MARC VAN
S TA E N
RSCA WE
ARE
ANDERLECHT!
MIJN ONVOORWAARDELIJKE LIEFDE
10
DOOR DAVID STEEGEN
SPORTING A NDERLECHT (ALWEER…)
12
PAUL VAN HIMST
14
DE WITTE PELÉ
HET GELUK VAN BARCELONA RAYMOND REDING
18
20
JARI, JIMMY, VINCENT, ÉRIC EN DE REST
LAURENT VERBIEST
22
LORENZO LE MAGNIFIQUE
PANINI
24
STICKERS EN HELDEN
LUDO COECK
26
DE VAL VAN EEN ENGEL
KEVIN VAN DOORSLAER
28
DE BROOKLYN BRIDGE
JAN MULDER
30
DE LAATSTE DER ROMANTICI
EUGÈNE STEPPÉ
33
DE VERANDERING IS NU!
WASILEWSKI
34
INHOUD
PLOUBOSKI BIVRO
GREEN PARK
36
HET BIJKANTOOR
AUSTRIA WIEN
38
DAAR GAAT-IE WEER!
MICHAEL FRIVALDSZKY VERY SUPERSTITIOUS
42
WALTER BASEGGIO
44
DE JONGEN UIT KLABBEEK
VÖRÖS LOBOGO
46
50
REAL MADRID
52
54
BAYERN
58
REMCO EVENEPOEL
90
TESSA WULLAERT
92
10-0
97
EEN GOEDE LES 60
MAN MET STIJL
1964
98
UTOPIE OF DYSTOPIE
RAYMOND GOETHALS
62
DE TOVENAAR VAN HET PARK
SAMPDORIA
100
WAAR GENOVA IS, IS GEEN PLEZIER 64
AAN DE EUROPESE TOP
27•05•1908
104
CONCORDIA-CAFÉ, AUMALESTRAAT 66
GRANDEUR, FAMILIEJUWELEN EN VUILE WAS
BENFICA
88
ROLMODEL VOOR SPORTING ANDERLECHT
DE PAARSHEMDEN ZIJN EUROPEES KAMPIOEN!
TOTTENHAM
LIVERPOOL
AMBASSADEUR VAN SPORTING
DE TWAALFDE MAN
WEST HAM UNITED
86
ANDERLECHT, GIANT KILLER
MEESPELEN MET DE GROTE JONGENS
ENZO SCIFO
CONSTANT VANDEN STOCK ACHTER DE TREIN AANLOPEN
DE TEMPELBEWAARDER
GUY MARCHOUL
84
EERSTE EUROPESE FINALE
EEN EERSTE STAP VOOR DE PAARS-WITTE MENS
FRANKY DE MEYER
ARSENAL
BILL GORMLIE
105
EEN ENGELSMAN IN ANDERLECHT 70
GEEN TWEE ZONDER DRIE
GEORGES HEYLENS
74
76
HAMBURG
108
LORENZO STAELENS
110
DE ANDERLECHTENAAR 78
EEN STER EN SCHILDERIJEN
TUSSEN TWEE ZOETE SNOEPJES IN, DE BITTERE PIL
PATRICK DE CORTE ALS EEN ECHTE ROCKSTER!
