1
Kant: spitstechnologie uit de 16de eeuw 16
De oorsprong van kant
Frieda Sorber & Thessy Schoenholzer Nichols 20
Vroege ontwikkelingen van kloskant Frieda Sorber 32
Vroege ontwikkelingen van naaldkant Frieda Sorber 38
Gereedschap Frieda Sorber 44
2
Uitgelicht: hemden, alben en rochetten Wim Mertens 52
Kanten voor Engeland. De kanthandel van de Antwerpse entrepreneur Jan Michiel Melijn tussen 1681 en 1695 Wim Mertens 122
7
Uitgelicht: mutsen en coiffures Wim Mertens 142
8
Van fijne tot ultrafijne linnen garens: technisch onderzoek van 17de- en 18de-eeuwse Vlaamse kant uit MoMu Ina Vanden Berghe 152
9
3
Uitgelicht: pronklinnen voor de kraamkamer
62
10
Sleutelstukken: de gekloste spreien van de Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en Genève De bedsprei van Albrecht en Isabella: een verhaal in kant Ria Cooreman 64
De bedsprei van Albrecht en Isabella: een technologisch onderzoek Nora Andries 78
De spreien van de aartshertogen: enkele nabeschouwingen Frieda Sorber 88
4
Archieven, bronnen en publicaties: poging tot een reconstructie van de Antwerpse kantindustrie
6
Marguerite Coppens 92
Wim Mertens 170
Antwerpen mist de boot: de ontwikkeling in Brussel en Brabant van kant in delen Frieda Sorber 180
11
Na 1750: de Noord-Nederlandse nichemarkt Frieda Sorber 190
12
Het tastbare verleden: kant in 17de- en 18de-eeuwse poppenhuizen Frieda Sorber 198
13
5
Stijlevoluties in de Vlaamse kant van eind 16de tot midden 18de eeuw: een overzicht
Wim Mertens 110
14
Uitgelicht: kragen en kravatten
Wim Mertens 206
Lasercutting, 3D-printing en kant in de mode: visuele parallellen Romy Cockx 222
6
Voorwoord Kaat Debo
Van april 2018 tot en met augustus 2021 sloot het ModeMuseum de deuren voor een grondige renovatie en uitbreiding van de tentoonstellings- en bezoekersfaciliteiten. Naar aanleiding van de heropening van het museum brengt MoMu de tentoonstelling en publicatie ‘P.LACE.S. De verborgen kant van Antwerpen’. Dit ambitieuze project vertelt het bijzondere verhaal van het ontstaan van kantwerk als een nieuw luxeproduct aan het begin van de zestiende eeuw, en van de prominente rol die de stad Antwerpen hierin speelde: een verhaal van vakmanschap en ambacht, technologie en vernieuwing, internationale handel en ondernemingszin. Een verhaal ook van meisjes en vrouwen die een belangrijke rol speelden, niet alleen in het creatieve proces en het productieproces van kant, maar ook in de commerciële activiteiten van de internationale kanthandel. Het vertrekpunt voor dit project was de unieke kantexpertise van Frieda Sorber, voormalig conservator van MoMu, die in deze hoedanigheid gedurende de afgelopen decennia een uitgelezen kantcollectie voor het museum wist te verzamelen. Het prospectieonderzoek dat Frieda Sorber de afgelopen jaren in tal van internationale kantverzamelingen voerde, in samenwerking met de huidige conservator van het museum, Wim Mertens, vormt de basis van dit boek. Wim Mertens en Romy Cockx cureerden de gelijknamige expo in MoMu en op vier verschillende historische locaties in Antwerpen. Zoals de titel suggereert, heeft elk van deze locaties of ‘places’ een – vaak minder bekende – historische band met de creatie, productie en handel van kant. Een van de oudste archieven ter wereld over kanthandel wordt bewaard in het Museum Plantin-Moretus, het originele woonhuis en atelier van de meesterdrukkers Plantin-Moretus. De jonge dochters van Christoffel Plantin dreven in het midden van de zestiende eeuw een kant- en linnenhandel met afnemers in Parijs die onder meer leverden aan het Franse hof. Hier brengen we het verhaal van de internationale kanthandel en het commerciële belang van kant. In het Snijders&Rockoxhuis, de plek waar Nicolaas Rockox, burgemeester van Antwerpen aan het begin van de zeventiende eeuw, resideerde en zijn kunstcollectie toonde, illustreren we de prestigieuze positie die kantwerk innam in het leven van de gegoede en politieke elite van Antwerpen.
