Skip to main content

9789401475235

Page 1

Inleiding tot de ­antropologie

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 1

11/02/2021 15:09


Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 2

11/02/2021 15:09


Inleiding tot de antropologie

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 3

Hugo DeBlock

11/02/2021 15:09


Hugo DeBlock Inleiding tot de antropologie Gent, Academia Press, 2021, 272 p. isbn 9789401475235 - D/2021/45/86 - nur 761

Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Banananas Hugo DeBlock & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ©

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.be

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 4

11/02/2021 15:09


Dankwoord

Een boek schrijven is altijd een beetje van een joint effort. Daarom dank aan alle UGent-collega’s die veel of weinig werk overnamen in de (veel te korte) periode waarin ik dit boek schreef. Dank vooral aan de doctorandi in de Afrikaanse Talen en Culturen/African Studies Margot Luyckfasseel en Emelien Devos, aan doctorandus in de Antropologie Nick Rahier (KUL) en aan mijn collega in de Afrikaanse Talen en Culturen/African Studies Michael Meeuwis voor het meelezen en het geven van feedback. Emelien, een extra dankjewel, omdat je een tipje van de sluier van de multispecies ethnography voor mij hebt opgelicht. Katrien De Graeve, bedankt voor het meedenken over genderstudies. Bedankt ook aan alle crossinstitutionele collega-antropologen van CARAM (Centre for Anthropological Research on Affect and Materiality), aangevoerd aan de UGent door opperhoofd en collega Koen Stroeken. Bedankt aan mijn collega aan KASK School of Arts Gent en goede vriendin An Van Dienderen, voor het meedenken tijdens het hoofdstuk Film en Visuele Antropologie. Aan mijn neefje Laurens DeBlock een dikke merci omdat je mij af en toe een goede roman in handen duwde: There There van Tommy Orange bleek het soort werk dat aangewezen is om dit boek mee af te sluiten, in andermans krachtige en mooie stem. Last but not least, bedankt aan het team van Academia Press, in het bijzonder aan Lies Poignie en Isaac Demey, voor de vlotte en aangename samenwerking bij de totstandkoming van dit boek. Bedankt ook aan alle vrienden en (adoptie)familie in Vanuatu (Stille Zuidzee), waar ik jarenlang veldwerk verrichtte, aan alle Pacific Studies-collega’s en aan alle vrienden en collega’s in Tanzania, waar ik meewerk aan het VLIRUOS Project Governance, Gender, Entrepreneurship and ICT in Tanzania aan Mzumbe University, in Morogoro.

sipa gatlam asante sana

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 5

11/02/2021 15:09


Ik draag dit handboek op aan Frans Olbrechts, de stichtende vader van de Afrikaanse Kunstgeschiedenis aan de UGent; aan Elze Bruyninx, de laatste vertegenwoordiger van deze traditie in de Etnische Kunst; en aan Wilfried Van Damme, docent in de World Art Studies aan de Universiteit Leiden. Wilfried, jij hebt mij indertijd in Gent alles geleerd wat nodig was om mijn studie in de antropologie in de Verenigde Staten aan te vatten. Bedankt!

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 6

11/02/2021 15:09


Inhoudstafel HOOFDSTUK 1.  Wat is antropologie?

9

HOOFDSTUK 2.  ‘Ontdekkingen’, reisverslagen en wetenschappelijke expedities

51

HOOFDSTUK 3.  Antropologie: een wetenschappelijke basis voor een nieuwe discipline

75

HOOFDSTUK 4.  Sociologie en antropologie: materialisme en idealisme

99

HOOFDSTUK 5.  Culturen en persoonlijkheid

125

HOOFDSTUK 6.  De Britse school: eerste noties van ‘sociale verandering’

137

HOOFDSTUK 7.  Film en visuele antropologie

157

HOOFDSTUK 8.  Symbolische en interpretatieve antropologie

179

HOOFDSTUK 9.  Het postkolonialisme

189

HOOFDSTUK 10.  Het postmodernisme en de Turns

207

HOOFDSTUK 11.  Kunstantropologie

233

HOOFDSTUK 12.  Dekolonisatie

251

Epiloog 259 Bibliografie 263

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 7

11/02/2021 15:09


Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 8

11/02/2021 15:09


9

HOOFDSTUK 1

Wat is antropologie?

