Skip to main content

9789401474900

Page 1

Een rijke leeromgeving

in het basisonderwijs met kleuters

ego praktijkboek

Els Menu


D/2021/45/66 – ISBN 978 94 014 7490 0 – NUR 840, 846 Vormgeving omslag: Gert Degrande | De Witlofcompagnie Vormgeving binnenwerk: Crius Group © Els Menu, CEGO & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 CEGO 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam Schapenstraat 34 bus 3776 België Nederland 3000 Leuven www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl www.cego.be


INHOUD WOORD VOORAF

7

INLEIDING 11 1. HET BELANG VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING

15

1.1 1.2

17 18

Pijler 1: een rijk basismilieu Pijler 2: verrijking vanuit een rijk aanbod van activiteiten

2. WERK MAKEN VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING: DE PRAKTIJK 21 2.1 2.2

Het basismilieu Het aanbod verrijken

21 79

3. KINDEREN ALS VOLWAARDIGE PARTNERS

101

TOT SLOT

107

BRONNEN 111


WOORD VOORAF Bij ervaringsgericht werken (E.G.O.) met kinderen hechten we heel veel belang aan het streven ‘naar meer welbevinden en betrokkenheid’. We kunnen investeren in een goed klimaat, ruimte voor initiatief, een ervaringsgerichte leerkrachtstijl… maar dat valt allemaal in het luchtledige als we niet eerst inzetten op ‘een rijke leeromgeving’. We kunnen niet zonder een plek waar kinderen zich thuis voelen en die tegelijk aan hun honger naar prikkels tegemoetkomt. Deze uitgave maakt concreter wat in het basisboek Ervaringsgericht werken met kleuters in het basisonderwijs als kader wordt geboden. Het is duidelijk een praktijkgericht verhaal, maar het heeft tegelijk ook een stevig fundament. Alles wordt uit de kast gehaald om welbevinden en betrokkenheid bij alle kinderen te versterken… vanuit het aanbod. De rode draad is telkens: je verplaatsen in wat bij kinderen klaarligt om gewekt te worden of nu al manifest roept om meer uitdagende materialen en activiteiten. Veel leid je af uit observatie van kinderen – maar veel inspiratie haal je daarbij ook uit de ontwikkelingsdomeinen. Daarom is er ook altijd een ontwikkelingsperspectief: het doel is op alle domeinen groei te bevorderen. In deel 1 van deze publicatie wordt stilgestaan bij het belang van ‘een rijke leeromgeving’. De gedrevenheid van kinderen om greep te krijgen op de werkelijkheid rondom hen vraagt om een gevarieerd aanbod, dat hen steeds opnieuw uitnodigt tot onderzoeken, ontdekken, dingen uitproberen. Een omgeving die dat mogelijk maakt, rust op twee pijlers. In de eerste pijler leggen we ons toe op het scheppen van een rijk basismilieu door een variatie aan basisrituelen, de klasinrichting en een stel doordachte basishoeken. De tweede pijler bestaat uit het aanbod van activiteiten en bijbehorende materialen. Beide ingangen om de leeromgeving rijker te maken staan niet los van elkaar. Ze vloeien in elkaar over en beïnvloeden elkaar wederzijds. Bij de uitbouw van deze rijke leeromgeving zien we erop toe dat alle domeinen van de ontwikkeling en de ontwikkelingsdoelen/kerndoelen tot hun recht komen en dat elk kind er kan vinden wat voor zijn ontwikkeling nodig is. Zo wordt er rijk voedsel aangereikt dat aanzet tot bewegingservaringen, tot geboeid exploreren van en experimenteren in de fysische en de technologische wereld, tot communicatie en expressie, tot sociale ervaringen en reflectie daarop, tot het greep krijgen op tijd en ruimte, tot ondernemen en scheppen, tot bewust waarderen…


8

EEN RIJKE LEEROMGEVING

Deze leeromgeving is voortdurend in evolutie, zoals het klasleven zelf. Ze deint mee met de seizoenen, weerspiegelt de verschuiving in interesses en competenties van kinderen en blijft niet onberoerd door gebeurtenissen buiten de school. In deel 2 volgt de praktische uitwerking van een ‘rijk basismilieu’ en vervolgens de verrijking door een ‘rijk aanbod van activiteiten’. Het bulkt hier van de concrete beschrijvingen en tips – die je tot aan de buitengrenzen brengen van wat een ‘rijk milieu’ betekent. Letterlijk komt ook de buitenruimte in het vizier, maar ook bijzondere situaties blijven niet onbesproken. Zoals het werken in kleine klassen, of de extra mogelijkheden die leeftijdsgemengde klassen bieden, en verrassende initiatieven zoals ‘een klas met minder vaste hoeken’. Finaal blijft het inzicht over: ‘als het snor zit met dat rijke aanbod van materialen en activiteiten’, dan ben je al voor de helft klaar. Laat het zijn werk doen!


