PETER VAN DYCK
en andere weetjes uit een eeuw popmuziek
Opgedragen aan Gunter Goovaerts (1964–2021), de jeugdvriend met wie ik zoveel muziekjes mocht ontdekken.
Woord vooraf
10
BRONNEN VAN 1 DE DE POPMUZIEK Out of Africa
2 13
Over de gezongen krant, de blues, voodoo, gospel en de invloed van de blackface-shows.
Van Apaches en Appalachen
16
25
Over verdoken seks, marketing, de fijne neus van SUN-platenbaas Sam Phillips, de opkomst en ondergang van Elvis Presley, de dood van Buddy Holly, de vloek op blanke rockpioniers en de junglemuziek van Bo Diddley. het lijstje ‘Markante platenbonzen’.
The Fab Four
48
De Britse invasie
54
Over Londense blueskelders als kweeklab, John Mayall’s Bluesbreakers & Eric ‘Slowhand’ Clapton, piratenzenders, mods, rockopera’s en beschonken Faces.
31
Over Tin Pan Alley, The Brill Building, de kersthaat van Irving Berlin, musicals en de mission impossible van Leonard Bernstein. de lijstjes ‘Legendarische songschrijversduo’s’ en ‘Spraakmakende musicals’.
Rock-’n-roll, een marketingverhaal
45
Over de avant-gardist in Paul McCartney, het grensverleggende Sgt Pepper’s, de liefde van hardrockpioniers, de gemiste kans van Abbey Road, de split en de innovatiedrift. het lijstje ‘Iconische platenhoezen’.
Over New Orleans, girlpower in blues en jazz, de kunst van Louis Armstrong en het ontstaan van de hiphop.
The Great (Russian-) American Songbook
De soul blootgelegd Over de vele gezichten van r&b, de culturele brug van Motown en het morsige neefje Stax.
Over de invloed van de Native Americans, etnomusicoloog Alan Lomax, filmhypes, bluegrass, country en zeemansliedjes. de lijstjes ‘Topsongs van Native Americans’ en ‘Perfect gecaste muziekstukken in films’.
All that jazz, all that rap
SWINGING SIXTIES
Bob Dylan & The Band
57
Over Greenwich Village, de opwinding van de single Like a Rolling Stone, de desastreuze optredens met The Hawks, de gevolgen van ‘het motoraccident’, en de les en het afscheid van The Band.
West Coast 38
61
Over Lauren Canyon, de weggeefplaat van spilfiguur Van Dyke Parks, de multimediashows in San Francisco, hallucinogene drugs en geestverruimende kinderverhalen.
The Stones Over het genie van Brian Jones, ik-ben-meer-dan- een-muze Marianne Faithfull, het drama van Altamont en Club 27. het lijstje ‘Songs die inspiratie haalden uit boeken’.
64
3
4
POLITIEK & ENGAGEMENT
De gitaar als wapen
69
Afrika
75
Over de auteursrechten van The Lion Sleeps Tonight, de afrobeat van Fela Kuti, de soundtrack bij de onafhankelijkheid van Congo, de kreet van Manu Dibango, de dure flop van Black Woodstock, het ontstaan van de rumba en Parijs als hoofdzetel. de lijstjes ‘De beste albums uit Zuidelijke Afrika’, ‘De beste albums uit West- en Oost-Afrika’, ‘Drie rapsongs die de koloniale geschiedenis van Congo fileren’, ‘De beste albums uit CentraalAfrika’, ‘De beste albums uit Noord-Afrika’.
Over de jacht op Pete Seeger en Woody Guthrie, de rol van The Velvet Underground in de Fluwelen Revolutie en de Tropicàlia-beweging. het lijstje ‘Markante protestsongs’.
Black Power Over Paul Robeson en ‘zijn’ mijnwerkers, de rauwe funk van Sly Stone & co., de bestelling die Malcolm X bij Sam Cooke plaatste, de bekering van Motown, het politieke dansfeestje van James Brown, Kendrick Lamar en Black Lives Matter, en de zussenstrijd van Aretha Franklin. de lijstjes ‘2 Songs over mijnrampen’, ‘Essentiële Vietnamsongs’ en ‘Antiracismeen -discriminatiesongs’.
In de ban geslagen
Oceanië en Azië
86
Over het antwoord van The Clash op een Iraans verbod en het gelijk van Serge Gainsbourg met zijn schandaalversie van La Marseillaise.
Maatschappelijke verontwaardiging
88
Over de wake-upcall van Joni Mitchell en de ecosong van Pharrell Williams die misschien niemand zal horen. het lijstje ‘Ecoprotestsongs’.
91
95
102
Over de gezonde didgeridoo, wat rockers in India zochten, wat Ravi Shankar betekende voor het minimalisme, de Asian Underground, Japans vernuft, het raadsel van BTS en keelzang. de lijstjes ‘Popsongs met didgeridoo’ en ‘De beste albums uit Azië en Oceanië’.
Europa
Over de link tussen Britse rockers en de Spaanse Burgeroorlog, en de troostende schouder van Suzanne Vega. het lijstje ‘Songs over misbruik en zedendelicten’.
Ecostrijders
DE WERELD ROND
109
Over de Europese blues (flamenco, fado en rebetika), maffiasongs, de onwaarschijnlijke stem van Paolo Conte, krautrock, de Hansa Studios in Berlijn, inwijkelingen in het Franse chanson, Balkanmuziek, Zweedse popgoden, IJslands isolationisme, de klank van het landschap en een Bretoen in de Keltische folk. de lijstjes ‘De beste Brel-covers’ en ‘De beste folk- en wereldmuziekalbums uit Europa’.