Antropologie is de studie van mensen. Het is een vakgebied dat verankerd zit in de troebele wateren van de geschiedenis van het kijken naar ‘De Ander’, maar het is tegelijk een vakgebied dat zichzelf sindsdien constant kritisch bevraagt en afzet tegen het duistere verleden van het wetenschappelijk racisme waar het uit voortkomt. Interesse in ‘De Ander’ is er tijdens de hele wereldgeschiedenis geweest, maar accelereerde vanaf de tweede helft van de 15de eeuw met de ‘ontdekkingsreizen’ van navigators zoals Hendrik De Zeevaarder, Christoffel Columbus, Vasco Da Gama en Magellaan, en met Europese aanwezigheid op de kusten van West-Afrika tot aan de monding van de Kongostroom en het Koninkrijk Kongo, op de Caraïben en in Azië. Marco Polo’s expeditie naar China in de late middeleeuwen, ongeveer van 1275 tot 1292, had de toon gezet. Magellaan, de eerste circumnavigator, stierf op de Filipijnen in 1521. Een tweede acceleratie van interesse in ‘De Ander’ kwam er toen handel en kolonisatie mee accelereerden, vanaf de late 18de eeuw. Het was meteen de motor om niet enkel ‘geïnteresseerd’ te zijn in die ‘Ander’, maar hem tegelijk te onderdrukken om zo toegang te krijgen tot de grondstoffen en andere kostbaarheden uit die verre streken die de westerse wereld tot zijn bezit maakte. Pas in de tweede golf van ‘ontdekkingen’ werd de Stille Zuidzee in kaart gebracht, door Captain James Cook, die drie reizen maakte in Oceanië: van 1768 tot 1771, van 1772 tot 1775 en van 1776 tot 1779, toen hij op Hawaï werd vermoord door de Hawaïanen. Zoals zoveel andere vakgebieden is de antropologie een behoorlijk ‘witte’ discipline: het is een onderdeel van de ‘witte’ kennisproductie, van ‘de witte wereld’, zoals de filosofie, de literatuur en de kunstgeschiedenis. Niets is minder waar, natuurlijk: door de geschiedenis van de mensheid heen en over de hele wereld bestonden verschillen in epistemologie en verschillende filosofieen, zijnswijzen en gebruiken. Maar het is de westerse geschiedschrijving die een dominante plaats innam – en neemt – in de manier waarop wij mensen naar de wereld keken en kijken. De machtsfactor dat ‘wij’, het Westen, terwijl we bezochten en bekeken al vlug ook domineerden en uitbuitten op een tot voordien ongeziene schaal, zorgde voor extra scheefgetrokken situaties en relaties. Het zorgde er ook voor dat er in het Westen slechts één versie van de

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 9

11/02/2021 15:09


10

antropologie

wereldgeschiedenis is gekend: de geschiedenis van (de dominantie van) die witte wereld, door witte mensen beschreven (en dus met een agenda in vervat). Veel lokale kennis uit Afrika en Azië, bijvoorbeeld, telt niet mee in het officiële verhaal van de wereld, ook al bestaan er tal van rijke orale, verhalende tradities en mythologieën. Witte mensen zijn het gewend om de geschiedenis van de wereld vanuit een wit referentiekader en enkel dat referentiekader te bekijken, te beluisteren en te bestuderen. Daarbij gaat een rijkdom aan kennis verloren, omdat de wereldgeschiedenis enkel door de westerse lens wordt gezien. Antropologen proberen daar iets aan te doen: ze omzeilen het monopolie van het eigen perspectief en de dominantie van de witte wereld door op zijn minst te proberen zich in te leven in andere perspectieven, andere referentiekaders en zijnswijzen, die ze zich eigen (proberen te) maken om zo ‘mensen zonder geschiedenis’ (Eric Wolf, zie verder) een stem te geven en te vertellen vanuit lokale perspectieven. Daarbij nemen ze de rol aan van mediator, van bemiddelaar, van intercultureel vertaler. Dezelfde kritiek komt terug, met name dat de antropologie zelf een witte discipline was – en grotendeels nog steeds is – en dat antropologen pretenderen om de stem van de ‘De Ander’ te (kunnen) zijn. ‘Het Westen’, als bakermat van de antropologie, of ‘De westerse wereld’ is als concept een constructie, gemaakt om deze dominantie over ‘de rest van de wereld’ te consolideren. Een mooi voorbeeld van een (poging tot) omkering van dergelijke perspectieven is van antropologe Laura Nader, in een boek met als passende titel What the Rest Think of the West, uitgegeven in 2015. Het keert de blik van de geschiedenis om en vertrekt vanuit lokale verhalen en geschriften. Nader zet in het boek haar eigen achtergrond in, als dochter van een Libanese immigrant (haar vader emigreerde van Libanon naar de Verenigde Staten): de positie die ze inneemt, is deel van het werk. De antropologie als discipline is ontstaan in Duitsland, Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten. De roots van de antropologie worden, zoals die van de filosofie en andere menswetenschappen, graag teruggebracht tot de klassieke oudheid, met name tot Herodotus van Halicarnassus (zie verder), terwijl denkers zoals Gautama Buddha, Confucius en Lao-Tze vaak onderbelicht blijven. Ook de geschriften van Ibn Khaldun (1332-1406) blijven grotendeels onbekend, ook al bezitten ze de kiemen voor een sociologie en antropologie los van godsdienstig dogma. Als een soort van voorloper van Emile Durkheim (zie later, Hoofdstuk 4) benadrukte Khaldun verwantschap en de rol van religie in sociale solidariteit en van samenleven als leden binnen eenzelfde groep, een samenleving. Khalduns beschrijvingen van Arabieren en Berbers (afgeleid van het Grieks voor ‘barbaar’; Berbers verwijzen naar zichzelf als Amazigh) zijn secuur en bevatten een onderbouwde geschiedenis van deze bevolkingsgroepen, met veel aandacht voor de Arabische bronnen. Dit soort bronnen blijft, zoals gezegd,

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 10

11/02/2021 15:09


wat is antropologie?

