Skip to main content

9789401474658

Page 1

DE NETFLIX ESSAYS


Wat hitseries over onze tijd vertellen

Samengesteld door Florian Deroo en Daan Borloo


INHOUD Voorwoord Daan Borloo en Florian Deroo

7 Cheer. Over prestatiedruk Daan Borloo

11 Stranger Things. Over nostalgische nieuwigheid Mats Vandroogenbroeck

17 Master of None. Over eten Florian Deroo

29 Santa Clarita Diet. Over zombificatie Dominique De Groen

39 BoJack Horseman. Over volwassenheid Daan Borloo

51 The Queen’s Gambit. Over het vrouwelijke genie Zeynep Kubat

59 Tiger King. Over klassentoerisme Florian Deroo

69


Nawoord. Over Netflix Florian Deroo

75 Verantwoording 85 Over de auteurs 87


VOORWOORD Daan Borloo en Florian Deroo

Elke beschrijving van een actueel fenomeen is gedoemd om achterop te lopen. Tegen de tijd dat dit boek gedrukt is, zullen er al een handvol nieuwe Netflix-successen verschenen zijn, pijnlijk afwezig in de pagina’s die volgen. Het is nu al gênant om enthousiast te vertellen dat je net The Queen’s Gambit hebt gezien, laat staan om, bij wijze van hommage, een vaalgroen crêpejurkje aan te trekken bij de eerstvolgende housewarming. De korte levenscyclus van een serie is iedereen bekend. Eerst trekt de nieuwe grote Netflix-hit alle aandacht. Ze is niet te missen. Ze vormt de aanleiding voor smalltalk aan de koffiemachine, politieke discussies op Twitter, hardnekkige aanbevelingen van kennissen. Dan doet de nieuwere grote Netflix-hit haar intrede. Na een maand of drie is de relevantie van de oude reeks overschaduwd en rest er haar een schimmig bestaan in de donkere hoeken van de Netflix-bibliotheek, tussen vroegtijdig gedateerde titels als Chasing Cameron en Hemlock Grove. Waarom dan een essaybundel maken over Netflix-series? Verdienen deze producten wel zo’n duurzame behandeling? ‘Ze zijn zo vluchtig’, klaagde een vriend. Wellicht is het meer verantwoord om je op cultuur met een langere levensduur te richten: de hardcovers, museumobjecten, ons Erfgoed. Maar we willen het contemporaine niet verwaarlozen, we willen het vastleggen. Want ooit zullen deze series – nu zo populair, de bron van een breed debat, collectieve dromen – in de vergetelheid raken. Ooit zullen ook zij door nostalgie worden ingekapseld. Ooit wordt Netflix een vreemde naam in een geschiedenisboek. En de toekomstige onderzoeker zal zich dan op onze indrukken moeten beroepen om te begrijpen wat dit entertainment voor een generatie betekende, al was het maar voor één avond. ‘Leef met je tijd mee, maar wees er geen product van’, was het advies dat de Duitse schrijver Friedrich Schiller in 1795 meegaf aan ‘de jonge vriend van de waarheid en schoonheid’. We zouden hem teleurstellen: Netflix heeft ook ons gevormd. Ook wij hebben tot in de vroege uurtjes achter een laptopscherm gelegen, drie seizoenen ver, onvermoeibaar. Toch proberen we als historici van het heden te werk te gaan, hoe onmogelijk dat ook is. Het doel van deze essays is om uit te zoeken wat enkele Netflix-series zeggen over de maatschappij en de cultuur