EEN ONVERGETELIJKE AVOND
SAINT-GUIDON
106
ANDERLECHT – KV MECHELEN
FORMANOIRSTRAAT 13
MANCHESTER UNITED
1988
JEAN KINDERMANS
114
IN YOUTH WE TRUST 82
ATTILA LADINSZKY DE MINST VERGETEN VERGETENE
116
PAUL VAN HIMST DE WITTE PELÉ
w Hij was een ‘Brussels ketje’, zoals ze jon-
gens noemen die geboren en getogen zijn in hartje Brussel. Een beetje aan de mollige kant. Misschien vanwege de stoemp van zijn moeder Hortense. ‘Ze maakte stamppot met prei beter dan wie dan ook. Met worst en spek. De geur ervan in de keuken kan ik mij nog heel goed herinneren’, vertrouwt hij ons toe. En kleine Paul was ook bijzonder vaardig met de bal. Zo vaardig dat Constant Vanden Stock hem zijn eerste paar voetbalschoenen gaf toen hij negen jaar oud was. Een investering die later zou opbrengen. Sinds die dag is Paul Van Himst voor het Belgische voetbal wat Eddy Merckx is voor het wielrennen: een icoon. Zijn carrière begon op zestienjarige leeftijd, toen hij werd ingelijfd bij het eerste elftal van Royal Sporting Club Anderlecht. Op 19 oktober 1960, amper zeventien dagen zeventien jaar oud, werd hij opgeroepen voor zijn allereerste wedstrijd met de Rode Duivels: Zweden-België. De Duivels werden verslagen, maar Paul liet meteen verbazingwekkende kwaliteiten zien. Elf dagen later, voor de ogen van de elite van het Europese voetbal, had hij iets meer dan tien minuten nodig om zijn eerste doelpunt te scoren voor het Belgische team met een krachtige trap vanaf twintig meter. Dit bracht de Franse journalist Gabriel Hanot ertoe te zeggen dat België onder de leiding van Paul Van Himst, het jonge Belgische wonder, een van de opkomende grootmachten was van het
wereldvoetbal. De wereld aanschouwde een jonge en gedurfde selectie met een ‘fris’ en aanvallend spel. Met de komst van Paul Van Himst veranderde zelfs de voetbalopvatting van Sporting Anderlecht. Het paarse team legde een creatief en gevarieerd spel aan de dag, met subtiele schijnbewegingen, heimelijke omtrekkende bewegingen en een vloeiende passeerstijl. Het publiek stond in vuur en vlam. Van Himst was de artistieke revolutie in het Belgische voetbal, een kruising tussen het Heizelstadion en de Koninklijke Muntschouwburg. Zijn bijdrage aan de onbegrensde kunst om het mooie in het deugdzame om te zetten en het nuttige (goals) aan het aangename (fantasie) te koppelen, lag aan de oorsprong van de enorme invloed die hij op Sporting Anderlecht heeft gehad. Zozeer zelfs dat op 30 september 1964 in Deurne elf Anderlecht-spelers op het veld
“
Hij schoor zich zonder spiegel!
stonden opgesteld in het elftal van de Rode Duivels! Ondanks de Belgische kampioenstitels die paars-wit als parels aan elkaar wist te rijgen, was het experiment van korte duur – mede door het lobbyen van de clubs en het heilige taalevenwicht. Paul Van Himst heeft zijn stempel gedrukt op de sport dankzij zijn herkenbare stijl die werd bewonderd en geprezen door ’s werelds grootste voetbalsterren. Als gewone burger was Paul Van Himst in zijn tijd niet bepaald spectaculair, noch indrukwekkend. Het was op het veld dat zijn ‘transformatie’ plaatsvond. Ik herinner me nog dat hij altijd het rugnummer 10 droeg. Hij verplaatste zich gezwind met krachtige versnellingen. Hij doorkruiste het veld, zijwaarts of in de diepte, en wist de lege ruimtes juist in te schatten. Hij schreeuwde niet, hij vroeg om de bal met zijn bewegingen, die zowel een aanmoediging waren om de bal naar hem te spelen als een uitnodiging om hem de leiding te laten nemen. Wanneer hij dan in bezit was van de bal, veranderde zijn looppas. Zijn lichaam werd plotseling zoals een vloeistof in beweging. Een slang op poten. Zijn looppas werd ruimer naargelang de strelingen die hij gaf aan de bal. Nadien gaf hij een afgemeten pass, zodat er weer wat nieuws kon ontstaan. Met licht gebogen romp om de bal goed te blijven beheersen, laveerde hij tussen zijn tegenstanders door die hij met zijn schijnbewegingen misleidde. Een bal die lichtjes met de buitenkant van de voet werd opgevangen en dan rakelings langs de keeper het doel ingleed, of een precieze pass op een medespeler om de trap af te maken. De slalom van Paul Van Himst was in feite een vrije stijlfiguur waarvan de meesten van zijn tegenstanders de technische onderbouw wel kenden. Op het veld was er echter niets tegen te beginnen. De in het nauw gedreven verdedigers werden telkens opnieuw door deze virtuoos beetgenomen. Behendigheid, snelheid, spel inzicht… Van Himst had het allemaal. Jan
Mulder vertelt: ‘Ik was onder de indruk van het feit dat Paul zich in de kleedkamers kon scheren zonder spiegel’. Alsof hij zijn ogen niet nodig had om te zien. Hetzelfde gold op het veld. Hij voelde de dingen aan, hij kon instinctief de positie en de verplaatsingen van de spelers registreren en zo het uit te voeren manoeuvre bepalen. Bij hem zag alles er eenvoudig uit. Eenvoud is een woord dat hem bijzonder goed staat. Op restaurant hoor je hem vaak ‘iets eenvoudigs bestellen, waar je niet hoeft over zitten te prullen’.