INLEIDING Het is maandagochtend en het ochtendritueel is net achter de rug. Enkele kleuters zijn al druk aan het werk aan de boetseertafel en ook in de poppenkamer wordt er al eten gemaakt voor de gasten. Aan een van de tafels zit ook Joppe. Samen met enkele vrienden heeft hij voor de bak met dinosaurussen gekozen en is hij op zoek naar dino’s die hij nodig heeft voor zijn spel. Een mamadino, een babydino en een gevaarlijke dinosaurus die alles opeet. Ik neem even de tijd om het spel wat langer te observeren. Ik hoor dat Joppe een spelscenario bedacht heeft en hij betrekt hierbij ook Sam die naast hem staat. Er wordt veel gegromd en gebruld. Mijn aanwezigheid leidt hen niet af. Joppe gaat zichtbaar op in zijn spel. Na nog geen vijf minuten dinospel staat Joppe plots op en hij loopt richting de automat. Daar gaat hij onmiddellijk op zoek naar de auto’s die hij nodig heeft en sluit aan bij een groepje kleuters dat hier al aan het spelen was. Ook dit spel is maar van korte duur. Van de automat gaat hij naar de boetseertafel, de poppenkamer en de maïstafel. Hij vlindert als het ware de hele ochtend van de ene naar de andere hoek. Ik maak me wat zorgen over dit gedrag. Joppe is enkele maanden geleden vier jaar geworden en ik verwacht van hem dat hij toch wat langer betrokken blijft bij eenzelfde activiteit. Kan hij zich dan niet langer concentreren? Moet ik hem verplichten om wat langer in een hoek te blijven? Een zandloper of wekker gebruiken? Misschien moet ik wel een systeem bedenken voor meerdere kleuters van mijn klas? Het is me opgevallen dat niet alleen het spel van Joppe van korte duur is. Tijdens mijn observatie ontdekte ik dat ook andere kleuters onvoldoende betrokken zijn. Misschien moet ik mijn hoeken ook eens onder de loep nemen? Of mijn organisatie?

De aanpakfactoren Het is duidelijk in dit praktijkvoorbeeld dat de leerkracht op zoek moet gaan naar een oplossing. Het korte spel van Joppe, maar ook van andere kleuters, is een signaal dat je als leerkracht niet mag negeren. Vandaag zijn de meeste kleuterklassen ingericht met heel wat speelhoeken waar kleuters al dan niet zelfstandig aan het werk kunnen. Als leerkracht richten we deze hoeken in met als doel een effect te hebben op de ontwikkeling van de kleuters. Zo willen we in de poppenkamer dat kleuters zich goed in hun vel voelen, groeien in hun sociale vaardigheden, maar ook in hun taalvaardigheid en denkontwikkeling. Het ontvangen