– 7 –


waarin ze tot stand kwamen en over de gevoeligheden van de mensen die ze bekeken, bediscussieerden, liefhadden en verafschuwden. Om ons daarbij te helpen, vroegen we aan drie jonge vrienden van de waarheid en schoonheid om één titel uit de Netflix-bibliotheek te kiezen en die door de lens van hun eigen interesses te bekijken. We behandelen enkel Netflix Originals: content die het bedrijf zelf produceert of exclusief distribueert. Originals komen bovenaan in je aanbevelingen te staan en vormen het speerpunt van Netflix’ strategie in de zogenaamde streaming wars. Bovendien kozen we ervoor om enkel naar series te kijken. Oscar-winnende Netflix-films als Roma, Marriage Story of Mank komen dus niet aan bod. We zouden nu eenmaal de ‘Golden Age of Television’ doormaken. Zowel het grote publiek als de genereuze critici lijken daarvan overtuigd. ‘Niemand geeft nog om films, niemand gaat naar de cinema, niemand kijkt naar kabeltelevisie, iedereen kijkt naar Netflix’, schamperde Ricky Gervais op de meest recente uitreiking van de Golden Globes. In het publiek, op een paar meter van Martin Scorsese, zat de afgezant van Netflix gretig te lachen. Hij wist dat er iets van waarheid in die boutade schuilt. Netflix-series zijn tot in het hart van onze entertainmentbeleving en -berichtgeving doorgedrongen, ze zijn deel gaan uitmaken van onze cultuur, onze avondrituelen. Maar het kritische discours erover blijft toch vaak oppervlakkig: het is opgehangen aan spectaculaire kijkcijfers, leuke weetjes, betuigingen van guilty pleasure of default afkeuringen ter wille van elitekunst waarover er wel iets zinnigs te vertellen valt. Het is alsof men aarzelt om de televisieserie serieus onder handen te nemen, hetzij uit weerzin om zich aan deze laagcultuur vuil te maken, hetzij uit angst om ieders pret te bederven. Wij geloven dat je entertainment wel serieus kan nemen en dat gedegen cultuurkritiek evengoed over het luchtige en het ordinaire kan gaan. Deze bundel breekt zeven Netflix-series open, telkens aan de hand van een maatschappelijk thema dat elk essay ook in haar eigen tijd verankert. Het nawoord onderscheidt een aantal grote lijnen in de uitdijende Netflix-catalogus, van vormelijke kenmerken tot haar verhouding met ons verslaafd kijkgedrag. We proberen een diagnose te stellen van een cultuurfenomeen waarvan de symptomen zich nog aan het aftekenen zijn. Soms voelde Netflix dan ook aan als een aal die we bij de staart moesten vangen. We zitten dicht op onze glibberige materie. Maar enkel dankzij die nabijheid kunnen we vastleggen hoe sommige Netflix-producten bekeken en begrepen werden door mensen die de initiële hype nog meemaakten, die erbij waren voordat de serie uit de schijnwerpers verdween en het bladgoud van de ‘Golden Age of Television’ begon af te schilferen.

– 8 –


– 10 –


CHEER OVER PRESTATIEDRUK Daan Borloo

Cheer werd in januari 2020 uitgebracht en volgt het Navarro College Cheer Team uit Corsicana, Texas in hun voorbereiding voor de jaarlijkse National Cheerleading Championship in Daytona, Florida. De docuserie werd lovend onthaald door pers en publiek, maar raakte in België niet echt door de algoritmes heen.

Laten we het even hebben over de cheerleader, een fenomenaal cliché van de Amerikaanse verbeelding en het onderzoeksobject van de Netflix-documentairereeks Cheer. Al bestaat er in onze contreien niet echt een equivalent voor, het archetype is ook alomtegenwoordig in onze cultuurconsumptie. U kunt zich probleemloos een cheerleader voor de geest halen, ook al heeft u er misschien nog nooit eentje in het echt gezien. De kans is groot dat het een meisje is – ook al waren het oorspronkelijk enkel mannen die het cheerleaden beoefenden – en dat ze op Kirsten Dunst lijkt, de hoofdrolspeelster van de film Bring It On (2000). Tot op vandaag is die film nog altijd dé standaardreferentie in het onmetelijke en steeds uitdijende universum van cheerleaderfictie, mede dankzij zijn talloze sequels en spin-offs. In de openingsscène van Bring It On wordt de figuur van de cheerleader overigens bijzonder raak getypeerd aan de hand van een cheer – metareflexiever wordt het niet. Breed glimlachend, meticuleus gechoreografeerd en begeleid door een opzwepend deuntje omschrijven de Toros, het cheerleadersteam van Rancho Carne High School, zichzelf en hun imago. Ze zijn ‘sexy, cute and popular to boot’ maar ook ‘pretty, cool and dominating this school’. Ze zijn ‘wanted and hot’ en ‘everything you’re not’. Ze zijn, kortom, cheerleaders. De populariteit die de Toros te beurt valt, en met hen zo goed als alle andere fictieve cheerleaders in hun kielzog, is gestoeld op hoe ‘extra-ordinair’ ze zijn. Het archetype van de cheerleader is tegelijk gewoon (een ‘girl next door’) en buitengewoon (een ‘it girl’). Ze is zowel herkenbaar als larger than life; een soort