Zijn bescheidenheid komt opnieuw naar boven wanneer hij een openbare plaats betreedt: ‘Het is ingewikkeld,’ zegt hij. ‘Als ik ervoor kies om discreet te zijn en niet naar de mensen te kijken, nemen ze aan dat ik een onbeleefd iemand ben. En als ik naar iedereen begin te zwaaien, kunnen ze denken dat ik een verwaande kwast ben. Ik heb dus besloten vriendelijk te groeten, zonder veel vertoon, want ik kan mij niet alle mensen herinneren die ik in mijn leven heb ontmoet. Ik wil mensen niet beledigen.’
Geblesseerd verlaat Paul Van Himst het veld. Anderlecht - Sint-Truiden, 23.9.1973, 3-0
De grote Eusebio droomde ervan om samen met Popol te spelen. Johan Cruyff omschreef hem als een van ’s werelds grootste technici. Het verbaast dan ook niet dat een Franse journalist van de krant L’Équipe hem op een dag – zijn Frans chauvinisme daarbij achterwege latend – de bijnaam ‘Witte Pelé’ gaf. Sindsdien heeft de man periodes en generaties doorkruist. Toch heerste er verdeeldheid over zijn voetbalvaardigheden. Gedurende lange tijd stond hij bekend als ‘Polle Gazon’, omdat
ARSENAL EERSTE EUROPESE FINALE
w De Jaarbeursstedenbeker… Vraag een
jonge voetballer vandaag waar het om gaat en de kans bestaat dat hij antwoordt: bedrijfsvoetbal. Een jonge gast gaf mij zelfs als antwoord: ‘Weet ik veel, misschien het Internationale Kampioenschap van de fooruitbaters?’ In feite is het de voorloper van de UEFA Cup. Een toernooi dat dus niets te maken heeft met de amateurwedstrijden waarin de pompiers van Sint-Joost-ten-Node het opnemen tegen de voetbalclub van SintJans-Molenbeek… met alle respect voor de zaterdagvoetballiefhebbers.
Tijdens het Europees seizoen van 19691970 bevond Sporting Anderlecht zich in een overgangsperiode. Trainer Norberto Höfling, een Roemeen met wisselende strategieën waaruit de spelers niet meer wijs raakten, werd ontslagen en Pierre Sinibaldi werd in zijn plaats teruggeroepen. In de competitie was Anderlecht niet langer de onbetwiste meester. Standard had de scepter overgenomen en de Europacup betekende voor deze generatie voetballers, die het einde van een tijdperk voorstelden, de mogelijkheid om het aangetaste imago op nationaal niveau te herstellen.
In hun eerste wedstrijd moest paars-wit het opnemen tegen Valur Reykjavic. De IJslanders ondergingen in het Astridpark de furie van een ontketende thuisploeg: 6-0 met drie treffers van Van Himst. De retourwedstrijd vond plaats in… Brussel, op verzoek van de IJslandse club. Het werd een troosteloze wedstrijd met een magere 2-0 overwinning. Daarna snel naar de kwalificatie tegen de Noord-Ierse voetbalclub Coleraine FC: 6-1 en 3-7. Volgende tegenstander: de Schotten van FC Dunfermline. Op een doorweekt Brussels veld tegen een onverzettelijke Schotse ploeg van stoere binken slaagde RSCA erin om de overwinning binnen te halen met het kleinst mogelijke scoreverschil. In Schotland kende Sporting een vreselijke dag en verloor van de thuisploeg met 3-2. Anderlecht boekte uiteindelijk een nipte overwinning dankzij
het nieuwe reglement met betrekking tot doelpunten gemaakt in uitwedstrijden. Newcastle United. Zware jongens die goed spelen en ervoor gaan. Een typische kick and run. In het Astridpark: toch nog een 2-0 eindstand voor Anderlecht. Aan de overkant van het Kanaal, in Noordoost-Engeland, heerste hondenweer. En het veld vertoonde een zekere helling. Paul Van Himst vertelt dat ‘Mulder vanuit zijn positie als middenvelder alleen maar de pet van zijn doelman Trappeniers kon zien!’ De thuisploeg drukte haar ambities uit in harde cijfers en stond aan de leiding met 3-0. Voor RSCA was het zo goed als beslist. Tot op het moment dat Thomas Nordahl het eerste doelpunt op Engelse bodem in de geschiedenis van Sporting scoorde. Een doelpunt dat tevens als vrijgeleide zou dienen voor de halve finales. Loting van de halve finales: ‘Hé, klet, ’t is Inter Milaan!’ Dat was een ander paar mouwen! De Italiaanse speelstijl catenaccio met de befaamde Giacinto Facchetti. Het bezoek van de Italianen aan het Astridpark eindigde met
een 0-1 nederlaag voor de thuisploeg. De retourmatch zou de geschiedenis ingaan als het mirakel van San Siro! Pummy Bergholtz, als vervanger van Jan Mulder die in Nederland was gebleven omwille van het overlijden van zijn vader, speelde de wedstrijd van zijn leven. Hij maakte twee goals in de eerste helft. De kous was af, het onverslaanbaar geachte catenaccio was verslagen en Facchetti werd naar huis gestuurd. De FINALE tegen de Gunners van Arsenal!