12

EEN RIJKE LEEROMGEVING

van gasten, eten maken, een tafel dekken… vergt immers heel wat denkprocessen zoals een-op-eenrelatie, hoeveelheidsbegrip of sorteren. We voorzien in dit hoekje dan ook in heel wat materialen die dit spel alle kansen geeft. Het is met andere woorden heel belangrijk dat we doordacht en doelgericht investeren in onze aanpak. Laten we het voorgaande voorbeeld er even bij halen. Het is snel duidelijk dat de aanpak waarin de leerkracht voorziet bij Joppe geen effect heeft en onvoldoende hoge betrokkenheid uitlokt. De leerkracht kwam dit op het spoor bij een observatie. Tijdens dit moment neemt ze bewust de tijd om stil te staan bij het proces. Wat is er aan de hand met Joppe? Vanuit de observatie weten we dat Joppe met zijn dino’s zichtbaar actief aan het spelen was. Hij werd niet afgeleid door de leerkracht of andere omstanders en hij ging ook kort op in zijn spel. Maar is dat voldoende om een effect te hebben op zijn ontwikkeling? Het snel wisselen naar een andere hoek kan een aanwijzing zijn dat het spel hem onvoldoende uitdaagde. Hij loopt als het ware op ‘automatische piloot’ door de klas: neemt in elke hoek de materialen die hij nodig heeft om tot spel te komen, gaat dan kort op in dit spel om vervolgens het weer los te laten en op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging. Er is geen sprake van hoge betrokkenheid waarbij er een effect zou zijn op zijn ontwikkeling. Maar mogen we er onmiddellijk van uitgaan dat de oorzaak bij Joppe ligt? Zo kunnen we Joppe al snel bestempelen als ‘een vlinder’ en dus met onvoldoende concentratievermogen. En toch slaagt Joppe erin om met heel weinig materiaal, alleen dino’s op een tafel of auto’s op een mat, tot een spelscenario te komen. Moeten we niet eerst onze eigen organisatie in vraag stellen voordat we de oorzaak bij Joppe leggen?

AANPAK Hoe?

PROCES

EFFECT Resultaat

Door het spel van Joppe, en dat van andere kleuters, kort even te scannen op betrokkenheid, maar ook op welbevinden, hebben we nu een duidelijke indicatie dat er iets moet gebeuren met de aanpak om zo meer effect te bereiken. Dat brengt ons bij de volgende aanpakfactoren: een rijke leeromgeving, ruimte voor initiatief, positief klasklimaat en leerkrachtstijl.


Inleiding

13

Zo kan de combinatie van bijvoorbeeld kartonnen dozen of blokken of de zandtafel met dinosaurussen veel meer uitdaging opleveren en een rijker spel uitlokken. Maar misschien heeft het eerder te maken met het geven van meer initiatief aan Joppe. Er is immers heel wat materiaal aanwezig in de klas dat Joppe kan combineren met zijn dino’s. Je kunt het natuurlijk ook gewoon even aan Joppe vragen, dat gaat vaak het snelst. In dit boek Een rijke leeromgeving gaan we dieper in op een van deze aanpakfactoren die een effect hebben op het welbevinden en de betrokkenheid en zo op de ontwikkeling van onze kleuters.


HOOFDSTUK 1 HET BELANG VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING

1.1  Pijler 1: een rijk basismilieu

17

1.2  Pijler 2: Verrijking vanuit een rijk aanbod van activiteiten

18

HOOFDSTUK 2 WERK MAKEN VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING: DE PRAKTIJK

HOOFDSTUK 3 KINDEREN ALS VOLWAARDIGE PARTNERS


1. HET BELANG VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING Stel dat je aan een groep mensen, zonder kleuterschoolervaring en die nooit een kleuterklas heeft bezocht, moet omschrijven wat ‘kleuteronderwijs’ is. Wat zou jij dan zeggen? Wat zou er voor jou in de omschrijving niet mogen ontbreken? Denk jij dan ook aan de volgende onmisbare kenmerken? Een kleuterklas bestaat uit speelhoeken (de belangrijkste zijn: boekenhoek, huishoek, bouwhoek, de kring, knutselhoek, computerhoek, de spelletjeshoek, de puzzelhoek…); door de verscheidenheid aan hoeken krijgen de kleuters heel wat ontwikkelingskansen; kleuters leren al spelend, incidenteel; er zijn ook klassikale momenten waarop er liedjes worden aangeleerd of een verhaal verteld; er zijn scholen die kiezen om met thema’s te werken, maar ook scholen die veel meer inspraak aan kinderen geven; er is traditioneel kleuteronderwijs en ook methode-onderwijs; er gaat heel veel aandacht naar het welbevinden; er wordt veel geknutseld, ook geëxperimenteerd… De nadruk wordt al heel snel gelegd op het belang van de rijke leeromgeving die we kleuters aanbieden en waarin ze al spelend, ontdekkend greep krijgen op de wereld rondom hen. Een rijk aanbod aan materialen en activiteiten is de motor van ontwikkeling. De omgeving doet het!