– 11 –


immanente godheid die zich tussen de gewone stervelingen van de middelbare school beweegt en fel afsteekt tegen zij die volstrekt ‘anders’ zijn, namelijk de freaks, geeks en teenage dirtbags.

De begeesterende begeerde

In die hoedanigheid van ‘begeesterende begeerde’ – tegelijk veraf en dichtbij, uitzonderlijk en alledaags – is de cheerleader het ideale vehikel voor normbevestiging. Ze representeert de gangbare ethiek en esthetiek van een samenleving op haast bovennatuurlijke wijze. Het meest hardnekkige cheerleaderscliché is de blonde griet met blauwe ogen en perfecte maten die altijd goedlachs en goedhartig is. Boven alles is ze uiteraard hondstrouw aan haar high school sweetheart, niet zelden de kapitein van het footballteam waarvoor ze cheert, en dit tot grote frustratie van alle hormonaal overmeesterde tienerjongens in de tribune die slechts over haar kunnen fantaseren. Die intrinsieke mannelijke blik vanuit de tribune legt ook meteen de wankele positie van de cheerleader bloot. Een film als American Beauty (1999) thematiseert de male gaze waaraan ze wordt onderworpen en kleedt die uiteindelijk uit. Wereldberoemd is de scène waarin het verveelde hoofdpersonage Lester Burnham als het ware gehypnotiseerd wordt door cheerleader Angela – what’s in a name? – en verzinkt in een eerste van vele seksuele fantasieën die baden in rozenblaadjes. In essentie brengt Lester natuurlijk zichzelf onder hypnose en projecteert hij alle cheerleadersclichés op een ‘doodgewoon’ tienermeisje dat worstelt met haar zelfbeeld. Pas wanneer Angela letterlijk als ‘ordinary’ wordt bestempeld door een ander personage – de doodsteek voor elke cheerleader – komen haar groeipijnen en onzekerheden aan de oppervlakte en kan ze, eindelijk, écht floreren. Een cheerleader mag met andere woorden niet te normaal zijn, maar ook niet te anders. Als ze de (schoonheids)idealen en het heersende normen-en-waardenstelsel van de samenleving niet langer onderschrijft, valt ze immers uit de gratie. Dit gegeven is het fundament van de overgesatureerde komedie But I’m a Cheerleader (1999), waarin de blonde, perfect geproportioneerde en übercharmante cheerleader Megan geëxcommuniceerd wordt omdat ze lesbisch zou zijn. Ze wordt terstond naar een ‘afkickcentrum’ gestuurd van de organisatie True Directions, waar de zogenaamde afvalligen de heteronormatieve codes (opnieuw) aangeleerd krijgen door ‘ex-gay’ Mike (vertolkt door niemand minder dan RuPaul). Omgekeerd werkt het natuurlijk evengoed; dat een randfiguur naar het midden opschuift en met de cheerleadersplunje ook een bepaalde conformering aantrekt. Zo staat de stoere rockchick Missy

– 12 –


Pantone in het begin van Bring It On behoorlijk sceptisch tegenover cheerleading. Op het einde van de film is ze er echter helemaal voor gevallen en heeft ze haar rastavlechten netjes uitgekamd en gestileerd. Populariteit is en blijft een kwestie van perceptie, en die wordt vooralsnog bepaald door de courante mores. Het adagium voor de cheerleader is in dit geval behoorlijk welomlijnd: look nice and be nice.