“
Verse vis stinkt niet!
De sfeer in het Astridpark tijdens de heenmatch was uitgelaten en een gevoel van triomf was duidelijk aanwezig. Devrindt 1-0. Mulder 2-0. Nogmaals Mulder 3-0. De eerste zeventig minuten van de wedstrijd waren betoverend. Het werd tijd om de biertonnen klaar te zetten. De zaak was in kannen en kruiken, of dat werd althans gedacht. Want toen kopte die verdomde Ray Kennedy, die als joker was ingezet, een ietwat eigenaardig doelpunt tegen het doelnet. Bij de terugwedstrijd in Highbury kregen de paarshemden een lesje Engels voetbal. Door meer dan vijftigduizend toeschouwers aangemoedigd, kwam het tot een 3-0 nederlaag voor de spelers van Sporting die het moeilijk te verduren hadden op een veld dat meer op een braakliggend terrein dan op een echt voetbalveld leek. Zo verloor Sporting zijn eerste finale. Jammer van dat ongelukkige schot van Nordahl op de lat…
ROOS 1908 - 1911
w Met gesteven kraag, fietsstuursnor, pince-
nez en vastberaden blik was Charles Roos een typisch voorbeeld van de negentiende-eeuwse bourgeois. En een gelijkenis met Koning Albert II. Charles was inderdaad een echte leider tijdens het chaotische begin van de club, ook al betwistten velen de legitimiteit van zijn voorzitterschap.
We mogen niet vergeten dat het hier gaat over een tijd waarin Sporting nog niet eens de structuur had van een huidige amateurvoetbalclub. Het veld, de uitrusting, de organisatie; alles was het resultaat van de improvisatie van vrijwillige pioniers die de grondslagen van de club hebben gelegd... Als een daarvan verdient Charles Roos zijn portret in de galerij van de stichters en bestuurders. Toch?
“
De tijd van de pioniers
VERBEECK
1911 – 1951
“
Verlicht amateurisme
w Théo Verbeeck tilde de club naar een ander niveau. Geboren in Antwerpen in een familie van voetballers, werd hij bij Sporting beheerder, terwijl hij de kleuren van de club ook op het veld verdedigde. Het is een voorbeeld van de vele rollen die de man in zijn leven op zich nam.
In 1911 werd hij tot voorzitter van Sporting benoemd en hij zou die functie blijven bekleden in de daaropvolgende veertig (40!) jaar. Deze man, met opgeschoren haar en bril met dik montuur, straalde de strengheid uit van een boekhouder en het gezag van een directeur. Hij zou de reputatie opbouwen van een ernstig iemand te zijn. Theophilus kwam er echt niet om te lachen. Doorheen al die jaren zag hij zijn club evolueren, groeien, vallen en opstaan. Hij behaalde er ook de eerste nationale titel. De eerste ‘echte’ voorzitter van Sporting wist veel van voetbal af en mocht terecht claimen dat hij de ‘bommenwerper’ Jef Mermans van
Tubantia Borgerhout had gekocht voor een – op dat moment – recordbedrag. Het was onder zijn beheer dat de ‘vooruitstrevende voetbalbestuurders’ het levenslicht zagen. Hij zou zich laten omringen door Albert Roosens en later door Eugène Steppé, twee mannen die erg belangrijk waren in de geschiedenis van de club. Het is ook hij die de beslissing zou nemen om naar de huidige locatie te verhuizen. Een wijs besluit van een man die een zwak had voor de elegantie van het Britse fair play en wiens ambtstermijn uitzonderlijk was, alleen al omwille van de duur ervan.