11

onderbelicht in de dominante witte geschiedenis van de wereld. Net daarom is een omkering van de westerse blik, met werk zoals What the Rest Think of the West, belangrijk. Positie innemen – positionaliteit – is een belangrijk deel van het werk van een antropoloog. Daarbij gaan antropologen niet uit van het voor de hand liggende, dominante narratief, maar gaan ze juist op zoek naar die vergeten of verhulde stukken geschiedenis, die meestal te maken hebben met uitbuiting en kolonisatie en waarvan ‘wij’, in het iconische Westen, enkel het officiële verhaal kennen: het verhaal van de zogenaamde overwinnaar, de kolonisator et cetera. Antropologen proberen ongekende geschiedenis én actualiteit aan het licht te brengen aan de hand van lokale kennis, verhalen en geschriften. Rekening houdend met het dominante witte kader, met dominante ijkpunten zoals de klassieke oudheid en de ontdekkingsreizigers die de geschiedenis gekleurd hebben en er één versie van gemaakt hebben, is de methode van antropologen van uitzonderlijk belang. Want hoe gaat een antropoloog juist te werk wanneer zij of hij een stem biedt aan degenen die dikwijls gezien worden als de stemlozen, de mensen die lange tijd niet gehoord werden in de wereld? En hoe keert een antropoloog de blik om?

METHODOLOGIE De antropologie hanteert de methodologie van het etnografisch veldwerk volgens het principe van de participerende observatie. Antropologen gaan ‘in het veld’ voor een lange tijd om zich onder te dompelen in de lokale gebruiken en tradities van de culturen die ze bestuderen. Het is niet uitzonderlijk dat antropologen een tot twee jaar ‘in het veld’ blijven: ze gaan deel uitmaken van het lokale leven, in al zijn facetten. Ze participeren en ze observeren. De pionier van deze methode was Bronislaw Malinowski, een van de stichtende vaders van de discipline van de antropologie. Meer nog, het is grotendeels dankzij de ontwikkeling van de methode van veldwerk volgens de participerende observatie, zoals Malinowski ze ontwikkelde, dat de discipline volwassen werd. Malinowski ‘ontdekte’ de methode – en de meerwaarde – van langdurig veldwerk eerder toevallig. In 1914 was hij vanuit Engeland vertrokken richting Australië om veldwerk te gaan verrichten in Papoea-Nieuw-Guinea. Hij arriveerde er in 1915 en vestigde zich in zijn veldwerkplek, de Trobriandeilanden, een archipel van eilandjes in het zuidoosten van Papoea-Nieuw-Guinea, waartoe ze politiek en cultureel behoren. Ondertussen was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken. Malinowski, een Pool van origine, kwam vast te zitten op deze kleine eilandjes in toenmalig Duits Papoea-Nieuw-Guinea (delen van het eiland Nieuw-Guinea

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 11

11/02/2021 15:09


12

antropologie

en nabijgelegen eilanden die tot dezelfde cultuursfeer behoren, waren Duits koloniaal bezit: na 1918, na de oorlogsnederlaag, moest Duitsland zijn kolonies inleveren). Er zat niets anders op voor de jonge onderzoeker dan ter plaatse veldwerk te blijven doen. Tijdens zijn gedwongen jarenlange verblijf (1915-1918) op de Trobriandeilanden ontdekte Malinowski de meerwaarde van een lange periode ter plaatse blijven, van veldwerk, van participerende observatie. In zijn klassieke etnografie Argonauts of the Western Pacific, uitgegeven in 1922, die een neerslag vormt van zijn jarenlange veldwerk op de Trobriandeilanden, stipuleert hij dat een antropoloog lang ‘in het veld’ móét blijven, allereerst om de taal te leren, maar ook om zich de gebruiken en gewoontes van de lokale bevolking eigen te maken en eraan deel te nemen. Vóór 1914 (en ook nog nadien) hadden etnologen en vroege antropologen reeds deelgenomen aan expedities die op touw gezet werden om verafgelegen gebieden in de wereld te verkennen (en, dikwijls, om infrastructuur aan te leggen om te beginnen met ontginnen). Veel diepgaande studies over de bezochte culturen leverde dit niet op. Met de publicatie van Argonauts in 1922 stelde Malinowski een nieuwe manier van werken voor: een antropoloog gaat alleen, en voor lange tijd, leven in een cultuur. Zij of hij leert de taal, de gebruiken en gewoontes, participeert eraan en observeert. Nadien gebruikt zij of hij de verzamelde etnografische data om de cultuur te analyseren en te proberen conclusies te trekken: de etnografische, ruwe data worden geabstraheerd en, afhankelijk van de verschillende theoretische kaders in de antropologie, al dan niet in elegante modellen gegoten die de werkelijkheid (pogen te) verklaren. Etnografische data worden neergeschreven in de vorm van veldwerknotities van interviews in notitieboekjes, maar kunnen ook bestaan uit audio- en filmopnames of uit notities van informelere, dagelijkse momenten en reflecties. Idealiter, zo schreef Malinowski voor, zijn veldwerknotities een weerslag van het harde werk van een antropoloog: ze bevatten alle informatie en alle rijkdom waarmee een cultuur nadien omschreven kan worden. De interviews zijn eruit te distilleren en het maken van transcripties van die interviews is een belangrijk onderdeel van het labeur. Al dit materiaal samen vormt de ideeën waaruit een cultuur omschreven kan worden en theorieën kunnen ontstaan. Veldwerk en het omschrijven – of, beter, (be)schrijven – van cultu(u)r(en) zijn centraal in de antropologie, maar zijn tegelijk de twee aspecten van de discipline die het meest onderhevig zijn aan constante kritiek en bijsturing. Het (be)schrijven van cultuur vindt zijn neerslag in het genre van de etnografie: een boek, geschreven door een antropoloog, dat een cultuur beschrijft aan de hand van de resultaten uit het veldwerk. De meest klassieke etnografie is ontegensprekelijk Argonauts van Malinowski, maar andere voorbeelden van canonieke etnografieën uit de geschiedenis van de antropologie zijn We, The Tikopia van Malinowski’s trouwste

