Krijg je maar niet genoeg van de boeken over Max en zijn vrienden? Surf naar www.dekeukenprinsvanmocano.nl of www.dekeukenprinsvanmocano.be.
www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 ISBN 978 94 014 7397 2 D/2017/45/31 NUR 283 Omslagontwerp en vormgeving Studio Lannoo (AurÊlie Matthys)
INHOUD
HOOFDSTUK 1:
Wat is er met Kokkie? 9
HOOFDSTUK 2:
Våder is verløren 21
HOOFDSTUK 3:
Op reis naar het Høge Nøørden 29
HOOFDSTUK 4:
Wolven, beren, trollen en Gunnar Kotbullar 37
Zeg nooit zomaar schip tegen een snek 44
HOOFDSTUK 6:
Ouwe Hårry 60
HOOFDSTUK 7:
Beer aan boord 78
HOOFDSTUK 8:
De ijdele eland 87
HOOFDSTUK 9:
Ruzie, ruzie, alleen maar ruzie 107
HOOFDSTUK 5:
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand Wie is de mooiste eland? 131
HOOFDSTUK 11:
Vuur maken doe je zo 145
HOOFDSTUK 12:
In het donker is alles zwart 170
HOOFDSTUK 13:
Førdør Trølsøn 180
HOOFDSTUK 14:
Edelanden 197
HOOFDSTUK 15:
Leeuwenhart neemt het over 217
HOOFDSTUK 16:
Kamperen à la Kokkie 225
HOOFDSTUK 17:
Een gekke geiser 236
HOOFDSTUK 18:
Roddels, leugens en hekserij 243
HOOFDSTUK 19:
De Berenberg 251
HOOFDSTUK 20:
Een sprekende beer 260
HOOFDSTUK 21:
Het huis van de Mooie Ulrika 267
HOOFDSTUK 22:
Het Max-plan 275
HOOFDSTUK 23:
Ministers van allerlei zaken 283
HOOFDSTUK 10:
300
HOOFDSTUK 24:
Feest!
HOOFDSTUK 25:
Afscheid 307
HOOFDST U K 1
Wat is er met Kokkie?
Het was stil in de keuken van de gevangenis. Alleen bij het aanrecht, waar Kokkie groenten aan het schoonmaken was, klonk af en toe gemompel. Ze hakte en sneed met haar grote mes. Intussen murmelde ze dingen die ik niet kon verstaan. Om elke vinger van Kokkies linkerhand zat een pleister. Ik wist niet wat er aan de hand was, maar de laatste dagen was ze erg verstrooid. Sinds de postbode een kaart in de brievenbus had gestopt, gedroeg ze zich al vreemd.
9
Normaal was Kokkie een en al vrolijkheid. Ze zong. Ze lachte. Ze deelde zomaar zoenen uit.
10
En ze maakte elke dag het lekkerste eten klaar voor de gevangenen. Haar balletjes in tomatensaus, haar pannenkoeken en haar koekjes en cakes waren niet gewoon lekker. Ze waren zรณ lekker dat je ervan bleef eten, ook als je geen honger meer had.
11
Toen kwam de kaart. Op de voorkant stond een foto van besneeuwde bergen. Ik probeerde de tekst op de achterkant te lezen, maar hij was in een taal die ik niet begreep. Kokkie had haar handen voor haar mond geslagen toen ze de woorden las. Ze was zo bleek geworden dat ik even dacht dat ze flauw zou vallen.
Sinds die dag liep alles fout. En Kokkies vingers moesten er een voor een aan geloven. Ik was zelfs bang dat er op een keer een vingertopje tussen de gehaktballen zou zitten. Gelukkig was dat nog niet gebeurd.
12
Ik hoorde op de binnenplaats de schoolbus stoppen. Mijn hart sprong op. In mijn hoofd begon ik te tellen.
Toen ik bij twintig kwam, zwaaide de deur open. Twintig tellen en een paar halfjes, zo lang duurde het altijd voor Trixie de keuken binnenkwam.
13
‘Hoi’, zei Trixie. Ze gooide haar boekentas op de grond en kwam naast me op een stoel zitten.
‘Ik heb zin in Kokkies koekies of een plak chocoladecake.’