ÉGIDE
FRIAT
BELLE•VUE
STÉPHANE
QUEECKERS
LOUIS
BRUNO
MELVIN
THOELEN
SOLLANDERS
FLEUR
SANDOR
KARSAY
CHRIS
VLAEMINCK
ABDELKHALEK
LOUZANI
BELLE•VUE
CHARLES
DERVILLE
MARCEL
CLERBOIS
IVAN
TERLAEKEN
HET ELFTAL VAN DE ONLY-ONE-GAME w In de geschiedenis van een voetbalclub heb je spelers die records hebben gebroken en een opmerkelijk aantal wedstrijden hebben gespeeld. Aan het andere eind van de lijst, helemaal onderaan, staan een heleboel spelers die slechts één keer werden opgesteld. Eén. Geen twee! Eén! Er zijn er zelfs met een statistiek van amper enkele minuten!
“
Het is goed voor één keer!
Maar we hebben het hier natuurlijk wel over Royal Sporting Club Anderlecht. Niet over een bende amateurvoetballers uit een stripverhaal. Ook al hebben deze jongens maar één klein deel van een wedstrijd gespeeld, het betekent wel dat ze deel uitmaakten van het A-team en dus zeker niet ontdaan waren van enig talent. Deze jongens werden bij Sporting opgeleid of zijn er beland met de hoop om door te breken. Een terechte hoop, gerechtvaardigd door hun aanwezigheid in het eerste elftal. Men kan zich het gevoel om bij de selectie te horen voorstellen; de explosie van vreugde, de trui die met respect wordt aangetrokken, het aanbrengen van het smeermiddel in de kleedkamers, en dan voor de eerste keer het veld op gaan en de emotie die ermee gepaard gaat, de belofte van een toekomst.
Tientallen voetballers hebben deze ervaring meegemaakt, die ene prestatie beleefd die niemand zich vandaag nog herinnert. Tenzij, natuurlijk, dat het eenmalige optreden op iets memorabels is uitgedraaid: een doelpunt, een owngoal, een ongelukkige blessure, of van het veld gestuurd. Maar in de meeste gevallen gaat het waarschijnlijk gewoon over een saai, kleurloos spel, zonder enige verwikkelingen die de moeite waard zijn om vermeld te worden. Ik heb enkele van deze spelers teruggevonden, vergeten figuren van een one-shot (letterlijk!), en koos er een paar namen willekeurig uit. In mijn onwaarschijnlijk elftal kregen ze dezelfde plaats die ze op het veld hadden. Ik zie deze selectie (de tweede voor hen) als een eerbetoon aan alle voetballers die op een of andere manier bij of voor deze geweldige club hebben gespeeld. Ze hebben er geen carrière gemaakt en hun namen komen nergens voor in de publicaties die aan Sporting werden gewijd. Maar ze hebben de paarse trui mogen dragen. Eén keer! En dat alleen al verdient alle respect.
JOHAN BOSKAMP HOI KLETSKOP!
w Hoeveel Nederlanders kunnen zeggen dat ze hun stempel drukten op het voetbal in ons kleine landje, en dat tot op de dag van vandaag? De Rotterdammer Johan Boskamp kreeg het voor elkaar om de Belgen als voetballer in te palmen. Acht jaar lang maakte de onvermoeibare middenvelder het succes van RWDM, aan wie hij zijn enige titel aanbood, terwijl hij tussendoor zelf een Gouden Schoen behaalde in 1975. Hij wist ons te verbluffen als trainer en later op het scherm als analist. Boskamp is een figuur. Imposant. Met een grote bek. Hij spreekt mensen toe met sterke woorden, kaffert ze op zijn vriendelijke manier uit. Johan kan lieflijk schofferen. Ik zag hem ooit bij Moustache, een restaurant in Relegem, waar hij zijn tafel had. Hij herkende me en wierp me levendig toe: ‘Hoi, alles goed, Kletskop?’ – ‘kale’ voor de lezer die het woord niet kent – terwijl hij met zijn grote handpalm op mijn schedel klopte (die hem toch niets had misdaan?). Daarbij lachte hij luidkeels en nam hij de andere klanten mee in zijn simpele grap. Ik antwoorde moeizaam: ‘En jij, dikzak?’ Maar ik voelde dat ik minder impact had op het publiek en dat mijn antwoord een flop was.