We streven naar ontwikkeling in de diepte en de breedte Bij de ervaringsgerichte aanpak gaan we voor onderwijs dat een blijvend effect heeft. We willen dat de aanpak aanleiding geeft tot fundamenteel leren of deep level learning. We willen dat kinderen uitgroeien tot emotioneel gezonde volwassenen die in verbinding staan met de materiële, sociale en spirituele wereld. Ze staan nieuwsgierig, exploratief, leergierig en ondernemend in het leven en zijn competent in een brede waaier aan ontwikkelingsdomeinen. Daarom vertrekken we in alles wat we doen vanuit de beleving van kinderen. Dit maken we concreet door voortdurend oog te hebben voor het ‘welbevinden en de betrokkenheid’ van elk kind. Dat heeft uiteraard rechtstreekse gevolgen op de leeromgeving. Het is immers in de rijke leeromgeving die we voor kinderen creëren dat we optimale kansen willen scheppen tot leren in de diepte en de breedte.


16

EEN RIJKE LEEROMGEVING

Jonge kinderen zijn van binnenuit gedreven om de wereld te ontdekken. Ze doen dat het liefst door zelf op ontdekking te gaan, te ervaren en vooral te doen. Ze willen materialen manipuleren, experimenteren, exploreren, bewegen in de ruimte… Het is aan ons, als leerkrachten, om hen te vertrouwen, om hen initiatief te laten nemen, om hen te laten vallen en opstaan, te slagen en te mislukken. Maar ook om hun net datgene aan te bieden dat ze nodig hebben om verder te groeien. Het is eind augustus, nog één keer slapen en het schooljaar gaat van start. Ik heb de laatste weken van de grote vakantie, samen met mijn collega’s, bewust werk gemaakt van een rijk basismilieu. Bij elke hoek stelden we ons enkele vragen: welk spel wil ik uitlokken? Welke ontwikkeling heb ik met deze hoek voor ogen? Welke hoeken creëer ik in mijn klas en voor welke hoeken kunnen mijn kleuters bij mijn collega’s terecht? Is mijn aanbod overzichtelijk? Kunnen kleuters zelfstandig aan de slag?… Vanaf morgen kunnen mijn kleuters onmiddellijk in alle hoeken op ontdekking gaan. Ik plan de komende weken geen thema, maar ga ruimschoots de tijd nemen om mijn kleuters in alle hoeken zelfstandig te leren werken, zodat ik ruimte heb om ieder kind goed te leren kennen en tijd kan maken om met ieder van hen een relatie op te bouwen. Dagelijkse observatie en reflectie, ook samen met de kinderen, moet mij helpen om mijn planning voor de volgende dag te maken. Ik heb me voorgenomen dat ik pas met een eigen thema wil starten als mijn kleuters toe zijn aan verrijking. Uiteraard ga ik wel inspelen op hun interesses en kunnen er zeker al projectjes ontstaan.

Voilà, zo simpel is het! Zodra een kind de schoolpoort binnenstapt, start onze opdracht: hoe kunnen we er samen voor zorgen dat dit kind in beweging blijft? Dat hij/zij goed in zijn vel zit en ‘goesting’ heeft om te spelen, te ontdekken, uitdagingen aan te gaan, te leren? Voor heel wat kleuters is het aanbieden van een rijke leeromgeving en het geven van voldoende autonomie al ruimschoots voldoende om te vinden wat ze nodig hebben in hun verdere ontwikkeling. Voor sommige kleuters – denk maar aan een kleuter met ontwikkelingsvoorsprong – ben je als leerkracht verplicht om samen met het kind op zoek te gaan naar meer uitdaging. En dan heb je nog de kleuters die jouw nabijheid nodig hebben om net dat ‘stapje verder’ in hun ontwikkeling te kunnen zetten. Om zo goed mogelijk te kunnen inspelen op de grote diversiteit in elke kleuterklas is het jouw taak als leerkracht om elk kind goed ‘te leren kennen’. Dat doe je door met hem/haar in relatie te gaan, door bewust tijd te maken voor observatie en meespeelmomenten, maar ook door een gesprek met zowel de kleuter als de mensen die voor hem/ haar zorgen. We vormen ons van elk kind een eerlijk beeld, niet vanuit bepaalde verwachtingen, maar wel vanuit wie hij of zij is op dat moment. Hoe verloopt de ontwikkeling? Hoe is het met welbevinden en betrokkenheid? Vanuit dat beeld kunnen we vervolgens interventies op zowel klas- als kindniveau voor de komende periode opstellen.