14
Ik haalde mijn schouders op en wees naar Kokkie. ‘Ik denk dat we al blij mogen zijn dat er straks geen vinger tussen de gehaktballen zit’, fluisterde ik, zodat Kokkie me niet kon horen. ‘Kokkie is er weer niet helemaal bij vandaag.’ Trixie zuchtte. ‘Gaat het nog altijd over die kaart waarover je me gisteren vertelde?’ ‘Ik denk het wel.’ ‘Kun je je echt niet herinneren wat er op de kaart geschreven stond?’ Ze keek me vragend aan. Ik had Trixie al uitgelegd dat ik de woorden op de kaart niet begreep. ‘Was het Noords?’ vroeg ze. Ik haalde mijn schouders op. Hoe kon ik weten of het Noords was als ik geen enkel woord Noords kende? ‘Geen idee’, zei ik. ‘Waarom denk je dat het Noords is?’ ‘Omdat Kokkie uit het Høge Nøørden komt.’ Dat klonk logisch. ‘Ken jij Noords?’ vroeg ik. Trixie knikte. ‘Ik schrijf brieven naar een Noordse jongen. Intussen heb ik al heel wat Noords geleerd. Het is niet zo moeilijk.’
15
Ik keek Trixie verbaasd aan. Ze had me nooit verteld dat ze brieven schreef naar een jongen, laat staan een Noordse. Ik voelde een steekje in mijn borstkas. ‘Een Noordse jongen?’ vroeg ik. ‘Ik wist niet dat jij een Noordse vriend had. Waar heb je hem ontmoet?’ Trixie glimlachte. ‘Ik heb hem nog nooit ontmoet. We schrijven alleen maar brieven naar elkaar.’ Ze opende haar boekentas en haalde er een dikke envelop uit. Toen vertelde ze me het verhaal van Gunnar Kotbullar.
Het verhaal van Gunnar Kotbullar Gunnar Kotbullar was de zoon van een gevangenis directeur in het Høge Nøørden. Hij was ongeveer even oud als Trixie. Hun vaders hadden elkaar ontmoet op het jaarlijkse Grote Gevangenissencongres en adressen
uitgewisseld. Het leek hun leuk als hun kinderen contact hadden met elkaar en meer te weten kwamen over andere culturen. Trixie had als eerste een brief geschreven en tot haar verbazing had Gunnar meteen geantwoord.
Gunnar was net als Trixie bijzonder slim. Hij deed vaak mee aan wedstrijden over wiskunde en natuurwetenschappen.
Meestal kwam hij met de hoofdprijs thuis. Volgens Trixie schreef hij ook prachtige gedichten waarbij elk woord net niet rijmde.
18
Gunnar was niet alleen slim, maar ook sportief. Trixie liet me foto’s zien van een hardlopende Gunnar, een skiënde Gunnar, een voetballende Gunnar en een Gunnar die aan het stijldansen was. Op de foto’s leek hij minstens twee keer zo groot als ik. Hij had blonde krullen die perfect vielen en geen flaporen. Hij had de breedste glimlach die ik ooit gezien had. Ik had het gevoel dat Gunnar en ik niet meteen de beste vrienden zouden worden.
19
Kokkie gilde zo hard dat ik bijna van mijn stoel viel van schrik. Ze hield haar hand hoog boven haar hoofd. Een rode druppel viel op haar witte overall. Trixie sprong overeind en rende naar Kokkie. Ze duwde een schone handdoek in haar handen en leidde Kokkie naar de tafel. Kokkie liet zich jammerend op een stoel vallen. Ik bleef stil zitten. Als ik bloed zag, gebeurde er iets vreemds met mijn ingewanden. Ze maakten rare kronkels in mijn buik. En Gunnar Kotbullar maakte het alleen nog maar erger. 20
HOOFDST U K 2
Våder is verløren Trixie had de verbandkist gepakt. Ze viste er een grote pleister uit. Als een volleerde verpleegster verbond ze de bloedende middelvinger aan Kokkies rechterhand. Kokkie glimlachte dankbaar naar haar. ‘Ik moet een schone overall aan.’ Ze wees naar de rode vlek. Ik keek weg. Mijn ingewanden protesteerden weer. Toen verdween de glimlach van Kokkies gezicht. Ze zuchtte diep. Ze zuchtte een tweede keer. En een derde keer. Het leek of er honderdduizend kilo op haar schouders rustte. ‘Kokkie?’ vroeg ik. (Het was moeilijk om niet naar de rode vlek te kijken. Mijn ogen werden er naartoe getrokken als een magneet.) 21