Zuid-Amerika en de Caraïben
119
Over het ambassadeurschap van Harry Belafonte, Haile Selassie, het huwelijk tussen reggae en punk, de drum-’n-bass van Sly & Robbie en krasse Cubanen. de lijstjes ‘Romans met een stevige link naar muziek’, ‘De beste reggae-albums’, ‘De belangrijkste Latijnse genres’ en ‘De beste albums uit Latijns-Amerika’.
Global Over muziek als universele taal, slaapliedjes, de missie van Peter Gabriel & David Byrne en de globalisering van de jazz.
127
5
6
LIEFDE & DOOD
Liefde
132
Over de ijdeltuit van Carly Simon, de roep aan Valerie Carter, de imperfectie van Wichita Lineman en de kwestie Angie. de lijstjes ‘Opmerkelijke liefdesliedjes’, ‘Bekende begeleidingsbands’ en ‘Foute openingsdansnummers’.
Scheiden en lijden
Goed voor ons sociale brein 139
149
Over de alomtegenwoordigheid en de evolutie van seks in de muziek, de appetijt van James Brown, het podium voor genderfluïditeit, de aandachttrekkerij van Prince en hijgnummers. de lijstjes ‘Songs over verkrachting’, ‘Mijlpalen in genderbenden’, ‘Orgasmes in de studio’ en ‘De Seks-Top 12’.
Rouwen Over het onverwachte debuut van Eddie Vedder, het geheim van Bowie, het leven na Joy Division, de reddende engel Sarah McLachlan, 9/11, en Chet Baker en de verwoestende heroïne in de jazz. de lijstjes ‘Rouwalbums’, ‘Indrukwekkende slotakkoorden’, ‘Songs over 9/11’.
De mysterieuze impact van muziek
167
Over de ongrijpbaarheid van muziek, het sterke emotionele effect, de verzachte zeden en de aantrekkingskracht van droevige akkoorden.
Over het verhaal achter Dylans Blood on the Tracks, de ruzies in de familie Wainwright en het ‘Lost Weekend’ van John Lennon. de lijstjes ‘Markante break-upalbums’, ‘Muzikale dynastieën’, ‘Vier driehoeks verhoudingen’ en ‘Songs over bedrog en jaloezie’.
Seks
HET WELDADIGE EFFECT
158
170
Over zingen als eerste communicatievorm, weerbaarheid, muziek als bindmiddel en de invloed van musiceren op het IQ.
Het stuwende ritme
173
Over de deugd van ritmetraining, benen die je niet stil kunt houden en natuurlijke doping. het lijstje ‘Euforische songs die aanzetten tot bewegen’.
Muziek als therapie
176
Over psychiatriepatiënten aan de piano, revalidatie na een beroerte, de comeback van Edwyn Collins, tango voor parkinsonpatiënten en brommende pianisten. het lijstje ‘Artiesten die worstelen met de psyche’.
Het evangelie volgens de muzikant Over God als deejay, de zen van postminimalisten en de lessen in leiderschap van Miles Davis.
181
7
8 POWERPLAY
TECHNIEK & INNOVATIE
Evolutie van de muziekindustrie
185
Over het gekke idee om muziek op te nemen, de revolutie van de micro, de estafetteloop van de muziekdragers, de impact van MTV, hoe de muziekindustrie de downloadcrisis zelf heeft gezocht en de minder accurate klank van vinyl. het lijstje ‘Legendarische producers/ arrangeurs’.
Vernieuwende geluiden
Over streaming en auteursrechten, afspeellijsten en hun impact op hitparades, de keerzijde van de democratisering, de stille dood van het refrein en het album, zeurende zangers en het einde van de hokjes. het lijstje ‘Harmonieuze jazz-pop huwelijken’.
217
Over Beethoven als eerste hardrocker, de familieband tussen barok en metal, en foute saxofoonriffs. de lijstjes ‘Klassieke thema’s in popmuziek’ en ‘De beste gitaarriffs’.
Gitaarhelden 194
Over de drie vingers van Django Reinhardt, de unieke stijl van Joni Mitchell, de uitvindingen van Les Paul, hoe het klimaat Fender bedreigt, de Moog-synthesizer en de theremin, de vergeten vrouwelijke elektronische pioniers, de drilboren van Einstürzende Neubauten, Captain Beefheart & Tom Waits, sampling, de kattenbakvulling van Matmos en de F1-motoren van Tekton Motor Corporation. de lijstjes ‘Innovaties door handicaps’ en ‘Topsongs met de typische Moog-sound’.
Tendensen in de 21e eeuw
Klassieke riffs
207
221
Over Jimi Hendrix & Rory Gallagher, de gitaarsolo als bedreigde soort en het rolmodel genaamd Suzy Quatro. de lijstjes ‘Topgitaristen’, ‘Prachtige gitaarloze popplaten’, ‘Übercoole vrouwelijke bassisten’ en ‘Geweldige gitaarsongs met lange intro’s’.
Betonmolen
229
Over het powerakkoord, de vele vaders van de heavy metal, de oprichting van Led Zeppelin, vullertjesworden-hardrockklassiekers, Iron Maiden die baby’s in slaap wiegt en de records van Motörhead.
Smells like punk spirit
233
Over poseurs en de Sex Pistols. het lijstje ‘De beste punksongs’.