Wie van Johan nog nooit een flinke mep, vriendschappelijke klap of krachtige elleboogstoot heeft gekregen, begrijpt misschien niet dat je het hem vergeeft. Het is zijn manier om te tonen dat hij je mag. Ik wil niet weten wat hij degenen aandoet die hij niet verdraagt… Boskamp is de man van de oneliners. Hij zou een eigen spreekwoordenboekje verdienen. Enkele voorbeelden? - Die speler heeft de techniek van een paasei. - We voetbalden zo traag dat de vliegen zich te pletter vlogen op de rug van onze spelers. - Die speler is trager dan een dood paard. - Die linksachter staat de lijnrechter af te dekken! - Geef hem een strandbal. - Hoe kan je op zo’n veld spelen? Ik heb veertig konijnen thuis zitten, maar ik moet zeggen, die laat ik zelfs niet op dat veld lopen. - Hij kan nog geen mollenhol verdedigen. - Als hij met de bal rent, houdt hij z’n kop zo laag dat hij net het gras zit te maaien. - Het was duidelijk buitenspel maar misschien weegt de vlag van de lijnrechter veertig kilo? Enzovoort… Soms is de fantasierijke zeventiger zelfs filosoof: - De toekomst leert ons niets! De toekomst misschien niet, maar het verleden wel. En dan vooral het zijne. In het bijzonder zijn jaren als coach bij Sporting Anderlecht, waar hij in januari 1993 belandde, naar eigen zeggen tot zijn grote verrassing.
Zijn voorganger Luka Peruzovic werd ontslagen terwijl RSCA het kampioenschap leidde. De Joegoslaaf was veeleisend en werd vermoedelijk door zijn strenge beleid opzijgeschoven op vraag van enkele opstandelingen. De vrolijke stijl van Boskamp vormde zoals verwacht een enorm contrast en had effect bij de spelers, met name bij Marc Degryse, die zijn favoriet wordt. Johan heeft een passie voor jongeren, hun ontwikkeling en hun ontplooiing. Zijn benadering loonde.
De oogst was mooi: drie achtereenvolgende titels in 93, 94 (dubbel Cup) en 95. In 1995 verliet hij de club met grote onderscheiding (al lachte Europa hem niet toe). Enkele maanden later was er een korte comeback maar niet met hetzelfde succes. De toekomst leert ons niets. Dat klopt. Maar het verleden kan soms wel een goede leerschool zijn.
“
Het spreekwoordenboekje
34 BELGISCH KAMPIOEN
9 2
1946 - 47
BEKER VAN BELGIË 1965 1973
1950 - 51
UEFA BEKER VAN BEKERWINNARS
1953 - 54
1976
1976
1954 - 55
1978
1988
1948 - 49 1949 - 50
1972 1975
1955 - 56
1989
1958 - 59
1994
1961 - 62
2008
1963 - 64 1964 - 65 1965 - 66 1966 - 67 1967 - 68 1971 - 72
1
1973 - 74
UEFA CUP
1980 - 81
1983
1984 - 85 1985 - 86
13
1990 - 91
BELGISCHE SUPERCUP
1992 - 93
1985
1993 - 94
1987
1994 - 95
1993
1986 - 87
1999 - 00 2000 - 01 2003 - 04 2005 - 06
2
1995 2000 2001 2006
2009 - 10
UEFA SUPERCUP
2011 - 12
1976
2012
2012 - 13
1978
2013
2006 - 07
2007 2010
2013 - 14
2014
2016 - 17
2017
PALMARES
ARCHIEVEN, INVENTARIS EN BUSINESSPLAN
w Er zijn verschillende manieren om naar
een palmares te kijken. Allereerst is er de rekenkundige, analytische manier. Een koude berekening, een rigide opsomming van cijfers, data en ietwat verouderde gegevens. Vluchtig bekeken, zonder tijd om er bij stil te staan.
“
The best is yet to come !
