen!’ commandeerde Mortimer en hij opende het passagiersportier. ‘Doe geen domme dingen, begrepen?’ ‘Natuurlijk niet.’ De ekster hield haar kopje scheef en keek met een onschuldige blik in haar ogen naar de eigenaar van de magische dierenwinkel. ‘Dat zou ik nooit doen!’ Daarna fladderde Pinkie weg om een open raam in de Tower of London te zoeken. ‘We zien elkaar hier over een uur!’ riep Mortimer de ekster na. Ineens rook meneer Morrison een heerlijke
geur. Frietjes en gebakken vis… Zijn maag knorde. Er moest hier ergens een fish and chipswinkel zijn! Een roltrap bracht hem naar de metro. Inderdaad, daar was een snackbar! Meneer Morrison drong tussen de menigte door. Het was lawaaiig en benauwd in het metrostation. Mensen passeerden hem gehaast terwijl ze in hun telefoons praatten. Zouden hier dieren zijn? Magische dieren? Een metro reed het station in. De remmen piepten. Plotseling zag Mortimer Morrison tussen de rails twee zwarte, nieuwsgierige ogen glinsteren. ‘Cool, baby!’ riep een brutale stem. Wat was dat? Een marter? ‘Dit is ongelofelijk!’ Een schaduw glipte over de rails. Hij verdween in een buis en kroop vlak bij de snackbar weer naar buiten. ‘Jij bent Mortimer! Cool, baby!’ riep het diertje. Meneer Morrison bukte zich. ‘En wie ben jij?’ vroeg hij lachend. Het dier knipoogde. ‘Ik ben Cooper, de slimste rat van
Londen. En in de verre omtrek de enige rat die kan praten.’ Mortimer lachte. ‘Dan ben je bij mij aan het juiste adres.’ Cooper sprong in Mortimers jaszak. Ze bestelden een dubbele portie frietjes met azijn en liepen vrolijk naar de bus terug. Voor de Tower of London stonden politiewagens met zwaailichten. Politieagenten liepen gejaagd heen en weer. Iemand had de alarminstallatie blijkbaar geactiveerd. Pinkie wachtte al op de passagiersstoel. ‘Eindelijk! Je bent terug’, verzuchtte de ekster. Ze keek helemaal niet naar het nieuwe magische dier en leek heel zenuwachtig. ‘Kunnen we alsjeblieft snel vertrekken?’ ‘Heel graag’, antwoordde meneer Morrison en hij schakelde in zijn achteruit.
Hoofdstuk 1
GYMLES VAN HENRIETTA
‘O
mhoog met die kont, omhoog met die kont’, commandeerde Henrietta. Het was maandagochtend. De schildpad stond met haar korte pootjes op het sportveld van de Wintersteinschool en strekte haar kopje. De magische dieren stonden om haar heen en kreunden. Henrietta had een vermoeiend trainingsprogramma opgesteld.
23
‘Niet zo slap, Peperoni!’ spoorde Henrietta hem aan. Het mollige penseelzwijntje zakte uitgeput op de grond. ‘Ik kan niet meer!’ ‘Nog drie keer opdrukken’, riep Henrietta vrolijk. Ze keek om zich heen naar de negen dieren die op de rode loopbaan sportten: een vos en een schildpad; een pinguïn en een kameleon; een penseelzwijntje en een vleermuis; een kater en een krokodil; en Sydney, het koalameisje. Het waren magische dieren en ze konden met elkaar praten. Met elkaar en met hun mensenvriend. De dieren hoorden bij de negen kinderen die op dit moment gymles in de gymzaal hadden: Ida, Benni, Jo, Anna-Lena, Choco, Eddie, Helene, Silas en Finja. De schildpad was een goede coach en alle dieren deden enthousiast mee. Bijna alle dieren. Terwijl Rabbat de vos zijn slanke poten strekte en koalabeer Sydney zich tien keer achter elkaar opdrukte, likte kater Karajan zijn poten verveeld op de muur waarop hij zat. ‘Ssport iss moord’, zei hij nu al voor de derde keer. Eugenia de vleermuis hing ondersteboven aan 24
de bovenlat van het voetbaldoel en schommelde heen en weer in de wind. ‘Nu je linkerpoot naar voren strekken!’ riep Henrietta vrolijk. ‘Een, twee, drie, vier… een rondje buikdansen’, giechelde ze terwijl ze cirkels met haar pantser maakte. Dat was te veel gevraagd van de dieren. Rabbat de vos gromde: ‘Ik hoop dat we als beloning chocoladekoekjes krijgen.’