Queer in Texas

Wat een geluk dat Greg Whiteleys Cheer deze fictieve waarheid voor eens en voor altijd versplintert. De documentairereeks volgt de cheerleading squad van Navarro College: een hyperdiverse groep atleten die zich in het onooglijke Corsicana in Texas heeft gevestigd om samen het beste cheerleadersteam van de Verenigde Staten te vormen. De opzet is nagenoeg dezelfde als die van Whiteleys andere Netflix-docu, Last Chance U (2016-2020): we volgen een handvol getalenteerde jonge mensen in hun race naar sportief succes en leren gaandeweg over hun (moeilijke) achtergrond en het gevecht dat ze elke dag aangaan, namelijk dat met zichzelf en hun onzekerheid, ambitieloosheid en/of foute keuzes. In tegenstelling tot het archetype van de cheerleader zijn de (reële) hoofdpersonages van Cheer allemaal ‘randfiguren’, althans volgens de dwingelandij van het heteronormatieve denken. La’Darius Marshall – zwart, queer en grofgebekt – stelt al in het prille begin van de serie dat hij een ‘very bad kid’ was, hard en harteloos, en dat hij het zonder cheerleading niet gered zou hebben. Voortijdig schoolverlater Lexi Brumback poneert zelfs dat ze in een gevangeniscel zou zitten mocht ze niet bij het team aangesloten zijn. Het contrast tussen de ‘alternatieve’ levensstijlen en getroebleerde geschiedenissen van deze atleten en het oerconservatisme waarvoor de staat Texas symbool staat, is dan ook hemeltergend groot en zindert voortdurend, zij het impliciet, doorheen de reeks. In slechts één scène wordt de afstand echt tastbaar, wanneer we getuige zijn van een inburgeringsles die de Navarro cheerleaders – ze komen tenslotte uit alle windrichtingen van de Verenigde Staten – moeten volgen. De docente, die zichzelf een ‘guntotin’ broad’ noemt en als dusdanig het tweede amendement met hand en tand verdedigt, doet onder andere de traditionele Texaanse waarden uit de doeken: het huwelijk is iets tussen mannen en vrouwen, abortus is not done en op zondag gaan we naar de kerk. ‘Any questions?’ In de afstandelijke blik van cheerleader Jeremiah ‘Jerry’ Harris staat te lezen dat deze cheerleaders zich voor eens en voor altijd hebben losgerukt van hun taak als normatieve doorgeefluiken.

– 13 –


Stoïcisme boven hedonisme

Naast die broodnodige emancipatie geeft Cheer tegenwind aan andere historisch gegroeide onjuistheden. Ja, ook jongens kunnen aan cheerleading doen. En nee, cheerleading is niet louter een nevenactiviteit bij American football of basketbal, maar ook een voldragen sport met een eigen competitie die veel dichter ligt bij gymnastiek en acrobatie dan bij naïeve snoezigheid en minzaam gezwaai met pompons. Dat hoeft evenwel niet te verbazen, aangezien ook Bring It On mannelijke cheerleaders opvoert en vooral inzoomt op het competitieve aspect. Het footballteam van de film is zelfs veel minder succesvol dan de cheerleading squad. Sterker nog, de Toros maken zich in Bring It On net als de Navarro cheerleaders in Cheer op voor de jaarlijkse National Championship in Daytona, Florida: de heilige graal van het competitieve cheerleaden waarin de beste teams van de Verenigde Staten het tegen elkaar opnemen. Op dat vlak zijn Bring It On en Cheer elkaars evenbeeld: alles leidt naar de grote finale. Maar de weg ernaartoe is compleet verschillend. Assistent-coach Kapena Kea laat er in Cheer geen twijfel over bestaan: ‘This isn’t Bring It On. As much as we love the movies, it isn’t. This is serious.’ Waar het team van Kirsten Dunst zich een weg naar succes cheert door aardig te zijn en er aardig uit te zien, geheel volgens wat de maatschappij van hen verlangt, is de koers van La’Darius, Lexi, Jerry en hun teamleden bezaaid met hardnekkige hindernissen. Er is de interne concurrentie: slechts de helft van het team zal uiteindelijk geselecteerd worden. Er zijn de talloze blauwe plekken en lichte hersenschuddingen (tegenover die ene, behoorlijk onschuldige valpartij aan het begin van Bring It On). Maar boven alles is er het alziende oog van een staalharde coach, omschreven als tegelijk ‘fearless and fearsome’, die niet rust zolang de perfectie niet is bereikt. Een niet mis te verstane quote van haar: ‘Keep going until you get it right. Then keep going until you can’t get it wrong.’ Daar waar het adagium van de klassieke cheerleader ‘look nice and be nice’ was, is het voor de moderne cheerleader ‘push hard and work harder’ geworden. Die shift is niet onproblematisch. Ondanks het achterhaalde korset van traditionele rolpatronen waarin de stereotypische cheerleader gehuld is – de vrouw is supportive ten opzichte van haar man en de patriarchale samenleving – draagt elke klassieke cheerleader- of high school-film een bepaald hedonisme uit. Ten langen leste zijn het films over (en voor) tieners die worstelen met tienerkwesties en bijna altijd is de uitkomst voor hun dilemma’s een radicale keuze voor liefde, vriendschap en levensgenot. Winnen of verliezen, dat maakt allemaal niets uit, zolang we maar gelukkig zijn. Het populaire maar overspelige vriendje (dat dus