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 12

11/02/2021 15:09


wat is antropologie?

13

oud-student en opvolger Raymond Firth, Sorcerers of Dobu van Reo Fortune en Naven van Gregory Bateson. In de Verenigde Staten groeide Margaret Mead, de voornaamste studente van Franz Boas, de stichtende vader van de Amerikaanse antropologie, uit tot de beroemdste antropologe. Haar etnografie, gebaseerd op veldwerk in Samoa in 1925 en uitgegeven in 1928, focuste op adolescente meisjes en had de toepasselijke titel Coming of Age in Samoa. Sinds Malinowski, maar vooral ook Mead, kennen we in de antropologie tevens de tekortkomingen van etnografisch veldwerk en participerende observatie. Het is een onderwerp dat tijdens de volledige geschiedenis van de antropologie als discipline vervat zit en het komt verder in dit boek meermaals aan bod. Hier, op deze eerste pagina’s, wil ik enkel kort vertellen wat er zo ‘problematisch’ is (of kan zijn) aan veldwerk. Malinowski had opgeroepen in Argonauts om, als antropoloog en veldwerker, een zo volledig mogelijk verslag te maken van de bestudeerde cultuur. Geen voorvalletje of feitje, hoe onooglijk klein en onbelangrijk het ook lijkt op het eerste gezicht, mocht over het hoofd gezien worden: de antropoloog moest werkelijk alles registreren wat zich afspeelde op dagelijks niveau. Dat betekent: de antropoloog kijkt niet enkel naar dramatische rituelen en dansen en cultuur- en kunstproductie, maar ook bijvoorbeeld naar hoe mannen en vrouwen omgaan met hun kinderen, naar dagelijkse taken zoals het werk in de moestuin, naar vrijetijdsmomenten, enzovoorts. Het was (en is) een mooie missie, die we sinds Malinowski hanteren. Wat hij zelf in Argonauts niet vertelde, was dat hij, in die lange jaren van afzondering in Papoea-NieuwGuinea, het tijdens zijn veldwerk soms zeer moeilijk had en zeer eenzaam was. Pas veel later werden zijn persoonlijke dagboeken gepubliceerd, postuum. En daaruit bleek dat alles niet zo vlotjes verliep als hij ons in Argonauts wilde laten geloven en dat het leven op de Trobriandeilanden helemaal niet meer zo ‘traditioneel’ was (er waren bijvoorbeeld reeds enkele missionarissen ter plaatse in 1914-1918). Maar meer daarover in Hoofdstuk 3. Margaret Meads veldwerk op Samoa verliep kort na dat van Malinowski op de Trobriandeilanden. Een kritiek op haar veldwerk, die vooral in het Sociobiologiedebat van de jaren 1970-1980 het licht zag, was dat Mead, in opdracht van haar leermeester Boas, een iets te goed afgelijnde en duidelijke ‘vraagstelling’ had geponeerd. Mead had een agenda, ze wilde een punt maken: haar vraagstelling, in opdracht van Boas, was of meisjes op Samoa in de jaren 1920 seksueel vrijer waren dan meisjes van dezelfde leeftijd in het puriteinse Amerika. Boas had haar die opdracht gegeven, omdat hij in die tijd hard van leer trok tegen de eugenetici (rasverbeteraars) en het wetenschappelijk racisme, dat nog steeds furore maakte. Mead moest bewijzen dat de vrije adolescentie van meisjes op Samoa gevormd werd door de cultuur, en niet de natuur. De jonge Margaret Mead vertrok dus naar Samoa met een duidelijke missie: ze moest bewijzen