Zo’n visie maakt het makkelijk om een parcours in zijn geheel te bekijken en de waarde ervan te extraheren, vooral als het palmares, zoals dat bij Sporting het geval is, rijk en gevarieerd is – zowel nationaal als internationaal. Dit is de fastfoodmethode. We doorlopen de lijst met successen en genieten er kortstondig van. Een andere methode is om er zich in te verdiepen, zich te buigen over de details, door mentaal door het album van onze herinneringen te gaan en te bladeren door de vergeelde foto’s uit het verleden en de digitale beelden van vandaag. We bladeren door beslissende fases, glimlachen, jubelende adrenalinestoten en momenten van spijt. Een palmares is noodzakelijkerwijs een inventaris. En we weten dat zo’n lijsten niet enkel vreugdevolle inzichten verschaffen. Ze vertegenwoordigen immers wat ooit is geweest. We vergelijken dat dan met wat nu ‘is’, met wat er vandaag voor onze ogen gebeurt. We vergelijken tijdperken en generaties. Het gaat bijna om een marktonderzoek;
we onderzoeken het verleden van de markt en haar evolutie tot op heden. Maar we moeten verder kijken dan onze neus lang is. Een RSC Anderlechtsupporter kan de lijst op drie verschillende manieren bekijken. Ongetwijfeld raadpleegt hij het palmares met de trots van iemand die erbij hoort, en toont hij respect voor de opgesomde successen die hij virtueel herschikt in zijn eigen overzicht van overwinningen. Met evenveel aandacht observeert hij het verloop van het huidige seizoen, de strategische keuzes, het clubbeleid, de nieuwe aanwinsten, de aanpassing van de club aan de beperkingen van het moderne voetbal. Maar bovenal speurt hij de horizon af. En in zijn gedachten voegt hij helemaal aan het einde van deze lijst drie kleine punten toe. De aanzet voor een nog te schrijven verhaal. Het begon allemaal op 27 mei 1908…
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Tekst Vertaling Grafische vormgeving Zetwerk Fotografie
Marc Van Staen Beeld frontcover Jef Boes Textcase, Deventer Beelden backcover Belga Wim Esteban De Dobbeleer Textcase, Deventer Belga Images: p 12, 15, 16, 18, 23, 27, 34 (Reuters, Carl Recine Livepic), 39, 40, 46, 48, 52, 53, 55 (Icon Sport, Serge Philippot), 56, 58, 64, 66, 70, 72, 75, 76 (Benoit Doppagne), 77, 82, 84, 85, 87, 89 (GOB), 91 (Yorick Jansens), 93, 96, 98 (AFP, OFF), 101, 109, 110 (Isosport, De Waele), 114, 118, 122, 123, 128, 133, 137, 145 (Icon Sport, Alain de Martignac), 148, 151 (Isosport, Thys J.), 153, 157, 164, 167 (Etienne Ansotte-Peter De Voecht-John Thys), 175, 177, 178, 181, 184, 190, 194 , 199 (Bruno Fahy), 201, 205 (Hollandse Hoogte, Bert Verhoeff), 207 (isosport, Vincent Van Doornick), 208 (Virginie Lefour), 210 (Yves Boucau, Eric Lalmand, François Walschaerts), 213, 214 (Etienne Ansotte, Jacques Collet, Vincent Van Doornick), 216, 218, 219, 222, 224, 235, 239, 245 (1-5-7-9-10-11-12-13), 252, 254 BNF Gallica: p 112 Brussels Ketjep: p 158 Collectie Franky De Meyer: p 51, 192 Éditions Bedescope: p 21 Photo News: p 8, 9, 10, 24, 28, 36, 43, 44, 45, 49, 60, 68, 79, 80, 81, 94, 102, 106, 113, 126, 134, 139 (Vincent Kalut), 143, 146, 147, 169, 173, 174, 187 (Philippe Crochet), 188, 196, 226, 228, 232, 236, 241, 245 (2-3-4-6-8), 247 Nationaal Archief: p 31 (Collectie Anefo, Ron Kroon), 63 (Collectie Anefo, Hans Peeters), 140 (Collectie Anefo), 242 (Collectie Anefo, Noske J.D.) Imago: p 154 (reporters), 171 (Sven Simon), 182 (Werner Schulze), 230 (ANP) Panini: p 25 Spaarnestad: p 32 WikiCommon: p 116
Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com
© Marc Van Staen & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 D/2021/45/586 – NUR 482,489 ISBN 9789401474771 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.