Terwijl de dieren op het sportveld aan het buikdansen waren, speelden de kinderen uit miss Cornfields klas een partijtje trefbal. Wie de bal in bezit had, mocht proberen een ander te raken. Degene die was geraakt, was af. Yannik, een jongen met een rode sportbroek, had de bal. Hij gooide hem zo hard door de zaal dat het leek alsof hij de ramen kapot wilde gooien. ‘Au!’ Finja wreef over haar linkeroor. ‘Dat deed pijn’, kermde ze. Haar vriendinnen Helene en Katinka keken woedend naar Yannik. ‘Je bent af!’ riep Yannik. Met de bal in zijn hand 25
rende hij zigzag door de zaal en struikelde over Choco’s benen, waarna ze allebei vielen. ‘Yannik, doe eens rustig!’ riep mevrouw Bergmann, de gymlerares. Yannik stond op, rende verder zonder Choco overeind te helpen en gooide de bal. Nu kreeg Anna-Lena de bal keihard tegen haar zij. ‘Je bent af!’ riep Yannik triomfantelijk en hij pakte de bal meteen weer. Anna-Lena ging woedend naast Finja zitten en wreef over haar ribben. ‘Au, dat doet verschrikkelijk pijn’, riep ze. ‘Stomme idioot!’ Zo boos had de klas Anna-Lena zelden meegemaakt. Yannik lachte spottend en schreeuwde: ‘Meisjes! Die kunnen gewoon niet tegen hun verlies.’ Silas en Yannik gaven elkaar een high five. Helene rende naar Yannik toe, veroverde de bal en gooide hem naar Ida, die de bal keihard naar Yannik smeet en zijn billen raakte. ‘Raak, je bent af’, riep ze, waarna ze Helene een high five gaf. ‘Dat is niet eerlijk’, riep Yannik boos. Hij kon zich niet voorstellen dat hij door twee meisjes uit het spel was gegooid. ‘Jullie hebben overgegooid.’ 26
‘Dat is niet verboden’, antwoordde Helene kalm. Ze liet de bal nonchalant stuiteren. ‘Moet je nu huilen? Zal ik een zakdoek voor je halen?’ Yannik rende woedend naar buiten. Mevrouw Bergmann keek hem perplex na. Deze leerling maakte het haar heel moeilijk. Yannik had net zoveel energie als een pingpongbal, maar helaas had hij die energie niet onder controle. Dat was heel jammer. Mevrouw Bergmann zuchtte. Uiteindelijk won Jo het spel. Hij kon snel rennen en gericht schieten. Bovendien mikte hij in tegenstelling tot Yannik op de benen van zijn klasgenoten en niet op hun hoofden. Ze gunden hem de overwinning allemaal. Bezweet slenterden de jongens en meisjes naar de kleedkamers. Yannik had intussen zijn rugzak omgedaan en was de gymzaal uitgestormd. Nu rende hij over het sportveld en stompte zo hard mogelijk in de lucht. Hij was woedend. Helene was zo’n ongelofelijke trut! Hij rende naar de basketbalpaal en probeerde naar de ring te springen. Dat lukte niet, dus klom hij snel naar boven. Net Spiderman, dacht Yannik terwijl hij 27
zich het laatste stukje omhoogtrok. Maar plotseling bleef Spiderman steken. In de basketbalring! ‘Hé!’ riep Yannik. Hij was zo ongelukkig in de metalen ring geklommen dat zijn rugzak bleef haken. Hulpeloos schopte hij met zijn benen. ‘Verdomme’, vloekte hij. Hij schaamde zich dood! Hij schopte en schopte. Ja, hij bewoog een stukje. Yannik schopte verder tot hij iets hoorde scheuren. Het was zijn sportbroek. ‘Fuck’, mompelde hij. Yanniks woede veranderde in wanhoop. Hij draaide naar links en naar rechts en scheurde daardoor het net van de basketbalring. Ook dat nog. Bovendien zat hij nog steeds vast. De magische dieren ontdekten hem in zijn hopeloze positie. 28
‘Wow, wat doet die gast?’ vroeg Rick de krokodil. ‘Waarom hangt hij daar?’ verbaasde Juri de pinguïn zich. ‘Hij heeft hulp nodig’, zei schildpad Henrietta. Vanaf zijn benarde positie kon Yannik zien dat Rabbat de vos in de kleedkamer van de meisjes verdween. ‘Nee’, kreunde hij. ‘Alles, maar dat niet.’ Hij had het nare voorgevoel dat het allemaal nog erger zou worden. En dat was ook zo. Helene kwam als eerste aangeslenterd. Naast haar liep haar magische kater Karajan. Ze hadden allebei een brede grijns op hun gezicht. ‘O jee, daar hangt onze Spiderman!’ Helene begon hard te lachen. ‘Hoe is de lucht daarboven?’ ‘Wat een mooie onderbroek’, giechelde Ida, die Helene samen met de andere meisjes was gevolgd. ‘Staan de dwergen van Sneeuwwitje erop?’ Yannik voelde zich als een vlieg die hulpeloos in een spinnenweb hangt. ‘Het zijn de smurfen’, antwoordde Yannik benepen. Hij balde zijn vuisten. Die kon hij tenminste nog bewegen. ‘Wil je een zakdoek?’ vroeg Helene. ‘Of heb je een kotszakje nodig? Je gezicht is nogal groen.’ 29
Yanniks hartslag versnelde. Hij keek naar beneden. Hoe kwam hij uit dit spinnenweb? Hij schopte en schopte terwijl de meisjes onverstoorbaar naar hem keken. Goed dan, dacht Yannik. Ik moet iets anders doen. Wat hij zelf had gedaan, had tot nu toe niet geholpen. ‘Kan een van jullie me misschien helpen?’ vroeg hij aarzelend. Ida legde haar wijsvinger nadenkend tegen haar neus. ‘Nee, wij zijn maar wijven en veel te zwak om te helpen.’ ‘Heb ik hem “alsjeblieft” horen zeggen?’ vroeg Finja. Helene schudde haar hoofd. ‘Misschien breek ik mijn nagels wel’, zei ze poeslief. ‘Trutten’, siste Yannik. Hij had geen idee wat hij nu moest doen. Uiteindelijk was Anna-Lena degene die naar conciërge Willi Wondraschek ging om een ladder te halen. Yannik klom naar beneden, perste er een ‘dank je wel’ uit en verdween zo snel mogelijk in de jongenskleedkamer. 30