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 13

11/02/2021 15:09


14

antropologie

dat meisjes seksueel vrijer waren door de cultuur op Samoa. Ze is er een avantgardist van het feminisme mee geworden, maar de kritieken bleven niet uit. De belangrijkste ‘weerlegging’ van haar theorie kwam van de hand van Derek Freeman, in 1983, niet lang na Meads overlijden, maar meer daarover in Hoofdstuk 5. Wat we voorlopig onthouden uit Meads veldwerk is dat een antropoloog het best niet met te vast omlijnde vragen het veld in trekt, en dat zij of hij afwacht wat er staat te gebeuren. De cultuur presenteert zichzelf na een tijdje. Ondertussen neemt de veldwerker deel aan het dagelijkse leven, zonder al te veel richting te geven aan het onderzoek. Misschien is dit wel de belangrijkste les die we uit Meads vroege veldwerk hebben geleerd: dat we geen al te gerichte vragen stellen tijdens veldwerk, maar ook dat de manier waarop we een vraag stellen in de machtsdynamiek die meespeelt, van witte onderzoeker tegenover informant, soms een suggestie is voor het gewenste antwoord. De term ‘informant’ vormt een cruciaal onderdeel van de antropologie en haar methodologie, het etnografisch veldwerk. De informant is namelijk degene via welke je als antropoloog je informatie inwint. Informanten kunnen van allerlei pluimage zijn: het kunnen je (adoptieve) familieleden zijn, dorpsgenoten, leiders of chefs, of waarzeggers en gifmengers, maar het kunnen ook gewoon kinderen zijn, of vrouwen of mannen die allerhande dagelijkse taken op zich nemen. Alles hangt een beetje af van de aard van je onderzoek als antropoloog en je vraagstelling. Tegenwoordig benoemen we onze informanten niet meer als dusdanig, maar kiezen we voor actievere benamingen, parallel aan de actieve rollen die deze mensen in ons werk spelen. In de hedendaagse etnografie verwijzen antropologen naar hun informatiegevers dikwijls als respondenten, of zelfs coresearchers. Die laatste term is best hip en geeft zeer veel agency aan de lokale ‘mee-onderzoeker’. De rol van lokale mensen die meepraten en meedenken is trouwens amper te onderschatten: zonder veel van hun vertaalen interpretatiewerk zouden veel antropologen amper of geen resultaten boeken ‘in het veld’ en dus geen carrière hebben. Coresearchers zijn een actief deel van het werk van antropologen, zo weten we nu, en die erkenning geven we ze in ons werk. Grote stukken tekst die rechtstreeks van informanten afkomstig is, vinden een neerslag in ons werk: we laten de persoon in kwestie aan het woord, in haar of zijn eigen bewoordingen, met haar of zijn eigen stem, zonder dat we daar per se een kader aan geven. Zo’n stuk tekst in tekst heet een etnografisch vignet. Het is een quote bijna, maar dan wel een bijzonder lange quote, die een mythologie uitlegt, een verhaal verklaart of een situatie. Een etnografisch vignet kan een transcriptie zijn van een gesprek dat opgenomen is op een dictafoon, of het is accuraat neergeschreven ter plaatse op het moment zelf.

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 14

11/02/2021 15:09


wat is antropologie?

15

OBJECTEN VAN STUDIE Vanaf het prille ontstaan van de antropologie als discipline namen de zogenaamde Kinship Studies, de verwantschapsstudies, een prominente plaats in. Verwantschapsstudies gaan over manieren van samenleven, van het kleinste microniveau – de nucleaire familie – tot macroniveau – het ontstaan van sociale structuren en leiderschap en macht. Maar het zijn de familie- en clanverbanden binnen gemeenschappen en samenlevingen die de kern vormen van klassieke verwantschapsstudies. Een tweede grote thema, sinds Malinowski, is exchange, uitwisseling, als basis voor economie. Malinowski beschreef in Argonauts een systeem van uitwisseling tussen de verschillende eilanden van de Trobriandarchipel, de Kula genaamd, dat een basis vormt voor economie en politiek. In de Kula worden arm- en halssieraden uitgewisseld over grote afstanden, in verschillende richtingen. De Trobriandeilanders zeilen in grote, mooi opgesmukte kano’s tussen de eilanden en wisselen de sieraden uit als een vorm van contact. De sieraden gaan van hand tot hand en wisselen van eigenaar. In het proces vermeerderen ze in waarde, waardoor de status van de eigenaar meteen mee verhoogt. Het is een vorm van handel en economie zowel als politiek: de objecten worden in circulatie gestoken en de roem van hun wisselende eigenaars vermeerdert. Economie en politiek zijn daarbij gelinkt aan elkaar. Maar ook religie, politiek en ritueel zijn dikwijls nauw aan elkaar verbonden en werden populaire onderzoeksthema’s en topics in de geschiedenis en ontwikkeling van de antropologie. Kinship Studies vonden hun oorsprong in het werk van de vroege Amerikaanse antropoloog Lewis Henry Morgan en meer bepaald in zijn voornaamste boek, Systems of Consanguinity and Affinity of the Human Family, uit 1870. In het boek verwerkte hij zes verschillende verwantschapssystemen: dat van Hawaï, Soedan, de Eskimo’s, de Iroquois, de Crow en de Omaha. Morgan maakte een onderscheid tussen descriptieve verwantschap en verwantschap volgens classificatie. Descriptieve verwantschap (descriptive kinship terminology) is het gemakkelijkst: uw vader is uw vader en uw moeder is uw moeder, enzovoorts. Het wordt ingewikkelder wanneer verwantschap volgens classificatie (classificatory kinship) bepaald wordt. Zo komt het in matrilineaire samenlevingen (waar de afstamming via moederlijke lijn gebeurt) soms voor dat je oom van moederszijde je ‘classificatorische’ vader is: je bent als individu (ego) nauwer verwant aan je moeders broer dan aan je vader, want je kreeg bij je geboorte zijn bloed mee via je moeder. Vanuit dergelijke conventies, waarmee men de samenleving ordent, wordt dan cultuur gemaakt. Voor Morgan werkte het Hawaïaanse systeem het meest volgens classificatie, met als resultaat dat al je tantes en ooms van beide zijden van je familie je vaders en moeders zijn, en al je neven en