Het belang van een rijke leeromgeving

17

De kunst van goed onderwijzen is het zorgen voor een rijke basisomgeving en vervolgens heel goed ‘aflezen’ uit de manier waarop kinderen met die omgeving omgaan, hoe we hun ontwikkeling kunnen stimuleren. Het is een voortdurend oppikken van wat kinderen nodig hebben door hun respons op dat aanbod te analyseren. We proberen af te leiden waar het aanbod te moeilijk is en waar te makkelijk. Waar het thema niet aansluit bij de interesses en waar wel. Wat niet blijkt te werken geeft aanleiding tot het manipuleren van de omgeving zodat die een meer weldoende impact heeft, dat wil zeggen meer welbevinden en betrokkenheid oplevert. In feite zijn het de kinderen die ons in hun reacties de weg wijzen. Goed onderwijs laat zich dus in de volgende formule vatten:

PIJLER 1 Rijk basismilieu

PIJLER 2 Rijk aanbod van activiteiten

Rijke leeromgeving

• Pijler 1: we creëren voor het begin van het schooljaar een basismilieu, bestaande uit basishoeken en basisrituelen, en sturen – afhankelijk van de noden van een klasgroep – tijdens het schooljaar de organisatie, de aanpak en het aanbod bij. • Pijler 2: een procesgerichte leerkracht verrijkt het basisaanbod met betrokkenheidsverhogende tussenkomsten. Vanuit verschillende invalshoeken (een thema, een geobserveerde interesse, een verrassend element…) worden extra activiteiten aangeboden.

1.1 Pijler 1: een rijk basismilieu Een kleuterklas heeft een ‘rijk basismilieu’ nodig om kinderen in beweging te brengen. Met ‘rijk’ hebben we het hier niet over het rijkelijk aankopen van peperdure materialen, die vaak alleen maar mooi ogen, maar wel over een basismilieu dat ‘rijke ontwikkelingskansen’ te bieden heeft. Ruil een overvolle hoek voor een hoek met beperkt of helemaal geen aanbod en ontdek wat er ‘rijkelijk’ gebeurt. Het materiaal dat nog in de kast ligt te wachten en dat je tijdens het jaar zeker zult aanbieden in een bepaalde hoek, behoort ook tot het basismilieu. We denken hierbij bijvoorbeeld aan de puzzels die je in september nog niet allemaal in de puzzelkast legt, of aan extra knutselmateriaal.


18

EEN RIJKE LEEROMGEVING

Deze eerste stap mogen we niet lichtzinnig opvatten. Bij het binnenkomen van de klas moet een kleuter zich in de eerste plaats ‘welkom voelen’, moet het een plek zijn waar hij/zij zich kan thuis voelen, zichzelf zijn. We moeten er uiteraard ook voor zorgen dat alle belangrijke ontwikkelingsdomeinen op een of andere manier in het startaanbod vertegenwoordigd zijn. Indien het aanbod bijvoorbeeld geen activiteit uitlokt waarin ‘taal’, ‘grote motoriek’ of ‘begrijpen van de fysische wereld’ een rol speelt, zal je observatie op deze domeinen niets opleveren. Met een rijk basismilieu willen we vooral de fundamenten leggen van een ‘rijke leeromgeving’. Het is het vertrekpunt van je schooljaar maar ook de basis waarop je tijdens het schooljaar voortdurend moet kunnen terugvallen. Je mag deze pijler niet overslaan, integendeel, zonder dit fundament is jouw klas onvoldoende rijk om kinderen optimale ontwikkelingskansen aan te reiken. Het draait in een kleuterklas met andere woorden niet alleen rond het steeds weer aanbieden van nieuwe materialen en verrijkingen, maar in de eerste plaats rond het creëren van een rijk basismilieu. Onder het basismilieu verstaan we basishoeken en basisrituelen. Naast het doordacht inrichten van de ruimte in rijke hoeken, staan we in augustus ook stil bij de rituelen die we dagelijks aan onze kleuters aanbieden. Denk maar aan de week- en dagkalenders, de zelfredzaamheidsactiviteiten, het planbord, het kiesbord, het fruitmoment, ontmoetingsmomenten, de klassikale afsluiters… Het zijn er heel wat en ze hebben een grote impact op onze kinderen. Net zoals we elke basishoek onder de loep nemen, gaan we ook elk basisritueel doordacht uitwerken. Hoe verloopt het? Welke ontwikkeling willen we ermee uitlokken? En hoe sturen we ze bij zodat de betrokkenheid hoog blijft?