7
De Sint-Carolus Borromeuskerk, vervolgens, beschikt over het belangrijkste ensemble kantwerk uit de zeventiende en achttiende eeuw in Antwerpen. Een groot deel van deze collectie reflecteert de plaatselijke productie. In de kerk wordt dan ook een mooi overzicht geboden van de Antwerpse kantproductie en van de stijlevolutie die deze doormaakte. Het Maagdenhuis, ten slotte, had een belangrijk atelier waar weesmeisjes leerden naaien en kantwerken. Hier focussen we op de productie en de socio-economische facetten van kant. We vroegen aan SHOWstudio, het digitale platform van modefotograaf Nick Knight, om op twee tentoonstellingslocaties een artistieke interventie te creëren. Voor de Sint-Carolus Borromeuskerk maakte de studio een poëtische film waarin de transparantie van kant via ritme en beweging een emotionele belichaming krijgt. In het Maagdenhuis werd dan weer gezocht naar zowel inhoudelijke als beeldende parallellen tussen historische en hedendaagse productietechnieken. Hiervoor werd een beroep gedaan op Antwerpse jongeren, als ode aan de weeskinderen die het Maagdenhuis gedurende eeuwen opgevangen heeft. Kantwerk, aanvankelijk bedoeld als open randafwerking voor kledij en interieurtextiel, creëert een dimensie die de grens tussen textiel en ruimte zowel verdoezelt als accentueert. Door zijn transparantie en diverse gradaties van dichtheid was kantwerk in de zestiende eeuw iets compleet nieuws. Dat aspect inspireerde curator Romy Cockx om aan de historische selectie een luik met hedendaagse mode toe te voegen. In een dialoog tussen oud en nieuw creëert ze zo visuele parallellen tussen naald- en kloskant als nieuwe textieltechnieken in de zestiende eeuw en computergestuurde productieprocessen zoals lasercutting en 3D-printing in de mode aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Deze publicatie en expo kwamen tot stand dankzij de inbreng en het enthousiasme van velen. In de eerste plaats dank ik graag Romy Cockx, Wim Mertens, Frieda Sorber, het voltallige MoMuteam en de talrijke onderzoekers en auteurs die een bijdrage aan dit project leverden. Mijn oprechte dank ook aan de vier tentoonstellingspartners, die hun huizen genereus openstelden voor dit ambitieuze tentoonstellingsproject, alsook aan de talrijke bruikleengevers uit binnen- en buitenland. Een welgemeende dank ten slotte aan scenograaf Ania Martchenko en grafisch vormgever Jelle Jespers voor de vormgeving van respectievelijk tentoonstelling en boek.
Azzedine Alaïa, jurk in lasercut katoen, haute couture, 2014
Strook kloskant (detail), lintkant, type Oud-Vlaams, linnen, Zuidelijke Nederlanden, 1670–1700, 13 × 138 cm, MoMu, Antwerpen, langdurige bruikleen Koning Boudewijnstichting, inv. B20/GV025
Uitgelicht: mutsen en coiffures Wim Mertens
1 François-Alexandre-Pierre de Garsault, L’Art de la lingère, s.l., 1771, pp. 15–16. 2 Martine Gauvard, Gérard Picaud en Jean Foisselon, Fils de lin, lumière de l’autre. Modes et dentelles à la Visitation, tent. cat., Parijs, 2017, p. 156.
147
Naald- en kloskant worden van bij hun ontstaan in de zestiende eeuw gebruikt om witlinnen mutsen te versieren. Net als bij het andere witgoed waren er mutsen en hoofdtooien voor publieke en formele gelegenheden en andere bestemd voor de private en informele huiselijke kring, met zijn dagelijkse bezigheden en rituelen. In de zeventiende en achttiende eeuw kregen ook huismutsen regelmatig versieringen met kant of borduurwerk, ook die voor heren. Deze versieringen waren trouwens niet uitsluitend voorbehouden voor de leden van het huisgezin, ook kameniers en ander dienstpersoneel droegen mutsen met kant, die evenwel minder kostbaar was en spaarzamer werd toegepast.