Live = the real thing Over CBGB’s, de onverbeterlijke showman in James Brown en de vernieuwende moves van David Byrne. de lijstjes ‘Historische muziekclubs en concertzalen’, ‘Straffe liveperformers’ en ‘Must-have livealbums’.
236
9
10
GOED FOUT
Miskend talent
245
Over de late erkenning van Sixto Rodriguez, het verwenste etiket ‘de nieuwe Dylan’, Madonna en Warren Zevon. de lijstjes ‘(Te) laat ontdekte artiesten’, ‘De beste muziekdocu’s’ en ‘Songschrijvers die minder bekend zijn dan hun songs’.
Verrassende switches
253 Over Enya, Alice Cooper, Lou Reed, de humor in Genesis, de haat jegens Coldplay, de geloofwaardigheid van ladykillers en de zelfspot van Dolly Parton. + het lijstje ‘Verkeerd ingeschatte meesterwerken’. 260
Over het onzichtbare brein van Faithless, de timeouts van Karl Wallinger en Terence Trent d’Arby, het verlammende perfectionisme van The La’s en de tijdelijke exit van U2-bassist Adam Clayton. de lijstjes ‘Artiesten die verstoppertje spelen’, ‘Verloren albums’ en ‘Prachtige onehitwonders’.
Onwaarschijnlijke successen
269
276
Over de gebrekkige techniek van Thelonious Monk, de new beat op verkeerd toerental en de late openbaring van Dylans Blind Willie McTell. het lijstje ‘Mooie fouten in songs’.
Disfunctionele groepen
285
295
Over Rodrigo y Gabriela, Damon Albarn, Linda Ronstadt, Howard Shore, het verschil tussen soundtrack en filmscore, de transformatie van Jools Holland en de dance van gesjeesde rockmuzikanten. de lijstjes ‘Opmerkelijke metamorfoses’ en ‘Onmisbare filmscores’.
Rare combi’s
304
Over Lee Hazlewood & Nancy Sinatra, Thomas Dolby & Michael Jackson en de ongewone gasten van Steeleye Span. het lijstje ‘Misgelopen Michael Jackson-collaboraties’.
Over Paul Simon en Graceland, Marvin Gaye op doortocht in Oostende, het vergiftigde geschenk van Friends, de verloren gewaande stemopname van Candi Staton, de stuiterballen van José Gonzalez en het radicalisme van Beyoncé & Radiohead. het lijstje ‘Reclamehits’.
Briljante fouten
Extreem en gewelddadig Over black metal, deathmetal, de link tussen muziek en militarisme, foltersongs, de link met de maffia, gangstarap, Mr. Bojangles en dode emorappers. het lijstje ‘2 Effectieve martelsongs’ en ‘(Ex-)gedetineerden in de muziek’.
Verkeerd beoordeeld
De betere verdwijntrucs
EXTREEM & WEIRD
Glam en glitter
308
Over disco, de queeste van Chic-gitarist Nile Rodgers in homobars en glamrock. het lijstje ‘De beste discosongs’.
Lof der zotheid
312
Over het eigen universum van Sun Ra en wat we kunnen leren van Jonathan Richman. de lijstjes ‘Buitenaardse artiesten’ en ‘Vijftien weirde songs’.
280
Over Fleetwood Mac en Simon & Garfunkel. het lijstje ‘Clashing ego’s’.
Inspiratie en dankwoord
319
Bibliografie
319
10
WOORD VOORAF Een allesomvattend weetjesboek over (pop-)muziek schrijven is onbegonnen werk. Over de wondere wereld van gezangen, solsleutels, ronkende gitaren en beats zijn biljoenen wetenswaardigheden op te delven. Selecteren was dus de boodschap, en ik heb ervoor gekozen dat ziftproces intuïtief aan te pakken. Ik vertrok van de vraag: welke feiten zijn me in 45 jaar melomanie (ik ben op mijn elfde platen beginnen te kopen en was van 1989 tot 2006 actief als muziekjournalist) het felst bijgebleven? Wat heeft mij het meest gefrappeerd? Er waren ook een aantal algemene aannames waarvan ik vaststelde dat ik er niet het fijne van wist. Ja, Zweden is een gezegend popland, maar hoe komt dat? En ja, het verhaal dat zijn befaamde motoraccident Bob Dylan als artiest heeft
veranderd, is bekend. Maar hoe zat de vork nu precies in de steel? Ik pinpointte alle fascinerende data en weetjes die me te binnen schoten. Nadat ik die als heipalen in het landschap van de muziekgeschiedenis had geslagen, ben ik tussen die ijkpunten beginnen te slalommen. Al het boeiende dat ik tijdens mijn research onderweg – niet zelden onverwacht – tegenkwam, nam ik in dit boek op. Ik opteerde bewust van meet af aan voor een zeer breed spectrum dat diverse aspecten van de muziek(beleving) omvat. Dit boek schrijven was een ware ontdekkingstocht, met menige aha-erlebnis en tal van verrassingen, en ik mag hopen dat het dat voor de lezer ook zal zijn.