– 14 –


niet langer de mores van de monogame maatschappij onderschrijft) wordt gedumpt en ingeruild voor een zorgzamer exemplaar, de vete met de nemesis wordt bijgelegd en de mooiste zomer ooit staat voor de deur. Eind goed, al goed. Niets van dat alles in Cheer, helaas. De Navarro cheerleaders zijn, ironisch genoeg, allesbehalve cheery. In geen enkele van de zes afleveringen wordt uitbundig genoten, alleen hard afgezien. De scènes in de slaapvertrekken stralen niets dan verveling uit, er wordt amper gelachen (tenzij het een deel is van de act of een geënsceneerde momentopname om op Instagram te verspreiden) en het moment waarop Lexi, buitenbeentje onder de buitenbeentjes, beslist om eens uit dansen te gaan, voelt bijna aan als een misdaad. Het hedonisme maakt plaats voor een ijskoud stoïcisme.

Wil de echte cheerleader nu opstaan?

Daar waar Bring It On en consorten een kanttekening plaatsen bij de alleenzaligmakende doctrine van het competitieve succes en tieners iet of wat bevrijden van de kapitalistische koortsdroom dat het leven aan de winnaars is, krijg je in Cheer een agressieve versie van de zo befaamde (maar evengoed verguisde) American Dream voorgeschoteld: als je er maar hard genoeg voor werkt, zal je het krijgen. Het is nobel dat de onverschrikte maar schrikbarende coach van Navarro College zich inzet voor ongefortuneerde jongeren die zonder de kansen en de beurs die zij aanbiedt wellicht aan lagerwal zouden raken, maar haar engagement maskeert enigszins de onderliggende filosofie die die opsplitsing tussen hoger- en lagerwal überhaupt consolideert. Haar programma is enerzijds empowerend, maar anderzijds bestendigt het de mentale en fysieke uitbuiting die nodig wordt geacht om ‘het te maken’. Vanuit die optiek herinnert Cheer aan het negentiende-eeuwse onderscheid tussen de deserving en undeserving poor: slechts zij die zich zonder morren willen inschrijven in het heersende model van het kapitalisme en de succeseconomie, verdienen alle kansen, zij het met de nodige offers. Geen ontzag zonder overbelasting, zowel van de enkels als van het gemoed, zo lijkt. In dat opzicht is de emancipatie van de cheerleader (nog) niet compleet in Cheer, ook al heeft de serie het archetype grondig hertekend. Het is voorlopig wachten op een fictiefilm of docureeks waarin de cheerleader niet beperkt is tot een spreekbuis van achterhaalde rolpatronen of de personificatie van de onhebbelijke gedachte dat we volledig verantwoordelijk of aansprakelijk zijn voor ons eigen succes of falen. Laat die cheerleader het kind zijn van Kirsten Dunst en La’Darius Marshall.

– 15 –


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401474658 by Uitgeverij Lannoo - Issuu