1.2 Pijler 2: verrijking vanuit een rijk aanbod van activiteiten De tweede pijler, het aanbod van activiteiten, heeft betrekking op al dan niet begeleide activiteiten en bijbehorende materialen die door de leerkracht bij het begin of in de loop van de dag aangekondigd worden. Dat kan expliciet of zonder melding (impliciet) in de vorm van materialen die aangeboden worden. Boven op het basismilieu zijn ze onontbeerlijk om de leeromgeving rijker te maken. Naast het feit dat we het basismilieu voortdurend bijsturen vanuit onze observaties, gaan we bij pijler 2 nog een stapje verder. We willen immers ‘het wereldbeeld’ van onze kleuters vergroten, we willen hun nieuwe dingen aanreiken waardoor ze tot verwondering en bewondering komen. We gaan het basismilieu verrijken.


Het belang van een rijke leeromgeving

19

Ik vertrek ’s morgens niet met lege handen naar school. Ik zorg elke dag voor een aantal – dat zijn er al snel een vijftal – aanbiedingen die voortspruiten uit mijn reflectie op de vorige dag. Bijvoorbeeld: een zorgvuldig uitgekozen verhaal waarmee ik wil inspelen op het bang zijn voor monsters, een bewegingsspel om de begrippen ‘opzij, vooruit en achteruit’ al spelend aan te brengen, een liedje dat aansluit bij het belangstellingspunt carnaval, een poppenspel rond het gevoel ‘jaloersheid’, naar aanleiding van de moeilijke relatie tussen sommige kinderen, een nieuw gezelschapsspel om de spelletjeshoek weer een boost te geven enzovoort. Bij elk van die dingen vraag ik mij af: hoe kan ik mijn aanbod zo rijk mogelijk maken? Investeren in de hoeken loont, omdat dit basismilieu constant een stroom van activiteit kan opleveren – zeker in combinatie met de aanpakfactor ‘ruimte voor initiatief’. Maar via het tweede kanaal maken we de leeromgeving nog rijker: het aanbieden van activiteiten naast wat kinderen dagelijks in de hoeken vinden. Inspiratie voor deze activiteiten halen we uit wat we bij de kinderen observeren, uit wat ze ons vertellen en tonen, uit de ontwikkelingsdoelen/kerndoelen, uit wat we zien als leemtes, uit thema’s die naar ons oordeel voor deze groep bijzonder boeiend zijn. Welke activiteiten we uiteindelijk in onze planning voor de volgende dag opnemen zal bovendien sterk gekoppeld zijn aan onze reflectie op de afgelopen dag. We willen immers kort op de bal spelen, voortdurend de ‘pols van het klasleven’ nemen en wat we aanvoelen als meest dringend of passend ook meteen aanbieden.


HOOFDSTUK 1 HET BELANG VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING

HOOFDSTUK 2 WERK MAKEN VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING: DE PRAKTIJK