11 Onder de weetjes in dit boek tref je ook een hoop lijstjes aan. Laten we er geen doekjes om winden: die lijstjes zijn compleet arbitrair. Ik ben me er terdege van bewust dat er bijvoorbeeld nog véél meer topgitaristen zijn dan ik verderop in dit boek op een rijtje heb gezet. Tegenover de lezers die zullen protesteren dat Carlos Santana, Stevie Ray Vaughan, Steve Miller, Chet Atkins en jazzreus Jim Hall er niet tussen staan, wil ik bij voorbaat ootmoedig toegeven: jullie hebben groot gelijk! Uiteraard was mijn keuze gekleurd door mijn persoonlijke smaak. Als de lijstjes al een doel hebben, dan is het om mensen te inspireren. Mochten ze lezers aanmoedigen om zelf lijstjes aan te leggen, dan acht ik de missie geslaagd. Ik weet als geen ander dat lijstjes samenstellen bijzonder leuk en verslavend is. Geregeld staan in het boek links naar liedjes en speellijsten op Spotify en YouTube (*). Die dienen om bepaalde theorieën en omschrijvingen meteen te kunnen
toetsen aan de auditieve werkelijkheid. Het is dus een praktisch instrument, maar een van de weetjes in dit boek zal reveleren dat streaming ook een grote schaduwzijde heeft. Artiesten verdienen er op dit moment schandalig weinig aan. Daarom: botst u via deze weg op muziek die u zeer bevalt, koop ze dan alstublieft aan op vinyl, cd of iTunes. Dat laatste kanaal is veruit te prefereren als u aan uw ecologische voetafdruk wilt denken. Vinyl en cd jagen uiteraard het verbruik van plastic de hoogte in, maar ook het gigantische stroomverbruik van de servers achter streamingdiensten is niet bepaald milieuvriendelijk. Omdat je een liedje maar één keer hoeft te downloaden, terwijl je datzelfde liedje op Spotify telkens weer streamt, is het energieverbruik en dus ook de CO2- uitstoot bij iTunes beperkter. Voilà, dat was al een handig weetje als amuse-gueule. Veel lees- en luisterplezier!
(* Als er in een playlist een nummer ontbreekt dat wél in het corresponderende lijstje staat, mijn excuses, maar dan betekent dat helaas dat het niet beschikbaar is op het streamingplatform.)
1
DE BRONNEN VAN DE POPMUZIEK
13
Out of Africa Het lied begon als gezongen krant 1
Lang voor er sprake was van kranten, laat staan van Twitter of Facebook, waren liedjes hét middel om nieuws te verspreiden en opinies te ventileren. Ze waren de kloeke steunpilaar van de orale traditie, die historische gebeurtenissen aan volgende generaties doorgeeft. Om zich van die taak te kwijten bedienden troubadours of trouvères zich in de middeleeuwen van lange ballades. Minder expressief en vrijgevochten dan deze rondreizende muzikanten waren de eerder stijve en introverte minstrelen, die vast verbonden waren aan een kasteel. Hun tegenhangers in de Keltische taalgebieden waren de barden, die door vorsten betaald werden om heldendaden te bezingen. Zeer vergelijkbaar met de troubadours en de barden waren de griots die vanaf de 13e eeuw in West-Afrika opdoken. In wezen waren dit geschiedenisleraren die zichzelf begeleidden op de kora (een harpluit met 21 snaren) of de balafon (een houten xylofoon). Zij vermaakten koningen en rijke handelaren met vleiende litanieën, maar het allerbelangrijkst waren de liederen die het relaas deden van hun eigen stam of familie, rijkelijk gelardeerd met voorouderlijke details. ‘Telkens als een griot doodgaat, is het alsof een bibliotheek uitbrandt’, gaat een gezegde. De haast journalistieke benadering van de liedkunst is allerminst een relikwie uit een ver verleden. Ook in de 19e eeuw golden liederen als nieuwsverspreiders
voor analfabete armen in landen als Portugal en Trinidad. In Congo waren liedjes vehikels om de stand van zaken in de onafhankelijkheidsstrijd aan elkaar door te geven. De nationale orkesten van Guinee perfectioneerden deze techniek. De patriottische en historische boodschappen die Bembeya Jazz National via het conceptalbum Regard Sur le Passé (1969) doorgaf, bleven de luisteraars langer bij dan politieke toespraken of geschiedenislessen op school.
De blues is een bastaardkind 2
‘Komt die man uit Mali?’ Toen griot Ali Farka Touré in 1968 kennismaakte met een opname van de Amerikaanse bluesartiest John Lee Hooker, herkende hij Afrikaanse patronen in de muziek. Dat de blues uit Afrika komt, is een gangbare theorie, maar klopt die? Samuel Charters, schrijver en muziekhistoricus, ging in 1974 op onderzoek uit door een trip van Senegal naar Nigeria te ondernemen. Het verslag staat in het boek The Roots of the Blues. An African Search. Hij ontdekte duidelijke verschillen tussen de muziek van de Afrikaanse griots en de Amerikaanse blues, maar zag ook significante gelijkenissen. Zo merkte hij een grote overeenkomst in ritmische texturen. Wie bijvoorbeeld naar Levee Break Blues (1972) van Big Joe Williams luistert, ontdekt daar de losse structuur in die in Afrika gebruikelijk is.