Paar mutsenslippen in kloskant (detail), type Mechels, ijsgrond, linnen, Zuidelijke Nederlanden, 1745–55, 10,9 × 52 cm, The Bowes Museum, Barnard Castle, County Durham, inv. 2007.1.2.333
Met de intrede van de zogenaamde fontanges aan het einde van de zeventiende eeuw kreeg kant een nieuwe en prominente toepassing in de damescoiffure. Deze hoofdtooi ontstond in de kringen rond de Franse koning Lodewijk xiv en was in se informeel. Gedurende twee decennia kende deze coiffure een grote populariteit. Ze bestond uit verschillende onderdelen. De rechtopstaande, gesteven en in plooien gelegde, in de hoogte variërende stroken boven op het hoofd trokken de meeste aandacht. Bij de kostbaarste fontanges waren deze plooien grotendeels of volledig in kant uitgevoerd, bevestigd op een mutsenbol (al dan niet overdekt met strikken op het achterhoofd) en aan weerszijden uitlopend in afhangende stroken. Zulke afhangende delen kwamen bij kanten mutsen en coiffures vanaf toen veelvuldig voor, al bleven mutsen zonder zulke slippen ook gangbaar. Mutsen met een versiering in de vorm van kant of linten bleven heel de achttiende eeuw courant. Daarnaast bestonden mutsen volledig vervaardigd uit kant. Die hadden drie onderdelen: een mutsenbol of -bodem, een voorstrook en een paar slippen. Zowel qua vorm als in de versiering volgde de kant de laatste stilistische ontwikkelingen. Voor meer stevigheid kon de bol op een drager worden genaaid, en eventueel ook de voorstrook, waarvoor mousseline werd gekozen. Ook een zogenaamd karkas was gebruikelijk: metaaldraad omwonden met zijdegaren die de voorstrook in vorm bracht.1 De slippen werden zowel loshangend op de schouders als opgeknoopt gedragen. Coiffures uitsluitend samengesteld uit kanten slippen en zijden linten waren omstreeks 1750 ook in de mode. Het midden van een kantstrook werd vooraan op de pruik vastgehecht, waarbij de twee helften van de strook over de pruik heen naar achteren werden gelegd en in een plooi vastgemaakt. Zulke tooi bestaat niet uit twee aparte mutsenslippen maar uit één deel, met soms een centraal motief. Het Musée de la Visitation in Moulins bewaart een zeldzaam voorbeeld in Brabantse kloskant, uit omstreeks 1740.2 Ook mutsen die deel uitmaakten van een regionale dracht waren vaak met kant versierd. Heel de achttiende eeuw lang was Antwerpse kant met maasgronden zeer populair voor de zogenaamde Duitse mutsen die in het noorden van Nederland werden gedragen. Naarmate de eeuw vorderde werd de boord van deze mutsen steeds breder, zodat stroken kant aan elkaar gezet moesten worden. Een metalen frame diende als ondersteuning.
Haider Ackermann, hemd in katoen met lasercut mouwen, lente–zomer 2019
Peter Paul Rubens, Aartshertogin Isabella van Oostenrijk (detail), 1615, Frey-Näpflin Stiftung, Stans, in langdurige bruikleen aan het Snijders & Rockoxhuis, Antwerpen
220
Afb. 7: Sarah Burton voor Alexander McQueen, ensemble in met laser gesneden ponyhuid en Mongoolse wol, herfst–winter 2012–13
Afb. 8: Strook kant, type reticella, linnen, 1580–1620, 10,5 × 47 cm MoMu, Antwerpen, inv. S74/21
234
Afb. 14: Iris van Herpen, in samenwerking met Philip Beesley, Lucid Geodesic-jurk in met laser gesneden transparant acrylaat, collectie Lucid, herfst–winter 2016
240
Afb. 15: Iris van Herpen, in samenwerking met Philip Beesley, Glitch-jurk in met laser bewerkt Mylar®-textiel, couturecollectie In Between the Lines, lente–zomer 2017
Iris van Herpen, Cymaticjurk in 3D-Shibori gevormd Amaike organza en katoen, couturecollectie Seijaku, herfst–winter 2016
Strook kloskant (detail), type Binche, sneeuwgrond, linnen, Zuidelijke Nederlanden, 1700–50, 15,5 × 44 cm, MoMu, Antwerpen, S66/24AB