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 15

11/02/2021 15:09


16

antropologie

nichten je broers en zussen (en dus verboden huwelijkspartners). Vanuit Morgans verwantschapstheorie werden Kinship Studies voor lange tijd het centrale onderwerp en een belangrijke betekenisgever in het bestuderen van culturen, in die mate zelfs dat de antropologie soms herdoopt werd als kinshipology, alsof de discipline enkel bezig was met familie- en clanverbanden en verwantschapsstructuren. Claude Lévi-Strauss was een grote kinshipologist (zie Hoofdstuk 4). Een late tour de force van kinshipology is van Edward Evans-Pritchard, in de etnografie The Nuer uit 1940 (zie Hoofdstuk 6). Een ander groot thema uit de geschiedenis van de antropologie is de materiële cultuur- en kunststudie. Op het eind van de 19de eeuw vormde de studie van de materiële cultuur en kunst van verafgelegen gebieden en culturen de leidraad bij uitstek voor het bestuderen van die culturen. Informatie over mensen werd afgeleid uit wat ze materieel voortbrachten, de objecten die ze maakten en gebruikten in hun dagelijkse leven zowel als als ritueel. Deze periode, van ruwweg het einde van de 19de tot het begin van de 20ste eeuw, wordt daarom soms ook de museumperiode van de antropologie genoemd. Museumetnologen en vroege antropologen die objecten verzamelden (op korte trips en tijdens expedities) of kochten (op de zogenaamde tribale kunstmarkt, die tegelijk opkwam) legden op basis van die objecten de culturen uit. Dit is tegelijk de periode dat musea in de westerse wereld overstelpt werden met dergelijke objecten, etnografische ‘specimens’ (voorheen ‘curiositeiten’) uit verafgelegen gebieden die ondertussen kolonies werden. Franz Boas, de stichtende vader van de Amerikaanse antropologie, stond zo nog met één been in de museumantropologie, als museumcurator en collectioneur, maar ook met één been in een antropologie die volwassen aan het worden was, ver weg van het louter uitleggen van culturen aan de hand van rieten manden, textiel of dramatische maskers en beelden. Bronislaw Malinowski zou de materiële cultuur- en kunststudie zelfs helemaal achterwege laten, ook al ging zijn meer dan vijfhonderd pagina’s tellende boek Argonauts of the Western Pacific eigenlijk integraal over (de uitwisseling van) mooie, in schelp en koraal gemaakte arm- en halssieraden en over zeevaarders die hun kano’s opsmukten met fijn houtsnijwerk. Malinowski wist reeds in deze vroege periode dat er een geurtje hing aan het ongebreidelde verzamelen door kolonisten, missionarissen en vroege etnologen en antropologen, en keerde zich ervan af. Materiële cultuur en kunst verdween als topic. Het is pas vanaf de jaren 1980 dat de interesse in materiële cultuur en kunst, en in de manier waarop die verzameld werd, weer een onderwerp werd van onderzoek. Eigenlijk kunnen we pas vanaf deze periode spreken van een soort van subdiscipline van de kunstantropologie, die kritisch kijkt naar verzamelgeschiedenissen in koloniale en andere machtscontexten. Een sleutelwerk hiervoor is het ondertussen canoniek geworden Objects and Others van George W. Stocking,

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 16

11/02/2021 15:09


wat is antropologie?

17

uit 1985. In Objects and Others gaat Stocking in op de geschiedenis van museums en collectioneren. Hij grijpt daarbij in de eerste plaats terug naar het basiswerk van Franz Boas, Primitive Art, uitgegeven in 1927, en diens nalatenschap voor wat later zou uitgroeien tot de kunstantropologie. De subdiscipline van de kunstantropologie neemt vandaag de dag een centrale plaats in in de overkoepelende discipline van de antropologie, na decennialang een non-topic te zijn geweest: de kunstantropologie verplicht ons om te kijken naar de niet zo fraaie geschiedenis van wat ‘wij’, in de westerse wereld, allemaal weggehaald hebben – gekregen of gekocht, maar meestal gewoon gestolen – uit continenten zoals Afrika en Oceanië. De hedendaagse dekolonisatie- en andere grassrootsbewegingen en debatten, wereldwijd, dragen tevens bij aan een bewustwording bij het bredere publiek van dergelijke onrechtmatigheden. Denk daarbij in België bijvoorbeeld aan de petities om alle standbeelden van Leopold II te verwijderen uit het straatbeeld, of aan de kritieken, vooral van Afrikaanse diasporabewegingen in Brussel, op de heropening van het Africamuseum in Tervuren in 2018 (voorheen het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika). Deze topics zijn brandend actueel én nodig.