14
De bronnen van de popm uziek
In de manier van zingen trof Charters in beide muziekstijlen een rauwheid in het lagere bereik en een sterke expressiviteit in het middenregister aan. Inhoudelijk ontwaarde hij weinig verwantschap. Waar griots zich toespitsen op geschiedenis, buigen blueszangers zich liever over persoonlijke zorgen van relationele aard (voornamelijk ontrouw). Hun vertellingen zijn opvallend beknopter dan het wijd lopige commentaar van de griots. De blues is weliswaar voor het eerst officieel geïdentificeerd in de late 19e eeuw in de Mississippi Delta, maar het is moeilijk en zelfs absurd om te ontrafelen wanneer en waar het genre precies is ontstaan. De blues is een mengvorm die organisch is gegroeid. De West-Afrikaanse tradities zaten de zwarte slaven, die het koloniale Brits- Amerika in de 17e eeuw binnenhaalde, diep ingebakken. Zo hadden ze de gewoonte om belangrijke momenten en riten – geboortes, huwelijk, dood, jacht, oogst – met zang en dans op te luisteren. Uit angst verboden de katoenplantage-eigenaars eerst alle muzikale rituelen. De meest liberale onder hen lieten muziekmomenten op rustdagen toe, nadat ze ondervonden hadden dat die de slaven productiever maakten. Ze brachten hen westerse muziektheorie bij, vooral harmonie. Tegelijk initieerden ze hen in het christendom, als tegenwicht tegen het argwaan wekkende Afrikaanse voodoo-geloof. De Afrikanen maakten zich de kerkhymnes snel eigen. Ze gaven er een eigen schwung aan door enthousiast in de handen te klappen, met de voeten te stampen en er geïmproviseerde kreten tussen te slaken. De vermenging van christelijke melodieën met Afrikaanse ritmiek baarde de negrospirituals en de gospel. Om tot de blues te komen gingen die in de mixer met de field hollers en de werkliederen met
vraag-en-antwoordspel die de Afro-Amerikanen zongen op de plantages of bij de aanleg van spoorlijnen, om er de moed en vaart in te houden.
Via ritme communiceren voodoo- aanhangers met de goden 3
Voodoo associëren de meeste mensen met zwarte magie. Dat cliché is ver van accuraat. In plaats van gekke tovenarij is voodoo een afgeleide van de oude religie van de West-Afrikaanse etnische groep Yoruba. Muziek is daar het kloppende hart van. Bij voodoo-rituelen brengt drumgeroffel de mensen in trance, de toestand die vereist is om met de goden te communiceren. Met de ritmes roepen ze dus als het ware geesten op. In 1978 filmde de Amerikaanse etnomusicoloog Alan Lomax 10 in de stad Como in North-Carolina een straatorkest van trommelaars en fluitisten. Plots zag hij een danser met zijn heupen in de richting van een percussionist wiegen. Lomax kwam erachter dat de heupbewegingen een overblijfsel waren van een voodoo-ritueel, bedoeld om de inspirerende heilige muziek te eren. De musicoloog, die er al vele decennia op gebrand was de link tussen enerzijds de Amerikaanse blues en jazz en anderzijds Afrika bloot te leggen, had plots hét bewijsstuk voor de connectie gevonden.
De ultieme gospelsong is door een bleke Brit gecomponeerd 4
De Afro-Amerikanen zijn de gospelsong Amazing Grace als een symbool voor hun hoop én pijn gaan beschouwen, terwijl het van oorsprong een Engels religieus lied uit
15
Out of Africa
de 18e eeuw is en de melodie ook op het repertoire staat van Schotse doedelzak spelers. Niettemin heeft het vierhonderd jaar later als gospelsong niets aan relevantie ingeboet. Met name Aretha Franklin maakte het nummer op onnavolgbare wijze onverwoestbaar. Check op YouTube de begeesterende vertolking uit de concertfilm 312 Amazing Grace. Overigens, ook de Cherokee, die het zingen op begrafenissen, beschouwen Amazing Grace als hun volkslied.
Wat blueszangers leerden van de blackface- shows 5
Hoe gek het ook mag klinken, de minstrel shows uit de 19e eeuw, waarin blanken met blackface de draak staken met de zwarte plukkers, zijn van grote invloed geweest op de blueszangers. Los van de bedenkelijke inhoud zagen zij stilistisch immers wel wat bruikbaars in deze variétéshows, zoals het comedy-element. De zingende slaven ontpopten zich als de entertainers van de farm. Om hun zeer gemixte publiek te vermaken speelden ze ten dans en kruidden ze hun act met humor. Hun uitgebreide repertoire bevatte songs voor verschillende gelegenheden. De ene keer haalden ze gospelsongs tevoorschijn, de andere keer kinderliedjes. De blueszangers waagden zich ook geregeld aan improvisaties. Zo afgelijnd als we de blues vandaag concipiëren, zo divers was zij bij aanvang.
6
Ook dat nog!
Wie een klinkend bewijs wenst van hoe blues met humor is te rijmen, moet eens goed luisteren naar Divin’ Duck Blues (1929) van Sleepy John Estes. Op een komische manier zingt de man over het uitblijven van zijn geluk. Nog resoluter optimistisch was het oeuvre van Big Joe Turner. De songs van deze ‘Boss of the Blues’, zoals Flip Flop and Fly en Rebecca, moesten niets minder een viering van het leven zijn.