2.1  Het basismilieu

21

2.1.1

De basisrituelen

22

2.1.2

De basishoeken

25

2.1.3 Starten doen we ‘zonder thema’

66

2.1.4 Het basismilieu bijsturen vanuit scannen van betrokkenheid

68

2.2  Het aanbod verrijken

79

2.2.1 Van observeren, naar beeld creëren tot interventies op kindniveau

79

2.2.2 Verrijking van de dagelijkse basisrituelen 86 2.2.3 Inspelen op interesses

87

2.2.4 Inspiratie halen uit de impressieexpressiecyclus 92 2.2.5

Verrassende elementen toevoegen

94

2.2.6

Thematisch aanbod

97

HOOFDSTUK 3 KINDEREN ALS VOLWAARDIGE PARTNERS


2. WERK MAKEN VAN EEN RIJKE LEEROMGEVING: DE PRAKTIJK 2.1 Het basismilieu Het nieuwe schooljaar staat voor de deur en je gaat als leerkracht de uitdaging aan om je klas opnieuw in te richten. Het is jouw opdracht om een klasomgeving te creëren waarin de kleuters, die weldra jouw klas komen ontdekken, hun uitdaging vinden. Bij het creëren van een rijk basismilieu is jouw professionele bagage als leerkracht fundamenteel. Een pas afgestudeerde leerkracht zou reeds in staat moeten zijn om een rijk basismilieu te verwezenlijken. Je hoeft met andere woorden jouw kleuters nog niet door en door te kennen om al aan de slag te gaan. Bij het inrichten van jouw klas, in augustus, denk je nog helemaal niet vanuit thema’s en al zeker niet vanuit interesses van kleuters die je op dat moment nog niet kent. Je staat wel stil bij de ‘ontwikkelingskansen’ die je in al je basishoeken en basisrituelen wilt aanreiken en hoe je door een rijk aanbod de kans wilt vergroten om de ‘talentenkiemen’ van je kleuters te leren kennen. Het rijke basismilieu is nodig om vervolgens de interesses van je kleuters te achterhalen. De eerste en belangrijkste oefening bestaat erin je bijna letterlijk op ooghoogte in te leven in de leefwereld van je kleuters. Zo zal een leerkracht die voor de uitdaging staat een klas in te richten voor peuters, andere accenten leggen dan een leerkracht die voor eenzelfde uitdaging staat bij vijfjarigen. Ook de aanwezigheid van kinderen met een grote verscheidenheid aan culturele achtergronden vraagt een omgeving waar elk kind zich kan identificeren. Een leerkracht met een samengestelde groep van bijvoorbeeld vier- en vijfjarigen, of zelfs een leefgroep van tweeënhalf- tot zesjarigen, zal bovendien rekening moeten houden met heel wat verschillende ontwikkelingsfases. Dompel je als leerkracht dus eerst onder in de wereld van jouw kleuters en verruim je professionele kennis op het vlak van ontwikkeling en leefwereld van kinderen.


22

EEN RIJKE LEEROMGEVING

Zo is het belangrijk om te weten dat ‘ontwikkeling van kinderen loopt van het manipuleren met materiaal naar doelgerichte activiteiten’. Bij het ene kind gaat dat al wat sneller dan bij het andere, maar zeker niet omgekeerd. Het is dus belangrijk om bij je aanbod in de hoeken rekening te houden met dit ontwikkelingsverloop. Voor de peuters en de allerjongste kleuters zal de inrichting van bijvoorbeeld de bouwhoek en de knutselhoek dan ook uitgaan van manipuleren en verkennen met materiaal om het te onderzoeken, te testen, te slopen, te maken en te versieren. Om dan zo verder te evolueren naar beeldend werken, bijvoorbeeld met klei, papier, textiel of kosteloos materiaal. Vervolgens gaat het naar doelgerichte constructies maken van bouw- en constructiemateriaal, die ze kunnen gebruiken bij het spelen. Om uiteindelijk aan te belanden bij werken met schematische weergaven, bijvoorbeeld plattegronden.

2.1.1

De basisrituelen

Een tweede belangrijke oefening is de opbouw van een ‘algemeen weekrooster’. Dit weekrooster omvat een overzicht van de dagelijks en wekelijks terugkerende basisrituelen. Het is geen weergave van wat je nu precies gaat doen, maar eerder het type van activiteit dat zich meestal op dat moment voordoet in jouw klas. Ze spelen zich zowel in als buiten de klas af. Op dit rooster noteer je als het ware alle basisrituelen waarin je voorziet. Zo is ook hoekenwerk een basisritueel dat heel wat ontwikkelingskansen met zich brengt. Alle ontmoetingsmomenten en zelfredzaamheidsactiviteiten behoren eveneens tot de basisrituelen. Hoe meer details je op dit rooster noteert, hoe meer basisrituelen je zichtbaar maakt. Dit rooster ondersteunt je ook bij het ‘werken zonder thema’. Tijdens deze periodes val je terug op een stevige basis van basisrituelen en basishoeken. Vanuit het observeren van je kleuters stuur je je basisaanbod vervolgens bij. Bij themaloze weken val je met andere woorden niet in het luchtledige, maar val je terug op een rijke basisomgeving. Bij ‘een thema’ ga je deze basis vervolgens verrijken.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401474900 by Uitgeverij Lannoo - Issuu