VERTAKKINGEN De antropologie wordt dikwijls opgedeeld in de sociale en/of culturele antropologie. Deze tweesplitsing is ontstaan door de verschillen in aanpak en theorie in Europa en het Verenigd Koninkrijk enerzijds en de Verenigde Staten anderzijds. Sociale antropologie, zo wordt traditioneel gedacht, is de tak van de antropologie op het Europese vasteland en Engeland, en culturele antropologie is Amerikaanse antropologie. De continentale Europese antropologie heeft duidelijke roots in de sociologie, in het werk van de vaders van de klassieke sociologie, zoals Emile Durkheim en Marcel Mauss (zie verder, Hoofdstuk 4), vandaar de onderverdeling. Maar ook Franz Boas, die de vader van de Amerikaanse culturele antropologie zou worden, had zijn opleiding genoten in Europa, in Duitsland bij zijn leermeester Adolf Bastian. Boas zou weliswaar zijn eigen soort antropologie ontwikkelen, gebaseerd op het cultuurrelativisme en het historisch particularisme, dat hij deels ontleende aan Bastian en aan Johann Gottfried von Herder. Sinds de symbolische en de interpretatieve antropologie (zie Hoofdstuk 8) zijn de aparte vertakkingen meer gemixt en is er sprake van meer beïnvloeding aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. Daarom is het eigenlijk beter om simpelweg van antropologie te spreken, zonder de prefixen social of cultural: de overkoepelende discipline die zich bezighoudt met de volledige studie van de mens.

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 17

11/02/2021 15:09


18

antropologie

Net zoals er verschillende objecten van studie zijn, zijn er verschillende vertakkingen, of sub-disciplines, van de antropologie. Er bestaan onder andere subdisciplines zoals de wijsgerige antropologie, de rechtsantropologie, de medische antropologie met, daaraan gelinkt, Anthropology of the Body, maar ook de visuele antropologie (film, foto en nieuwe media) en de kunstantropologie. Voor Franz Boas omvatte de antropologie vier (sub)vakgebieden: de linguïstiek, de fysische antropologie, de archeologie en de overkoepelende discipline die de andere drie verbond, de culturele antropologie. In Europa was de ontwikkeling van de sociologie een belangrijk ijkpunt in de ontwikkeling, iets later, van de antropologie. Sindsdien wordt de sociologie veelal gezien als een onderdeel van de antropologie, namelijk als dat gedeelte dat zich bezighoudt met de manier waarop mensen samenleven in groep, in sociale contexten en in contexten van migratie en de multiculturele samenleving, enzovoorts. De antropologie bestudeert natuurlijk diezelfde samenleving (of beter samenlevingen), maar verschilt radicaal van de sociologie in die mate dat ze minder kwantitatief onderzoek doet (gebruikmakend van kwantitatieve methodes, zoals statistiek) en meer kwalitatief onderzoek. Sociologisch kwalitatief veldwerk maakt gebruik van formaliteit in ondervragen, met diepte-interviews en focusgroepen, terwijl antropologisch veldwerk, participerend-observerend over lange tijd, de cultuur in scope in totaliteit in beeld probeert te brengen en te verklaren. In de etnografie Harmony Ideology: Justice and Control in a Zapotec Mountain Village uit 1990 doet antropologe Laura Nader het relaas van de langdurige guerrillastrijd van de Zapoteken, de inheemse bewoners – nu een ‘etnische minderheid’ – van Oaxaca, Mexico. Het is een voorbeeld van een onderwerp in de rechts­antropologie, the anthropology of law. Nader leefde gedurende lange tijd bij de Zapoteken: ze deed er etnografisch veldwerk en streed mee voor hun rechten. Samen met Ugo Mattei schreef ze Plunder: When the Rule of Law is Illegal, uitgegeven in 2008. Zoals de titel laat vermoeden, gaat dit boek over de illegaliteit van rechtspraak, of wanneer rechtspraak ingezet wordt als middel tot voortdurende dominantie van de ene partij (de westerse wereld) tegenover een andere (de ‘ontwikkelingslanden’). Rechtspraak wordt bijvoorbeeld internationaal ingezet als politiek wapen om voortdurende dominantie en plundering te legitimeren. Het boek pleegt heiligschennis voor de rechtspraak zoals we die kennen: een rechtspraak die de witte, dominante wereld goed uitkomt. Een ander, recenter werk van haar hand is, zoals we hierboven zagen, What the Rest Think of the West, uit 2015. Laura Naders werk getuigt, zoals het werk van de meeste antropologen, van een bijzonder geëngageerde visie. Dit wordt ook engaged anthropology genoemd. Maar Nader is meer dan geëngageerd, ze is tevens een activiste en voorvechtster van gelijke rechten.

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 18

11/02/2021 15:09


wat is antropologie?