16
Van Apaches en Appalachen De Native Americans drukten hun stempel op blues én country 7
Tussen 1600 en 1840 ontmoetten in de VS drie culturen, elk met een eigen zangtraditie, elkaar. Dat er tussen de Native Americans, de Afrikanen en de Europese kolonisten kruisbestuivingen plaatsvonden, is niet meer dan logisch. In het nummer Indian Tom Tom (1929) van de band Big Chief Henry’s Indian String Band uit Oklahoma hoor je Native American-gezangen in combinatie met fiddle en gitaar. Frappant is hoe natuurlijk de inheemse en de country elementen vervloeien in dit lied. Het is een zeer plausibele these dat zowel de ‘zwarte’ blues als de ‘blanke’ country sporen draagt van de oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika. Het wordt nog intrigerender als je bedenkt dat het gebied dat als de wieg van de countrymuziek wordt aangezien – het oosten van Tennessee, het bergachtige westen van Virginia en North Carolina, de noordelijke gedeelten van Georgia en Alabama – overeenkomt met het land dat de Cherokee-natie aan het einde van de Amerikaanse Revolutie betrok. Op de parades van mardi gras, de Franse Vastenavond in New Orleans, tekenen Native American-bands al sinds mensenheugenis present. Met name de Choctaws schreven zich met gemak in dit katholieke
carnavalsfeest in, omdat ze daarin een rechte spirituele lijn naar hun eigen tradities ontwaarden. Dit volk bezat slaven en had de Fransen, die zich aan de oevers van de Mississippi hadden genesteld, als bondgenoten. Zwarten kregen geen toegang tot de mardi-grasoptochten en zetten inheemse maskers op om toch mee te kunnen stappen. De ‘hey-hey’-kreet die zo verweven is met de popcultuur – denk aan songs als Hey Hey, My My (Neil Young), Blue Yodel #10 (Jimmie Rodgers) en New York Town (Woody Guthrie) – zou afkomstig zijn van de Comanche- en Kiowa-volkeren, die op de Great Plains leefden. Met die uitroep wilden ze de aandacht van de geesten trekken om uiting te geven aan zowel hun vreugde als hun spijt. Het zouden overigens ook de laatste woorden zijn geweest die Lokato- stamhoofd Crazy Horse uitsprak, nadat hij in 1877 bij Fort Robertson in Nebraska werd neergestoken.
Jimi Hendrix en Howlin’ Wolf hadden Native American-bloed 8
Geregeld vonden ontsnapte zwarte slaafgemaakten een onderkomen bij zich neutraal opstellende indianen. Daar kwamen weleens romances van, en kinderen. Zenora Rose Moore, de grootmoeder van Jimi Hendrix, was een product van
17
Van Apaches en Appalachen
zo’n gemengd huwelijk. De gitaarheld kreeg via haar niet enkel Cherokee-bloed maar ook het muziekvirus geïnjecteerd. Mevrouw Moore, roepnaam Nora, was zelf musichallvedette. Chester Arthur Burnett, die als Howlin’ Wolf tot een van de kanjers van de
9
TIEN TOPSONGS VAN NATIVE AMERICANS
chicagoblues zou uitgroeien, had een Choctaw-grootvader. Die was het trouwens die hem naar oud inheems gebruik de naam van een dier toedichtte. Opa noemde hem Wolf, omdat de jonge Chester per ongeluk de kippen van zijn grootmoeder had doodgeknepen.
gitaar met experimentele rock op het album Illuminations. Onder meer het freaky He’s the Keeper of the Fire staat daarop te blinken. Jim Pepper: Witchi Tai To (1969). De saxofonist en fluitist ging op zoek naar een fusie tussen jazz en de traditionele muziek van de Native Americans. Witchi Tai To verzoent het beste van de twee werelden. Het nummer is afgeleid van een indiaanse song die als doel heeft genezing van ziekte te bevorderen. Pepper leerde dat Peyote-lied van zijn grootvader. De song zette koers naar de Billboard Top 100 en talloze coverversies.
3
Peter La Farge: The Ballad Of Ira Hayes (1962). De folkzanger uit de New Yorkse scene van Greenwich Village ging er prat op een afstammeling te zijn van het Narragansett-volk. Al bestaan er twijfels over de juistheid van zijn claim, hij wijdde niettemin een mooie ode aan de inheemse Pima Ira Hayes. Deze held van de slag om Iwo Jima tijdens WO II ging enkele jaren na het einde van de oorlog ten onder aan alcoholisme, racisme en misère.
1
Buffy Sainte-Marie: He’s the Keeper of the Fire (1969). De Canadese singer- songwriter is vooral bekend van haar pacifistische klassieker Universal Soldier uit 1964, maar ze nam het ook op voor haar inheemse volksgenoten in de song Now That The Buffalo’s Gone. Later verraste het-meisje-met-de-folk-
2
Redbone: We Were Are All Wounded at Wounded Knee (1973). De broers Pat en Lolly Vegas vormden de groep Redbone onder aanmoediging van Jimi Hendrix. Hun grootste hit was dit funky nummer, dat het bloedbad van Wounded Knee in herinnering brengt. Op 29 december 1890 vermoordde de Amerikaanse cavalerie in dat plaatsje in South Dakota liefst tweehonderd Native Americans. Redbone stelt dat niemand
4
ongeschonden uit dit bloedige treffen is gekomen. Link Wray: Fire and Brimstone (1971). Dezelfde man die aan de bron van de rock-’n-roll stond met de galmende gitaarsound van het nummer Rumble (1958), maakte meer dan tien jaar later een titelloze lp vol countryblues, waarop hij verhalen opdiste over de armoede die hij als Shawnee-kind kende. Fire and Brimstone is een doemerige song met uit de Bijbel gescheurde beeldspraak op een ritme, getikt op drums, koebellen én een Coca-Colaflesje.
5
Robbie Robertson: ‘Broken Arrow’ (1987). In het Six Nations-reservaat in Toronto, waar zijn moeder – een Mohawk – opgroeide, leerde Robertson gitaarspelen en werd hij smoor op de muziek uit het zuiden van de VS. Gaf hij met The Band weinig blijk van interesse in dat deel van zijn afkomst, op een aantal soloalbums (zijn titelloze debuut, Music for the Native Americans en Contact from the Underworld of Red Boy) ging hij diep graven naar deze roots.
6
18
De bronnen van de popm uziek
The Neville Brothers: Yellow Moon (1989). Band die uit de humus van het mardi- grasfeest omhoogschoot. De man, aan wie de tedere stem van Aaron Neville gestalte geeft in Yellow Moon, is wanhopig op zoek naar een creoolse vrouw. Muzikaal representeert het lied perfect die typische New Orleans-melange van funk, soul, jazz en rock, afgekruid met Afro-Caraïbische en Native American-specerijen.
7
John Trudell: Rockin’ the Res (1991). Toen in 1979 zijn huis in een Native American-reservaat in Nevada in verdachte omstandigheden in vlammen opging, verloor de activistische Trudell zijn zwangere
8
vrouw, drie kinderen en schoonmoeder. De dichtende zoon van een Santee Dakota-vader en een Mexicaanse moeder vond een uitlaatklep toen Jackson Browne hem iets later de muziekwereld inloodste. Rockin’ the Res is een lekker swingend huwelijk van rockende gitaren en poëzie. Bill Miller: Ghostdance (1999). Toen folkbluesartiest Bill Miller op een tentoonstelling beelden zag van de gruwelen die plaatsvonden tijdens de afslachting van Native Americans in Wounded Knee, draaide zijn maag om en kon hij niet meer slapen. Als reactie schreef hij, in plaats van een woedend manifest, een gebed voor de dansende geesten van de
9
Etnomusicoloog Alan Lomax maakte 5000 uur aan veldopnames 10
‘Het zijn de mensen die nooit of nauwelijks gehoord worden, die 90.000 jaar menselijke geschiedenis en wijsheid in hun geheugen bewaren. Mijn hele leven heb ik obsessief gewijd aan het verzamelen van hun repertoire.’ De betreurde etnomusicoloog Alan Lomax slaagde glansrijk in zijn missie om waardevol erfgoed van de vergetelheid te redden. Samen met zijn vader John A. Lomax, aangesteld als curator van het Archive of American Folk Song, reisde hij in de jaren 1930 door het zuiden van de VS. Zeulend met mobiele opnameapparatuur, camera’s en notitieboekjes speurden ze in straten en velden naar vertolkers van traditionele songs. Ze bezochten onder meer kampen die aangelegd waren op de oevers
gesneuvelden. In het vrij forse nummer huizen inheemse zang en fluitspel als exotische kenmerken. Garrett Lebeau: Darkness (2013). Als telg van de Shoshone-stam verbleef de bebaarde singer-songwriter gedurende zijn jeugd in het Wind River-reservaat nabij Lander Wyoming. Darkness is een staaltje laidback melancholie op het drielandenpunt van blues, soul en jazz. Opgenomen met topmuzikanten. Het nummer lijkt gezellig een eind weg te kabbelen, maar voor je het doorhebt, is het als een verslavend gif onder je huid gekropen.
10
van de Mississippi (de zogenoemde levee camps) en staatsgevangenissen. Zo hadden Lomax & Zoon in de Angola Prison Farm in Louisiana hun veelbesproken ontmoeting met Lead Belly, die dankzij de liedjes die zij vastlegden erkend zou worden als de grondlegger van de countryblues. Vader John vertoonde wel manipulatieve, zelfs paternalistische trekjes. Hij verbood Lead Belly een net kostuum te dragen en poppy liedjes te spelen. John Lomax prefereerde een zekere ruwheid in de performance, als bewijs van ‘authenticiteit’. Na de dood van John zette Alan het levenswerk van zijn vader verder. Hij registreerde en documenteerde niet enkel blues en folk, maar evengoed kindergezangen uit de Appalachen, banjo-orkesten en werkliederen van spoorwegarbeiders. In opdracht van de Library Of Congress realiseerde hij in
19
Van Apaches en Appalachen
1938 de eerste jazzopnames met muzikant Jelly Roll Morton. De calypsorage van eind jaren 1950 mogen we eveneens op zijn conto schrijven. Om aan de communistenjagers te ontkomen zocht Alan Lomax in de fifties een veilig onderkomen in Londen, waar hij privé en professioneel een partner vond in de Britse folkzangeres Shirley Collins. Daar vatte hij ook de achttiendelige anthologie Columbia World Library of Folk and Primitive Music aan. Zoals hij eerder in de VS deed, trok hij door Oost-Afrika, Azië en Europa om op straat volksmuziek vast te leggen. Toen Volume XIII, waarvoor hij in Spanje opnames maakte, in de handen van de jazzreuzen Gil Evans en Miles Davis verzeilde, vormde dat voor het duo de directe aanleiding om de historische plaat Sketches of Spain (1960) te maken. Moby distilleerde een aantal samples uit de Lomax-box Sounds of the South: A Musical Journey from the Georgia Sea Islands to the Mississippi Delta voor zijn succesalbum Play (1999). Lomax’ trips leverden in totaal 5000 uur aan geluids opnames en vijf documentaires op.