19

Een goed voorbeeld van good practice medische antropologie is te vinden in het werk dat medisch antropologe Nancy Scheper-Hughes verricht in ZuidAmerika. Scheper-Hughes deed onderzoek naar de malafide praktijken van orgaandiefstal en -handel in Brazilië. Haar publicaties (onder andere ‘The Global Traffic in Human Organs’, uitgegeven in 2000 in Current Anthropology 41(2): 191-224) handelen over de slachtoffers, die ze aan het woord laat. Deze slachtoffers staan soms vrijwillig een orgaan af, voor een kleine vergoeding, om zo (voor eventjes langer) in hun levensonderhoud en dat van hun gezinnen te voorzien, maar meestal worden ze ontvoerd en opengesneden, waarna hun organen gestolen worden en te koop aangeboden op de zwarte markt. Scheper-Hughes ontmantelde zo’n systeem van orgaandiefstal dat begon in Brazilië, vanwaar de gestolen organen verhandeld werden via Zuid-Afrika om uiteindelijk te eindigen in ziekenhuizen in de Verenigde Staten, waar nietsvermoedende patiënten de organen getransplanteerd krijgen die via deze smokkelroute tot daar geraakt waren. Deze praktijken van mensonterende diefstal van menselijke organen was niet aan het licht gekomen zonder haar werk, maar gebeuren spijtig genoeg nog steeds. Deze voorbeelden tonen het brede spectrum van de discipline van de antropologie: antropologen zijn bezig met zowat alles wat met mensen te maken heeft, van het nucleaire gezin tot grote maatschappelijke problemen, van Afrika en Oceanië tot de Verenigde Staten en Engeland, en van ruraal tot stedelijk. Op verschillende faculteiten en in verschillende opleidingen in de antropologie wordt de discipline afwisselend opgedeeld in de Social Sciences of de Humanities, naargelang het zwaartepunt van de opleiding. Het spreekt voor zich dat een subdiscipline zoals de politieke antropologie eerder ressorteert onder de sociale wetenschappen, terwijl wijsgerige of kunstantropologie dan weer meer thuishoort in de humane wetenschappen en in de faculteiten letteren en wijsbegeerte. Maar eigenlijk zijn die opdelingen niet bijzonder relevant en is de antropologie een uitermate multidisciplinair vakgebied dat nuttig is voor verschillende opleidingen, departementen en faculteiten.

THEORETISCHE DEBATTEN Afhankelijk van de theoretische (en/of geografische) strekking bestudeert de antropologie enerzijds de maatschappij of anderzijds culturen. Het is een tweesplitsing die haar oorsprong vindt in de opdeling tussen sociale en culturele antropologie (zie boven). De sociale antropologie, die vooral opgang maakte in Engeland en Frankrijk, focust daarbij op de maatschappij (in het enkelvoud). De culturele antropologie, à la Boas, focust op culturen (in het meervoud). Dit

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 19

11/02/2021 15:09


20

antropologie

vormt de basis voor een tegenstelling tussen een universalistischer of een relativistischer aanpak. In grote lijnen wordt in de (Europese) sociale antropologie dikwijls de nadruk gelegd op cognitieve structuren en processen, die ons, mensen, verbinden (universalisme), terwijl in de (Amerikaanse) culturele antropologie de nadruk ligt op het (historisch) particularisme van elke cultuur, en dus op een veelheid aan culturen die elk op een andere manier vertakten (relativisme). Hierop wordt later in dit boek dieper ingegaan. Op dit moment wil ik enkel aantonen dat de terminologieën, en in meer of mindere mate de betekenissen van de termen, anders zijn in Europa dan in de Verenigde Staten. Ondertussen worden maatschappij en culturen, of maatschappijen en cultuur, als termen afwisselend en overal gebruikt, en zijn de onderverdelingen in sociale en culturele antropologie of de Social Sciences en de Humanities ondertussen (gelukkig) grotendeels verdampt. Een van de grootste theoretische debatten van de laatste decennia in de antropologie is dat van tijd en plaats. De discussie begon met de publicatie van het boek Time and the Other van Johannes Fabian, uit 1983. In Time and the Other legt Fabian uit dat een groot probleem in verband met het registreren van de geleefde realiteit van mensen datgene is van de zogenaamde ethnographic present, het etnografische heden. De antropoloog komt ter plaatse, zegt Fabian, en de geschiedenis van die plaats (en dus ook van de mensen die er wonen) kan beginnen. Time and the Other legt de discrepantie uit, de frictie tussen de disciplines van de antropologie en de geschiedenis. Het is een frictie die bestaat sinds de vroege geschiedenis van de antropologie, toen Malinowski zich afkeerde van historische reconstructie in de antropologie en opriep om in het heden, in de tijd en op de plaats, te werken. Fabian duidt op de zwaktes van deze aanpak, met name dat een antropoloog, indien zij of hij niet oplet, mensen bevriest in tijd en ruimte door een beschrijving van het leven op dat moment, en enkel op dat moment, te geven. De voorbeelden zijn legio. Edward Evans-Pritchards etnografie, The Nuer, uit 1940, is een dergelijk voorbeeld. Alleen al de titel van het boek zou een wenkbrauw moeten doen fronsen – The Nuer – wat suggereert dat alle Nuer hetzelfde zijn en, meer nog, dat ze in 1940 hetzelfde waren als pakweg honderd jaar voordien of honderd jaar later. De titel van het boek was niet The Nuer in 1940, maar simpelweg The Nuer, waardoor de auteur de indruk gaf dat de cultuur en de mensen die er deel van uitmaakten (en uitmaken) bevroren zijn in tijd en ruimte. Andere theoretische debatten zijn te situeren in de studie van politiek en macht, geloof en religie, de (al dan niet) materialiteit van de dingen, de (al dan niet) subjectiviteit van ons ‘zijn’ en van onze gevoelens en emoties, en van onze leefwerelden of lifeworlds. Binnen de fenomenologie, en recenter de ontologie, spreken antropologen zelfs niet meer over de studie van (overkoepelende)

Inleiding_tot_de_antropologie_170x240_inner_v5.indd 20

11/02/2021 15:09


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401475235 by Uitgeverij Lannoo - Issuu