Vader en zoon Lomax waren niet alleen 11
John en Alan Lomax spraken het meest tot de verbeelding, maar waren allerminst de enige hoeders van het Amerikaanse muzikale erfgoed. Zo was ook Charles Peabody significant, een antropoloog die in de prille 20e eeuw als eerste de Mississippi Delta bestudeerde. En ook al oogstte Stetson Kennedy vooral bekendheid als de politieke activist die in de racistische Ku Klux Klan infiltreerde, ook hij maakte tal van veldopnames van volksmuziek. Het bewaken van de orale traditie lag hem na aan het hart. Bluesfan Tom Hoskins herontdekte in 1963 de bluesheld Mississippi John
Hurt. Aangemoedigd door musicoloog Dick Spottswood, legde hij een belang wekkende collectie songs van Hurt aan. Les Blank registreerde als maker van muziekdocumentaires heel wat traditionele Amerikaanse muziek op beeld, van canjunfolk tot bayou-blues. En dan was er uiteraard nog Harry Smith, die vlooienmarkten afdweilde om zeldzame 78 toerengrammofoonplaten van vooroorlogse plattelandsmuziek op de kop te tikken. Hij geloofde in deze ongerepte en lokale volksmuziek als een golfbreker tegen de cynische vloed van de op de massaconsumptie beluste industrie. In 1952 bracht Folkways Records zijn enorme verzameling uit als Anthology of American Folk Music. Deze collectie blues, folk, gospel en jazz is zowat de bijbel voor wat men americana is gaan noemen, de Amerikaanse rootsmuziek. Zonder Anthology of American Folk Music zou er bijvoorbeeld geen Bob Dylan zijn geweest. De excentrieke Harry Smith was eveneens een experimentele filmmaker, die van grote invloed was op Terry Gilliam (Monty Python). Tot slot waren ook de verzamelzucht en de field recordings van Arhoolie Records-baas Chris Strachwitz van grote betekenis 42 .
James Carter moest veertig jaar op zijn verdiende royaltycheque wachten 12
In 2000 kwam de film O Brother, Where Art Thou? uit, een komedie van de gebroeders Joel en Ethan Coen. Daarin gaan drie ontsnapte gevangenen (George Clooney, John Turturro en Tim Blake Nelson) op zoek naar een vermeende schat. Onderweg botsen ze op de ene na de andere hindernis. De gerenommeerde muzikant en producer T-Bone Burnett koos als musical director
20
De bronnen van de popm uziek
heel nauwgezet de juiste liedjes voor hun odyssee uit. Voor de openingssong moest hij terugdenken aan een melancholische klaagzang die hij jaren eerder tijdens een bezoek aan de archieven van Alan Lomax in New York had gehoord. Dat was Po’ Lazarus, een lied over een man die achternagezeten wordt door een sheriff. Een vijftigtal zwarte gedetineerden, onder leiding van James Carter, zong het in 1959 voor Lomax, toen die de Parchman-gevangenis in Mississippi aandeed. Nadat hij in 1967 was vrijgekomen, nam Carter uiteenlopende jobs aan, van expediteur tot con ciërge. In februari 2002 viel tot zijn niet geringe verbijstering een cheque van 20.000 dollar in zijn bus, omdat er vier miljoen exemplaren van de O Brother, Where Art Thou?-soundtrack waren verkocht. Er volgden nadien nog aflossingen: in totaal leverde Po’ Lazarus hem 100.000 dollar op. Lang kon de zanger er zelf niet van genieten: op 26 november 2003 bezweek hij aan een hartaanval. Een groot deel van het geld vloeide volgens zijn familie naar goede doelen.
13
Ook dat nog!
De grote verdienste van O Brother, Where Art Thou? is dat het de traditionele Amerikaanse muziek, en dan vooral country en bluegrass, naar een mainstreampubliek bracht. Zo bombardeerde hij bluegrassartiest Ralph Stanley, die voor de film een indringende a-capellaversie van de traditional ‘O Death opnam, tot rockster. De 75-jarige liet zich een lucratief nieuw platencontract en een blinkende zwarte Jaguar welgevallen.
Arme migranten schonken Amerika de bluegrass 14
Arme Ierse en Schotse boeren zochten in de 18e eeuw hun geluk in de Nieuwe Wereld. Ook vanuit Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Oost-Europa en de Balkan stroomden de kolonisten binnen. Al die nationaliteiten brachten hun eigen muzikale identiteit en een specifiek instrumentarium mee. Gaandeweg versmolten die. Met name voor de migranten die zich in het Appalachen gebergte in Tennessee vestigden, was muziek de lijm die de diverse gemeenschappen samenhield. Volgens auteur Greil Marcus verschafte de ratjetoe-muziek deze mensen plezier, wijsheid en bescherming. Het prominentste instrument was de fiddle, de boerenvariant van de viool. Omdat de bergbewoners hillbillies werden genoemd, kreeg hun muziek vanaf de jaren 1920 het etiket ‘hillbilly music’. Ze speelden per definitie unplugged, omdat ze eenvoudigweg geen elektrische versterking kenden. Door een golf van Italiaanse kolonisten infiltreerde medio jaren 1930 de mandoline in de hillbilly. De tremolo’s van dit luide instrument gaven de liedjes een sentimenteler karakter. Een andere belangrijke evolutie was de intrede van de duozang. Onder impuls van Bill Monroe & the Blue Grass Boys kwam een nieuw genre piepen. Bluegrass, de voorloper van country, was ritmischer en wilder, en tegelijk virtuozer dan hillbilly. Boven op steeds wisselende combinaties van mandoline, vijfsnarige banjo, fiddle en akoestische gitaar bouwden bands vaak erg hoog gezongen harmonieën.